Waterdieren vangen met een schepnet



Dovnload 400.04 Kb.
Pagina1/2
Datum25.08.2016
Grootte400.04 Kb.
  1   2
Waterdieren vangen met een schepnet.
Benodigdheden:




Werkwijze:


  1. Giet een laagje slootwater van ± 2 centimeter in de witte bak.

  2. De meeste diertjes zitten langs de kant of tussen de waterplanten. Ga daarom met je schepnet door de waterplanten, langs de kant en over de bodem.

  3. Leeg het net in de witte bak. De plantenresten die zich in de bak bevinden schud je goed uit en gooi je terug in het water, er kunnen zich nog waterdieren tussen bevinden. Heb je de plantenresten verwijderd, dan zijn de waterdieren goed zichtbaar tegen de witte achtergrond.

  4. De in het net achtergebleven beestjes kun je voorzichtig verzamelen met het lepel.

  5. Herhaal dit enkele keren.



Waterdieren en waterkwaliteit.
In deze opdracht gaan jullie bekijken welke waterdieren er in het water voorkomen en wat deze water­dieren je vertellen over de kwaliteit van het water.

  1. Schrijf de naam en/of plaats van de sloot, vijver, plas of beek op.

  2. Hoe breed is het water ?

  3. Let op de omgeving. Ligt het watertje in een woonwijk, een industriegebied, een park, in een natuurterrein of op een ande­re plek ? Schrijf op hoe de omgeving eruit ziet.

Kijk om je heen. Omcirkel de elementen die je ziet

akkers - weilanden - weg - fietspad - bomen - struiken - huizen – fabrieken boerderijen - ………………

Kijk naar de oever. Wat zie je (beton, hout, zand, ………….)


  1. Kijk naar de planten in het water. Zijn er veel, weinig, geen planten aanwezig ?

  2. Vul de witte bak met slootwater.

  3. Ga met het schepnet door de sloot en leeg het schepnet in de witte bak.

  4. Doe dit een aantal keren. Ga met het schepnet zowel door de waterplanten als door het open gedeel­te van het water.

  5. Bekijk de inhoud van de witte bak. Zoek m.b.v. de tabel voor waterdieren op welke waterdieren je gevonden hebt en noteer de namen.


Verwerking:


  1. Pak Waterkwaliteitstabel 1. Hierin worden 13 groepen waterdieren genoemd die iets zeggen over de waterkwaliteit. Kijk welke van de soorten, die je gevonden hebt voorkomen in Waterkwaliteitstabel 1. Vul bij iedere groep het aantal gevonden soorten in. Vul de door jouw gevonden soorten in.

  2. Tel nu hoeveel soorten je hebt gezien en noteer dit getal onderaan, bij totaal aantal soorten.

  3. Omdat er een paar waterdieren zijn die of alleen in heel schoon water voorkomen of alleen in heel vies water kijken we of je deze ook gevangen hebt. We gebruiken hier waterkwaliteitstabel 2 voor. De gegevens haal je uit tabel 1.

    1. Eerst kijken we naar de haftelarven. Heb je haftelarven gevonden? Kijk dan in de tweede kolom van de waterkwaliteitstabel 2. Heb je bijvoorbeeld in totaal 12 soorten waterdieren gevangen dan krijgt het water een kwaliteitscijfer van 7,5. Je hoeft nu niet meer te kijken naar de andere soorten waterdieren, die in de tabel genoemd staan.

    2. Wanneer je géén haftelarven hebt gevonden ga je door naar B. Heb je kokerjuffers gevonden ? Zo ja, kijk dan weer in de 2e kolom en vul daar het totaal aantal soorten in. Was dit 12, dan krijgt het water een kwaliteitscijfer van 6,5. Zo nee, ga door naar C. enz. enz.

In het lijstje hieronder zie je wat de verschillende kwaliteitscijfers betekenen:

Kwaliteitscijfer 0-1-2 zeer sterk verontreinigd

Kwaliteitscijfer 3-4 erg verontreinigd

Kwaliteitscijfer 5- 6 verontreinigd

Kwaliteitscijfer 7-8 tamelijk schoon

Kwaliteitscijfer 9 schoon
Bedenk een aantal redenen, waardoor het water verontreinigd kan worden.

Tabel 1 : Waterkwaliteit
In deze tabel tel je het aantal soorten per groep !!

Dus, 10 bruine kikkers en 3 groene kikkers zijn twee soorten amfibieën.




  1. LIBELLEN Aantal gevonden soorten: ________________

  2. WATERWANTSEN Aantal gevonden soorten: ________________



  1. WATERKEVERS Let goed op de verschillen in grootte, vorm, kleur,

aftekening, poten en manier van bewegen Aantal gevonden soorten: ________________

  1. HAFTELARVEN Let goed op de lichaamsvorm: plat of rond Zijuitsteeksels aan het achterlijf, staartdraden. Aantal gevonden soorten: ________________




  1. KOKERJUFFERS Aantal gevonden soorten: ________________

  2. RODE MUGGENLARVEN Is altijd maar één soort: ________________

  1. WATERMIJTEN Aantal gevonden soorten: ________________

  1. KREEFTACHTIGEN Alleen Vlokreeftjes en Zoetwaterpissebedden tellen mee. Aantal gevonden soorten: ________________

  1. SCHELPDIEREN TWEEKLEPPIGEN; Mosselsoorten en SLAKKEN met huisjes Aantal gevonden soorten: ________________

  1. PLATWORMEN Let op verschillen in kleur, vorm en ogen Aantal gevonden soorten: ________________

  1. BLOEDZUIGERS Let op grootte, tekening, oogstand en ogen (loep ) Aantal gevonden soorten: ________________

  2. WORMEN Aantal gevonden soorten: ________________

  1. SLIJKVLIEGEN Aantal gevonden soorten: ________________


Totaal aantal soorten: ________________



WATERDIEREN EN WATERKWALITEIT
















WATERKWALITEITSTABEL 2







HEB JE GEVONDEN ?!?!

Ga terug naar tabel I.







JA  Wat was het totaal aantal







soorten dieren ? (zie tabel I )

Het kwaliteitscijfer is:




1

-




2-5

5,5




6-10

6,5




11-15

7,5




16, meer

8,5










HAFTELARVEN

NEE  Ga door naar B







JA  Wat was het totaal aantal







soorten dieren ? (zie tabel I )

Het kwaliteitscijfer is:




1

4




2-5

4,5




6-10

5,5




11-15

6,5




16, meer

7,5










KOKERJUFFERS MET KOKER

NEE  Ga door naar C







JA  Wat was het totaal aantal







soorten dieren ? (zie tabel I )

Het kwaliteitscijfer is:




1

1




2-5

2




6-10

3




11-15

4




16, meer

5

VLOKREEFTJES OF LlBELLE LARVEN







OF WEEKDIEREN

NEE  Ga door naar D







JA  Wat was het totaal aantal







soorten dieren ? (zie tabel I )

Het kwaliteitscijfer is:




1

1




2-5

2




6-10

3




11-15

4




16, meer

5

ZOETWATER PISSEBEDDEN OF







BLOEDZUIGERS OF WATERWANTSEN

NEE  Ga door naar E







JA  Wat was het totaal aantal







soorten dieren ? (zie tabel I )

Het kwaliteitscijfer is:




-

1




2-5

2




6-10

3




11-15

4




16, meer

5

TUBIFEX OF RODE MUGGENLARVEN

NEE  Deze tabel is niet geschikt om de







waterkwaliteit van jouw







water te bepalen.





Micro-organismen vangen met een planktonnet.


Inleiding:

Net als op het land, leven er ook in het water diertjes, welke met het blote oog moeilijk of niet zichtbaar zijn. Met behulp van een planktonnet is het goed mogelijk om deze diertjes te vangen en la­ter onder de microscoop te bekijken.


Benodigdheden:


  • planktonnet

  • jampotje


Werkwijze:


  1. Trek het net enige malen langzaam door open water. Wanneer je het net door het water trekt wordt het plankton door de stroming naar achteren verplaatst en verzamelt in een bekertje. Het gaas van het planktonnet is zo fijn, dat het water er wel doorstroomt, maar het plankton niet. In het bekertje bevindt zich na verloop van tijd een geconcentreerde hoeveelheid van plank­ton. Het bekertje kun je losmaken en de inhoud verzamelen in een leeg jampotje.

  2. Trek het net zoveel mogelijk door open water en niet door waterplanten. Dit om te voorkomen dat het net verstopt raakt of scheurt.

  3. Als het water een zo geringe diepte heeft, dat je het niet door het water kunt trekken, kun je volstaan met enkele malen te scheppen.


Plankton.


Waarneming:
Het water in de verschillende plassen verschilt qua helderheid.
Vraagstelling:
Zullen er in de verschillende plassen verschillende soorten plankton aanwezig zijn?

Zullen er van die soorten ook verschillende aantallen aanwezig zijn?


Hypothese:
In de meest troebele plas zullen meer/minder soorten en kleinere /grotere aantallen per soort aan­wezig zijn dan in de helderste plas.
Benodigdheden:


  • helderheidsschijf

  • planktonnet

  • jampotjes

  • microscoop


Werkwijze: (buiten)


  1. Fiets naar de eerste plas toe.

  2. Bepaal met de helderheidsschijf de helderheid van het water.

  3. Neem met het planktonnet een planktonmonster.

  4. Merk het potje.

  5. Fiets naar de tweede plas en doe hier hetzelfde.


Werkwijze: (binnen)


  1. Centrifugeer je planktonmonster uit je eerste potje.

  2. Leg drie druppels water met plankton op enige afstand van elkaar, op je objectglas.

  3. Bekijk de eerste druppel onder je microscoop.

  4. Teken de meest voorkomende planktonsoorten (minstens 3) en geef een schatting of ze veel, matig of weinig in de druppel voorkomen.

  5. Bekijk vervolgens de twee andere druppels en kijk of er in deze druppels dezelfde planktonsoor­ten voorkomen. Schat ook in deze druppels de aantallen.

  6. Centrifugeer je planktonmonster uit het tweede potje en doe hier hetzelfde mee.


Verwerking:


  1. Welke conclusies kun je trekken n.a.v. je resultaten ?

  • In de meest troebele plas heb ik meer/minder planktonsoorten gevonden.

  • In de meest troebele plas heb ik meer/minder aantallen per soort gevonden.

  1. In schoon water zul je over het algemeen veel verschillende soorten plankton tegenkomen. Van die soorten vind je lage aantallen.

  2. In vervuild water vind je vaak maar enkele soorten plankton in grote hoeveelheden. Wat kun je nu zeggen over de waterkwaliteit van de door jouw onderzochte plassen?

  3. Kun je een aantal oorzaken bedenken waardoor het water vervuild kan worden?


Plankton als indicator van de waterkwaliteit.
Inleiding:
In water kunnen verschillende soorten plankton voorkomen. Een aantal planktonsoorten (deze noe­men we bio-indicatoren) zijn sterk aan een bepaalde verontreinigingsgraad gebonden. Deze soorten zeggen dus iets over de kwaliteit van het water waarin ze voorkomen. We gaan in twee verschillende soorten water bekijken welke planktongroepen er voorkomen en op die manier bepalen wat de waterkwaliteit is.
Voorbereiding:
Vraag aan je docent welke locaties je gaat onderzoeken.

Schrijf hieronder op wat je verwachtingen zijn ten aanzien van het onderzoek.

Locatie 1 is MEER / MINDER* vervuild dan locatie 2.

Op de schoonste locatie vind je VEEL / WEINIG* verschillende soorten.

Als je in het monster veel individuen van één soort vindt,
is dat water waarschijnlijk STERK / NIET* vervuild.
* Omcirkel het juiste antwoord.



Benodigdheden:

in het veld:

planktonnetje

schilderstape of stickertjes

2 jampotjes

klem bord

in de klas:

hulpformulier planktonsoorten

tabel planktonsoorten

microscoop

objectglaasjes en dekglaasjes

centrifuge

2 reageerbuizen met spitse bodem

pipet


prepareernaald

Werkwijze:


  1. De monsters halen in het veld:

  2. Merk de jampotjes met de schilderstape en schrijf er locatie 1 en 2 op.

  3. Ga naar de twee locaties.

  4. Beschrijf de omgeving van de onderzoeksplekken op de hulpformulieren.

  5. Neem van iedere plek een monster met plankton mee in het juiste jampotje.

  6. Ga nu terug naar school om het plankton te bekijken in het laboratorium.

De monsters bekijken in de klas:




  1. Centrifugeer van monster 1 een hoeveelheid water in een spitse reageerbuis.

  2. Neem met een pipet een druppel van het bezinksel van monster 1 en maak een paar prepara­ten.

  3. Bekijk de preparaten met de microscoop.

  4. Bepaal met behulp van de tabel planktongroepen welke planktongroepen er leven op de locatie.

  5. Vul de gevonden gegevens in op het hulpformulier planktonsoorten.

  6. Bereken met behulp van de formule wat de verontreinigingsgraad is als je kijkt naar de gevon­den planktonsoorten.

  7. Herhaal de punten 6 tot en met 11 voor het monster 2 en vul deze resultaten in op een ander hulpformulier planktonsoorten.

  8. Als je klaar bent met het onderzoek maak je de verwerkingsvragen.

PLANKTON ALS INDICATOR VAN DE WATERKWALITEIT

HULPFORMULIER

Onderzoekslocatie ……..:




Beschrijving van de omgeving van het water







Aantal soorten trilhaardiertjes:




A

Aantal soorten zweephaardiertjes:




B

Aantal soorten groenwieren:







Aantal soorten kiezelwieren:







Totaal:




C

Aantal soorten pantserwieren:







Aantal soorten goudwieren:







Aantal soorten jukwieren:







Totaal:





D




Indicatorgroepen

Verontreinigingsgraad

A Trilhaardiertjes


zeer sterk verontreinigd



B Zweephaardiertjes


sterk verontreinigd


C Groenwieren en kiezelwieren


matig verontreinigd


D Pantserwieren, goudwieren en jukwieren


nauwelijks verontreinigd

Formule voor kwaliteitsgetal:


3D………….+C………….-B………….-3A………….=

A………….+B………….+C………….+D………….





Waterkwaliteitsgetal

Verontreinigingsgraad

-3 tot -1,2

zeer sterk verontreinigd

-1,2 tot 0

sterk verontreinigd

0 tot 1,2

matig verontreinigd

1,2 tot 3

nauwelijks verontreinigd


Bijlage: Waterplanten in relatie met de waterkwaliteit


  1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina