Water, verrassend gewoon!



Dovnload 268.39 Kb.
Pagina6/11
Datum20.08.2016
Grootte268.39 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

Demonstratieproef 1 Verbazingwekkend ijs.


Maak een aantal ijsblokjes met een voedingskleurstof erin. De kleurstof is bedoeld om het verloop van het experiment beter te kunnen volgen.

Vul een bekerglas voor ¾ met zonnebloemolie. Plaats een ijsblokje in de olie.

Neem nauwkeurig waar wat er gebeurt bij het smelten van het ijsblokje.

Demonstratieproef 2 Kleurloos en toch verschillend.


    1. Er staan drie smalle, hoge bekerglazen op de demonstratietafel met 50 mL van een kleurloze, heldere vloeistof erin. Aan alle drie wordt 75 mL water toegevoegd. Teken de ontstane situaties.

    2. Vervolgens wordt aan alle drie de bekerglazen 25 mL zonnebloemolie toegevoegd.

Teken de ontstane situaties.

Demonstratieproef 3 Het brandende eurobiljet.


We dopen een 5-eurobiljet in een brandbaar mengsel. Nadat het goed doordrenkt is en uitgedrupt, wordt er een brandende lucifer bijgehouden.

Demonstratieproef 4 Een magische afscheiding.


Bevestig met behulp van een elastiekje over de mond van een bekerglas een stuk grofmazige stof (kaasdoek, borduurgoed of linnen).

Schenk dwars door de stof water in het bekerglas, dat je voor ongeveer 2/3 vult.

Draai boven de gootsteen het bekerglas snel om. Schrijf je waarnemingen op.

Druk met je vinger tegen het doek aan en schrijf je waarnemingen weer op.



Demonstratieproef 5 Speedboot.


Je docent/toa heeft een lucifer gesplitst:




Leg de lucifer in een bak met water en laat een druppeltje zeep tussen de pootjes vallen.



Demonstratieproef 6 De afbuigende waterstraal.


Je docent /toa wrijft een plastic hoesje op met een doek of een trui. Hou dit plastic hoesje vervolgens in de buurt van een dunne waterstraal.

Is water van levensbelang?

Water is niet weg te denken uit ons dagelijks leven. Dat er schoon drinkwater uit de kraan komt, vinden we volkomen normaal. We denken er niet meer bij na dat stromend water voor veel mensen in de wereld lang niet zo vanzelfsprekend is.

We gebruiken water ook voor andere dingen dan wassen, koken en drinken. In sommige landen wordt zoet water, uit rivieren afkomstig, gebruikt voor irrigatie. Zeewater wordt onder andere gebruikt voor zoutwinning. Veel kleurstoffen uit de oudheid waren ook afkomstig uit de zee. Daarnaast worden zeewater en zoet water gebruikt voor transport en visserij.
De oceanen bevatten bij elkaar 97,4% van al het water op aarde. De resterende 2,6% op het land is grondwater of ijs. Slechts 0,014% is voor ons bereikbaar in rivieren en meren. Dat is in feite onze bron van drinkwater. Schoon drinkwater is een van de belangrijkste levensbehoeften van de mens. Dankzij schoon drinkwater komen een groot aantal ziekten en epidemieën niet meer voor. Maar langzaam komen we met ons drinkwater in de problemen!
Uit recent onderzoek blijkt dat er enorm veel aardgas aanwezig is in zogenaamde gashydraten op de bodem van de oceaan - meer dan alle huidige voorraden van fossiele brandstoffen bij elkaar. Lees verder in informatieblok 1.
Opdracht 0.

Water is zoals je hebt gelezen een stof van levensbelang voor de aarde en de mensheid. Maak een begrippennet/brainmap waarin de term “water" centraal staat. In het midden zet je het begrip “water”, daar omheen zet je alle begrippen die met water te maken hebben. Een voorbeeld:


zuivering




drinkwater



water





voedsel


ijs


Ten slotte


Water! Niks gewone stof, een verrassende stof. Water stroomt bij ons in de westerse wereld zo uit de kraan of je koopt het in de winkel. Het regent, sneeuwt of stroomt in beekjes, rivieren en de zee. Er zijn wolken, enorme massa’s waterdruppels, waar van alles uit kan komen. Op zich is er niets bijzonder aan de stof water. Maar je hebt al enkele “verrassende eigenschappen” van water gezien.


?

Wat is het verband tussen het brandende eurobiljet uit demonstratieproef 3 en het broeikaseffect? (Het is niet de hoeveelheid CO2 die ontstaat!)

Informatieblok: Brandende sneeuwballen, verdwijningen en een zelfregulerende aarde.


Ooit brandende sneeuwballen gezien? Natuurlijk kan dat niet, maar wat je op het plaatje linksonder ziet lijkt er wel op. Het kan geen sneeuw zijn, althans niet alleen sneeuw.


De werkelijke naam van dit materiaal is gashydraat. In gashydraat hebben watermoleculen via waterstofbruggen een kooistructuur gevormd, waarbinnen zich methaanmoleculen hebben genesteld (zie figuur 2.4). Deze structuren zijn alleen stabiel bij een lage temperatuur en een zeer hoge druk.

In 1888 al is dit materiaal voor het eerst gemaakt. In de jaren dertig van de vorige eeuw dook het op in pijpleidingen, waarin aardgas werd vervoerd vanuit Siberië naar het westen van Europa. De buizen raakten door gashydraten verstopt, waardoor de gasstroom werd gehinderd. Vanaf deze tijd is er onderzoek verricht naar deze vorm van hydraten.

De omstandigheden waarbij dit materiaal kan bestaan, komen voor in de permafrostlaag van onze aardkorst. Dit is de laag waarin de grond nooit ontdooit. De permafrostlaag kan tot 1000 m diep in de aarde voorkomen. Nog dieper wordt de grond te veel opgewarmd door de kern van de aarde.

Op veel plaatsen op de aarde blijkt gashydraat aanwezig te zijn op grote diepte.

Het blijkt dat 1 m3 gashydraat bij normale omstandigheden 160 m3 methaangas geeft. Men heeft berekend dat er meer koolstof opgeslagen zit in gashydraat dan er verder totaal op aarde voorkomt. Een mogelijke nieuwe energiebron? Op dit ogenblik is het vanuit technisch oogpunt nog lastig om methaan uit de gashydraten te winnen.

Wanneer je een monster gashydraat in de buitenlucht neerzet, sist en bruist het. Vervolgens blijft er een klein plasje water over. Houdt je en vuurtje bij een monster van een gashydraat dan krijg je dus een brandende sneeuwbal!




Figuur 2.4 Links zijn de vindplaatsen van gashydraten op aarde weergegeven. Rechts een gashydraat.

Gashydraten speelden een rol in verschijnselen die tot 1960 onverklaarbaar waren. In de beroemde driehoek van Bermuda, vlakbij de oostkust van Florida (VS), verdwenen heel vaak, vooral rond zonsopgang en zonsondergang, vliegtuigen en boten. Sommigen verklaarden deze verdwijningen door aan te nemen dat buitenaards leven hiervoor verantwoordelijk was. Pas rond 1960 kon men hiervoor een wetenschappenlijke verklaring vinden.

Op de oceaanbodem bij Bermuda bleken gashydraten aanwezig te zijn. Losgelaten gashydraten stegen op vanaf de zeebodem. Eenmaal onderweg naar het zeeoppervlak smelt de ijsmassa en komen de gassen vrij. Het zeewater kreeg hierdoor andere eigenschappen: een lagere dichtheid of een andere brekingsindex. Door de lagere dichtheid van het zeewater kon een schip in een minuut zinken. Een veranderde brekingsindex zorgde voor verblinding van de piloot, die daardoor in zee kon storten. Men had toen immers nog niet de geavanceerd vliegtuigen en apparaten van nu. De piloten vlogen in die tijd meestal op zicht.


Levert zo’n hoeveelheid methaan geen problemen op?

Ja zeker, methaan is een effectiever broeikasgas dan koolstofdioxide! Het uiteenvallen van gashydraten leidt dus tot een opwarming van de aarde. Wetenschappers hebben ontdekt dat bij ijstijden de hoeveelheid gashydraten afneemt en dat door ijslawines (die natuurlijk vaker voorkomen in een ijstijd) op de oceaanbodem de gashydraten sneller smelten. Er komt methaan vrij, waardoor het warmer wordt op aarde.







1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina