Wgga bij het besluit Ctgb lijst gewasbeschermingsmiddelen en biociden 2007



Dovnload 17.42 Kb.
Datum18.08.2016
Grootte17.42 Kb.
WGGA bij het besluit Ctgb lijst gewasbeschermingsmiddelen en biociden 2007

AAterra ME, 8766 N


A.

WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT

 

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als schimmelbestrijdingsmiddel



  1.     in de teelt onder glas van aubergines, augurken, courgettes, komkommers, meloenen, paprika’s en tomaten;

  2.   ten behoeve van de teelt van bolbloemen;

  3. ten behoeve van en in de teelt van bloemisterijgewassen en boomkwekerijgewassen.

   

 

Dit middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.



 

Om het grondwater te beschermen mag dit product in de grondgebonden teelten niet worden gebruikt in grondwaterbeschermingsgebieden.

 


B.
GEBRUIKSAANWIJZING

Toepassingen


De bedekte teelt van augurken, courgettes, komkommers en meloenen op substraat, ter bestrijding van Pythium

Om de kans op het ontstaan van fytotoxiciteit zoveel mogelijk uit te sluiten niet toepassen voor het oogsten van de eerste stamvruchten.

De behandeling indien nodig na 14 dagen herhalen.

Dosering:

400 ml per ha bij toepassing via het druppelirrigatie systeem.

 

Bij aangieten 150 ml per plant van een 0,02% (20 middel per 100 liter water) oplossing.



 

De bedekte teelt van aubergines en paprika’s op substraat, ter bestrijding van Pythium bij aubergines, Pythium en Phytophthora capsici bij paprika’s

Om de kans op het ontstaan van fytotoxiciteit zoveel mogelijk uit te sluiten niet toepassen voor het produktiestadium.

De behandeling indien nodig na 14 dagen herhalen.

Dosering:

 


afhankelijk van de mate van aantasting 400-800 ml per ha bij toepassing per ha bij toepassing via het druppelirrigatie systeem.

 

Bij aangieten 100 ml per plant van een 0,02% (20 middel per 100 liter water) oplossing.



 

De bedekte teelt van tomaten op substraat, ter bestrijding van Phytophthora nicotianae en Pythium

Om de kans op het ontstaan van fytotoxiciteit zoveel mogelijk uit te sluiten niet toepassen voor het produktiestadium.

De behandeling indien nodig na 14 dagen herhalen.

Dosering:

 


afhankelijk van de mate van aantasting 400-800 ml per ha bij toepassing per ha bij toepassing via het druppelirrigatie systeem.

 

Bij aangieten 100 ml per plant van een 0,02% (20 middel per 100 liter water) oplossing.



 

 

De bedekte bolbloementeelt van tulpen, lelies en irissen, tegen door Pythium veroorzaakt wortelrot en/of zachtrot.

 

In deze gebruiksaanwijzing is voor de toepassing voor bloembollenplantgoed steeds uitgegaan van een standaardontsmettingswijze, waarbij gestreefd dient te worden naar minimale restanten door opgebruik.


Voor de toegestane wijze van verwerken van restanten ontsmettingsvloeistof wordt verwezen naar de “Beschikking verwijdering dompelvloeistof bloembollen en -knollen”.

Voor andere toepassingstechnieken (kort dompelen, schuimen e.d.) zullen afgeleide doseringen nodig zijn. Raadpleeg hiervoor de betreffende voorlichtingspublicaties, waarin tevens is aangegeven hoe, overeenkomstig voornoemde Beschikking, de restanten kunnen worden verwerkt.


a. Grondbehandeling
Deze toepassing kan geschieden op grondsoorten waar met behulp van apparatuur een intensieve en gelijkmatige menging mogelijk is.

Dosering:

2,5 ml per m², afhankelijk van de zwaarte of humusrijkdom van de grond; de hogere dosis gebruiken bij hoger slib- of organisch stof gehalte.

Voor potgrond 40 ml per m³ gebruiken.



 

De behandeling bij tulpen moet gezien worden als een aanvulling op grondstomen of ontsmetten met een daarvoor toegelaten middel.


Het middel wordt vlak vóór het planten gelijkmatig over de grond verspoten of uitgegoten en vervolgens meteen ingewerkt.
Dit inwerken moet zorgvuldig gebeuren om voldoende effect te verkrijgen; de spitfrees is hiervoor zeer geschikt.
b. Plantgoedbehandeling bij tulpen, waardoor een goede bestrijding van zachtrot verkregen
wordt; voor wortelrotbestrijding is deze werkwijze niet toereikend.
Men dompelt dan het plantgoed vlak vóór het planten gedurende 15 minuten in een oplossing van 0,05% AAterra vloeibaar (50 ml op 100 ml water).
Ter voorkoming van andere tulpenziekten (b.v. Fusarium = zuur) wordt gelijktijdig in dit bad een daartoe geëigend middel toegevoegd. Het bad kan -indien het niet te vervuild raakt- herhaalde malen gebruikt worden, maar telkens goed omroeren en verloren gegane hoeveelheid vloeistof vervangen door verse oplossing van dezelfde sterkte.
Opmerkingen

1. Vóór het dompelen is pellen van de tulpen zeer gewenst.


2. Indien de plantgoedbehandeling verkozen wordt, moet men géén grondbehandeling
met AAterra vloeibaar meer uitvoeren.





Bloemisterijgewassen (potplanten en snijbloemen), ter bestrijding van Phytophthora en Pythium

 

Grondbehandeling (bedekte teelt)

Vóór het planten een grondbehandeling uitvoeren.

Het middel plm. 15 cm inwerken door middel van frezen.

Dosering:

2,5 ml middel per m², afhankelijk van het humusgehalte van de grond; de hogere dosis gebruiken bij een hoger humusgehalte.

 

Gewasbehandeling bij chrysant (bedekte teelt)
Indien geen grondbehandeling is uitgevoerd dan kan direkt na het planten een behandeling worden uitgevoerd.
Direkt na toepassing dient het middel van het gewas te worden afgeregend.
Dosering: 1 ml per m2

 

Het verdient aanbeveling om vast te stellen of het betreffende gewas een behandeling verdraagt.



 

BOOMKWEKERIJGEWASSEN



Coniferen, Ericaceën, Skimmia en Viburnum, ter bestrijding van wortelrot (Phytophthora cinnamoni)

 

Containerteelt



De potgrond vóór het planten behandelen.

Dosering: 75 ml middel per m³ potgrond.


Pag. van





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina