Werkloosheid, schulden en armoede Jaarverslag 2010 Stichting landelijk bureau disk inhoud



Dovnload 257.14 Kb.
Pagina1/3
Datum25.08.2016
Grootte257.14 Kb.
  1   2   3
Werkloosheid, schulden en armoede


Jaarverslag 2010
Stichting landelijk bureau DISK

Inhoud
Inhoud 3
Colofon 4
Woord vooraf 5
Werkloosheid, schulden en armoede 7
Jaarverslag 2010 15

1. Inleiding 15

2. Landelijk bureau DISK 15

3. Vastgesteld beleid 16

4. Werkplannen voor 2010 16

5. Uitvoering in het jaar 2010 21

6. Resultaten en effecten in de media 35

7. De werkorganisatie landelijk bureau DISK 37

8. Beleid en werkplannen voor de toekomst 40
Bijlage 01: Samenstelling besturen en team 41
Bijlage 02: Contacten in de media in 2010 43
Bijlage 03: Kerngetallen Disk 2010 45
Colofon
Auteurs: Hub Crijns en Herman Noordegraaf
Dank aan: Bestuur en team landelijk bureau DISK
Eindredactie: Hub Crijns
Druk: Drukkerij Accuraat Breda
Vormgeving: Hans van Eck Grafische vormgeving
Uitgever: Landelijk bureau DISK

Luijbenstraat 17

5211 BR ’s-Hertogenbosch
telefoon: 073-6128201: landelijk bureau DISK

073-6121939: werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA


e-mail: info@disk-arbeidspastoraat.nl

info@armekant-eva.nl


homepage: www.disk-arbeidspastoraat.nl

www.duurzamekerk.nl

www.armekant-eva.nl

www.rkdiaconie.nl

www.abharrewijnprijs.nl

www.schuldhulpmaatje.nl


Oplage: 250 exemplaren
’s-Hertogenbosch, juli 2011
Woord vooraf
Het jaar 2010 is een bijzonder intensief werkjaar voor het landelijk bureau Dienst in de Industriële Samenleving vanwege de Kerken (DISK). In dit jaarverslag kunt u meer lezen over de vier grote programma’s die door ons in het afgelopen jaar uitgevoerd zijn.
In het openingsessay Werkloosheid, schulden en armoede gaan we vooral in op de economische crisis, werkloosheid en de schulden van huishoudens, die in 2010 voortduren als gevolgen van de internationale kredietcrisis. We verkennen de situatie, geven kort resultaten weer van het onderzoek naar diaconale hulp, dat kerken in 2010 verricht hebben en gaan in op hetgeen kerken kunnen doen.
Vanuit het programma ‘Geloof, Economie en Duurzaamheid’ openen we het jaar met de handreiking Werkloosheid: kerende kansen…, waarmee tegelijk onze inzet van dit jaar is meegegeven. De handreiking dient tevens voor biddag en dankdag voor gewas en arbeid in maart en november en de zondag van de arbeid op 2 mei. In juni verschijnt de handreiking Landbouw, voedsel en duurzaamheid. In september oogsten we een belangrijke kern van dit programma door de presentatie van het boek Beroep en bezieling. Pastores in gesprek met mensen op de werkvloer.

Met het programma ‘Geloof, verarming en verrijking’ zijn de werkplannen voor het tweede jaar ‘Roep om gerechtigheid’ uitgevoerd. De presentatie van twee boeken zijn actuele hoogtepunten: de handreiking Armoede en recht doen. Helpen onder protest in de praktijk in juni, en het onderzoek naar diaconale hulp van kerken Armoede in Nederland 2010 in november. Ongeveer een op de acht Nederlanders kent armoede en een deel daarvan wendt zich tot de kerken voor hulp.


Het jaar 2010 is het eerste werkjaar van een derde programma, dat we ‘Naar een interkerkelijk diaconaal netwerk’ genoemd hebben. In dit programma bundelen we onze ondersteuning aan de diaconale en missionaire netwerken van onze ledenkerken. Aan rooms-katholieke kant werken we daarin veel samen met het Landelijk Katholiek Diaconaal Beraad (LKDB) en de Diaconale Alliantie. Veel aandacht trekt begin oktober de uitreiking van de Ariëns Prijs voor Diaconie 2010 in het aartsbisdom Utrecht, waarvoor de publicatie Ga en doe evenzo is verschenen. Hub Crijns is de voorzitter van de jury.
De Nederlandse huishoudens ontwikkelen in het jaar 2010 een zorgwekkende schuldenlast. In ons openingsessay brengen we de cijfers in beeld. We raken in samenwerking met het Landelijk Katholiek Diaconaal Beraad (LKDB) betrokken bij de ontwikkeling en start van het programma ‘SchuldHulpMaatje’, waar door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op grond van de Motie Ortega-Martijn eenmalige financiën beschikbaar zijn gesteld. In 2010 vormen we binnen de kerken een SchuldHulpMaatje Alliantie (eerst Budgetbuddy Alliantie geheten) en vanaf 1 juli 2011 zijn we actief in het uitvoeren van dit maatjesproject.
Met plezier bieden wij namens het bestuur het hiernavolgende jaarverslag aan, dat naast onze inhoudelijke impressie over het jaar, zoals tot uitdrukking komend in het openingsessay, ingaat op werkplannen, de behaalde resultaten wat activiteiten en projecten betreft, de behaalde resultaten in de media, en de terugblik op de organisatie in 2010. In de bijlagen treft u overzichten aan van de samenstelling van bestuur en team, treffers in de media en het jaaroverzicht in behaalde kerngetallen samengevat.
We zouden dit werk niet kunnen doen zonder de financiële hulp en betrokkenheid van vele donateurs, giften, bijdragen van kerken en subsidies van fondsen. Met name noemen we de steun van Kerk In Actie, Cordaid Nederland, de Stichting Porticus, de solidariteitsbijdrage van de gezamenlijke religieuzen in Nederland via de Commissie Projecten in Nederland, de donateuractie Arme Kant van Nederland/EVA, Stichting Sobriëtas, de donateurs van de Stichting Steunfonds DISK en Stichting Henk van Eekert Fonds. De steun van de Rijksoverheid aan het programma ‘SchuldHulpMaatje’ is al benoemd.

We hopen u met dit jaarverslag voldoende inzicht te geven in ons werk en zijn graag bereid tot mondelinge of schriftelijke toelichting.


Drs. R.S.E. Vissinga, voorzitter

Prof. Dr. J.B.M. Wissink, vice-voorzitter

Drs. H.J.G.M. Crijns, directeur

Dr. T.H. Hoekstra, mededirecteur



Werkloosheid, schulden en armoede

Hub Crijns en Herman Noordegraaf
In 2010 staan de activiteiten van landelijk bureau DISK voor een belangrijk deel in het teken van aandacht voor de gevolgen van de economische crisis in ons land. Een ingrijpend gevolg van de crisis is voor veel mensen de toename van de werkloosheid geweest, de toename van de armoede en de toename van de huishoudens met schulden. Dit essay schetst kort de mensen waar het om gaat, hoe kerken betrokken zijn met diaconale hulp, cijfers over werkloosheid, armoede, schulden, en wat kerken kunnen doen.
De gezichten van armoede

Armoede heeft vele gezichten, ook in Nederland, in elk dorp, elke plaats. Schrijnend zichtbaar zijn de ontheemden en verwarden die wij vaak op straten van grotere steden tegenkomen. Soms ervaren wij hun aanwezigheid als overlast. Even schrijnend zichtbaar zijn de 120 voedselbanken en de 20.000 huishoudens, die daar eind 2010 gebruik van maken. Het taboe rond de voedselbanken is door de TV-serie en actie van de familie Froger in 2008 duidelijk doorbroken.

Minder zichtbaar is de stille armoede, die zich afspeelt achter de voordeuren van mensen in alle delen van Nederland, die er op het eerste gezicht vaak niet arm uitzien. Het zijn de gezichten van ouderen, vaak vrouwen met een AOW. De gezichten van allerlei uitkeringsgerechtigden, die een verschraling van de voorzieningen moeten meemaken. Die gezichten hebben allerlei etnische kleuren en ook hier zijn het vooral vrouwen. Het zijn ook de gezichten van betaald werkende mensen, die ondanks hun ploeteren in verschillende baantjes, op of onder de armoedegrens leven. Heel vaak zijn dit ook kleine zelfstandige ondernemers of familiebedrijven.

Eén ingrijpende gebeurtenis kan mensen naar het bestaansminimum duwen. Denk aan echtscheiding, overlijden, verlies van de baan (vooral nu de wereldwijde kredietcrisis zichtbaar wordt), te hoge woonlasten. Het zijn de gezichten van werklozen en mensen die daardoor problemen met de hypotheekaflossing krijgen. De gezichten van mensen met schulden laten vermoeden dat dit steeds vaker voorkomt. De gezichten van vluchtelingen, illegalen, arbeidsmigranten, Roma en Sinti zijn ook zichtbaar her en der.

In al die huishoudens die worstelen met armoede groeien kinderen op. Hun gezichten laten meestal de zorgen van armoede niet zien, maar ze maken wel die levenservaring mee.
Armoede en diaconale hulp

In 2010 hebben vijftien kerken en bisdommen de resultaten bekend gemaakt van een onderzoek naar de financiële hulp, die Parochiële Caritas Instellingen (PCI), diaconieën en andere kerkelijke instellingen geven aan individuen in nood. Het onderzoek Armoede in Nederland 2010 is op 4 november gepresenteerd (Alle resultaten en de teksten staan op www.armekant-eva.nl en op de website: www.kerkinactie.nl/armoedeonderzoek).


[Kader]

Ruim driekwart van de kerken geeft aan betrokken te zijn bij diaconale hulp, zowel aan individuen als door middel van collectieve projecten. Het aantal hulpvragen is in het crisisjaar 2009 gestegen. Binnen de Protestantse Kerk in Nederland zijn de hulpvragen verdubbeld van 7.623 in 2008 naar 15.852. Bij de Rooms-Katholieke Kerk is het aantal met ruim 20% gestegen van 9.809 in 2008 tot 11.911 aanvragen om hulp in 2009. Dat is ook het beeld bij de andere deelnemende kerken. De totaalcijfers laten zien dat een diaconale organisatie gemiddeld 11,2 aanvragen per jaar ontvangt. Gemiddeld besteedt een diaconale organisatie een bedrag van € 4.058 aan individuele financiële hulpverlening. Omgezet in totaalcijfers komt het erop neer dat de diaconale organisaties € 12.327.739 aan individuele hulpverlening hebben besteed. Naast individuele hulp ondersteunen de diaconale organisaties ook collectieve initiatieven van armoedebestrijding zoals noodfondsen, voedselbanken of andere diaconale doelen, die zich op groepen richten, zoals jongeren, vrouwen en ouderen. Daarmee is een bedrag gemoeid van € 12.206.330. Dit optellend bij het eerder genoemde bedrag voor individuele hulp en de specifieke middelen die besteed worden om de situatie van mensen te verlichten via kerstpakketten, te weten € 3.369.915 en ondersteuning via inloophuizen, te weten € 1.715.562 is met de diaconale hulp een totaalbedrag gemoeid van € 29.619.546.

[Einde kader]
Wie worden vooral door kerken geholpen?

De kerken helpen geen andere groepen dan in reguliere onderzoeken rond armoede van het SCP en CBS naar voren komen. Vooral alleenstaande ouders worden geholpen (51,8%), direct gevolgd door mensen zonder betaald werk (48%). Volgens de gegevens van de kerken zijn dit niet samenvallende groepen. Andere veelvoorkomende groepen zijn ouderen, asielzoekers en mensen met psychische beperkingen. Diaconale organisaties geven aan dat hulpvragen vooral nodig zijn vanwege schuldenproblematiek of dat men lang met een laag inkomen moet rondkomen. De derde veel genoemde oorzaak is de onbekendheid met regelgeving en de bureaucratie. Ook incidentele hoge uitgaven waarvoor op een andere manier geen voorzieningen voorhanden zijn, veroorzaken dat mensen hulp moeten vragen bij een diaconale organisatie.

De belangrijkste conclusie zit op het einde van alle cijfers. Grote groepen burgers zijn langdurig afhankelijk geworden van diaconale hulp. Hun positie is dermate kwetsbaar dat hun recht op het opbouwen van een zelfstandig economisch bestaan teniet is gedaan. De zorg- en beschermingstaak van de overheid blijkt te kort te schieten. Dat is iets wat de kerken tegen de borst stuit. Dit onderzoek zal daarom niet alleen in eigen kring besproken moeten worden, maar hoort vooral thuis op de tafels waar het gesprek wordt gevoerd met de lokale en landelijke overheid, overige partijen en organisaties. Zeker nu het gevaar dreigt dat de financiële draagkracht en ondersteuning van deze groepen door bezuinigingen nog meer onder druk komen te staan. De diverse onderzoeken en de ervaringscijfers van de kerken leren dat de situatie in Nederland erger is geworden. De armoede is gegroeid en daarmee samenhangend de huishoudens in schulden. Er is alle aanleiding om waar dat kan hulp in te zetten. Dat kan onder de noemer van barmhartigheid en dan wordt vooral noodhulp en incidentele ondersteuning ingezet. Onder de noemer van gerechtigheid is ook betrokkenheid nodig: met structurele maatregelen is armoede ook te bestrijden voor grotere groepen. Daar is inzet van iedereen voor nodig en die gevraagde solidariteit door en voor iedereen maakt het spannend omdat het dan gaat om politieke argumentatie en strijd.
[Kader]

Werkloosheid in cijfers

De werkloosheid in Nederland kent in 2010 een dalende tendens. Hoewel veel andere indicatoren van de economie op rood staan vanwege de doorwerking van de economische crisis, is de trend van de werkloosheidscijfers juist andersom.




Nederland

x 1.000

Bevolking van 18-65 jaar

Beroeps-

bevolking

Werkzame

Beroeps-bevolking

Werkloze

Beroeps-

bevolking

Percen-tage

Kwartaal I

11.014

7.780

7.312

467

6,0

Kwartaal II

11.016

7.807

7.370

437

5,6

Kwartaal III

11.018

7.866

7.455

410

5,2

Kwartaal IV

11.020

7.816

7.426

390

5,0

Totaal

11.017

7.817

7.391

426

5,4

De hoogste werkloosheid zit in 2010 in de provincie Drenthe met gemiddeld 6,9%, gevolgd door de provincie Flevoland met 6,5%. De provincie Utrecht heeft met gemiddeld 4,6% de laagste werkloosheid. Van de grote steden scoort Rotterdam met gemiddeld 8,8% het hoogst en Utrecht met gemiddeld 5,2% het laagst.

Bij deze cijfers valt op te merken dat door de invoering van de Wet Investeren in Jongeren vanaf 1 oktober 2009 (WIJ) de cijfers van de jonge beroepsbevolking niet meer volledig doortellen in de werkloosheidscijfers. WIJ moet ervoor zorgen dat alle jongeren tot 27 jaar een opleiding volgen of werken. Ook jongeren die nu niet naar school gaan en geen werk hebben. Jongeren kunnen geen uitkering aanvragen maar krijgen een werkleeraanbod. Dat is een opleiding of werk, of een combinatie daarvan. Op basis van het werkleeraanbod, beoordeelt de gemeente of iemand recht heeft op een (aanvullende) inkomensvoorziening op grond van de WIJ. De bedoeling van WIJ is te voorkomen dat jongeren zonder diploma of werkervaring thuis blijven zitten. De gevolgen zijn dat een deel van de jongeren zich niet meer aanmeldt voor een uitkering of als baanzoekende. Dat deel verdwijnt gewoon uit de cijfers.

Een tweede opmerking is dat in de werkloosheidscijfers de toestand van de flexibele arbeidsmarkt niet volledig zichtbaar is. Onduidelijk is hoeveel flexibele arbeidskrachten in 2010 actief zijn op de arbeidsmarkt, dan wel door de crisis geen baan meer hebben. En onduidelijk is hoeveel zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) door de crisis hun werk (gedeeltelijk) zijn kwijt geraakt. Ook deze groep is voor een groot deel niet in de werkloosheidscijfers terug te vinden.

[Einde kader]
Armoede in cijfers

Nederland kent eind 2009 15,698 miljoen mensen, die leven in 6,9 miljoen huishoudens. Daarvan leven er blijkens het Armoedesignalement 2010 eind 2009 531.000 (7,7%) onder de lage-inkomensgrens. We hebben het dan over 1.090.000 personen. Ten opzichte van 2008 komt dit neer op een stijging met 41.000 mensen (0,2%). In 2009 leefden 164.000 huishoudens al vier jaar of langer onder de lage-inkomensgrens. Dat komt overeen met 2,6% van alle huishoudens; dat is net zoveel als in 2008. In aantallen personen gaat het dan in 2009 om 328.000 (2,3% van de bevolking).

Als de beleidsmatige armoedegrens erbij gepakt wordt, blijkt dat in 2009 in totaal 482.000 huishoudens (7,0%) in armoede leven. In 2008 is dat 6,4%. Van deze huishoudens leven zes op de tien met bijstand als belangrijkste inkomensbron. Bij huishoudens met een migrantenafkomst ligt het percentage armoedehuishoudens vier keer hoger dan bij huishoudens met een Nederlandse achtergrond.

[Kader]


In Nederland worden vier armoedegrenzen gehanteerd.

De beleidsmatige armoedegrens is de hoogte van de sociale uitkeringen, die elk half jaar door de Regering worden vastgesteld.

De lage-inkomensgrens is afgeleid van het bedrag dat een alleenstaande bijstandsgerechtigde in 1979 ontving. Voor latere jaren is deze norm bijgesteld via de consumentenprijsindex. Dit niveau is niet gekoppeld is aan een bepaald minimaal consumptiepakket. Dit niveau wordt verhoogd voor diverse samenlevingsvormen: meerpersoonshuishoudens en kinderen.

De budgetgerelateerde grens is door het Sociaal Cultureel Planbureau in 2005 vastgesteld met behulp van normbedragen, die het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) regelmatig publiceert. Deze armoedegrens is uitgewerkt in twee varianten. Het referentiejaar is 2000 (en wordt vanaf dat jaar geïndexeerd).



  1. In de laagste variant is gekeken naar wat men in Nederland voor een alleenstaande als volstrekt minimaal kan beschouwen, ofwel de basisbehoeften (basic needs) en de kosten die daarmee gemoeid zijn. Dit zijn de nauwelijks te vermijden uitgaven voor voedsel, kleding, wonen (o.a. huur, verzekeringen, energie, water, telefoon, inventaris, onderhoud woning en woongerelateerde belastingen) en enkele overige posten (zoals voor vervoer, extra ziektekosten, persoonlijke verzorging en wasmiddelen).

  2. In de tweede variant zijn ook bescheiden uitgaven opgenomen voor recreatie, lidmaatschap van een bibliotheek, een sport- of hobbyvereniging, een abonnement op een krant en tijdschrift, en een huisdier. Zo’n consumptiepeil wordt aangeduid als niet veel, maar toereikend (modest but adequate).

[Einde kader]
In vergelijking met de lage-inkomens armoedegrens is het opvallende aan deze beide budgetgerelateerde armoedegrenzen, die gebaseerd zijn op vaststelling van de levensbehoeften, dat het aantal armen daalt.

Volgens de niet-veel-maar-toereikende armoedegrens leeft in 2009 6,2% van de Nederlanders in een huishouden met een besteedbaar inkomen onder deze grens. Dat zijn 971.000 personen in 453.000 huishoudens. In 2008 verkeert 5,5% van de personen onder deze grens. Op basis van het niet-veel-maar-toereikendcriterium neemt de langdurige armoede van 2008 op 2009 wel toe. Het aandeel personen dat tenminste drie jaar onder deze grens leeft is gestegen van 2,0% tot 2,2%.

De strengere basisbehoeften armoedegrens levert in 2009 een nog lager aantal armen op: 4,4% van alle Nederlanders, ofwel 684.000 personen in 315.000 huishoudens. In 2008 gaat het om 3,8% van alle Nederlanders, ofwel 600.000 personen in 285.000 huishoudens
Kinderen in armoede

Eenoudergezinnen met uitsluitend minderjarige kinderen, huishoudens uit diverse etnische groepen, alleenstaanden tot 65 jaar, chronisch zieken en mensen met een beperking, en ouderen zonder pensioenregeling kampen het vaakst met armoede.

Het aandeel kinderen van 0-17 jaar in armoede is in 2009 gestegen. In 2009 is hun aantal volgens de lage inkomensgrens 331.000 (9,9%), waarvan 108.000 langer dan vier jaar. Ruim vier op de tien van hen groeit op in een bijstandsgezin.

Volgens de armoedegrens niet-veel-maar-toereikend leven in 2009 311.000 kinderen of 9,1% van de 0-17 jarigen in een arm huishouden. In 2008 is dat 8,1%.

Deze jonge mensen worden geconfronteerd met problemen op verschillende terreinen: sociaal-emotionele ontwikkeling, onderwijs, gezondheid, inkomen. Een kwart van de gezinnen op het minimum eet niet elke dag een warme maaltijd, omdat het geld ontbreekt.
Meer werkende armen

Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) beschouwt een betaald werkende als arm indien hij of zij onder de armoedegrens zit en werkend is, en het inkomen uit werk het grootste bestanddeel is van het totale inkomen. Het sociaal minimum voor een alleenstaande is 917 euro per maand (inclusief vakantietoeslag), voor een gezin (ouders, twee kinderen) 1450 euro (niveau 2010).

Rond 1990 staan tegenover één werkend arm huishouden twee arme uitkeringsgerechtigde huishoudens. Aan het eind van het decennium is die verhouding opgelopen tot één op één. In het jaar 2000 zijn er 232.000 huishoudens met als belangrijkste inkomstenbron werk in loondienst of als zelfstandig ondernemer zonder personeel (zzp’er), die met hun inkomen onder de lage-inkomensgrens bleven. In 2007 constateert het Sociaal en Cultureel Planbureau dat er 281.000 mensen zijn die wél betaald werken, maar toch arm zijn.

Het aantal werkende armen is in 2010 gestegen tot 576.000. De verslechtering is voornamelijk toe te schrijven aan de economische crisis. Hierdoor hebben veel flexwerkers en zzp’ers hun werk verloren. Van zelfstandigen die hun bedrijf overeind hebben kunnen houden zijn de inkomsten behoorlijk gedaald.

‘Werkende armen’ maken een groeiend deel uit van de totale groep arme huishoudens; hun aandeel neemt het afgelopen decennium toe van 50% naar 59%.
[Kader]

Migranten en niet-westerse huishoudens in armoede

Het armoederisico van mensen van Turkse, Marokkaanse of overig niet-westerse herkomst is eind 2009 18-22%. In 2009 heeft bijna een kwart van de huishoudens met een niet-westerse hoofdkostwinner een laag inkomen. Dit is ruim driemaal zo veel als gemiddeld en vier keer zo veel als onder autochtonen. Bij niet-westerse huishoudens heeft het lage inkomen bovendien vaker een aanhoudend karakter: bij hen komt een langdurig laag inkomen daardoor bijna vier keer zo veel voor als gemiddeld. Huishoudens waarvan de hoofdkostwinner uit Marokko afkomstig is, zijn in 2009 met 13,6% het meest getroffen door een langdurig laag inkomen. Onder Surinaamse huishoudens komt een langdurig laag inkomen in 6,7% voor.

De dynamiek van werk naar uitkering en omgekeerd is bij niet-westerse allochtonen groter dan bij autochtonen, vooral bij jongeren. In economisch slechte tijden (2005 en 2009) neemt het percentage met een laag inkomen sterker toe, in goede tijden (2006-2007) sterker af dan voor de totale groep huishoudens.

[Einde kader]


Meer huishoudens in de problemen

Het aantal huishoudens met problematische schulden is verontrustend gegroeid de afgelopen drie jaar. Volgens CBS-cijfers van 200.000 in 2005 via 350.000 in september 2008 naar 500.000 eind 2008.

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in 2008 opdracht gegeven voor een onderzoek naar huishoudens met een verhoogd risico op problematische schulden. In oktober 2009 heeft het bureau Panteia de resultaten gepubliceerd in Huishoudens in de rode cijfers. Bijna één op de tien huishoudens in Nederland kampt met problematische schulden. Dat zijn 700.000 huishoudens, met de effecten van de economische neergang nog voor de boeg! Nog eens 250.000 huishoudens kampen in oktober 2008 met hun financiën vanwege hun koophuis. In november 2008 blijken er dus ongeveer 1 miljoen huishoudens te zijn met een problematische geldhuishouding. In deze cijfers zit volgens de deskundigen 60% van de huishoudens met een laag inkomen, laaggeletterd, wisselende loopbaan met betaald werk. Dat is de groep die traditioneel bekend is vanuit de sociale zekerheid. Ongeveer 40% van deze groep is nieuw: hoog inkomen, tweeverdieners, hooggeletterd, stevige loopbaan met betaald werk. Bijzonder in deze groep is dat ze eerder in de problemen blijkt te komen door echtscheiding dan door werkloosheid.

Volgens het Armoedesignalement 2010 hebben arme huishoudens in 2009 volgens alle armoedegrenzen vaker financiële problemen dan huishoudens met een hoger inkomen. Huishoudens met een inkomen onder de lage-inkomensgrens rapporteren vaker betalingsachterstanden dan huishoudens met een hoger inkomen (2009: 17% tegen 4%). Ook geven ze vaak aan zich bepaalde uitgaven niet te kunnen veroorloven. Zo noemt ruim 11% onvoldoende geld te hebben voor een warme maaltijd met vlees, vis of kip om de dag. Bijna 40% heeft niet genoeg geld om regelmatig nieuwe kleren te kopen. Ook geeft 37% aan (zeer) moeilijk te kunnen rondkomen.

Uit de Monitor Betalingsachterstanden 2010 komt naar voren dat bij alle huishoudens alle onderscheiden vormen van betalingsachterstanden ten opzichte van de Monitor 2009 zijn toegenomen. Met inbegrip van de 32.000 trajecten voor de Wet Sanering Natuurlijke Personen (WSNP) zijn er einde 2010 in Nederland ruim 1,89 miljoen huishoudens met diverse vormen van betalingsachterstanden. Gerelateerd aan het totaal van bijna 7,1 miljoen huishoudens (CBS-Statline) blijkt dat dit 26,7% van alle huishoudens is. In 2009 ligt dit percentage met 6,9 miljoen huishoudens op 24,8%.

Op 11 april 2011 meldt ‘Trouw’ dat in de stad Amsterdam in 2010 ruim 12.500 gezinnen en alleenstaanden zich aangemeld hebben voor schuldhulp. Dat is 13% meer dan in 2009. In vier jaar tijd hebben ruim 40.000 huishoudens zich voor schuldhulpverlening aangemeld in de stad Amsterdam. Het bedrag aan schuld per huishouden neemt elk jaar toe in die laatste vier jaar: van 19.000 naar 27.000 euro gemiddeld. Het aantal schuldeisers stijgt ook: van gemiddeld 6,5 naar 9.

De Nederlandse Vereniging van Kredietbanken meldt eind april 2011 dat zich in 2010 in totaal 80.000 huishoudens hebben aangemeld voor schuldhulpverlening, ruim 25.000 meer dan in 2009.
Perspectief in de nabije toekomst

De gevolgen van de kredietcrisis, economische crisis, eurocrisis en bezuinigingscrisis in 2010 en 2011 zijn nog niet verwerkt in de landelijke cijfers over armoede. Gedeeltelijk wel in de cijfers over schulden. De verwachtingen zijn, mede als het onderzoek naar diaconale hulp door kerken Armoede in Nederland 2010 als mede indicator gebruikt wordt, dat de armoede in kwantitatieve zin zal toenemen. Vooral de mensen met minder kansen op de arbeidsmarkt zullen in de armoede blijven. Temeer omdat door de bezuinigingen de hoogte van de herverdelingsinkomens behoorlijk zal gaan dalen. Waarschijnlijk is dat er een toename is naar 9 of zelfs 10 procent van de huishoudens.

Een kwantitatieve benadering van armoede is één manier van kijken. De kwalitatieve manier van kijken leert iets over wat armoede betekent voor mensen. Het niet volop mee kunnen doen in de samenleving, het tekort aan inkomen, het telkens moeten zorgen voor de dag van morgen: dat alles tekent mensen. Armoede heeft grote invloed op het leven van mensen, de relaties die ze aan kunnen gaan, de identiteit. Vooral huishoudens die al vier jaar of langer onder de beleidsmatige armoedegrens moeten leven hebben het moeilijk. Ouders blijken zichzelf weg te cijferen om hun kinderen betere kansen te geven. Het meest moeilijke is de uitzichtloosheid, het verlies aan toekomstperspectief.
Wat dienen kerken te doen?

De vraag naar wat kerken in deze grote maatschappelijke problematieken dienen te doen verwijst naar de onderliggende visie op mens, maatschappij en kerk. Kerken doen mee en willen meedoen in de samenleving vanuit hun gelovig verstaan van Godsdienst en mensendienst. Dat wil zeggen dat zij vanuit hun kerkelijke participatie ook uitdrukkelijk verantwoordelijkheid willen dragen in het publieke domein. Op grond van de ervaringen in het diaconale veld dient de kerkelijke inzet altijd er één van kritische participatie te zijn op het lokale niveau (zoals het gemeentelijk armoedebeleid, de Wet Werk en Bijstand (WWB) en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) en in het landelijk beleid.

Deze keuze voor kritische participatie betekent dat de kerken zich niet moeten afwenden van de samenleving met de motivering dat ze zich niet met ‘de wereld’ inlaten of zich alleen op de eigen leden richten. Die deelname betekent ook niet dat kerken zich in het publieke domein kritiekloos dienen aan te passen en accommoderen. Het gaat er om vanuit de eigen geloofsachtergrond en de eigen opdracht tot kerk-zijn mee te doen. Soms leidt dat tot overeenstemming met de inzet van anderen, soms echter tot een protest en soms ook tot verzet.

Kerken en diaconaat nemen deel aan de samenleving via een breed scala van activiteiten, zoals uit het onderzoek naar diaconale betrokkenheid in armoedesituaties blijkt. Het is van belang dat kerken daarbij bereid zijn om in netwerken met andere relevante groeperingen, organisaties en overheden samen te werken om zo des te effectiever noden te kunnen bestrijden. Zij dienen echter ook in die vormen van samenwerking kritisch te participeren, omdat zij, daartoe aangezet vanuit hun geloofstraditie, zullen signaleren wanneer mensen door de vloer van het bestaan zakken, of wanneer verschraling van zorg plaatsvindt, of wanneer de Nederlanders zich te zeer afsluiten voor mensen van elders uit de wereld. Daarbij zal het erom gaan een verworvenheid van de verzorgingsstaat, namelijk het rechtskarakter van sociale zekerheid en van sociale voorzieningen, overeind te houden in wetgeving en andere regelgeving, beleid, financiële prioriteiten en het rechtsbesef en onderlinge betrokkenheid in de samenleving. Dit met het oog op een fatsoenlijk bestaan voor een ieder en de volwaardige deelname van mensen in de samenleving naar hun mogelijkheden. Participatie van kerken valt niet samen met kritiekloze aanpassing aan dominante trends, maar gaat juist vanuit solidariteit met mensen in de knel gepaard met kritische bezinning op wat gaande is.


Twee manieren van hulp verlenen

Bij armoedebestrijding en schuldhulpverlening en het kerkelijke doen of het helpen is het verstandig eerst onderscheid te maken tussen twee soorten van benadering of hulp bieden en organiseren, te weten de interventie benadering en de presentie benadering.

De eerste is die van de interventie benadering. Deze is kenmerkend voor alle professionele hulpverlening. Kenmerkend is de sociaal-technische aanpak: intake, analyse van wat het probleem is, diagnose rond middelen en instrumenten om het probleem op te lossen, uitvoeren van die middelen, evaluatie van de inzet met het beoogde effect of remedie en tenslotte de afsluiting. Meestal kenmerkt de interventie benadering zich door een procedure, een traject, een behandelplan, een tijdpad, een doel.

Andries Baart is de grondlegger van de theoretische beschrijving van een benadering van diaconaal handelen die de benaming heeft gekregen van presentietheorie of presentie benadering. Hier kunnen heel bondig enkele karakteristieken van die presentiebenadering geschetst worden. Kenmerkend is het er zijn voor de ander, de volgehouden nabijheid en solidariteit weegt zwaarder dan het hoe dan ook oplossen van problemen, zorg om de waardigheid en bejegening van de ander, de wederzijdsheid van de diaconale relatie. Belangrijk is: nooit iemand afschrijven ondanks zijn of haar tekortkomingen, het samen mee uithouden van het sociaal of persoonlijk lijden. Je kan met mensen meelopen, een hand uitsteken, de administratie op orde brengen, iemand leren lezen, meegaan naar een loket of een arts. Bij presentie horen ook signaleren, aanwijzen, verwijzen en als er teveel mensen gewond langs de weg liggen: protesteren, de publiciteit zoeken, zij die de middelen hebben om te helpen te pressen die in te zetten.

De rol van kerken zal vaker liggen in de presentie benadering, dan in de interventie benadering. Belangrijk is ook van elkaar weet te hebben, naar elkaar te verwijzen, gebruik te maken van elkaars capaciteiten en mogelijkheden.
Vier strategieën in diaconaal handelen

In armoedebestrijding of helpen bij mensen in nood zijn in algemene zin vier strategieën aan te wijzen, die alle met een ‘c’ beginnen:



  • Communicatie: met mensen in nood, de eigen parochie of gemeente, anderen in de stad, andere kerken. Het gaat om voorlichten, informeren, signaleren, ontmoeten, netwerken, terugkoppelen, public relations, folders, pers, et cetera.

  • Coöperatie: werk samen met anderen, zowel bij plannen, uitvoeren, evalueren.

  • Compensatie: het opzetten van nieuwe activiteiten bij het constateren van een witte plek in de voorzieningen: opzetten sociaal noodfonds, hospice, inloophuis, exodushuis, eetgroep, voedselbank, kledingwinkel, enzovoorts.

  • Correctie: het weghelpen van gebleken zaken, die te kort schieten met betrekking tot noodlijdenden, zoals rond procedures, bejegening, bureaucratie, uitvoering, et cetera.


Voornaamste manieren van helpen vanuit kerken

Diaconale hulp geven aan mensen in nood en aan mensen met schuldproblemen kan op twee manieren: helpen met geld en helpen zonder geld.


a. Helpen met geld

Helpen met geld kan op meerdere manieren:



  1. Een financiële gift geven

  2. Een lening verstrekken, al of niet renteloos.

  3. Noodhulp in natura.

  4. Een hulpfonds of noodfonds.

  5. Sociaal, diaconaal en missionair pastoraat.


b. Helpen zonder geld

Helpen zonder geld kan ook op meerdere manieren:



  1. Naast de belanghebbenden gaan staan.

  2. Activeren van de eigen kerkelijke achterban.

  3. Zichtbaar maken van de armoede.

  4. Inzet van vrijwilligerswerk.

  5. Helpen onder protest.

  6. Werken aan rechtvaardiger verhoudingen.

Deze concrete activiteiten van kerken bij bestrijding van armoede en hulp aan mensen die financieel in de knel zitten komen terug in de ervaringen en inzichten die inmiddels in meer dan twintig jaar zijn opgedaan en de principiële Bijbelse lijnen over rechtdoen. In de handreiking Armoede en recht doen. Helpen onder protest in de praktijk (Werkgroep Arme Kant van Nederland en Kerk in Actie 2010) zijn achttien concrete voorbeelden genoemd en uitgewerkt.



Jaarverslag 2010
In het navolgende volgt het verslag van de stichting landelijk bureau DISK, kortweg DISK geloof en economie, over het werkjaar 2010.

1. Inleiding
Dit jaarverslag opent met een kort beschrijving van wie DISK is, wat het vastgestelde beleid en de werkplannen zijn. Vervolgens komt er een serie impressies, die de voornaamste activiteiten van het werkjaar in beeld brengt. Dit werkoverzicht eindigt met een korte evaluatie. Ter ondersteuning van die waardering zijn twee bijlagen opgesteld, waarin de media-aandacht en de behaalde resultaten in cijfers zijn weergegeven. De slotparagraaf brengt de werkorganisatie in beeld, evenals de activiteiten van het bestuur.
Het debat over de combinatie van betaalde arbeid en onbetaalde zorg vormt ook een rode draad in het werk van het jaar 2010 en het project ‘Beroep en Bezieling’ bewijst daarin goede diensten. Gedurende het jaar is verder gewerkt aan de uitbouw van de website www.duurzamekerk.nl, zijn exemplaren van de duurzaamheidspecial Op het Leven verspreid en andere werkmaterialen ontwikkeld.

Het hele jaar staat in het teken van de internationale kredietcrisis en er ontstaan vragen naar de gevolgen in de wereld van de betaalde economie en in die van de huishoudens. De handreiking Werkloosheid: kerende kansen… opent het jaar. De handreiking rond de Kredietcrisis en de rol van kerken wordt wegens veel navraag herdrukt.

Twee publicaties sluiten vanuit het programma ‘Geloof, verarming en verrijking’ aan bij de actualiteit en zij trekken veel aandacht op het moment van verschijnen. Het zijn de handreiking Armoede en recht doen. Helpen onder protest in de praktijk in juni, en het onderzoek naar diaconale hulp van kerken Armoede in Nederland 2010 in november

Het jaar 2010 is tevens het jaar waarin na verschillende verkenningen van de schuldenproblematiek van huishoudens DISK meer betrokken raakt met schuldhulpverlening en de diaconale rol, die kerken daarin kunnen hebben. De ontwikkeling, start en uitvoering van het programma ‘SchuldHulpMaatje’ getuigen daarvan.



2. Landelijk bureau DISK
Landelijk bureau DISK is een interkerkelijke stichting. Opdrachtgevers, financiers en doelgroepen van DISK zijn allereerst de kerken in hun missionair-diaconale betrokkenheid op arbeid, zorg en inkomen.

In de stichting landelijk bureau DISK (opgericht in 1972 en statutair herzien in 2001) werken de volgende kerken samen. Het rooms-katholieke kerkgenootschap in Nederland (RKK) participeert via de Landelijke Instelling voor het rooms-katholiek Arbeidspastoraat in Nederland (LIAN), statutaire voorzetting van de Stichting Bedrijfsapostolaat Nederland sinds maart 2000, waarin de zeven bisdommen elk een zetel hebben. De voorzitter van LIAN wordt afzonderlijk benoemd.

De volgende kerken participeren direct in de stichting landelijk bureau DISK: Protestantse Kerk in Nederland, Algemene Doopsgezinde Sociëteit Nederland, Oud Katholieke Kerk in Nederland en Remonstrantse Broederschap. In de hoedanigheid van waarnemer participeren de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland en de Basisbeweging van kritische groepen en gemeenten in Nederland.

Landelijk bureau DISK werkt op onderdelen van de programma’s vaak samen met de Raad van Kerken in Nederland.

Verschillende fondsen, zoals Kerk in Actie, de Stichting Porticus, het Henk van Eekert Fonds, de Nederlandse Religieuzen, Cordaid Nederland, de Stichting Rotterdam, de katholieke matigheidsbeweging Sobriëtas, een aantal fondsen, dat anoniem wil blijven, de donateurs via het Steunfonds DISK en de donateuractie Arme Kant van Nederland/EVA zijn even zo vele opdrachtgevers aan het werk.

3. Vastgesteld beleid
Landelijk bureau DISK werkt in het jaar 2010 met het Beleidskader landelijk bureau DISK periode 2010-2015 Bijdragen aan een barmhartige en rechtvaardige samenleving, dat in februari is vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Het beleidskader voorziet in drie grote programma’s, namelijk ‘Geloof, Economie en Duurzaamheid’, ‘Naar een interkerkelijk Diaconaal Netwerk’, en ‘Geloof en verarming en verrijking’. In deze programma’s worden projecten in hun samenhang gebundeld en uitgevoerd. De onderlinge meerjarenplanning van de eerste twee programma’s met het derde is met een jaar verspringend. In de jaarvergadering van juni is er de planning van het programma ‘SchuldHulpMaatje’ aan toegevoegd.
In de vergadering van februari heeft het Algemeen Bestuur de Werkplannen 2010 van de drie programma’s vastgesteld. In de juni jaarvergadering zijn de financiële en inhoudelijke jaarverslagen besproken en vastgesteld. In de novemberbijeenkomst heeft het Algemeen Bestuur in aanwezigheid van Mgr. G. de Korte, bisschopreferent voor Kerk en Samenleving, de encycliek Caritas in veritate besproken.
Landelijk bureau DISK is samen met de Raad van Kerken in Nederland de opdrachtgever van de oecumenische campagne tegen verarming en verrijking. Het bestuur heeft in mei 2008 een nieuw beleidsprogramma Roep om gerechtigheid voor de jaren 2009-2011 vastgesteld. De Raad van Kerken in Nederland gaf op 10 september 2008 het mandaat voor de beleidsperiode 2009-2011. Bij landelijk bureau DISK is dit programma ‘Geloof en verarming en verrijking’ genoemd.
Het bestuur is actief in het ontwikkelen van beleidsplannen en scenario’s voor 2011 en rond de toekomst van landelijk bureau DISK met name na het jaar 2013 en verder (zie paragraaf 8).

4. Werkplannen voor 2010
De Werkplannen 2010 van de verschillende programma’s voorzien in activiteiten en projecten. Daarnaast zijn er taken, die we voor alle programma’s gezamenlijk verrichten.
a. Algemene taken

Het team verricht vanuit het bureau een aantal taken, dat in alle programma’s terugkomt. Het zijn de volgende activiteiten:



  • de frontoffice-taak (telefoon beantwoorden, mail lezen en beantwoorden, bestellingen opnemen, luisteren naar verhalen, vragen beantwoorden, bemiddelen van contacten, verwijzen naar andere instellingen);

  • bezoekers op het bureau ontvangen;

  • bestellingen uitvoeren, administratie verzorgen, adresbeheer;

  • informatie voorziening aan verschillende netwerken;

  • onderhouden en updaten van websites, persberichten, andere vormen van communicatie;

  • inspelen op actuele gebeurtenissen via artikelen in landelijke pers en andere media.

Van elk programma zijn voor het jaar 2010 afzonderlijke werkplannen gemaakt, waarin opgenomen de voorgenomen activiteiten en projecten. De Werkplannen 2010 komen voort uit de meerjarenplanning die voor het programma ‘Geloof, Economie en Duurzaamheid’ de jaren 2010 tot en met 2012, voor het programma ‘Naar een Interkerkelijk Diaconaal Netwerk’ de jaren 2010-2012, en voor het programma ‘Geloof en verarming en verrijking’ de jaren 2009 tot en met 2011 omvatten. Het programma ‘SchuldHulpMaatje’ duurt volgens de verstrekte subsidie van 1 juli 2010 tot en met augustus 2011.


b. Programma ‘Geloof, Economie en Duurzaamheid’

Vanuit het programma ‘Geloof, Economie en Duurzaamheid’ voorziet het Werkplan 2010 in de volgende activiteiten.



  • Organiseren van DISK Voorjaarsconferentie op 19 maart 2010 met als thema werkloosheid.

  • Organiseren thema- of studiebijeenkomsten en op maat aanbieden van training, supervisie en intervisie plus het aanbieden van deskundigheidsbevorderende literatuur.

  • Ontwikkelen van en werken met materiaal voor viering en gesprek rond de zondag van de arbeid (2 mei 2010), de biddag voor gewas en arbeid (10 maart) en de dankdag voor gewas en arbeid (3 november). Het bestuur heeft Werkloosheid: kerende kansen… als jaarthema 2010vastgesteld.

  • Organiseren van de donateuractie 2010 Steunfonds DISK.

  • Participatie in de Ab Harrewijn Prijs op 13 mei 2010.

  • Stimuleren dan wel participeren aan lobby’s rond arbeid, zorg en inkomen richting kerken of overheden.

  • Uitgeven van het tijdschrift Ondersteboven, eventueel nieuw nummer in de DISK Studiereeks, onderhouden en updaten website, persberichten, andere vormen van communicatie.

  • Onderhouden van contacten en samenwerkingsrelaties in een breed netwerk van oecumenische en rooms-katholieke organisaties die actief zijn op het beleidsterrein van Kerk en Samenleving en diaconie.

  • Beheer interne organisatie, personeelsbeleid, management; jaarverslag opstellen, financieel en inhoudelijk; werkplannen 2011 maken.

  • Participatie in diaconale initiatieven rond de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO).

De volgende projecten zijn vanuit het programma ‘Geloof, Economie en Duurzaamheid’ in het Werkplan 2010 opgenomen:



  • Project ‘Gesprek over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen’, vierde werkjaar. Verder werken met al ontwikkelde instrumenten, te weten: duurzaamheidscan Op het Leven, de webstek www.duurzamekerk.nl en de cursus Kerk en duurzaamheid. Voorts aandacht voor het genereren van publiciteit en recensies; het verzorgen van inleidingen.

  • Project ‘Inventariseren arbeidspastorale initiatieven’. Werkplan 2010: inventariseren van plekken met initiatieven vanuit kerken, instellingen en personen gericht op arbeid en economie. In 2010 kunnen deze initiatieven geïnventariseerd worden. Het plan is om de betrokkenen uit te nodigen voor een bijeenkomst.

  • Project ‘Beroep en Bezieling’. Vierde werkjaar. Werkplan 2010: Publiceren van de laatste artikelen uit de reeks interviews in Ondersteboven. Eindredactie voltooien van het boek Beroep en Bezieling, verzorgen van de opmaak, drukken en uitgeven van het boek in samenwerking met uitgeverij Kok in juni 2010. Maken van een communicatieplan. Het genereren van publiciteit en recensies; het verzorgen van inleidingen. Organiseren van een presentatiebijeenkomst. Maken van een verslag van de presentatiebijeenkomst.

  • Project ‘Arbeid, Zin en Geloof’. Werkplan 2010: het ontwikkelen van een werkformule. Samenstellen van een kerngroep. Houden van een startbijeenkomst. Houden van interviews en het maken van artikelen. Organiseren van een of meer expertmeetings. Opnemen van themakaternen van verhalen of interviews in Ondersteboven en op de website www.disk-arbeidspastoraat.nl.

  • Project ‘Kerk en Landbouw’. Werkplan 2010: een vinger aan de pols houden wat de landbouwthematiek betreft. Inventariseren onder gemeenteadviseurs en diaconale werkers waar kerken op dit terrein tegenaan lopen en behoefte aan hebben. Mogelijke vragen van groepen en netwerken beantwoorden. Maken van een handreiking rond landbouw, duurzaamheid en voedsel in Ondersteboven en aan (digitale) suggesties voor kerkelijk professioneel kader

  • Project ‘Ondersteboven’. Werkplan 2010: het opzetten van de jaarplanning; het definiëren van bijzondere doelgroepen bij elk nieuw nummer; het uitbrengen van vier of vijf nummers in de lopende jaargang. Bijzonder thema dat aandacht kan hebben is Landbouw, voedsel en duurzaamheid.

  • Het ontwikkelen van nieuwe activiteiten en projecten.


c. Programma ‘Naar een Interkerkelijk Diaconaal Netwerk’

Het programma ‘Naar een Interkerkelijk Diaconaal Netwerk’ voorziet in het Werkplan 2010 in de volgende activiteiten.



  • Organiseren van DISK Voorjaarsconferentie op 19 maart 2010 met als thema: werkloosheid en de positie van de ‘onrendabelen’.

  • Organiseren thema- of studiebijeenkomsten en op maat aanbieden van training, supervisie en intervisie plus het aanbieden van deskundigheidsbevorderende literatuur.

  • Ontwikkelen van en werken met materiaal voor viering en gesprek rond de zondag van de arbeid (2 mei 2010), de biddag voor gewas en arbeid (10 maart) en de dankdag voor gewas en arbeid (3 november). Het bestuur heeft Werkloosheid: kerende kansen… als jaarthema vastgesteld.

  • Mede helpen bij het uitgeven van het tijdschrift Diaconie & Parochie, onderhouden en updaten website, persberichten, andere vormen van communicatie.

  • Samenwerken met het Landelijk Katholiek Diaconaal Beraad.

  • Onderhouden van contacten en samenwerkingsrelaties in een breed netwerk van oecumenische en rooms-katholieke organisaties die actief zijn op het beleidsterrein van Kerk en Samenleving en Diaconie.

  • Ontwikkelen beleidsplannen rond de toekomst van landelijk bureau DISK met name na het jaar 2013 en verder.

  • Beheer interne organisatie, personeelsbeleid, management; jaarverslag opstellen, financieel en inhoudelijk; werkplannen 2011 maken.

De volgende projecten zullen vanuit het programma ‘Naar een Interkerkelijk Diaconaal Netwerk’ volgens het Werkplan 2010 opgepakt worden:



  • Project ‘Wijziging Handboek Diaconiewetenschap’. Vierde werkjaar: de redactie maakt een ontwerp van de herziening, zoekt auteurs, werkt zelf aan teksten. Een en ander in samenwerking met uitgeverij Kok te Kampen. Het genereren van publiciteit en recensies; het verzorgen van inleidingen.

  • Project ‘Diaconale Alliantie’, in samenwerking met Actioma, Justitia et Pax en Landelijk Katholiek Diaconaal Beraad (LKDB), jaarplan 2010: tweede werkjaar vervolgproject: het uitbouwen van de webstek www.rkdiaconie.nl; het verwerven van draagvlak in de katholieke kerk; het plaatsen van educatieve modulen op de webstek. Het maken van folders, het genereren van publiciteit.

  • Het adviseren van Cordaid Nederland.

  • Project Diaconale Studiekring. In februari en september een studiedag rond diaconale thema’s voorbereiden en uitvoeren.

  • Het organiseren van regionale werkdagen voor vrijwillig diaconaal kader en bestuurders van Parochiële Caritas Instellingen. Het ontwikkelen van een gezamenlijke Week van de Diaconie en een Zondag van de Diaconie in de zeven bisdommen.

  • Mede verzorgen van de uitgave van het LKDB tijdschrift Diakonie & Parochie. Het thema van de jaargang 2010 is ‘Diaconie en Caritas in veritate’.

  • Het ontwikkelen van nieuwe activiteiten en projecten.


d. Programma ‘Geloof, verrijking en verarming’

Voor het jaar 2010 ontwikkelt het programma ‘Geloof, verrijking en verarming’ activiteiten en projecten die voortkomen uit de oecumenische campagne tegen verarming en verrijking Roep om gerechtigheid, mede in opdracht van de Raad van Kerken in Nederland, waaronder tevens valt de samenwerking met de Alliantie voor Sociale Rechtvaardigheid, kortweg Sociale Alliantie. Trekker is de werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA. In dit programma wordt het netwerk van arme kant- en EVA-groepen ondersteund, werkmateriaal voor parochies en gemeenten gemaakt en geparticipeerd in publiek debat rond verarming en verrijking en lobby naar landelijke, provinciale en lokale overheden.


Het programma ‘Geloof, verarming en verrijking’ zet in het Werkplan 2010 de volgende activiteiten op de rol:

  • EVA Ontmoetingsdag 2010.

  • Donateuractie 2010 Steunfonds AKN/EVA.

  • Informatie geven, beantwoorden van telefoon en mailtjes, bestellingen afhandelen.

  • Maken en verspreiden van de Gids Betaalbare vakanties 2010. Redactie en ontwikkeling van de Gids Betaalbare vakanties 2011.

  • Alternatieve Smartlappenfestival 2010 ondersteunen.

  • Aanbieden van studie tijdens de bijeenkomsten van het Beraad en training voor kleine groep vrouwen.

  • Uitgeven van tijdschrift Arme Krant van Nederland, bijhouden van de eigen website, uitgeven van eigen publicaties.

  • Meewerken aan Diakenendag 2010.

  • Meedoen met lobbies richting landelijke en provinciale overheden. Inspelen op actuele gebeurtenissen via artikelen in landelijke pers, en andere media, en direct naar de overheid.

  • Volgen van ontwikkelingen rond de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO); informatie, educatie en activering ontwikkelen rond de WMO.

De volgende projecten komen vanuit het programma ‘Geloof, verrijking en verarming’ in het Werkplan 2010 Roep om gerechtigheid aan bod:



  • Samen met Kerk In Actie, het Landelijk Katholiek Diaconaal Beraad, de r.-k. bisdommen, de Vincentiusvereniging, de Remonstrantse Broederschap, de Oud-Katholieke Kerk, de Doopsgezinde Sociëteit, landelijk bureau DISK en de Raad van Kerken in Nederland het project ‘Armoede onderzoek naar individuele materiële kerkelijke hulp 2010’ uitzetten, uitvoeren, beschrijven en presenteren. Daarna opstarten van de doorwerking in kerken.

  • Project ‘Helpen onder protest’ voortzetten met ontwikkelen van handreiking Armoede en recht doen. Helpen onder protest in de praktijk; werken met de serie protestkaarten.

  • Het project ‘Jongeren en armoede’ oppakken door het dossier op de site te vernieuwen.

  • Het project ‘Digitale Nieuwsbrief” ontwikkelen en de technische voorzieningen gebruiksklaar maken. Opmaak van de webstek vernieuwen. Opmaak van de Arme Krant van Nederland vernieuwen.

  • Samen met de Alliantie voor Sociale Rechtvaardigheid en Cordaid Nederland participatie in het jaarplan 2010 rond het Europees Jaar tegen armoede en sociale uitsluiting en Lokale Sociale Allianties. Er is in mei een Alliantie Raad en in het najaar zijn er vijf Alliantiedagen, gevolgd door het jaarlijks overleg met de staatssecretaris voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid in december.

  • Project ‘EVA-café’s’. Experimenteren met het organiseren van regionale bijeenkomsten voor vrouwen over thema’s die in de betreffende regio actueel zijn en/of door vrouwen belangrijk worden geacht. Starten in twee regio’s.

  • Het project ‘Budgetspel’ oppakken door het spel te vernieuwen en uit te breiden, in de praktijk te testen, opnieuw uit te geven, en door regionale training voor begeleiders aan te bieden.

  • Participeren in het programma ‘SchuldHulpMaatje


e. Programma ‘SchuldHulpMaatje’

In 2010 is het programma ‘SchuldHulpMaatje’ ontstaan als gevolg van de uitvoering van de Motie Ortega-Martijn, waardoor het Rijk vijf miljoen euro beschikbaar heeft gesteld voor projecten met vrijwilligers rond schuldhulpverlening. Er zijn door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 14 organisaties benaderd om een plan in te dienen. Van deze 14 organisaties hebben het Landelijk Katholiek Diaconaal Beraad (in samenwerking met landelijk bureau DISK), Kerk in Actie, de Evangelische Alliantie, Samenwerkende Kerken in Nederland (SKIN) en de Protestantse Christelijke Ouderen Bond (PCOB) de krachten gebundeld in de Alliantie Budgetbuddy, later SchuldHulpMaatje genoemd. Op het einde van het jaar zijn er plannen om er ook de Vincentiusvereniging Nederland bij te betrekken. Het projectplan SchuldHulpMaatje wordt op 21 mei ingediend en in juli 2010 toegekend. Er is als doelstelling genoemd om in 25 plaatsen het project draaiend te krijgen, waarbij in totaal 600 maatjes getraind zullen worden. In elke plaats zal met de burgerlijke overheid samenwerking gezocht worden.


Vanuit het Werkplan 2010 staan de volgende activiteiten en projecten op de rol:

  • Het ontwikkelen van een programma SchuldHulpMaatje 2010-2011.

  • Het aantrekken van vier projecten waar kerken ervaring hebben met vrijwilligers rond schuldhulpverlening, die tevens met hun expertise mee willen helpen in het ontwikkelen van dit programma.

  • Het ontwikkelen van een projectorganisatie SchuldHulpMaatje.

  • Het schrijven van een cursusboek, dit laten testen door meelezers en een expertgroep en vervolgens weer herschrijven.

  • Het ontwikkelen van een training van negen dagdelen.

  • In minstens 12 plaatsen het project opstarten binnen de diaconale netwerken van kerken en in uitvoering laten komen met een afspraak met de lokale burgerlijke overheid.

  • Het trainen van 80-100 maatjes met als neven doelstelling het testen van ontwikkelde cursusmateriaal in de praktijk.

  • Het opzetten van een publiciteitscampagne.

  • Het opzetten van een training voor lokale coördinatoren.

  • Het ontwikkelen van een landelijke site.

  • Het ontwikkelen van een landelijke helpdesk, die dagelijks te bereiken is.

  • Het ontwikkelen van te gebruiken functiebeschrijvingen, routeplanners, contracten, brieven en andere documenten.

  • Het ontwikkelen van plannen voor het verwerven van vervolgfinanciering van het programma ‘SchuldHulpMaatje’ na augustus 2011.


5. Uitvoering in het jaar 2010
De werkplannen voor 2010 zijn grotendeels volgens plan en binnen de financiële budgetten uitgevoerd. Enkele projecten in de drie programma’s hebben vertraging opgelopen omdat het lastig bleek om voldoende schrijfcapaciteit te vinden of voldoende werkkracht aan te trekken. Er is prioriteit gegeven aan actualiteit en aan andere onderdelen. Daarom is er meegedaan aan het ontwikkelen en uitvoeren van een nieuw programma. In dit jaaroverzicht zijn de vele doorgaande kleinere activiteiten niet extra genoemd. Ze zijn in de planning al beschreven.



  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina