Werkblad 1 (hoort bij Werkblad 2) Werkblad 2



Dovnload 60.04 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte60.04 Kb.

Werkbladen en materiaal bij Boeddhisme - www.klap.net

W
erkblad 1 (hoort bij Werkblad 2)










Werkblad 2
Opdracht:

1. lees de vier teksten van deze bladzijde

2. Zoek uit welke tekst bij welk plaatje van werkblad 2 hoort

3. Knip de tekst en het plaatje uit en plak ze bij elkaar op een apart vel papier


Het gebouw van boeddhisten heet meestal een tempel. In boeddhistische landen zien tempels er aan de buitenkant heel mooi versierd uit. In Nederland zijn de tempels meestal in een gewoon gebouw.

Het boeddhisme kent veel tradities. De bekendste zij het Theravada, het Zen en het Tibetaans boeddhisme. Bij iedere traditie ziet de tempel er anders uit.

Maar in alle tempels staan altijd wel een of meer boeddhabeelden. Bij het beeld staan verse bloemen en soms ook wat fruit als offergave. Ook staan er kaarsen en wordt er wierrook gebrand.

Boeddhisten komen om te mediteren of om de boeddhaleer, de Dharma oefenen. Sommige boeddhisten lezen deze teksten hardop. Dit heet chanten. Het lijkt op zingen.


Boeddhisten doen iets wat lijkt op bidden. Met de benen gevouwen en de handen in de schoot zitten ze op een matje. Ze concentreren zich op hun ademhaling. Dit heet mediteren. Door te mediteren proberen boeddhisten hun geest net zo sterk en wijs te maken als de geest van Boeddha. Er zijn wel 85.000 manieren van mediteren, veel he!

Het boeddhisme is een manier van leven, zoals de Boeddha aan mensen heeft geleerd.

Het Boeddhabeeld wordt dus niet als een god aanbeden. Het beeld is bedoeld om te herinneren aan de verlichting die iedereen, net als de boeddha, kan vinden.
Eeuwen lang zijn de wijze lessen van Boeddha doorverteld. Pas later hebben anderen de leer opgeschreven in de Tripitaka, de drie korven of manden. Dit heet zo omdat de woorden eerst op palmbladen werden geschreven die in manden werden bewaard.

De eerste mand bevat regels voor monniken en nonnen, de tweede de leer van de boeddha en de derde de uitleg van de leer.

Bij sommige boeddhisten vind je een aantal stroken met daarop stukjes heilige tekst.

Er schijnen in totaal wel 48.000 deeltjes te zijn voor alle teksten!


Boeddha ging opzoek naar de oorzaak van het lijden van de mensen. Na lange tijd zoeken kwam hij tot deze ontdekking: “de oorzaak van het lijden is het verlangen”. Waarom? Omdat mensen altijd verlangen dat goede dingen nooit weggaan en dat slechte dingen wél weggaan (als je bijvoorbeeld iets krijgt wat je al heel lang wilde hebben denk je al gauw weer aan iets wat je nog niet hebt of aan iets wat je vervelend vind). Deze gevoelens kun je stop zetten als je het ‘Achtvoudige Pad’ volgt. Dat doe je door:
1. Juist inzicht; de waarheden van de Boeddha leren

2. Juist besluit; bijvoorbeeld niet alleen aan jezelf denken

3. Juist woord; bijvoorbeeld niet liegen, roddelen schelden

4. Juiste daad; vriendelijk zijn, goed nadenken

5. Juist leven; bijvoorbeeld werk kiezen dat nuttig is en mensen en milieu niet beschadigd

6. Juist streven; je best doen door verstandig te zijn en het goede te doen

7. Juist denken; goed letten op wat je denkt, voelt en doet


  1. Juiste meditatie; rustig en stil worden van binnen waardoor je je gedachten beter kunt volgen en de juiste keuzes kunt maken.

Deze eerste preek van de Boeddha wordt ‘het eerste draaien van het dharma wiel’ genoemd. Het dharma- wiel heeft 8 spaken van het Achtvoudige Pad. Het is het symbool van het boeddhisme.


Werkblad 3

Invultekst


Opdracht:

1. Lees de tekst.

2. Waar …… staan, moet je zelf een woord invullen.

3. Kies het juiste woord uit de rij hieronder om in te vullen.
Woorden waaruit je kunt kiezen
Theravada – Tibetaans – Zen – Boeddhisten – offergave – kaarsen mediteren – chanten - een manier van leven – bloemen – verlicht - de leer van de boeddha – tempels – ademhaling – Boeddhabeelden –wierrook – tradities – Boeddha -- ‘Achtvoudige Pad’
De stichter van het Boeddhisme, …………….. , was eerst een prins die na lang zoeken naar de waarheid onder een bodhi boom ………………werd. Dat betekent dat je de dingen heel helder ziet zoals ze zijn.

Na de dood van Boeddha ontstonden er verschillende Boeddhistische ……….……

De drie bekendste zijn het ……………..boeddhisme, het…….. …….boeddhisme en het ………………..boeddhisme.

In landen als Thailand, Tibet en China zien de ……………… er aan de buitenkant heel mooi versierd uit.

In Nederland gebruiken ……… …..meestal een gewoon gebouw.

Als je binnenkomt zie je altijd wel één of meer …………..

Bij het beeld staan vaak verse…………….en soms ook wat fruit als ………………..

Er branden ………………. en er brandt geurige……………….

Boeddhisten gaan naar hun gebouw of tempel om te …………………..Dan concentreren zij zich op hun ………………. Ze komen ook om de ………………………...., de Dharma te oefenen. Sommige boeddhisten lezen teksten hardop. Dit heet …………….. Het lijkt op zingen.

Het boeddhisme is ……………………………… zoals de Boeddha aan mensen heeft geleerd. Een boeddhist probeert zich te houden aan het ………………………..


Werkblad 4

Een lotusbloem maken

De lotusbloem is een symbool van reinheid in het boeddhisme. Het groeit als een lelie op het water. Zoals de lotus vanuit de modder onder water naar het licht toe groeit, zo kan ook de mens groeien door een mooi, goed en wijs mens te worden. De lotusbloem doet dus denken aan een mens die zoekt naar de waarheid.

De Boeddha wordt vaak zittend op een lotusbloem afgebeeld.
Tekeningen per stap

1. Knip een roze of wit papier in twee stroken van 30 bij 10 centimeter (een A4 in de lengte doormidden). Vouw iedere strook een keer doormidden, dan nog een keer doormidden en dan nog eens (dus drie keer doormidden in totaal).

2. Teken de bloembladvorm op het opgevouwen papier (twee stuks). Knip de vorm uit en trek de vorm voorzichtig als een harmonica uit elkaar.

3. Voor de stengel van de lotusbloem knip je een stuk groen papier van 20 bij 10 centimeter. Rol dit strookje als een koker om de dikke viltstift. Plak de beide einden met plakband vast (vergeet niet de stift eruit te halen!).

4. Neem een strook bloemblaadjes en frommel ze bij elkaar tot een bloem. Plak de onderkant vast en druk de bloem in de top van de stengel. Plak de bloem vast. Spreid de bloemblaadjes open.
Knip de tweede strook tot losse blaadjes. Plak ze om de buitenkant van de eerste bloem heen.

5. Gebruik een groene strook papier om de bloem (waar je plakband ziet) in de steel te verbergen.



Werkblad 5

Een mandala tekenen

Een mandala is een cirkel. Het kan een hulpmiddel zijn om te mediteren, om stil te worden. Je kijkt dan diep in jezelf waardoor je kunt zien wie je bent en wat je belangrijk vindt in het leven. Een mandala is een symbool, een plaatje van iets wat je met woorden niet zo precies kunt uitleggen.

Tekeningen per stap

1. Teken eerst een mandala in het midden van een vel papier of karton. Met een bord kan je de cirkel mooi rond maken.


Maak de cirkel zo groot mogelijk.

2. Teken in het midden van de cirkel iets dat je belangrijk vindt. Bijvoorbeeld een hart een bloem of een huis.


Het is jouw symbool in het midden van de mandala. Jouw symbool heeft een speciale eigenschap, bijvoorbeeld liefde, geluk, vertrouwen, veiligheid, wijsheid of goedheid.
Teken het symbool zo eenvoudig mogelijk.

3. Bouw je mandala op rondom de tekening in het midden.

4. Door er vierkanten omheen te tekenen krijg je vier hoeken. Die staan voor de vier windrichtingen: noord, zuid, oost, west.

5. Kleur de mandala in. Dat kan in één kleur in lichte en donkere tinten, of in meerdere kleuren. Je kunt allerlei materialen gebruiken om je mandala mooi in te kleuren.

6. Schrijf op de achterkant welke betekenis jouw mandala heeft en welke betekenis de kleuren hebben die je voor de mandala hebt gebruikt (bijvoorbeeld: geel staat voor licht of voor energie, blauw voor water of voor wijsheid, enz.).
Leesblad : Siddharta

Verhaal Prins Siddhartha


Heel lang geleden, toen de mensen nog dachten dat de aarde plat was en dat je er dus zomaar vanaf kon vallen leefden er in India een koning en een koningin. De koningin verwachtte een kind en zowel de koningin als de koning waren hier erg blij mee.

Op een nacht droomde de koningin van een witte olifant. Iedereen wist dat als je droomde van een witte olifant dit iets heel bijzonders betekende. De volgende ochtend vertelde de koningin aan de koning van de droom. Allebei waren ze benieuwd naar de betekenis van de droom. Ze lieten de wijste man van het land op het paleis komen. Misschien kon hij vertellen wat deze droom te betekenen had.

De wijze oude man dacht diep, diep na. Hij sloot zijn ogen en sprak:’Ik zie twee verschillende dingen.’ Ten eerste zie ik dat u een zoon krijgt die later een hele sterke en machtige koning zal worden. Hij zal een goed veldheer worden en extra land veroveren. Er zal een nieuw paleis worden gebouwd nog groter en mooier dan waar jullie nu in wonen…

Ten tweede zie ik dat u een zoon krijgt die geen koning wordt maar wel een heel wijs man zal worden. Uw zoon zal een soort meester worden en de mensen leren om op een juiste manier te leven… Het zijn twee verschillende betekenissen maar ik weet niet welke van de twee werkelijkheid zal worden. Na deze woorden vertrok de man en verdween in het bos.

De koning en koningin keken elkaar geschrokken aan. Twee zulke verschillende betekenissen, wat moesten ze daar nu mee. De hele dag moesten ze er over nadenken tot de koning sprak: “Ik wil dat mijn zoon een sterke machtige koning zal worden.” Maar hoe kun je zorgen dat dit ook zal gebeuren. De koningin zei: “We moeten zorgen dat onze zoon straks nergens over gaat nadenken. Want van nadenken wordt je wijs… Dus zullen we moeten zorgen voor een heerlijk zorgeloos leven voor onze zoon. Alles wat naar en verdrietig is, of maar enigszins kan worden, mag niet in het paleis worden toegestaan. Geen ouderdom ziekte pijn enz .”

De prins werd geboren en ze noemden hem Siddharta. Vanaf nu moesten alle oude mensen buiten het paleis wonen. Als iemand ziek werd moest hij buiten het paleis worden verzorgd, want de kleine prins mocht geen zieke mensen zien.

Het paleis en de paleistuin werden zo ingericht dat de prins alleen maar leuke dingen kon meemaken. Alles waar de prins zich aan zou kunnen bezeren of verdrietig van zou worden werden niet toegelaten. Ook gaf de koning de opdracht dat aan alle wensen van de prins voldaan moest worden. Alles kon en alles mocht. De prins kreeg een heerlijk leven. Er was echter één ding wat beslist niet mocht. De prins mocht nooit en te nimmer voor hij volwassen geworden was buiten het paleis of de paleistuin komen. Iedereen op het paleis kreeg de opdracht daar streng op te letten.

De prins groeide op tot een grote vriendelijke jongen die nergens over nadacht, dat hoefde ook niet want alles was goed en hij kreeg wat zijn hartje begeerde. Maar hij werd groter en het leek of het paleis en de tuin steeds kleiner werden. Hij had alles al wel gezien en gedaan. Met zijn ogen dicht kon hij weg in de tuin en in het paleis vinden. Zelfs de kleine onopvallende deur in de hoge muur die rondom het paleis stond had niets nieuws meer voor hem. En iedere keer opnieuw probeerde hij of deze deur ook open kon, maar nooit lukt dit hem. Tot op die ene dag…

Weer probeerde hij op een van zijn speurtochten de deur open te krijgen. En warempel, je gelooft het niet, de deur ging langzaam open. Vlug glipte Siddhartha naar buiten en wat hij daar zag, hij kon zijn ogen niet geloven. Hij zag straatjes en huizen die kriskras door elkaar stonden, er was een weg van water met een brug erover. Winkeltjes, een markt met kraampjes en allerlei soorten mensen. Hij viel van de ene verbazing in de ander. Plotseling zag hij midden op een plein een magere man zitten. De man had maar één been en hield zijn handen vragend omhoog. Siddhartha liep er naar toe en hield een voorbijganger aan om te vragen wat hier aan de hand was. De voorbijganger als antwoordde: ‘dat is een arme ongelukkige man die aan het bedelen is.’ ‘Bedelen…., arm…, ongelukkig..?!’ Siddharta had deze woorden nog nooit gehoord. En de man had ook maar één been, dat kon toch niet zomaar. ‘Nee,’ antwoordde de voorbijganger, ‘niet zomaar, hij heeft een ongeluk gehad, dat kan iedereen overkomen.’

‘Mij niet!’ zei Siddhartha beslist. ‘Mij niet!’ ‘O, jawel hoor’, zei de man. ‘Een ongeluk ligt in een klein hoekje. Daar moest Siddhartha eens goed over nadenken.

In gedachten verzonken liep hij verder maar schrok van wat er nu weer te zien was. Aan de overkant van de straat liep een klein oud vrouwtje leunend op een stok. Haar gezicht was helemaal gerimpeld en ze had geen enkele tand meer in haar mond. Prins Siddhartha wees naar haar en riep. “Wat is dat?’ Een voorbijganger bleef stilstaan en vroeg verbaasd: “Wat bedoel je?’ ‘Daar!’ wees Siddhartha. De voorbijganger keek en zei ongeduldig: ‘Dat is een oude vrouw, dat zie je toch!’ ‘Oud?’ zei Siddhartha. ‘Wat is dat nu weer?’ ‘Nou als je heel lang leeft dan wordt je vanzelf wel oud.’ ‘Maar ik toch niet?’ vroeg Siddhartha. ‘Het is wel te hopen voor je, of wil je soms liever vroeg doodgaan? Denk daar maar eens goed over na.’ Zei de voorbijganger. Alweer moest Siddhartha nadenken. Doodgaan, wat was dat nu. Hij had nog nooit zoveel gehad om over na te denken. Bedenken, ja dat kon hij wel, maar nadenken dat was heel wat anders.

Ondertussen liep de dag ten einde. De schemering viel en het werd stil op straat. Siddhartha voelde nu ook dat hij honger en dorst kreeg. Ook dit was nieuw voor hem. Snel liep hij terug naar het paleis, zocht de deuropening in de muur en glipte vlug naar binnen.

In het paleis heerste paniek. De jonge prins was nergens te vinden. Iedereen was aan het zoeken. Alle kamers en gangen werden nageplozen, elke kast opengemaakt. In de tuin werd achter elke struik gezocht en men was bezig om de vijver leeg te pompen. De koning en koningin waren ongerust, verdrietig en bang. Waar was hun zoon…?

En prins Siddhartha…Hij wist dat vanaf deze dag niets meer hetzelfde zou zijn. Buiten het paleis was hij begonnen met nadenken en dat zou nooit meer ophouden. En het gekke was, hij wilde niets liever dan nadenken. Toen hij dit aan zijn vader en moeder zei, wisten zij welk deel van de voorspelling van de oude man waar was geworden. De droom van de witte olifant betekende dat hun zoon een wijze leermeester zou worden.

Siddhartha wilde niet meer in het paleis blijven wonen. Hij wilde de wijde wereld intrekken, hij wilde alles van het leven leren kennen en daarover nadenken. Maar dat was niet altijd even makkelijk. Daarvoor moest hij veel en vaak alleen zijn. Dan ging hij onder een boom zitten, sloot zijn ogen en dacht soms urenlang lang na. Zoiets noem je ook wel mediteren.

Eens gebeurde het dat hij daarbij vergat te eten en te drinken. Hij merkte dat hij veel beter na kon denken met een lege maag. Deze ontdekking maakte dat hij de volgende dagen niets meer at en dronk. Van goed nadenken was geen sprake meer, hij werd er zelfs ziek van. Toen wist Siddhartha, vasten is goed, maar doe dit niet te lang achter elkaar, af en toe moet je ook eten.

Probeer steeds de juiste manier te vinden. Niet te veel en niet te weinig.

Zo kon het gebeuren dat Siddartha al nadenkend niet eens door had dat het al donker was geworden. Midden in de nacht deed hij zijn ogen open en merkte hoe stil en rustig het ’s nachts kon zijn, in het donker kun je niets zien en dat maakt dat je nergens door wordt afgeleid, dat je veel beter kan nadenken dan overdag. Deze nieuwe ontdekking maakte dat hij de volgende nacht ook wakker bleef om na te denken en de volgende nacht weer… Maar tijdens deze nacht werd hij zo vreselijk moe dat hij met moeite rechtop kon blijven zitten. Hij viel om van de slaap en droomde die nacht over hele nare dingen. Hierdoor echter leerde hij dat mensen slaap nodig hebben Het is goed om te werken en na te denken maar mensen moeten ook altijd genoeg rust en slaap nemen. Nooit te veel en niet te weinig. Zorg altijd voor de juiste hoeveelheid, de juiste wijze, de middenweg…

Op een dag, toen Siddhartha weer eens onder een boom aan het mediteren was, werd hij plotseling omgeven door een stralend licht. Het was als of hij als een veertje zo licht kon zweven over de hele wereld. Plotsklaps was het voorbij, maar hij wist vanaf dat moment voor altijd wat het juiste pad in het leven was. Vanaf die dag was Siddhartha een wijze man geworden. Iemand die andere mensen zou leren om het juiste pad te gaan. De naam Siddhartha werd vanaf dat moment veranderd in Boeddha, wat ‘de Verlichte’ betekent.

Heel veel mensen probeerden toen en ook nu nog, net zoals Boeddhha het juiste pad te bewandelen, door goed na te denken en zo de juiste dingen te doen. Deze mensen noemen zich Boeddhisten..



Leesblad: De glimlach van de boeddha

Lees de tekst en beantwoord de vragen die tussen de tekst staan.


In een heel ver verleden, honderden, honderden jaren terug, werd Boeddha hier al vereerd als de grote meester en stond dit beeld van hem in een kleine tuin, bijna op dezelfde plek waar het nu staat. Maar het gezicht was zeer ernstig en droevig en er was geen glimlach op. Elke dag kwam hier een man, een eenvoudige dorpeling, en hij bad tot Boeddha en vroeg hem wat hij moest doen om een goed mens te worden en eenmaal te komen in het grote rijk waar pijn en verdriet voor altijd onmogelijk zouden zijn.

1. Denk jij daar ook wel eens over na?

2. Zou zo'n land bestaan?

3. Zou Boeddha antwoord kunnen geven?

Maar Boeddha antwoordde nooit. Hij bleef even zwijgend en ernstig als tevoren. En iedere dag als Akboema - zo heette de man - terugkeerde naar zijn dorp en zijn kleine akker waren de vragen in zijn hart groter en dwingender: wat kon hij, kleine man zonder gezag, zonder rijk­dom, zonder invloed, zonder grote geleerdheid, toch doen voor Boeddha? Hoe kon hij een goed mens worden? Hoe zou hij ooit het grote land kunnen bereiken waar geen pijn en ver­driet, geen geboorte en dood en tranen meer waren?

Op een keer, toen hij weer op weg was naar Boeddha en de kleine tuin bereikte, hoorde hij gefluister. Wat kon dat zijn? Er kwam nooit iemand op deze tijd van de dag. Zo lang hij zich kon heugen was hij altijd alleen geweest. Hij bleef staan en tuurde langs een paar dichte struiken die zijn lichaam verborgen. Weer hoorde hij iets . Het was een menselijke stem. Hij wist het zeker. Behoedzaam sloop hij nader. Toen zag hij een kleine jongen, mager tot op het bot, met blote zwerende voeten en gerafelde kleren. Hij hoorde hoe de jongen tot Boeddha bad en smeekte: "Boeddha, grote meester, geef mijn moeder en mij te eten, want wij hebben niets meer. Mijn moeder is ziek. Ze kan niet meer werken en ik ben nog te klein. Niemand wil mij hebben. De laatste rijst hebben wij opgegeten en het laatste stuk brood. Als u niet helpt zullen wij moeten sterven van de honger, Boeddha, ik geloof in u en moeder gelooft in u. Help ons, help ons. Morgen om deze tijd kom ik weer. O, geef ons dan te eten. U bent zo machtig en wijs. Boed­dha, help ons!"

4. Er zijn veel mensen die zo tot Boeddha of tot God bidden.

Doe jij dat ook wel eens? Wanneer? Waarom?

6. Hoe helpt God jou dan?

Het kind snikte het uit, zijn magere armpjes uitgestrekt naar Boeddha. Maar het gezicht van Boeddha bleef even bewegingloos en ernstig en zwijgend als altijd.

Nog lang nadat het kind weg was stond Akboema in de tuin bij Boeddha. Zijn hart was ont­roerd. De jongen was ongeveer zo oud als zijn eigen zoon. Als zijn kind er eens zo aan toe was? Hij huiverde hoewel de hitte in de tuin hing als een zware vrucht aan een boom. Hij deed opnieuw zijn gebed tot Boeddha en vroeg hem hoe hij een goed mens kon worden, maar weer antwoordde Boeddha met niet een woord.

Zuchtend ging Akboema weg. Was Boeddha zo bezig met hogere dingen dat hij kleine mense­lijke stemmen niet hoorde en voorbijging aan aardse zorgen? Zou hij het kind wel gehoord hebben? Angst schoot in Akboema omhoog als water in een fontein: als het kind morgen weer terug zou komen en niets zou vinden? Zou zijn vertrouwen in Boeddha dan niet diep geschokt zijn en wat had de jongen dan nog in zijn leven? Nu had hij nog zijn geloof en vertrouwen. Boeddha moest eten geven, maar zou het niet verstandig zijn als hij, Akboema, zekerheidshalve maar wat mee zou nemen? Hij was wel niet rijk, maar een kom rijst en een stuk brood had hij nog wel over, genoeg voor een zieke vrouw en haar kind.

De volgende dag bracht hij een schaal rijst met brood bij Boeddha. Hij verborg zich tussen de struiken en zag hoe het kind straalde van blijdschap en dankbaarheid. "O Boeddha, grote meester, dank, duizend maal dank" en het rende weg naar zijn moeder. Ze konden eten. Ze zouden niet sterven. Aarzelend en bevend van onzekerheid en verwachting tegelijk, kwam de jongen de volgende dag weer terug en weer had Akboema eten neergezet.

Zo deed hij elke dag totdat de dag kwam dat het kind groot genoeg was om zelf de kost te verdienen. Hij hoorde hoe het tegen Boeddha zei: "Grote meester, ik dank u, niet duizend maal, maar honderdduizend maal. Ik verdien nu zelf. Ik ben groot genoeg. Bewaar daarom uw voedsel voor andere kleine jongens en zieke moeders. Ik heb het niet meer nodig, maar ik zal u mijn leven lang blijven eren".

De volgende dag bracht Akboema geen rijst meer en geen brood. Hij stond met gevouwen handen en gesloten ogen voor Boeddha. "Boeddha, meester, hoe moet ik een goed mens wor­den en hoe kan ik uw wil volbrengen, ik ben maar een onbetekenend man". Toen hoorde hij een zachte, maar zeer diepe en warme stem: "Akboema, je hebt mijn wil al gedaan". Toen Ak­boema zijn ogen verwonderd opende zag hij dat Boeddha glimlachte. "En vanaf die dag", zegt de monnik, "is het beeld altijd blijven glimlachen".

7. Waarom glimlacht de Boeddha?

Werkboek

Docentenhandleiding



Boeddhisme



Stap 1.

Het verhaal van Syddharta

De stichter van het boeddhisme was Siddharta Gautama, een Indiase prins die meer dan 2500 jaar geleden in India werd geboren. Er zijn over zijn geboorte en leven veel verhalen geschreven. Dit verhaal is er een.

Begin met het voorlezen van het verhaal. Na het voorlezen laat u de kinderen vrij reageren. Wat vonden ze ervan?

Stap 2.


Werkblad 1 en 2: Plaatjes en informatie

Deze werkbladen horen bij elkaar. U heeft een extra vel papier nodig. Op Werkblad 2 staan vier tekeningen of plaatjes van:



  1. een tempel uit de theravada traditie (te vinden in Aziatische landen)

  2. een meditatie houding

  3. een foto van een aantal stroken met boeddhistische teksten (uit de theravada traditie)

  4. het dharma wiel (symbool van het boeddhisme)

Deze plaatjes horen bij de vier blokjes tekst van werkblad 3. De teksten bevatten achtergrondinformatie die bij de plaatjes passen.

De kinderen knippen de passende tekst en plaatje uit en plakken het op een apart vel papier bij elkaar. Door middel van een lijntje kunnen tekst en plaatje met elkaar verbonden worden. De tekeningen kunnen eventueel ingekleurd worden.



Werkblad 3: Invultekst


Op basis van de vier blokjes tekst van werkblad 3 kunnen de kinderen de invultekst van werkblad 4 maken. De juiste volgorde van de woordjes die ingevuld moeten worden is: Boeddha, verlicht, tradities, Theravada - Tibetaans - Zen, tempels, Boeddhisten, Boeddhabeelden, bloemen, offergave, kaarsen, wierrook, mediteren, ademhaling, de leer van de boeddha, chanten, een manier van leven, ‘Achtvoudige Pad’.



Stap 3.

De excursie.(gaat naar algemene inleiding…)

Met de volgende vragen kunt u vlak voor of tijdens de excursie meer gerichtheid inbrengen. De kinderen zullen zich met deze richtvragen ook meer realiseren dat een houding van eerbied en respect in het gebouw vanzelf spreekt:



  1. Door de eeuwen heen is veel tijd, moeite en geld besteed aan het mooi maken van de gebedshuizen en de voorwerpen die daar gebruikt worden en te zien zijn.
    Waarom doen mensen dat?


  2. Waarom is godsdienst en het gebedshuis zo belangrijk voor mensen?

  3. Waarom doen mensen zo hun best voor hun gebedshuis? (Je houdt het schoon, je maakt het mooi. Voorbeeld - vooral islamitische kinderen: je schrikt je dood wanneer je een heilige tekst – Koran - laat vallen. Waarom?)

In de tempel of het gebouw:

  1. Waar kun je aan zien dat dit een bijzondere plaats is?

  2. Waar kun je aan merken dat wanneer je daar bent, dat je dan heel dicht bij iets heel bijzonders (of heel dicht bij God) bent?



Stap 4.

Na de excursie


Als verwerking van de excursie worden eerst de ervaringen uitgewisseld. Dit kunt u doen met behulp van een Woordspin op het bord.

Schrijf het woord ‘Boeddhisme’ of teken het symbool (het dharma wiel) op het bord.

Waar denken de kinderen aan, nu ze in het gebouw zijn geweest? Laat de kinderen één voor één iets op het bord schrijven. Kunnen de kinderen iets over het symbool zeggen?

Werkblad 4: Een lotusbloem maken


Leg uit waarom de lotusbloem ook een veel voorkomend symbool is in het boeddhisme (zie docentenboek p…..voor informatie). Er staat ook een korte uitleg op het werkblad.

De kinderen maken vervolgens één of meer roze of witte lotusbloemen.

Benodigdheden:

* Werkblad 4, * stevig roze, wit en groen papier; * schaar; * plakband; potlood (om bloem mee af te tekenen) en stevige viltstift (waar steel omheen wordt gewikkeld).



Maak met behulp van het werkblad stapsgewijs de lotusbloemen. De bloemen kunnen tijdelijk ter versiering in een vaas gezet worden. U kunt hier een klein ritueeltje van maken: als alle bloemen klaar zijn, stopt ieder kind zijn of haar lotus in de vaas met de woorden: “Mogen wij leven, zo puur als een lotus”.

Werkblad 5: Een mandala tekenen


Het woord Mandala betekent cirkel. Mandala’s worden met name in het tibetaans boeddhisme gebruikt als hulpmiddel bij meditatie en contemplatie. In de mandala is de kosmos geometrisch opgedeeld in vijf gebieden: een centraal gebied in het midden van de cirkel en daaromheen vier gebieden die de vier windstreken symboliseren.

  1. Leg voordat u met deze opdracht begint uit wat een mandala betekent: een cirkel of cirkelvormige tekening onder meer door Tibetaanse boeddhisten gebruikt om zich te concentreren tijdens meditatie. Er staat ook een korte uitleg op het werkblad.

  2. Kopieer de voorbeelden van werkblad 6 ‘mandala maken’ en laat de kinderen stapsgewijs een mandala tekenen, of teken op het bord een voorbeeld hoe de kinderen een mandala zelf kunnen invullen.

  3. In het midden van de cirkel tekenen ze iets wat zij belangrijk vinden (bijvoorbeeld een bloem, een hart of een huis). De kleuren die ze voor de invulling gebruiken kunnen ook een betekenis hebben. Op de achterkant kunnen ze de betekenis van hun mandala uitschrijven.

  4. Benodigdheden:
    * Werkblad 6, * stevig vel blanco papier of karton, * potlood, * een bord o.i.d om een cirkel mee te tekenen, * liniaal, * voor het inkleuren: stiften of kleurpotloden of verf, of lijm met verschillende kleuren glitters.



Verdere suggesties:

  • Een andere manier van stil en geconcentreerd zijn, kan met behulp van het natekenen van een voorwerp. Eerst goed kijken naar het voorwerp in stilte en dan dit zo precies en geconcentreerd mogelijk natekenen, bijvoorbeeld een blad van een boom.
    Vraag na afloop hoe ze het hebben gevonden om hiermee bezig te zijn. Wat hebben ze nu gedaan? Was het stil?




  1. Het achtvoudige pad’

De kinderen tekenen het Dharma wiel van werkblad 2 groot uit of u maakt uitvergrote kopieen. Het wiel kan ingekleurd worden en de 8 stappen (te vinden op werkblad 3: juist woord, juiste daad, etc.) kunnen er omheen geschreven worden. Op de achterkant schrijven de kinderen wat hen aanspreekt, wat niet en waarom.

Leesblad: De glimlach van de boeddha

Een vertelling over een volgeling van Boeddha die zoekt hoe hij een goed mens kan worden. Hij zoekt naar een land waar geen pijn en verdriet meer zouden zijn en geen dood.

Het beeld van Boeddha geeft geen antwoord, of misschien toch…?:

Iemand die honger heeft vraagt aan de Boeddha of die hem te eten kan geven. Nu antwoordt Boeddha door de handen van de man die zo graag een goed mens wil worden.



U kunt dit verhaal door de kinderen zelf laten lezen en de vragen laten beantwoorden. U kunt ook de tekst voorlezen en onderbreken bij de vragen. U stelt de vragen aan de kinderen. Wanneer er verschillende antwoorden gegeven zijn leest u weer verder.



  1. Mediteren (leidende tekst...)




  1. (Algemeen): Kijkdoos maken van de gebouwen die de kinderen gezien hebben.
    Van gekleurde stukjes papier een mozaïek raam


Van een keuken rol minaretten/ torens maken

Van vliegpapier mooi licht

Uit bladen mensen knippen en in de gebouwen plakken


Uit bladen foto’s knippen die perspectief suggereren in de kijkdoos

Van luciferdoosjes een altaar of een opstapje (trapje) maken


Etc
Voorstel: een werkblad per lb. toevoegen met tekeningen/ foto’s van een aantal voorwerpen en plattegronden die uitgeknipt kunnen worden, of als voorbeeld kunnen dienen zodat de kijkdoos ook representatief wordt voor de betreffende lb.?

Pag.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina