Wel makkelijk die rokjes



Dovnload 14.3 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte14.3 Kb.
Wel makkelijk die rokjes.

In heel vroege voorjaar was er een voetbal wedstrijd met Schotland. Ik geloof dat er wel 10000 rokjes in de stad liepen. En natuurlijk ook heel veel in de rosé buurt.

Ik was daar voor de architectuur van de oude stad. Amsterdam rond de oude kerk.

Raamprostitutie is van oorsprong een typisch Nederlandse vorm van prostitutie. Deze vorm is ontstaan door het gedogen van 'stille' prostitutie in de oude rosse buurt in Amsterdam rond de oude kerk. Waren in het begin de gordijnen geheel gesloten, naarmate de seksuele moraal minder streng werd gingen de gordijnen verder open. Inmiddels zijn de gordijnen alleen nog dicht als de prostituee een klant heeft. Toen de gordijnen geheel open waren ging de onthulling verder in de vorm van steeds minder kledingstukken die de prostituee droeg.

Raamprostitutie is een vorm van prostitutie die in Nederland en omringende landen vrij vaak voorkomt. De prostituee huurt een raam plus werkruimte van een raamexploitant voor een bepaalde tijdsperiode, vaak per dag of dagdeel. De prostituee is verder onafhankelijk en werft zelf haar klanten en onderhandelt ook zelf over de prijs en de te verlenen diensten. Een oude term en werkwijze in de raamprostitutie is het zogenaamde uitpezen. De prostituee bepaalt een bedrag waarvoor de klant binnen mag komen. Daarna moet er voor elke extra dienst die zij aanbiedt worden bijbetaald.

Inhoud [verbergen]


Raamprostitutie in Utrecht vindt onder andere plaats op woonboten op de Vecht

Raamprostitutie is van oorsprong een typisch Nederlandse vorm van prostitutie. Deze vorm is ontstaan door het gedogen van 'stille' prostitutie in de oude rosse buurt in Amsterdam rond de oude kerk. Waren in het begin de gordijnen geheel gesloten, naarmate de seksuele moraal minder streng werd gingen de gordijnen verder open. Inmiddels zijn de gordijnen alleen nog dicht als de prostituee een klant heeft. Toen de gordijnen geheel open waren ging de onthulling verder in de vorm van steeds minder kledingstukken die de prostituee droeg.

In Amsterdam zijn de traditionele raamprostitutiebuurten de Wallen, het gebied rond de Singel en de Ruysdaelkade. In Rotterdam wordt raamprostitutie sinds de jaren zeventig niet meer gedoogd. In Den Haag betreft het de Hunsestraat, de Geleenstraat en de Doubletstraat. In Alkmaar is er een gedooggebied voor ramen op de Achterdam. In Arnhem was het Spijkerkwartier de rosse buurt, maar deze is in januari 2006 gesloten. In Utrecht is er een bijzondere vorm van raamprostitutie: de vrouwen zitten aan het Zandpad achter de ramen van woonboten.

Twintig procent van de prostituees werkt achter de ramen. De basisprijs voor de diensten van een raamprostituee liggen na de invoering van de euro tussen 25 en 50 euro voor 20 minuten.


De Wallen of de walletjes is in de volksmond de naam voor een aantal straten in het oudste deel van Amsterdam waar raamprostitutie wordt bedreven. Het is een wereldwijd beroemde buurt, in het Engels aangeduid met Red Light District, vanwege de rode lampjes die traditioneel voor de kamertjes van de prostituees branden. (Zie voor prostitutie in Amsterdam ook Amsterdamse rosse buurten.)
De naam wallen refereert aan de burgwallen in het oude centrum van Amsterdam die worden omgeven door de grachtengordel. Dit zijn de Oudezijds Voorburgwal, de Oudezijds Achterburgwal, de Nieuwezijds Voorburgwal en de vroegere Nieuwezijds Achterburgwal (de huidige Spuistraat). De oude zijde ligt ten oosten van het Damrak, de nieuwe zijde ten westen. Deze burgwallen waren in het middeleeuwse Amsterdam oorspronkelijk een aarden wal, voorzien van een houten palissade ter afscherming. De "wallen" zoals hier bedoeld bevinden zich aan de Oudezijde.

Dit prostitutiegebied is een gebied van circa 250 x 250 meter, dat wordt begrensd door de Lange/Korte Niezel in het noorden, de Zeedijk/Nieuwmarkt in het oosten, de Koestraat/St. Jansstraat in het zuiden en de Warmoesstraat in het westen. Prostitutie vindt binnen dit gebied plaats in de volgende straten: Barndesteeg, Bethlhemsteeg, Bloedstraat, Dollebegijnensteeg, Enge Kerksteeg, Goldbergersteeg, Gordijnensteeg, Molensteeg, Monnikenstraat, Oudekerksplein, Oudekennissteeg, Oudezijds Achterburgwal, Oudezijds Voorburgwal, Sint Annendwarsstraat, Sint Annenstraat, Stoofsteeg en de Trompettersteeg.

[bewerken]Geschiedenis
De Wallen werden pas een prostitutiegebied in de jaren '60 van de 20e eeuw. Onder invloed van de seksuele revolutie en de gedoogcultuur werd sindsdien niet of nauwelijks meer tegen prostitutie opgetreden, waardoor het aantal "ramen" zeer sterk toenam. Daarmee ontstond op de Wallen een concentratie van prostitutie op een manier die tot dan toe onbekend was.

Voordien vond de prostitutie hoofdzakelijk plaats in De Pijp, een wijk waar toen veel kunstenaars en artiesten woonden. De prostitutie werd hier sinds het Interbellum bedreven in talloze bordelen. Dit ondanks een bordeelverbod in de Amsterdamse APV uit 1902 en een landelijk bordeelverbod in de vorm van de zogeheten Wet van Regout. Deze regels vielen in de praktijk echter niet te handhaven.

Wel werden kort na de afkondiging van deze bordeelverboden de grote bestaande bordelen uit die tijd gesloten. Daaronder waren Madame Fatma aan de Nieuwezijds Voorburgwal 324, het Groene Paleis op de hoek van Rokin en Wijde Lombardsteeg en het grote en zeer luxueuze Maison Weinthal aan de Nieuwezijds Voorburgwal 227-229.

Tegen het einde van de 19e eeuw waren er volgens een politie-rapport in totaal 19 bordelen, met elf Nederlandse en 99 buitenlandse prostituees, alsmede 17 meer besloten rendez-voushuizen en nog ruim 100 verdachte cafés en logementen waar mogelijk ontucht werd bedreven. De bordelen en rendez-voushuizen waren toentertijd met name aan de Nieuwezijds Voorburgwal, de Spuistraat en het Rokin gevestigd.

De Wallen en de Zeedijk waren rond 1900 vooral krottenbuurten waar straatcriminelen huisden. Door de nabijheid van de haven vond daar al wel van oudsher straatprostitutie ("tippelen") plaats.[1]

[bewerken]Evenementen


Sinds 2006 is er één keer per jaar een open dag op de Wallen. Bij de open dag van 31 maart 2007 stonden er voor het eerst mannelijke prostituees achter de ramen[2] om tegen betaling seks te hebben met vrouwen. Op die dag is ook een bronzen standbeeld van kunstenares Els Rijerse onthuld als eerbetoon aan prostituees. De initiatiefneemster was Mariska Majoor, een ex-prostituee en tegenwoordig werkzaam voor het Prostitutie Informatie Centrum in Amsterdam.

[bewerken]Bestrijding openlijke seksindustrie


De strijd van Amsterdam tegen de raamprostitutie op de Wallen lijkt een gevolg van hetzij weerzin van wethouder Asscher of het hele stadsbestuur tegen de prostitutie-industrie aldaar, hetzij associatie door Asscher of het hele stadsbestuur van deze prostitutie met ‘vrouwenhandel en andere criminaliteit’, hetzij beide[3]. Sinds juni 2006 zet de gemeente bij de bestrijding van de openlijke erotische bedrijvigheid in het stadscentrum zes instrumenten in: weigeren vergunningen, uitkopen, verdachtmaking, persoonlijke aanval, ‘overleg’ en het dreigen met bestemmingsplanprocedures en nakeursbehandeling.

[bewerken]Bibob-procedure, weigeren vergunningen, uitkopen

In juni ’06 zegt de gemeente aan vier exploitanten van raamprostitutie, na Bibob-advies, vergunningen te weigeren wegens ‘het gevaar dat deze personen hun vergunningen gebruiken voor het plegen van strafbare feiten’[4]. De kortgedingrechter stelt begin 2007 de gemeente hierin in het ongelijk[5][6]. Daarop besluit de gemeente de seksbedrijvigheid van exploitanten zoals Charles Geerts en Dirk Holtman te bestrijden door hen uit te kopen.[6] Tussen september ’07 en april ’08 kopen[7] woningcorporaties al ongeveer negentig ‘ramen’ van seksondernemers. Charles Geerts ontvangt 25 miljoen euro voor achttien panden met 51 prostitutieramen[8].

Rond 2006/’07 is de gemeente ook te traag met vergunningverlening aan exploitant Nathalie Venekamp[9]. Ze kan daardoor drie prostitutieramen vijf maanden niet verhuren. In augustus 2009 blijkt de rechter daarvoor de gemeente te hebben veroordeeld tot 42.000 euro schadevergoeding.

In januari ’08 zegt de gemeente ook aan Jan Otten van onder andere sekstheater Casa Rosso en de Bananenbar, vergunningen te weigeren[10] wegens ‘risico van crimineel misbruik’. Otten voert juridische strijd[11] en geeft de gemeente inzicht[12] in zijn financiering. Na bijna twee jaar geeft[11][12] de gemeente hem alsnog de vergunningen.

[bewerken]Verdachtmaking en persoonlijke aanvallen

In juli ’07 laat het stadsbestuur, na eerdere mislukte Bibob-procedures (zie boven), opnieuw weten ‘georganiseerde criminaliteit’ bij prostitutie en horeca te vermoeden[13]. In december ’07 laat de gemeente weer weten met het opkopen van panden (zie boven) ‘misstanden zoals gedwongen prostitutie en witwassen van geld’ te willen bestrijden[7].

Eind 2008 stelt het stadsbestuur opnieuw, dat het oude stadscentrum ‘ten prooi is gevallen aan criminaliteit en verloedering, zoals overdaad aan criminogene voorzieningen zoals bordelen, en handel in vrouwen’[14], en daarom het aantal ramen te willen verminderen tot 250 of tot ‘de helft’[15], vermoedelijk rekenend vanuit de 458[7] ramen van april 2007.

In 2009 of eerder noemt wethouder Asscher seksexploitant Geerts in tijdschrift Penthouse een ”crimineel en criminogeen persoon”. Geerts doet aangifte tegen Asscher, Justitie besluit Asscher niet te vervolgen[16]. In januari 2010 schaart Asscher Geerts in een interview met De Telegraaf in de categorie ’foute mensen’ en brengt hem in verband met zware criminaliteit. Geerts doet opnieuw aangifte van belediging en laster[16].

[bewerken]Overleg met mes op de keel

Eind 2009 kiest het stadsbestuur voor ‘overleg’ met ondernemers over verplaatsing en concentratie van seksbedrijven, waarbij het dreigt met bestemmingsplanprocedures en nakeursbehandeling voor niet-coöperatieve ondernemers. Opnieuw luidt de beschuldigende toelichting: “We zijn niet tegen seks, alleen tegen uitwassen. Te grote concentraties van bordelen en coffeeshops trekken gewoon de verkeerde mensen”.

[bewerken]Kritiek op Amsterdamse prostitutiebeleid


Mevrouw Metje Blaak van de Rode Draad, organisatie voor emancipatie en positieverbetering voor de prostituee, toonde zich in november 2006 verontrust[17] over het Amsterdamse prostitutiebeleid, zei bang te zijn voor ‘Arnhemse toestanden’ (zie Prostitutie in Arnhem), en suggereerde dat veel toeristen mede naar Amsterdam komen voor het unieke red light district.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina