Wet betreffende de rechten van vrijwilligers



Dovnload 100.53 Kb.
Pagina1/4
Datum24.08.2016
Grootte100.53 Kb.
  1   2   3   4







Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs vzw

Guimardstraat 1

1040 BRUSSEL


VSKO/Dienst Beleidscoördinatie/06.9 Brussel, 22 juni 2006

VDKVO/ Kl. 80.01.04

WET BETREFFENDE DE RECHTEN VAN VRIJWILLIGERS

Naar schatting zijn 1,5 MIO Belgen op één of andere manier met vrijwilligerswerk bezig. In Vlaanderen is ongeveer één op vijf burgers actief in het vrijwilligerswerk. De sectoren waarin vrijwilligers hun engagement waarmaken zijn o.m. de gezondheids- en welzijnssector, de socio-culturele sector, de solidariteitssector, de recreatieve sector. Ook héél wat van onze scholen doen voor sommige activiteiten beroep op vrijwilligers.

Met de wet wordt het vrijwilligerswerk formeel erkend als een belangrijke sociale actor in de samenleving en wordt voor het eerst een minimaal statuut aan de vrijwilligers van alle sectoren toegekend. Het betekent een onomkeerbare stap naar een betere erkenning en positionering van het vrijwilligerswerk alsook een sterkere publieke waardering voor de inzet van de vele vrijwilligers.

De wet van 3 juli 2005 regelt voornamelijk volgende aspecten: het toepassingsgebied en de definitie van het vrijwilligerswerk, de aansprakelijkheid van de vrijwilligers en de organisatie, de verzekering van het vrijwilligerswerk, de vergoeding van de vrijwilliger alsmede het statuut van de uitkeringsgerechtigde vrijwilliger. De wet is al een aantal keren grondig gewijzigd. In bijlage vindt u een door ons gemaakte coördinatie van de wet.

Wij bespreken hierna de voornaamste bepalingen van de wet:


1Definitie en toepassingsgebied


Vrijwilligerswerk wordt omschreven als elke activiteit die in een georganiseerd verband, onbezoldigd en onverplicht wordt verricht ten behoeve van één of meer personen, van een groep, organisatie of van de samenleving als geheel.

De wet stelt dat die activiteit geen verband mag hebben met familie of privé-relatie. De activiteit mag evenmin worden verricht door dezelfde persoon en voor dezelfde organisatie waarin hij/zij in het kader van een arbeidsovereenkomst, een dienstencontract of een statutaire aanstelling is tewerk gesteld.

Wat is de situatie van de leden van de VZW-schoolbestuur?

Een lid van de algemene vergadering van de vereniging wordt niet automatisch beschouwd als een vrijwilliger. Het is pas als dat lid de organisatie van bepaalde activiteiten voor de vereniging opneemt dat hij/zij vrijwilliger wordt en onder toepassing van de vrijwilligerswet valt. De feitelijke omstandigheden waarin de betrokkene zich bevindt zullen in concreto moeten nagegaan worden. Wanneer een lid van de algemene vergadering bijvoorbeeld meegaat op schoolreis om een bosspel te begeleiden, zal het tijdens de begeleiding van dit bosspel zonder twijfel als vrijwilliger worden beschouwd. Wanneer datzelfde lid deelneemt aan een algemene vergadering,van de VZW wordt het niet beschouwd als vrijwilliger.

Ook een bestuurder heeft een heel specifieke functie, die in de vzw-wet wordt omschreven. Een bestuurder zou als vrijwilliger beschouwd kunnen worden indien hij bepaalde taken voor de VZW opneemt die niet inherent zijn aan het feit dat hij bestuurder is. Bijvoorbeeld een bestuurder helpt tijdens het jaarlijkse schoolfeest, mee de feesttent op te zetten. Tijdens die activiteit kan de bestuurder beschouwd worden als vrijwilliger. Wanneer hij echter deelneemt aan de raad van bestuur is hij geen vrijwilliger maar bestuurder. In dat geval is de specifieke regeling van de bestuurdersaansprakelijkheid, zoals geregeld in de VZW-wet, van toepassing.

De wet regelt niet alleen het vrijwilligerswerk dat verricht wordt in België maar ook het vrijwilligerswerk dat vanuit België wordt georganiseerd maar in het buitenland wordt verricht.

De koning kan echter bepaalde categorieën van personen van het toepassingsgebied van deze wet uitsluiten. Tot op heden is aan die bepaling nog geen uivoering gegeven.

2Informatieplicht


De organisatie die werkt met vrijwilligers moet haar vrijwilligers informeren over de volgende belangrijke zaken:

  1. de doelstelling en het juridisch statuut van de organisatie;

  2. het verzekeringscontract dat de organisatie heeft afgesloten voor burgerlijke aansprakelijkheid tijdens de uitvoering van de vrijwilligersactiviteit of op weg naar en van de activiteiten;

  3. indien nog andere verzekeringen werden afgesloten, zoals een verzekering voor lichamelijke ongevallen van de vrijwilliger, rechtsbijstand en/of omnium voor eigen schade bij verplaatsingen, moet dit ook worden gemeld;

  4. de eventuele onkostenvergoeding die wordt betaald en waarvoor ze dient;

  5. de mogelijkheid dat hij kennis krijgt van geheimen waarop artikel 458 Strafwetboek van toepassing is.

De organisatie kiest zelf de wijze waarop zij bovenvermelde informatie verspreidt. De bewijslast ligt bij de organisatie die desgevallend moet kunnen aantonen dat de vrijwilliger op de hoogte was of had kunnen zijn van de noodzakelijke informatie.

Scholen kunnen die informatie verspreiden via de website, via het schoolblad en/of opnemen als bijlage in de informatiebrochure van de school. Wij raden aan om alle informatie voor de vrijwilliger te groeperen. Wij stellen voor om op de website een rubriek voor de vrijwilliger te voorzien of in de informatiebrochure een apart punt op te nemen, met specifieke informatie voor de vrijwilliger. Een model vindt u in bijlage 2.




  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina