Waarom een hogere aow-leeftijd



Dovnload 12.64 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte12.64 Kb.
WAAROM EEN HOGERE AOW-LEEFTIJD

ONNODIG EN ONEERLIJK IS



  1. De AOW is en blijft prima betaalbaar

Iedere keer hoor je weer dat de AOW op den duur onbetaalbaar wordt. We leven langer en in plaats van vier werkenden tegenover één gepensioneerde staan straks nog maar twee werkenden tegenover iedere gepensioneerde. Deze voorstelling van zaken doet het voorkomen alsof de AOW een werknemersverzekering is, die alleen wordt opgebracht door werkenden. Maar dat is helemaal niet zo: de AOW is een volksverzekering, die voor een belangrijk deel wordt betaald via de belastingen. De AOW-heffing levert al sinds jaar en dag onvoldoende geld op om alle 65-plussers van AOW te voorzien. Het verschil wordt bijgepast uit de schatkist: in 2008 werd 28 miljard euro aan AOW uitgekeerd en daarvan kwam 19 miljard uit betaalde AOW-premie en 9 miljard uit de ‘algemene middelen’.
Dat is prima vol te houden. Het toenemend aantal gepensioneerden betaalt ook een toenemend bedrag aan belasting over zijn aanvullend pensioen. Het kabinet wil door het verhogen van de AOW-leeftijd op den duur vier miljard bezuinigen op de AOW-uitgaven, maar dat bedrag wordt tegen die tijd VOLLEDIG gecompenseerd door extra belastinginkomsten van gepensioneerden.

Gezien als percentage van het bruto binnenlandse product geven we anno 2009 minder aan de AOW uit dan in 1980. En toen was de AOW volgens iedereen prima betaalbaar!


2. Het kabinet negeert de arbeidsmarktpositie van senioren

Het kabinet doet alsof de AOW-bezuiniging nodig is omdat we anders in de toekomst mensen tekort komen op de arbeidsmarkt. Natuurlijk willen we allemaal graag meer handen aan het bed in de zorg en voldoende leraren voor de klas. Maar gaan we dat oplossen met mensen van 66 of 67 jaar? Nee toch zeker?


In de praktijk werken nog maar heel weinig mensen op hogere leeftijd. Op dit moment werkt maar 13 procent van de 64-jarigen. Iemand van boven de vijftig die werkeloos wordt heeft maar 10 procent kans opnieuw betaald werk te vinden. Aan het probleem van de slechte kansen op de arbeidsmarkt van oudere werklozen doet het kabinet niets, afgezien van wat premiekortingen en bonussen geven. Maar die hebben in het verleden ook niet gewerkt en komen vaak bij de verkeerde groepen terecht. Als het kabinet dit probleem serieus zou aanpakken, gaat de arbeidsmarkt er al heel anders uitzien en zal blijken dat we de verhoging van de AOW-leeftijd niet nodig hebben.
3. Het kabinetsplan leidt alleen maar tot meer sociale uitkeringen

Door de verhoging van de AOW-leeftijd met twee jaar moeten ook de uitkeringen aan mensen in de WW, WIA of bijstand twee jaar langer doorlopen. Het kabinet creëert met andere woorden een gat voor mensen met een uitkering en moet dat gat vervolgens vullen. Het kabinetsplan bespaart dus misschien op de AOW, maar zorgt ervoor dat er veel langer gebruik wordt gemaakt van WW, bijstand en WIA.


4. De lagere en middeninkomens worden te zwaar getroffen

De gevolgen van de kredietcrisis hebben een flink gat in de schatkist geslagen, dus uiteraard moet er bezuinigd worden. Maar de rekening van de crisis moet natuurlijk niet juist bij de lagere en middeninkomens gelegd worden. Door de voorgestelde AOW-bezuiniging gebeurt dat wel.

De FNV heeft een hele serie alternatieve bezuinigingen gepresenteerd, die uitgaan van het principe dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen.
Dat kan door de hypotheekrenteaftrek voor hele dure huizen te beperken, door de hoogste inkomens extra te belasten en door bijvoorbeeld de multinationals de belasting te laten afdragen die ze eigenlijk horen te betalen. In Nederland gevestigde multinationals betalen al dertig jaar veel minder vennootschapsbelasting dan het ‘gewone’ bedrijfsleven. In 2007 liep de Nederlandse schatkist daardoor een bedrag van 16 miljard euro mis, zo bleek vorige maand uit een onderzoek van de Vakgroep Fiscaal Recht van de Universiteit van Utrecht, uitgevoerd in opdracht van ZEMBLA, het documentaireprogramma van de VARA en NPS.
5. De kabinetsvisie op zware beroepen is onrealistisch

Hoe pakt de AOW-verhoging uit voor werknemers die jarenlang een zwaar beroep hebben uitgeoefend? Het kabinet wil dat werkgevers en werknemers er samen voor gaan zorgen dat zware beroepen zo veel mogelijk uitgebannen worden. Doet iemand toch zwaar werk, dan mag dat niet langer dan dertig jaar. Daarna moet zijn baas ervoor zorgen dat hij lichter werk kan gaan doen. Gebeurt dat niet, dan dient de werkgever een forse boete te betalen, die het mogelijk moet maken dat de werknemer toch kan stoppen met werken vanaf 65 jaar.


De FNV heeft deze regeling een gedrocht genoemd. Het nodigt werkgevers uit om nog meer dan nu de risico’s af te wentelen op flexwerkers en zzp’ers (zelfstandigen zonder personeel). En voor veel werkgevers is het ook nog eens een onmogelijke opgave. Hoe moet een klein bedrijfje in de bouw, de metaal of een thuiszorginstelling al zijn medewerkers ooit licht werk aanbieden? Moeten bij de politie alle collega’s van vijftig jaar en ouder een kantoorfunctie krijgen? En dat terwijl de minister van BZK juist bezig is met de voorbereidingen om duizenden van dit soort banen weg te bezuinigen?
6. Het kabinet maakt stoppen vanaf 65 jaar onmogelijk danwel onwenselijk

Ook in de kabinetsplannen zit de mogelijkheid om desgewenst toch vanaf 65 jaar te stoppen. In de FNV-plannen kan dat met een uitkering op een vergelijkbaar niveau als de huidige AOW. Je kunt er ook voor kiezen langer door te gaan. Dat levert je dan een hogere AOW op. Voor je aanvullend pensioen geldt hetzelfde.


Bij minister Donner zit er een forse adder onder het gras: wie vanaf zijn 65-ste of 66-ste stopt met werken krijgt namelijk een aanzienlijke en levenslange strafkorting op zijn AOW-uitkering. Volgens berichten uit betrouwbare bron gaat het voor inkomens boven 150 procent van het minimumloon (ongeveer € 27.000 per jaar) om een korting met 8 procent en voor inkomens onder die grens om een korting met 6,5 procent voor elk minder gewerkt jaar. Daarnaast moet je aan twee voorwaarden voldoen om op 65 of 66 jaar te kunnen stoppen. Ten eerste moet je een arbeidsverleden hebben opgebouwd van 42 jaar lang minimaal drie dagen in de week. Ten tweede moet je doorgewerkt hebben tot aan je 65-ste of 66-ste.
Tot slot moet je het in die één of twee jaar alleen met je (verlaagde) AOW-uitkering doen, want door allerlei fiscale maatregelen dwingt het kabinet de pensioenfondsen ook de spilleeftijd van de aanvullende pensioenen naar 67 jaar te verhogen.
7. Het kabinet speelt ouderen en jongeren tegen elkaar uit

Het kabinet is zelf overtuigd van het sociale karakter van de verhoging van de AOW-leeftijd. De oudste groepen worden er immers niet door geraakt en er worden extra maatregelen genomen voor lagere inkomens en zware beroepen. De FNV vindt het juist slecht dat er een zo groot verschil tussen ouderen en jongeren wordt gemaakt. De scherpe leeftijdsgrenzen zijn erg onrechtvaardig. Een uurtje te laat geboren kan betekenen dat je een vol jaar langer moet doorwerken. De groep jonger dan 50 jaar betaalt het volle pond, want zij moeten twee jaar langer doorwerken of op een andere manier overbruggen.


Ook de pensioeningrepen hakken er bij jongeren veel meer in. Als je toch wilt stoppen op je 65-ste of 66-ste toch eerder wilt stoppen, kun je rekenen op een forse verlaging van je AOW-uitkering in de rest van je leven. Afhankelijk van je inkomen kan die korting oplopen tot 13 of 16 procent. Juist de lagere inkomens kunnen dat geld helemaal niet missen. Bovendien moet je hebben doorgewerkt tot het moment dat je wilt stoppen, een eis waaraan heel veel mensen niet zullen kunnen voldoen. Het kabinetsplan valt minder slecht uit voor mensen met hogere inkomens. Die kunnen gemakkelijker doorwerken en krijgen ook nog een doorwerkbonus die nergens voor nodig is. Is dat sociaal of solidair?
Het FNV-alternatief kent geen rigoreuze scheiding tussen leeftijdscategorieën; daarin is de solidariteit tussen jong en oud optimaal.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina