Werk bij alle opdrachten samen met een of twee klasgenoten. Tekst lezen en onduidelijkheden ophelderen



Dovnload 27.66 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte27.66 Kb.


week 11 – 10 maart 2014 – opdrachten niveau D




Werk bij alle opdrachten samen met een of twee klasgenoten.
Tekst lezen en onduidelijkheden ophelderen


  1. Bekijk de titel van de tekst: Station met internationale allure. Waar moet volgens jullie een station met internationale allure aan voldoen?

  2. Het nieuwe Rotterdamse station wordt in de volksmond ook wel de Haaienbek of Station Kapsalon (snack van patat met shoarma, saus en sla) genoemd. Waarom geven mensen een bijnaam aan gebouwen, denken jullie? Kennen jullie zelf een bijnaam voor een gebouw (of meerdere gebouwen) in jullie stad?

  3. Lees de uitleg.




Als je in een tekst een moeilijk woord of een ingewikkeld stukje tekst tegen komt,

kan het helpen om een stukje verder of een stukje terug te lezen. Soms vind je daar

de uitleg van dat woord of stukje tekst. Ook kun je bekijken of je misschien al een

deel van dat moeilijke woord of stukje tekst kent. Je legt dan een verband met je

eigen kennis over het onderwerp.



  1. In regel 19 staat dat Rotterdam Centraal een lange neus trekt naar alle andere architectonische hoogstandjes.

a. Wat wordt bedoeld met een neus trekken naar iets of iemand?

b. Welk gebaar past bij deze uitdrukking? Maak er een klein schetsje van.



  1. In regel 28 wordt architect William Alsop een enfant terrible genoemd.

a. Uit welke taal komt deze uitdrukking en wat betekent het letterlijk?

b. Wat is een enfant terrible in deze context?



  1. In regel 45 staat dat Rotterdam Centraal zelfvoorzienend is.

a. Wat betekent zelfvoorzienend?

b. Op welke manier is Rotterdam Centraal zelfvoorzienend?

c. Hoe kan een persoon zelfvoorzienend zijn?


  1. In regel 65 staat: Pech dus voor wie op perron 12 met gekruiste knieën staat.

a. Wat wordt hiermee bedoeld?

b. Waarom heeft die persoon pech?



  1. In regel 65-67 staat: want vanuit de hal is het heel mooi omhoog blikken.

a. Waar kun je naar omhoog blikken, volgens de tekst?

b. Hoe zou je de stijl omschrijven, waarin deze zin geschreven is?



  1. In regel 85 wordt gesproken over moreel erfgoed.

a. Wat wordt bedoeld met moreel erfgoed?

b. Wie bewaken dat moreel erfgoed?

c. Waarom doen ze dat?

Woordenschat

De woorden in het schema op de volgende pagina komen uit de tekst. Welke woorden kennen jullie al, welke nog niet? Geef van elk woord een omschrijving. Achterhaal zo nodig samen de betekenis van woorden uit de context, of zoek ze op in een woordenboek.




Woord

Kende ik wel/niet

Betekenis

de statuur (r. 12)







de terminal (r. 14)







ogen (r. 25)







de metropool (r. 26)







gelauwerd (r. 29)







de metamorfose

(r. 35)








goedgeluimd (r. 51)






Staan er nog meer woorden in de tekst die jullie niet kennen? Behandel dan ook de betekenis van deze woorden en noteer die.


1. De titel van de tekst van deze week is: Station met internationale allure. Waarom heeft het nieuwe station van Rotterdam internationale allure? Noem enkele voorbeelden uit de tekst die dit standpunt ondersteunen.

2. In regel 12 staat het woord ‘slechts’ tussen aanhalingstekens. Waarom is dat zo?

3. In regel 30-32 staat dat de architectenbureaus op een rijdende trein sprongen.

a. Wat wordt hiermee bedoeld?

b. Waarom heeft de schrijver specifiek voor deze uitdrukking gekozen en niet voor een andere?

4. a. Zijn de Rotterdammers volgens de tekst blij dat de oude elementen van het station zijn teruggekeerd?

b. Op welke manier wordt dit in de tekst verwoord?

5. Welk ander woord zou op de plek van frivool kunnen staan?

6. Welke tegenstelling tussen de oude en nieuwe situatie komt in het begin van de paragraaf Een dikke voldoende aan bod?

7. De tekst is in het algemeen erg positief over het nieuwe station. Welke drie minpunten worden er toch genoemd?

8. In de paragraaf De Verwoeste Stad wordt gesproken over het kunstwerk van Zadkine. Met welke zes benamingen wordt in de paragraaf naar het kunstwerk verwezen?

9. a. Wat is het standpunt van illustrator Bart van Leeuwen?

b. Welk(e) argument(en) geeft hij hiervoor?

10. a. Welk signaalwoord staat in regel 84?

b. Welk verband geeft dit signaalwoord aan?

c. Expliciteer het verband.

Een gedicht over het nieuwe Rotterdam Centraal

Misschien ken je wel Jules Deelder, een bekende dichter uit Rotterdam. Hij schreef onderstaand gedicht over zijn stad Rotterdam.


Rotown magic
Rotterdam is niet te filmen
De beelden wisselen te snel
Rotterdam heeft geen verleden
en geen enkele trapgevèl

Rotterdam is niet romantisch


heeft geen tijd voor flauwekul
is niet vatbaar voor suggesties
luistert niet naar slap gelul

't Is niet camera-gevoelig


lijkt niet mooier dan het is
Het ligt vierkant hoog en hoekig
gekanteld in het tegenlicht

Rotterdam is geen illusie


door de camera gewekt
Rotterdam is niet te filmen
Rotterdam is vééls te ècht

-----------------------------------


uit: 'Vrijwel alle gedichten', 2004.


Bron: http://www.gedichten.nl/nedermap/gedichten/gedicht/96640.html

Schrijf nu zelf een gedicht over het nieuwe Rotterdam Centraal. Gebruik daarvoor de informatie uit de tekst.

 Bedenk eerst welke informatie je in je gedicht wilt zetten.

 Bedenk vervolgens welke woorden daarmee te maken hebben.

 Bedenk dan welke woorden op die woorden rijmen.

 Schrijf tot slot je gedicht.




pagina van


pagina van






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina