Wat moet de Noorse periferie in Europa?



Dovnload 364 Kb.
Pagina1/5
Datum23.07.2016
Grootte364 Kb.
  1   2   3   4   5


Wat moet de Noorse periferie in Europa?
3e klas, Tweede Fase havo/vwo: Domein Politiek en Ruimte

Opdracht 1: Waarom is Noorwegen geen lid van de EU?

Inleiding voor de docent
Lesmateriaal naar aanleiding van het artikel: 'Wat moet de Noorse periferie in Europa?', Hanneke Brouns, Geografie december 2002
Tijd haf lesuur

Benodigdheden de Grote Bosatlas
Auteur lesmateriaal: Hanneke Brouns is pas afgestudeerd als sociaal geograaf aan de Universiteit Utrecht. Voor haar afstudeeronderzoek, naar de gevolgen van EU-toetreding voor de periferie van Noorwegen, verbleef zij enkele maanden in dit Scandinavische land.

Wat moet de Noorse periferie in Europa?
3e klas, Tweede Fase havo/vwo: Domein Politiek en Ruimte

Opdracht 1: Waarom is Noorwegen geen lid van de EU?
In 1972 en in 1994 werd er een referendum gehouden in Noorwegen over toetreding tot de Europese Unie. Beide keren zei een kleine meerderheid van de bevolking 'nee'.
In deze opdracht is de hoofdvraag: Waarom is Noorwegen geen lid van de EU?
Lees nu bron 1: 'De EU: van politieke stabiliteit naar een open markt'.
In het kort heb je kunnen lezen wat het betekent voor een land om lid te zijn van de EU. Aan de hand van bron 1.2 tot en met 1.6, de Bosatlas en eventueel zelf gezochte websites ga je uitzoeken wat het lidmaatschap van de EU zou betekenen voor Noorwegen.
Door de twee tabellen in te vullen, krijg je in vijf stappen alles op een rij.
Stap 1

Aan de hand van de eerste tabel ga je na welke redenen voor EU-lidmaatschap voor Noorwegen van belang zouden kunnen zijn.


Stap 2

Geef voor elke reden aan of ze wel of niet voor Noorwegen geldt en waarom.


De tweede tabel behandelt de gevolgen van EU-lidmaatschap.
Stap 3

Geef voor elk gevolg aan of dat positief of negatief is voor Noorwegen.


Stap 4

Beargumenteer je keuzes in de tabel onder het kopje 'Beargumenteer'.


Stap 5

Als je uit de bron afleidt dat iets negatief zou zijn voor Noorwegen, maar zelf ideeën hebt over waarom het ook positief kan zijn, kun je je bedenkingen vermelden onder het kopje: 'Nuanceer'. Je hoeft je dus voor de nuanceringen niet aan de bronnen te houden.


Met behulp van de ingevulde tabellen kun je de hoofdvraag beantwoorden:
Noorwegen is geen lid van de EU, omdat

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………




Redenen voor EU-lidmaatschap:

Politieke stabiliteit

Open markt

wel / geen * reden voor Noorwegen

wel / geen * reden voor Noorwegen

Beargumenteer:


Nuanceer:

Beargumenteer:


Nuanceer:

Bronnen:

  • GB 51: 171D of GB 52: 193 D

Bronnen:

  • GB 51: 185CD of GB 198 CD

  • Bron 1.2

  • Bron 1.3

* Streep door wat niet van toepassing is


Gevolgen van EU-lidmaatschap:

Gemeenschappelijk fonds

Gemeenschappelijk beleid

Gemeenschappelijke identiteit

positief / negatief * gevolg voor Noorwegen

positief / negatief * gevolg voor Noorwegen

positief / negatief * gevolg voor Noorwegen

Beargumenteer:


Nuanceer:

Beargumenteer:


Nuanceer:

Beargumenteer:


Nuanceer:

Bronnen:

  • GB 51: 184C of GB 52: 77F

  • Statistieken BNP Europa (GB 51: pag.242 of GB 52 pag.207)

Bronnen:

  • Bron 1.4

  • Bron 1.5

  • Statistieken aantal inwoners Europa (GB 51: pag.241 of GB 52: pag.206)

Bronnen:

  • Bron 1.6

* Streep door wat niet van toepassing is

Bron 1.1: De EU: van politieke stabiliteit naar een open markt
De Europese eenwording begon na de Tweede Wereldoorlog. Het was hard nodig om afspraken te maken tussen landen om nieuwe conflicten te voorkomen. Het belangrijkste middel hiervoor was economische integratie. Als landen immers door handel afhankelijk van elkaar zijn, zullen ze ook minder snel een politiek conflict uit gaan vechten. De Europese Unie is dus ontstaan om oorlog te voorkomen. Handel was het middel om landen aan elkaar te binden.

Later werd die handel steeds belangrijker. De politieke stabiliteit was bereikt. Afspraak na afspraak werd gemaakt om internationale handel binnen Europa te vergemakkelijken. Inmiddels is er sprake van een gemeenschappelijke Europese markt; de grenzen binnen de Unie bestaan nauwelijks meer. Bedrijven kunnen zich overal binnen de EU vestigen en kunnen naar alle EU-landen importeren en exporteren zonder grenstarieven.

Om deze open markt te bereiken, zijn veranderingen nodig binnen elk EU-land en elk land dat lid wil worden van de EU: de lidstaten moeten geld afstaan aan de EU en ze moeten hun beleid aanpassen aan dat van de EU. Bovendien is het belangrijk dat burgers zich Europeaan gaan voelen. Om dit te bereiken moeten EU-onderdanen zich minder verwant gaan voelen met hun land, zodat ze zich meer verbonden kunnen voelen met Europa: de nationale identiteit moet ruimte bieden voor een Europese identiteit.

Handel is dus nu het hoofddoel van de Unie. Een gemeenschappelijk fonds, beleid en identiteit zijn nu de middelen om dit te bereiken.


Kijk voor meer informatie over de EU en haar geschiedenis op: www.europa.eu.int


Bron 1.2: Import en export van Noorwegen, januari-april 2002

Handelspartner

Import in miljoenen Noorse kronen

Import in percentages

Export in miljoenen Noorse kronen

Export in percentages

Scandinavië

24 095,2

26,7

16 437,3

24,4

EFTA (zie bron 1.3)

1 406,8

1,6

1 030,2

1,5

EU 

60 563,5

67,2

46 551,9

69,0

OECD (zie bron 1.3)

76 477,8

84,8

59 091,0

87,6

Bron: www.ssb.no, de nationale statistiek website van Noorwegen (ook in het Engels).



Bron 1.3: Noorwegen in Europa: internationale samenwerkingsverbanden
OECD: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (GB 51: 171C of GB 52: 193C)

EFTA: Europese Vrije Handels Federatie (waaruit de EU is ontstaan, nu zijn nog lid: Liechtenstein, IJsland, Zwitserland en Noorwegen)

EER: Europese Economische Ruimte

Schengen
Al deze organisaties zijn onderhevig aan EU-wetgeving.

Bovendien heeft Noorwegen een aantal contacten in Brussel en doet Noorwegen mee aan EU-programma's voor bijvoorbeeld regionale ontwikkeling en culturele uitwisseling.


Bron: www.odin.dep.no (in het Engels is ook informatie verkrijgbaar; zoek bij Ministerie van Buitenlandse zaken).

Bron 1.4: Noorse beleidsstandaarden hoger dan die van de EU


De Europese Unie kent een ander welvaartsbeleid dan Noorwegen. Omdat Noorwegen een rijk land is, heeft het een welvaartsstaat ontwikkeld met hogere standaarden dan EU-landen. Iedereen is vanaf de geboorte gratis verzekerd voor ziektekosten bijvoorbeeld. Onderwijs is ook gratis.

Vooral Zuideuropese en straks ook Oost-Europese landen moeten veel bezuinigen om aan de eisen van de begroting te voldoen. De welvaartsdiensten gaan er als eerste aan bij deze bezuinigingen. De kans bestaat dat dan ook het EU-beleid zich aanpast aan de gemiddeld lagere standaarden.

De beleidsstandaarden van Noorwegen zijn dus hoger dan die van de EU. Dit geldt niet alleen voor het welvaartsbeleid, maar ook voor onder andere milieubeleid, emancipatiebeleid en regionale subsidies.


Bron: www.neitileu.no Deze website is het forum van de Nee-tegen-EU beweging. Er is ook een samenvatting van het EU-debat en de tegenargumenten te vinden.

Bron 1.5: De zetelverdeling in het Europese parlement per land in 1999-2004.

De zetelverdeling is in verhouding met het bevolkingsaantal van de EU-landen.




België

Denemarken

Duitsland

Griekenland

Spanje

Frankrijk

Ierland

Italië

25

16

99

25

64

86

15

87

























Luxemburg

Nederland

Oostenrijk

Portugal

Finland

Zweden

Groot-Brittannië

Totaal

6

31

21

25

16

22

87

625

Bron: europa.eu.int
B
ron 1.6: Noorwegen en Europa

Noorwegen is pas in 1905 een onafhankelijk land geworden. Tot 1814 was het onder controle van de Deense Unie, daarna van de Zweedse Unie. De Noren zijn nu erg gesteld op hun onafhankelijkheid. Hun nationale identiteit is tegen de Europese identiteit gericht. Zij zijn erg trots op hun plattelandscultuur met boerengerechten, streekverhalen over trollen en boerenkostuums. Hiermee zetten zij zich af tegen de stedelijke cultuur van Europa. Op deze foto vieren Noren hun onafhankelijkheid in een jaarlijkse parade. Zij dragen boerenkostuums.

Wat moet de Noorse periferie in Europa?
3e klas, Tweede Fase havo/vwo: Domein Politiek en Ruimte

Opdracht 1: Waarom is Noorwegen geen lid van de EU?

Antwoordmodel
De leerlingen zullen misschien hulp nodig hebben bij het bedenken van nuanceringen. De docent kan de leerling sturen met behulp van onderstaand antwoordmodel.


Redenen voor EU-lidmaatschap:

Politieke stabiliteit

Open markt

wel / geen * reden voor Noorwegen

wel / geen * reden voor Noorwegen

Beargumenteer:

Aangezien Noorwegen al bij de NAVO hoort en Noorwegen niet in een conflictgevoelig gebied ligt, heeft Noorwegen de EU niet nodig voor politieke stabiliteit.

Nuanceer:

Noorwegen grenst aan Rusland en is gevoelig voor internationale aanvallen door de olievelden.


Beargumenteer:

Noorwegen is al economisch geïntegreerd in Europa, heeft een sterke concurrentiepositie en heeft al economische samenwerkingsverbanden. Daarvoor hoeft Noorwegen dus geen lid te worden voor de EU.

Nuanceer:

Noorwegen is al zodanig economisch geïntegreerd in de open markt, dat het beter ook invloed kan hebben op de besluitvorming die de regels voor die open markt bepalen.

Bronnen:

  • GB 51: 171D of GB 52: 193 D

Bronnen:

  • GB 51: 185CD of GB 198 CD

  • Bron 1.2

  • Bron 1.3



Gevolgen van EU-lidmaatschap:

Gemeenschappelijk fonds

Gemeenschappelijk beleid

Gemeenschappelijke identiteit

positief / negatief * gevolg voor Noorwegen

positief / negatief * gevolg voor Noorwegen

positief / negatief * gevolg voor Noorwegen

Beargumenteer:

Noorwegen is bijna het rijkste land van Europa. Binnen de EU zal het een nettobetaler worden. Daarom zal EU-lidmaatschap Noorwegen alleen maar geld kosten.

Nuanceer:

Noorwegen heeft genoeg geld om toe te treden tot de EU.

Beargumenteer:

Noorwegen wil soeverein blijven, anders moet zij beleidsstandaarden verlagen tot EU-standaarden. Vanwege het kleine bevolkingsaantal zal zij bijna geen invloed hebben op de beleidsstandaarden van de EU.

Nuanceer: Noorwegen moet inspraak krijgen op de besluitvorming van de EU om de beleidsstandaarden te verhogen.

Beargumenteer:

Het zal moeilijk worden om tegelijk Noor en Europeaan te zijn; de nationale identiteit van Noorwegen is een counteridentiteit tegenover Europa.

Nuanceer:

De nationale identiteit van Noorwegen zou opener worden door toetreding van de EU.

Bronnen:

  • GB 51: 184C of GB 52: 77F

  • Statistieken BNP Europa (GB 51: pag.242 of GB 52 pag.207)

Bronnen:

  • Bron 1.4

  • Bron 1.5

  • Statistieken aantal inwoners Europa (GB 51: pag.241 of GB 52: pag.206)

Bronnen:

  • Bron 1.6

Noorwegen is geen lid van de EU, omdat ……


Noorwegen niet de redenen (eerste tabel) deelt met andere EU-landen om lid te worden en daarom ook niet wil opdraaien voor de gevolgen ervan (tweede tabel).

Wat moet de Noorse periferie in Europa?
3e klas, Tweede Fase havo/vwo: Domein Politiek en Ruimte

Opdracht 2: Welke regio's en sectoren willen wèl en welke willen níet bij de EU?

Inleiding voor de docent
Lesmateriaal naar aanleiding van het artikel: 'Wat moet de Noorse periferie in Europa?', Hanneke Brouns, Geografie december 2002
Tijd 1 les

Benodigdheden de Grote Bosatlas
Auteur lesmateriaal: Hanneke Brouns is pas afgestudeerd als sociaal geograaf aan de Universiteit Utrecht. Voor haar afstudeeronderzoek, naar de gevolgen van EU-toetreding voor de periferie van Noorwegen, verbleef zij enkele maanden in dit Scandinavische land.
Handleiding:

Opdracht 2 sluit aan bij opdracht 1. Het uitgangspunt van opdracht 2 is een referendum in de klas. Leerlingen moeten zich voorstellen dat er in 2003 opnieuw een referendum wordt gehouden over EU-lidmaatschap. Op zich is dit niet onvoorstelbaar; misschien komt er een nieuw debat op gang in Noorwegen in 2004.

Alle leerlingen krijgen de opdracht en het A4-tje met de algemene bronnen. De klas wordt in 9 groepjes gedeeld. Elk groepje vertegenwoordigt één van de negen personen over wie bronnenmateriaal is gemaakt. Van de persoon die ze willen vertegenwoordigen krijgen ze het A4-tje met de bronnen. Aan de hand van deze bronnen kunnen ze er achter komen of de desbetreffende persoon vóór of tegen de EU gaat stemmen op het referendum.

Leerlingen zullen ongeveer 5 minuten nodig hebben om de opdracht te begrijpen/ uitgelegd te krijgen. In 20 minuten kunnen ze de bronnen bekijken en er over discussiëren. Het is het beste dat ze de gegevens van opdracht 1 als richtlijn gebruiken: de gevolgen van EU-lidmaatschap zijn: politieke stabiliteit, open markt, gemeenschappelijk fonds, beleid en identiteit. Niet alle vijf de gevolgen komen in elk A4-tje terug. Voor de meeste slechts twee of drie.

De overige 25 minuten van de les zijn voor de klassikale discussie en het referendum. Elke groep kan kort zijn conclusies presenteren aan de klas, of er wordt een discussie gevoerd over JA of NEE en waarom. Om deze discussie en het referendum langer te laten duren, kunnen leerlingen eventueel ook al vóór de les de A4-tjes bestuderen.

Uiteindelijk wordt er voor of tegen EU-lidmaatschap gestemd. Op zich is er geen goede of foute uitslag, zolang leerlingen maar goede argumenten hebben. De uitslag die het meest waarschijnlijk is, is 4 voor en 5 tegen. Elk groepje vertegenwoordigt dan één persoon en heeft maar één stem.

Maar de docent kan er ook voor kiezen elke leerling individueel te laten stemmen. De groepsdiscussie krijgt dan een andere functie. Dan is het zaak om elkaar persoonlijk te overtuigen. Het nut van de algemene bronnen wordt dan vergroot in de groepsdiscussie. Zo kan iemand die de boer vertegenwoordigt (tegen EU) overtuigd worden door iemand die de fabrieksmedewerker vertegenwoordigt (voor EU) door het argument dat er meer Noren in de industrie werken dan in de landbouw. Iemand die een Noor uit het noorden vertegenwoordigt kan dan weer zeggen dat dat voor de noordelijke regio niet zo sterk opgaat en dat die toch tegen blijft stemmen. In het geval van een individuele stemming kan de discussie dus meer ruimte krijgen om over het nationaal belang te gaan. Leerlingen hoeven zich dan niet zo aan hun personen vast te houden, maar kunnen kijken hoe belangrijk hun stem is in verhouding met de stemmen van de andere Noren uit andere gebieden en andere sectoren.

In het antwoordmodel worden alle bronnen kort besproken, zodat leerlingen ook geholpen kunnen worden met vragen.

Het lesmateriaal hoeft niet persé gebruikt te worden voor een groepsdiscussie, zoals in de opdracht staat. Leerlingen kunnen bijvoorbeeld ook individueel een klein essay schrijven over waarom de persoon die zij uitkiezen wel of niet bij de EU wil.
Wat moet de Noorse periferie in Europa?
3e klas, Tweede Fase havo/vwo: Domein Politiek en Ruimte

Opdracht 2: Welke regio's en sectoren willen wèl en welke willen níet bij de EU?
Stel je voor dat er in 2003 een nieuw referendum komt in Noorwegen over EU-lidmaatschap. De vraag aan de burger is: 'Vind u dat Noorwegen moet toetreden tot de Europese Unie?'

Het is de bedoeling dat jullie zelf deze vraag gaan beantwoorden vanuit de posities van verschillende Noren. In groepjes gaan jullie personen vertegenwoordigen in het referendum. Elk groepje vertegenwoordigt dus één persoon. Om te kunnen bepalen wat deze persoon gaat stemmen krijg je een A4-tje met bronnen. De bronnen gaan over de sector waarin de persoon werkt en/of over de regio waarin die woont. Je krijgt ook een A4-tje met algemene bronnen die je nodig hebt voor vraag 2a.


Ga als volgt te werk:
2a Zoek eerst in de Bosatlas op waar de persoon precies vandaan komt.

Bekijk ook het kaartje met de uitslag van het referendum in 1994 (zie het A4-tje met algemene bronnen). Het is niet precies te zien of de gemeente waar jouw persoon woont vóór of tegen stemde. Het belangrijkste is dat je in grote lijnen kijkt of jouw persoon in een gebied woont waar veel mensen vóór of juist tegen hebben gestemd.

Bekijk ook de tabel met werknemers naar sectoren (zie het A4-tje met algemene bronnen). Bedenk hoe belangrijk de sector is waar jouw persoon in werkt. Misschien is die sector op zich niet zo belangrijk voor de werkgelegenheid in Noorwegen, maar weer wel voor de werkgelegenheid in de regio waar jouw persoon woont. Als het belang van jouw beroepssector groot is voor het land, kan je dat gebruiken in je argumentatie vóór of tegen EU-lidmaatschap.




  1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina