Wees trouw als vriend



Dovnload 51.91 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte51.91 Kb.

Wees trouw als vriend

Preek in een jeugddienst

lezen: 1 Samuël 20:1-17, enkele spreuken (zie onder)

Lelystad, 5 oktober 2008

R.J.Vreugdenhil

1Kennen jullie Janneke nog?

(Een paar jaar terug begon ik de preken over de wet elke keer met een verhaaltje over Janneke, een meisje van een jaar of veertien.)

Janneke had iets vervelends meegemaakt. Iets in de familie.

Echt heel rot.

Ze was er gewoon twee dagen ziek van geweest. Niet naar school gegaan.

Het bleef maar in haar hoofd zitten. Ook toen ze weer naar school ging.

In de bus was ze stil. Ze had geen zin in kletsen. Op vereniging deed ze niet echt mee. En na afloop was ze snel naar huis.

Dat ging zo een paar weken.

De anderen merkten het wel. Ze riepen wel eens: joh, doe weer mee.

Maar Janneke deed niet mee. En toen hadden ze zoiets van ‘ja, dan moet je het ook zelf weten’.

Toen ze een paar weken later met een hele club zouden gaan zwemmen, hebben ze Janneke niet opgebeld om te vragen of ze ook zin had. Ze zou toch wel niet mee gaan...

Maar wat voelde Janneke zich rot, toen ze op zondag iets opving over dat zwemmen.

Ze heeft thuis behoorlijk zitten janken. In d’r eentje op haar kamer. De enige aan wie ze het kon vertellen was haar nichtje in Groningen. Daar zat ze vaak mee op MSN. Die wist alles van haar. Maar ja, die was zo ver weg.
Tot die ene keer na vereniging. Janneke was als eerste buiten. Ze zat zowat al op de fiets, toen Irene achter haar aan kwam. ‘Janneke, mag ik met je mee fietsen?’.

Op de hoek bij Janneke’s huis stopte Irene ook. ‘Janneke, er is iets met je.

Misschien wil je het me niet vertellen, maar volgens mij is er iets. Kan ik je helpen?’

Janneke wist echt niet wat ze moest zeggen. Ze sloeg helemaal dicht en ging zowat huilen. ‘Laat maar’, zei ze en ze liep gauw achterom de tuin in.

Maar de volgende middag belde Irene. ‘Janneke, het hoeft niet, maar als je wil, zullen we dan vanavond afspreken bij mij?’

Toen durfde Janneke. En ze heeft het hele verhaal er uit gegooid.

Irene heeft geluisterd. Ze schrok van wat ze te horen kreeg.

Maar de volgende dag ging ze naast Janneke in de bus zitten. En ze haalde haar op naar vereniging. Als er wat georganiseerd werd, riep Irene: ‘we moeten Janneke niet vergeten’. Langzaam maar zeker ging Janneke ging steeds meer thuis voelen bij de anderen. Dankzij Irene. Want die bleef komen, en luisteren èn samen lol hebben.


Wat was er nou eigenlijk gebeurd met Janneke? Wat had ze dan meegemaakt?

Dat wil je nu graag weten hè. Dat vertel ik je niet. Janneke heeft het mij wel verteld, maar dat vertel ik niet door. En je hoeft het ook echt niet aan Irene te vragen.

Want Irene is een vriendin voor Janneke. En goede vrienden of vriendinnen vertellen niet door wat ze van hun vriend of vriendin gehoord hebben!

Wat kan vriendschap voor je beteken?

Wat kun jij als vriend of vriendin betekenen voor een ander?

Daar is veel over te zeggen. Ik wil vanmorgen een paar dingen zeggen vanuit de bijbel.

WEES TROUW ALS VRIEND

1. vrienden krijgen

2. vriend zijn

3. trouw zijn


‘Vrienden zijn de familie die je zelf uitkiest.’

Zoiets kwam ik ergens tegen.

Dat is leuk gezegd. Ik denk dat het waar is.

Vrienden kunnen soms belangrijker voor je zijn dan je eigen familie.

Dat zei de wijze Salomo al, in Spreuken 27:10,

een vriend in de buurt is beter dan een broer ver weg.

Janneke had meer aan Irene die met haar mee fietste dan aan haar nichtje in Groningen.


Toch is het ook een beetje niet waar.

Vrienden, daar kun je inderdaad meer aan hebben dan aan je eigen familie, maar is het niet altijd iets van ‘uitkiezen’.

Janneke koos Irene niet uit. Ze kréég haar als vriendin.

En David koos Jonatan niet uit. Hij kréég hem als vriend.


Hij had hem ook hard nodig.

Jullie kennen het hele verhaal van David. Hoe had het goed moeten gaan met David als Jonatan niet zijn vriend was geweest? Stel je voor dat Jonatan de kant had gekozen van zijn vader Saul. Dan had het niet best geweest voor David.

Je kunt natuurlijk zeggen: dan had de HEER David ook wel beschermd.

Ja, dat is waar.

Maar laten we dan maar gewoon zeggen: de HEER heeft nu David beschermd door hem Jonatan als vriend te geven.

Net als bij Janneke: zonder Irene was ze misschien ook wel er boven op gekomen. Daar heeft ze ook vaak om gebeden. En de HEER heeft haar inderdaad geholpen. Door haar Irene te geven als vriendin.


Vrienden zijn de familie die je extra krijgt.

Vrienden zijn de familie die God je erbij geeft.

Wij zeggen dat heel makkelijk als het gaat om een huwelijk: God heeft ons aan elkaar gegeven.

Je kunt dat net zo goed zeggen over een goede vriendschap: ik heb mijn vriend of vriendin van God gekregen. Want God weet dat het niet goed is dat een mens alleen is. Dat laatste is een tekst over het huwelijk. Maar niet iedereen krijgt man of vrouw. Of je bent nog helemaal toe aan trouwen. Of je bent getrouwd, maar je hebt meer nodig dan je aan elkaar hebt.

Dank God dan als je van hem vrienden krijgt!
2 Maar als jij vrienden krijgt, geeft de HEER tegelijk jou dus als vriend aan die ander.

Die ander krijgt van de HEER jou als vriend.

Ben jij voor God bruikbaar om als vriend gegeven te worden?

Wil jij een vriend zijn voor anderen?


Laten we eens kijken hoe Jonatan en David vrienden waren voor elkaar.

Volgens mij kun je in dit verhaal een heleboel herkennen van wat een groepje van jullie in de voorbespreking ook noemden over vriendschap.

a. David kan bij Jonatan terecht.

Je hoort hem vragen: wat heb ik toch verkeerd gedaan? Wat heb ik je vader misdaan, dat hij mij wil doden?

David begrijpt het niet. Hij weet niet wat hij er mee aan moet.

Maar hij kan terecht bij Jonatan.

Jonatan luistert, begrijpt, denkt mee, zoekt een mogelijkheid om te helpen.

Jonatan heeft tijd voor hem.

Dat is een goede vriend: iemand bij wie je terecht kunt. Zoals Janneke bij Irene terecht kon. Ben jij zo’n vriend?
b. Jonatan zet zijn eigen belang opzij. Hij denkt niet ‘wat is voor mij het beste?’.

De vriendschap met David kóst hem zelfs heel veel. Hij had koning zullen worden, hij was de kroonprins. Maar hij laat David voorgaan: David moet koning worden.

Hij denkt niet aan zijn eigen belang, maar aan dat van zijn vriend.

Dat is een goede vriend: iemand die zijn eigen belang aan de kant zet om de ander te helpen. Zoals Irene de rest van de groep in de steek liet om achter Janneke aan te gaan. Ben jij zo?


c. Jonatan is te vertrouwen.

David vertelt hem eerlijk alles en hij weet: Jonatan gaat dat niet door kletsen naar anderen. Als Jonatan dat wel gedaan had, had het gevaarlijk kunnen worden. David en Jonatan spreken namelijk af dat ze elkaar ergens buiten de stad ontmoeten. Als Jonatan dat bijvoorbeeld tegen een andere vriend had gezegd, en die had er weer over gepraat met iemand, dan had ook iemand het aan Saul kunnen vertellen. Dan had Saul daar David te pakken kunnen nemen.

Dingen doorvertellen over een ander - daar kun je iemand heel veel schade mee doen.

Een goede vriend houdt zijn mond als hij dingen van je weet.

Als jij een goede vriend wilt zijn, moet je je mond kunnen houden. Dan moet je weten waarover je zwijgen moet. Zoals Irene nooit aan iemand verteld heeft wat er precies met Janneke aan de hand was.
d. Het vierde hebben we nog niet gelezen. Het staat in vers 41. ‘Ze kusten elkaar terwijl hun de tranen over de wangen liepen’.

Moet je voorstellen: de kroonprins en de generaal van het leger. Moedige mannen. Altijd sterk tegenover anderen. Maar als vrienden bij elkaar kunnen ze zichzelf zijn. Dus ook zwak zijn, huilen.

Bij een goede vriend kun je jezelf zijn.

Bij een goede vriend hoef je geen masker op te hebben. Je mag zijn wie je bent.

De eerste keer liep Janneke weg toen ze voelde dat ze moest huilen. Toen ze echt vrienden heeft Janneke nog heel vaak gehuild bij Irene.
Ben jij zo’n vriend?

- kunnen vrienden bij jou terecht?

- zet je je eigen belang op zij?

- ben je te vertrouwen en kun je zwijgen?

- kan de ander bij jou zichzelf zijn?
Ik geloof dat je kunt leren om zó vriend te zijn.

Er staat iets moois, vind ik, in vers 14. Maar dan pak ik even de vorige vertaling:



Zult gij mij niet, indien ik dan nog in leven ben, de goedgunstigheid des HEREN betonen, zodat ik niet sterf?

Jonatan vraagt: wil jij mij de goedheid van de HEER geven. Niet maar je eigen goedheid. Maar de goede zorg van de HEER zelf. Zijn liefde, zijn trouw.

Jonatan vraagt: wil jij mij die geven?

Dat is heel mooi gezegd. Wat kun jij als vriend aan iemand geven?

Meer dan je eigen liefde en aandacht!

Je mag de liefde en aandacht en trouw van de HEER aan die ander geven.


Je kunt het nog anders zeggen: je mag de liefde van de Here Jezus aan iemand geven.

Die vier dingen die ik net noemde (dat iemand bij je terecht kan; dat je je eigen belang aan de kant zet; dat je betrouwbaar bent; dat je een ander zichzelf laat zijn): dat is helemaal hoe Jezus was.

Wat moet hij een goede vriend geweest zijn.

Maar weet je dat jij daarin op Jezus mag lijken!

Weet je dat dat van de Here mag vragen.

‘Here, wilt u me helpen om in m’n vriendschap steeds meer te lijken op Jezus Christus’.

Daar mag je de hulp van de Geest van Jezus bij vragen.

Zo mag je leren vriend te zijn.

Vanuit je christen-zijn.
3 Ik denk dat je dat vooral nodig hebt bij het trouw zijn.

In het gesprek dat we hadden, kwamen de jongeren met iets wat ze heel belangrijk vonden. Een vriend zijn, dat is bijvoorbeeld iemand blijven opzoeken, ook als het interessante en het leuke er af is.

Een vriend zijn dat is met iemand om blijven gaan, ook als alle anderen hem of haar laten vallen. Iemand die een beetje buiten de groep ligt, toch er bij trekken.

Niemand alleen laten staan.

Schitterend. Als jullie die houding volhouden en in praktijk brengen, en als jullie het overdragen op anderen in de gemeente, kan het heel mooi worden in de Lichtbron.
Want het is één van de dingen van trouw zijn: blijven geven, ook als je van de ander misschien niet zoveel krijgt.
David is daar een mooi voorbeeld van. Dat zie je nog niet in dit hoofdstuk.

Hier heeft David Jonatan vooral nodig.

Maar jaren later is David koning geworden. Jonatan is dan al dood, omgekomen in de oorlog. David heeft Jonatan helemaal niet meer nodig.

Maar daarmee is de vriendschap niet voorbij. David is niet vriend van Jonatan zolang hij Jonatan nodig heeft.

David blijft trouw. Zelfs na de dood van Jonatan.

In 2 Samuel 9 kun je lezen dat David de gehandicapte zoon van Jonatan bij zich in huis haalt. Hij werd behandeld alsof hij Davids eigen zoon was.


Dat is trouw.

Vriendschap die doorwerkt, ook als jij die ander helemaal niet meer nodig hebt.

Dan toch: vriend blijven voor die ander.
Dat is trouw die je van God kunt leren.

Heeft God jou nodig? Nee, helemaal niet.

Maar hij blijft wel trouw. Voor jou.

Zo mag jij trouw leren trouw zijn voor een ander.


AMEN

Bijlage: Bijbellezingen



1BIJBELLEZING 1 SAMUEL 20:1-17 (Samenspraak van drie jongeren)


1

Verteller

David maakte dat hij uit het profetenhuis in Rama wegkwam. Hij ging naar Jonatan.




David

‘Wat heb ik toch verkeerd gedaan? Waaraan heb ik me schuldig gemaakt? Wat heb ik je vader misdaan, dat hij mij wil doden?’

2

Jonatan

‘Er is geen sprake van dat jij moet sterven. Mijn vader doet immers nooit iets zonder mij in vertrouwen te nemen, al is het nog zo onbelangrijk. Zou hij dan zoiets voor mij verborgen houden? Dat bestaat niet!’

3

David

‘Je vader weet heel goed dat jij op me gesteld bent. Daarom denkt hij: Jonatan mag dit niet te weten komen, het zou hem maar verdriet doen. Maar ik zweer je, zo waar de HEER leeft en zo waar jij leeft, Jonatan, ik ben maar één stap van de dood verwijderd.’

4

Jonatan

Zeg maar wat ik voor je doen kan.

5

David

‘Luister, morgen is het nieuwemaan. Eigenlijk zou ik dan met de koning aan de maaltijd moeten aanzitten. Maar als jij me verlof geeft, houd ik me buiten de stad schuil tot het donker is.

6




Als je vader mijn afwezigheid opmerkt, moet je zeggen: “David heeft mij dringend gevraagd om te mogen afreizen naar zijn vaderstad Betlehem, waar zijn hele familie bijeen is voor het jaarlijkse offerfeest.”

7




Als hij zegt dat het goed is, kan ik gerust zijn, maar als hij boos wordt, dan weet je dat hij vast van plan is om mij kwaad te doen.

8




Op jouw aandringen hebben jij en ik elkaar tegenover de HEER trouw gezworen, bewijs me dus alsjeblieft deze vriendendienst: als ik iets heb misdaan, dood jij me dan, maar lever me niet uit aan je vader.’

9

Jonatan

‘Dat nooit!’ ‘Mocht ik erachter komen dat mijn vader van plan is om je kwaad te doen, dan zal ik het je beslist laten weten.’

10

David

Hoe kom ik te weten wat je vader gezegd heeft, en of hij kwaad is geworden?’

11

Jonatan

‘Wacht, laten we eerst de stad uitgaan.’




Verteller

Ze gingen samen de stad uit.

12

Jonatan

‘Bij de HEER, de God van Israël, morgen of overmorgen om deze tijd zal ik uitzoeken hoe mijn vader over je denkt. Als het er goed voor je uitziet, zal ik een boodschap sturen om het je te laten weten.

13




Maar mocht mijn vader zich het in zijn hoofd hebben gezet om je kwaad te doen, dan mag de HEER met mij doen wat hij wil, als ik je dat niet zou laten weten en er niet voor zou zorgen dat je een veilig heenkomen kunt vinden. Moge de HEER je bijstaan zoals hij eerst mijn vader bijstond.

14




Ik weet wel dat je me zo lang als ik leef goed zult behandelen, zoals de HEER dat voorschrijft, maar beloof me dat je ook na mijn dood

15




mijn nakomelingen steeds goedgezind blijft, zelfs wanneer de HEER al je vijanden een voor een van de aardbodem wegvaagt.’

16

Verteller

Jonatan sloot een verbond met het huis van David.




Jonatan

Moge Moge de HEER je daaraan houden.

17

Verteller

Jonatan liet David dit bekrachtigen met een eed op hun vriendschap, want hij had David lief als zijn eigen leven.

1We lezen in het bijbelboek Spreuken ook wijze dingen over vriendschap:


Spreuken 17:17

Een vriend is je altijd toegedaan,

je broer is geboren om te helpen in tijden van nood.
Spreuken 18:24

Wie veel vrienden heeft, raakt snel geruïneerd,

een echte vriend is meer waard dan een broer.
Spreuken 27

5 Beter dat je openlijk terechtgewezen wordt

dan dat je uit liefde wordt gespaard.

6 Het verwijt van een vriend is oprecht,

de kus van een vijand al te hartelijk.
9 De geur van balsem en wierook maakt gelukkig,

maar zoeter voor het hart is ware vriendschap.

10 Houd een vriend in ere, ook die van je vader,

ga niet naar je broer als je problemen hebt;

een vriend in de buurt is beter dan een broer ver weg.

Bij gebruik als leespreek dit graag melden per mail






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina