Wgga behorende bij het besluit Ctgb lijst gewasbeschermingsmiddelen en biociden 2007



Dovnload 19.76 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte19.76 Kb.
WGGA behorende bij het besluit Ctgb lijst gewasbeschermingsmiddelen en biociden 2007

Agrichem MCPA 500 (11182 N)


A.

WETTELIJKE GEBRUIKSVOORSCHRIFT
Toegestaan is uitsluitend het gebruik als:

1. onkruidbestrijdingsmiddel


- in de teelt van granen, aardappelen, vlas, graszaad, asperges en gladiolen;
- in weilanden waarin geen vee aanwezig is; alsmede in grasgroenbemesters;
- in gazons en sportvelden;
- in wegbermen, tegen akkerdistel, mits pleksgewijs toegepast;
- op tijdelijk onbeteeld land, op akkerranden en randen van weilanden;
- op permanent onbeteelde terreinen;
- in de fruitteelt onder appel- en perenbomen, onder windschermen, alsmede in de teelt van
bessen;
- in houtige gewassen in parken en plantsoenen tegen windesoorten;
- in de teelt van griend en riet;
- op taluds van watergangen en op droge slootbodems, mits pleksgewijs toegepast.
2. middel ter bestrijding van doorwas is aardappelen.

Dit middel niet gebruiken tussen 1 september en 1 maart.




Veiligheidstermijn
De termijn tussen de laatste toepassing in aardappelen en de oogst mag niet korter zijn dan 4 weken.

In weilanden niet korter dan 7 dagen voor de beweiding toepassen.


B.

GEBRUIKSAANWIJZING
Algemeen
Agrichem MCPA 500 is een groeistofachtig bladherbicide met systemische werking. Het middel werkt tegen éénjarige en overblijvende tweezaadlobbigen onkruiden. Grassen worden niet gedood.

De onkruiden kunnen zowel in een jong als in een oud stadium worden bestreden. De onkruiden dienen voldoende blad te hebben gevormd. Het middel werkt het beste bij groeizaam weer, het dient niet te worden toegepast bij felle zonneschijn.

Tijdens de toepassing van het middel en enkele uren daarna dient het droog te zijn.

Bij de toepassing van het middel dienen het gewas en de onkruiden droog te zijn.

Het middel kan schade doen aan veel gewassen, de toepassing dient daarom zeer zorgvuldig te geschieden. Zeer gevoelige gewassen zijn bijvoorbeeld bieten in een jong stadium en witlof tevens in een laat stadium in de zomer.

Hoeveelheid spuitvloeistof: 500-600 l/ha (code 5 G).



Het middel dient met een grove druppel en bij lage druk te worden verspoten.
Toepassingen
Zomer- en wintergranen

Dosering: 2 liter per ha.
Toepassen tegen diverse onkruiden als het graan 15-20 cm lang is, tot
uiterlijk één week voordat het gewas in aar of pluim schiet. Bij bestrijding van
akkerdistel toepassen als het graan 30-35 cm lang is. Bij klaver als ondervrucht
alleen toepassen wanneer graan en onkruid de klaver geheel bedekken.
Aardappelen, ter bestrijding van onkruiden als melganzevoet, perzikkruid en akkerdistel na opkomst van het gewas.

Dosering: 1,5 – 2 liter per ha
In verband met kans op schade niet voor het einde van de bloei van het gewas
toepassen, echter niet later dan 4 weken voor de oogst. De toepassing moet als een
noodmaatregel gezien worden.
Aardappelen, ter bestrijding van doorwas.

Dosering: 1 liter per ha
Toepassen zodra de helft van de aardappelplanten aan één of meer knollen kieming
vertoont.
Bij aanhoudende hoge temperaturen of bij een hernieuwde hitteperiode na minimaal
10 dagen de bespuiting in dezelfde dosering herhalen. Niet toepassen vóór de
grootste knollen 28 mm zijn en eveneens niet meer in augustus, omdat de
geïnduceerde doorwas dan de kwaliteit nauwelijks ongunstig meer beïnvloedt.
Niet mengbaar met maneb-tin.
Ook deze toepassing moet als noodmaatregel worden gezien.
Vlas

Dosering: 0,5 – 0,75 liter per ha.
Tegen diverse onkruiden. Toepassen bij een gewaslengte van 5-7 cm, terwijl het
gewas niet of slechts langzaam groeit.
Graszaadteelt

Dosering: 2-3 liter per ha, afhankelijk van soort, teeltwijze, onkruidsortiment, en ontwikkeling
daarvan.
Het middel wordt voornamelijk ter bestrijding van distels toegepast.
Asperges

Dosering: 1,5 liter per ha.
Ter bestrijding van onder andere paardestaarten op productievelden tijdens het
steekseizoen, direct na het steken. Voorwaarde is namelijk dat geen nieuwe spruiten
doorbreken.
Gladiolenpitten, ter bestrijding van diverse overblijvende onkruiden.

Dosering: 2 liter per ha.
Toepassing niet voor eind juli in verband met groeistoornis van de gladiolen.
Bij voorkeur pleksgewijs toepassen of met gebruik van een rijenspuit.
N.B. Niet toepassen bij gladiolen voor bloemproductie in verband met kans op
vergroeiing van blad en/of bloem.
N.B. Niet toepassen bij gladiolen voor bloemproductie in verband met kans op vergroeiing van blad en/of bloem
Weiland, tegen akkerdistel.

Dosering: 2-3 liter per ha, toepassen tijdens het bloemknopstadium of in de naweide mits
voldoende blad aanwezig is.
Weiland, tegen boterbloemen.

Dosering: 2 liter per ha, toepassen bij het begin van de bloei (eind april-half mei).
Weiland, tegen paardebloemen.

Dosering: 2-3 liter per ha, vóór de bloei in het voorjaar.
Weiland, tegen paardestaarten (heermoes en lidrus), 1 liter per ha, toepassen enige malen per seizoen vanaf half april met tussenruimten van 3 á 4 weken (dit enkele jaren achtereen volhouden);
Weiland, tegen russen.

Dosering: 4 liter per ha, toepassen eind mei, als de bladeren 25 cm lang zijn, 3 weken na
toepassing bladeren afmaaien.
Weiland, tegen kraailook.

Dosering: 4 liter per ha, toepassen eind april-begin mei, als de bladeren 25 cm lang zijn.
Weiland, tegen kruiskruid (waterkruiskruid en Jacobskruiskruid).
Dosering: 4 liter per ha, toepassen eind juli-begin augustus. Herhaling is in het volgende jaar
meestal noodzakelijk.
Na toepassing in weiland hierin tenminste één week geen vee toelaten ten einde het middel voldoende gelegenheid te geven goed in de onkruiden door te dringen.
Grasgroenbemesters

Dosering: 2-3 liter per ha, tegen akkerdistel en andere onkruiden.
Gazons en sportvelden

Dosering: 2-3 liter per ha, tegen weegbree, boterbloem, madeliefje gedurende het
groeiseizoen. Madeliefjes bij voorkeur in juli/augustus bestrijden. Niet toepassen op
pas gezaaide of zeer jonge gazon.
Wegbermen

Slechts bij uitzondering gebruiken en dan nog uitsluitend pleksgewijs, wanneer akkerdistels overlast veroorzaken.



Dosering: 2-3 liter per ha.
Tijdelijk onbeteeld land

Dosering: In de stoppel kunnen akkermunt en een aantal andere onkruiden bestreden worden
met 4-6 liter per ha, zo spoedig mogelijk na het vrijkomen van deze stoppel mits het
onkruid voldoende blad heeft ontwikkeld. De stoppel moet daarna ongeveer 3 weken
blijven liggen; geen kruisbloemige gewassen inzaaien.
Braakliggend bloembollenland

Dosering: 2-3 liter per ha, afhankelijk van onkruidsortiment en de ontwikkeling daarvan.
Toepassen tot uiterlijk 6-8 weken vóór het planten.
Akkerranden en randen van weilanden, ter bestrijding van akkerdistel en ander onkruiden.

Dosering: 4-6 liter per ha.Voorkom overwaaien van de spuitvloeistof naar gevoelige gewassen.
Permanent onbeteelde terreinen

Ter bestrijding van akkerdistel en andere onkruiden.



Dosering: 4-6 liter per ha, zonodig in combinatie met andere onkruidbestrijdingsmiddelen toepassen.
Onder appel- en perenbomen en onder windschermen.

Dosering: 2-4 liter per ha behandeld oppervlak.
Ter voorkoming van beschadiging verdient het aanbeveling het middel met een
grove druppel en met gebruikmaking van een afschermkap te verspuiten. Uitsluitend
na de bloei van de bomen spuiten. Niet bij appels en peren toepassen welke korter
dan 2 jaar ter plaatse staan.
N.B. Men dient er rekening mee te houden, dat peren in het algemeen gevoeliger voor dit middel zijn dan appels, zoals onder meer op lössgronden is gebleken.
Bessen (rode-, zwarte- en kruisbessen)

Dosering: 2 liter per ha behandeld oppervlak. Toepassen ter bestrijding van windesoorten na
de oogst en nadat de eindknoppen gesloten zijn. Zwarte bessen en kruisbessen zijn
gevoeliger voor MCPA dan rode bessen.
In houtige gewassen in parken en plantsoenen, pleksgewijze bestrijding van windesoorten in een opgaande begroeiing.

Dosering: Spuiten in een concentratie van 0,25% (250 ml per 100 liter water). Voorzichtig
toepassen met behulp van een afschermkap voordat de ranken van de winde de
stammen en/of takken hebben bereikt.
Griend, ter bestrijding van haagwinde.

Zeer zorgvuldig toepassen tussen de griendstruiken vroeg in het jaar, vóórdat de ranken van de winde de loten hebben bereikt.



Dosering: Spuiten in een concentratie van 0,25% (250 ml per 100 liter water)
Riet, ter bestrijding van haagwinde.

Toepassen eind mei-begin juni. Bij vroegere toepassing is herbehandeling nodig.



Dosering: 2 liter per ha.
Op taluds van watergangen en op droge slootbodems, voor bestrijding van hinderlijke akkeronkruiden zoals akkerdistel, akkermelkdistel en dergelijke op taluds en droge slootbodems.

Dosering: Uitsluitend pleksgewijs toepassen in een oplossing van 0,25% (250 ml per 100 liter water).


pag. van




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina