Welke innovaties kent het cradle-to-cradle concept?



Dovnload 151.56 Kb.
Pagina1/3
Datum26.08.2016
Grootte151.56 Kb.
  1   2   3
Welke innovaties kent het cradle-to-cradle concept?

ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM


Faculteit der Economische Wetenschappen

Begeleiding: Nel Hofstra

Naam: Duncan Wondergem

Examennummer.: 308905

Emailadres: duncanwondergem@hotmail.com

Afstudeerrichting: Marketing

Thesis: Bachelor

Datum: 20.08.2010

Telefoonnummer:0626923303

Executive Summary

Het cradle-to-cradle concept en het “groener” maken van productieprocessen en producten is in deze tijden een hot topic; de olievoorraden raken op, bossen verdwijnen, dieren en planten sterven uit en de aarde warmt op. Het cradle-to-cradle concept is nog niet zo oud, en het is een groot verschil met het oude concept- cradle-to-grave- betreffende het ontwerpen en produceren van producten. Nu vragen veel mensen af wat er nu precies anders is aan het cradle-to-cradle concept en om deze reden zal er worden onderzocht welke innovaties het cradle-to-cradle concept precies kent.

De methode die wordt gebruikt om tot een antwoord te komen op de onderzoeksvraag is een literatuur onderzoek. Allereerst wordt er literatuur verzameld betreffende de twee hoofdonderwerpen; innovatie en het cradle-to-cradle concept. Vervolgens worden de twee hoofdonderwerpen met elkaar vergeleken, en gekeken welke innovaties er terug zijn te vinden binnen het cradle-to-cradle concept. Het oude, cradle-to-grave concept wordt ook nog naar voren gebracht om te zien wat er precies anders is tussen de beide concepten.

De conclusie die hier uit te trekken is dat van de verschillende types innovatie die zijn gedefinieerd kent het cradle-to-cradle concept de volgende innovaties: radicale innovatie, incrementele innovatie, bouwkundige innovatie, product innovatie, proces innovatie, technische innovatie en kundigheid bevorderende innovatie.

Inhoudsopgave



1.Introductie

2.Theoretische gedeelte

2.1.Wat is innovatie?

2.1.1 Definitie

2.1.2.Verschillende types innovatie

2.2 Productie volgens conventionele methode

2.2.1 Recycling

2.2.2. Productie van producten

2.2.3. Consumeren van producten

2.2.4. From cradle to grave – van wieg tot graf

2.2.5. One size fits all

2.2.6. Brute kracht

2.2.7. Een cultuur als monocultuur

2.3. Eco-efficientie

2.4. Het cradle-to-cradle concept

2.4.1. Eco-effectiviteit

2.4.2. De kersenboom

2.4.3. Leven als een mier

2.4.4. Ontwerpen van een dak

2.4.5. Het biologische metabolisme

2.4.6. Het technische metabolisme

2.5 De weg naar eco-effectiviteit

3. Antwoord op de onderzoeksvraag

3.1 Welke innovaties kent het cradle-to-cradle concept?

4. Conclusie

5. Bibliografie

1.Introductie

Langzaam maar zeker raken de olievoorraden op, worden eeuwenoude bossen steeds kleiner, sterven er steeds meer diersoorten uit en worden onze oceanen steeds viezer. Daarnaast is het broeikaseffect, het opwarmen van de aarde dat gepaard gaat met een hogere waterspiegel, warmere winters, nattere zomers en extremere weersomstandigheden een fenomeen dat veel in het nieuws komt. Dit zijn een aantal problemen die zich voordoen op de wereld van vandaag. Het verontrustende is dat zolang er zo doorgeleefd wordt zoals nu, deze problemen steeds groter worden en er uiteindelijk geen weg meer terug is als alles uitgeput, uitgestorven of vervuild is. Er zijn al mensen bezig geweest om dit te bestrijden door producten te gaan recyclen en energie op een andere manier te winnen. Tot op een zekere hoogte is dit gelukt en het proces is iets vertraagd, maar daar blijft het ook bij. Vertraagd betekent niet dat de wereld op deze manier beter wordt. Als het zo doorgaat gaat de wereld alsnog kapot.

Gelukkig zijn er ook nog mensen die inzien dat als er nu niets gedaan wordt, het binnen de kortste keren over kan zijn met onze mooie wereld. Deze mensen hebben onder meer het concept cradle-to-cradle dat vrij vertaald “van wieg tot wieg betekend” bedacht. In het kort houd dit concept in dat er afval als voedsel gebruikt gaat worden. Dit klinkt in eerste instantie raar in de oren, want afval is toch iets wat je normaal weggooit? Het antwoord hier op is ja en nee. Ja, als je het hebt over het hedendaagse afval. Dit afval is na het gebruik vrijwel nutteloos omdat het nergens voor gebruikt kan worden zonder dat er giftige chemische middelen aan te pas moeten komen om het enigzins weer bruikbaar te maken. Nee, als je het hebt over het afval dat afkomt van producten die volgens het cradle-to-cradle concept zijn geproduceerd want dit kan zonder enige toevoegingen weer gebruikt worden in de productieprocessen van producten of het kan worden gebruikt als voedingsstof door verschillende species als het bijvoorbeeld op een composthoop wordt gegooid.

Dit concept is een vrij nieuw concept en kan gezien worden als een innovatie op zichzelf. Ook binnen het concept kent het cradle-to-cradle concept innovaties. Om er achter te komen welke innovaties het cradle-to-cradle proces precies kent zullen eerst de verschillende types van innovatie worden besproken en uitgelegd. Vervolgens wordt het cradle-to-cradle concept uitgebreid uitgelegd met een aantal voorbeelden en de cradle-to-cradle manier van produceren en samenstellen van producten wordt vergeleken met de samenstelling van conventionele producten en de productie daarvan. Uiteindelijk worden de types innovatie en de verschillende tussen het de conventionele industrie en de cradle-to-cradle industrie naast elkaar gelegd om er zo achter te komen welke innovaties het cradle-to-cradle concept kent.

2.1 Wat is Innovatie?

Hieronder zal er verder op het concept innovatie worden ingegaan. Eerst zal er een definitie worden gegeven van innovatie, en vervolgens zal er op de verschillende soorten van innovatie die bestaan worden ingegaan.



2.1.1. Definitie

Over de jaren is er in de literatuur al veel geschreven over innovatie. Hoewel er verschillende meningen zijn over wat de exacte definitie is van innovatie, komen de verschillende definities wel dicht bij elkaar in de buurt. Om een voorbeeld te geven van de verschillende definities van innovatie die over de jaren in de literatuur zijn ontstaan wordt hieronder een tabel gegeven met de namen van de verschillende auteurs, de definitie die zij geven aan het concept innovatie, en het jaar waarin de definite werd vermeld in de literatuur, om zodoende te kunnen zien of de definitie over de jaren veel veranderd is.



Jaar

Auteur

Definitie

1927

Schumpeter

“… such changes of the combinations of the factors of production as cannot be effected by infinitesimal steps or variations on the margin. They consist primarily in changes in methods of production and transportation, or in changes in industrial organisation, or in the production of a new article, or in the opening up of new markets or of new sources of material.”


1939

Schumpeter

Innovation as a useful and creative change which leads to creative destruction.


1969

Mohr

“…the successful introduction into an applied situation of means or ends that are new to that situation.”


1998

Gurteen

The sifting, refining and most critically the implementation of generated ideas. It’s about putting the ideas into action.


1999

Love & Roper

"...a commercial rather than a technological activity, which is related to and affects firms' competitive position."


2005

Schilling

The act of introducing something new to commercial or practical objectives. The innovation projects should align with the resources and objectives, leveraging the core competencies and helping achieving the strategic intents.


2006

Beije

“…new products or services, new ways to manufacture products, new ways to distribute/sell products, etcetera. Which are the result of a deliberate and non-trivial effort and are aimed at realizing a competitive advantage."


In het vervolg zal er veel gerefereerd worden naar de auteurs en definities in de tabel. Allereerst is er op te merken dat implementatie/introductie wordt vermeld als een belangrijk attribuut bij het definiëren van het concept innovatie(Mohr, 1969; Damapour, 1987; Gurteen, 1998; Schilling, 2005). Dit betekent dus dat als er een uitvinding is, dit niet betekent dat er sprake is van een innovatie; er moet iets gedaan worden met de uitvinding om het te kunnen aanmerken als een innovatie. Als er wordt gekeken naar de definities van het concept innovatie is er desondanks dat de definitie vrijwel hetzelfde blijft, een bepaalde ontwikkeling op te merken. De definities van het concept innovatie gaan over de loop der jaren van iets wat jou gebeurd tot iets wat een bedrijf kan laten gebeurern. Wat er op te merken is over de meest huidige definities van het concept innovatie is dat in het bijzonder de handelingen van een bedrijf centraal is te komen staan(Gurteen, 1998; Love & Roper, 1999; Schilling 2005; Beije, 2006). Als al deze definities van het concept innovaties bij elkaar worden gevoegd om zodoende een algemene definitie te vormen, dan kan het concept innovatie gedefinieerd worden als: het weloverwogen zoeken naar implementatie en commercialisatie van nieuwe technologieën, diensten, markten en structuren.

2.1.2. Verschillende types innovatie

In de literatuur worden er veel types van innovaties besproken. Het draait hier ook vaak om paren van de type innovaties zoals produkt/ proces innovatie, competentie vernietigende/ innovatie verbeterende innovatie, radicale/incrementele innovatie, administratieve/technische innovatie(Schilling 2005). Er onstaat echter een probleem doordat er zoveel verschillende types van innovatie zijn omdat dit vaak leidt tot verwarring tussende verschillende soorten van innovatie. Hetgene wat verwarrend is omtrend deze types van innovatie is dat deze verschillende types van innovatie binnen verschillende categorieën vallen. Een van deze categorieën is gebaseerd op innovatie met betreking op de impact die deze innovatie heeft, en de andere categorie is gebaseerd op de attributen die deze innovatie heeft. De types van innovatie die tot de eerste categorie behoren zijn radicale/ incrementele innovaties, competence destroying/ enhancing innovaties, en bouwkundige/componenten innovaties(Abernathy & Clark, 1985; Hnederson & Clark, 1990; Schilling, 2005). Deze classificaties tonen consequenties voor het bedrijf en zeggen iets over de impact die de innovatie heeft. Product/ process en administratieve/ technische innovaties zijn voorbeelden van de tweede categorie. Dit kan gezien worden aan de manier waarop de innovatie beschreven wordt; deze leiden tot informatie over de aard van de innovatie(Damanpour et al., 1989; Schilling, 2005).

Krebbekx et al. 2006 heeft een framework bedacht met betrekking tot de tweede categorie van type innovaties, namelijk innovaties die informatie geven over de aard van de innovatie. Het voordeel dat met een soort framework als dat van Krebbekx et al. 2006 is dat het zeer nauwkeurig van aard is ook al zijn er maar vijf verschillende types van innovatie. Het is ook nog eens zeer intuitief. In de tabel hieronder worden de vijf types van innovatie uitgelegd.

1. Physical Product Innovation


Innovations concerning physical end-products


2. Service Innovation


Innovations concerning non-physical end-products


3. Production Process Innovation


Innovations concerning the primary production process


4. Secondary Process Innovation


Innovations concerning secondary processes and the organizational structure within the company


5. Social Innovation


Innovations concerning the social network, corporate culture and HRM


Bijna elke innovatie binnen een bedrijf kan worden toegeschreven aan een van deze vijf categorieën, afhankelijk van de aard van de innovatie. De eerste drie innovaties die in de tabel staan zijn vanzelfsprekend, de laatste twee zijn wat onduidelijk en zullen om die reden kort besproken worden. Secundaire proces innovatie gaat over innovaties met betrekking tot de structuur in de organisatie en secundaire processen zoals het RnD proces en verkoop afdeling(bijv. marketing). Om deze reden is er ook een interne focus gericht op procedures en de organisatie als entiteit. Aan de andere kant is sociale innovatie meer gericht op de mensen die de organisatie vormen. Deze innovaties leiden vaak tot een verandering waarbij mensen zich (moeten) gedragen en na moeten denken. Daarnaast brengen dit soort innovaties monetaire compensatie schemas met zich mee en andere motiverende innovaties(De Jong & Braaksma, 2005). Deze definitie van dit punt wijkt echter af van wat oorspronkelijk was gegeven door Krebbekx et al. (2006).

Het is niet zo dat deze type innovaties los staan van elkaar. In tegendeel zijn zij zelfs zeer afhankelijk van elkaar. Betekent dat een type innovatie een ander type innovatie kan initiëren en blokkades die ontstaan door een type innovatie kan invloed hebben op een ander type innovatie. Damanpour et al. (1989) heeft dit ook laten zien in een van zijn papers met een figuur die hieronder te zien is. De figuur was in het werk van Damanpour et al. (1989) gebruikt met betrekking tot administratieve en technische innovatie in openbare bibliotheken.



In het volgende figuur worden de verschillende types van innovatie schematisch gepresenteerd om de positie vasn de verschillende types van innovatie te laten zien en hoe ze samenhangen met andere types van classificatie. Met behulp van dit model is het ook makkelijker om de grootschaligheid van het model te laten zien omdat bijna elk paar van de in de literatuur genoemde innovaties ergens in dit overzicht kunnen worden geplaatst. Als er bijvoorbeeld naar de verschillen tussen product/ process innovatie wordt gekeken, dan kun je zien dat de onderverdeling van Krebbekx dit paar ook laat zien en zelfs een dimensie verder kijkt. Een ander paar is administratieve en technische innovatie. Volgens Damanpour et al.(1987;1989) is de definitie van technische innovatie, een innovatie die leidt tot een verandering in het technologische systeem van de innovatie. Dit systeem heeft te maken met de productie en secundaire processen en draagt bij aan de processinnovatie in de figuur. Hier is ook weer te zien dat Krebbekx et al. Een dimensie verder gaat. Administratieve innovaties zijn innovaties die gerelateerd zijn aan management en personeel, bijvoorbeeld bij rekrutering, incentive schemes en het ontwikkelen van personeel en staan ook bekend omdat zij het sociale systeem van een organisatie kunnen beinvloeden(Damapour, 1987; Damanpour et al, 1989). Dit lijkt ook samen te vallen met sociale innovatie. Met deze voorbeelden wordt er geprobeerd de grootschaligheid van de onderveerdeling van de verschillende types van innovatie te illustreren.



De innovaties die worden geclassificeerd op basis van de impact die zij uitoefenen op een bedrijf/omgeving etc. Zijn onder andere radicale/incrementele innovatie, competentie intensiviserend/vernietigend en bouwkundige/componenten innovatie. Deze paren van innovaties zijn allemaal verschillend van elkaar maar er zijn ook een aantal dingen die zij gemeen hebben en lijken uiteindelijk toch steeds meer op elkaar. Het eerste punt waarop deze paren van innovaties met elkaar overeen komen is dat elk paar bestaat uit twee extremen. Tussen deze twee extremen bestaat er een continuum die de innovatie classificeerd. Een incrementele innovatie is een kleinschalige innovatie die een kleine verandering teweeg brengt. Deze kleinschalige innovaties verfijnen, verbeteren of passen producten en diensten aan zodat er meer waarde wordt gecreerd voor de klant. Incrementele innovaties zijn zeer belangrijk voor de competitieve strategie van een bedrijf en haar vooruitzicht op de lange termijn. Ook spelen incrementele innovaties een paar belangrijke rollen voor een bedrijf. Een aantal rollen zijn bijvoorbeeld:



  • Het bedrijf krijgt meer ondersteuning doordat er nieuwe klanten bijkomen.

  • De ervaring rondom het kopen van een product veranderd en dit draagt bij aan het creeren van een nieuwe of betere relatie met de klant.

  • De beleving van het gebruiken van het product wordt verbeterd

  • Het triggeren/voorkomen van handelingen van concurrenten die het bedrijf negatief kunnen beinvloeden

  • Het creeren van tijdelijke oplossingen om problemen binnen de industrie op te lossen.

  • Het creëren operationele variatie dat direct kan worden toegepast op de markt.

Radicale innovaties zijn producten, processen of services die kompleet nieuwe kenmerken of bestaande kenmerken hebben die het potentieel hebben om significante verbeteringen in de prestatie of kosten van het dergelijke product of service teweeg kunnen brengen. Volgens de auteurs van het boek “Radical Innovation: How Mature Companies can Outsmart Upstarts” creeren radicale innovaties zo een immense verandering in producten processen of services dat bestaande markten of industrieen compleet worden getransformeerd of dat er nieuwe markten worden gecreerd. Zij geven hier ook een aantal voorbeelden van radicale innovaties zoals: Computerized Tomography (CT) en Magnetic Resonance Imaging (MRI) in het gebied van diagnostic imaging; de personal computer (PC) op het gebied van computers; en piepers en mobiele telefoons op het gebied van mobiele communicaties. De incrementele verbeteringen en de verbeteringen die zijn gekomen met de volgende generaties van deze producten worden niet gezien als radicale innovaties. De definitie die wordt gegeven aan radicale innovaties in het boek “Radical Innovation: How Mature Companies can Outsmart Upstarts” is dat er meer waarde wordt gecreeerd op de markt en niet wanneer het product op het gebied van technology nieuw is of wanneer het product nieuw is voor het bedrijf.

Niet alle radicale innovaties zijn hetzelfde, in het boek “Radical Innovation: How Mature Companies can Outsmart Upstarts” worden er drie verschillende vormen van radicale innovatie uitgelegd. Deze vormen worden hieronder uitgelgd:



Innovatie binnen de technologie/het marktdomein van bestaande business units

Het doel van dit soort projecten is om bestaande technologieen voor dezelfde markt en klanten te vervangen. Een voorbeeld van zo een vervanging is bevoorbeeld toen GE begon met het ontwikkelen en commercialiseren van de MRI technologie. Deze technology was een radicale innovatie maar de ruimte om deze technologie toe te passen was al eerder beschikbaar door de medical system business units van GE. Dit is het type radicale innovaties dat de postie van het bedrijf op bestaande markten versterkt. Een project dat als doel heeft om de huidige klanten van het bedrijf te dienen heeft zonder twijfel een plaats op de markt nadat het project voldoende is ontwikkeld en klaar is om op de markt te worden gebracht. Met dat het product zich ontwikkeld kan er een constructieve relatie worden gevormd tussen de business unit en het project en wordt zodoende de onzekerheid in de organisatie verminderd. De infrastructuur om in aanmerking te komen met klanten, het begrijpen van de markten, en het leveren van de innovatie zijn ook niet onbekend omdat er op bekend gebied wordt gewerkt. De enige problemen die zich kunnen voordoen met dit type van radicale innovaties is dat oorspronkelijke productlijnen kunnen worden gecannibaliseerd en dat er technologische onzekerheid bestaat in de ontwikkeling en de productie van het project.



Innovatie in de “witte ruimte” tussen de bestaande businesses van het bedrijf

Radicale nieuwe producten die in de witte ruimtes van bestaande businesses vallen, eindigen meestal in een nieuwe business unit of in een bestaande business unit die bereid is om haar bereik uit te breiden. Ook al zijn de markten waarop deze innovaties komen kompleet nieuw voor het bedrijf, vallen deze nog wel binnen de strategische context van het bedrijf. Om nogmaals een voorbeeld te geven viel de PC van IBM binnen de strategische context van het van “computing” maar diende de nieuwe klanten op een nieuwe wijze.



Innovatie buiten de strategische context van het bedrijf

De innovaties die binnen deze categorie vallen treden nieuwe en kompleet onbekende markten binnen. Een voorbeeld van zo een innovatie is de acceloremeter chip van Analog Devices. Dit product werd eerst gebruikt in de autoindustrie dat buiten de strategischecontext van het bedrijf lag. De autoindustrie en deze technologische applicaties waren compleet nieuw voor Analog Devices. Deze derde categorie heeft wel de hoogste onzekerheid op het gebied van organisatie. Als zo een soort innovatie zich voordoet, wordt of de strategische context van de organisatie gereset, of de innovatie moet een eigen leven gaan leiden als een aparte onderneming(venture).

Radicale innovaties zijn meestal nieuw op de markt en/of het bedrijf en maken andere producten verouderd. Als deze innovaties op de markt komen dan veranderen zij de status quo significant en zijn ook verwant aan de competentievernietigende innovaties. Competentie vernietgende innovaties zijn innovaties die de huidige hulpmiddelen en kennis devalueren. Innovaties van deze aard hebben vaak nieuwe benodigheden nodig en die kunnen vaak moeilijk worden aangeboden door de huidige hulpmiddelen(Abernathy & Clark, 1985; Tushman & Anderson, 1986). Aan de andere kant van het continuum zijn competentieverhogende innovaties. Dit type innovatie versterkt de huidige hulpmiddelen van het bedrijf en zijn in staat om de competitieve positie te verbeteren(bijv. een process innovatie die effectief te werk gaat bij het alloceren/selecteren van personeel(Abernathy & Clark, 1985; Tushman & Anderson, 1986). Het laatste paar dat wordt besproken is het bouwkundige/component innovatie paar. Hier is ook een nauwe verwandheid met de andere paren op te merken. Henderson en Clark(1990) definiëren bouwkundige innovaties als innovaties die de manier waarop de verschillende delen van een product met elkaar zijn verbonden veranderen, maar laten het core design(kern/originele ontwerp) concepten onaangetast. Componenten innovaties zijn precies het tegenovergestelde. Het verschil met bijvoorbeeld incrementele/radicale innovatie ligt in het perspectief van de impact en kunnen ook wel gerzien worden als complementen. Radicale en incrementele innovatie kijken meer naar de externe factoren en bij componenten en bouwkundige innovatie wordt er meer naar de interne factoren gekeken.

2.2 Productie volgens de conventionele methode

In het volgende deel wordt het tweede hoofd onderwerp van de onderzoeksvraag besproken. Dit onderwerp is het cradle-to-cradle concept dat van wieg tot wieg betekend. In het eerste deel worden er een aantal onderwerpen besproken die in de hedendaagse industrie gebeuren, en waar er op vele fronten verbeterd kan worden. Daarnaast zal er ook nog worden uitgelegd hoe producten precies worden geproduceerd in de hedendaagse industrie, en er zal worden uitgelegd wat er precies fout zit en hoe het gedaan zou worden volgens het cradle-to-cradle concept. Ook zal er gesproken worden over hoe producten die zijn geproduceerd volgens het cradle-to-cradle concept kunnen bijdragen aan het verbeteren en voeden van ecosystemen.

2.2.1 Recycling

Mensen denken dat als een product gerecycled wordt dat dit beter is voor het milieu omdat het materiaal van een vorig product nog een keer wordt gebruikt voor de productie van een ander product. Recyclen is echter niet zo goed voor het milieu als men denkt. Recyclen is ook het verkeerde woord dat wordt gebruikt bij het verwerken van een vorig product in een huidig product, een betere naam zou downcyclen zijn. Alhoewel de intenties van mensen die een gerecycled product gebruiken goed zijn, zijn de producten of materialen die worden gerecycled in eerste instantie niet gemaakt om ze nogmaals te gebruiken. De energie die wordt gebruikt om producten met gerecyclede materialen te produceren komt net zo hoog uit als wanneer een geheel nieuw product wordt geproduceerd. Dit geldt ook voor de hoeveelheid afval die wordt geproduccerd bij een gerecycled product. Het enige dat hiermee bereikt wordt is het uitstellen van het weggooien van het product/de materialen met ongeveer twee cyclussen. Het kan zelfs zijn dat bij het recyclen van bepaalde materialen er schadelijkere additieven aan te pas zijn gekomen dan er bij het produceren van een nieuw product wordt gebruikt en dat het gerecyclede product meer schadelijke stoffen afstoot en met een hogere frequentie dan een conventioneel product.



2.2.2. Productie van producten

Vaak is er aan de buitenkant van producten niet te zien waar ze zijn geproduceerd. De kans is groot dat deze producten zijn geproduceerd in ontwikkelingslanden en dat de regels omtrent de gezondheid van de werknemer – De chemicaliën waaraan de werknemers kunnen worden blootgesteld – veel minder strikt zijn dan in West-Europa of de Verenigde Staten en de kans bestaat dat deze regels in hun geheel niet bestaan. Het enige wat deze mensen als bescherming hebben tegen de giftige dampen die vrijkomen in de fabrieken is een mondkapje, maar het effect dat deze mondkapjes hebben op de gezondheid van de werknemers is te verwaarlozen.



2.2.3 Consumeren van Producten

Als er bijvoorbeeld wordt gekeken naar babyspeeltjes dan zien die er altijd erg kindvriendelijk en onschuldig uit, maar het tegendeel is echter waar. Er bestaat een grote kans dat deze speeltjes gemaakt zijn van PVC plastic en ftaalzuur die bekend staan om het veroorzaken van leverkanker in dieren (en verdacht zijn van het veroorzaken van endocriene verstoring net als giftige verfstoffen, smeermiddelen, antioxidanten, en ultraviolet licht stabilisators. Iedereen wil altijd een zo gezond mogelijke omgeving binnen en buiten het huis creëren, maar als de werkelijke feiten betreffende het product naar voren komen, blijkt er toch iets kompleet mis te zijn met de omgeving die zich in eerste instantie als vredig, comfortabel en veilig deed voorkomen.



2.2.4. From Cradle to Grave – Van Wieg tot Graf

In de meeste gevallen worden producten die zijn gebruikt weggegooid en komen dan op de vuilnisbelt terecht. Producten zoals zitbanken, computers, telefoons, televisies, schoenen, kleding, meubels en ook organische producten zoals luiers, hout, voedselresten en papier zijn te vinden op een vuilnisbelt. Al deze producten zijn geproduceerd volgens het “cradle-to-grave” concept dat van wieg tot graf betekent en zijn geproduceerd voor eenmalig gebruik, dus na de levensduur van het product, kan het product niet meer worden gebruikt. Wat er gebeurt in de productie cyclus is: de hulpstoffen worden uit de grondstoffen gehaald, de producten worden verkocht en uiteindelijk wordt het product weggegooid en beland het product in een zogenaamd “graf”, een vuilnisbelt bijvoorbeeld. De meeste mensen als consument zijn bekend met dit proces, omdat de consument verantwoordelijk is voor de consequenties van de stoffen die vrijkomen als deze producten ontbinden/verteren. Consument is in feite ook niet het correcte woord voor een persoon die een product nuttigt/verbruikt, want er wordt maar weinig van het gehele product geconsumeerd, het meeste wordt weggegooid. De cradle to grave ontwerpen domineren de hedendaagse productie. Volgens een aantal bronnen wordt meer dan 90% van de materialen die worden gebruikt in de productie van duurzame goederen weggegooid en er geldt bijna precies hetzelfde voor het product zelf. Het is vaak veel goedkoper om een nieuw exemplaar van het product te kopen, dan iemand zoeken die het product kan repareren. Dit is ook precies wat de producenten in eerste instantie in gedachten hadden; een product produceren dat maar voor een bepaalde periode zou werken en dan de consument aanmoedigen om na deze tijd een nieuw exemplaar te kopen(vaak ook een nieuwere versie van het product). Wat mensen in de prullenbak gooien is maar ongeveer 5% van al die materialen die worden gebruikt in het proces van het maken en het bezorgen van een product.



2.2.5. One Size Fits All

Gedurende de industriële revolutie hadden architecten doelen zowel vanuit een sociaal oogpunt als een aesthetisch oogpunt. Zij wilden de oudere type woningen vervangen door een universeel type gebouw dat simpel en betaalbaar is en kan worden gebruikt door ieder type bewoner onafhankelijk van de klasse waartoe zij behoren. Dit betekend dat het tijdperk waarbij de rijken schone en mooie woningen hadden en de armen armoedige en onhygienische woningen hadden was afgelopen. Deze stijl van bouwen kon over de hele wereld worden gebruikt omdat de benodigheden (grote glasplaten, staal, beton en goedkope transportmiddelen) voor dit soort gebouwen vrijwel overal verkrijgbaar waren.

Deze stijl van bouwen heeft zich tot op heden ontwikkeld tot iets wat minder ambitieus is: een kale uniforme structuur, geisoleerd van de lokale cultuur, natuurlijke energiebronnen, grondstoffen en materialen. Deze gebouwen reflecteren zelden iets van hoe een specifeike omgeving verschilt van andere regio`s. De gebouwen laten niet veel over van de omgeving omdat de gebouwen vaak staan op bedrijventerreinen bestaande uit asfalt en beton. Het interieur van de gebouwen is niet veel aantrekkelijker met gesealde ramen, constant brommende air conditioners, verwarmingsinstallaties, gebrek aan daglicht en verse lucht, en uniform fluoriserend licht hadden ze deze ruimte beter voor machines kunnen gebruiken in plaats van mensen.

Degene die de International Style van bouwen hadden uitgevonden deden dit in eerste instantie om mensen te verbinden. Degene die het vandaag de dag nog gebruiken doen dit meer omdat het zo goedkoop en makkelijk is en de architectuur uniform maakt in verschillende situaties. Dit betekent dat gebouwen er hetzelfde uit kunnen zien terwijl ze duizenden kilometers van elkaar af staan.

Als het om het produceren van producten gaat dan is de massaproductie van (af)wasmiddelen een goed voorbeeld van “One Size Fits All”. De producenten maken een universeel afwasmiddel dat overal ter wereld zijn werk moet doen en waarbij de hardheid en kwaliteit van het water helemaal buiten beschouwing wordt gelaten. In plaatsen waar het water zacht is, is een kleine hoeveelheid wasmiddel al genoeg. In plaatsen waar het water hard is, moet er meer wasmiddel worden gebruikt voor hetzelfde effect. Afwasmiddlen zijn ontworpen om vuil te verwijderen, op te frissen en het doden van bacterien op een zo efficient mogelijke manier en dat overal ter wereld. In hard, zacht, stedelijk, bron, en rioolwater dat waterzuiveringssystemen binnenstroomt. Producenten voegen in dat geval zoveel chemische middelen toe zodat het product in elke situatie zijn werk doet. Stel je voor hoeveel chemische middelen er moeten worden gebruikt om een vette, aangekoekte pan schoon te maken. Stel je nu ook voor wat er gebeurt als deze chemische middelen in aanraking komen met de glibberige huid van een vis of de vette beschermlaag van een plant. Gezuiverd en ongezuiverd water wordt geloosd in rivieren, meren en oceanen. Combinaties van chemische middelen, huishoudelijke afwasmiddelen, ontstoppingsmiddelen, medicijnen en industrieel afval komen in waterwegen terecht en het is bewezen dat zij het onderwaterleven aantasten en soms zelfs leiden tot mutaties en onvruchtbaarheid.

Om tot een universele oplossing te komen gaan producenten altijd uit van een worst-case-scenario. Zij ontwerpen een product voor het slechtste geval zodat het geweste resultaat altijd kan worden bereikt met het product. Dit garandeert de producent van het product de grootst mogelijke markt voor het product. Dit weergeeft ook de relatie die de menselijke industrie heeft met de natuur. Er wordt altijd geproduceerd met het slechtste geval in gedachten en dit reflecteerd de assumptie dat de natuur vijand is.



2.2.6. Brute Kracht

Als de eerste industriele revolutie een motto had dan zou het waarschijnlijk “Als brute kracht niet werkt, dan gebruik je er niet genoeg van” zijn. Omdat er voor elk probleem een universele oplossing wordt gezocht dat onder alle omstandigheden en overal ter wereld moet werken leidt dit ertoe dat er veel chemische energie en energie uit fossiele brandstoffen moet worden gehaald om het product te kunnen laten functioneren. Zonneenergie is de primaire bron van energie voor alle natuurlijke processen, dat gezien kan worden als een vorm van een constant vernieuwend inkomen. Mensen, aan de andere kant extraheren en verbranden fossiele brandstoffen zoals kool en petrochemicalien die zich ver onder de aardkorst bevinden en supplementeren deze stoffen met energie die wordt geproduceerd door afval-verbrandende processen en nucleaire reactoren die ook nog andere problemen veroorzaken. Zij doen dit met weinig of zonder aandacht te besteden aan het maximaliseren van de meer ideale natuurlijke ‘energy flows’. De standaard instructie lijkt om deze reden te neigen naar “Als het te heet of te koud is, moeten er meer fossiele brandstoffen worden toegevoegd of verbrand.” Iedereen is bekend met het fenomeen “broeikaseffect” dat wordt veroorzaakt door menselijke activiteiten. De toenemende globale temperaturen resulteren in globale veranderingen in het klimaat en ook tot verschuivingen van klimaten. De meeste modellen voorspellen extreem weer: warmere zomers, koudere winters en intensere stormen veroorzaakt door het grote contrast dat is ontstaan tussen de globale temperaturen. Door een warmer atmosfeer verdampt er meer water uit de oceanen, dat dan resulteerd in grotere, nattere en meer frequente stormen, stijging van de zeespiegel, veranderingen in de getijden van het jaar en een reeks aan andere veranderingen in het klimaat. Het broeikaseffect heeft niet alleen bij milieudeskundigen de aandacht gekregen maar ook bij industriële leiders. Het broeikaseffect is niet het enige fenomeen waarom er nog eens goed moet worden nagedacht over het gebruik van brute kracht als het om het produceen van energie draait.

Door het verbranden van fossiele brandstoffen komen er microscopische deeltjes roet in het milieu terecht en zij staan bekend om dat zij bijdragen aan het veroorzaken van ademhalingsproblemen en andere gezondheidsproblemen. De regels omtrent vervuilende stoffen die in de lucht terecht komen en ook nog eens schadelijke zijn voor de gezondheid worden met de jaren wel steeds strenger. Deze nieuwe regels zijn ontstaan mede doordat er meer en meer informatie beschikbaar werd met betrekking tot de giftige stoffen die in de atmosfeer terecht komen als fossiele brandstoffen worden verbrand. Doordat deze informatie algemeen bekend is, zijn de industrieen die hun huidige systeem blijven hanteren duidelijk slechter af dan de industriën die zich wel aanpassen aan de nieuwe regels.

Als er wordt gekeken naar de lange termijn, dan zul je zien dat het gebruiken van brute kracht uiteindelijk alleen maar negatieve dingen met zich meebrengt. Je zou zelf ook niet je dagelijkse uitgaven met alleen maar spaargeld willen financieren, dus waarom zou je dit wel doen als het om energie gaat? Het is algemeen bekend dat het met de jaren veel moeilijker zal worden om brandstoffen te verkrijgen en het boren in bepaalde plaatsen voor een paar miljoen vaten olie gaat dit probleem ook niet oplossen. De fossiele brandstoffen zouden eigenlijk alleen in noodsituaties gebruikt moeten worden en aangezien er per dag meer dan 1000 keer de dagelijkse energiebehoeften aan zonlicht de aarde bereikt, zou het veel logischer zijn om de simpele energiebehoeften te financieren met zonneenergie.



2.2.7. Een Cultuur als Monocultuur

Diversiteit, een belangrijk element in de natuur, wordt in het hedendaagse produceren en ontwikkelen van producten vaak gezien als een bedreiging. Het gebruik van brute kracht en universele ontwerpen negeren en overrompelen natuurlijke en culturele diversiteit dat resulteert in minder variatie en meer homogeniteit.

Een goed voorbeeld hiervan is als er een nieuw huis gebouwd wordt. Allereerst wordt alles dat op het grondstuk staat verwijderd totdat er alleen een kaal en egaal stuk grond over is. Machines worden gebruikt om alles te egaliseren. Bomen worden gekapt en versnipperd, de aanwezige flora en fauna worden gedood, vernietigd of weggejaagd en tenslotte wordt er een villa neergezet waarbij er weinig is nagedacht over de natuur in de omgeving van het huis(Bijvoorbeeld hoe de zon het huis in de winter zou kunnen verwarmen, de bomen het huis zouden kunnen beschermen tegen de wind, warmte en zon, en hoe het water zou kunnen worden opgevangen voor nu en in de toekomst). Het gazon die rondom de villa wordt aangelegd is meestal een mat van ongeveer tien centimeter dik, bestaande uit een onbekend type gras.

Dit gazon is op zichzelf al een apart fenomeen; mensen planten en besproeien het gazon met kunstmest en gevaarlijke pesticiden om het te laten groeien en mooi te houden. In plaats van dat het gazon wordt aangelegd met oog voor de natuurlijke omgeving, groeien de meeste moderne steden als een soort vorm van kanker. Er komen meer en meer soortgelijke gebieden en de oorspronkelijke omgeving brokkelt langzaam af en uiteindelijk is de natuurlijke omgeving bedekt met een laag asfalt en beton.

De moderne agricultuur werkt ongeveer hetzelfde. Bij bijvoorbeeld het produceren van mais in de VS wordt er zoveel mogelijk mais verbouwd met zo min mogelijk problemen, tijd en kosten. De soorten mais die verbouwd worden zijn ook niet meer de oorspronkelijke soort mais die er voorheen verbouwd werd. Deze soorten zijn hevig bewerkt en in sommige gevallen ook genetisch gemodificeerd. Het land waar de mais op verbouwd wordt ziet er uit alsof er maar één soort gewas kan groeien. Andere soorten planten worden verwijderd door de boeren en dit leidt tot erosie van de grond, door de wind en het water. Als deze planten niet gewoon verwijderd worden wordt er gif gebruikt om deze gewassen te verwijderen. De vroegere soorten van mais worden hierdoor verloren omdat zij niet konden voldoen aan de vraag van de hedendaagse handel.

2.3. Verandering in het ontwerpen en produceren van producten.



2.3.1. Eco-efficientie

In de huidige wereld wordt er welliswaar gedacht aan het verbeteren van productie processen en de producten zelf maar meestal wordt er alleen gedacht aan het blijven hanteren van de huidige productie productieprocessen en producten maar deze dan minder schadelijk te maken voor het milieu. Bij het hanteren van eco-efficientie gaat het ontwerp-proces als volgt:

Ontwerp een industrieel systeem dat:


  • Mindere hoeveelheid giftige afvalstoffen afstoot in de lucht, het water en de grond per jaar.

  • Voldoet aan de regulaties bestaande uit duizenden complexe regels die de mens en de natuur minder snel laat vergiftigen.

  • Minder materialen produceerd die zo gevaarlijk zijn dat de toekomstige generaties constante vervuiling moeten handhaven en in angst moeten leven.

  • Resulteren in kleinere hoeveelheden nutteloze afvalstoffen.

  • Kleinere hoeveelheden waardevolle materialen weggooit die nooit meer kunnen worden gebruikt omdat ze onmogelijk kunnen worden gebruikt.

In het kort is eco-efficiencie vrijwel hetzelde systeem als voorheen, maar dan gebeurd het iets trager. In sommige gevallen kan dit zelf destructiever zijn omdat het over een langere termijn werkt.

2.4. Het cradle-to-cradle concept



2.4.1. Eco-effectiviteit

Een betere benadering van het probleem is om het hele systeem eco-effectief te maken. Eerst zal er een kort voorbeeld worden gegeven van drie verschillende boeken die allemaal op een verschillende manier worden geproduceerd; namelijk een boek geproduceerd op de originele manier, een boek geproduceerd op de eco-efficiente manier en tenslotte een boek geproduceerd op de eco-effectieve manier. Door middel van het voorbeeld zullen de verschillen tussen de verschillende productiemethoden snel zichtbaar worden en er zal ook gezien worden hoe een eco-effectief systeem een perfect voorbeeld is van het cradle to cradle concept.

Allereerst wordt het boek beschreven dat wordt geproduceerd volgens de originele manier. Dit boek is het boek waarmee we allemaal bekend zijn. Het boek is ongeveer 15 centimeter hoog, is compact en ligt fijn in de hand. De dikke zwarte inkt ziet er mooi uit op het creme-kleurige papier. De kaft van het boek heeft een fleurig voorkomen en bestaat uit stevig karton. In vele opzichten is het boek een intelligent samengesteld product en ontworpen net als onze voorouders het honderden jaren geleden zouden hebben gedaan, met de focus op duurzaamheid en draagbaarheid van het product. Er zijn honderden mensen die dit boek kunnen kopen of lenen van de bibliotheek. Ze kunnen het meenemen in de trein, naar het strand of in het vliegtuig. Zo attractief, functioneel en duurzaam als het product mag zijn zal het boek niet het eeuwige leven hebben en zelfs als er op staat dat het boek geschikt is om op het strand gelezen te kunnen worden hoeft dit natuurlijk ook niet werkelijk waar te zijn. Wat gebeurd er wanneer het product product wordt weggegooid? Er moesten al bomen worden gekapt om dit boek te kunnen produceren dus de natuur is al uitgeput om ons tevreden te houden. Het papier op zichzelf kan door de natuur zelf afgebroken worden en worden gebruikt als voedingsstoffen, maar de inkt die is gebruikt om de text in het boek te printen bevat koolstof en zware metalen. De kaft is eigenlijk geen papier maar bestaat uit een mix van houtpulp




  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina