Wat is boeddhisme



Dovnload 220.33 Kb.
Pagina1/8
Datum26.08.2016
Grootte220.33 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8

Wat is boeddhisme

Boeddhisme is een pad van studie en beoefening. Boeddhistische oefeningen, zoals meditatie zijn bedoeld om te veranderen, om kwaliteiten zoals gewaarzijn, vriendelijkheid en wijsheid te ontwikkelen.

De meer dan twee en een half duizend jaar beoefening van het boeddhisme heeft een oneindige schat aan ervaring en methoden opgeleverd voor allen die het pad van spirituele ontwikkeling willen volgen. Het uiteindelijke doel is de bereiking van Verlichting of boeddhaschap.

Wie was de Boeddha?



Het woord Boeddha is een titel en geen naam. Het betekent 'hij die wakker is', wakker in de zin van 'de dingen zien zoals ze werkelijk zijn'.

De titel van Boeddha is voor het eerst gegeven aan Siddharta Gotama, een man die 2500 jaar geleden in Noord India woonde. Na jaren van inspanning bereikte hij op 35-jarige leeftijd, terwijl hij in diepe meditatie zat, verlichting.

Vervolgens trok hij tot zijn dood op tachtigjarige leeftijd door Noord India om zijn leer, het pad naar verlichting, te onderwijzen. Zijn leer wordt in Azië Boeddha Dharma genoemd, de leer van de Verlichte.

Rondtrekkend verkondigde de Boeddha zijn leer aan vele volgelingen, waarvan een groot aantal uiteindelijk de Verlichting bereikten. Zij op hun beurt brachtenanderen in contact met de leer van de Boeddha. Op deze manier is het boeddhisme tot op de dag van vandaag van generatie op generatie doorgegeven.

De Boeddha is geen God en hij heeft nooit beweerd een goddelijk wezen te zijn. Het boeddhisme heeft geen Schepper Gods. De Boeddha was een mens zoals wij mens zijn. Door zijn eigen inspanning heeft hij zichzelf ontwikkeld en de Verlichting bereikt.

De toestand van Verlichting die hij bereikte heeft drie belangrijke kenmerken:

wijsheid, in de zin van het bereiken van inzicht in de ware oorsprong van gebeurtenissen

mededogen, wat zich manifesteert is het zichzelf beschikbaar stellen ten behoeve van het welzijn van alle levende wezens.

bevrijding van alle energie en daadkracht van lichaam en geest, wat zich manifesteert in een permanent en volledig bewustzijn.


Wat gebeurde er na de Boeddha's dood?


In India hield het boeddhisme nog zo'n duizend jaar stand. In de loop van de tijd verspreidde het zich naar Sri Lanka en Zuidoost Azië, waar de Theravada vorm tot op vandaag floreert. In de mahayana vorm verspreidde het boeddhisme zich naar landen als Tibet, China, Mongolië en Japan. In de twintigste eeuw komt het Westen in aanraking met het boeddhisme. Het is nu de snelst groeiende religie met meer dan een miljoen volgelingen.

Wat leert het boeddhisme ons?

Boeddhisme hanteert het uitgangspunt dat het leven een proces is van constante verandering. De methodes die gebruikt worden haken in op dit uitgangspunt met als doel het proces van verandering zo te sturen dat het ons ten goede komt.

De alles bepalende factor in het veranderingsproces is de geest (het denken) en het boeddhisme heeft vele methodes ontwikkeld voor het werken aan de geest.

Een van de belangrijkste is de beoefening van meditatie. Meditatie helpt ons een meer positieve geestestoestand te ontwikkelen welke zich kenmerkt door rust, concentratie, gewaarzijn en vriendelijkheid. Door middel van meditatie krijgen we een beter beeld van onszelf, anderen en van het leven in het algemeen.

Boeddhisten trekken er niet op uit om anderen te overtuigen van hun gelijk. Wat zij wel doen is hun leer en methodes toegankelijk maken voor geïnteresseerden en een ieder is vrij om zoveel of weinig op te pakken van het boeddhisme als hij zelf wil.
Het boeddhisme waaide over uit Centraal-Azië
Omstreeks het begin van onze tijdrekening golfde het boeddhisme van Centraal-Azië uit naar China toe. Dat was ten tijde van de Oostelijke Han-dynastie, omstreeks. De filosofie, die voor honderden miljoenen een godsdienst werd, had toen al een lange weg achter de rug.

Het boeddhistisch ideaal van een persoonlijke verlossing stond haaks op de beginselen van de confuciaanse ethiek, die de familie als basis van staat en samenleving beschouwt. Volgens het confucianisme moest de keizer de activiteiten van al zijn onderdanen leiden, maar de boeddhistische monniken beschouwden zich als een groep die vrij en onafhankelijk stond ten overstaan van de wereldlijke machten. Bovendien had boeddha, om een ascetisch leven te gaan leiden, zijn gezin verlaten en dat stond centraal in de Confuciaanse gedachte.


Het boeddhisme bracht ook de boodschap dat het huidig bestaan bepaald is door daden en handelingen uit een vroeger bestaan en de reïncarnatie zal beïnvloeden. Dat was in strijd met de algemene verspreide voorouderverering, die wil dat de voorouderlijke geest voortleeft. Het boeddhisme moest zich dus aanpassen in China en het deed dit vooral via het daoïsme.


Het overgewaaide geloof beleefde zijn bloeiperiode tussen de 3de en 6de eeuw. Zijn eerste groot succes kwam er bij de ingeweken Turkse afstammelingen, de Toba, die de Noordelijke Wei-dynastie (386-534) handhaafden. Het boeddhisme beschouwde immers ook buitenlanders als gelijken, terwijl de confucianisten hen barbaren noemden. De Toba beschouwden de keizer daarom als een reïncarnatie van Boeddha. In het begin van de Tang-dynastie (618-906) bleef het boeddhisme groeien en werd vooral de meditatieschool Chan (Zen in het Japans) snel populair.

Ongeveer terzelfder tijd werd het boeddhisme in Tibet binnengebracht. Het was de Tantristische strekking die zich vermengde met het Bon, een vorm van sjamanisme, en hieruit groeide het lamaïsme. Dit geloof sprak niet alleen de Tibetanen aan, maar ook de Mongolen, de Naxi, de Loba, de Monba en de Du.




Boeddha. De man die zo genoemd werd is Siddartha Gautama Sakyamuni (560 tot 480 voor onze tijdrekening). Als zoon van een stamhoofd van de Sakyastam bij Nepal kreeg hij genoeg van de aristocratische leefwijze. Als 29-jarige voegde hij zich bij een groep asceten, die hun heil zochten in de onthouding.

Na zes jaar zag hij in dat dit de juiste weg niet was. Na 49 dagen onder een vijgenboom te hebben gezeten ontving hij het ware inzicht. Hij sprak zijn eerste preek in het Hertenpark van Sarnath, bij Benares (nu Varanasi). "Het wiel van de wet", zo heette het.

Boeddha is geen naam, het is het woord voor 'verlichte'. In 1956 werd het 2500ste jaar van zijn heengaan herdacht.

Waarheid en legende

Boeddha's levensloop is één grote vermenging van waarheid en legende.


Volgens de overlevering werd hij geboren uit een ontmoeting die zijn moeder had met een Witte Olifant. Haar zwangerschap duurde tien maanden. De bevalling had plaats toen zij onderweg was naar haar vader. Dat gebeurde rechtstaande terwijl zij zich vastklampte aan de takken van een Salaboom. Boeddha werd geboren uit haar rechterzijde en op dat ogenblik vielen er regens uit de hemel. Het was toen 624 voor onze tijdrekening.

Boeddha stond meteen recht en zette zeven passen naar het noorden. Daar keek hij naar de vier windrichtingen en zei: "Dit is de laatste keer geweest dat ik geboren werd".


Zijn moeder, Maya, stierf een week later en de jonge prins werd verder opgevoed door haar zuster, die later een vrouwelijk monnik zou worden.

Onmiddellijk na de geboorte liet de Koning een wijze naar het hof komen om een horoscoop voor de jonge prins te maken. Die meldde dat de zoon een grote koning of een grote geestelijke leider zou worden De vader wilde er zeker van zijn dat de prins een koning zou worden en zonderde hem af van de buitenwereld. Hij bouwde drie paleizen voor hem, één voor het regenseizoen, één voor de zomer en één voor de winter.


Siddartha was zestien toen hij huwde en negenentwintig toen zijn zoon geboren werd, die later als een monnik door het leven zou stappen. De avond van de geboorte zou Siddartha zijn gezin verlaten.


Vooraf had hij tot viermaal toe, zonder dat zijn vader het wist, met zijn kamerheer een stapje in de wereld gezet. De eerste maal ontmoette hij een oude man. Dat bracht bij hem een schok teweeg. De kamerheer legde uit dat iedereen oud wordt.

De tweede maal liep Siddartha een zieke tegen het lijf, de derde maal botste hij op een begrafenis.


Telkenmale gaf de kamerheer toelichting over de realiteit van het leven.


De vierde vlucht

Tijdens de vierde vlucht uit het paleis kwam Siddartha een asceet tegen, een zwerver die een enorme gemoedsrust uitstraalde en geen angst. Die angst had Siddartha wel bevangen na zijn vorige ontmoetingen. Hij vroeg zich af waarom een mens zo moet lijden en pijn hebben tijdens zijn leven. Hij besluit zijn luxueus leventje vaarwel te zeggen en bij de asceet in de leer te gaan.


Die avond rijdt het met zijn paard tot de grens van het paleis, geeft paard en sieraden af aan de kamerheer en snijdt zijn prachtig gewaad in stukken. Hij kleedt zich, volgens de legende, in lijkdoeken en vertrekt.
De asceet is niet bij machte hem een oplossing voor zijn problemen te geven en Siddartha gaat zes jaar op zijn eentje mediteren, op knekelvelden, in het woud, in regen, koude en warmte.
Hij geraakt uitgeput en uitgemergeld. Zijn eerste vaststelling was dat hij alleen stond met zijn probleem, net zoals elke mens.


Onder de bodhi-boom

En toen gebeurde het. Siddartha had zich in het Indische Bihar onder een bodhi-boom (ficus religiosa) genesteld. Hij naderde het ogenblik van de waarheid, de verlichting, toen plots de demon Mara opdook, die hem met alle mogelijke middelen, tot en met zijn beeldmooie dochters, in de verleiding en verlokking wou brengen.

Mara deed ook een storm opsteken om hem uit zijn meditatie te halen. De prins werd tegen het onweer beschermd door Mucilinda, een slang met zeven koppen. Boeddha wees de aarde als getuige aan, hij wees met zijn vinger naar beneden. De aarde trok partij voor boeddha en beefde hard, bij wijze van protest.
Boeddha leerde, na zijn meditatie, dat het lijden en de pijn van deze wereld overwonnen kunnen worden door alle wereldlijke verlangens te verzaken, want juist deze verlangens veroorzaken het lijden.
De toegewijde boeddhist mag hopen dat hij uiteindelijk het nirvana ('het verdwijnen van iedere begeerte') bereikt: een eindfase van geluk of niet zijn, beperkt tot de toegewijden en pas na vele levens.
Na zijn meditatie tekende boeddha een wiel in het zand, het wiel der wet.
Omringd door alle dieren

Van dan af zou hij rondtrekken om zijn leer te verkondigen. Hij was 35 jaar oud en stichtte kloosters tot hij tachtig was. Toen voelde hij dat hij ging sterven. Hij legde zich (volgens het verhaal) onder een Salaboom op zijn zij en verzonk in meditatie. Alle dieren omringden hem.


Boeddha had het punt bereikt waar hij heel zijn leven voor gewerkt had. Hij ging niet naar een volgend leven, zoals iedereen, en waarin hij weer zou lijden. Neen, hij ging naar het nirvana,'het niets', waar je niet ongelukkig bent.

De overlevering wil dat hij bewust stierf ingevolge een voedselvergiftiging. Hij pleegde geen zelfmoord "maar zag af van het leven".

Na zijn dood werd een wake van zes dagen gehouden. De zevende dag werd boeddha gecremeerd en zijn asse werd verspreid over diverse graven. Zo ontstonden de stoepa's.



Een godsdienst zonder Paus of gezag
Het boeddhisme kent geen centraal gezag. Het bezit geen Paus, zoals de christenen en het bestaat bovendien uit diverse strekkingen. Die zijn geen echte schisma's, maar vertegenwoordigen - meestal lokale of regionale - andere interpretaties van de leer van boeddha.
Boeddha liet overigens geen zogeheten Bijbel na, maar alleen zijn sermoenen, de Tripitaka, die later werden opgetekend.

Zij vormen een drieluik dat bestaat uit de soetra (de woorden van boeddha), de sinaja (de leefregels voor de monnik) en de habidarma (de interpretaties van de soetra).


Alle boeddhistische strekkingen volgen dit drieluik. Het "dharma" is de leer van boeddha.



De daad en de intentie van de daad

De boeddhistische leer aanvaardt geen macht van de priesters, geen noodzaak van offers aan de goden, geen discriminatie op grond van kaste of klasse, beroep of rijkdom.

Het is de morele gedragslijn van de enkeling.

Het boeddhisme had daarom onmiddellijk succes bij de lagere standen en de opkomende burgerij.


Een belangrijk verschil met het hindoeïsme was dat het boeddhisme "de intentie van de daad" ging beoordelen en niet "de daad" op zichzelf.

Siddartha Gautama Sakyamuni werd geboren als een prinsenkind. Gautama verwijst naar zijn familiale afkomst. Siddartha betekent "Hij wiens wensen vervuld zijn" en Sakyamuni staat voor "de wijze van de Sakya's".


De Sakya's waren een stam, een rijk in (het huidige) Nepal, langs de grens van Noord-India. Boeddha's vader was een Koning van Sakya.

Boeddha is overigens geen god en het boeddhisme loochent ook het bestaan van de goden niet. Het beschouwt hen als een vorm van leven, zoals de mens, het dier en de plant.


Een god leeft zelfs langer: wel duizend jaar. En een mens is één dag in het leven van god. Een mens wordt dus in principe 100 jaar oud.

Het geloof in de reïncarnatie of wedergeboorte ontstond zowat 600 jaar voor onze tijdrekening en werd door de boeddhisten overgenomen.

Het werd een kernpunt van het boeddhisme.


Strijd voor volmaaktheid

Elk leven is een voortdurende strijd op weg naar de volmaaktheid. Via ethische voorschriften en meditatie wordt de begeerte overwonnen en wordt onwetendheid omgezet in inzicht. Er is dus geen sprake van rituelen.

Zo komt de boeddhist altijd in een beter leven terecht. Hij gebruikt daarvoor de trap. Elk leven is een trap. Dat is het theravada.

Deze langzame weg, die ook Hinayana wordt genoemd, staat in een schrille tegenstelling met het mahayana, dat ook toelaat om met de lift naar boven te gaan, dit wil zeggen dat men enkele levens kan overslaan om een beter bestaan te bereiken.

Ook bij zenboeddhisten wordt dit mogelijk geacht.

Vier Waarheden en het Achtvoudig Pad


Na zijn wekenlange meditaties was Boeddha al 35 toen hij de Vier Waarheden gevonden had. Die zijn:


  • ·Het besef dat het lijden bestaat en onvermijdelijk is. Ook de vreugde bestaat, maar zij keert altijd om.

  • Het besef dat de bron van het lijden onze verlangens zijn, de illusies en de onwetendheid.

  • Het besef dat het lijden kan worden gestopt door de eliminatie van de verlangens.

  • Het besef dat dit mogelijk is door het bereiken van het Achtvoudige Pad, de leer van Boeddha.

De Vier Edele Waarheden geven een antwoord op een concreet menselijk probleem: het lijden. In de Westerse (Christelijk georiënteerde) cultuur wordt dit vraagstuk benaderd vanuit de zin-vraag: wat is de zin van het lijden. Het waarom of waarvoor komt dan centraal te staan. Het Boeddhisme benadert het lijden niet vanuit de zin-vraag, maar stelt de vraag naar de oorzaak ervan. Het Boeddhisme kent een causale benadering in plaats van een finale of teleologische benadering die in het Westen gebruikelijk is. Er wordt niet uitgegaan van een God of Schepper, die een bepaald doel met de schepping nastreeft. De Boeddha zocht dan ook niet naar de zin maar naar de oorzaak van het lijden. Zoals alle psychische fenomenen wordt ook het lijden door het boeddhisme verklaard vanuit de wetten van de Dharma. Het proces van het voortdurend ontstaan en verdwijnen van gebeurtenissen heeft geen externe oorzaak, zoals een hogere macht, maar komt voort uit de opeenvolging der gebeurtenissen. De oorzaken van het lijden liggen vooral in de mens zelf. Dat betekent ook dat de mens er zich van kan bevrijden. De vier waarheden geven dit inzicht stapsgewijs weer.


1. De Eerste Edele Waarheid: ER IS LIJDEN

1. Ieder heeft te maken met vormen van pijn; dit is een universeel verschijnsel. De ene mens heeft te maken met armoede en honger, de ander met (ongeneeslijke) ziekte, ouderdom of lichamelijke gebreken, een derde heeft te maken met psychische pijn (angst, verdriet, wanhoop, afgunst, haat, ontevredenheid, frustratie, onrust). De dood zal eens ons aller deel zijn. Dit zijn allemaal verschijningsvormen van 'lijden' (dukkha). Met de term dukkha wordt bedoeld het onbevredigende, onvoldane, frustrerende, conflictgevoelige en pijnlijke karakter van het leven, de ongewisheid van het bestaan. Dukkha is de existentiële ervaring van levenspijn die ons kan overkomen vanwege de  vergankelijkheid van het aardse bestaan.  Onze levensangst en doodsangst komen voort uit de angst voor lijden. We willen het lijden van onszelf en anderen niet zien, niet voelen, niet tot ons laten doordringen. We reageren met ontkenning, afweer, agressie. Maar er komt een moment dat we er niet meer onderuit kunnen, dat we de confrontatie met de levenspijn niet meer kunnen ontlopen. We moeten het lijden dan onder ogen zien, er een relatie mee aangaan, ze beschouwen als een deel van het leven, als behorend bij ons bestaan, bij ons zelf. We zullen er dan een antwoord op moeten zien te vinden.


Er zijn natuurlijk ook plezierige momenten in het leven. We kunnen zintuiglijk genot ervaren, of een tevreden gevoel hebben als we ons werk goed gedaan hebben. We kunnen verliefd worden, van iemand houden. Ons gelukkig en tevreden voelen. Dat zijn mooie ervaringen. Toch zit in die ervaringen ook iets pijnlijks: we weten maar al te goed dat ze tijdelijk zijn. Eens zullen we onze geliefde moeten loslaten. Het leven is vergankelijk. Wanneer we ons al te zeer hechten aan (het plezier in) het leven, dan is loslaten moeilijk, het kan zelfs zeer pijnlijk zijn. Ook deze pijn maakt deel uit van dukkha en hoort bij het in essentie onbevredigende karakter van het bestaan. Zowel de prettige, aangename als de pijnlijke, onaangename omstandigheden zijn vergankelijk (anicca).

"Geboorte is lijden, ouderdom is lijden, ziekte is lijden, dood is lijden, gejammer en geklaag, pijn en verdriet zijn lijden, het verbonden zijn met datgene waarmee we niet verbonden willen zijn is lijden, gescheiden te zijn van hetgeen we liefhebben is lijden, het niet in vervulling gaan van wensen is lijden; kortom, de factoren waaruit het leven is opgebouwd zijn lijden."


Er is hier een verband te leggen met het ennegram Elk mens heeft in dit leven reeds als kind zijn eigen overlevingsstrategieën ontwikkeld. Het ennegram toont ons inzicht in deze overlevingsstrategieën. Er wordt onderscheid gemaakt tussen negen hoofdtypoen Elk type heeft zijn eigen levensstrategie; elke strategie is erop gericht het 'ik' te doen overleven in de 'struggle for life'. Deze strategieën worden echter niet alleen gehanteerd om te overleven, maar ook om het ego te doen zegevieren. Dit nu is gedoemd om schipbreuk te lijden. De kern van die schipbreuk is gelegen in het feit dat de ego-gerichte strategieën niet het geluk zullen opleveren dat we ervan verwachten maar eerder zullen leiden tot onbevredigende ervaringen. Het ennegram maakt ons bewust van de patronen waar we in gevangen kunnen zijn. De eerste Edele Waarheid van het Boeddhisme geeft een diep inzicht in de oorzaak van het ontstaan van de gebondenheid aan deze patronen. Ook wijzen de Edele Waarheden ons een weg om ons uit deze onvrije patronen te bevrijden
2. De Tweede Edele Waarheid: ER IS EEN OORZAAK VOOR HET LIJDEN


De Boeddha ontdekte een oorzaak voor het lijden dat we als mens ervaren, namelijk onrealistische begeerte. Dat wil zeggen verlangen of hunkering die voortvloeit uit het niet begrijpen van de werkelijkheid. We onderkennen dan niet dat we bevangen zijn door begeerten, die diep in ons verankerd zijn. Deze begeerten of verlangens (tanha) betreffen volgens de Boeddha drie grondvormen:


  • Het verlangen naar zintuiglijke ervaringen, naar (meer) genot, weelde en comfort. Het ene verlangen is nog niet bevredigd of we willen naar het volgende. De Boeddha heeft het genieten van zintuiglijke ervaringen nooit als zodanig veroordeeld: dit verlangen is inherent aan het leven. Maar wel constateerde hij dat veel mensen menen dat hun geluk afhankelijk is van zintuiglijk genot en comfort. Zij raken er aan gehecht en soms ook aan verslaafd. Te denken valt aan roken, alcohol, drugs, seks, koffie, medicijnen, gokken. Ook aan zogenaamd onschuldige middelen kun je verslaafd zijn, zoals aan lekker en veel eten, aan tv-kijken, een dure auto, enz. De Boeddha ontdekte: 'Bijna alle levende wezens zijn de slaaf van verlangen.'




  • Manifestatiedrang: het verlangen om onszelf te verwerkelijken, onze talenten, te realiseren. Op zich is dit een gezond verlangen. Maar ook dit verlangen kan ontaarden, bijvoorbeeld in de hunkering om ons leven voort te zetten, om ons te handhaven en te bewijzen, ons te manifesteren. (In de manier waarop we dit doen komen de eigenschappen van ons enneagram-type naar voren.) Dit kan zich uiten in perfectionisme, in vrijgevigheid om indruk te maken, het najagen van succes, het anders willen zijn, het zich uit angst voor afwijzing van anderen terugtrekken, enz. Het kan zich uiten in expansiedrift en carrièredwang, in competentie- en concurrentiestrijd. Als dit streven (te) sterke vormen aanneemt kan dit leiden tot stress, innerlijke onrust, psychosomatische klachten. Dit gaat ten koste gaan van de eigen mentale en fysieke gezondheid en die van anderen.




  • Vernietigingsdrang, ofwel het verlangen iets juist niet (meer) te willen hebben of zijn. Geen pijn, ongemak, ziekte, verdriet, boosheid, afwijzing en andere als onprettig ervaren menselijke ervaringen willen accepteren. Ook kan deze drijfveer zich uiten in een negatief zelfbeeld of in het willen beëindigen of kwijtraken van iets dat ooit verworven was. Ze kan zo leiden tot het verbreken van een relatie, tot ontslag, tot verhuizing, of zelfs tot (zelf)doding.

In bovenstaand onderscheid zijn de Freudiaanse begrippen Eros (libido, opbouwende driftenergie) en Thanatos (vernietigingsdrang) te herkennen.

De genoemde drie vormen van verlangen worden in het boeddhisme gezien als de directe oorzaak voor pijn en verdriet. Daarachter ligt nog een diepere oorzaak. Het niet goed omgaan met onze begeerten, hunkeringen, verlangens is ten diepste geworteld in onwetendheid (avijja): het niet of verkeerd begrijpen van de realiteit, waardoor we de werkelijkheid beleven op een manier die ons een dosis pijn bezorgt die niet nodig is. Het is niet een onbegrip op intellectueel niveau, maar heeft meer te maken met je 'emotionele intelligentie'. Het betreft het zich niet bewust zijn van de drijfveren die je op dat moment in hun ban hebben. Je denkt dat je zuiver bezig bent, maar ondertussen word je gedreven door verlangen naar zintuiglijk genot, door geldingsdrang, door het verlangen naar zelfbevestiging, of door vernietigingsdrang. De boeddhistische psychologie stelt dat uiteindelijk al onze problemen voortkomen uit onwetendheid.

We kunnen ons leven lang blijven zoeken naar een fata morgana dat we menen te zien maar dat steeds net onbereikbaar is. Ons geluksverlangen creëert een beeld van wat geluk zou kunnen zijn, en dat geluk streven we na. We proberen datgene wat ons denkbeeld van levensgeluk in de weg staat te bestrijden of te vermijden. Zo creëren we beelden van de volmaakte partner, de ideale vakantie, de perfecte collega, de geïdealiseerde chef, ons ideale 'zelf', het volmaakte bestaan. Maar de werkelijkheid weet niets van onze denkbeelden af en gedraagt zich daar ook niet naar. De werkelijkheid kent zijn eigen wetten. Door onze bevangenheid in onze eigen voorstellingen en bijbehorende verlangens zijn we doof en blind voor de levenswetten. We zien de realiteit niet. Met andere woorden: we zijn onwetend (avijja) omdat we gevangen zijn in onze denkbeelden. En als de werkelijkheid niet beantwoordt aan onze ideaalbeelden, dat nemen we dit 'de werkelijkheid', 'de anderen', kwalijk en willen we revanche, zoeken een zondebok of roepen we een hogere macht aan met de hoop dat deze voor ons de rekening zal vereffenen. Maar de tweede Edele Waarheid roept ons op om niet omhoog te kijken, maar naar de realiteit en naar onze eigen denkbeelden. Hoe komen onze voorstellingen tot stand en hoe komt het dat we zo in onze voorstellingen zijn gaan leven dat we die voorstellingen voor realiteit houden?

Uit het verlangen om ons te bevrijden van het lijden, van de levenspijn die we steeds voelen, creëren we allerlei denk- en doepatronen die ons juist onvrij maken en die lijden veroorzaken. Er ontstaat een soort paradijselijk verlangen naar een leven zonder angst en pijn. Dit verlangen leidt tot een vicieuze cirkel waar we niet uit komen en tot een eeuwigdurende kring van geboorte en wedergeboorte(samsara). Zo blijven we gebonden aan het rad van het leven, aan het geconditioneerde, afhankelijke bestaan. We zullen immers altijd teleurgesteld worden wanneer we onze begeerten volgen. Dit besef is de tweede Edele Waarheid. De Boeddha waarschuwt ons: ‘Bijt niet in het aas (d.i. genoegens) van de wereld, want lijden is het onvermijdelijke gevolg.’
De Boeddha heeft ons de 'middenweg' gewezen. Dat wil zeggen: bovenstaande begeerten (verlangens) kunnen niet uitgeroeid worden, ze zijn inherent aan het mens-zijn en op zichzelf niet goed of fout. Zo is het verlangen naar manifestatie op zich een gezond verlangen. Als je echter niet vaardig met dit verlangen omgaat kun je in de ban ervan raken en neemt deze drijfveer bezit van je. Je jaagt ambities na en komt bijv. in een carrièredwang. Je ziet de ander als je concurrent die je opzij moet zien te zetten. Je bent dan geen meester meer van jezelf. Je wilt steeds verder, steeds meer, steeds door, en hebt geen rem. Dit kan leiden tot stress, psychosomatische klachten, overspannenheid, onderdrukking van jezelf, onethisch gedrag ten opzichte van anderen. De middenweg bewandelen betekent dat we gezond dienen om te gaan met dit manifestatiestreven. Van belang is dat we ons bewust zijn van deze drijfveren en dat we ons er niet aan hechten. Wanneer we zelf de grenzen stellen hoever we willen gaan blijven we meester van onszelf.
3. De Derde Edele Waarheid: DE WAARHEID VAN DE BEËINDIGING VAN HET LIJDEN

De derde Edele Waarheid geeft ons inzicht in het feit dat ons werkelijk levensgeluk niet tot stand komt door de vervulling van wat we ons als levensgeluk voorstellen, maar door het open staan voor wat zich in de realiteit aan ons aandient. Dan leef je in de onvoorwaardelijke toewijding aan het bestaan. Je doorziet je ego-gerichte zijnswijze, waarin denkbeelden de plaats van de werkelijkheid hebben ingenomen. De omwenteling die met het inzicht van de derde Edele Waarheid gepaard gaat is een werkelijke perspectiefverandering, waarbij je ego plaats maakt voor de werkelijkheid.

Wanneer we de illusie van onze egostrevingen begrijpen, doorzien we dat het volgen van onze begeerten een verkeerde weg is. De derde Edele Waarheid geeft het besef dat we alleen verlost kunnen worden van het lijden wanneer we onze denkbeelden, die voortvloeien uit onze voorstelling van wat gelukkig zijn inhoudt, kunnen loslaten. Wanneer we door hebben dat deze denkbeelden van geluk ons werkelijke geluk in de weg staan, dan doorzien we dat onze denkbeelden een valkuil vormen. We denken dat die denkbeelden ons de juiste richting wijzen, maar ze misleiden ons. Ze brengen ongeluk in plaats van geluk. Dit inzicht kan ons ertoe aanzetten om onze denkbeelden los te laten. De vlam van de hartstocht zal uitgaan wegens gebrek aan brandstof.

Verlossing van het lijden leidt tot verlichting (nirvana). Dit is een toestand waarin het lijden is geëindigd omdat onze begeerte om het leven anders te doen zijn dan het is, is uitgedoofd. Er is dan een toestand van hoogste geluk en absolute vrede, doordat het los staat van alle vergankelijke wereldse ervaringen. Deze ervaring is bevrijdend doordat krachten (passies), die voorheen blokkades en problemen veroorzaakten, niet meer actief zijn. Dit betreft bijv. verlangen naar genot, haat, perfectionisme, zich willen isoleren, enz.

Is nirvana nu een blijvende staat, of is het meer een voorbijgaande ervaring? De verlichtingservaring lijkt op het zien schijnen van de zon door de wolken. Hoe vaker je deze ervaring meemaakt, des te meer zie je de zon schijnen. Door regelmatig te mediteren verdwijnen steeds meer wolken. Zo kan een staat van verlichting bereikt worden die de definitieve beëindiging van samsara betekent, de kring van wedergeboorten (en dus van het lijden). Deze toestand is bereikbaar voor ieder die leeft zoals in de vierde waarheid wordt omschreven.
4. De Vierde Edele Waarheid: ER IS EEN PAD DAT LEIDT TOT OPHEFFING VAN HET LIJDEN

Het Achtvoudige Pad geeft de weg aan die leidt tot het ophouden van het lijden. Dit pad voert van samsara naar nirvana. Wij mensen hebben alles in huis om dit doel te bereiken. Wanneer onze menselijke geest bevangen is door onze denkbeelden over wat levensgeluk is, leven we in onwetendheid. We verkeren dan in de onverlichte staat, in samsara, we zien het leven vanuit ons egocentrisch perspectief. De Boeddha heeft ons het Pad gewezen van de bevrijding uit samsara. Onze menselijke geest kan de schepper worden van nirvana, zodat de werkelijkheid zich in zijn volheid aan ons openbaart. Dan kan onze Boeddha-natuur zich werkelijk tonen, dan kan de vlinder uit de cocon te voorschijn komen


Het Achtvoudige Pad bestaat uit:
Het Achtvoudige Pad bestaat uit acht levensadviezen die samen de vierde Edele Waarheid vormen. Het omvat een breed scala van raadgevingen en oefeningen:
1 de juiste inzichten (het juiste begrip, overeenkomstig de vier waarheden)

2. de juiste bedoelingen (het juiste denken: zonder bezitsdrang, wreedheid of boosheid)

3. de juiste woorden (het juiste spreken:  geen leugens, roddels, laster of ruwe taal)

4.  het juiste handelen  (geen geweld jegens mensen of dieren, niet stelen, niet genieten ten koste van anderen)

5. de juiste levenswijze (een eerlijk en heilzaam beroep)

6. de juiste inspanning (inzet om het heilzame te bevorderen)

7. de juiste aandacht (alert zijn voor het hier en nu)

  1. de juiste concentratie (op het hier en nu, of op een heilzaam object)

Kort samengevat is dit het pad van moraliteit, meditatie en wijsheid. Het Achtvoudige Pad is zowel diagnosticerend van aard als helend. Het Pad is een diagnostisch model voor het bepalen van de aard van de pijn die je voelt, voor het bepalen van het gebied waar het knelpunt zit. De 'diagnose' bespoedigt het accepteren van de problematiek en de beperkingen. Het volgen van het achtvoudige pad heeft een helend effect, het kan leiden tot vermindering en uiteindelijk tot opheffing van het menselijk lijden.


De eerste twee stappen op het Achtvoudige Pad zijn aspecten van wijsheid.

1. Met het juiste inzicht wordt de wijsheid bedoeld waarbij men een weg ziet die leidt tot meer geluk, inzicht en harmonie. Ons denken kan door het ontbreken van inzicht het lijden versterken maar kan door het juiste inzicht het lijden ook verminderen. Vanuit dit basisinzicht wordt een spiritueel pad bewandeld waardoor gedachten gericht worden op een wijze die afziet van verlangen.


2. Het juiste denken, d.w.z. het denken dat helpt om het lijden (dukkha) te verminderen, wordt bevorderd door je te richten op drie soorten gedachten:




  • gedachten waarin afstand wordt gedaan van (zintuiglijk) verlangen en gehechtheid

  • gedachten die niet geworteld zijn in haat of boosheid; bijv. kijken naar het goede in mensen
    gedachten die vrij zijn van wrok; bijv. het beoefenen van meditatie met de aandacht gericht op liefdevolle vriendelijkheid.



De volgende drie stappen op het Achtvoudige Pad betreffen het ethisch gedrag of moraliteit.
3. De juiste spraak betreft het advies om je te onthouden van leugens, roddels, laster of ruwe taal (bijv. vloeken); dit kan onnodige verwarring, pijn of verdriet veroorzaken.
4. Het juiste handelen betreft het advies om je te onthouden van harmonieverstorende en (zelf)destructieve handelingen, zoals geweld jegens mensen of dieren, doden, stelen, machtsmisbruik, gebruik van bedwelmende middelen, genieten ten koste van anderen (pesten).
5. Het juiste levensonderhoud betreft het advies om een heilzaam en eerlijk beroep uit te oefenen waarbij je jezelf en anderen niet kwetst. Dus: je onthouden van fraude en handel in drugs, wapens, enz.
De laatste drie stappen op het Achtvoudige Pad hebben te maken met het innerlijk omgaan met handelingen, gedachten en emoties. Ze worden vooral ontwikkeld door meditatie.
6. Met de juiste inspanning wordt enerzijds bedoeld de evenwichtige inzet om onheilzame daden en emoties niet (langer) te voeden en ze te beëindigen, en anderzijds heilzame daden en emoties te ontwikkelen en verder te doen groeien.

7.    De juiste aandacht (opmerkzaamheid) is het observatievermogen waarmee je doorziet wat er zich in een bepaalde situatie in of aan je voordoet. Het gaat dus om een helder bewustzijn van de concreet ervaren situatie. Het is de open aandacht met betrekking tot het lichaam, gevoelens, gedachten, zintuiglijke prikkelingen en de emotionele gesteldheid in het hier-en-nu. Dit voortdurende bewustzijn wordt geoefend in de inzichtmeditatie.

8.   De juiste concentratie betreft de éénpuntigheid van geest, (de gerichtheid op één concentratiepunt, het hier en nu of een heilzaam object).

De acht treden ofwel adviezen van het Achtvoudige Pad staan met elkaar in verband en werken als een opwaartse spiraal, waarbij de ontwikkeling vn de ene schakel de andere stimuleert.

Het Achtvoudige Pad kan beschouwd worden als de praktische weg en het bewustwordingsproces dat uiteindelijk leidt tot de Verlichting en het doorbreken van samsara, het rad van geboorte en wedergeboorte. Maar ook op korte termijn kunnen er vruchten worden geplukt van het bewandelen van dit pad, ook zonder dat de genoemde transcendente ervaring wordt gerealiseerd. Het kan leiden tot relativering van wat je nastreeft in het leven en dus tot meer ontspanning en rust. Meditatie kan een heilzame uitwerking hebben op de menselijke geest omdat het een niet-oordelende houding bevordert

Mahayana en Hinajana

Aanvankelijk had Boeddha geen aangezicht. Hij werd voorgesteld met "het wiel van de wet" of met voetafdrukken, een lege troon, of de boom waaronder hij mediteerde.


Een onbekende gaf hem echter een aangezicht in de eerste eeuw voor Christus.
De Griekse god Apollo stond hiervoor model, maar hij kreeg enkele Indiase trekjes, gesloten ogen en... de glimlach, die later ook boeddhistische Thailand (Siam: het land van de glimlach) zou beroemd maken. Dat gebeurde toen er zware spanningen ontstonden tussen het hindoeïsme (contra reformatie) en de boeddhistische koningen in India. De hindoeïstische contrareformatie greep naar de 'puranas', verhalen uit de voortijd, om zichzelf een heilige literatuur te verschaffen.


Het Grote Voertuig

Het boeddhisme verbreidde zich vanuit India door Zuid- en Oost-Azië op ongeveer hetzelfde ogenblik dat het christendom oprukte in Europa. In die nieuwe omgevingen onderging het belangrijke veranderingen, gekend als Mahajana en Hinajana.


Mahajana staat voor Groot voertuig of het grote, betere pad naar de verlossing. De mentale en morele zelfdiscipline verschilt grondig van de oorspronkelijke door boeddha gepredikte houding. Eigenlijk een nieuwe godsdienst. De mahajana's geloven dat er geen oneindige reeks wedergeboorten meer komt. Nu kan hij hopen dat hij door zijn vroomheid na zijn dood verwelkomd zal worden in een heerlijk oord, het 'westelijk paradijs' of ook 'het reine land' genoemd.

De mahajana's vormen de grootste stroming binnen het boeddhisme. Zij wijzen de ascese af en streven naar 'bodhisattvaschap', het uitstel van het nirvana. Voor hen is boeddha minder een historische figuur dan een realiteit achter alle schijn.

Het mahajana is meer elitair, individueel gericht.



Het Kleine Voertuig

In Zuid-Azïe ontwikkelde zich het hinajana (het kleine voertuig, of het kleine, het mindere pad naar de verlossing). Dit staat dichter bij de oorspronkelijke gedachten van Gautama en legt de nadruk op het individuele streven.

Hinajana is meer naar de monnik gericht. Vooral vertegenwoordigd op Sri Lanka en Zuidoost-Azië. Het ontkent dat de soetra's van het mahajana werkelijk gesprekken zijn van boeddha en erkent slechts één historische boeddha. Oorspronkelijk waren er 18 sekten, maar alleen de 'theravada' (leer van de ouden) bleef over.

Het hinajana wordt ook omschreven als "het sociaal boeddhisme". In alle boeddhistische landen bestaat er nog een volksgeloof naast het boeddhisme, zoals bv. het geloof in geesten, en oude gebruiken zoals begrafenisriten en festivals.




Japan leerde in China het zenboeddhisme kennen

In Japan ontwikkelde zich het zenboeddhisme, als aftakking van het Mahajana. Deze stroming wijkt af van de Indiase 'soetra's' en is gewonnen voor 'de plotse en intuïtieve verlichting (in Japans 'satori').


Zengeleerden situeren zijn ontstaan in de 7de eeuw in China. Grondlegger zou Huineng (638-713) zijn. Twee richtingen groeiden in de 9de eeuw: Tsau-toeng (Soto in Japans) en Lin-tsji (Rinzai in Japans). Beiden kennen als methoden 'za-zen' (zitten in meditatie) en 'koan' (een spreuk met een verlichtende werking).
Het zenboeddhisme beïnvloedde ook de Japanse gevechtssporten, de dichtkunst (haiku), tuinarchitectuur en het bloemschikken (ikebana).


Niet overal bedelmonniken

Bijna iedereen in de Zuidoostaziatische landen is boeddhist. En velen gaan voor een tijdje naar het klooster om het leven van een monnik of een non te leiden.

Meestal voor een zestal maanden. Niet in China echter.

Mannen, die zulks niet doen, worden wel eens halve mannen genoemd. Je zou pas een echte man zijn als je het harde leven van monnik eventjes gekend hebt. Een monnik moet al zijn bezittingen afstaan. Hij heeft alleen maar een monnikskleed, een bedelnap (een kommetje waarin hij zijn geld bewaart), een scheermes, een handdoek, een paraplu en nog enkele andere kleine spullen. Een monnik draagt altijd een oranje kleed dat over de linkerschouder is vastgeknoopt. Hij is kaalgeschoren en leeft van bedelarij.


Mensen geven graag geld aan monniken omdat zij denken dat ze daar in een volgend leven voor beloond zullen worden.

Een monnik moet heel veel mediteren. Dat is heel geconcentreerd nadenken, zodat je vergeet waar je bent, hoe laat het is, soms zelfs wie je bent. Door te mediteren kom je tot inzicht, je vindt antwoorden op belangrijke vragen.




Weg naar het Nirvana

Het boeddhisme leert je hoe je dit nirvana kan bereiken:


Nirvana is een term uit het Sanskriet (Pali: nibbana) en betekent uitdoving. Dit begrip duidt op het ingaan in een andere wijze van bestaan, een ander levensperspectief. Volgens de opvatting van het vroege boeddhisme betekent nirvana het verlaten van de cyclus van wedergeboorten (samsara) en het ingaan in een andere bestandsdimensie. Het begrip nirvana leidt gemakkelijk tot misverstanden. Zo wordt het vaak gelijkgesteld aan het westerse begrip 'hemel'. De kernbetekenis van nirvana is: vrij zijn van het bepalende gevolg van karma, vrij zijn van gehechtheid aan illusies, gemoedsaandoeningen en verlangens. Het is dus niet in de eerste plaats een oord waar je verblijft na je dood, maar het is een persoonlijke toestand, een staat van geest. Die toestand kan in dit leven worden gerealiseerd. Nirvana en de wereld om ons heen zijn niet twee verschillende werkelijkheden of twee verschillende toestanden van de werkelijkheid. Nirvana is de werkelijkheid ontdaan van al onze denkbeelden.
De laatste stap naar het Nirvana is de inkeer van het denken tot zichzelf. "In diepe verzonkenheid, die het tegengestelde is van vage mijmering, wordt de aandacht scherp gericht op het onderwerp van overpeinzing. Dan dringt het verder door tot in de diepten van zichzelf. Innerlijk brengt het alles tot stilte en in deze stilte schouwt het tot in de eeuwige grond. In een koele, zonnige vrede, boven geluk en smart uit, beseft het de zaligheid van een onuitsprekelijk leven. Het is dicht bij zijn einddoel gekomen, bij Nirwána, het hoogste geluk." ('Woorden van Boeddha', pag. 25)
Nirvana is het hoogste goed in het boeddhisme. Het is de bevrijding uit samsara, de eeuwige cyclus van wedergeboorten, en de ervaring van een radicale verandering in het bestaan. Nirvana is een staat waarin de vlam van de levensdorst geheel gedoofd is. Door het ego los te laten wordt de werkelijkheid in haar onverhulde volheid gezien. Het is een verzoening met het bestaan zoals het in werkelijkheid is, voorbij onze eigen beperkte en vooringenomen beleving ervan.
Wat Nirvana inhoudt is moeilijk in woorden te omschrijven. "Woorden zouden een poging zijn dit Nirvana te omgrenzen en zo de hoogheid aantasten van dit ongemetene. Hier sterft hopeloos alle poging tot begrip, tot enige omlijning." "Dat de Volkomene aan gene zijde des doods bestaat, is niet juist. Dat de Volkomene niet aan gene zijde des doods bestaat is niet juist. Dat de Volkomene zowel aan gene zijde des doods bestaat als niet bestaat, is niet juist. Dat de Volkomene noch aan gene zijde des doods bestaat noch niet bestaat, is niet juist." (Woorden van de Boeddha, pag.27)
De Boeddhistische Catechismus van H. S. Olcott, behalve door kerkelijke vertegenwoordigers uit Burma, Tsjittagong en Japan, ook goedgekeurd (1891) door autoriteiten uit Ceylon, onder meer door de hogepriester Soemangala, zegt:

"Nirwána is één met onzelfzuchtigheid, met gehele overgave van zichzelf aan de waarheid. De onwetende verlangt naar de zaligheid van het Nirwána zonder het minste begrip van den aard daarvan. Afwezigheid van zelfzucht is Nirwána. Goed te doen om iets te verkrijgen, of een heilig leven te leiden om hemels geluk te erlangen, is niet het edele leven, dat Boeddha gebood. Zonder hoop op beloning moet het edele leven worden geleefd en dat is het hoogste leven. De nirwanische toestand kan nog worden bereikt, terwijl men op aarde is." Zo leefde de Boeddha ook nog vele jaren, nadat hij Nirwána had bereikt. Toen hij op tachtigjarige leeftijd stierf en het lichaam verliet om nimmer weder tot geboorte terug te keren, werd gezegd, dat hij het Paranirwána inging.

Parinirvana is het uiteindelijke nirvana. Iemand die in dit leven het nirvana heeft gerealiseerd komt na de dood in het parinirvana. Het is de staat van volledige uitdoving, waarbij het rad van samsara definitief is doorbroken. Het was ook de verblijfplaats van de Boeddha voordat hij ter wereld kwam. Het levensverhaal van de Boeddha zegt dat hij vanuit de 'hemel der gelukzaligen' neerdaalde op de aarde, omdat deze rijp was om de Dharma te ontvangen. De Boeddha incarneerde in Siddharta Gautama, de prins die in 563 vóór Christus werd geboren in het rijk van de Shakya's aan de voet van de Himalaya. Aan het eind van zijn leven, toen zijn taak was volbracht, keerde de Boeddha tot het parinirvana terug.
Je moet aangeboren gebreken zoals begeerte, hebzucht en onwetendheid kwijt raken en in de plaats juist leven en handelen. Een boeddhist moet héél goed zijn, mag geen kwaad spreken of slechte gevoelens hebben.
Een eeuwige verdoemenis bestaat niet in het boeddhisme. Zelfs voor de slechtste mens is de redding nog mogelijk.
Alleen monniken die daar heel hard aan werken en heel veel mediteren, kunnen misschien het nirvana bereiken. Alle andere mensen moeten goed zijn, bedelende monniken geld geven en boeddha eren, zodat zij het in een volgend leven beter hebben.

Het boeddhisme wint intussen langzaam terrein in de Verenigde Staten en Europa. In Frankrijk zouden er al drie miljoen boeddhisten zijn.

In België bestaan twee boeddhistische centra, één in Wallonië en één in Schoten bij Antwerpen.
Lamaïsme of de reïncarnatie langs een pasgeborene
Het lamaïsme is gegroeid uit het mahajana-boeddhisme. De naam komt van het Tibetaanse 'blama' wat overste betekent.

Het lamaïsme wordt gevolgd in Tibet en Mongolië. Het ontstond omstreeks 747 toen de boeddhistische monnik Padmasambhava ('geboren uit de lotus') van Noord-India naar Tibet trok en er de eerste orde der lama's (goeroes) stichtte.


Het lamaïsme houdt, driemaal per dag, het prevelen in van gebeden, heilige schriften en het zingen van hymnen, begeleid met hoorn, trompet of drums. Hierbij wordt geregeld herhaald "om mani padme h'um" (oh, lotus juweel, amen).

Deze religieuze strekking kent een traditionele hiërarchie. Aan het hoofd staan twee lama's: de grote (dalai lama) en de panchen of bogodo lama. Voor de Chinese invasie van 1950 hadden zij ongeveer hetzelfde gezag, maar sedertdien werd de dalai machtiger.
Onder dit tweetal staan de 'hutukhtus', de spirituele vooraanstaanden. En daaronder komen de 'hobilghans' of 'bodhisattva's', die enkele spirituele of ethische disciplines tot de hunne maakten om de volledige verlichting te bereiken. Allen samen behoren zij tot de hogere clerus of 'incarnaties van boeddhistische heiligen'.
De lagere clerus bestaat uit vier groepen: de novicen, de assistent-priester, de bedelmonnik en de leraar. Zij moeten het celibaat aanvaarden en leven in kloosters.



Vier hoofdsekten

Er bestaan volgende sekten in het Tibetaans boeddhisme:



  • Nyingmapa, Kagyupa, Sakyapa en Gelugpa

In het Westen verdeelt men deze boeddhisten volgens de kleuren van hun hoofdbedekking: de roodkapsekte (Nyingmapa, Kagyapa, Sakyapa) en de geelkapsekte (Gelugp)

De rituelen zijn een mengeling van mystieke formuleringen en yoga. Tijdens de vele bijzondere feestdagen worden altaren en heiligdommen versierd met symbolische figuren. Melk, boter, thee, bloem worden aan de clerus aangeboden. Dierenoffers zijn verboden.

De belangrijkste feestdag is Nieuwjaar, dat valt in februari en dat de lente aankondigt. Het Bloemenfeest in het begin van de zomer herinnert aan de incarnatie van boeddha en het Waterfeest in augustus en september kondigt de herfst aan.

Wanneer een dalai lama sterft kruipt zijn ziel in het lichaam van een pasgeborene. Traditionele testen identificeren deze knaap, die de nieuwe dalai lama wordt. De eerste heette Sonam Gyatso. Hij kreeg de titel in 1578 van de Mongoolse heerser Altan Khan. De dalai lama's waren eerst vazallen van de Mongolen, nadien van de Chinese keizers.

Toen de Chinezen Tibet bezetten vluchtte de 14de dalai lama Tenzin Gyatso na de mislukte opstand in 1959 het land uit en leeft nu in India. Hij ontving in 1989 de Nobelprijs voor de vrede voor zijn geweldloze oppositie tegen China.

De panchen lama was aanvankelijk een woordvoerder van de Chinezen voor Tibet.


Strijd om lama duurt voort

In de jaren zestig zag hij hiervan af en steunde hij openlijk de dalai lama. Derhalve verdween hij enkele jaren. Van 1978 af woonde hij, gehuwd met een Chinese, in Beijing.


Tijdens een van zijn halfjaarlijkse bezoeken aan Xigaze op 28 januari 1989, stierf hij amper 51 jaar oud. Daags voordien had hij enkele uitspraken gedaan die de Chinezen niet bevielen en kort daarop meldden zij officieel dat hij aan een hartaanval was overleden. Er is nog geen 11de panchen lama.
De dalai lama wordt door de lamaïsten beschouwd als een incarnatie van de als god vereerde bodhisattva Avalokiteshvara.
De functie bestaat sedert ongeveer het jaar 1400. De 5de dalai lama kreeg omstreeks 1650 naast de spirituele ook de wereldlijke macht over een groot deel van Tibet en maakte van Lhasa zijn residentie. Toen werd de bouw begonnen van het machtige Potalapaleis.
De panchen ripoche is de tweede opperlama. Beiden worden als kind herboren. Na hun overlijden wordt onmiddellijk naar een bodhisattva gezocht

Dat kan jaren duren.


Tenzin Gyatso - de veertiende Dalai Lama
Hij vindt zichzelf maar een simpele monnik. Toch draagt iedere Tibetaan een prentje van hem bij zich en is hij ongekend populair in het westen. China kijkt tandenknarsend toe hoe de Dalai Lama de wereld rondreist, strijdt voor een onafhankelijk Tibet en de 'religie van de vriendelijkheid' verkondigt. Portret van een goeroe in ballingschap.
Ergens in Dharamsala, een dorpje in India aan de voet van de Himalaya, staat een eenvoudig huisje, bewoond door een monnik. Elke ochtend om vier uur staat hij op om te mediteren. Het ontbijt bestaat uit

Tsamp een mix van gebrand gerstemeel en havermoutpap. Dan is het tijd om te werken. De monnik praat met gasten en leidt ceremonieën. De dag wordt afgesloten met gebeden. Een doorsnee-monnik is hij echter niet. Regelmatig luistert hij naar de BBC World Service - "ik ben daar verslaafd aan", bekent hij. Zijn grote hobby's zijn horloges repareren en gebroken voorwerpen weer aan elkaar lijmen.

Deze monnik is in het westen beter bekend als Tenzin Gyatso, alias de veertiende Dalai Lama. Zijn dagelijkse gasten zijn niet de minsten, namelijk de ministers van de Tibetaanse regering-in-ballingschap. Daarnaast reist hij onvermoeibaar over de hele wereld om aandacht te vragen voor Tibet en het boeddhisme. Een druk bestaan, vindt hij ook zelf: "Soms denk ik wel eens dat ook de Dalai Lama een zondag zou moeten hebben." Maar veel vrije dagen heeft hij niet. Elke buitenlandse reis wordt steevast voorafgegaan door een tien uur durende autorit naar New Delhi over een drukke weg vol scooters en koeien. En dan komt er nog een lange vliegreis met bijbehorende jetlag achteraan. Sinds zijn eerste ontmoeting met de Paus in 1973 heeft hij al zo'n 50 landen bezocht.

Ook thuis in Dharamsala ontmoet hij veel mensen. Hij ontvangt tijdens zijn audiënties duizenden pelgrims, zowel westerlingen als Tibetanen. Onder een grote parasol praat hij met hen, lacht en signeert grinnikend Lonely Planet-reisgidsen. In de brandende zon wachten de pelgrims geduldig op hun beurt. Wat moet je zeggen tegen een straatarme boerenzoon die op tweejarige leeftijd werd herkend als de Dalai Lama, de belichaming van compassie? Tegen iemand die op zijn zestiende werd benoemd tot staatshoofd en nu kind aan huis is bij de grootste politieke leiders ter wereld? "Wilt u mijn goeroe zijn?", smeekt een Duitse vrouw. "Ik ben wat je wilt dat ik ben", is het veelbetekenende antwoord.

Wat heeft hij de wereld te zeggen? "Mijn boodschap is compassie, liefde en vriendelijkheid", zo vertelt hij op zijn vele lezingen. "Compassie is meer dan de gebruikelijke genegenheid voor familie en vrienden. Het gaat ook om liefde voor je vijand. Ieder levend wezen heeft het recht en de wil om gelukkig te worden. Compassie betekent je eigen wensen aan de kant schuiven en jezelf in dienst stellen van het algemeen belang." In het boeddhisme speelt meditatie een cruciale rol. Op een seminar in de Verenigde Staten: "Meditatie is het belangrijkste in mijn leven. Meditatie bevordert positieve gedachten en dus ook betere motivatie. En betere motivatie leidt weer tot betere handelingen."

De naam Dalai Lama betekent letterlijk 'oceaan der wijsheid'. Toch is Tenzin Gyatso de bescheidenheid zelve. "Ik ben maar een simpele monnik, niet meer, niet minder", zegt hij keer op keer. Op 6 juli 1935 is hij geboren, niet lang na het overlijden van de dertiende Dalai Lama. Hij is de vierde zoon van een arme boerenfamilie in Takster, een klein dorpje in het noordoosten van Tibet. Elke Dalai Lama is de reïncarnatie van de vorige. De eerste stamt uit de dertiende eeuw. Sindsdien gaat elke opvolging gepaard met een uitgebreide zoektocht naar de nieuwe Dalai Lama. In het boek Vrijheid in ballingschap vertelt de Dalai Lama over 'zijn ontdekking': "Na dagenlang mediteren en het raadplegen van geleerde Lama's leidde het spoor naar het Dokham-gebied. Daar vond men een huis dat aan het signalement voldeed. Er bleek een gezin te wonen met een zoontje van twee, dat tot grote verbazing direct de naam noemde van een tempel in Lhasa. Na een lange serie testen was de regent van Tibet overtuigd: dat zoontje is de nieuwe Dalai Lama. En dat zoontje was ik!"

Op zesjarige leeftijd begint de Dalai Lama in de hoofdstad Lhasa zijn opleiding als monnik. Zijn jeugd is eenzaam. In het koude en donkere Potala-paleis kijkt hij met een oude projector naar zijn filmhelden Tarzan en John Wayne en speelt hij met zijn oudere broer. "Elke keer als hij weer vertrok stond ik met een bezorgd hart bij het raam te kijken, totdat hij in de verte verdween." Verder leest de jeugdige Dalai Lama gretig boeken over onderzeeboten en tanks. Speelgoedsoldaatjes smelt hij om tot een soort gevechtsmonniken. Maar daar is hij van teruggekomen. De Engelse Daily Telegraph tekende op: "Geen geweld, dat is de beste weg, de enige weg. Zelfs hongerstaking is een vorm van geweld."

Na achttien jaar noeste studie haalt hij in 1959 cum laude zijn doctoraat in de boeddhistische metafysica. Ondertussen was hij op zijn zestiende ook nog eens snel tot politiek leider van Tibet benoemd, nadat China het land was binnengevallen. Jaren van onderdrukking volgden. Het historische dieptepunt is op 10 maart 1959, niet lang na zijn afstuderen. Een grote protestdemonstratie in Lhasa wordt door China hardhandig de kop ingedrukt. De Dalai Lama vlucht met 80.000 landgenoten noodgedwongen naar India. Tot op de dag van vandaag is hij niet meer teruggeweest in zijn geboorteland. De Chinese bezetting heeft inmiddels 1,2 miljoen Tibetanen het leven gekost, ongeveer een zesde van de totale bevolking. En ook de culturele schade is een regelrechte nachtmerrie: op acht na zijn alle 6259 tempels en kloosters in Tibet vernietigd.

In 1960 gaat de Dalai Lama in Dharamsala wonen, ook wel 'Klein Lhasa' genoemd. Daar installeert hij de Tibetaanse regering-in-ballingschap, gebaseerd op moderne, democratische principes. Hij zet scholen op waar zowel Engels als Tibetaans wordt onderwezen. Maar intussen verslechtert de situatie in Tibet verder. In 1988 komt de Dalai Lama met een vredesplan, waarin Tibet een eigen democratische regering krijgt, maar als compromis wel zekere banden houdt met de Republiek China. China werkt niet mee, het plan sterft een zachte dood. Reden om te wanhopen, vroeg CNN zich bezorgd af? "Een enkele keer. Emoties zijn menselijk. Zonder emotie zou een mens droog en koud worden. Maar emoties moeten wel samengaan met intelligentie."

Een jaar later worden de geweldloze inspanningen van de Dalai Lama beloond met de Nobelprijs. Zijn commentaar bij de uitreiking: "De prijs bevestigt onze overtuiging dat met waarheid, moed en vastberadenheid als onze wapens Tibet zal worden bevrijd. Onze strijd moet geweldloos en zonder haat blijven. Als je de hoop verliest en pessimistisch wordt, zul je nooit iets bereiken. Alles hangt af van onze mentale instelling. De werkelijke vijand zit binnen onszelf."

Pessimistisch is de Dalai Lama allerminst. Zijn gevoel voor humor is aanstekelijk en zijn nederige maar warme uitstraling wordt alom geprezen. Acteur Richard Gere is lyrisch: "Hij is the real thing, niemand kan aan hem tippen, zijn uitstraling is enorm. Het is uniek om in het gezelschap te verkeren van iemand die niets anders wenst dan jouw geluk."

Maar niet alle journalisten weet hij in te palmen met zijn gouden glimlach. Zo wordt hem zijn jeugdige vriendschap met Heinrich Harrer verweten, een ex-nazi die in 1944 ontsnapte uit een krijgsgevangenenkamp in India en naar Tibet vluchtte. Is die kritiek terecht? Het lijkt wel mee te vallen. Harrer stond in Lhasa bekend als een hartelijk persoon en heeft voor zover bekend nooit geprobeerd het nazisme in Tibet te verspreiden.

Begin jaren 90 accepteerde Tenzin Gyatso een donatie van ruim twee miljoen gulden van de Japanner Shoko Asahara. Deze was in 1995 het brein achter de gifgas-aanslag in de metro van Tokyo. De Dalai Lama heeft naderhand tegenover Time toegegeven dat zijn vriendschap met deze terrorist een vergissing was, "het gevolg van onwetendheid". En grijnzend voegde hij eraan toe: "Dit bewijst dat ik geen Boeddha ben!". Een opmerkelijke uitspraak, 'verlicht' is de Dalai Lama dus naar eigen zeggen niet. Wel was hij verstandig genoeg om de vriendschap te verbreken.

Ook andere uitspraken van de Dalai Lama roepen discussie op. Homoseksualiteit is zonder meer taboe. "Ik ben een boeddhist en voor een boeddhist is een relatie tussen twee mannen verkeerd. Sommige seksuele praktijken zijn eveneens verwerpelijk, zoals anale en orale seks". Onlangs kwam de Engelse voetbaltrainer Glenn Hoddle in opspraak door zijn stelling dat gehandicapten ongunstige karma zouden hebben. "Uit boeddhistisch oogpunt heeft hij gelijk", zei de Dalai Lama, "maar in een christelijk land kun je dergelijke meningen maar beter voor je houden". Waaruit blijkt dat de Dalai Lama ondanks al zijn reizen en boeken geen zendeling is. Hij wil niemand bekeren, hij wil buitenstaanders alleen maar een inkijkje gunnen in het boeddhistische gedachtengoed. "Zelfs als je niet gelooft, wees dan in ieder geval een goed mens. Vriendelijkheid is een universele religie."

Alle kritiek neemt niet weg dat de Dalai Lama een man is van grote verdiensten. Hij heeft politieke vernieuwing gebracht in een land met feodale structuren. Bovendien speelt hij een sleutelrol in de Tibetaanse onafhankelijkheidsstrijd. Mocht Tibet ooit onafhankelijk worden, dan zal hij zijn regeringsfunctie neerleggen. "De toekomstige regering van Tibet moet democratisch verkozen worden", laat hij regelmatig weten. Maar wat als de 64-jarige Tenzin Gyatso komt te overlijden? "Als Tibet nog steeds bezet is en de Tibetanen een vijftiende Dalai Lama willen, dan zal deze ongetwijfeld buiten Tibet worden geboren. Het doel van een reïncarnatie is immers om het werk af te maken dat in het vorige leven is begonnen."

Een reïncarnatie in het buitenland heeft in ieder geval grote praktische voordelen. China heeft dan geen kans om de traditionele zoektocht naar de Dalai Lama te dwarsbomen. In 1995 gebeurde dat na het overlijden van de Panchen Lama, een andere geestelijk leider in Tibet. Zijn reïncarnatie was al gevonden, maar China schoof een eigen kandidaat naar voren. De oorspronkelijke kandidaat verdween spoorloos. Hij is nog wel in leven, volgens de Chinese autoriteiten zou het zelfs "erg goed" met hem gaan.

Heeft het Tibetaanse verzet toekomst zonder de Dalai Lama? "Het Tibetaanse verzet dooft misschien uit, maar nog waarschijnlijker zal het alleen maar gewelddadiger worden. Er zal altijd verzet blijven, tenzij de Chinezen het hele volk uitroeien." Maar ondanks de gewelddadige onderdrukking blijft Tenzin Gyatso hoopvol. "De totalitaire, communistische manier van regeren blijkt nergens ter wereld te werken. En in China is een democratische beweging in opkomst." De laatste opmerking zou wel eens profetisch kunnen blijken. De meeste politieke omwentelingen komen immers van binnenuit - zie de voormalige DDR, Rusland, Roemenië en Zuid-Afrika. De redding in de strijd tegen China komt misschien wel uit China zelf.



  1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina