Wachtlijsten; Het verhaal achter de cijfers


Analyse gebruikte instrument EuroQol-5D



Dovnload 446.42 Kb.
Pagina6/9
Datum23.07.2016
Grootte446.42 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

5.2 Analyse gebruikte instrument EuroQol-5D



Histogram 5.1 Uitkomsten EQ-5D

Uit Histogram 5.1 kan opgemaakt worden dat betreffende de eerste dimensie mobiliteit, van de 17 geïnterviewden 53% geen problemen met lopen ervaart, 41% ervaart enige problemen met lopen en 6% is bedlegerig.

Op gebied van de zelfzorg geeft 59% van de ondervraagden aan, geen problemen te hebben zichzelf te wassen of aan te kleden, 29% zegt hier wel enige problemen mee te hebben en 12% geeft aan dat men hier totaal niet toe in staat is.

Ten aanzien van de dagelijkse activiteiten zoals werk, studie, huishouden en gezins- en vrijetijdsactiviteiten uit 47% hier geen moeite mee hebben, 41% heeft wel enige problemen en 12% vertelde de dagelijkse activiteiten niet kunnen uitvoeren.

Op de vraag of men pijn of overige klachten heeft, antwoord 53% geen last hebben van pijn of andere klachten, 29% heeft wel eens matige pijn of andere klachten en 18% heeft zeer ernstige pijn en/of klachten.

Wat betreft de stemming bijvoorbeeld angstig zijn of somberheid, kent 82% geen angst en/of somberheid, is 6% wel eens angstig of somber, terwijl 12% zich vaak somber voelt of angstig is.

In Histogram 5.2 is een weergave van de EuroQol-6D (EQ-6D) te zien. Hier is de dimensie ‘cognitie’ aan toegevoegd. Alle leeftijdsgroepen zijn aan dit instrument getoetst. Om een juiste vergelijking met de respondentengroep uit onderhavig onderzoek (weergegeven in Histogram 5.1) te maken, zijn de twee staafdiagramuitkomsten van elke categorie van belang. Deze twee hebben namelijk betrekking op de leeftijdsgroepen 70-79 en ≥80.

Uit Histogram 5.2 blijkt dat ten aanzien van alle dimensies naar mate de leeftijd toeneemt het aantal klachten toeneemt. Dit is bij de dimensie angst/depressie in mindere mate het geval. Echter blijkt uit de analyse van de EQ-5D afgenomen tijdens dit onderzoek (zie Histogram 5.1) dat er juist relatief weinig ‘ernstige’ klachten zijn. Er kan voorzichtig geconcludeerd worden dat we in dit onderzoek te maken hebben met een relatief gezonde onderzoekspopulatie. Er kan ook geconcludeerd worden dat mannen een betere kwaliteit van leven rapporteren dan vrouwen. De verschillen tussen mannen en vrouwen zijn significant voor alle aspecten van de kwaliteit van leven (zie Tabel 5.1). Dit gegeven werd niet bevestigd in de onderzoekspopulatie die gebruikt werd voor dit onderzoek, daarin werden geen duidelijke manvrouw verschillen waargenomen.

Histogram 5.2 Uitkomsten EQ-6D



(Rivm, 2007)
Concluderend kan met betrekking op de bovenstaande uitkomsten gesteld worden dat we met een ‘relatief gezonde’ respondentengroep te maken hebben, waarvan slechts één respondent zodanig klachten ervaart dat een opname in een tehuis zeer zeker vereist zou zijn.

De analyse rondom de subjectieve ervaringen van kwaliteit van leven van de onderzoekspopulatie, zal verder worden beschreven in de analyse van de interviews onder het thema kwaliteit van leven in paragraaf 5.4.1.




5.3 Analyse gebruikte instrument VAS

Een VAS-schaal is een schaal van 0 tot 100 waarop de ervaren gezondheidstoestand wordt aangegeven.

Het afnemen van de VAS schaal bleek in eerste instantie enkele problemen op te leveren. Sommige ouderen hadden moeite met het op de juiste wijze interpreteren van de ‘cijfers’ van de VAS schaal. Daarom is er vervolgens gekozen om de VAS schaal aan te passen door de ouderen een cijfer te geven voor de eigen ervaren gezondheidstoestand op een schaal van 0 tot 10. Gewoonlijk vult de persoon zelf deze lijst in, maar om de voortgang van het interview te waarborgen, is dit alles mondeling doorgenomen. Hieronder staan de resultaten van de VAS-score in Histogram 5.3 weergeven van de zeventien geïnterviewden en ook van vijf aanwezige mantelzorgers. Elk individu heeft deze VAS-score voor zichzelf ingevuld.
Histogram 5.3 Cijferuitkomst VAS-schaal: kwaliteit van leven

Histogram 5.3 geeft allereerst per geïnterviewde wachtende het gegeven cijfer van kwaliteit van leven weer. Daarnaast zijn enkele mantelzorgers die bij het interview aanwezig waren, gevraagd hun eigen score voor kwaliteit van leven aan te geven. In beide gevallen betreft het cijfer de mate van ervaren kwaliteit van leven van de persoon zelf.


Van alle zeventien geïnterviewde wachtenden blijkt dat het gemiddelde cijfer voor de kwaliteit van leven uitkomt op een 8,1. Daarentegen is de beoordeling van de vijf bij de interviews aanwezige mantelzorgers het gemiddelde cijfer voor de kwaliteit van leven uitgekomen op een 4,8.

Dit gegeven is een opvallend contrast, waarin wellicht de onderschatte mate van draagkracht en draaglast van de mantelzorg naar voren komt. In hoofdstuk 7 zal hier verder op in worden gegaan.



5.4 Analyse van de interviews

Aan de hand van het transcript zijn enkele thema’s vastgesteld, die hieronder met behulp van citaten uit de interviews en eerdere bevindingen zullen worden toegelicht.




      1. Thema indicatiestelling/wachtlijsten






In het thema indicatie/wachtlijsten wordt één ding erg duidelijk, er ontstaat door miscommunicatie een grote onduidelijkheid qua verwachtingen rondom de indicatie met daaruit volgend een plek op een wachtlijst. Tevens blijken er weinig tot geen daadwerkelijk wachtenden in deze respondentengroep aanwezig te zijn. Echter alle wachtenden willen niet van de lijst af, grotendeels met een preventieve beweegreden.

Alle geïnterviewden waren zich bewust van het feit dat ze op een wachtlijst staan met de indicatie Verblijf. De consequenties hiervan zijn bij de meeste geïnterviewden echter niet duidelijk. Zij hebben moeite om dit te omschrijven en kunnen ook niet tot nauwelijks een definitie van de term wachtlijsten geven. De indicatie is op verschillende punten afgegeven en de reden waarom men nog op de wachtlijst staat loopt ook erg uiteen.


De reden waarom zij toch een indicatie hebben gekregen zijn als volgt; In twee van de gevallen een zieke partner (in beide gevallen ondertussen overleden), in vijf van de gevallen eigen ziekte/operatie (ondertussen hersteld), in vier van de gevallen waren het de kinderen die op deze indicatie aan hebben gedrongen, en in de laatste drie gevallen is het een preventief besluit geweest omdat als hen wat overkomt zij hier alleen voor staan en geen aanwijsbare mantelzorg hebben waar zij op terug kunnen vallen. Ook voor alle anderen geldt dat zij wel allen ‘preventief’ op de wachtlijst willen blijven staan.
De meest voorkomende oorzaak waarom de respondent men de indicatie Verblijf heeft gekregen is een (eerdere) slechtere gezondheidstoestand van de geïnterviewde zelf, of van een ondertussen overleden partner. Ook zijn het in veel gevallen de kinderen die hier toe aanzetten. Anderen hebben een geheel andere gedachtegang, die in de onderstaande uitspraken duidelijk wordt.

Meneer 16 (82), die al zijn hele leven op zijn eigen bedrijf woont zegt; “Nou, dat is heel simpel, stel dat mijn vrouw wat overkomt, dan kan ik niet meer voor mijzelf zorgen, en zou ik toch ergens heen moeten. Ik wil ook niet bij mijn kinderen aankloppen, die hebben ook hun eigen leven. Maar ik hoop echt niet dat het nodig moet zijn hoor, want ik denk dat ik het binnen de kortste keren op zou geven in zo’n tehuis”.

Meneer 17 (91) die net een plek in een nabij gelegen bejaardentehuis toegezegd heeft gekregen zegt; “Ik heb 56 jaar hier op deze plek gewoond en moet nu weg, natuurlijk is dat dan jammer, maar het kan niet meer en ik moet hier straks toch weg, want deze huizen gaan er hier af. Dat was ook mede een reden van de indicatie”.
De onderzoeksgegevens van Boer en IJdema (2003) worden in deze interviews nogmaals bevestigd. Een aanzienlijk deel van degenen die op een wachtlijst staan voor een verzorgingshuis, haakt af op het moment dat zij aan de beurt zijn.

Een opvallend aspect is dat de ouderen zelf echt niet willen, zij voelen zich nog veel te goed, uiteraard met enkele uitzonderingen daargelaten.


Een bijkomstig aspect is dat zij zich vooral niet willen laten uitschrijven, maar zien allen het feit dat ze al ingeschreven staan als veiligheid, een preventief gegeven dat als er wat mis mocht gaan er dan maar één telefoontje gepleegd moet worden en dan is er plek voor ze!

Mevrouw 1 (73), alleenstaand, nog fietsend en autorijdend; “Ik was er nog niet aan toe, want toen kon ik er met een maand of drie al terecht, maar die mevrouw vroeg of ik er al aan toe was, en dat vond ik zelf op dat moment niet (en nu nog steeds niet), dus dat heb ik afgewezen. Maar ik heb er wel duidelijk bij gezegd dat ze mij niet moesten schrappen. Want stel dat ik het wel nodig heb”.


De schoondochter van mevrouw 6 (87) verwoord haar angstgedachte als volgt;

Maar het is zo, ze moet op die lijst blijven staan, als ze nou toch hulpbehoevend wordt, dan moet er toch wat gebeuren”.


Dezelfde schoondochter benoemd ook het volgende;

“…in elk geval dat ze dan op de lijst staat, mocht het dan nodig zijn, dat je dan wat achter de hand hebt. Maar gelukkig is ze weer zover opgeknapt, en hebben we hier thuis de nodige zorg gekregen, en dus is een overplaatsing gewoon echt niet nodig”.

De bezorgde schoonzus van mevrouw 9 (81) geeft hier haar eigen wantrouwen aan betreffende de wachttijd; “Ik was mee toen ze zich hebben ingeschreven, maar toen zeiden ze daar al, dat kan nog wel twee jaar duren voordat er plek is, ja en toen zei ik; dan kan ik me ook maar beter in laten schrijven, mijn man is ook 74 en ik 68, als dat zo lang duurt, krijg je dat toch, dan gaan mensen zich preventief inschrijven, en dat is fout, maar wat wil je dan?”.



1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina