Waterkwaliteit Zenne en Zennekanaal



Dovnload 33.06 Kb.
Datum27.08.2016
Grootte33.06 Kb.
Waterkwaliteit Zenne en Zennekanaal

De Zenne en het Zennekanaal (= Kanaal naar Charleroi + Zeekanaal Brussel-Schelde) vormen een complex systeem. Via verschillende overstorten zijn ze nauw met elkaar verbonden: de waterkwaliteit van de ene waterloop heeft m.a.w. invloed op de waterkwaliteit van de andere waterloop. Beide waterlopen vinden hun oorsprong in Wallonië, en stromen verder door Brussel en nadien via de Schelde naar de Noordzee. Goede afspraken tussen de beheerders van beide waterlopen, en tussen het Vlaams, Waals en Brussels Hoofdstedelijk gewest zijn voor dit gebied dan ook belangrijk.



  1. Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG)

1.1 Ecologische toestand/potentieel Zenne

1.1.1 Biologische kwaliteitselementen Zenne

Hoewel de start van de zuivering van afvalwater in het BHG resulteerde in duidelijke kwaliteitsverbeteringen, is het onzeker of de doelstellingen onder de omstandigheden aangetroffen in 2013 überhaupt kunnen bereikt worden. Vooral de ontwikkeling van een gezonde visgemeenschap kan een knelpunt vormen, maar andere kwaliteitselementen bevonden zich in 2013 evenzeer in een ongunstige staat.

Op het punt waar de Zenne het gewest binnenstroomt (S1 – ZEN025), bevindt de rivier zich al in een ongunstige staat.

In 2004 was visleven in de Zenne onmogelijk, en in Anderlecht werd in 2007 en 2013 nog steeds geen vis aangetroffen. De fysische structuur met gebetonneerde oevers, veel beschaduwing en het toestromen van het effluent afkomstig van het RWZI Zuid, is weinig geschikt voor abundante groei van macrofyten. Ook stroomafwaarts (S2) scoorde de Ecologische Kwaliteitscoëfficiënt (EQR) voor macrofyten ontoereikend.

De fysisch-chemische metingen en de waarden voor fytobenthos duiden aan dat de waterkwaliteit verre van ideaal is. Er werd in vergelijking met 2007 wel een kwaliteitsverbetering opgetekend voor een aantal parameters, met name macrofyten, macro-invertebraten en in beperkte mate vis. Dit zou een voorzichtig signaal kunnen zijn van een positieve trend in de kwaliteit van de habitat in het noordelijke deel van de Zenne.

De EQR voor macro-invertebraten steeg op alle plaatsen in de Zenne, maar bleef telkens ontoereikend. Voor verschillende kwaliteitselementen lijkt het alsof er in de periode 2009-2010 een dieptepunt werd bereikt, na de oorspronkelijk markante verbetering die optrad tussen 2004 en 2007. Het kan zijn dat dergelijke fluctuaties op lange termijn in de Zenne regelmatig zullen voorkomen, eventueel rond een stijgend gemiddelde van de kwaliteit. In de Zenne in Anderlecht werden in de zomer van 2013 baggerwerkzaamheden uitgevoerd. Toekomstige monitoring zal moeten uitmaken in welke mate de wegname van sediment tot een verbetering zal leiden.











1.1.2 Fysico-chemische kwaliteitselementen Zenne

Hoewel het water van het Zennekanaal relatief weinig vervuild blijkt (zie verder), kan niet hetzelfde gezegd worden van het water van de Zenne. Nochtans wijzen de analyses op een zeer belangrijke globale verbetering van de algemene fysisch-chemische kwaliteit van het water van de Zenne bij het verlaten van het gewestelijk grondgebied. Met betrekking tot de recente jaren is de meest uitgesproken positieve evolutie te wijten aan de ingebruikneming in het noorden van de RWZI Brussel-Noord in maart 2007 (de RWZI Brussel-Zuid, dat een kleinere capaciteit heeft en niet is voorzien van een krachtige behandeling voor het verwijderen van stikstof en fosfor, werd in augustus 2000 in gebruik genomen).


Recente evolutie


Deze positieve tendens wordt ook weerspiegeld in de evolutie van verschillende parameters, in het bijzonder:

  • sinds 2004 de vermindering van het biologisch zuurstofverbruik (BZV)

  • sinds 2006 de toename van de gemiddelde concentraties aan opgeloste zuurstof

  • sinds 2003 de dalende tendens met betrekking tot de concentraties aan ammoniumstikstof (NH4+)

  • sinds 2007 zijn de concentraties aan orthofosfaten bij het verlaten van het Gewest aanzienlijk afgenomen

Verklarende factoren


Afgezien van de betere zuivering van het afvalwater, laat deze evolutie zich eveneens door andere factoren verklaren, zoals de geleidelijke vermindering van het gebruik van fosfaten in wasmiddelen, de afname van de atmosferische toevoer van stikstof of de vermindering van de stikstofbijdrage vanwege de landbouw en de veeteelt. Feit is nochtans dat, ondanks deze over het algemeen positieve tendens, de norm met betrekking tot ammoniumstikstof nog steeds niet wordt gerespecteerd. Evenzo zullen de geleverde inspanningen voortgezet moeten worden, zowel in het Brussels Gewest als stroomopwaarts, om de normen te halen, die vanaf 2011 gelden voor de concentraties aan opgeloste zuurstof en orthofosfaten.

De recente verbetering van de waterkwaliteit van de Zenne heeft echter al wel positieve gevolgen voor het aquatische leven in deze waterloop en dat zowel stroomop- als stroomafwaarts van het Gewest. Zo lijkt er zich in het Brussels Gewest stilaan een licht positieve tendens af te tekenen, maar of die zich zal doorzetten, zal de toekomst moeten uitwijzen.


Naleving van de waterkwaliteitsnormen


Deze positieve evolutie vertaalt zich eveneens in een toenemende naleving van de waterkwaliteitsnormen. De totale naleving van alle geldende normen blijkt echter bijzonder moeilijk voor de Zenne. Deze waterloop met een erg beperkt debiet ontvangt namelijk de effluenten van de zuiveringsstations Noord en Zuid (1.460.000 IE in totaal) die in overeenstemming met de vigerende wetgeving slechts voor 80 à 90 % gezuiverd zijn, ook ontvangt zij de effluenten van verschillende stroomopwaarts gelegen stations. In functie van de omstandigheden veroorzaakt het debiet van het door de RWZI Noord geloosde gezuiverde water een verdubbeling of zelfs een verdrievoudiging van het gemiddelde debiet van de Zenne bij het verlaten van Brussel. Ook het feit dat de Zenne over zijn Brussels traject quasi volledig overwelfd is en het vaak kunstmatige karakter van zijn oevers, beperken in sterke mate de mogelijkheden voor de ontwikkeling van aquatisch leven en oxygenatie. Gelet op deze omstandigheden, lijkt de kans dan ook klein dat het water van de Zenne tegen 2015 de “goede toestand” zal kunnen bereiken, die door de KRW wordt voorgeschreven.

1.2 Ecologische toestand/potentieel Zennekanaal

1.2.1 Biologische kwaliteitselementen Zennekanaal

In het kanaal werd op beide punten een matige kwaliteit geobserveerd voor de meeste onderdelen Fytoplanktonwaarden namen licht af sinds 2009-2010, maar voor de overige elementen, inclusief vis, lijkt er een voorzichtige positieve trend te zijn sinds de metingen in 2004.





In totaal werden er in de periode 2004-2013 in totaal 13 soorten gevangen met de elektrische methode. Dat betekent een toename van 7 soorten in 2013 t.o.v. vorige campagnes. Zowel het aantal gevangen individuen als de biomassa zijn laag. De aanwezigheid van blauwbandgrondel en zwartbekgrondel in 2013, beide exotische soorten, is opmerkelijk. Daarnaast werd er in 2013 ook bittervoorn gevangen, een soort die genoteerd staat in de lijst van de Habitat Richtlijn. Nieuw in 2013 zijn ook rietvoorn, giebelen, driedoornige stekelbaars. Bot een soort die het uitstekend doet in Vlaanderen ontbreekt nog op het kanaal.

In Anderlecht bevond het kanaal zich op basis van macro-invertebraten in een matige toestand maar ter hoogte van de Budabrug behaalde het kanaal net een goede dankzij een hogere soortenrijkdom.

De macro-invertebratengemeenschap in het kanaal werd gedomineerd door een aantal invasieve exoten, grotendeels van Ponto-Kaspische oorsprong. De kokervormende borstelworm is al enige tijd in België aanwezig (Gabriels et al., 2005). De aanwezigheid van invasieve exoten in het kanaal, zowel in de gemeenschap van macro-invertebraten als bij de vissen, reflecteert de verbindingsfunctie die het kanaal vervult. Voor sommige soorten valt niet uit te sluiten dat ze via deze weg op termijn andere waterlichamen in het BHG bereiken en koloniseren.



1.2.2 Fysico-chemische kwaliteitselementen Zennekanaal

Voor het kanaal werden er weinig overschrijdingen van de basiskwaliteitsnormen vastgesteld. Dat neemt echter niet weg dat deze waterloop nog te kampen heeft met bepaalde verontreinigingen op het gewestelijk grondgebied, waaronder, met name, de rechtstreekse toevoer van water van geringe kwaliteit van de Neerpedebeek, de Broekbeek en, via pompactiviteiten, de Zenne. Verder ondervindt het kanaal nadeel van de overstorten vanuit de collectoren of vanuit de Zenne bij felle regenbuien, evenals van enkele lokale lozingen van afvalwater, aan de binnenscheepvaart te wijten verontreinigingen of in de sedimenten aanwezige polluenten die opnieuw in suspensie worden gebracht (baggering, kielwater).


Bronnen


  • Stijn Van Osem, Jan Breine & Ludwig Triest - De ecologische kwaliteit van waterlopen, kanaal en vijvers in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in 2013 – BIM, VUB en INBO

  • Leefmilieu Brussel, Milieueffectenrapport van het ontwerp van het maatregelenprogramma dat het waterbeheersplan van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest begeleidt, 2011, 374 pagina’s 

  • Gabriels, W., Goethals, P.L.M. & De Pauw, N.- Implications of taxonomic modifications and alien species on biological water quality assessment as exemplified by the Belgian Biotic Index method – 2005, Hydrobiologia 542: 137-150

  • Leefmilieu Brussel, diverse data, Technische rapporten met de resultaten van de jaarlijkse analyses van de fysisch-chemische kwaliteit van respectievelijk het oppervlaktewater en het viswater in het BHG



  1. Vlaams Gewest

2.1 Ecologische toestand/potentieel

In het Dijle-Zennebekken zijn er voor de periode 2010-2012 nog geen waterlichamen die de goede ecologische toestand of potentieel behalen. Het merendeel van de lichamen scoort ontoereikend of slecht omdat één of meerdere deelparameters nog ondermaats scoren.

Dit is dus ook het geval voor de waterlichamen Zenne I1, Zenne II2, het Kanaal naar Charleroi3 en het Zeekanaal Brussel-Schelde4: hun ecologisch potentieel is ‘slecht’.

2.1.1 Biologische kwaliteitselementen

Deze kwaliteitselementen zijn doorslaggevend in de beoordeling van de ecologische toestand/potentieel. Deze was overwegend matig tot slecht. Dit komt omdat één of meerdere van de biologische kwaliteitselementen (fytoplankton, macrofyten, fytobenthos, macro-invertebraten of vis) ondermaats scoren. In het Dijle-Zennebekken zijn overwegend de biologische kwaliteitselementen ‘macrofyten’ en fytobenthos’ de doorslaggevende biologische knelpuntparameters.



  • Voor fytobenthos scoren de Zenne I en II ‘slecht’, het Kanaal naar Charleroi ‘matig’ en het Zeekanaal Brussel-Schelde ‘goed’.

  • Fytoplankton wordt voor de Zenne II, het Kanaal naar Charleroi en het Zeekanaal Brussel-Schelde ‘slecht’ beoordeeld. Enkel Zenne I krijgt een goede beoordeling

  • Voor de macrofyten scoren de Zenne I en Zenne II ‘ontoereikend’. Deze parameter is voor vele waterlichamen bepalend voor de uiteindelijke beoordeling van de ecologische toestand/potentieel. Voor beide kanalen is deze parameter niet bepaald.

  • Voor de macro-invertebraten scoren zowel de Zenne I, Zenne II, het Kanaal naar Charleroi als het Zeekanaal Brussel-Schelde ‘ontoereikend’. Vanaf 1993 is de toestand van de macro-invertebraten wel geleidelijk aan verbeterd.

  • De analyse van het visbestand toont aan dat de Zenne II, het Kanaal naar Charleroi en het Zeekanaal Brussel-Schelde ‘ontoereikend’ scoren; de Zenne I scoort ‘matig’.

2.1.2 Fysisch-chemische kwaliteitselementen

De fysisch-chemische kwaliteitselementen zijn ondersteunend aan de biologische kwaliteitselementen. Het merendeel van de onderzochte waterlichamen in het Dijle-Zennebekken hebben fysisch-chemisch een ontoereikende of slechte waterkwaliteit.



  • De belangrijkste knelpuntparameters zijn de nutriënten (totaal fosfor en totaal stikstof). Zenne II scoort ‘slecht’ op totale fosfor en totale stikstof, Zenne I en het Kanaal naar Charleroi scoren op beide ‘ontoereikend’, het Zeekanaal Brussel-Schelde scoort ‘ontoereikend’ op totale stikstof, maar ‘matig’ op totale fosfor.

  • De score op basis van de zuurtegraad (pH) is voor eerder vermelde waterlichamen ‘goed’.

  • Op vlak van opgeloste zuurstof scoren het Kanaal naar Charleroi en het Zeekanaal Brussel-Schelde ‘goed’, de Zenne I ‘matig’ en de Zenne II ‘ontoereikend’.

De oorzaak van deze verontreinigingen (vuilvracht) kan gezocht worden bij het lozen van ongezuiverd afvalwater en het afspoelen van te veel nutriënten:

  • bij Zenne I en II vnl. door de sectoren ‘bevolking’ en ‘industrie’,

  • bij het Kanaal naar Charleroi door de sectoren ‘bevolking’ en ‘industrie’;

  • voor het Zeekanaal Brussel-Schelde door de sectoren ‘bevolking’, ‘industrie’ en ‘landbouw’


Fig. Vuilvracht Zenne I

Fig. Vuilvracht Zenne II

Fig. Vuilvracht Kanaal naar Charleroi

Fig. Vuilvracht Kanaal Brussel-Schelde


2.2 Chemische toestand

In het Dijle-Zennebekken is zowel de chemische toestand alsook die van de andere specifieke verontreinigende stoffen voor de meeste onderzochte waterlichamen 'niet goed'.

Voor pesticiden worden er relatief weinig normoverschrijdingen waargenomen. O.a. de Zenne I krijgt een slechte beoordeling voor de insecticide Chloorpyrifos-ethyl5. Het beperkt aantal overschrijdingen is waarschijnlijk gelinkt aan de beperkte landbouwactiviteit in het Dijle-Zennebekken in vergelijking met de andere bekkens. We moeten wel opmerken dat dit een onderschatting kan zijn van de reële situatie omdat voor de meeste lokale waterlichamen geen gegevens beschikbaar zijn.

In het geval van zware metalen worden de meeste normoverschrijdingen waargenomen voor kobalt (o.a. Vrouwvliet, Zuunbeek, Zenne II en Getijdedijle en Getijdezenne), zink (Zenne II) en arseen (Zenne II en Tangebeek).

Naast pesticiden en zware metalen worden er eveneens overschrijdingen waargenomen van PAK’s6 (polycyclische aromatische koolwaterstoffen), zoals peryleen en fluoranhteen, in de Zenne I en II (opwaarts en afwaarts het Brussels Hoofdstedelijk Gewest).



Toekomst

Ondanks dat de Zenne een slechte waterkwaliteit heeft, heeft ze op vele plaatsen, voornamelijk tussen Huizingen en Drogenbos, nog een goede tot zeer goede structuurkwaliteit. Dit is onder andere ter hoogte van de Zennebeemden. Het behoud van deze goede structuur is dan ook zeer belangrijk. Belangrijke knelpunten in Vlaanderen zijn de nog ontoereikende waterkwaliteit en de zwaar verontreinigde waterbodem van de Zenne. Het langdurig ongezuiverd lozen van het afvalwater van de stad Brussel heeft hier sterk aan bijgedragen. De gedane inspanningen via de RWZI Brussel-Noord hebben voor een merkbare verbetering van de waterkwaliteit gezorgd, maar de verdere uitbouw en optimalisatie van de saneringsinfrastructuur en het behalen van een betere structuurkwaliteit van de Zenne in zowel Wallonië, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als Vlaanderen is noodzakelijk om de waterkwaliteit van de Zenne te verbeteren. Daarnaast is de sanering van de verontreinigde waterbodem cruciaal om de ecologische toestand sterk te verbeteren.



Bronnen

  • Vol van water, Ontwerp Stroomgebiedbeheerplan voor de Schelde 2016-2021 – Bekkenspecifiek deel Dijle-Zenne, in openbaar onderzoek

http://www.integraalwaterbeleid.be/nl/stroomgebiedbeheerplannen/tweede-generatie/documenten/Dijle-Zennebekken.pdf

  • Geoloket Oppervlaktewaterlichamen: http://www.volvanwater.be/geoloket/overzicht-oppervlaktewaterlichamen

1 Waterlichaam ‘Zenne I’ loopt vanaf de gewestgrens met Wallonië tot aan de gewestgrens met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

2 Waterlichaam ‘Zenne II’ loopt vanaf de gewestgrens met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot aan het punt waar de Zenne (oude Zennemeander) en de Afleiding van de Zenne opnieuw samenvloeien.

3 Het waterlichaam ‘Kanaal naar Charleroi’ loopt vanaf de gewestgrens met Wallonië tot aan de gewestgrens met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

4 Het waterlichaam ‘Zeekanaal Brussel-Schelde’ loopt vanaf de gewestgrens met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot aan de monding in de Schelde.

5 Chloorpyrifos is acuut toxisch voor zoogdieren (ratten), vogels, vissen en bijen. Zoals velen kan het effecten hebben op het zenuwstelsel, met als gevolg stuiptrekkingen en ademhalingsfalen.

6 PAK zijn een groep van honderden organische stoffen opgebouwd uit twee of meer benzeenringen, welke vooral in de belangstelling staan vanwege de daaraan toegedichte kankerverwekkende eigenschappen. PAK ontstaan bij onvolledige verbranding of verkoling van diverse koolstof bevattende materialen. Daartoe behoren onder andere fossiele brandstoffen, voedingsmiddelen en hout. PAK worden bijvoorbeeld gevormd bij de vergassing van kolen, bij het aanbranden van eten (barbecueën), het verstoken van brandstof en het zit ook in sigarettenrook.

Waterkwaliteit Zenne en Zennekanaal




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina