Wat gaat er mis bij de (her)keuring van mensen met me/cvs? Inhoud



Dovnload 312.43 Kb.
Pagina3/9
Datum20.08.2016
Grootte312.43 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

Rust in een juiste balans met activiteit is bij ME/CVS noodzakelijk


Het misverstand dat rust bij ME/CVS niet nodig of zelfs schadelijk zou zijn is waarschijnlijk mede in de hand gewerkt door ongelukkige berichtgeving over het advies van de Gezondheidsraad over ME/CVS. Het persbericht van de Gezondheidsraad dat bij het verschijnen van het advies over ME/CVS is uitgegaan suggereerde dat het devies 'rust roest' de rode draad van het advies is.* Dit roept twee misverstanden op: ten eerste dat ME/CVS patiënten onnodig veel zouden rusten, ten tweede dat de gezondheidsproblemen van ME/CVS-patiënten door rust erger zouden worden en door activiteit zouden verbeteren.

Wat betreft de eerste misvatting: er zijn geen onderzoeken bekend waaruit blijkt dat mensen met ME/CVS onnodig veel zouden rusten. Eerder lijkt het tegendeel het geval: ruim driekwart van de patiënten die in het kader van een onderzoek met CGT werden behandeld moesten als eerste stap leren hun activiteiten terug te brengen omdat ze te vaak over hun grenzen heengingen.** Een andere, regelmatig terugkerende suggestie is dat ME/CVS-patiënten angst zouden hebben om te bewegen. Ook dit is onderzocht en hiervoor kon geen bewijs gevonden worden.*** Weer een andere suggestie is dat patiënten als gevolg van passiviteit gedeconditioneerd zouden zijn. Dit blijkt niet het geval: de conditie van ME/CVS-patiënten blijkt niet slechter dan die van gezonde proefpersonen met een rustige levensstijl.**** De laatste twee studies komen helaas in het rapport van de Gezondheidsraad niet voor, en de Gezondheidsraad komt ook niet met gegevens die de bewering dat mensen met ME/CVS onnodig veel zouden rusten kunnen onderbouwen. In paragraaf 2.1 staat dat ‘er ook patiënten zijn die al hun taken aan anderen overdragen en een groot deel van de dag in bed doorbrengen in de hoop dat rust zal helpen.’ Hiermee wordt gesuggereerd dat patiënten die geheel of gedeeltelijk bedlegerig zijn daarvoor vrijwillig gekozen hebben omdat ze verwachten dat ze daar beter van zullen worden. De patiënten zelf zien dit helemaal niet als vrije keuze. Zij zijn domweg niet in staat om (de hele dag) op te zijn.


De tweede misvatting is dat rust de klachten zou kunnen verergeren. Ook hiervoor valt in het rapport van de Gezondheidsraad geen onderbouwing te vinden. Waar in het rapport rust ter sprake komt (hoofdstuk 6) gaat het niet over ME/CVS maar over moeheidsklachten in de zogenaamde subacute fase, dat wil zeggen tot zes maanden na het begin van de klachten. Met betrekking tot deze fase wordt gesteld ‘dat in afwachting van het specialistisch onderzoek de patiënt nog eens gewezen wordt op het nut van lichamelijke bezigheden om in de running te blijven’. In deze fase is per definitie nog geen sprake van ME/CVS omdat deze diagnose pas gesteld mag worden als de klachten langer dan 6 maanden aanhouden.

Met betrekking tot ME/CVS-patiënten komt het devies ‘rust roest’ alleen expliciet ter sprake in paragraaf 6.4.2 over werkhervatting. Citaat: ‘Niet rust, maar herstel van het functioneren is de kern van het genezingsproces. 'Rust roest' moet, net als bij huisartsen, het adagium van bedrijfsartsen zijn. Rust zonder meer kan een eventuele neiging van de patiënt versterken om problematische situaties te vermijden en zo het ziekteverzuim verlengen en


een proces van maatschappelijke marginalisatie in gang zetten.’
Het lijkt erop dat deze stelling meer is ingegeven door het overheidsstreven om zo weinig mogelijk arbeidsongeschiktheidsuitkeringen te verstrekken dan door empirisch onderzoek naar de invloed van rust en activiteit bij ME/CVS. Als in het citaat ME/CVS vervangen zou worden door MS of kanker zou dit op veel weerstand stuiten…

De eenzijdige nadruk op reactivering van mensen met ME/CVS zal in de praktijk een averechts effect hebben. Een belangrijk kenmerk van ME/CVS is namelijk juist dat inspanning kan leiden tot een abnormaal verlies van lichamelijk en geestelijk uithoudingsvermogen, snel afnemende spiersterkte en cognitieve vaardigheden en malaise, vermoeidheid of pijn. Verder kan inspanning leiden tot verergering van de andere symptomen. Het duurt gewoonlijk 24 uur of langer voordat deze gevolgen van inspanning zijn verdwenen.***** Uit de praktijk is bekend dat systematische overbelasting bij ME/CVS-patiënten tot zeer grote en langdurige achteruitgang kan leiden.

Dit betekent niet dat ME/CVS-patiënten iedere activiteit moeten mijden, maar wel dat zij moeten proberen een optimale balans tussen activiteit en rust te vinden. Deze balans pakt voor iedere patiënt verschillend uit en de mate van activiteit en van rust is dus ook per persoon verschillend.
*Gezondheidsraad, Rust geen remedie voor chronische vermoeidheid. Persbericht, 25 januari 2005 (www.gr.nl)

** Judith Prins, Gijs Bleijenberg, Ellen Bazelmans, Lammy Elving, Thea de


Boo, Hans Severens, Gert Jan van der Wilt, Philip Spinhoven, Jos van der
Meer; Cognitieve gedragstherapie voor het chronisch vermoeidheidssyndroom:
een 'multicenter randomized controlled trial': Gedragstherapie jrg. 35 (2),
juni 2002
*** Nijs, Jo, Vanherberghen, Katrien, Duquet, William, De Meirleir,
Kenny; Chronic Fatigue Syndrome: Lack of Association Between Pain-Related
Fear of Movement and Exercise Capacity and Disability; Physical Therapy,
Aug 2004
Zie ook: http://aivpc41.vub.ac.be/standpunten/uploads/CVS.pdf
**** E. Bazelmans et al; Is physical deconditioning a perpetuating factor in
chronic fatigue syndrome? A controlled study on maximal exercise performance
and relations with fatigue, impairment and physical activity. Psychological
Medicine (2001) 31:107-114.

***** ME/CFS Consensus Document: Bruce M Carruthers MD, CM, FRCP(C); Anil Kumar Jain, B Sc, MD; Kenny L De Meirleir, MD, Ph D; Daniel L Peterson, MD; Nancy G Klimas, MD; A Martin Lerner, MD, PC, MACP; Alison C Bested, MD, FRCP (C); Pierre Flor-Henry, MB, Ch B, MD, Acad DPM, FRC (Psych), CSPQ (Psych); Pradip Joshi, BM, MD, FRCP(C); Ac Peter Powles, MRACP, FRACP, FRCP(C), ABSM; Jeffrey A Sherkey, MD, CCFP(C); Marjorie van de Sande, B Ed, Grad Dip Ed. Myalgic Encephalomyelitis/Chronic Fatigue Syndrome: Clinical Working Case Definition, Diagnostic and Treatment Protocols. Journal of Chronic Fatigue Syndrome 11(1) 2003.




    1. Verkeerde ideeën over de criteria voor het toepassen van een urenbeperking

Verzekeringsartsen stellen tegenwoordig steeds vaker dat een urenbeperking niet nodig is omdat er altijd wel genoeg uren om te werken overblijven. Dit is gebaseerd op een artikel in het Tijdschrift voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde (2004 nr. 11) van zeven bezwaarverzekeringsartsen van het UWV. In dit artikel wordt de volgende redenering gevolgd: gezonde mensen hebben 12 uur per dag nodig voor slapen, eten en zelfverzorging. De rest van de tijd, 12 uur per dag, 84 uur per week, kunnen zij dus besteden aan werk en/of aan andere zaken. Bij mensen met een beperkte duurbelastbaarheid als gevolg van ziekte moet daarop wel de urenbeperking in mindering worden gebracht, maar er blijft vrijwel altijd 8 uur per dag en/of 40 uur per week over waarin zij kunnen werken. Al het andere dat zij tijdens die uren zouden willen of moeten doen: aandacht besteden aan hun gezin, werkzaamheden in en om huis, sociale contacten, ontspanning enzovoort, is een kwestie van eigen keuze, waar een verzekeringsarts geen rekening mee mag houden. Er hoeft alleen rekening gehouden te worden met om medische redenen vereiste rustpauzes na een bepaald aantal uren werken, of met bepaalde tijdstippen of periodes dat iemand om medische redenen niet beschikbaar is.

Dit artikel heeft tot vele kritische reacties geleid, waarna het UWV zich ervan heeft gedistantieerd. Een verzekeringsarts mag bij zijn beoordeling dus niet van een dergelijke visie uitgaan. Toch gebeurt het in de praktijk en wordt het artikel door sommige verzekeringsartsen zelfs instemmend geciteerd in rapportages.

Een andere misvatting met betrekking tot urenbeperking is dat deze alleen gegeven mag worden wanneer er lichamelijke afwijkingen zij aangetoond op grond waarvan een energetische beperking plausibel is. Dit is in strijd met de RMAO.

Verder komt het voor dat verzekeringsartsen aangeven dat ze er zelf van overtuigd zijn dat een urenbeperking noodzakelijk is, maar dat zij dat van hun baas, of volgens de regels niet mogen toepassen. Óf zij interpreteren dan de regels verkeerd óf er is sprake van verkeerde aansturing door stafverzekeringsartsen.


    1. De dubbele keuring en lijst met ‘zachte diagnoses’ gaan ten koste van de objectiviteit

Een keuring door een tweede arts of arbeidsdeskundige zou in principe kunnen bijdragen aan de zorgvuldigheid van de (her)keuring. Maar dan moet dat wel gebeuren binnen een context waarin iemand arbeidsongeschikt verklaren evenzeer geaccepteerd wordt als iemand arbeidsgeschikt verklaren, zonder onderscheid naar ziektebeeld. De huidige context is een heel andere. De dubbele keuring is er gekomen op initiatief van de politiek. Het belangrijkste doel is het afschaffen of verlagen van de uitkering van mensen met een WAO-, WAJONG- of WAZ-uitkering. De politieke druk om dit doel te bereiken is onontkoombaar van invloed op de uitvoerende verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. Bij twijfel zal iemand daardoor eerder arbeidsgeschikt dan arbeidsongeschikt geacht worden. Een verzekerings-arts of arbeidsdeskundige die iemand arbeidsongeschikt verklaart, heeft tegenwoordig heel wat meer uit te leggen aan zijn collega’s en superieuren dan degene die iemand arbeidsge-schikt verklaart. De procedure van de dubbele keuring werkt maar één kant op. Hij kan wel leiden tot in tweede instantie toch arbeidsgeschikt verklaren, maar niet tot in tweede instantie toch arbeidsongeschikt verklaren.* Niet voor niets wordt door het UWV in positieve zin gesproken over een besparing van € 45 miljoen in 2005 door de dubbele herkeuring.


Het UWV heeft, in overleg met het ministerie van SZW, een uitgebreide lijst vastgesteld van ziekten waarbij een dubbele herkeuring moet plaatsvinden, tenminste als er in eerste instantie volledige arbeidsongeschiktheid of een urenbeperking uit komt. Deze ziektes, waar ME/CVS bij is ingedeeld samen met ongeveer 80 andere ziektes, worden ‘zachte diagnoses’ genoemd. Het begrip ‘zachte diagnose’ is echter volgens een gezaghebbend medisch leerboek uit den boze omdat het maar al te snel tot onderschatting of andere verkeerde conclusies leidt.** Een onprofessionele aanduiding dus, met vergaande negatieve gevolgen voor betrokkenen. Mensen met een ziekte die op de lijst van ‘zachte diagnoses’ staat zijn daardoor bij voorbaat gestigmatiseerd als ‘verdachte gevallen’. Als een verzekeringsarts of arbeidsdeskundige iemand met zo’n ziekte ziet, zal er automatisch een alarmbelletje rinkelen. Dit terwijl het bij andere ziekten vaak even lastig is om goed vast te stellen wat de gevolgen ervan zijn voor iemands mogelijkheden om te werken. Een dubbele herkeuring is daarom discriminerend. Het kenmerk van de ziekten waarbij een dubbele herkeuring plaatsvindt is niet dat ze tot minder arbeidsongeschiktheid leiden, maar dat verzekeringsartsen – al dan niet terecht – de beoordeling van de ernst ervan lastiger vinden. Dat betekent in de praktijk echter zeker niet dat er in deze gevallen meestal te soepel wordt gekeurd. Integendeel, vaak worden de gevolgen van dergelijke ziekten juist onderschat of genegeerd. Dat zou opgelost moeten worden door de ontwikkeling van betere beoordelingsmethoden en goede scholing van verzekeringsartsen, in plaats van door het hanteren van een lijst met ziekten. Het discriminerend karakter van de dubbele keuring zou vervallen als deze bij iedereen zou worden toegepast. Maar ook dan zal een dubbele keuring extra streng uitvallen.In de praktijk betekent de introductie van de dubbele keuring een strengere keuring. Wanneer een dubbele keuring plaatsvindt wordt het eerste oordeel immers in een aantal gevallen bijgesteld, met als uitkomst een lager arbeidsongeschiktheidspercentage. Uit de meldingen van ME-patiënten over hun herkeuring hebben wij het beeld gekregen dat meerdere verzekeringsartsen willen voorkomen dat hun oordeel door superieuren en collega’s ter discussie wordt gesteld. Zij blijken geneigd te zijn om – ook bij twijfel – géén volledige arbeidsongeschiktheid of urenbeperking vast te stellen, om zo een dubbele keuring te voorkomen. Soms verschuilen zij zich achter het systeem van de dubbele keuring door te zeggen dat hen van hogerhand is opgelegd dat zij geen urenbeperking mogen geven of dat zij iemand met ME/CVS niet volledig arbeidsongeschikt mogen verklaren, terwijl zij zelf wel vinden dat dat van toepassing zou zijn. Kortom het systeem van de dubbel keuring werkt als drukmiddel om geen urenbeperking te geven of geen volledige arbeidsongeschiktheid vast te stellen. Daardoor leidt het niet tot meer zorgvuldigheid maar gaat het juist ten koste van de objectiviteit van de beoordeling.


1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina