Week 1; gevoel bang Introductie van het thema



Dovnload 115.2 Kb.
Datum24.07.2016
Grootte115.2 Kb.

Lessenserie gevoelens

Week 1; gevoel bang
Introductie van het thema

(lesduur 50 min.)


Beginsituatie:

De leerlingen hebben nog niet expliciet gewerkt rondom dit gevoel.


Doelstellingen:

- de leerlingen kunnen respectvol met de anderen omgaan

- de leerlingen kunnen situaties verwoorden waarin ze bang waren
- de leerkracht zorgt ervoor dat alle leerlingen in ieder geval de mogelijkheid krijgen te vertellen
Materialen:

- Dromelito

- koffertje

- dekentje

- kussentje

- verhaal; 'De nieuwe jas' (Gog M. van, Feld R., Bloe, deel 3; bang. Turnhout 2001)


Inleiding; (10 min.)

Na de dagopening vertel je, dat je iets hoort…Horen de kinderen het ook? Je hoort iemand snurken…Als je gaat kijken vindt je een open koffertje, met een bedje en een pop erin.

Vertel de leerlingen dat het Dromelito is, iemand die heel erg van slapen houdt, omdat hij dan de mooiste dromen droomt. Maar de laatste tijd durfde hij niet meer zo goed te gaan slapen. Want elke keer als hij droomde, droomde hij hele enge dromen. Daarom heeft hij gevraagd of hij een tijdje bij ons in de klas mocht blijven, omdat hij zo misschien weer mooie dromen krijgt.

Zullen we Dromelito er eens bij halen, om te vragen of hij vannacht heeft gedroomd?



Kern; (30 min.)

We halen Dromelito erbij. Voer een gesprek met Dromelito. Dromelito bibbert van de schrik, want hij heeft een enge droom gehad. Over allemaal heksen en andere griezels. Nu is hij dus een beetje bang…

Nu stelt Dromelito ook vragen aan de kleuters;

- zijn zij ook wel eens bang?

- wie durft er iets te vertellen over toen hij / zij bang was?

- weet je waar ik allemaal bang voor ben? (tandarts, spinnen, dokter, verliezen).

Er wordt even gepraat over bang zijn.
Evt. kan het verhaal 'De nieuwe jas' (Bloe deel 3; bang) voorgelezen worden.
Afsluiting; (10 min.)

Dromelito wil graag een tijdje in de klas blijven. Dat mag natuurlijk wel… Ga samen een plekje zoeken waar Dromelito kan blijven. Natuurlijk mag hij ook getroost worden als hij verdrietig, boos of bang is…Maar je mag ook leuk met hem spelen, zodat hij blij wordt.


Dromelito krijgt een plekje in de woonkamer (poppenhoek), die omgetoverd wordt tot droomhoek (zie ook bijlage 8).

Week 1; gevoel bang
Dramatische vorming: De wachtkamer

(lesduur 60 min.)



Beginsituatie;

De leerlingen hebben de introductie 'bang' al gehad. Ze kunnen benoemen waar je allemaal bang voor kunt zijn.


Doelen;

- de leerlingen kunnen situaties naspelen

- de leerlingen kunnen op basis van een situatie improviserend een spel spelen
- de leerkracht zorgt voor een veilige sfeer in de klas

- de leerkacht stimuleert de leerlingen om mee te doen


Materialen;

- banken om op te zitten

- stoeltjes voor in de wachtkamer

- boekjes voor in de wachtkamer / over de tandarts


Inleiding; (15 min.)

Praat nog even over het gevoel bang. Hoe voelt het om bang te zijn? Hoe zie je aan iemand dat die bang is? De kinderen kunnen dit zelf ondervinden door het eens uit te proberen.

Vertel de kinderen dat je morgen naar de tandarts moet. Daar ben je toch wel een beetje bang voor… Misschien heb je wel een gaatje. Om samen te oefenen en ervoor te zorgen dat je morgen niet bang bent, gaan we een wachtkamer namaken.
Kern; (30 min.)

De leerlingen zetten allemaal in de speelzaal stoeltjes neer. Jij bent de eerste die binnenkomt. Door mijn lichaamstaal laat je duidelijk zien dat je bang bent. Dan komt er een kleuter, deze moet ook laten zien dat hij / zij bang is. Zo komen er steeds meer kleuters bij. Als alle kleuters een keer zijn geweest, mogen ze weer gewoon op de banken gaan zitten.

Dan zet je maar twee stoeltjes neer. Er kunnen dus maar twee kinderen tegelijk zitten. Twee kinderen beginnen. Na een tijdje roep je een kind weg; die mag al naar de tandarts toe (op de banken gaan zitten). Op het moment dat er een stoel vrij komt, mag iemand anders (vrijwillig) die plaats innemen. Zo komt iedereen aan de beurt. Kinderen die niet willen, mogen toeschouwer blijven. Verplicht niemand op mee te doen.
Afsluiting; (15 min.)

Samen met de kleuters spreek je de activiteit even na; wat vonden ze ervan? Wie vond het gemakkelijk / moeilijk?



Week 1; gevoel bang
Beeldende vorming: een eng beest
Beginsituatie;

De leerlingen zijn inmiddels bekend met het gevoel 'bang'. Ze kunnen benoemen waar je bang voor kunt zijn.


Doelen;

- de leerlingen raken bekend met het kiezen uit verschillende creatieve werkvormen

- de leerlingen kunnen een werkstuk maken op basis van een beleving
- de leerkracht begeleidt en geeft aanwijzingen waar nodig
Materialen;

Kleuren (4 lln.) Vingerverven (4 lln.)

- kleurpotloden - verf (in potten)

- tekenpapier - schorten

- schildersvellen (half)
Houtskool (8 lln.) Boetseren (7 lln.)

- houtskool - klei (kleuterklei)

- tekenpapier - zeiltjes

- haarlak (voor vernis) - spatels


- banken

- stoelen

- tafeltjes (1 tafel per 2 lln.)

- boek; Kikker is bang, (Velthuis M., Kikker is bang Leopold 1996)

- ontwikkelingsmateriaal (voor lln. die klaar zijn)
Inleiding; (10 min.)

De kinderen zitten op de banken, in een U-vorm. Lees het boek 'Kikker is bang' voor. Samen met de kinderen praat je hier even over na.

Waar zou Kikker bang voor zijn, hoe zou het spook eruit zien?

Iedere lln. gaat op een stoel aan een tafeltje zitten. De leerlingen kunnen zelf kiezen voor het materiaal; schilderen (8 lln.), kleuren (8 lln.), houtskool (8 lln.), kleien (7 lln.).

Dit materiaal staat klaar, zodat de lln. meteen aan de slag kunnen.
Kern; (40 min.)

De kinderen mogen naar eigen invulling een eng beest gaan maken. Wat vinden zij eng? Dat moeten ze goed laten zien.

Begeleid de kinderen door hier en daar te helpen. De kleuters ruimen hun eigen werkstuk op. De schilderwerkjes leg je te drogen. De andere werkstukken kunnen worden opgehangen in de gang aan een 'waslijn'. De houtskool werkstukken worden vernist door haarlak erop te spuiten.
Afsluiting; (10 min.)

Als iedereen klaar is, ga je samen na praten. Hoe was het om iets te maken, vond je het moeilijk om iets te bedenken?




Week 1; gevoel bang
Muzikale vorming; Liedje 'Bie-boe-bang'

Dansante vorming; Dansen op 'enge' muziek

(lesduur 75 min.)


Beginsituatie;

De kinderen kunnen situaties noemen waarin je bang kunt zijn en benoemen waarvoor je bang kunt zijn.


Doelen;

- de leerlingen leren het liedje over 'bang' zingen

- de leerlingen kunnen bij het luisteren naar muziek een stemming onderscheiden en benoemen
- de leerkracht moet de kinderen die bang zijn, opvangen

- de leerkracht zorgt voor een veilige sfeer


Materialen;

- een leeg lokaal (bijv. speelzaal)

- Dromelito

- stoeltjes

- tekst en melodie liedje 'bie-boe-bang'

- cd-speler

- cd met gevoelens (liedje nr. 1, 5, 10, 13)
Vooraf

Schoenen uittrekken (groep 1;15 min., groep 2; 10 min.)


Inleiding; (15 min.)

Vertel de leerlingen dat Dromelito een liedje over bang kent. Hij heeft uitgelegd, hoe het liedje gaat. Ook vraagt Dromelito, of de kinderen het liedje willen leren. Als ze het dan geleerd hebben, kunnen ze misschien ook nog dansen over bang.

Zing het liedje een keer voor.

Leer de kinderen het liedje aan, door het lied eerst helemaal te zingen. Daarna leer je ze regel voor regel aan. Plak er steeds een stukje achter. Daarna zingen we het in zijn geheel.


Kern; (15 min.)

Houdt een korte gesprekje met de leerlingen. Wat is enge muziek? Hoe klinkt dat? Kunnen we ook enge geluiden maken? Waarmee en hoe?

Dan zet je de cd aan, waar verschillende soorten muziek op staat. Laat achter elkaar de volgende liedjes horen, nr. 5, 10, 1 en 13. Als de lln. een liedje horen over bang (nr. 1) mogen ze hun vinger opsteken. Welk liedje vindt je bij bang horen? Misschien kunnen we wel dansen, zodat we niet meer bang zijn. Ga met zijn allen dansen.
Afsluiting; (15 min.)

Dromelito wil het liedje nog eens horen, dus zingen we het nog een keer.

Herhaal dit liedje een paar keer, zodat de leerlingen het zelfstandig kunnen zingen.
Achteraf

Schoenen aantrekken (groep 1;15 min., groep 2; 10 min.)


Week 1; gevoel bang

Liedje Bie-boe-bang


(horend bij les muzikale / dansante vorming)

Week 2; gevoel boos
Introductie van het thema

(lesduur 50 min.)


Beginsituatie;

De leerlingen hebben in de week voor de vakantie kennis gemaakt met Dromelito. Ook hebben ze al gewerkt in het thema 'bang'. Ze zijn al in aanraking gekomen met alle vormen van expressie.


Doelstellingen;

- de leerlingen raken bekend met het gevoel boos

- de leerlingen kunnen situaties verwoorden rondom het gevoel boos
- de leerkracht zorgt voor een veilige sfeer in de groep

- de leerkracht staat open voor de verhalen van de leerlingen


Materialen;

- Dromelito (compleet met koffertje)

- plaat met pictogram 'boos'

- watervaste zwarte stift

- prentenboek 'Roodgeelzwartwit'

(Minne B., Cneut C. Roodgeelzwartwit. Wielsbeke 2001)


Inleiding; (15 min.)

Na de dagopening begin je met de inleiding.

Pak Dromelito bij je, die vertelt dat hij boos is en niet meer praat. Je vraagt waarom hij boos is; omdat hij de hele vakantie alleen is geweest en niemand met hem wilde spelen. Daarom is hij boos en zegt hij niets meer.

Vraag aan de kinderen of zij ook wel eens boos zijn en waarom dan. De opmerking die de kinderen maken schrijf ik op de plaat, zodat het pictogram duidelijk wordt.


Kern; (25 min.)

Nu weten we waarom je allemaal boos kunt zijn; welke dingen je boos kunnen maken.

Lees het prentenboek; 'Roodgeelzwartwit' voor. Dit boek gaat over vier kinderen, waarvan er eentje alsmaar de baas wil zijn. De anderen willen dit niet en vertrekken.

Na het boek praat je hier samen over verder.

Wie wil er ook altijd de baas zijn? En wie vindt het niet leuk dat iemand anders de baas is? Wat zou je doen als je altijd de baas was? Zou je dat leuk vinden?
Afsluiting; (10 min.)

Praat samen over wat je moet doen als je ergens boos over bent. Moet je kinderen gaan slaan? Wat moet je dan doen? Maak hier samen afspraken over en probeer of het deze week lukt je daaraan te houden.

Ook moeten de leerlingen deze week goed voor Dromelito zorgen, zodat hij niet meer boos hoeft te zijn.

Week 2; gevoel boos
Dramatische vorming; tableau vivant

(lesduur 60 min.)


Beginsituatie;

De leerlingen hebben al een kennismaking gehad met het gevoel boos. Ze hebben zich nog niet ingeleefd in dit gevoel, maar ze kunnen wel situaties benoemen waarin je boos kunt zijn.


Doelen;

- de leerlingen leren een tableau vivant maken

- de leerlingen kunnen bewust gebruik maken van houding en mimiek
- de leerkracht geeft een goede begeleiding
Materiaal;

- boek 'ruzie' (Andel L. van Ruzie De kijkdoos, Houten 1995)

- fototoestel
Inleiding; (15 min.)

Alle leerlingen zitten in de kring op hun stoeltje. Pak het boek ruzie voor je. Waar zou dat boek over gaan? Kun je dat op het plaatje zien?

Samen kijk je in het boek en bespreken je alle plaatjes. Wie is er boos en waarom?

In het boek staan ook foto's over mensen die boos zijn. Misschien kunnen we die foto's wel namaken. Jij bent de fotograaf van het boek en wil foto's maken van boze mensen en kinderen.


Kern; (30 min.)

Verdeel de klas in groepjes van 3 kinderen. Die groepjes gaan apart een plaatsje zoeken. Samen bespreken ze, wat ze op de foto willen laten zien. Het mag ook iets zijn wat niet in het boek staat. Eerst gaan ze oefenen. Dit mag zo ongeveer 5 tot 10 minuten duren. Loop langs elk groepje om te kijken wat ze hebben bedacht.

Als iedereen klaar is, mag iedereen op zijn stoel gaan zitten. Het eerste groepje komt naar voren en gaat klaar staan voor de foto. Maak de foto. Zo tot elk groepje geweest is.
Afsluiting; (15 min.)

Als iedereen op de foto is geweest zit iedereen weer op zijn stoel. Samen spreken we de les even door.



Week 2; gevoel boos
Beeldende vorming: een boos gezicht

(lesduur 60 min.)


Beginsituatie;

De leerlingen hebben een introductie gehad over het gevoel boos. Ze kunnen situaties benoemen waarin je boos kunt zijn.


Doelen;

- de leerlingen kunnen een werkstuk maken vanuit een voorstelling (schilderij)

- de leerlingen leren kleuren aan een gevoel te koppelen
- de leerkracht begeleidt waar nodig

- de leerkracht zorgt voor een strakke organisatie


Materialen;

Vingerverven (4 lln.) Kleuren (6 lln.)

- vingerverf - tekenpapier

- - schorten - kleurpotloden

- schildersvellen (half)
Wasco (6 lln.) Houtskool (6 lln.)

- wasco - haarlak (voor vernis)

- tekenpapier - houtskool

- tekenpapier


- fotokopie van 'de schreeuw' van Edward Munch

- ontwikkelingsmateriaal



Inleiding; (15 min.)

We praten nog even over het gevoel boos. Dromelito is nu niet meer zo boos, omdat ze gisteren heel veel met hem hebben gespeeld. Daardoor is hij zijn boosheid een beetje vergeten. Vertel de klas dat een beroemde schilder ook eens heel boos was. Hij heeft toen ook een boos schilderij gemaakt. Laat ze de fotokopie van 'de schreeuw' van Edvard Munch zien. We praten even over wat de kinderen zien. Zie je ook dat de schilder boze kleuren heeft gebruikt? Wat zijn allemaal boze kleuren?

Hoe kijk je als je boos bent? Wie kan dat eens nadoen? Ook laat ik de platen van de emotioncards zien. We proberen allemaal een boos gezicht te trekken. Laat maar eens zien hoe je kijkt als je boos bent.

Nu gaan we allemaal een boos gezicht maken. Je mag zelf kiezen waarmee je dat doet. Als er geen plaats meer ergens is, moet je een ander materiaal kiezen.


Kern; (30 min.)

Ieder kind zoekt een materiaal uit waarmee hij wil werken. Er is keuze uit vier soorten materiaal: kleurtjes, houtskool, verf en wasco. Ze moeten er wel rekening mee houden dat ze de goede kleuren gebruiken; dus boze kleuren.

Ik loop rond als begeleiding en help de kinderen waar dat nodig is.

Leerlingen die vroegtijdig klaar zijn, kunnen kiezen uit ontwikkelingsmateriaal.


Afsluiting; (15 min.)

Samen ruimen we op. Iedereen die klaar is gaat in de kring zitten. Spreek de les even kort na. Laat bijvoorbeeld werkstukken zien van verschillende leerlingen.



Week 2; gevoel boos

"De schreeuw" - Edvard Munch


(horend bij beeldende vorming)

Week 2; gevoel boos
Muzikale vorming; boze instrumenten

(lesduur 60 min.)


Beginsituatie;

De kinderen zijn bekend met het gevoel boos. Ze hebben verschillende lessen gehad, waarin ze te maken hebben gehad met het uiten van het gevoel boos. Ze kunnen verschillende situaties noemen waarin je boos bent of boos kunt zijn.


Doelen;

- de leerlingen kunnen eenvoudige muziek spelen op muziekinstrumenten

- de leerlingen kunnen bij het luisteren naar instrumenten stemming en sfeer onderscheiden
- de leerkracht zorgt voor een goede organisatie

- de leerkracht zorgt voor een goede begeleiding


Materialen;

- verschillende muziekinstrumenten;

- triangel - trommel 2x

- woodblock 2x - sambabal

- schellenraam - tamboerijn

- xylofoon - xylofoon 2x (houten toetsen)


- cd met gevoelens (nr. 15, 2, 6)
Inleiding; (15 min.)

Praat even over de lessen die je al hebt gedaan. Wat hebben we al gedaan? Waar ging dat allemaal over? Weet je nog over de 'boze' kleuren? Weet je ook dat er 'boze' geluiden zijn. Wie kan er allemaal geluiden van buiten noemen die boos klinken (dichtslaan van een deur, stampen met de voeten)? Welke geluiden kunnen we zelf nadoen? Samen gaan we die geluiden nadoen.


Kern; (30 min.)

Iedereen zit nu weer rustig in de kring. Ik laat een paar liedjes horen (cd nr. 15, 2, 6) en de kinderen vertellen wat ze van de liedjes vinden. Zijn het vriendelijke liedjes of boze liedjes. En hoe hoor je dat dan? Je moet goed luisteren naar de liedjes, dan kun je het goed horen.

Zouden er ook boze instrumenten zijn? We gaan samen kijken welke instrumenten we allemaal hebben. Deze ga je samen allemaal benoemen en ernaar luisteren.

Nu gaan je kijken welke instrumenten niet zo vriendelijk klinken, welke boos zijn. De vriendelijke instrumenten leg je weg. De boze (lagere) instrumenten (trommel 2x, houten xylofoon 2x, woodblock 2x) leg je in het midden van de kring. Waarom zijn dit boze instrumenten? Omdat ze zo laag klinken. Probeer alle instrumenten even uit. De kinderen die geen instrumenten hebben, mogen meestampen met hun voeten. Jij bent de dirigent en de leerlingen moeten goed naar je kijken. Als je je handen omhoog hebt, mogen ze het instrument bespelen. Heb je je handen omlaag, moeten ze meteen stoppen. Dit proberen we een paar keer.

Als het goed verloopt, kan iemand anders de 'dirigent' spelen. Bij elke keer dat je opnieuw begint, wisselen de leerlingen van instrument.
Afsluiting; (15 min.)

Ruim alle instrumenten op, de voeten houden de leerlingen nu stil. Je gaat napraten over hoe de les was.



Week 2; gevoel boos

(lesduur 45 min.)


Dansante vorming; boos zijn
Beginsituatie;

De kinderen zijn bekend met het gevoel boos. Ze kunnen het ook al op verschillende manieren uiten en ze kunnen verwoorden wanneer je boos bent of kunt zijn.


Doelen;

- de leerlingen kunnen al luisterend betekenis van muziek met bewegingen uitbeelden

- de leerlingen kunnen ervaringen, gevoelens in dans weergeven
- de leerkracht zorgt voor een veilige en geborgen sfeer

- de leerkracht zorgt voor veiligheid door het weghalen van obstakels


Materialen;

- cd met gevoelens gedeelte 'boos' (zie liedlijst bijlage 10)

- grote ruimte (bijv. speelzaal)

- verhaal Baba Yaga


vooraf schoenen uitdoen (10 / 15 min.)
Inleiding; (15 min.)

Praat even over hoe je jezelf kunt uiten als je boos bent. Wat doe je dan allemaal? We doen met zijn allen deze bewegingen. Stampen, schreeuwen, een ander die je wil troosten aan de kant duwen, in je eigen plekje wegduiken, huilen.

De leerlingen gaan nu rondlopen op de slag van de tamboerijn. Als je snel speelt, lopen de leerlingen snel en als je langzaam speelt lopen de leerlingen langzaam. De leerlingen mogen de hele zaal gebruiken. Dan blijven ze stil op de plaats staan. Als je nu op de tamboerijn slaat, gaan de leerlingen stampen. Eerst langzaam dan snel (goed luisteren naar de tamboerijn). Ga steeds meer van je lijf gebruiken; grote bewegingen maken.

Ga hierna op de grond zitten.


Kern: (20 min.)

Zet nu de cd, nr. 7 op. Als je boze muziek hoort, ga je op die boze muziek dansen. Eerst ben je nog niet zo boos, maar je wordt steeds bozer. Je gaat steeds meer bewegen. Goed blijven luisteren naar de muziek!!

Dit doe je ook een keer met vrolijke muziek (cd nr. 14). Eerst ben je nog niet zo blij, maar je wordt steeds blijer. De bewegingen worden steeds groter.

Nu wissel je af; nog een keer boos. Sluit af met blij, zodat de kinderen niet in het boze gevoel blijven hangen.


Afsluiting; (10 min.)

We bespreken even kort de les. Hoe vonden de kinderen de les? Het is leuk om het verhaal te vertellen wat hoort bij cd nr. 7; Baba Yaga.


achteraf schoenen aandoen (10 / 15 min.)

Week 2; gevoel boos

Baba Yaga


(horend bij dansante vorming)
Het verhaal wat hoort bij het muzikale stuk ;

La Cabana de Baba-Yaga sur des Pattes de Poule

(uit; de Schilderijententoonstelling van Modest Mussorgsky)


Er was eens een heks, Baba Yaga. Baba Yaga woonde in een hut, die gemaakt was van kippen. Kippenveren, kippenbotjes. Die hut stond op kippenpoten, waardoor de hut rond kon lopen.

Baba Yaga was dol op kleine kuikentjes. Ze ging op zoek naar kleine kuikentjes. Die ruikt ze…dus gaat ze er meteen achteraan. Maar Baba Yaga was niet zo slim en de kuikentjes wel. Die verstopten zich achter Baba Yaga, terwijl Baba Yaga heel lang aan het zoeken was. Daar werd ze wel een beetje boos van. Op een gegeven moment grijpt ze een kuikentje. De andere kuikentjes proberen het kuikentje te bevrijden. En dat lukt. Baba Yaga wordt heel erg boos, omdat ze geen kuikentje heeft kunnen vangen. De kuikentjes zorgen ervoor dat Baba Yaga heel boos wordt. Zo boos, dat ze niet meer weet wat ze doet en heel hard rond gaat draaien. En dan…is Baba Yaga ineens weg.


Week 3; gevoel verdrietig
Introductie van het thema

(lesduur 40 min.)


Beginsituatie;

De leerlingen hebben al kennis gemaakt met twee van de basisgevoelens (bang en boos). Ze zijn al op de hoogte van de gebeurtenissen van Dromelito.


Doelstellingen;

- de leerlingen durven in de groep voor hun eigen standpunt op te komen

- de leerlingen kunnen op basis van het gevoel verdrietig situaties benoemen
- de leerkracht zorgt voor een veilige en ontspannen sfeer in de groep

- de leerkracht benoemt gevoelens, zodat leerlingen ze leren herkennen

- de leerkracht zorgt voor variatie in de les
Materialen;

- Dromelito

- gevoelsplaat ‘verdrietig’

- prentenboek ‘Timmie en zijn plekje’

(Franck Ed, Nauwelaerts Kris Timmie en zijn plekje Leuven / Almere 2e druk ‘93)

Inleiding; (10 min.)

Vertel, dat Dromelito even bij je komt zitten. Hij heeft in het weekend een boekje gelezen en daar werd hij toch wel erg verdrietig van.

Hij wil dat je het boekje voorleest aan alle kinderen.
Kern; (20 min.)

Lees het prentenboek voor. Neem daar de tijd voor. Stel tussendoor gerichte vragen aan de kinderen, om ze zo betrokken en actief te houden.


Afsluiting; (10 min.)

Na het verhaal praat je nog even na. Waarom was Timmie verdrietig? Zijn jullie ook wel eens verdrietig? Waarom kun je allemaal verdrietig zijn?


NB: Maak de les niet te lang, omdat de kinderen anders erg lang stil moeten zitten om te luisteren naar het verhaal. Evt. kun je tussendoor het spelletje 'er zat een klein zigeunermeisje' invoegen, omdat dit gaat over een verdrietig meisje. Zo wordt de les actiever en hoeven de kinderen niet te lang stil te zitten.


Week 3; verdrietig
Beeldende vorming; tekenen op muziek

(lesduur 60 min.)


Beginsituatie;

De leerlingen hebben kennis gemaakt met het gevoel 'verdrietig'. Ze kunnen situaties benoemen waarin je verdrietig kunt zijn.


Doelstellingen;

- de leerlingen kunnen een gevoel verwerken in een tekening

- de leerlingen kunnen een werkstuk maken op basis van een innerlijke voorstelling
- de leerkracht zorgt voor structuur in de les

- de leerkracht zorgt voor een strakke organisatie


Materialen;

- cd-speler

- cd met gevoelens; nr. 11

Houtskool (6 lln.); Pastelkrijt (4 lln.);

- tekenvellen - tekenvellen

- houtskool - pastelkrijt (1 doosje)

- haarlak - haarlak

- kranten - zeiltjes

Wasco (6 lln.); Witte kleurpotloden (6 lln.);

- tekenvellen - zwarte tekenvellen

- wasco - witte kleurpotloden

- zeiltjes


- ontwikkelingsmaterialen (voor lln. die klaar zijn)
Inleiding; (15 min.)

Pak het boek van de introductie nog even terug; wat gebeurde er in het verhaal?

Praat even over verdrietig; wanneer kun je verdrietig zijn? Waar ben je dan het liefste?

Wie heeft er een eigen plekje, of waar ben je graag als je verdrietig bent? Luister je dan ook naar andere muziek?

Laat de muziek horen…Wat voor gevoel krijgen de leerlingen hierbij?

Kern; (30 min.)

De leerlingen kiezen een materiaal, waarmee ze willen gaan werken. Nu mogen ze iets tekenen waar je verdrietig van wordt. Zet de muziek op en als die begint mag je beginnen met tekenen. Misschien kunnen de leerlingen wel op de muziek tekenen.

Als de leerlingen klaar zijn, kunnen ze kiezen voor de vooraf klaargezette materialen.
Afsluiting; (15 min.)

We gaan de spullen opruimen, de lln. weten waar alles moet staan.

Daarna praten we nog even na, wat vond je van de les? Wat heb je gemaakt?

Week 3; verdrietig
Dramatische vorming; poppenkast

(lesduur 60 min.)


Beginsituatie;

De leerlingen zijn bekend met het gevoel 'verdrietig'. Ze hebben nog geen kennis gemaakt met de uitingen van dit gevoel. Ze kunnen situaties noemen waarin je verdrietig kunt zijn.


Doelstellingen;

- de leerlingen kunnen bij spel gebruik maken van vingerpoppetjes

- de leerlingen kunnen bewust gebruik maken van stem en taal
- de leerkracht zorgt voor structuur in de les

- de leerkracht zorgt voor gevarieerde les


Materialen;

- gevoelsplaat 'verdrietig'

- zwarte watervaste stift

- Dromelito

- poppenkast

- verschillende vingerpoppetjes


Inleiding; (15 min.)

Ga samen nog even praten over verdriet. Dromelito is erbij, hij vertelt dat hij erg verdrietig is, omdat hij vanmorgen heel hard is gevallen. Wie weet er nog meer verdrietige dingen. De verdrietige dingen schrijf je op de gevoelsplaat.

Nu weten de leerlingen, wanneer je verdrietig bent of kunt zijn. Maak groepjes van twee. Met zijn tweeën gaan de leerlingen een verhaaltje bedenken over verdrietig, wat ze in de poppenkast aan de anderen laat zien.
Kern; (30 min.)

Het eerste tweetal mag achter de poppenkast gaan zitten. Zij kiezen de poppen uit die ze nodig hebben, bespreken even het verhaal en beginnen met het spel. Dit mag niet te lang duren (ongeveer 2 minuten is lang genoeg). De andere kinderen zijn het publiek en kijken dus muisstil naar de poppenkast.

Als alle groepjes zijn geweest, ruim je de poppenkast op.
Afsluiting; (15 min.)

Praat nog even na over de les. Wat vonden we ervan? Welke stukjes zijn er gedaan?



Week 3; verdrietig
Dansante vorming / muzikale vorming; Bewegingsverhaal

(lesduur 60 min.)


Beginsituatie;

De leerlingen zijn bekend met het gevoel verdrietig. Ze hebben nog geen kennis gemaakt met de uitingen van dit gevoel. Ze kunnen wel situaties noemen waarin je verdriet hebt of verdrietig kunt zijn.


Doelstellingen;

- de leerlingen kunnen bij het luisteren naar muziek betekenis en sfeer onderscheiden

- de leerlingen kunnen situaties met elkaar in beweging en dans weergeven
- de leerkracht zorgt voor een strakke organisatie tijdens de les

- de leerkracht zorgt voor een gevarieerde les


Materialen;

- groot lokaal (bijv. speelzaal)

- cd-speler

- cd met gevoelsmuziek; nr. 11 (Bolero)

- tamboerijn

- bewegingsverhaal 'Dromelito heeft verdriet'


vooraf; schoenen aandoen
Inleiding; (15 min.)

Weten de leerlingen nog waar ze deze week over hebben gewerkt? Over verdrietig.

Hoe kijk je als je verdrietig bent? De leerlingen gaan nu allemaal rondlopen. De leerlingen gaan heel verdrietig lopen, als je op de tamboerijn slaat, staan ze helemaal stil. Dit doe je ook met blij, boos en bang.

De leerlingen gaan weer op de stoel zitten.


Kern; (30 min.)

Zet het liedje; Bolero (cd nr. 11) op. Wat voor gevoel krijg je hierbij? Een blij of een verdrietig gevoel?

De leerlingen mogen nu een plekje in de zaal zoeken. Ze zijn nu even Dromelito. Ze moeten goed naar het verhaal luisteren, goed luisteren wat Dromelito doet. Want dat moeten zij ook doen.

Lees het bewegingsverhaal voor. Tijdens het verhaal blijft de muziek op de achtergrond hoorbaar. De leerlingen beelden de bewegingen van Dromelito uit. Na afloop van het verhaal gaan de leerlingen weer op hun stoel zitten.

Nu mag iedereen zelf een plekje in de zaal zoeken. Ze gaan lekker liggen en luisteren naar de muziek. Als ze zin hebben om te bewegen, dan mag dat. Willen ze dat niet, dan blijven ze rustig liggen. Ze moeten goed naar de muziek luisteren en rustig bewegen.

Evt. kun je het verhaal van de Bolero vertellen.


Afsluiting; (15 min.)

Alle kinderen zitten weer op hun plaats. De leerlingen praten even na over de les. Wat ging er goed? Wat ging er niet zo goed.


achteraf; schoenen uitdoen

Week 3; verdrietig
Bewegingsverhaal; Dromelito heeft verdriet.

(horend bij dansante / muzikale vorming)


Dromelito ligt te slapen. Dan wordt hij plotseling wakker, van een harde dreun (klap op een tamboerijn). Hij komt met zijn hoofd omhoog en stoot zomaar zijn hoofd. Dat begint al goed. Hij wrijft even over zijn hoofd en voelt een dikke bult. Hij loopt naar de badkamer, waar hij eerst zijn gezicht wast. Eerst de kraan aan, handen vol water en schrobben maar. Helemaal goed. Hij pakt een handdoek en droogt zijn gezicht af. Hij pakt de kam en kamt zijn haren. Dan pakt hij de tandenborstel, doet er wat tandenpasta op, water in de beker. Dan begint hij te poetsen. Goed poetsen!! Als hij klaar is, spoelt hij met water zijn mond. Even goed gorgelen en dan spugen.

Dan begint hij zichzelf aan te kleden. Eerst pakt hij zijn broek en doet die aan. Eerst het ene been, daarna het andere. Even de broek omhoog trekken, knoop dicht en de rits dicht. Die is al aan. Dan moet zijn t-shirt aan. Dat gaat gemakkelijk. Nu gaat hij zijn schoenen aandoen. Eerst de rechterschoen, daarna de linkerschoen. Bij de linkerschoen knapt de veter…wat een pech. Dan maar andere schoenen. Eerst deze uitdoen. Dan het andere paar aan; eerst rechts, daarna links. Gelukkig zijn het klittenbandschoenen, dus dat gaat gemakkelijk. Zo, die zijn dicht.

Dan loopt hij naar beneden, over de trap. Maar o jee, daar roetsjt hij naar beneden! Auw, wat een pijn…hij moet er zelfs een beetje van huilen. Maar nu is hij wel beneden. Hij veegt zijn tranen weg en gaat aan de tafel zitten. Gauw een boterham smeren, opeten en naar school toe.

Op de fiets naar school. Hij moet heel lang fietsen. Als hij op school komt, gaat de bel. Oh jee, iedereen gaat al naar binnen. Snel zet hij de fiets neer en loopt naar de klas. De juffrouw kijkt een beetje boos. Maar Dromelito kan er toch niets aan doen, die heeft de hele tijd alleen maar pech gehad. Hij moet plotseling huilen, van verdriet. De juffrouw komt en troost hem.

Dan mag hij op zijn plaats gaan zitten.
Verhaal; de Bolero.

(uit; Bolero, Maurice Ravel)


Er is een prinses die heel graag wil trouwen. Ze geeft een feest en diegene die het mooiste met haar kan dansen, mag met haar trouwen. Zelf danst ze de hele avond. Dan komt er een prins, die heel graag met haar wil trouwen. Maar…hij wil niet met haar dansen. Een andere prins wil wel heel graag met haar dansen. Hij danst met haar, waardoor de andere prins erg jaloers en boos wordt.

Omdat hij zo boos is, steekt hij zomaar met een mes de andere prins neer. Daar wordt de prinses erg verdrietig van en om de andere prins te straffen trouwt ze niet met hem.



Week 4; blij
Introductie van het thema

(lesduur 35 min.)


Beginsituatie;

De leerlingen hebben al kennis gemaakt met drie van de vier basisgevoelens. Ze zijn bekend met de vier expressievakken.

De leerlingen weten wat het gevoel blij betekent en ze kunnen situaties noemen.
Doelstellingen;

- de leerlingen kunnen vertellen wat het gevoel 'blij' is

- de leerlingen kunnen situaties benoemen waarin je blij kunt zijn
- de leerkracht zorgt voor een open sfeer in de klas

- de leerkracht zorgt voor een afwisselende les


Materialen;

- gevoelsplaat 'blij'

- zwarte watervaste stift

- Dromelito

- verhaal; 'het geheim' (uit: Slee Carry Ei, ei, ei en we zijn zo blij Houten 2000, blz. 3 - 12)
Inleiding; (10 min.)

Eerst bespreek je waar ze de vorige weken over gewerkt hebben. Wat hebben de leerlingen toen allemaal gedaan? Wie kan dat nog vertellen? Weten ze ook waarover er nog niet gewerkt is? Luister maar eens naar het verhaal…


Kern; (15 min.)

Je leest het verhaal 'het geheim' voor. Dit verhaal gaat over Rik en Roosje die samen met opa en oma een heel leuk geheim hebben. Papa en mama gaan namelijk op vakantie en stiekem gaan ze die, in plaats van in hun eigen huis, helemaal in Amsterdam uitzwaaien. Daar zijn ze erg blij om.


Afsluiting; (10 min.)

Wie kan vertellen waar het verhaal over ging? Je laat de gevoelsplaat zien en praat met de kinderen over de plaat. Wat kun je er allemaal bij schrijven?

Samen noemen de leerlingen allemaal dingen, die schrijf je op de plaat erbij.
Week 4; gevoel blij
Dramatische vorming; een blij gezicht

(lesduur; 45 min.)


Beginsituatie;

De leerlingen kunnen veel vertellen over het gevoel blij. Ze weten in welke situaties je blij kunt zijn.


Doelen;

- de leerlingen kunnen bij spel bewust gebruik maken van houding en mimiek

- de leerlingen kunnen op basis van foto's emoties herkennen en onderscheiden
- de leerkracht zorgt voor een ontspannen sfeer in de klas

- de leerkracht zorgt voor structuur in de klas


Materialen;

- een spiegel

- colour cards (emotions) nr. 7 en nr. 29 t/m 48 (gevoel blij / prettige situaties)

- colour cards (emotions) nr. 20 t/m 28

(ben je niet in het bezit van emotion cards kun je de leerlingen ook vragen foto's mee te nemen waarop ze blij, verdrietig, boos of bang kijken)
Inleiding; (10 min.)

Je hebt al over verschillende gevoelens gepraat. Vraag de leerlingen het volgende;

Als je boos bent; wat doe je dan? (wegrennen, boos kijken, stampen)

Als je bang bent; wat doe je dan? (verstoppen, huilen, in elkaar kruipen)

Als je verdrietig bent; wat doe je dan? (huilen, alleen zijn)

En wat doe je allemaal als je blij bent? (lachen, springen, huppelen).

Vandaag ga je werken over blij.
Kern; (20 min.)

Je laat nu emotion cards nr. 7 zien. Hier is iemand die blij is. Hoe zie je dat? Waaraan kun je zien hoe iemand zich voelt? Hoe zijn iemands ogen en mond als hij blij kijkt? Probeer maar eens en voel eens bij jezelf. Laat iedereen een voor een in de spiegel kijken.

Iedereen zit op zijn stoel. Je gaat beurten geven met de volgende opdracht;

Wie kan er voordoen hoe een oude oma doet als ze blij is?

Wie wil eens laten zien hoe je kijkt als je bijv. een voetbal hebt gekregen?

Kun je ook laten zien hoe een hond doet als hij blij is? En een poes.


Afsluiting; (15 min.)

Leg nu emotion cards nr. 29 t/m 48 voor iedereen goed zichtbaar, op de grond neer. Leg daar ook andere emotion cards (nr. 20 t/m 28) tussen, die niet over het gevoel blij gaan. Iedere lln. mag een foto pakken, die hij / zij bij blij vind passen.

Iedere lln. mag daarna vertellen waarom hij / zij die foto heeft gekozen en waarom diegene op de foto blij zou kunnen zijn.
Week 4; gevoel blij

Beeldende vorming; ‘als ik blij ben…’


(lesduur; 60 min.)
Beginsituatie;

De leerlingen kunnen situaties opnoemen waarvan ze blij worden. De leerlingen kunnen werken met de verschillende materialen; houtskool, potlood, pastelkrijt.


Doelen;

- de leerlingen kunnen werkstukken maken op basis van een innerlijke voorstelling,vanuit

hun geheugen.

- de leerlingen kunnen werkstukken maken op basis van een beleving.


- de leerkracht biedt een overzichtelijk aanbod van materialen aan.

- de leerkracht zorgt voor werkjes na de opdracht.


Materiaal;

Pastelkrijt Wit potlood Kleurpotlood

- wit papier - rood papier - wit papier

- pastelkrijt - wit potlood - kleurpotlood

- kranten

Houtskool Wasco

- geel papier - wit papier

- houtskool - wasco

- kranten - zeiltjes
- tafeltjes (in 5 groepjes)

- stoeltjes

- ontwikkelingsmateriaal

- boek; Kikker is verliefd

(Velthuijs Max Kikker is verliefd Amsterdam 1989)
Inleiding; (15 min.)

Je praat nog even na over de vorige les. Wat hebben jullie toen gedaan? Over welk gevoel hebben jullie toen gewerkt?

Daarna lees je het boek; Kikker is verliefd voor. Tot en met de bladzijde dat Kikker gaat tekenen.

Kikker heeft iets getekend over waar hij blij van werd. De leerlingen gaan nu ook tekenen. Ze gaan iets tekenen waar ze blij van worden.


Kern; (30 min.)

Iedere leerling mag een materiaal kiezen. Dan mag hij / zij aan de slag gaan.

Als ze klaar zijn, schrijf dan de naam op het blad en wat hij / zij heeft getekend erbij. Daarna mogen de leerlingen kiezen uit de ontwikkelingsmaterialen.
Afsluiting; (15 min.)

Op het einde van de les wordt alles opgeruimd.

Zorg ervoor dat alle tekeningen bij elkaar verzameld zijn / worden.

Je leest de rest van het verhaal nog voor.



Week 4; gevoel blij
Dansante vorming / muzikale vorming; dansexpressie / sprookjesdans
Beginsituatie;

De kinderen hebben kennis gemaakt met het gevoel blij. Ze kunnen dingen opnoemen, die passen bij het gevoel blij.

De kinderen kunnen kritisch luisteren naar muziek en er een gevoel aan koppelen.
Doelen;

- de lln. kunnen bij het luisteren naar muziek sfeer onderscheiden

- de lln. kunnen gevoelens en situaties met elkaar in dans weergeven
- de lkr. biedt een afwisselende les aan

- de lkr. zorgt voor structuur


Materiaal;

- groot lokaal (bijv. speelzaal)

- cd-speler

- cd met gevoel

- omschrijving sprookjesdans

- liedje bie-boe-bang



vooraf; schoenen uitdoen
Inleiding; (10 min.)

Luister eerst samen naar nr. 1 van de cd. Wat voor gevoel hoort daar bij? Waar hoor je dat aan? Laat ook nr. 9 van de cd horen. Welk gevoel hoort daarbij?

Daarna laat ik nr. 13 van de cd horen. Welk gevoel zou daarbij kunnen horen?
Kern; (30 min.)

De leerlingen gaan nu vrij bewegen op een liedje met het gevoel blij. (nr. 15 sprookjesdans) Luister maar eens goed naar de muziek.

Als de muziek af is, gaan de leerlingen zitten. Zet het liedje nog eens aan en vertel ondertussen het verhaal wat erbij hoort, doe ook meteen de bewegingen erbij.

Als de muziek af is gelopen, mag iedereen gaan staan in een grote kring.

Zetten het liedje aan en de leerlingen doen de leerkracht na, zo leren ze de sprookjesdans.

Dit kan een paar keer herhaald worden.

Eventueel kan dit ook uit de kring, laat dan iedere leerling een plekje kiezen waar hij / zij jou goed kan zien.
Afsluiting; (10 min.)

Kennen de leerlingen het liedje ‘bie-boe-bang’? Dan kan dit herhaald worden.

Anders kun je een ander bekend liedje, bijvoorbeeld Vader Jacob eens zingen. Als je dit liedje heel bang zingt, hoe klinkt dat dan? Probeer dit ook met de andere gevoelens, boos / verdrietig / blij.
Achteraf; schoenen aandoen

Week 4; gevoel blij
De sprookjesdans.

(horend bij muzikale / dansante vorming)


In de sprookjesdans worden verschillende personages muzikaal verbeeld. Deze personages hebben allemaal min of meer te maken met sprookjesfiguren.

Er kan op deze muziek een dans worden gemaakt, die erg eenvoudig is en geschikt voor kleuters.

De muziek van de kabouters komt voortdurend terug, na elk ‘couplet’.

Hieronder worden de bewegingen van alle personages beschreven.

De groep staat in een grote kring, zodat iedereen goed kan bewegen.

Kabouters


1 x 8 tellen Stappen op de plaats, armen doen mee

2 x 8 tellen V-stap met rechts;

- rechtervoet schuin naar voren

- linkervoet schuin naar voren

- rechtervoet terug

- linkervoet terug

4 x herhalen

2 x 8 tellen V-stap met links;

- linkervoet schuin naar voren

- rechtervoet schuin naar voren

- linkervoet terug

- rechtervoet terug

4 x herhalen

Chineesjes

1 x 8 tellen Handen zwaaien op schouderhoogte terwijl het chineesje

al buigend naar het midden van de kring loopt

1 x 8 tellen Handen zwaaien op schouderhoogte terwijl het chineesje

al buigend terug naar de kring loopt



Kabouters

Heksen

1 x 8 tellen De heksen roeren steeds in de pot. Eerst linksom, dan rechtsom.

Zo gaan ze naar het midden van de kring.

1 x 8 tellen De heksen roeren steeds in de pot. Eerst linksom, dan rechtsom.

Zo gaan ze terug naar de kring.

Kabouters

Koningen

1 x 8 tellen De koning loopt langzaam naar het midden van de kring

Hij aait steeds over zijn hele dikke buik

1 x 8 tellen De koning loopt langzaam terug naar de kring

Hij aait steeds over zijn hele dikke buik

Kabouters

Elfjes

2 x 8 tellen De elfjes fladderen in klokrichting de kring rond. Ze lopen op hun tenen en

hun handen en armen zijn de vleugels.

Kabouters

Allemaal samen

1 x 8 tellen Iedereen loopt samen naar het midden van de kring toe

Iedereen wordt steeds kleiner.

1 x 8 tellen Nu gaat iedereen terug naar de kring.

Iedereen wordt steeds groter.

Kabouters

CD met gevoelens
Gevoel bang

1. Gnomus 2.33

2. Jungle 2.05

3. Dance Macabre 7.00

4. Het oerwoud 4.55


Gevoel boos

5. Het wilde Westen 3.19

6. Eastern Jails 2.25

7. La Cabana de Baba-Yaga sur Patters de Poule 3.31

8. Song of the stars 10.13


Gevoel verdrietig

9. Zompenwoud 2.10

10. Caravan of the Sun 4.45

11. Tempo di Bolero moderato assai 15.46

12. Carribean Blue 3.55


Gevoel blij

13. Wonderwoud 2.30

14. Ballet des Petit Poussins dans leurs Coques 1.11

15. Sprookjesdans 3.19

16. Schrumpie 1.24

De liedjes komen van de volgende cd's…

- Schilderijententoonstelling van Mussorgsky

- Dansspetters (deel 1 en 2)

- De mooiste Efteling melodieën

- Ayman, dancing with the sun

- Enya


Miriam van de Nieuwenhof

Juni '02





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina