Wat gedachten bij het wondere verhaal van de bruiloft van kana



Dovnload 50.35 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte50.35 Kb.
WAT GEDACHTEN BIJ HET WONDERE VERHAAL VAN DE BRUILOFT VAN KANA (JOHANNES 2, 1- 12)
Van die opmerkelijke bruiloft waar Jezus op uitgenodigd was, wordt verteld: ze hadden geen wijn meer. Eigenlijk staat er: ze hadden geen wijn tout court – ze zaten (van maataf aan?) zonder. Het feest dreigde een mislukking te worden doordat er geen wijn (meer) was. Er wordt door de verteller gesuggereerd dat er vanaf het begin, ja ‘in begin-sel’ iets fundamenteel fout zat met dit geplande bruiloftsfeest. Een benepen situatie toch, op zo’n belangrijke, ‘derde’ dag!

In ons ‘Kana van Galilea’ dreigt vandaag dezelfde werkelijkheid als toen: dat de wijn op raakt, of zelfs vanaf het begin ontbreekt. Ons samenleven in Kerk en maatschappij, dat feest zou kunnen en moeten zijn, verwatert zienderogen. Je hoeft niet zo ver om je heen te kijken: van de droom komt vaak niet zoveel in huis. Buren en buurten zijn getekend door achterdocht. Geen mens is blijkbaar te vertrouwen. Wat meestal overblijft is leven elk voor zich. Dat is al helemaal zo in de grote wereld: de groten leven op de rug van de kleinen, en feesten dag na dag alsof het niet op kan – maar zonder rekening te houden met wie niet mee kan. Ook als kerkgemeenschap worden wij onder de druk van de crisis al snel een gesloten groep uit zelfbehoud, met buiten onze kleine kring heel wat vergeten, uitgesloten mensen. Niets geen feest – geen sprake van: de wijn is op…
De man met het feest in zijn hoofd.
Om dat dode tij te keren, om door dat ‘point mort’ heen te komen staat Jezus op in dat ‘Kana van Galilea’. Op de ‘derde dag’ nota bene – de opstandingsdag bij uitstek. Hij is de enige in het verhaal die met name genoemd wordt. Hij is uitgenodigd, erbij geroepen om de ware bruidegom te openbaren.

Hij was immers een dromer en een profeet die leefde en werkte opdat het leven een bruiloft zou kunnen zijn. Hij, Jezus van Nazareth, de man met het feest in zijn hoofd.

De toekomst, meende Hij, moet zoiets zijn als de trouwdag van God met alle mensen. Hij riep: de bruidsdagen zijn al ingegaan! En bij wijze van vóórproef, als het ‘eerste van alle tekenen’, veranderde hij water in wijn op de bruiloft van Kana.

De mensen riepen: Een wonder! Een wonder!

Maar Hij zei: als je wil, zul je nog grotere wonderen doen dan ik. Want ik zeg jullie: veel droefheid moet nog veranderen in vreugde en veel leven moet nog vrij gemaakt worden uit de macht van de dood. Onrecht moet omgebogen worden tot recht, geweld in vrede, eigenbelang en ieder-voor-zich in samenwerking en gemeenschap-vormen. Machtsmisbruik moet bekeerd worden tot dienstbetoon aan de armsten en kleinsten. De laatsten moeten de eersten worden, de grootste moet dienaar zijn van de geringste.

Dàn zal het feest, de trouwpartij van God met de mensen pas goed op gang komen. Dàn is het heil voorgoed in kannen en kruiken, en mijn Vader zal hardop zeggen wat Hij in stilte altijd heeft gedroomd: zo is alles goed, het feest van mijn dromen kan nu pas echt beginnen.
Het wonder van Kana: een opdracht voor ons, vandaag.
Kana in Galilea’ is de droom dat samenleven tussen mensen goed kan zijn: oase van geborgenheid voor kinderen, toekomst voor kleine mensen, nieuwe hoop voor armen, vrede, recht en veiligheid. ‘Kana in Galilea’ is een uitnodiging om er bij te zijn waar het leven feestelijk wordt; om dat mee te maken, om ieder met eigen mogelijkheden en talenten mee te laten bouwen aan een beter leven. De toekomst van de wereld is niet uitzichtloos of zinloos, omdat God de geschiedenis tot heilsgeschiedenis wil maken.

Het wonder van Kana is ook een opdracht vandaag voor ons, hier en nu. De toekomst van God kan je slechts zien gebeuren als je er daadwerkelijk mee bezig bent. Die toekomst gebeurt vandaag op elke plaats, op elk moment waar mensen echt proberen om hun samenleven uit te bouwen tot een feest.

De Kerk is tezamen met alle mensen van goede wil geroepen om instrument van dat heil te zijn. De leden van de Kerk zijn geroepen om dienaren en dienaressen te zijn die het water aandragen dat door Jezus tot wijn gemaakt kan worden. Het verhaal van het wonder van Kana wil niets meer doen dan ons uitnodigen en uitdagen om onze nek uit te steken en toe te treden tot de aandragers van dat steeds weer in wijn te veranderen water-van-alledag.
Een messiaans feest
Jezus redt het feest! Zonder Messias is er geen hoop, geen vreugde en geen troost. Nu Hij binnentreedt is het huwelijk tussen God en de mensen in een nieuwe fase terechtgekomen. Binnen de heilsgeschiedenis treedt hij op als de ware bruidegom van de Tora, de getrouwe getuige van Gods koninkrijk in deze wereld. Daarom gaat nu de wijn vloeien in onvoorstelbare stromen. De overvloed aan wijn die het Johannes-evangelie ons uittekent, gaat terug naar eerdere teksten uit de profeten van Israël. Jesaja, Joël en Amos zagen eerder al de overvloed aan wijn als een verwijzing naar de tijd waarin God koning zal zijn op aarde.

Op ‘de derde dag’ breekt in Kana van Galilea de gedroomde paasvreugde van eeuwen lang nu volop uit. Jezus maakt het water van de joodse wet tot wijn van Geest en Leven. En dat is de beste wijn, die tot het laatst bewaard is. Zoals een mooi lied bij dit evangelie zingt:
Toen zei de vlam in ied’re beker

wie er de ware wijnstok was.

Laat het nu uit de kruiken stromen,

de vreugde ga van mond tot mond,

omdat Hij in zijn uur gekomen,

de aarde aan zijn zijde vond.
Een eerste teken
Zo maakte Jezus te Kana in Galilea een begin met de tekenen en openbaarde Hij zijn heerlijkheid. En zijn leerlingen geloofden in Hem…’ (Joh. 2, 11)
Van Jesaja horen wij vandaag: ‘De Heer zegt tot zijn volk: Jij zult heten mijn welbehagen. Uw land zal heten gehuwde. Want in u heeft de Heer zijn welbehagen gesteld. En uw land wordt hem ten huwelijk gegeven. Zoals een jongen zijn meisje trouwt, zo zal Hij die u opbouwt, u trouwen. Zoals een bruidegom zich verheugt in zijn bruid, zo zal uw God zich verheugen in u’ (Jes. 62, 4-5).

Waar Jezus verschijnt, wordt water wijn. Op Zijn woord gebeurt dat, en niemand kan het begrijpen. Uitgezonderd de dienaren. Die begrijpen het maar al te goed. Want zij hebben in het verhaal een aparte taak. Zij moeten de kruiken vullen tot de rand. Die dienaren noemt Johannes in zijn Griekse taal: ‘diakens’. Wie staat in de diaconie van de Heer, die kent geen maat in het uitschenken van het alledaagse leven. Maar die weet ook hoe en wanneer dat water in wijn verandert, waardoor precies het alledaagse (samen)leven transformeert in een feest vol zoete wijn waar men niet genoeg van krijgt. Zij weten ook waar die wijn vandaan komt: omdat er mensen zijn die (vaak in het verborgene, achter de schermen!) ingaan op Jezus’ woord om te doen wat Zijn en Gods wil is.

Het water dat de dienaren hebben aangedragen blijkt volop bron van geluk te worden. De arbeid van deze dienaren, die letterlijk ‘diakens’ worden genoemd, is niet voor niets: het (samen)leven heeft via hen een nieuw elan gekregen, en het smaakt beter dan voorheen. Vol hoop en vertrouwen hebben zij het Woord van Jezus ontvangen en zijn ermee aan de slag gegaan.
Santé! Op de gezondheid van de gemeenschap!
Een ‘teken’ noemt Johannes het, niet een ‘wonder’ en al helemaal geen ‘mirakel’. Het is het eerste teken, zegt hij ook. Als in een notendop vat hij hier de zending van Jezus, zijn boodschap, samen. Als in een voorwoord. Een prelude, een ‘aperitiefje’ op wat komen gaat. Het verhaal nodigt ons uit om verder te lezen. Het zet ons op een bepaald spoor. We krijgen ‘smaak’ voor het vervolg. Dat zal dan door Johannes in het hele verdere evangelie worden uitgewerkt, in alle tekenen die Jezus nog zal verrichten.
Voor Johannes is Jezus iemand die van Godswege het leven van ieder mens tot een feest wil maken. Hij is gekomen om het echte, volle leven uit te schenken. Hij biedt het ons aan in het beeld van de pure, onversneden wijn, de beste wijn die tot het laatst bewaard is. Het leven dat hij mensen aanbiedt, is rijker en dieper dan ons waterige, verwaterde leven van alledag.

In Jezus mogen wij zien dat de goedheid en de mildheid en de trouw van onze God reiken tot over de dood heen. Wat dood is, komt weer tot leven, en het water van de eenzelvigheid wordt wijn van vriendschap en samenhorigheid. Laten we dan op deze vrolijke zondag tot elkaar zeggen: ‘Santé, op de gezondheid en het welzijn van het volk!’ Dat zij en wij er wel mogen bij varen, en dat vele mensen hier in de gemeenschap voorgoed de goesting mogen opdoen naar nog veel méér van die allerbeste wijn…

NOG EVEN STILSTAAN BIJ DE BELANGRIJKE ROL VAN DE CEREMONIEMEESTER, EN DE ONMISBARE INBRENG VAN DE DIAKENS, DE (BE)DIENAARS BIJ DIT WONDER…
De tafelmeester proefde van het water dat intussen wijn geworden was. Hij wist niet waar die wijn vandaan kwam. Dat wisten alleen de bedienden die het water geschept hadden…’ (Joh. 2, 9)
Weet je wat mij bijzonder boeit in dat prachtige verhaal over de bruiloft van Kana? Het is de figuur van de ceremoniemeester van dienst die in dat wondere gebeuren betrokken is. Hoe hij eerst in paniek geraakt, als dreigt dat de wijn dreigt op te geraken. Hoe hij dan bescheiden luistert naar de Moeder van Jezus, die een ongehoorde boodschap aan hem overbrengt: dat het op zijn tijd wel allemaal in orde komt. Hoe die man dan, als het wonder reeds onzichtbaar is geschied en dat water reeds in wijn veranderd is, zomaar op goed geluk dat eerste glas vult, er even van proeft als een volleerde ‘Sommelier du Roi’, en het dan zonder aarzelen durft door te geven aan het pasgetrouwde koppel en alle genodigden.

Degene die het eerst zijn nek uitsteekt in dit verhaal, wie is dat? Wie neemt hier de grootste risico’s, denk je? Het is diegene die (misschien wel met de mentaliteit van ‘baat het niet, dan schaadt het niet…’ uit de kruiken met water resoluut een schep neemt, er van proeft, en het dan zonder blikken of blozen naar het bruidskoppel brengt met de uitnodiging: ‘Dààr moet je eens van proeven zie – dàt is pas goeie wijn!’ (terwijl hij maar al te goed weet dat zijn dienaren zonet doodgewoon water uit de bron vlakbij het huis in die kruiken hebben gedaan – hij heeft het toch met eigen ogen gezien hoe de dienaars de kruiken daarnet tot de rand toe hebben gevuld op aandringen van de moeder van Jezus…)

Dat je dan toch – als zogenaamde kenner! - durft te zeggen: dit is nu naar mijn smaak de allerbeste wijn van heel de avond! Dat is straf!
Gratis vat en Happy hour…
Je moet toch maar durven! Je moet als vakman toch maar dat risico nemen! Wijn die van elders komt, zomaar vanuit het niets. Zonder etiket, zonder vermelding van prijs en kwaliteit. Nergens genoteerd in de boeken. Nergens geattesteerd, nooit eerder verkocht! Een gratis vat, dat als het ware ineens uit de hemel komt gevallen. Een ‘happy hour’, zomaar voor niets weggeschonken door de Grote Wijngaardenier van hierboven…

En dan zoiets zomaar durven vertrouwen en resoluut op tafel zetten na het débacle van het ‘op-zijn’ van de vorige voorraad, met de mededeling: ‘Dit moet ge ne keer proeven, zie mensen, dit wijntje is fantastisch, het is bijna hemels van smaak en kleur en boeket!’ En er dan aan toevoegen – helemaal weg wijzend van jezelf naar het koppel dat centraal moet staan: ‘Proficiat, zeg, want jullie hebben waarachtig de beste wijn tot op het laatst bewaard...!’
Zouden wij de moed gehad hebben om met dit gevulde glas naar dat bruidskoppel te gaan? Zouden wij zoveel hoop, zoveel vertrouwen, zoveel geloof aan de (derde) dag hebben kunnen leggen? Daarom vind ik die ceremoniemeester van Kana zo’n leerrijke, boeiende en aantrekkelijke figuur voor mijn leven, voor mijn geloof en voor de Kerk. Dank zij het blinde vertrouwen en de paraatheid van die ene man kon het feest in Kana van Galilea weer verder gaan, tot in de late uurtjes. Hoe Jezus die beste wijn uit dat water te voorschijn heeft getoverd, weet ik (helaas) niet. Maar die ene mens die zich samen met zijn dienaars zo helemaal door Jezus en Zijn woord liet leiden, die ben ik dankbaar. Want hij heeft er mee voor gezorgd dat het feest voort kon doorgaan, met zelfs nog een betere kwaliteit van wijn op tafel dan voorheen…
Die ceremoniemeester, aan het hoofd van zijn hele ploeg van dienaars en ‘diakens’: dat is de eerste gelovige in dit wondere verhaal. Symbool voor alle leerlingen van Jezus, voor ons allemaal. Geloven is: dat je bevestigt wat er aan goeie krachten in de mensen en hun samenleven zit. Dat je in het doodgewone zoveel mèèr gaat zien: kansen en mogelijkheden te over om er een feest van te maken. Dat je smaak gaat vinden in het leven-van-alledag. En dat je er op vertrouwt dat je met simpele dingen toch een feest kunt bouwen, als je maar gelooft en er de hele gemeenschap bij betrekt. Tegelijk is dit verhaal een uitnodiging om als ‘getuige’ te durven leven, om in je eigen leven zichtbaar te maken dat Christus leeft en dat Hij een overvloedige bron is van leven…

De waterdragers van de ‘diaconie’…
Mij boeien verder ook heel erg die bedienden, die resoluut de glazen vullen en het naar de tafelmeester durven te brengen. De bruiloft, waarop Jezus is uitgenodigd, dreigt een mislukking te worden doordat er geen wijn meer is. Die dienaren zien daar vanaf. Het water dat zij dan maar ten langen leste hebben aangedragen blijkt echter finaal bron van geluk te worden voor zeer velen. Vol hoop en vertrouwen hebben de mensen van de ‘diaconie’ het woord van Jezus – via Moeder Maria - ontvangen en zijn er mee aan de slag gegaan. De arbeid van deze dienaren, die in de tekst uitdrukkelijk ‘diakens’ worden genoemd, is gelukkig (en volgens het evangelie: vanzelfsprekend! - niet voor niets. Het leven van alledag krijgt er nieuw elan door, beter dan voorheen.

Ingaan op Jezus’ boodschap en van die boodschap leven – dat maakt het leven en samenleven, hoe hard en soms verwaterd-waterachtig ook, écht tot een feest voor iedereen. En daar zijn die ‘diaconie-mensen’ de vertolkers en de vertalers van, de handlangers ook, de medewerkers en bedienaars. De aanwezigheid van deze ‘dienaren’ tilt de wereld en de mensheid op uit haar eenzaamheid, haar verlatenheid en groot gemis. De toekomst is niet langer uitzichtloos en zonder zin, omdat God de geschiedenis tot heilsgeschiedenis wil maken. Zijn instrument daarbij is altijd: de ‘diaconie’…
De Kerk is tezamen met alle mensen van goede wil geroepen om instrument van dat heil te zijn. De leden van die Kerk zijn geroepen om dienaren en dienaressen te worden die het water-van-alledag (het leven bij wijlen zo simpel als pompwater!) aandragen opdat het door Jezus tot wijn gemaakt kan worden. Het verhaal van de bruiloft van Kana is een dringende uitnodiging om dag na dag het water van het concrete samenleven tot in onze bijeenkomsten en vieringen aan te dragen, zodat het ‘levend water’ kan worden, ja ‘zoete wijn’ zelfs van hoge kwaliteit, ‘leven in overvloed…’ (Joh. 10, 10).
De wijn is op, het vat is af…
Wat was op dat moment de situatie in Israël? Wel, juist zoals op het bruiloftsfeest te Kana: de wijn was op, en dat dreigde een drama te worden. Israël was nog maar een kleine rest, nog wel met een vage verwachting van een Messias, met Farizeeën en schriftgeleerden die de wet nog kenden, maar die krachteloos geworden waren. Voor hen hoefde het eigenlijk niet meer. Er was bij heel Gods Volk , zoals op de bruiloft van Kana, een negatieve sfeer van: alles verwatert, het feest lijkt voorgoed voorbij… Wat voor zin heeft het nog langer te blijven geloven en vreugdevol te zijn?
De wijn is op. Is dit soms ook niet het gevoel dat we hebben wanneer we spreken over de Kerk vandaag? Het gevoel alsof we de laatsten zijn die met moeite het licht brandend kunnen houden? Zeker in de negatieve sfeer waarin we nu leven, stellen we soms moedeloos de vraag: waar gaat dit naartoe, als alles blijkt te vervlakken? Waar zit dan nog de ‘spirit’? Zoals op de bruiloft van Kana: door tekort aan wijn is de vreugde omgeslagen tot zorg.

Doch wat gebeurt er op dee ‘derde dag’? Op voorstel van Jezus worden enkele kruiken gevuld met water, zelfs tot aan de bovenste rand, zodat er geen druppel meer bij kan. Jezus voegt niets toe aan dat water, Hij raakt de kruiken niet aan, spreekt niet eens een zegenbede uit. Hij doet onmiddellijk het voorstel om uit één van die kruiken iets over te hevelen in een glas en zegt: ‘Breng dit naar de tafelmeester…’ Zo zeker is Hij er blijkbaar van, dat wie wij zijn en wat we doen méér dan voldoende inhoud heeft om wonderen in ons midden te laten geschieden, en vooral: om te zorgen dat ons alledaagse ‘water’ weer ‘geest-rijke drank’ kan worden...

Een heel conciliedocument in een notendop…
Iedereen dient eerst de goede wijn op, en als er goed gedronken is, de mindere; gij echter hebt de goede wijn tot op dit ogenblik bewaard…’ (Joh. 2, 10)
Wat Jezus van Nazareth samen met heel die ‘samenwerkende vennootschap’ daar op die bruiloft te Kana gedaan heeft, was een teken van heel zijn levensprogramma: het feest en de levensvreugde van mensen bevorderen en herstellen. ‘Gaudium et Spes’ als het ware, een heel conciliedocument in een notendop.

Jezus bewaart de beste wijn voor het laatst. Hoe meer je zijn evangelie leert kennen, des te betere wijn je ontdekt en hoe meer smaak je in het leven krijgt. Al samen werkend en samen levend in gemeenschap kan je zoveel beter op tegen teleurstellingen en mislukkingen. En dan gebeuren er voortdurend wonderen: de wereld staat er gewoon versteld van.

Wonderen als dat van Kana moet je samen realiseren. Je moet de wijn van het bruiloftsfeest dag na dag leren proeven, door alle goede dingen die gebeuren te duiden en te bevestigen. Je moet er ook de voorwaarden voor creëren. Vanzelf wordt het leven geen feest. Daar heb je mensen voor nodig die smaakmakers willen zijn, voorproevers, bedienaren van het heil. ‘Voorgangers’ noemen wij ze. Maar ook een aantal mensen aan de basis: ‘diakens’ (m/v liefst!!!) , ‘diaconie-mensen’ en bedienaars overal…
Leven, lieven, geloven en mens-zijn is altijd een gave, een genade. God zelf is het, die achter de coulissen van ons leven werkzaam is. En wat Hij doet verrast ons telkens weer. Elke voorsmaak van waaarachtig samenleven; elk voorproefje van geluk dat Hij ons via Zijn Grote Ceremoniemeester uit Nazareth aanreikt, geeft ons de smaak naar meer, naar voller en échter leven.

En wat van ons gevraagd wordt is precies hetzelfde als wat Jezus door Zijn Moeder Maria aan de dienaars daar in Kana laat zeggen: ‘Let it be – doe maar wat Hij u zeggen zal, die grote lieve Kracht in jullie leven…’

De Grote Ceremoniemeester, de ‘Maïtre d’ Hôtel’ van dit bestaan, de Heer van alle leven weet wel wat goed voor ons is. Hij leidt het ‘op Zijn uur’ wel allemaal in goede banen, blift meestal rustig op de achtergrond, maar ís er altijd, en zegt op fluisterende toon: ‘Ik ben de Wijnstok, Mijn Vader de wijngaardenier. Vreest niet. Alles sal reg kom. Let it be …’
Verbondenheid vieren
Het evangelie nodigt ons uit tot de diaconie van de Heer. Wij zijn geroepen (be)dienaren te zijn - letterlijk ‘diakens’ - van zijn messiaanse bruiloft. Vooraan in het nieuwe jaar is er volop reden tot bezinning op onze eigen plaats en roeping binnen de droom van onze Heer. Wat staat ons te doen? Wat is de grondtoon van ons bestaan? Kan het ‘teken’ van Kana ons daarbij helpen?

Vandaag bereikt ons via het evangelie het goede nieuws dat God ‘op vrijersvoeten’ loopt, en dat Hij met Zijn mensen bruiloft wil vieren. Ook wij, soms hopeloos verdeelde kerkmensen, mogen op die bruiloft aanwezig zijn. Ja sterker nog, wij worden bij deze uitgenodigd en uitgedaagd om die bruiloft mogelijk te maken voor zoveel mogelijk (liefst alle!) mensen.

Wij kunnen zoveel samen: ons geloof delen, onze hoop en ons gebed bij elkaar leggen, vreugdevol de beker heffen op alle goeds dat we zien gebeuren in ons midden. Zo kunnen wij met elkaar om de feesttafel heen zondag na zondag een klein beetje vooruitlopen op de toekomst die de Heer met ons voorheeft.
Kom, laten we vandaag nog de trouwannonces voor de bruiloft van Kana helpen schrijven. Zet er de juiste datum op: ‘De derde dag’ – dat is vandaag. De eerst geadresseerden moeten daarbij zijn: de kleinste, de armste, de meest vereenzaamde en kansloze, altijd uitgesloten mensen. Want als zij erbij mogen horen en er zich thuis voelen, dan zal de rest zich ook wel ‘jeunen’. Zo moge het zijn. Amen.
Geert Dedecker

NOG WAT BRUIKBARE TEKSTEN VOOR DE LITURGIE…
Voorbeden
De Heer nodigt ons tot zijn bruiloft.

Wij bidden vandaag

om alles wat het feest dichterbij kan brengen

voor zoveel mogelijk mensen.
Dat ons samenleven in deze gemeenschap

altijd iets feestelijks mag blijven behouden,

iets van trouw en verbondenheid mag uitstralen,

iets van vriendschap en samenhorigheid.

Dat wij leren zorgvuldig met elkaar om te gaan,

zodat wonden helen, kloven worden gedicht,

scheve tafels worden rechtgezet,

bruggen van vrede worden gebouwd,

huizen en plekken worden gecreëerd

van feestelijk samenzijn.
Dat vele geloofsgemeenschappen in deze wereld

standvastig en vastberaden

elkaar mogen inspireren en gaande houden.

Dat wij als kerkmensen smaakmakers mogen zijn

in deze maatschappij,

mensen met altijd iets van het feest in het hoofd,

iets van breken en delen in de handen,

iets van mededogen in de ogen,

iets van dienstbaarheid in de handen en de voeten,

iets van toekomst in het hart.
Dat wij iedereen zonder uitzondering

durven inviteren en respecteren

als volwaardige bruiloftsgast

op ons feest van broederlijk samenzijn,

beseffend hoezeer wij elkaar nodig hebben

in deze dagen.

En dat wij met en van elkaar

al doende mogen leren

hoe wij waarachtig Kerk kunnen zijn,

met de ‘diaconie’ als leidraad,

een begin-teken van Gods mensenliefde.
God, onze Vader,

uw liefde gaat uit naar al Uw mensen.

In die gulheid mogen wij ons geborgen weten.

Maak ons open en ontvankelijk

en inviteer ons steeds weer naar Uw bruiloftsmaal,

feest van verbondenheid met U en met elkaar,

vandaag en al onze dagen. Amen.
Bij het aanbrengen van de gaven
In tekenen van toekomst

hebben wij ons leven

hier verzameld:

brood en wijn.

Dagelijkse inzet,

bijdrage tot een samenleven

dat feest wordt zonder einde.

Bezinningstekst na de communie

Ik drink op de mensen – Paul van Vliet

Ik drink op de mensen
die bergen verzetten
die door blijven gaan


met hun kop in de wind.
Ik drink op de mensen
die risico's nemen
die blijven geloven
met het geloof van een kind.

Ik drink op de mensen
die dingen beginnen
waar niemand van weet


wat de afloop zal zijn.
Ik drink op de mensen
van wagen en winnen
die niet willen weten


van water in wijn.

Ik drink op de mensen
die blijven vertrouwen
die van tevoren niet vragen
'Voor hoeveel' en 'Waarom'.
Ik drink op de mensen
die door blijven douwen
van doe het maar wel
en kijk maar niet om.


Ik drink op het beste
van vandaag en van morgen;
ik drink op het mooiste


waar ik van hou.
Ik drink op het maximum
wat er nog in zit
in vandaag en in morgen,
in mij en in jou.






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina