Wat gaat er mis bij de (her)keuring van mensen met me/cvs? Inhoud



Dovnload 312.43 Kb.
Pagina4/9
Datum20.08.2016
Grootte312.43 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

* Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid, handleiding voor de (her)keuring, bijlage 7. ISBN 90 901 88614

** Dr. H.G.L. M. Grundmeijer (red.), Het geneeskundig proces. ISBN 90 352 2687


Bijlage 1

DE UITKOMST VAN DE HERKEURINGEN VAN MENSEN MET ME/CVS

Stand van zaken januari 2006

Inleiding

De Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid heeft in oktober 2004 een Informatie- en Meldpunt Herkeuringen ingesteld. Aan ME-patiënten is gevraagd om hier hun ervaring met de eenmalige herkeuring te melden. Er is niet alleen om melding van negatieve ervaringen gevraagd maar uitdrukkelijk ook om positieve ervaringen. Omdat men er ook terecht kon voor informatie en advies vond het eerste contact vaak al plaats voordat de uitslag van de keuring bekend was of zelfs voordat de keuring had plaatsgevonden.

Ook in 2006 zal het informatie- en meldpunt blijven functioneren. De meldingen die zijn binnengekomen van oktober 2004 tot en met november 2005 zijn inmiddels verwerkt. In deze periode hebben in totaal 125 mensen hun ervaring met een herkeuring gemeld, telefonisch of via een vragenlijst op de website van de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid. Bij 23 van hen bleek het niet te gaan om de eenmalige herkeuring volgens het Aangepaste Schattingsbesluit (ASB), maar om een herkeuring volgens oudere regels. Daarvan waren, op de peildatum die geldt voor de ASB-herkeuring, 13 mensen ouder dan 50 jaar. De gegevens van deze 23 zijn buiten de verwerking gehouden. Van de overgebleven melders hadden 17 mensen een andere diagnose dan ME/CVS, bij 1 was de diagnose onbekend en 3 gaven onvoldoende informatie. Ook deze gegevens zijn niet verwerkt.

Onderstaande gegevens zijn gebaseerd op de resterende 81 mensen met ME/CVS die hun ervaring met de eenmalige ASB-herkeuring hebben gemeld. In enkele gevallen hebben wij telefonisch of schriftelijk navraag gedaan, met name naar de argumentatie van de verzekeringsarts.


Van deze melders hadden 71 een WAO- en 10 een WAJONG-uitkering. Er zijn geen meldingen binnengekomen van mensen met een WAZ-uitkering. De groep bestond voor 74 % uit vrouwen (60) en voor 26 % uit mannen (21). Ten tijde van de herkeuring hadden 9 mensen (11,1%) betaald werk.* **

* De meldingen hebben betrekking op de volgende UWV-kantoren (met tussen haakjes de voormalige uitvoeringinstellingen, voor zover bekend):



Alkmaar (GAK en SFB), Amsterdam (GUO), Apeldoorn (Cadans en GAK), Arnhem (Cadans en GAK), Breda (Cadans, GAK en USZO), Den Haag (USZO en onbekend), Diemen (USZO), Dordrecht (GAK en SFB), Eindhoven (USZO en onbekend), Enschede (Cadans en USZO), Goes (Cadans en GAK), Groningen (Cadans, GAK en USZO), Haarlem (GAK), Heerlen (Cadans, GAK en USZO), Hengelo (SFB), ’s Hertogenbosch, Hilversum (GAK), Leeuwarden (Cadans en GAK), Maastricht (Cadans en GAK), Nijmegen (Cadans), Rotterdam, Rijswijk (Cadans), Tilburg (GAK), Utrecht (Cadans, GAK en USZO), Vlaardingen, Winschoten (GAK), Zwolle (GAK).
** In verband met afrondingen komt het totaal niet altijd exact op 100% uit.

Mate van arbeidsongeschiktheid



Tabel 1: Resultaat van de herkeuring voor de mate van arbeidsongeschiktheid:





WAO

WAJONG

WAO + WAJONG




aantal

%

aantal

%

aantal

%

eerst VAO nu VG

29

40,8

5

50

34

41,9

eerst VAO nu GAO

15

21,1

2

20

17

21

eerst VAO nu VAO

11

15,5

2

20

13

16

eerst GAO nu VG

9

12,7

1

10

10

12,3

eerst GAO nu GAO-minder

5

7,0

-

-

5

6,2

eerst GAO nu GAO-gelijk

2

2,8

-

-

2

2,5

eerst GAO nu GAO-meer

-

-

-

-

-

-

eerst GAO nu VAO

-

-

-

-

-

-

totaal achteruitgegaan

58

81,7

8

80

66

81,5

totaal gelijk gebleven

13

18,3

2

20

15

18,5

totaal vooruitgegaan

-

-

-

-

-

-


Toelichting:

VAO: Volledig arbeidsongeschikt

VG: Volledig arbeidsgeschikt

GAO: Gedeeltelijk arbeidsongeschikt

GAO-minder: Gedeeltelijk arbeidsongeschikt, maar minder dan voor de herkeuring

GAO-gelijk: Gedeeltelijk arbeidsongeschikt, gelijk gebleven

GAO-meer: Gedeeltelijk arbeidsongeschikt, maar meer dan voor de herkeuring
Uit tabel 1 blijkt dat 66 van de melders (81,5%) geheel of gedeeltelijk de uitkering verliezen (daarvan 54,2 % volledig en 27,2 % gedeeltelijk). De meeste mensen geven daarbij aan dat hun gezondheid niet beter is geworden en dat zij (veel) arbeidsgeschikter zijn verklaard dan zij in werkelijkheid zijn. Slechts 18,5 % houdt dezelfde uitkering als voor de herkeuring. Niemand gaat erop vooruit. Onder de WIA zou het resultaat nog slechter uitvallen: 50 mensen zijn na de herkeuring voor minder dan 35% arbeidsongeschikt verklaard. Dit is 61,7%, die onder de WIA helemaal geen arbeidsongeschiktheidsuitkering meer zou krijgen.

Opvallend is verder dat veel van de mensen die hun uitkering geheel kwijtraken eerst een volledige uitkering hadden, namelijk 42 %. Voor hen geldt een verlaging van maar liefst 7 arbeidsongeschiktheidsklassen: van de klasse van 80-100% naar de klasse van minder dan 15% arbeidsongeschiktheid (voor de WAJONG: 6 klassen, van 80-100% naar minder dan 25% arbeidsongeschiktheid).


Rekening houden met beperkingen en dubbele keuring

Van de totale groep van 81 mensen met ME/CVS vond 87,7% dat er bij de herkeuring niet voldoende rekening was gehouden met hun beperkingen (71 mensen). Slechts 10 mensen gaven aan dat er wel genoeg rekening was gehouden met hun beperkingen (12,3%).

17 mensen (21%) zijn beoordeeld door een tweede verzekeringsarts. Van hen zijn 2 (11,7%) van mening dat bij de beoordeling voldoende rekening is gehouden met hun beperkingen.

Van degenen (64 mensen) die niet zijn beoordeeld door een tweede verzekeringsarts vinden 8 (12,5 %) dat voldoende rekening is gehouden met hun beperkingen.

Slechts 12% van de herbeoordeelden is dus van mening dat voldoende rekening is gehouden met hun beperkingen. Of de keuring door één verzekeringsarts heeft plaatsgevonden of dat er een tweede verzekeringsarts is ingeschakeld maakt hierbij geen duidelijk verschil.

Urenbeperking

De vraag ‘hoeveel uur kunt u volgens de verzekeringsarts werken?’ is door 71 mensen beantwoord (87.6 %). 9 mensen hebben de vraag niet beantwoord (11.1 %) en bij 1 persoon is de mening van de arts onbekend (1,2 %). Het antwoord op deze vraag is vergeleken met het aantal uren dat de herbeoordeelden zelf aangaven te kunnen werken.



Uit tabel 2 blijkt dat de verzekeringsarts in 65,7% van de gevallen van mening is dat de herbeoordeelde arbeidsongeschikten wel 36 tot 40 uur kan werken. Van de herbeoordeelden zelf denkt niemand dit. Zij komen met een beduidend lager aantal uren. Niemand zegt fulltime te kunnen werken. Meer dan 88 % van hen schat in minder dan 20 uur per week te kunnen werken: ruim 40% niet meer dan 9 uur per week en bijna de helft tussen de 10 en 19 uur.

Tabel 2: arbeidsduur per week, alle melders


arbeidsduur die verzekeringsarts mogelijk acht


arbeidsduur die melder zelf haalbaar acht

uren per week

aantal

%

uren per week

aantal

%

0-9

3

4,3%

0-9

21

40,4%

10-19

1

1,4%

10-19

25

48,1%

20-35

20

28,6%

20-35

6

11,5%

36-40 (voltijd)

46

65,7%

36-40 (voltijd)

0

0%

Totaal

70

100%

Totaal

52

100%

niet ingevuld

10




niet ingevuld

28




Anders ingevuld

1*




Onbekend

1




* ingevuld: ‘minder dan 40 uur’
Van 29 mensen (35,8 %) is bekend dat zij voorafgaand aan de herkeuring een urenbeperking hadden. Van degenen die voor de herkeuring gedeeltelijk arbeidsongeschikt waren (17) gaven 13 aan een urenbeperking te hebben (76,5%). Van de overige 4 is niet bekend of ze wel of geen urenbeperking hadden. Van degenen die voor de herkeuring volledig arbeidsongeschikt waren (64) zeiden 16 een urenbeperking te hebben (25%). Dit betekent overigens niet dat de overige volledig arbeidsongeschikten geen urenbeperking hebben en dat zij volledig zouden kunnen werken. Wanneer zij bijvoorbeeld op medische gronden volledig arbeidsongeschikt zijn verklaard omdat zijn geen duurzaam benutbare mogelijkheden hebben heeft de verzekeringsarts niet apart beoordeeld of een urenbeperking van toepassing is. Zij kunnen dan immers helemaal niet werken. Ook kan het zijn dat iemand die volledig arbeidsongeschikt is verklaard een urenbeperking heeft, maar daarvan zelf niets af weet. Uit de gegevens van tabel 3 blijkt dat niemand van de groep die vooraf een urenbeperking had aangeeft fulltime te kunnen werken. Het overgrote deel, 81% (19 mensen), geeft aan minder dan 20 uur per week te kunnen werken. Toch zijn 19 arbeidsgeschikt verklaard voor een 40-urige werkweek en 1 voor een 36-urige werkweek, samen 74%.
Tabel 3: Arbeidsduur per week, degenen die voor de herkeuring een urenbeperking hadden

arbeidsduur die verzekeringsarts mogelijk acht

arbeidsduur die melder zelf haalbaar acht

uren per week

aantal

%

uren per week

aantal

%

0-9

1

3,7%

0-9

5

20,8%

10-19

1

3,7%

10-19

14

58,3%

20-35

5

18,5%

20-35

5

20,8%

36-40 (voltijd)

20*

74,0%

36-40 (voltijd)

0

0%

Totaal

27

100%

Totaal

24

100%

onbekend

2




onbekend

5




* waarvan 19 voor 40 uur per week (70,4%)

Argumentatie verzekeringsartsen

Uit de meldingen, en in enkele gevallen uit verdere navraag, blijkt dat verzekeringsartsen die niet of niet volledig rekening houden met de beperkingen van ME-patiënten daarbij vaak gebruik maken van argumenten als de volgende:



  • ME/CVS is geen erkende ziekte;

  • Bij ME/CVS is geen sprake van een stoornis;

  • Volgens de regels mag ik uw klachten niet bij de beoordeling betrekken, omdat u ME/CVS hebt;

  • Volgens de nieuwe regels mogen wij mensen met ME/CVS niet meer arbeidsongeschikt verklaren;

  • ME/CVS is geen ziekte maar afwijkend gedrag;

  • Met ME/CVS kun je best gewoon werken;

  • ME/CVS is een zelfopgelegde functionele invalidering;

  • Ik mag bij ME/CVS geen urenbeperking geven;


Functies
Maar liefst 95% vindt niet alle of geen van de functies die de arbeidskundige voor hen heeft geselecteerd, en waarop hun arbeidsongeschiktheidspercentage na herkeuring is gebaseerd, haalbaar (77 mensen).

Gezondheidstoestand

Er is ook gevraagd naar de gezondheidstoestand, vergeleken met die tijdens de vorige keuring. 35 mensen (43,2%) gaven aan dat hun gezondheid slechter was geworden, 29 (35,8% was gelijkgebleven en bij 9 mensen (11%) was de gezondheid verbeterd.

De gezondheid van in totaal 89% van de mensen is dus niet verbeterd sinds de vorige keuring.

Betaald werk en reïntegratie

Voor de herkeuring hadden 9 mensen (11,1%) een baan. Zij vervulden de volgende functies: Administratief medewerker (3 keer), medewerker maatschappelijk werk, accountmanager, taken in de onderbouw van het onderwijs, applicatiebeheerder, medewerker polisadministratie, gemeenteraadslid.


12 mensen vinden dat ze de nodige hulp of middelen hebben gekregen voor reïntegratie (14,8%). In totaal hebben 4 mensen aangegeven na de herkeuring (meer) betaald werk gevonden te hebben. Bij 3 van hen betreft het hier een nieuwe baan. Eén persoon is meer uren gaan werken bij de werkgever bij wie hij al in dienst was. Deze 4 mensen maken samen 4,9% uit van het totaal. Hierbij moet aangetekend worden dat ten tijde van de melding nog weinig bekend was over reïntegratie omdat de meeste mensen de keuring net achter de rug hadden.

Er is ook gevraagd naar de inschatting die men zelf maakt van de kans op betaald werk. deze vraag is door 75 mensen beantwoord. Uit tabel 4 blijkt dat de overgrote meerderheid weinig tot geen kans ziet om betaald werk te vinden: op grond van de gezondheidstoestand 98,6% en op grond van de positie op de arbeidsmarkt 85,3%.



Tabel 4: inschatting van de mogelijkheden om (meer) betaald werk te vinden




veel kans

weinig kans

geen kans

totaal

op basis van gezondheid

1 (1,3%)

34 (45,3%)

40 (53,3%)

75 (100%)

op basis van positie op de arbeidsmarkt

11 (14,7%)

30 (40%)

34 (45,3%)

75 (100%)


Bezwaar

79% was bij melding van plan bezwaar te maken tegen de uitkomst van de herkeuring (64).

Spanning, wanhoop en uitzichtloosheid

Uit de reacties van de melders bleek dat voor de meesten de herkeuring grote spanningen met zich mee brengt en dat de uitkomst vaak tot wanhoop en uitzichtloosheid lijdt. Velen weten niet hoe ze de financiële gevolgen moeten dragen en vrezen voor een armoedige toekomst.



Bijlage 2
Onjuiste argumenten op grond waarvan verzekeringsartsen in de praktijk bij de (her)keuring niet of niet volledig rekening te houden met de beperkingen van mensen met ME/CVS (november 2005):

Dat de geldende regels, in het bijzonder de Richtlijn Medisch Arbeidsongeschiktheidscriterium van 1996 en het Schattingsbesluit van 2000 door verzekeringsartsen niet of niet juist worden geïnterpreteerd en toegepast blijkt onder andere uit de volgende uitspraken:


  1. Er mag volgens de wet geen WAO of WAJONG meer worden toegekend bij chronische vermoeidheid, omdat dat geen ziekte is’ (o.a. UWV Breda, voorheen GAK, UWV Hengel, voorheen GAK, UWV Utrecht, voorheen GAK en UWV Amsterdam, UWV Arnhem*, UWV Tilburg, voorheen GAK*)




  1. Bij ME/CVS is geen sprake van een stoornis in de zin van het Schattingsbesluit Arbeidsongeschiktheidswetten’ (o.a. bezwaarverzekeringsarts UWV Haarlem, voorheen GAK).




  1. Nu u de diagnose ME/CVS hebt kan ik uw klachten niet bij de beoordeling van uw arbeidsgeschiktheid betrekken. Als ze veroorzaakt zouden zijn door een Posttraumatische Stressstoornis zou ik dat wel doen.’ (UWV Leeuwarden, voorheen GAK)




  1. Als u Multiple Sclerose blijkt te hebben zal ik uw klachten bij de beoordeling van uw arbeidsgeschiktheid betrekken. Als de diagnose ME/CVS blijft dan kan ik dat niet doen.’ (UWV Leeuwarden, voorheen GAK)




  1. Volgens de nieuwe regels mogen wij mensen met ME/CVS niet meer arbeidsongeschikt verklaren.’ (o.a. UWV Leeuwarden, voorheen GAK en UWV Enschede, voorheen Cadans, UWV Den Haag, voorheen GAK, UWV Breda, voorheen GAK)




  1. Het is het beleid van het UWV om mensen met ME/CVS geen WAO-uitkering meer te geven.’




  1. Volgens een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep hebben mensen met ME/CVS geen recht op een WAO-uitkering.’ (o.a. UWV Heerlen)




  1. 'We moeten straks uitsluitend mensen arbeidsongeschikt verklaren die nooit meer kunnen werken' (o.a. UWV Vlaardingen, voorheen GAK)


Dat er bij verzekeringsartsen verschillende misverstanden en vooroordelen over (mensen met) de ziekte ME/CVS heersen blijkt onder andere uit de volgende uitspraken:


  1. ME/CVS is geen ziekte (maar afwijkend gedrag). (o.a. bezwaarverzekeringsarts UWV Haarlem, voorheen GAK, UWV Heerlen, voorheen USZO en UWV Rotterdam, voorheen GAK, UWV Enschede, voorheen USZO*, UWV Hengelo, voorheen USZO)’




  1. Medisch gezien is een ME/CVS-patiënt volledig gezond’ (o.a. UWV Leeuwarden, voorheen GAK en UWV Enschede, voorheen Cadans)




  1. Mijn nichtje had ook ME/CVS en zij is ervan genezen’ (UWV Maastricht, voorheen GAK)




  1. Met ME/CVS kun je best gewoon werken’ (o.a. UWV Groningen, voorheen Cadans)




  1. Op grond van literatuuronderzoek kan een urenbeperking bij ME/CVS niet hard gemaakt worden/Alle ME-patiënten kunnen 8 uur per dag licht werk verrichten (UWV Goes/Breda, voorheen Cadans*, UWV Arnhem)




  1. Je kunt volledig van ME/CVS genezen door drie maanden Cognitieve Gedragstherapie’.




  1. Inactiviteit leidt tot verslechtering, dus werken is juist goed voor mensen met ME/CVS (UWV Arnhem voorheen GAK )




  1. ME/CVS bestaat niet of is niet erkend en daarom geen reden tot afkeuring (UWV Utrecht voorheen USZO, UWV …)




  1. ME/CVS is een zelfopgelegde functionele invalidering (UWV Leeuwarden, voorheen GAK inz. DB) (20)



Dat verzekeringsartsen verkeerde ideeën hebben over de criteria voor het toepassen van een urenbeperking blijkt onder andere uit de volgende uitspraken:


  1. Bij ME/CVS is een urenbeperking niet aan de orde omdat er geen afwijking is vastgesteld op grond waarvan energetische beperkingen plausibel zouden zijn’ (o.a. UWV Tilburg, voorheen GAK en UWV Maastricht, UWV Tilburg, voorheen GAK*)




  1. Ik mag van mijn baas bij ME/CVS geen urenbeperking geven (UWV Heerlen, voorheen GAK*)




  1. Een urenbeperking is niet nodig omdat er genoeg uren om te werken overblijven.’ (o.a. UWV Utrecht, voorheen Cadans)



Commentaar:
Onjuiste interpretatie en toepassing van regels:


  1. Er mag volgens de wet geen WAO meer worden toegekend bij chronische vermoeidheid, omdat dat geen ziekte is’

Dit is onjuist. Lang niet iedereen met chronische vermoeidheid heeft ME/CVS. Als iemand voldoet aan de diagnosecriteria voor ME/CVS is er wel degelijk sprake van een ziekte (syndroom), zie ook hierboven. Dan is er ook meer aan de hand dan alleen chronische vermoeidheid. Maar ook wanneer er alleen sprake is van onverklaarde chronische vermoeidheid kan er sprake zijn van ziekte.

Het Schattingsbesluit Arbeidsongeschiktheidswetten is in 2000 aangevuld met bepalingen over de verzekeringsgeneeskundige beoordeling van arbeidsongeschiktheid die ontleend zijn aan de Richtlijn medisch arbeidsongeschiktheidscriterium (1996). Het doel hiervan was om er geen enkel misverstand meer over te laten bestaan dat er ook sprake kan zijn van arbeidsongeschiktheid en van recht op WAO, WAJONG of WAZ wanneer er geen duidelijke diagnose gesteld kan worden of wanneer verschillende artsen het niet eens zijn over de diagnose, en ook wanneer er geen lichamelijke afwijkingen zijn gevonden. In zo’n situatie mogen bij de beoordeling geen klachten of beperkingen geheel of gedeeltelijk buiten beschouwing worden gelaten. De verzekeringsarts moet ook in zo’n geval de klachten en beperkingen van betrokkene zorgvuldig inventariseren en deze zoveel mogelijk objectiveren. Objectiveren betekent in dit verband aannemelijk maken. Dat kan bijvoorbeeld met behulp van anamnese en heteroanamnese en op grond van consistentie. Deze strekking van het Schattingsbesluit is recent nog tegenover de Tweede Kamer bevestigd door de ministers Hoogervorst van VWS en De Geus van SZW.

De Richtlijn medisch arbeidsongeschiktheidscriterium en de vastlegging daarvan in het Schattingsbesluit van 2000 zijn er juist gekomen naar aanleiding van het feit dat een deel van de verzekeringsartsen in de praktijk ten onrechte geen rekening wilde houding met de klachten en beperkingen van mensen met ME/CVS.

Het Schattingsbesluit 2000 heeft een wettelijke status. De aanpassing van het Schattingsbesluit in 2004 doet op geen enkele wijze afbreuk aan bovengenoemde strekking van het Schattingbesluit.


  1. Bij ME/CVS is geen sprake van een stoornis in de zin van het Schattingsbesluit Arbeidsongeschiktheidswetten.

Dit is onjuist. Het begrip ‘stoornis’ uit het Schattingsbesluit is ontleend aan de International Classification of Impairments, Disabilities and Handicaps (ICIDH) van de WHO. Volgens deze classificatie is een stoornis een afwijking in of verlies van functies of anatomische eigenschappen. Op grond van de medische kennis over ME/CVS kan gesteld worden dat bij ME-patiënten sprake is van meer dan één in de ICIDH genoemde stoornissen (zie bijlage 3). De ICIDH is inmiddels opgevolgd door de International Classification of Functioning, Disability and Health, de ICF. Voor de definitie van het begrip stoornis heeft dat geen gevolgen.)


  1. Nu u de diagnose ME/CVS hebt kan ik uw klachten niet bij de beoordeling van uw arbeidsgeschiktheid betrekken. Als ze veroorzaakt zouden zijn door een Posttraumatische Stressstoornis zou ik dat wel doen.’

Dit is onjuist. Bij de WAO moet beoordeeld worden wat de gevolgen van ziekte zijn voor de mogelijkheden om te werken en een inkomen te verdienen. Door welke ziekte de klachten worden veroorzaakt mag volgens het Schattingsbesluit en de Richtlijn Medisch Arbeidsongeschiktheidscriterium daarbij niet uitmaken. Ook de klachten die door ME/CVS worden veroorzaakt moeten dus volledig bij de beoordeling worden betrokken.


  1. Als u Multiple Sclerose blijkt te hebben zal ik uw klachten bij de beoordeling van uw arbeidsgeschiktheid betrekken. Als de diagnose ME/CVS blijft dan kan ik dat niet doen.’

Dit is onjuist. Zie hierboven.


  1. Volgens de nieuwe regels mogen wij mensen met ME/CVS niet meer

arbeidsongeschikt verklaren.’

Dit is onjuist. De nieuwe, strengere regels in het aangepaste Schattingsbesluit van 2004 hebben vooral betrekking op de arbeidskundige beoordeling. Wat betreft de medische beoordeling is alleen de voorwaarde voor het vaststellen van ‘psychische niet-zelfredzaamheid’ aangescherpt. Ook na invoering van de nieuwe regels mag de verzekeringsarts de gezondheidsproblemen van mensen met ME/CVS niet negeren. ME/CVS-patiënten kunnen nog steeds, op basis van hun reële beperkingen, volledig of gedeeltelijk arbeidsongeschikt worden verklaard.




  1. Het is het beleid van het UWV om mensen met ME/CVS geen WAO-uitkering meer te geven.’

Dit is onjuist. Het UWV heeft een dergelijk beleid nooit bekendgemaakt. Zo’n beleid zou ook in strijd zijn met de Richtlijn Medisch Arbeidsongeschiktheidscriterium en het Schattingsbesluit Arbeidsongeschiktheidswetten (zie hierboven). Die Richtlijn is officieel UWV-beleid en aan het Schattingsbesluit is het UWV wettelijk gebonden.



  1. Volgens een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep hebben mensen met ME/CVS geen recht op een WAO-uitkering.’

Er moeten geen verkeerde conclusies getrokken worden uit uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), de hoogste rechter in sociale verzekeringszaken. De CRvB heeft nooit een uitspraak gedaan waaruit kan worden afgeleid dat ME-patiënten geen recht zouden kunnen hebben op een WAO-uitkering. Er zijn meerdere uitspraken van de CRvB bekend waarin gesteld wordt dat het UWV een ME-patiënt(e) ten onrechte een WAO-uitkering heeft geweigerd (o.a. van 10 december 2004).


  1. 'We moeten straks uitsluitend mensen arbeidsongeschikt verklaren die nooit meer kunnen werken'

Bij de huidige WAO-herkeuringen mag op geen enkele manier vooruitgelopen worden op de invoering van de wet WIA. Voor de huidige arbeidsongeschikten blijven de huidige regels gelden. Overigens is er een groot aantal ME/CVS-patiënten die niet herstelt en geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt blijft.
Misverstanden en vooroordelen over ME/CVS:
9. ‘ME/CVS is geen ziekte (maar afwijkend gedrag).’

Dit is onjuist: ME/CVS is wel degelijk een ziekte, zowel volgens de ziekteclassificatie van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO (ICD 10, Ziektes van het zenuwstelsel, G. 93.3), als volgens de diagnosecodes voor verzekeringsartsen (CAS-codes, N690). Het is niet aan het UWV, laat staan aan een individuele verzekeringsarts, om ME/CVS tot ‘niet-ziekte’ te verklaren. Minister van Volksgegezondheid Borst en staatssecretaris van sociale Zaken Linschoten hebben indertijd de erkenning van ME/CVS als ziekte bevestigd. Minister Hoogervorst heeft zijn zeer ongelukkige uitlatingen over ME/CVS achteraf tegenover de Tweede Kamer gereduceerd tot een 'persoonlijk mening’. De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen waarin wordt gesteld dat ME/CVS een officieel erkende aandoening is.

Ook volgens de definitie van ziekte in de Richtlijn Medisch Arbeidsongeschiktheidscriterium waar verzekeringsartsen zich aan moeten houden is er bij ME/CVS sprake van ziekte. (‘Om van ziekte te kunnen spreken dient er een stoornis te zijn in het menselijk organisme, met een vermindering van de persoonlijke autonomie’. Zie ook 3 en bijlage 3 voor het begrip stoornis).
10. ‘Medisch gezien is een ME/CVS-patiënt volledig gezond’

Dit is onjuist. ME/CVS is een ziekte en het is tegenstrijdig om iemand met een ziekte volledig gezond te verklaren. Hier wordt een vreemde definitie van gezondheid gehanteerd. Er wordt misschien van uit gegaan dat iemand volledig gezond is als er geen afwijkingen gevonden kunnen worden. Dat is onjuist. Ten eerste weet de medische wetenschap nu eenmaal nog niet alles en kan ook nog niet alles zichtbaar maken. TBC-patiënten waren, ook voordat de tuberkelbacil was ontdekt, niet ‘volledig gezond.’ Ten tweede worden in wetenschappelijk onderzoek wel degelijk relevante afwijkingen bij ME-patiënten gevonden. Dat dat nog niet heeft geleid tot tests die bij behandelend artsen algemeen gangbaar zijn is geen reden om ME-patiënten volledig gezond te verklaren.



11. ‘Mijn nichtje had ook ME/CVS en zij is ervan genezen’

De gevolgen van en beperkingen door ziekte voor de mogelijkheden om te werken moeten individueel beoordeeld worden. Van belang is de toestand van dat moment. Hoe het het nichtje is vergaan is dus niet relevant. Het feit dat iemand misschíen zou kunnen genezen van welke ziekte dan ook is geen reden om hem of haar bij voorbaat arbeidsgeschikt te verklaren. Bovendien blijkt uit onderzoek dat niet meer dan 10% van de ME-patiënten spontaan herstelt (Gezondheidsraad). Er zijn ook geen behandelingen bekend die tot genezing van ME/CVS leiden.




1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina