Wie de geschiedenis van het achttiende-eeuwse Den Haag bestudeert, komt herhaaldelijk de namen tegen van twee broers, die in het wetenschappelijk leven van Den Haag een belangrijke plaats hebben ingenomen



Dovnload 14.64 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte14.64 Kb.

L

Wie de geschiedenis van het achttiende-eeuwse Den Haag bestudeert, komt herhaaldelijk de namen tegen van twee broers, die in het wetenschappelijk leven van Den Haag een belangrijke plaats hebben ingenomen. Beiden hadden vrijwel dezelfde aanleg en begaafdheid, beiden promoveerden tot medisch doctor en werden tot stadsdokter benoemd, beiden werden een professoraat deelachtig, de een in de genees- en heelkunde, de ander in de botanie. Die broers waren prof. dr Thomas Schwencke en prof. dr. Martinus Wilhelmus Schwencke.


Thomas Schwencke werd op 12 oktober 1694 te Maastricht geboren als oudste zoon van Mathijs Walraad Schwencke, geboortig uit het Waldeckse en van Maria Berger. Zijn vader was met het gevolg van de vorst van Waldeck, die gouverneur van Maastricht was, meegekomen om in die stad te blijven. Zijn moeder stamde uit een gegoede Franse familie, die om godsdienstredenen uit haar land was gevlucht. In het hospitaal te Maastricht begon Thomas zich toe te leggen op pharmacie en heelkunde, om zich n 1712 te begeven naar de universiteit te Leiden! waar Boerhaave een zijner leermeesters was. In 1715 promoveerde hij tot doctor in de geneeskunde door verdediging van zijn ,,Dissertatio Inauguralis Medica de Saliva”. Hij vestigde zich toen in ‘s-Gravenhage, welke stad hij trouw gebleven is. Hier wijdde h zich in het bijzonder aan de vroedkunde en binnen enkele jaren was hij zo vermaard! dat hij na het overlijden van prof. Reverhorst de aangewezen medicus was diens plaats als professor in te nemen; dat was op 31 mei 1723. In hetzelfde jaar werd hij aangesteld als ,,Voorleezer in de Vroedkunde, Stads-Doctor en Doctor van de Justitie’. Voor een hem in 1728 aangeboden hoogleraarschap te Utrecht bedankte hij, omdat hij in onze stad wilde blijven, waar hij in 1730 werd benoemd tot Raad van de Vroedschap. In 1737 volgde zijn benoeming tot ‘s-Lands Doctor en spoedig daarna de aanwijzing als hofarts van de Prins en Prinses van Nassau-Weilburg. Zo groot was zijn reputatie, dat hem zelfs van buitenlandse hoven verzoeken bereikten als hofarts op te treden; hij wees deze alle van de hand.

Toen op 1 mei 1749 de eerste stadsapotheek werd geopend in het gebouw op de Grote Markt 8, naast het Boterhuis, werd dr. Schwencke benoemd tot lid van het College van Inspectores van die apotheek. Deze belangrijke functie vervulde hij met dr. S. Middelbeeck. In 1752 werd hij onderscheiden met het lidmaatschap van de Maatschappij der Wetenschappen te Haarlem. In februari 1765 legde hij de functie van hoogleraar in de ontleed- en heelkunde neer om de toenemende swakheid en hooge

195
jaren”. Een jaar later deed hij mede afstand van ‘s Lands Doctoraat Tegen het eind van zijn leven kreeg hij last van een voet-euvel en zeer zware benauwdheden. Aan zon benauwdheid is hij op 14 augustus 1767 bezweken in zijn woning aan de Zuidsingel, waarna zijn stoffelijk overschot op 19augustus 1767 in de St. Jacobskerk is begraven. Aan de Zuidsingel (toentertijd een verzamelnaam van de singels aan de zuidzijde van de stad, die later verschillend benaamd werden) had hij in 1738 ‘n huis laten bouwen. In 1718 was hij getrouwd met Anna Christina Kuenen. Zijn twee kinderen zijn zeer jong gestorven en nadat zijn vrouw op Vrij jeugdige leeftijd was overleden, hertrouwde hij met Susanna van Limburgh. die in 1756 stierf en hem geen kinderen naliet.

Prof. dr. Thomas Schwencke heeft zich als geneeskundige een onsterfelijke naam verworven, zowel door zijn geneeskunst als met zijn geschriften. Hij overtrof alle geneesheren in het voorzeggen van de uitkomsten der ziekten. Hij was ook een groot voorstander van inenting tegen kinderpokken. Over die inenting is destijds in Den Haag en trouwens in het gehele land nogal een en ander te doen geweest. Er bestaat een smakelijk boekje, waarvan in 1768 een tweede druk verscheen onder de titel ,,Kleyn samenspraakje tussen Lysje Moeyal en Kaatje Weetgraag. Twee vrouwen, vaarende van Den Haag naar Delft, Over de Inenting der Kinderpokjes”. De beide vrouwen geven daarin in populaire vorm haar mening ten beste. Uit een notitie van dr. R. Krul. bij een bespreking in 1891 van dat boekje! komen wij te weten dat de eerste inentingen in onze stad zijn geschied door de hofarts Thomas Schwencke op 6 mei 1754, ‘s middags om vier uur. Hij inoculeerde twee zoons van elf en zeven jaar en een dochter van zes jaar van de gravin van Athione.

Begrijpelijk is de vraag hoe de titel van professor voor een functie in Den Haag mogelijk was. Schwencke doceerde hier heel- en verloskunde. Reeds in 1628 hadden de chirurgen van het Chirurgijnsgilde (de Cosmien Damiani-Confrerie) een ,,Theatrum ofte Kamer van Anatomie laten bouwen aan de zuidwestzijde van de St. Jacobskerk. Het iets naar voren springende gebouwtje droeg boven de ingang een blauwe steen met de woorden ,,Collegium Anatomico-Chirurgicum’. Hier werden onder leiding van een hoogleraar openbare colleges gegeven en secties venicht voor toekomstige chirurgen en aanstaande vrouwelijke verloskundigen. Later, toen de snijkamer te klein werd, verplaatste men het Theatrum Anatomicum naar de Juffrouw Idastraat, waar de Jezuïetenkerk werd verbouwd. Dat was in 1771, dus na de dood van dr. Schwencke.
Tal van gebeurtenissen gewagen van de bekendheid van deze geneesheer. In 1763 logeerde in ons land Leopold Mozart met zijn beide kinderen, Marianne, elf jaar en Wolfgang Amadeus, acht jaar. Op 11 september 1765 kwam de familie Mozart in Den Haag; de vader wilde de muziekwereld tonen, wat zijn beide wonderkinderen vermochten. Helaas werden de kinderen ziek en hulp van de arts, die hen behandelde, baatte niet. Prinses Carolina van Nassau-Weilburg, zuster van de toen nog min-

196
derjarige Willem V, zorgde er toen voor, dat haar lijfarts, de bejaarde prof. Schwencke, de behandeling overnam. En zij herkregen de gezondheid! De Mozarts woonden op de eerste verdieping van een huis op het Spui, bij de familie Eskes. Vaak heb ik naar dat huis staan kijken en dan trachtte ik mij in te denken, wat zich, nu bijna twee eeuwen geleden, achter

die drie ramen boven heeft afgespeeld. Het is enige jaren geleden afgbroken voor de bouw van het k1edngmagazjn Wassen, hoek Grote Marktstraat. In de gevel van dit gebouw is een gedenkplaat aangebracht, bevattende het plastisch weergegeven portret van de jonge Mozart waarboven zijn naam en de jaartallen 1765 en 1766. Onderaan staat: Ver: Nederland-Oostenrijk 1956’. Deze plaat, een fraai kunstwerk van de beeldhouwster Marianne Gobius, is op 6 november 1956 onthuld, na een toespraak van de Oostenrijkse gezant in de Nieuwe Kerk.
Niet onaardig is het volgende staaltje inzake het honorarium, dat toen aan een geneesheer werd betaald. In zijn boek over de Huguetans vermeldt Eduard van Biema, dat Adrienne Marguerite Huguetan, die in het Lange Voorhout het fraaie huis liet bouwen, waarin thans de Koninklijke Bibliotheek is gehuisvest, tijdens haar laatste ziekte is behandeld door prof. Thomas Schwencke. Hij verzorgde haar van januari 1752 tot mei 1752, bracht haar dertien bezoeken en hield 38 consulten. Haar echtgenoot, H. Ch. Graaf van Nassau La Lecq, betaalde hem daarvoor 84 gulden.
Thomas Schwencke heeft de Confrerie tot grote bloei gebracht en voor de uitoefening van de verloskunde hechte grondslagen gelegd. Hij heeft verscheidene geschriften nagelaten, o.a. een Verhandeling over het bloed (1744), een Schets der heelmiddelen en haar uitwerking op het lichaam (1745), over kinderpokken enz.
Zijn broer, Martnus Wilhelmus Schwencke, werd in 1706 te Maastricht geboren en promoveerde in 1731 te Leiden in de geneeskunde. Hij was alhier stads-doctor van 1735 tot 1780 en overleed op huize Zandvliet aan de Bezuidenhoutseweg op 15 Januari 1785 aan een borstkwaal. Zijn stoffelijk overschot is op 19 januari 1785 n de St. Jacobskerk begraven.

Op 2 januari 1735 huwde hij met Deliana Gijsbertha Fluichelbos uit Rotterdam, die 28 maart 1769 overleed. Hij had acht kinderen en wel drie jongens, die jong zijn gestorven en vijf meisjes, van wie er twee zeer jong het leven lieten.


Hoewel hij was gepromoveerd op een medisch chirurgische dissertatie

“De Operatione Inquinali” ging zijn grote belangstelling uit naar de botanie, Sedert ] 750 professor-titulair 2ijnde werd hij in 1755, toen dr. S. Middelbeeck overleed, benoemd tot professor en tevens tot Inspector van de Stadsapotheek, zodat beide broers nu dezelfde belangrijke functie vervulden. In 1752 kocht hij de buitenplaats Zandvliet, gelegen aan de Bezuidenhoutseweg. Zij was oorspronkelijk een eenvoudige grote hofstede, maar deze is herschapen in een fraai landhuis, Hier kon hij zijn liefde voor planten uilleven. Hij liet achter zijn woning een rijke Hortus Medicus

197
aanleggen, een wereldberoemd geworden tuin van geneeskrachtige kruiden en bijzondere gewassen. Daar hield hij cursussen in de botanie. Van deze aan de bossloot gelegen plantentuin heeft de Haagse kunstenaar P. C. la Fargue in 1756 een tekening gemaakt (21 x 31,3 cm). Verder bevindt zich in het Gemeentemuseum een koperen toegangspenning voor de Hortus, uitgegeven door het apothekersgilde. Later stichtte zijn hovenier C. van der Hoeven er een tweede hortus. In de l9de eeuw is het oude huis afgebroken waarna een nieuw perceel is opgetrokken met dezelfde naam. Zandvliet staat er nog, al is er weinig over van de oude stijl en al heeft het een gans andere bestemming. Het Christelijk Lyceum Zandvliet is er namelijk gevestigd; huisnummer 40. De naam moest om onbegrijpelijke redenen achter het opschrift van deze inrichting van onderwijs schuilgaan. Kon dit niet worden hersteld? Aan de boszijde is een groot stuk school bijgebouwd. Thans bestaan plannen het huis af te breken en te vervangen door een modern schoolgebouw.
Dat prof. dr. M. W. Schwencke als botanicus internationale bekendheid genoot blijkt uit de waardering van de beroemde Zweedse plant- kundige Linnaeus (1707-1778), zijn tijdgenoot, die om hem te eren een plantengeslacht doopte met de naam Schwenckia, zijnde een aangrenzend geslacht van de familie der Primulaceac. Schwencke gaf daarvan in 1766 een beschrijving in Novae plantae Schwenckia dicta etc’. In tal van andere geschriften heeft hij veel van zijn kennis en onderzoekingen neergelegd. Hij publiceerde om, een ,,Kruidkundige beschrijving der in- en uitlandse gewassen, welke heedendaags meest in gebruik zijn”. (s-Gravenhage. J. van Karnebeek 1766).

Van Thomas Schwencke bestaat een portret. geschilderd door Mattheus Verheijden (100-1776); een tekening naar dit portret door Hendrik Pothoven (1 723-na 1793) bevindt zich in ons Gemeente-Archief. Daar berust ook een getekend portret van M. W. Schwencke van de hand van de bekende Haagse kunstenaar Aart Schouman (1710-1792). Het boek van dr, D. F. Scheurleer Het muziekieven in Nederland in de tweede helft van de iSde eeuw in verband met Mozarts verblijf aldaar’ (uitgave Mart. Nijhoff, Den Haag 1909) bevat een silhouet van Thomas Schwencke met pruik. Op 20 juli 1914 is de Tbomas Schwenckestraat naar hem genoemd.



Aangezien de naam Schwencke in Den Haag vrij veel voorkomt diene nog, dat de beide professoren stammen uit een oud adellijk geslacht, dat reeds omtrent 1304 voorkwam in Emsland. De stamlijn begint met Johann von Schwencke zu Friesenburg (Schwencke is een plaatsje en Friesenburg was een landgoed). Volgens een Duits genealoog behoren allen, die de naam Schwencke dragen, tot zijn nageslacht, hoe de spelling ook luidt (Schwencke, Schwenck, Swencke enz.).

198



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina