Wanneer werd Jezus echt geboren



Dovnload 34.88 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte34.88 Kb.

Hoofdstuk 2… Wanneer werd Jezus echt geboren.

Wanneer werd Jezus echt geboren.
Heel lang is er gespeculeerd over de werkelijke geboortedag van Jezus. Dat was niet alleen in de eerste 600 jaar zo, maar dat is altijd zo gebleven. De laatste jaren zijn er een aantal heel goede onderzoeken geweest naar de geboortedag van Jezus en is inmiddels wel duidelijker hoe het werkelijk in elkaar zit.
Een ding zijn de onderzoekers wel met elkaar eens en dat is; dat de datum van Jezus geboorte in ieder geval niet op 25 december is. Eigenlijk wist men dat al heel vroeg, maar toen speelden er andere belangen mee waar we in het volgende hoofdstuk op terug komen.
Het mag duidelijk zijn dat ook in Israël de winter koud en nat is. Geen enkele herder zou het in dat land in zijn hoofd halen, om midden in de winter, 's nachts met de schapen in het veld te verblijven.
Hoe het wel in elkaar zit, bleek eigenlijk heel goed uit de bijbel zelf te halen:
We beginnen met de tekst in Lukas 1:5:
'Er was in de dagen van Herodes, de koning van Judea, een priester, genaamd Zacharias, behorende tot de afdeling van Abia, en zijn vrouw was uit de dochters van Aäron en haar naam was Elisabet.'

Hieruit leren we dat Zacharias deel uit maakte van de Levieten groep van Abia.


In 1 Kronieken 24, lezen we wanneer Abia aan de beurt was in het bijbelse jaar.
'De afdelingen der zonen van Aäron. De zonen van Aäron waren Nadab, Abihu, Eleazar en Ita­mar. [2] Nadab en Abihu stierven nog voor hun vader, zonder zonen te heb­ben, zodat Eleazar en Itamar het priesterambt bekleedden.

[3] David, Sadok - uit de zonen van Eleazar - en Achimelek - uit de zonen van Itamar - verdeelden hen voor hun ambtswerk in dienstgroepen. [4] Toen bleek het dat de zonen van Eleazar meer groepshoofden hadden dan de zonen van Itamar; daarom deelde men hen aldus in: zestien hoofden voor de families van de zonen van Eleazar, en acht voor de families van de zonen van Itamar. [5] Men deelde hen in bij loting, de ene groep zowel als de andere, omdat er oversten van het heiligdom - oversten Gods - zowel onder de zonen van Eleazar als onder de zonen van Itamar waren.

[6] En Sernaja de zoon van Netanel, de schrijver, die tot de Levieten behoorde, schreef hen in ten overstaan van de koning, de oversten, de priester Sa­dok, Achimelek - de zoon van Abja­tar - en van de familiehoofden der priesters en der Levieten; telkens werd één familie van Eleazar genomen, en dan ook één van Itamar.

[7] Het eerste lot nu viel op Jojarib, het tweede op Jedaja, [8] het derde op Cha­rirm, het vierde op Seorim, [9] het vijfde op Malkia, het zesde op Miamin, [10] het zevende op Hakkos, het achtste op Abia [11] het negende op Jesua, het tiende op Sekanja, [12] het elfde op El­jasib, het twaalfde op Jakim, [13] het dertiende op Chuppa, het veertiende op Jesebab, [14] het vijftiende op Bilga, het zestiende op Immer, [15] het zeven­tiende op Chezir, het achttiende op Happisses [16] het negentiende op Pe­tachja, het twintigste op Jechezkel, [17] het eenentwintigste op Jakin, het tweeëntwintigste op Gamul, [18] het drieëntwintigste op Delaja, het vierentwintigste op Maäzja. [19] Dit zijn hun dienstgroepen voor hun ambts­werk, opdat zij het huis des Heren zouden binnengaan volgens de veror­deningen, hun gegeven door hun va­der Aäron, naar hetgeen de Here, de God van Israël, hem geboden had.'


Er waren dus 24 dienstgroepen en Abia behoorde tot de 8e groep.
De Geest van God had aan David ook laten zien hoe de priesters verdeeld moesten worden en wat ze moesten doen. We lezen dat in 1 Kronieken 28:11-13:
‘Toen gaf David aan zijn zoon Salo­mo het ontwerp van de voorhal met de daarbij behorende gebouwen, schatkamers bovenvertrekken en binnenzalen en van het vertrek voor het verzoendeksel [12] ook het ontwerp van alles wat hij in zijn geest had bedacht: voor de voorhoven van het huis des HEREN voor alle vertrekken in het rond, voor de schatkamers van het huis Gods en voor die van de ge­heiligde voorwerpen, [13] voor de afde­lingen der priesters en der Levieten, voor alle dienstwerk in het huis des HEREN en voor alle gerei voor de dienst in het huis des HEREN.’
In 1 Kronieken 9 vers 23-26 lezen we dat hun diensten 7 dagen duurde:
‘Naar de vier windstreken waren de poortwachters opgesteld: naar het oosten, het westen, het noorden en het zuiden. [25] En hun broeders, in hun dorpen, moesten op bepaalde tijden voor zeven dagen met hen dienst doen, [26] want in dit ambt waren zij de vier voornaamste poortwachters; zij waren Levieten. Zij hadden ook het opzicht over de vertrekken en de schatkamers van het huis Gods'
In 2 Kronieken 8 lezen we dat die diensten op Sabbat (zaterdag) begonnen en eindigen:
‘De Levieten nu en geheel Judea deden alles wat de priester Jojada geboden had; ieder van hen nam zijn mannen die op de sabbat dienst moesten doen, tezamen met hen die op de sabbat vrijaf zouden krijgen, ….’
Nu weten we dus dat Zacharias in de achtste groep zat in een cyclus van 24 groepen levieten.

Ook weten we dat iedere groep dienst deed van sabbat tot sabbat.

Om een jaar vol te maken moeten alle groepen minstens 2 keer dienst doen.
Omdat een lunar* jaar 51 weken heeft in plaats van een solar** jaar 52 weken, moeten we dan nog 3 weken hebben om het Joodse (lunar) jaar vol te maken.

*(Lunar maanden= de maanden berekend volgens de loopbaan van de maan. Een lunarmaand heeft 29 of 30 dagen.)

**(Solar maand= de maanden berekend volgens de omlooptijd van de zon. Een solarmaand duurt 30 of 31 dagen)
In Deutronomium 16:16 staat:
Driemaal per jaar zal ieder die onder u van het mannelijk geslacht is, voor het aangezicht van de Here, uw God verschijnen op de plaats die Hij verkiezen zal: op het feest der ongezuurde broden, op het feest der weken en op het loofhutten feest….’
Drie weken in het jaar doen dus alle Levieten dienst. Zo is een jaar compleet en kunnen we uitrekenen wanneer Zacharias dienst deed.

In Lucas 1: 8 staat:


‘En het geschiedde, toen hij priesterdienst voor God verrichtte in de beurt zijner afdeling,’
Het ging hier dus niet om een van de feestdagen want zijn afdeling was aan de beurt. Tijdens een van de feestdagen is niemand aan de beurt, maar doet iedereen dienst.

In Leviticus 23 vers 5 lezen we:


‘In de eerste maand, op de veertiende der maand, in de avondschemering, is het pascha voor de Here’
De eerste maand is de Joodse maand ‘Nisan*’. Dus was een van de drie feesten, waar alle mannen dienst deden, de week van 14 Nisan (pascha = feest der ongezuurde broden).

Dit betekendt dat de cyclus van de 24 dienstweken een week opschoof.

Zacharias deed dus dienst in de 9e week van het Joodse jaar.
Dat is de 2e week van de Joodse maand Sivan*.
*De joodse kalender

1

Nisan

Maart/April

2

Iyyar

April/mei

3

Sivan

Mei/Juni

4

Tammuz

Juni/Juli

5

Ab

Juli/Augustus

6

Ellul

Augustus/September

7

Tishri

September/October

8

Heshvan

October/November

9

Kislev

November/December

10

Tebeth

December/Januari

11

Shebat

Januari/Februari

12

Adar

Februari /Maart

In Lucas 1 vers 24 staat: 'Na die dagen werd Elizabet, zijn vrouw zwanger……'


Omdat in de tekst 'Na die dagen' het Griekse woord meta {met-ah'} is gebruikt, mogen we aan nemen dat het snel na de tempeldienst gebeurd is. Het woord meta wordt in het Grieks gebruikt voor begrippen als: achter, daarna (volgorde) of nadat. Het gaat dan om een opeenvolgende gebeurtenis, zonder dat daar veel tijd tussen zit.
Dat betekent dus dat de conceptie van Johannes ongeveer in de 3e week van de Joodse maand Sivan was.
Daarna verborg Elizabet zich 5 maanden en daarna, in de 6e maand stuurde God een engel naar Maria.
In Lucas 1 vers 26-27 staat:
‘In de zesde maand nu werd de engel Gabriël van God gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Nazareth, [27] tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, genaamd Jozef, uit het huis van David, en de naam van de maagd was Maria.’

En in Lucas 1 vers 36 staat dat dezelfde engel Gabriël vertelt dat Elisabet zwanger is:


‘En zie, Elisabet, uw verwante, is eveneens zwanger van een zoon in haar ouderdom en dit is reeds de zesde maand voor haar…’
De engel kondigde de conceptie van Jezus dus aan in de 6e maand van de zwangerschap van Elizabet. Dat betekent dat die aankondiging in de laatste week van de Joodse maand Heshvan of het begin van de Joodse maand Khislev was. Het was in de 6e maand. Niet perse aan het einde of het begin.
Verder lezen we nog een belangrijk gedeelte dat een aanwijzing geeft in Lucas 1 vers 39-42:

'Maria dan maakte zich op in die dagen en reisde met spoed naar het bergland, naar een stad van Judea [40] En zij ging het huis van Zacharias binnen en groette Elisabet. [41] En toen Elisabet de groet van Maria hoorde, geschiedde het, dat het kind opsprong in haar schoot, en Elisabet werd vervuld met de heilige Geest. [42] En zij riep uit met luider stem en sprak: Gezegend zijt gij onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot.'


Als we dit zien staan weten we dat Maria, eenmaal aangekomen bij Elisabet, zwanger was. In vers 39 lezen we dat ze, na de verschijning van de engel 'met spoed' naar Elisabet ging.

Ook nu zien we dat er niet zo veel tijd overheen ging tussen het moment van de aankondiging tot het moment van de conceptie.


Als we de Joodse maanden omrekenen (ook het verschil tussen solar en lunar maanden) Moet de conceptie van Jezus in onze maand November zijn geweest.

Tellen we 9 maanden (zwangerschap van Maria) verder moet Jezus ergens in de maand augustus of begin september geboren zijn.

Hier zien we ook direct dat het nu normaal zou zijn dat de herders s'nachts in het veld waren met hun schapen, ook in Israël is het omstreeks deze tijd zomer!
Uit deze globale rekensom, die in de Bijbel terug te vinden is, kunnen we aflezen dat het onmogelijk is dat Jezus op 25 december zou zijn geboren.
Er is nog een rekenmethode die we toch nog even heel kort willen aanhalen. Daarvoor maken we voor het gemak even gebruik van een paar gegevens die algemeen aanvaard zijn. Anders zouden we opnieuw in een hele bijbelstudie moeten uitwijden.

Gegeven 1: Jezus stierf op het Joodse Pesach (=Pasen) feest.

Gegeven 2: Jezus leefde ongeveer 33 1/2 jaar op aarde.
Het Pesachfeest wordt gevierd op de 14e in de Joodse maand Nisan. Rekenen we een half jaar eerder (als het om maanden in een jaar gaat is dat hetzelfde als 33 1/2 jaar) komen we uit op de Joodse maand Tishri. Dat is omgerekend ook de maand september.
Er zijn veel meer argumenten aan te voeren b.v.: een mobilisatie van een land als Israël om zich te laten inschrijven in hun geboorte dorp, zou nooit midden in de Joodse regentijd en winter worden ondernomen. De Romeinen wisten heel goed dat veel van de primitieve wegen in Palestina (Israël) onbegaanbaar zouden worden.
De maand december is volgens de Joodse telling de 9e maand de maand Kislev en een stukje van de maand Tebeth. In het oude testament lezen we hoe het werkelijk was in het Joodse land rond de 9e maand. We lezen Ezra 10 vers 9:
'En alle mannen van Juda en Benjamin verzamelden zich binnen drie dagen te Jeruzalem, en wel in de negende maand, op de twintigste der maand. Het gehele volk zat neer op het plein van het huis Gods, rillend zowel om de zaak als door de regenbuien.'
Dat was de situatie overdag. De nachten in het middenoosten zijn over het algemeen veel kouder.
Koude was ook vroeger heel normaal in Israël. We lezen als voorbeeld ook Jeremia 18 vers 14:

'Wijkt ooit van de rotsen der berghellingen de Libanon-sneeuw, of drogen ooit de koude, regenstromende wateren van de plasregen?'


Nu rijst de vraag natuurlijk waarom er dan toch voor 25 december is gekozen.

In het volgende hoofdstuk zal dat duidelijk worden.




h ttp://www.gerardlenting.nl






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina