Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken



Dovnload 241.44 Kb.
Pagina1/4
Datum23.07.2016
Grootte241.44 Kb.
  1   2   3   4


C/03/354

Brussel, 1 en 2 december 2003

15443/03 (Presse 354)

2549e zitting van de Raad


- Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid
en Consumentenzaken -
Brussel, 1 en 2 december 2003


Voorzitter:

de heer Roberto MARONI

Minister van Arbeid en Sociale Zaken



mevrouw Stefania PRESTIGIACOMO

Minister, bevoegd voor Gelijke Kansen



de heer Giovanni DELL'ELCE

Staatssecretaris voor Productieve Activiteiten



de heer Girolamo SIRCHIA

Minister van Volksgezondheid van de Italiaanse Republiek



INHOUD 1

DEELNEMERS 4

BESPROKEN PUNTEN

werkgelegenheid en sociaal beleid 7

coÖrdinatie van de socialezekerheidsstelsels - hervorming van verordening Nr. 1408/71 - politiek akkoord - openbare beraadslaging 7

bevordering van gelijke kansen voor gehandicapten - Conclusies van de Raad 8

IMMIGRATIE, INTEGRATIE EN WERKGELEGENHEID - Conclusies van de Raad 11

STRUCTURELE INDICATOREN - VOORBEREIDING VAN EEN BIJDRAGE VOOR DE europese raad 12

COMITÉ VOOR DE SOCIALE BESCHERMING 12

GENDERGELIJKHEID - ACTIEPROGRAMMA VAN PEKING - Conclusies van de Raad 13

CONSUMENTENZAKEN 17

VEILIGHEID VAN CONSUMENTENDIENSTEN - Resolutie van de Raad 17

samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming 19

VOLKSGEZONDHEID 20

GEZONDE LEEFSTIJLEN - Conclusies van de Raad 20

Kankerscreening - aanbeveling van de raad 23

EUROPEES CENTRUM VOOR ZIEKTEPREVENTIE  EN BESTRIJDING 23

Herziening van de internationale gezondheidSregeling 24

VOEDINGS- EN GEZONDHEIDSCLAIMS VOOR LEVENSMIDDELEN 25

MEDISCHE HULPMIDDELEN - Conclusies van de Raad 25

GENEESMIDDELEN EN UITDAGINGEN VOOR DE VOLKSGEZONDHEID - PATIËNTGERICHTHEID - Resolutie van de Raad 28

DIVERSEN 31

– GELIJKE TOEGANG 31

– CONFERENTIE VAN VENETIË (14 NOVEMBER 2003) - SOCIALE VERANTWOORDELIJKHEID VAN ONDERNEMINGEN 31

– CONSUMENTENBELEID 32

– EUROPESE STRATEGIE VOOR MILIEU EN GEZONDHEID 32

– TABAK 32

– BELEID INZAKE TABAKSCONTROLE - Verzoek van de Franse delegatie 32

– VOLKSGEZONDHEID EN SOCIAAL WELZIJN 32

– EUROPEES TRANSPLANTATIENETWERK 32

– EUROPEES SOCIAAL FONDS 33

– BESTRIJDING VAN MALARIA 33

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

WERkGELeGENHEID EN SOCIAAL BELEID


  • DAPHNE II (2004-2008) - Openbare beraadslaging 34

consumentenzaken

  • Kader voor de financiering van communautaire acties (2004 2007) - Openbare beraadslaging * 34

VOLKSGEZONDHEID

  • LEVENSMIDDELENADDITIEVEN - Openbare beraadslaging * 35

  • Zoetstoffen die in levensmiddelen mogen worden gebruikt - Openbare beraadslaging 35

Benoemingen

  • Comité van de Regio's 35

Milieu

  • SEVESO II - Openbare beraadslaging 36

  • Negende Conferentie van de partijen van het Raamverdrag inzake klimaatverandering (Milaan, 1 12 december 2003) - Conclusies van de Raad 36

Externe betrekkingen

  • Europese Economische Ruimte - Samenwerking inzake sociaal beleid 42



1 ▪ Wanneer de Raad verklaringen, conclusies of resoluties heeft aangenomen, wordt dat in de titel van het betrokken punt vermeld. De aangenomen teksten staan tussen aanhalingstekens.

▪ De documenten waarvan het nummer in de tekst wordt genoemd, staan op de internetsite van de Raad



http://ue.eu.int.

▪ Besluiten ten aanzien waarvan verklaringen voor de Raadsnotulen zijn afgelegd die beschikbaar zijn voor het publiek, zijn aangegeven met een asterisk; de tekst van de verklaringen staat op de bovengenoemde internetsite van de Raad en is ook verkrijgbaar bij de Persdienst.


DEELNEMERS
De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België:




de heer Frank VANDENBROUCKE

minister van Werk en Pensioenen

de heer Rudy DEMOTTE

minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Denemarken:




de heer Klaus Hjort FREDERIKSEN

minister van Werkgelegenheid

mevrouw Henriette KJÆR

minister van Sociale Zaken en minister van Gelijke Kansen

de heer Lars LØKKE RASMUSSEN

minister van Volksgezondheid

Duitsland:




de heer Gerd ANDRES

parlementair staatssecretaris van Arbeid en Sociale Zaken

de heer Klaus Theo SCHRÖDER

staatssecretaris, ministerie van Volksgezondheid en Sociale Zekerheid

Griekenland:




de heer Dimitrios REPPAS

minister van Arbeid en Sociale Zekerheid

de heer Constantinos STEFANIS

minister van Volksgezondheid en Welzijn

Spanje:




mevrouw Ana María PASTOR JULIÁN

minister van Volksgezondheid en Consumentenzaken

mevrouw Carmen DE MIGUEL

staatssecretaris van Werkgelegenheid

Frankrijk:




de heer François FILLON

minister van Sociale Zaken, Arbeid en Solidariteit

de heer Jean-François MATTEI

minister van Volksgezondheid, Gezins- en Gehandicaptenbeleid

Ierland:




de heer Franck FAHEY

onderminister, toegevoegd aan het ministerie van Ondernemingen, Handel en Werkgelegenheid

mevrouw Mary COUGHLAN

minister van Sociale Zaken en Gezinszaken

de heer Micheál MARTIN

minister van Volksgezondheid en Kinderzaken

Italië:




de heer Roberto MARONI

minister van Arbeid en Sociale Zaken

mevrouw Stefania PRESTIGIACOMO

minister, bevoegd voor Gelijke Kansen

de heer Girolamo SIRCHIA

minister van Volksgezondheid

de heer Giovanni DELL'ELCE

staatssecretaris van Productieve Activiteiten

Luxemburg:




de heer François BILTGEN

minister van Arbeid en Werkgelegenheid

de heer Carlo WAGNER

minister van Volksgezondheid

Nederland:




de heer Aart Jan DE GEUS

minister van Sociale Zaken

de heer Mark RUTTE

staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Oostenrijk:




de heer Herbert HAUPT

minister van Sociale Zekerheid, Generaties en Consumentenbescherming

mevrouw Maria RAUCH-KALLAT

minister van Volksgezondheid en Vrouwenzaken

Portugal:




de heer Nuno MORAIS SARMENTO

minister van Algemene Zaken

mevrouw Teresa CAEIRO

staatssecretaris van Sociale Zekerheid

de heer Adão José FONSECA SILVA

staatssecretaris van Volksgezondheid

Finland:




mevrouw Sinikka MÖNKÄRE

minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

mevrouw Liisa HYSSÄLÄ

minister van Volksgezondheid en Sociale Voorzieningen




Zweden:




de heer Hans KARLSSON

minister van Werkgelegenheid

de heer Morgan JOHANSSON

minister, ministerie van Sociale Zaken, belast met Volksgezondheid en Sociale Voorzieningen

Verenigd Koninkrijk:




de heer John HUTTON

onderminister van Volksgezondheid

de heer Gerry SUTCLIFFE

staatssecretaris van Arbeidsverhoudingen, Mededinging en Consumentenzaken

de heer Andrew SMITH

minister van Arbeid en Pensioenen

* * *

Commissie:




de heer Erkki LIIKANEN

lid

de heer David BYRNE

lid

mevrouw Anna DIAMANTOPOULOU


lid

* * *

Overige deelnemers:




de heer Theo LANGEJAN

voorzitter van het Comité voor Sociale Bescherming

mevrouw Mats WADMAN

voorzitter van het Comité voor de Werkgelegenheid

De regeringen van de toetredende staten waren als volgt vertegenwoordigd:


Tsjechische Republiek :




de heer Zdeněk ŠKROMACH

minister van Arbeid en Sociale Zaken

mevrouw Marie SOUČKOVÁ

minister van Volksgezondheid

Estland :




de heer Marko POMERANTS

minister van Sociale Zaken

Cyprus :




de heer Iacovos KERAVNOS

minister van Arbeid en Sociale Zekerheid

de heer KORNELIOU

plaatsvervangend vertegenwoordiger

Letland :




mevrouw Dagnija STAĶE

minister van Welzijn

mevrouw Ingrīda CIRCENE

minister van Volksgezondheid

Litouwen :




de heer Rimantas KAIRELIS

staatssecretaris, ministerie van Sociale Zekerheid en Arbeid

de heer Juozas OLEKAS

minister van Volksgezondheid

Hongarije :




mevrouw Agnes CSANADI

staatssecretaris, ministerie van Arbeid

de heer Mihály KÖKÉNY

minister van Gezondheid, Sociale Zaken en Gezinszaken

Malta :




de heer Francis AGIUS

staatssecretaris, ministerie van Sociale Zaken

Polen :




de heer Krzysztof PATER

onderstaatssecretaris, ministerie van Economische Zaken, Arbeid en Sociaal Beleid

de heer Leszek SIRKORSKI

minister van Volksgezondheid

Slowakije :




de heer Miroslav BEBLAVY

staatssecretaris, ministerie van Arbeid, Sociale Zaken en Gezinszaken

de heer Peter OTTINGER

staatssecretaris, ministerie van Volksgezondheid

Slovenië :




de heer Vlado DIMOVSKI

minister van Arbeid, Gezinszaken en Sociale Zaken

de heer Dusan KEBER

minister van Volksgezondheid


BESPROKEN PUNTEN
werkgelegenheid en sociaal beleid
coÖrdinatie van de socialezekerheidsstelsels - hervorming van verordening Nr. 1408/71 - politiek akkoord - openbare beraadslaging
De Raad bereikte op basis van een compromisvoorstel van het voorzitterschap een politiek deel­akkoord (met uitzondering van de bijlagen) over het voorstel voor een verordening dat ertoe strekt het huidige systeem voor coördinatie van de socialezekerheidsstelsels te vervangen. De Raad verzocht het Comité van permanente vertegenwoordigers de besprekingen over de bijlagen voort te zetten om vóór het eind van het jaar een volledig politiek akkoord over de ontwerp-verordening te bereiken.
Met het in 1999 ingediende voorstel wordt beoogd Verordening nr. 1408/71/EEG betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, te hervormen. Het is de bedoeling om de communautaire wetgeving te vereenvoudigen teneinde de belemmeringen voor het vrij verkeer van personen weg te nemen die het gevolg zijn van het naast elkaar bestaan van verschillende nationale socialezekerheidsstelsels.
Artikel 42 en artikel 308 van het Verdrag vormen de rechtsgrondslag van het voorstel. Daarom zijn eenparigheid van stemmen en medebeslissing met het Europees Parlement vereist.
De twee nog niet opgeloste vraagstukken in verband met dit problematische dossier, dat de Raad reeds sedert 1999 in behandeling heeft, hadden betrekking op de bepalingen inzake werkloosheid.
Het eerste probleem betrof de betaling van werkloosheidsuitkeringen aan werkloze grens  en seizoensarbeiders. Er waren nog voorbehouden ten aanzien van de kosten van de werkloosheids­uitkeringen, die de staat van de woonplaats moet betalen aan werklozen die niet wonen in de staat waar zij hun laatste werkzaamheden hebben verricht. Aangezien de staat van de woonplaats geen overeenkomstige bijdragen heeft ontvangen, is voorgesteld dat de staat waar de laatste werkzaam­heden zijn verricht binnen bepaalde grenzen de kosten van de door de staat van de woonplaats betaalde werkloosheidsuitkeringen moet vergoeden. Alle delegaties en de Commissie zouden kunnen instemmen met het meest recente compromis­voorstel van het voorzitterschap, dat het volgende behelst:
- in de verordening zou duidelijk worden gemaakt dat de bevoegdheid overgaat van de staat waar de laatste werkzaamheden al dan niet in loondienst zijn verricht op de staat van de woonplaats;

- de staat waar de laatste werkzaamheden zijn verricht vergoedt de werkloosheidsuitkeringen voor een periode van ten minste drie maanden;

- de periode van vergoeding wordt op vijf maanden gebracht wanneer de betrokkene tijdens de voorafgaande 24 maanden gedurende tijdvakken van ten minste 12 maanden al dan niet in loondienst werkzaamheden heeft verricht in de lidstaat aan de wetgeving waarvan hij het laatste onderworpen was, indien die tijdvakken in aanmerking komen voor de vaststelling van het recht op werkloosheidsuitkeringen;

- voor de betrekkingen tussen Luxemburg enerzijds en Frankrijk, Duitsland en België ander­zijds worden de toepassing en de duur van deze vergoedingsperiode afhankelijk gemaakt van de sluiting van bilaterale overeenkomsten.


Het tweede vraagstuk betrof het verzoek van Luxemburg om een specifieke overgangsperiode, met het oog op de noodzakelijke versterking van zijn diensten voor arbeidsbemiddeling, nu grens­arbeiders zich tevens kunnen laten inschrijven bij de dienst voor arbeidsbemiddeling van de staat waar zij hun laatste werkzaamheden hebben verricht. De Raad was het erover eens dat aan Luxemburg een overgangsperiode van twee jaar moet worden toegekend.
De Luxemburgse delegatie, die wees op de grote aantallen migrerende werknemers en grens  en seizoensarbeiders die in Luxemburg werken, was ingenomen met het akkoord.
Commissielid Diamantopoulou sprak er haar tevredenheid over uit dat het compromis van het voorzitterschap het mogelijk heeft gemaakt om een beslissende doorbraak in dit politiek gevoelige dossier te bereiken.
bevordering van gelijke kansen voor gehandicapten - Conclusies van de Raad
De Raad nam conclusies aan over de follow up van het Europees Jaar van personen met een handicap (15206/03). In deze conclusies worden de lidstaten en de toetredende staten verzocht de gehandicaptenproblematiek pro-actief in specifieke beleidsdomeinen te integreren, en de richtlijn tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep om te zetten en volledig toe te passen.
De Raad nam de volgende conclusies aan:
"HERINNEREND AAN HET VOLGENDE:
1. Besluit 2001/903/EG van 3 december 2001 betreffende het Europees Jaar van personen met een handicap 2003 1 heeft tijdens het gehele Europees Jaar van personen met een handicap geleid tot een intensieve krachtenbundeling en participatie van belanghebbenden, wat wijst op een grote bereidheid om voortvarend te werken aan brede sociale inclusie en volledige verwezenlijking van gelijke kansen;
2. De diverse initiatieven die op EU-niveau en door de lidstaten tijdens het Europees Jaar voor mensen met een handicap zijn genomen, wijzen erop dat het Europees Jaar een nieuwe poli­tieke impuls heeft gegeven om de integratie en participatie van mensen met een handicap te bevorderen; tevens ondersteunen zij de acties die reeds deel uitmaken van de nationale actie­plannen betreffende werkgelegenheid en sociale inclusie;
3. De Europese Raad heeft in maart 2003 in Brussel, binnen het door de Europese Raad in Lissabon en Nice geschetste algemene kader, bevestigd dat de Europese Unie zich commit­teert aan de bevordering van e-inclusie en het wegnemen van allerlei barrières voor de volledige integratie en participatie van mensen met een handicap in de kenniseconomie en de maatschappij;
4. De resolutie van de Raad van 15 juli 2003 1 bevat een oproep om de tewerkstelling en de maatschappelijke integratie van mensen met een handicap te bevorderen;
5. De Mededeling van de Commissie van 24 januari 2003 "Naar een wettelijk bindend instrument van de Verenigde Naties ter bevordering en bescherming van de rechten en de waardigheid van personen met een handicap" steunt het werk van de Verenigde Naties met het oog op een verdrag dat beoogt om, door middel van de bestrijding van discriminatie op grond van handicap, inclusief de bevordering van gelijke behandeling en de inachtneming van de behoeften van mensen met een handicap, te garanderen dat mensen met een handicap hun mensenrechten en vrijheden werkelijk en op voet van gelijkheid kunnen uitoefenen;
6. De ministers van de Raad van Europa die verantwoordelijk zijn voor het integratiebeleid ten aanzien van mensen met een handicap hebben in de politieke verklaring die zij op 8 mei 2003 in Malaga hebben afgelegd, onderstreept dat de verbetering van de kwaliteit van het bestaan van mensen met een handicap en hun gezinnen een van de doelstellingen van het volgende decennium moet zijn;
7. De Mededeling betreffende de follow-up van het Europees Jaar voor mensen met een handicap: "Gelijke kansen voor mensen met een handicap: een Europees actieplan" die de Commissie op 30 oktober 2003 heeft aangenomen 2, bevat een meerjarenactieplan tot 2010 met als doel de handicapaangelegenheden te mainstreamen in alle relevante communautaire beleidssectoren en op sleutelgebieden concrete acties op te zetten om de integratie en participatie van mensen met een handicap te versterken,
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE
1. VERHEUGT ZICH OVER de inspanningen van de lidstaten om het besluit van de Raad betreffende het Europees jaar van mensen met een handicap te implementeren en de maat­regelen van de Commissie om de lidstaten te helpen de doelstelling van het Europees jaar te verwezenlijken;
2. ONDERSTREEPT dat de impuls die door het Europees jaar van mensen met een handicap is gegeven ook na 2003 moet worden volgehouden en dat toekomstige verbintenissen op Europees en nationaal niveau gebaseerd moeten zijn op de resultaten die dankzij het Europees jaar van mensen met een handicap geboekt zijn;
3. IS INGENOMEN MET de presentatie door de Commissie van haar nieuwe Mededeling betreffende de follow-up van het Europees Jaar voor mensen met een handicap: "Gelijke kansen voor mensen met een handicap: een Europees actieplan" als bijdrage aan de volledige integratie en participatie van mensen met een handicap in de economie en de samenleving als geheel in een uitgebreid Europa;
4. NEEMT ER NOTA VAN dat de vier voor de eerste fase van het actieplan van de Commissie gekozen gebieden (toegang tot en behoud van werk, levenslang leren, benutting van nieuwe mogelijkheden op technologisch gebied en toegankelijkheid van de gebouwde omgeving) ook door de lidstaten in aanmerking moeten worden genomen bij het ontwikkelen en uitwerken van hun beleid ten aanzien van mensen met een handicap;
5. ONDERSTREEPT het belang van de periodieke verslagen van de Commissie over de algemene situatie van mensen met een handicap in de uitgebreide Europese Unie; zij zullen in het licht van de ontwikkelingen in de lidstaten en voortbouwend op het werk van de EU-groep op hoog niveau gehandicaptenbeleid het mainstreamingsproces ondersteunen;
6. VERZOEKT de lidstaten en de toetredende staten de gehandicaptenproblematiek pro-actief in de relevante beleidsdomeinen te integreren, en met name bij het opstellen en uitvoeren van hun nationale actieplannen voor de werkgelegenheid en sociale inclusie binnen de bestaande open coördinatiemethode op passende wijze rekening te houden met de gehandicapten­problematiek;
7. VERZOEKT de lidstaten en de toetredende staten binnen de vastgestelde termijnen de richtlijn tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep 1 om te zetten en volledig toe te passen;
8. IS INGENOMEN MET het voornemen van de Commissie om in het voorjaar van 2004 het startsein te geven voor een openbare raadpleging aan de hand van een Groenboek over de in de toekomst te volgen strategie voor de bestrijding van discriminatie op de in artikel 13 van het EG-verdrag genoemde gronden, waaronder handicap, met de bedoeling de vooruit­gang die bij het antidiscriminatiebeleid van de EU geboekt is te inventariseren en aandacht te besteden aan de nieuwe uitdagingen als gevolg van de uitbreiding van de EU;
9. WIJST EROP dat de bijdrage van de familie, samen met die van de overheidssector en van andere actoren, onder meer ngo's, aan de bevordering van de levenskwaliteit en de zelf­standigheid van mensen met een handicap in de ontwikkeling van het gehandicaptenbeleid van cruciaal belang is;
10. WIJST EROP dat er met inachtneming van de mensenrechten voor moet worden gezorgd dat alle mensen met een handicap en hun families gemakkelijk toegang hebben tot kwalitatief hoogstaande dienstverlening en andere georganiseerde zorgvoorzieningen;
11. WIJST ER TEVENS OP dat het belangrijk is dat terdege rekening wordt gehouden met de behoeften van gezinnen, in het bijzonder gezinnen met een kind of een volwassen gezinslid met een handicap dat zwaar zorgbehoevend is om, met de noodzakelijke hulp van de nodige structuren, met inbegrip van de gemeenschapsstructuren, een gezinsleven van kwaliteit mogelijk te maken, en daarbij in het bijzonder te letten op de combinatie van arbeid en zorg en op gendergelijkheid;
12. BEVESTIGT opnieuw zijn bereidheid om te zorgen voor dialoog en uitwisseling van informatie en goede praktijken op Europees niveau, in het bijzonder via de EU-groep op hoog niveau gehandicaptenbeleid;
13. WIJST erop dat het belangrijk is dat de organisaties van mensen met een handicap en hun familieleden, de sociale partners en belanghebbenden systematisch bij de beleidsdialoog over de gehandicaptenproblematiek op Europees en nationaal niveau worden betrokken.".
IMMIGRATIE, INTEGRATIE EN WERKGELEGENHEID - Conclusies van de Raad
De Raad nam conclusies over immigratie, integratie en werkgelegenheid aan 1. De Raad noemde het van belang dat regelmatig over deze thema's wordt beraadslaagd en beklemtoonde dat dit werk moet worden gecoördineerd met de werkzaamheden op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken. Om de samenwerking te versterken is de Commissie voornemens om een jaarverslag over immigratiebeleid in te dienen.
De inhoud van de conclusies is als volgt 2:
"1. De Raad (EPSCO) spreekt zijn waardering uit over de mededeling van de Commissie betreffende immigratie, integratie en werkgelegenheid die aan de Europese Raad van Thessaloniki (op 19 en 20 juni 2003) is voorgelegd. De bijgaande adviezen van het Comité voor de werkgelegenheid en van het Comité voor sociale bescherming over deze mededeling beschouwt hij als een basis voor verdere werkzaamheden.
2. Hoewel hij de bevoegdheden van de lidstaten op dit gebied erkent, acht de Raad (EPSCO) een regelmatige discussie over deze thema's belangrijk en is hij van oordeel dat die werkzaam­heden moeten worden gecoördineerd met de daarmee verband houdende besprekingen inzake justitie en binnenlandse zaken.
3. In het kader van de uitvoering van de Europese werkgelegenheidsstrategie en de verwezen­lijking van de doelstellingen inzake sociale insluiting, zullen het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid en het gezamenlijk verslag over sociale insluiting zeer belangrijke instru­menten zijn voor de evaluatie van de gemaakte vorderingen. De Raad is ingenomen met het voornemen van de Commissie om, ter versterking van de samenwerking, een voorstel in te dienen betreffende het uitbrengen van een jaarlijks verslag over het immigratiebeleid.".
STRUCTURELE INDICATOREN - VOORBEREIDING VAN EEN BIJDRAGE VOOR DE europese raad
De Raad nam nota van de adviezen van het Comité voor de werkgelegenheid en het Comité voor sociale bescherming (14785/03 en 15055/03) over de structurele indicatoren en verzocht de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen een oplossing te zoeken op basis van de ontwerp-conclusies die aan de Raad Ecofin werden voorgelegd, en daarbij nota te nemen van de punten die door een andere Raad (Milieu) ter sprake werden gebracht.
De Belgische en de Portugese delegatie spraken de hoop uit dat de Raad Algemene Zaken zowel met sociale en werkgelegenheidsindicatoren als met milieu-indicatoren rekening zal houden. Twee andere delegaties wezen erop dat de Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken zijn aandacht vooral moet richten op de indicatoren met betrekking tot werkgelegenheid en sociale samenhang.
Deze indicatoren zullen de bestaande vervangen en aldus het besluitvormingsproces met betrekking tot de strategie van Lissabon vereenvoudigen (doc. 15001/03). De indicatoren werden voor het eerst opgesteld eind 2000, om te worden gebruikt in het kader van zowel het werkgelegenheidsproces als het sociale-insluitingsproces, en in het kader van het samenvattend verslag van de Commissie.
Er zij gememoreerd dat de Europese Raad van Lissabon "de Commissie verzocht jaarlijks een samenvattend voortgangsverslag op te stellen op basis van overeen te komen structurele indicatoren met betrekking tot werkgelegenheid, innovatie, economische hervorming en sociale samenhang". De Commissie heeft op 9 oktober 2003 een mededeling over structurele indicatoren aan de Raad toegezonden (13452/03). De structurele indicatoren zijn in het voorjaarsverslag van de Commissie en andere Commissiedocumenten gebruikt om beleidsberichten statistisch te onder­bouwen en om de vorderingen te meten met betrekking tot de doelstellingen van Lissabon (zoals verder ontvouwen in Goteborg en bijgesteld in successieve Europese Raden).
De Commissie heeft dit jaar een "short list" van 14 indicatoren op basis van een periode van drie jaar opgesteld. De indicatoren op deze beperkte lijst werden gekozen uit 42 structurele indicatoren die vorig jaar overeengekomen werden. De structurele indicatoren van de vorige jaren worden door Eurostat gehandhaafd in zijn voor het publiek toegankelijke gegevensbank, New Cronos, en zijn te vinden op de website Structurele Indicatoren. De short list van de indicatoren en de gegevensbank zullen de voornaamste statistische instrumenten zijn waar de Commissie gebruik van zal maken bij de opstelling van het voorjaarsverslag.
COMITÉ VOOR DE SOCIALE BESCHERMING

(11000/03)


De Raad bereikte overeenstemming over een algemene oriëntatie met het oog op de instelling van het toekomstige Comité voor sociale bescherming, overeenkomstig de nieuwe rechtsgrondslag. Het comité zal samenwerking met betrekking tot het beleid inzake sociale bescher­ming blijven bevorderen tussen de lidstaten en met de Commissie. Gememoreerd zij dat het Comité voor sociale bescherming oorspronkelijk werd ingesteld bij Besluit 2000/436/EG van de Raad krachtens artikel 202 van het VEG. Het Verdrag van Nice, dat op 1 februari 2003 van kracht werd, voorziet in het nieuw artikel 144 VEG in de instelling van een Comité voor sociale bescherming met gelijk­aardige status en doelstellingen.
GENDERGELIJKHEID - ACTIEPROGRAMMA VAN PEKING - Conclusies van de Raad
De Raad nam conclusies aan betreffende de participatie van vrouwen in het besluitvormingsproces in de openbare en de particuliere sector, onder verwijzing naar de follow-up van het actie­programma van de Verenigde Naties van Peking (1995). In de conclusies worden negen kwantita­tieve indicatoren vermeld, die betrouwbaar zijn op het stuk van vergelijkbaarheid van de gegevens en die betrekking hebben op het meten van de participatie van vrouwen en mannen in de economische-besluitvormingscentra (15205/03).
De inhoud van de conclusies is als volgt:
"DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Naar aanleiding van de vierde Wereldvrouwenconferentie van de Verenigde Naties in Peking in 1995 heeft de Europese Raad van Madrid (15 16 december 1995) verzocht om een jaar­lijkse balans van de uitvoering in de lidstaten van het Actieprogramma van Peking.
(2) Tijdens het follow upproces van 1996 en 1997 werd duidelijk dat een bestendiger en systematischer toezicht op en evaluatie van de uitvoering van het Actieprogramma van Peking op EU niveau nodig was.
(3) Op 2 december 1998 kwam de Raad overeen dat de jaarlijkse evaluatie van de uitvoering van het Actieprogramma een voorstel voor een reeks kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren en benchmarks zou omvatten.


  1. Bijgevolg nam de Raad op 22 oktober 1999 conclusies aan waarin akte wordt genomen van de voorgestelde indicatoren inzake vrouwen in verantwoordelijke en besluitvormingsposities.




  1. Later nam de Raad conclusies aan over: "Het combineren van beroeps- en gezinsleven" (2000), "Loonongelijkheid" (2001), en "Geweld tegen vrouwen" (2002).

(6) In de conclusies van de Raad (2002) werd opgemerkt dat het thema vrouwen in de besluit­vormingscentra van de Europese Unie aan de orde zou moeten komen in het kader van de volgende balans van de uitvoering (2003).


(7) Tijdens de op 12 september 2003 in Syracuse gehouden conferentie over vrouwen in besluit­vormingsprocessen werd de noodzaak beklemtoond om alle vrouwen toegang te verschaffen tot de arbeidsmarkt en hun positie op die arbeidsmarkt te verbeteren op grond van hun kwalificaties.
(8) Op die conferentie werd tevens de noodzaak benadrukt van nieuwe verbintenissen en partner­schappen tussen regeringen, sociale partners, de particuliere sector en politieke partijen, van een versterking van de beleidsmaatregelen om beroeps- en gezinsleven beter te kunnen combineren, van een actief beleid inzake gendermainstreaming op alle niveaus, alsmede van het gebruik van indicatoren en streefdata om de vooruitgang te evalueren met het oog op de tiende verjaardag van het Actieprogramma van Peking in 2005.
(9) De bevordering van gelijke kansen voor mannen en vrouwen is volgens het Verdrag één van de hoofdtaken van de Gemeenschap.
(10) De Europese Raad van 20-21 maart 2003 heeft de Commissie verzocht om in samenwerking met de lidstaten jaarlijks voor de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad een verslag op te stellen over de ontwikkelingen op het gebied van gendergelijkheid, dat richtsnoeren bevat voor de gendermainstreaming van het sectorale beleid.
(11) Het Europees Parlement heeft er in zijn resolutie 1 over de "vertegenwoordiging van vrouwen bij de sociale partners van de Europese Unie" en in zijn resolutie 22 "Verkiezingen 2004: hoe te zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen" bij alle belang­hebbenden op aangedrongen meer werk te maken van maatregelen om te zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in besluitvormingsorganen.
(12) In het door de Commissie in mei 2000 aangenomen besluit betreffende een evenwichtige deelneming van mannen en vrouwen in haar Comités en groepen deskundigen 3, verklaart de Commissie voornemens te zijn om te streven naar minstens 40% leden van een van beide geslachten in alle comités en groepen deskundigen. De vooruitgang die wordt geboekt bij de verwezenlijking van die doelstelling wordt permanent gevolgd.
(13) De Europese Commissie werkt nu aan een gegevensbank over de participatie van vrouwen en mannen in de politieke, economische en sociale besluitvorming. Die gegevensbank zal fungeren als instrument voor een betere bewustmaking en om te evalueren hoe de positie van vrouwen en mannen en vrouwen in de besluitvorming zich ontwikkelt in de lidstaten, de EER-landen en de toetredende staten.
(14) De Commissie is voornemens in de lidstaten en in de toetredende staten rondetafel­conferenties te organiseren, teneinde te zorgen voor een betere bewustmaking en een grotere zichtbaarheid met betrekking tot de evenwichtige participatie van vrouwen en mannen in het Europees Parlement met het oog op de verkiezingen in juni 2004.
(15) Het Griekse EU-voorzitterschap heeft in alle lidstaten een uitgebreid onderzoek uitgevoerd naar de positie van vrouwen in de macro-economische-besluitvormingscentra.
(16) Op basis van de voorbereidende werkzaamheden van het Griekse voorzitterschap op dit gebied heeft het Italiaanse voorzitterschap de volgende negen indicatoren opgesteld inzake vrouwen en mannen in de economische besluitvorming:
1. Het percentage en het absolute aantal vrouwen en mannen onder de presidenten en de vice-presidenten van de centrale banken.

2. Het percentage en het absolute aantal vrouwen en mannen onder de leden van de besluitvormingsinstanties van de centrale banken.


3. Het percentage en het absolute aantal vrouwen en mannen onder de ministers en staats­secretarissen op de ministeries die bevoegd zijn voor economische aangelegenheden.
4. Het percentage en het absolute aantal vrouwen en mannen onder de voorzitters en vice-voorzitters van de werknemersorganisaties.
5. Het percentage en het absolute aantal vrouwen en mannen onder de leden van de bestuursorganen van de werknemersorganisaties.
6. Het percentage en het absolute aantal vrouwen en mannen onder de voorzitters en vice-voorzitters van de werkgeversorganisaties.
7. Het percentage en het absolute aantal vrouwen en mannen onder de leden van de bestuursorganen van de werkgeversorganisaties.
8. Het percentage en het absolute aantal vrouwen en mannen onder de voorzitters van de bestuursorganen van de vijftig grootste nationale beursgenoteerde ondernemingen.
9. Het percentage en het absolute aantal vrouwen en mannen onder de leden van de bestuursorganen van de vijftig grootste nationale beursgenoteerde ondernemingen.
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE
1. MEMOREERT dat volgens het Actieprogramma van Peking de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de economische besluitvorming een belemmering vormt voor de verwezenlijking van gendergelijkheid.
2. NEEMT NOTA van de negen door het Italiaanse voorzitterschap voorgestelde indicatoren voor de toekomstige follow-up van het Actieprogramma van Peking met betrekking tot de vertegenwoordiging van vrouwen en mannen in de economische-besluitvormingscentra van de Europese Unie.
3. VERZOEKT de toekomstige voorzitterschappen de follow-up van de indicatoren inzake de vertegenwoordiging van vrouwen en mannen in de economische-besluitvormingscentra voort te zetten en het proces van opstelling van indicatoren verder te ontwikkelen door gemeen­schappelijke doelstellingen inzake de verzameling van gegevens vast te stellen en de ter zake vereiste instrumenten gezamenlijk te ontwerpen.
4. BRENGT IN HERINNERING dat de lidstaten er zich toe hebben verbonden maatregelen te treffen en eigen indicatoren op te stellen ter ondersteuning van de vertegenwoordiging van vrouwen in de economische besluitvormingscentra, en moedigt de lidstaten ertoe aan de vereiste maatregelen vast te stellen.
5. VERZOEKT de lidstaten te overwegen nationale gegevens te verzamelen en deze geleidelijk bij te werken, zodat, met de medewerking van de nationale instituten voor de statistiek, regelmatig statistieken beschikbaar zijn betreffende de negen door het Italiaanse voorzitter­schap voorgestelde indicatoren en de overige indicatoren met betrekking tot de thema's van het Actieprogramma van Peking.
6. SPOORT de regeringen AAN om via de terzake bevoegde ministeries verdere actieve maat­regelen, strategieën en actieplannen vast te stellen, teneinde te zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen in economische-besluitvormingscentra, en daar­bij, rekening houdend met de follow-up van de indicatoren, na te gaan of die activiteiten niet kunnen worden geïntegreerd in acties ter verbetering van de vertegenwoordiging van vrouwen in politieke-besluitvormingscentra.
7. BEKLEMTOONT de noodzaak van een partnerschap tussen regeringen, sociale partners en alle andere belanghebbenden om te komen tot een evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen op alle niveaus van economische besluitvorming.
8. IS VOORNEMENS om onder de toekomstige voorzitterschappen en in verband met de activiteiten in het kader van de communautaire strategie inzake de gelijkheid van mannen en vrouwen (2001-2005) en andere communautaire EU-activiteiten, te blijven werken aan de ontwikkeling van indicatoren en aan vergelijkende analyses met het oog op de monitoring van de vertegenwoordiging van vrouwen in het besluitvormingsproces en op andere kritieke gebieden waarop in het Actieprogramma van Peking de aandacht is gevestigd.
9. OVERWEEGT een toetsing uit te voeren van de uitvoering door de lidstaten van het Actie­programma van Peking en zijn twaalf hoofdstukken, die betrekking hebben op de volgende thema’s: vrouwen en armoede, onderwijs en opleiding van vrouwen, vrouwen en gezondheid, fundamentele vrouwenrechten, vrouwen en media, vrouwen en gewapende conflicten, vrouwen en milieu, jonge meisjes, geweldpleging tegen vrouwen, vrouwen en economie, vrouwen en besluitvorming, en institutionele regelingen ter verbetering van de positie van vrouwen.


  1. VERZOEKT de komende voorzitterschappen rekening te houden met de conferentie van Syracuse over vrouwen in besluitvormingsprocessen, die met name de noodzaak heeft benadrukt van een evenwichtige vertegenwoordiging in besluitvormingsprocessen, alsmede de noodzaak van een verbetering van de situatie op het stuk van de toegang van vrouwen tot de arbeidsmarkt, gelijke beloning en loopbaanmogelijkheden.

11. VERBINDT ZICH ertoe om periodiek een balans op te maken van de vooruitgang die gemaakt wordt en VERZOEKT de volgende voorzitterschappen om in samenwerking met de lidstaten terug te komen op de eerder besproken thema’s en de vooruitgang op die gebieden te evalueren aan de hand van de ontwikkelde indicatoren;


12. VERZOEKT de Europese Commissie in andere communautaire processen, waar van toe­passing, rekening te houden met de thema’s die in het kader van de follow-up van het Actie­programma van Peking besproken zijn en waarvoor reeds indicatoren zijn aangenomen.
13. VERZOEKT MET AANDRANG om in de volgende balans van de uitvoering van het Actie­programma van Peking door de lidstaten het thema “seksuele intimidatie op de werkplek” te behandelen.
: rapid
rapid -> Tribunal de cuentas europeo
rapid -> IP/99/668 Brussel, 9 september 1999 Commissie sluit dossier over stelsel van vaste boekenprijzen in Nederland
rapid -> Perscommuniqué nr. 31/13
rapid -> Bestrijding seksueel geweld tegen minderjarigen tijdens wk voetbal: eu start campagne
rapid -> Europese Commissie Persbericht Brussel, 25 september 2014 Europese Dag van de talen: diversiteit zit in ons dna
rapid -> Ip/01/1393 Brussel, 10 oktober 2001 Commissie verbiedt Schneider Electric verwerving controle over Legrand
rapid -> Financiële diensten: de Commissie zet een buitengerechtelijk klachtennetwerk op om de consumenten meer vertrouwen te geven
rapid -> Staatssteun: Commissie geeft groen licht voor steun aan nieuwe multifunctionele kernreactor in Nederland
rapid -> De Europese economie heeft een stevige industriële basis nodig
rapid -> Advies van de Commissie over tijdelijke arbeidstijdverlenging voor arts-assistenten in Hongarije, Nederland en het Verenigd Koninkrijk


  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina