Werken om te leven of leven om te werken? Arbeid is …



Dovnload 48.54 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte48.54 Kb.


Werken om te leven

of

leven om te werken?



1. Arbeid is …


  1. De metselaar die vakkundig een huis bouwt

  2. De kapster die een praatje maakt terwijl ze je haar verzorgt

  3. De jobstudent die ijsjes verkoopt in Planckendael

  4. Twee politieagenten die in de auto de registraties van de flitscamera volgen

  5. De student van Marokkaanse herkomst die elke avond tussen 16 uur en 18 uur lagere schoolkinderen begeleidt in de huiswerkklas

  6. De leerlingen die de hele avond werken aan een presentatie voor engels

  7. De redder die de zwemmers in ’t oog houdt vanaf zijn redderstoel

  8. De vrijwilligster aan de zelfmoordtelefoon

  9. De bakker die om 4 uur ’s morgens opstaat om te beginnen bakken

  10. De leerling die ’s avonds en in het weekend meehelpt in het restaurant van de ouders

  11. De kunstenaar die twee maanden tijd krijgt om een schilderij te maken

  12. De pastoor die een gesprek heeft met twee jonge mensen die gaan trouwen

  13. Mama die de les van haar dochter opvraagt terwijl ze het eten klaarmaakt

Zijn al deze mensen aan het werk? Duid de personen aan die volgens jou arbeid verrichten. Waarom vind je dat ze arbeid verrichten?




Moet je van arbeid altijd (lichamelijk) moe worden? Waarom (niet)?




Welke elementen moeten aanwezig zijn

om van arbeid te kunnen spreken?

Arbeid =




2. Alleen om geld te verdienen?


Waarom werken mensen? Er zijn veel redenen te vinden. Schrijf de redenen uit de lijst in de cirkels, maar begin met de redenen die in de doorsnede kunnen gezet worden.
om waardering te krijgen – om een doel te hebben – voor je eigen leven – voor je gezin

voor geld – om te krijgen – om te geven – om inspraak te hebben – aan samen te werken – om dingen te beleven – om anderen te ontmoeten – om plezier te maken – om mee te werken aan een groter geheel – om jezelf te ontplooien – om mee te werken aan een ideaal – om te helpen – om je niet te vervelen – om vrienden te maken



Bekijk de cartoons op de volgende pagina’s.

Welke reden(en) voor arbeid, uit de lijst hierboven, passen bij welke cartoons? Noteer ze in de tekstballon. Soms zijn er meerdere mogelijkheden. Denk steeds vanuit het standpunt van diegene die werkt! Zorg dat je je keuze kan verantwoorden.


























Waarom werken mensen dus?

In een internationaal onderzoek naar de zin van werken werden 6 doelen onderscheiden:



  1. Economisch doel (26 %): men werkt om het geld dat het oplevert, waarmee men dan weer andere doelen kan realiseren en andere behoeften kan bevredigen zoals ………………
    ………………
    ……………...

  2. Tijdsbesteding (11 %): als men werkt heeft men wat om handen, men besteedt zijn tijd nuttig, men verveelt zich niet en voelt zich niet nutteloos. Niets is zo erg dan dat men aan werklozen zegt dat ze ‘profiteurs’ zijn (als ze het niet zijn).
    Arbeid geeft ook een vaste structuur aan het leven: vb. ……………………………
    ……………..
    ……………..
    ……………..

  3. Relationeel doel (18 %): men werkt omdat werken een bron is van sociale contacten (met bazen, klanten, collega’s, patiënten, leerlingen, ondergeschikten, …). Werken bevredigt dus de behoeften aan contact. Men hoort ergens bij, men krijgt (eventueel) vrienden, het kan gezellig zijn op het werk, men kan plezier maken, men kan met anderen praten, …



  4. Status en prestige (5 %): als men een job doet die publiekelijk erkend wordt, dan geeft je dat een zichtbare positie in de samenleving en sociale waardering. Je telt mee. Je bent ‘iemand’. Je kan ergens over meepraten.



  5. Sociaal of religieus doel (17 %): men werkt omdat men vindt dat dit moreel juist is. Werken is een opdracht, een verplichting die door het geweten (eventueel via een godsdienst) wordt opgelegd. Het hoort zo! Vandaar dat werklozen vaak ‘lui’ worden genoemd.



  6. Expressief doel (24 %): men werkt omdat het werk een expressie/uitdrukking is van het eigen kunnen. Men vindt het leveren van een prestatie, het produceren van goederen of diensten op zichzelf bevredigend. Men vindt dat men zich via het werk kan vormen en realiseren.



Deze doelen komen perfect overeen met de behoeftepiramide van Maslow, tenminste als je 5 en 6 samen neemt. Abraham H. Maslow leefde van 1908-1970. Hij was de grondlegger van de Humanistische psychologie. Om als mens een gezonde persoonlijkheid te kunnen ontwikkelen, moeten volgens hem een aantal fundamentele behoeften minimaal bevredigd zijn. Deze behoeften klasseert hij volgens een hiërarchie en tekent hij uit in de vorm van een piramide met 5 trappen. Maslow stelde dat elke levend wezen dezelfde behoeftes nastreeft. Pas wanneer aan een behoefte is voldaan, kan het individu naar een volgend niveau opschuiven. Wanneer een trap ontbreekt of wegvalt, zal het individu opnieuw aan deze behoefte moeten voldoen alvorens terug te kunnen stijgen. Het is niet mogelijk om bepaalde niveaus over te slaan.

Bijvoorbeeld: een secretaresse die verslag mag opnemen van een - ook voor haar – interessante vergadering (niveau 5) en honger krijgt, zal proberen iets te eten (niveau 1) alvorens de vergadering begint. Doet ze dat niet, dan kan het zijn dat ze zich moeilijk zal kunnen concentreren en dat de interessante inhoud niet echt tot haar zal doordringen. Als ze iets gegeten heeft, schuift ze terug naar het zesde niveau, want aan alle tussenliggende niveaus is nog steeds voldaan. Krijgt zij echter tijdens de vergadering bericht dat haar huis in brand staat (niveau 2), zal zij eerst naar die behoefte teruggaan om deze te bevredigen.





5. BEHOEFTE AAN ZELFONTWIKKELING

Creatief kunnen zijn, vrij en onafhankelijk zijn, je capaciteiten kunnen ontwikkelen, weten wat goed is voor jezelf en wat je te doen hebt.



4. BEHOEFTE AAN ERKENNING, RESPECT EN WAARDERING

Verantwoordelijkheid krijgen, iets kunnen leren en iets kunnen doen voor anderen, evenwicht vinden tussen inspanning en ontspanning, fier kunnen zijn en voldoening hebben van je werk, een maatschappelijke positie bekleden, prestige hebben, invloed hebben, erkenning krijgen van anderen.



3. BEHOEFTE AAN SOCIAAL CONTACT EN MENSELIJKE WARMTE

Het gevoel hebben erbij te horen, verbonden zijn met anderen, communicatie hebben met anderen, een emotionele band hebben met anderen, vriendschap en liefde mogen beleven, eenzaamheid vermijden.



2. BEHOEFTE AAN ZEKERHEID

Je veilig voelen, stabiliteit kennen, voldoende structuur, vaste patronen, tradities en rituelen hebben, voldoende duidelijke verwachtingen en feedback van anderen en de samenleving (wetten en recht) krijgen, onzekerheid, pijn en angst kunnen vermijden.



1. BIOLOGISCHE, FYSIEKE (BASIS)BEHOEFTEn

Een goede gezondheid hebben, dat houdt in: voldoende gezonde voeding, drank, rust, beweging, slaap, een goede seksualiteit, goed en veilig wonen in aangename leefomstandigheden (temperatuur, verlichting, verluchting, ruimte, hygiëne, meubilair), ziekte kunnen vermijden (zowel fysiek, psychisch als sociaal), geen honger lijden, dakloos zijn …



3. Werken betekent kansen krijgen …





We bekijken de film ‘Erin Brockovich’.

Erin Brockovich is een alleenstaande moeder met 3 kinderen. Zij heeft dringend een job nodig.

Als ze die – na lang zoeken – gevonden heeft, stort ze zich op een zaak die haar niet meer loslaat: het drinkwater van het dorp Hinkley is zwaar vervuild en veroorzaakt ernstige ziekten bij de bewoners zonder dat die beseffen wat de oorzaak ervan is.

Erin gaat ervoor!


Opdracht: haal uit de film alle voorbeelden die aantonen dat ‘een job hebben’ heel wat kansen biedt, kansen om te ontplooien op materieel, persoonlijk, relationeel/sociaal en spiritueel (zingeving) .vlak


Door haar nieuwe job kan Erin Brockovich zich ontplooien …

op materieel vlak (wat verwerft ze?):

- loon


- GSM

- kan oppas betalen

- auto

- nieuw bureau (als de zaak gewonnen is)






op persoonlijk vlak:

- ze voelt zich nuttig

- ze wordt uitgedaagd en bijt zich vast in de zaak

- ze wordt zelfzekerder

- ze leert veel bij, doet kennis op door haar werk

- ze leert luisteren

- ze leert zich (soms) beheersen




op relationeel en sociaal vlak:

- ze geraakt uit haar isolement als alleenstaande, werkloze moeder

- persoonlijk contact met ‘slachtoffers’, ze leert meevoelen

- ze leert luisteren

- ze wordt gerespecteerd

- mensen vertrouwen haar (en niet de andere advocate)

- sommigen worden vrienden




op spiritueel vlak:

- krijgt het gevoel dat haar leven zin heeft

- voelt zich ‘iemand’

- zet zich in voor een ‘hoger doel’





ook voor mij?
Denk aan je weekend-job, je vakantiewerk of je stage.

Hoe kan je je daarin ontplooien? Geef concrete voorbeelden!


op materieel vlak (wat verwerf je?):

-

-



-





op persoonlijk vlak:

-

-



-





op relationeel en sociaal vlak:

-

-



-






op spiritueel vlak:

-

-



-






4. Werken ontneemt kansen …
Hoe vreemd het ook klinkt, werken kan ook afstompend zijn en vervreemdend. Men verwacht van alles van Erin waaraan ze moet (en soms ook wil) beantwoorden. Haar werk gaat haar levensritme bepalen. Ze vervreemdt van zichzelf en van anderen.
Opdracht: haal uit de film alle voorbeelden die aantonen dat ‘een job hebben’ Erin ook heel wat kansen ontneemt.


Het werk bepaalt haar doen en denken:

1) Hoe zie je Erin gedurende de film in haar job evolueren?

In het begin wil ze alleen maar klasseren. Als ze de PG&E- zaak ontdekt, bijt ze er zich helemaal in vast, ze gaat meer en meer op in haar werk en vergeet de tijd, haar kinderen, haar partner. Ze beseft dat in feite niet want als George klaarstaat met zijn koffer, begrijpt ze het niet.
2) Hoe gaat ze ermee om?

Ze heeft het heel moeilijk om een evenwicht te bereiken tussen haar werk en haar gezin.






Op het werk verwacht men van alles van haar:

1) Met welke verwachtingen (van anderen) wordt Erin in haar werk geconfronteerd?

- haar kledij is niet gepast

- haar taal is niet gepast

- ze moet stipt komen werken of laten weten waar ze zit

- ze moet zich leren beheersen

- ze moet respectvol leren omgaan met anderen
2) Welke van die verwachtingen botsen met wat ze zélf wil? Op welk gebied verandert ze niet (helemaal)?

- kledij; past ze slechts voor een deel aan

- haar taalgebruik en zelfbeheersing; past ze deels aan




Het werk vervreemdt haar van zichzelf en anderen. Geef daar voorbeelden van en vermeld ook wat de gevolgen zijn:

- ze heeft minder tijd voor haar kinderen; haar zoontje is boos


- ze komt te laat aan tafel of werkt tijdens het eten
- ze is er niet als haar jongste kind haar eerste woordje zegt: ze huilt in de auto

- George gaat bij haar weg omdat ze nooit tijd heeft voor hem






ook voor mij?
Wellicht herken je bepaalde dingen uit deze film ook in je eigen leven!?


Het werk bepaalt jouw doen en denken:

1) Zie je bij jezelf een evolutie ten opzicht van je job? Neemt die meer/minder tijd in beslag? Neemt die meer/minder energie in beslag? Ben je er mentaal meer/minder mee bezig?

-

-

-



2) Hoe ga je ermee om?

-

-



-





Op het werk verwacht men van alles van haar:

1) Met welke verwachtingen (van anderen) word je in je werk geconfronteerd?

-
-
-

2) Welke van die verwachtingen botsen met wat je zélf wilt? Op welk gebied verander je niet (helemaal)?

-
-
-




Het werk vervreemdt je van jezelf en anderen. Geef daar voorbeelden van en vermeld ook wat de gevolgen zijn:

-

-



-






Godsdienst Werken om te leven of leven om te werken?







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina