Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten Statio 4 voor het luisteren



Dovnload 21.36 Kb.
Datum03.10.2016
Grootte21.36 Kb.
Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten

Statio 4
VOOR het luisteren
Oriënteren
Onderstreep wat juist is.
- Wat beluister je? Een stuk uit

 een verhaal.  een documentaire.  een lied.


- Hoeveel keer krijg je het fragment te horen?

 Eén keer  Twee keer  Drie keer


- Wat is het tekstdoel?

 Informeren  Amuseren/ontspannen  Overtuigen



Voorbereiden
- Wat is het onderwerp?
_______________________________________________________________________
- Door welke personen begon die oorlog?
_______________________________________________________________________
- Welke godinnen maakten ruzie? Antwoord met de Latijnse versie van de godennamen.

_______________________________________________________________________


- In de tekst worden de Griekse versies van de namen gebruikt. Geen nood: als je goed luistert, zal je ze herkennen. Bovendien ken je uit het vorige statio de Griekse én Latijnse namen van de goden. Nog even oefenen? Verbind de Latijnse namen met de Griekse.
Latijnse naam Griekse naam

Mars   Athena

Iuppiter   Ares

Iuno   Zeus

Minerva   Hera

TIJDENS het luisteren
Uitvoeren
Luister geconcentreerd.

Verbind tijdens de luisterbeurt de namen en de omschrijvingen van de personages.

Beantwoord na de luisterbeurt alle vragen.

NA het luisteren
Reflecteren
Wat heb je over het onderwerp bijgeleerd? Onderstreep wat juist is.

 Ook in hun eigen kamp (het kamp van de Grieken) werd soms ruzie gemaakt.

 De goden moeiden zich niet met de oorlog.

 Eer was niet belangrijk in die tijd.



Opdrachten
1 Combineer de namen en de omschrijvingen van de personages.
1 Verteller A Apollon

2 Halfbroer van de verteller B Chryses

3 Godin C Ares

4 Griekse leider D Kalchas

5 Priester van Apollon E Hera

6 De ziener F Agamemnon




1

2

3

4

5

6


















2 Hoeveel jaar is de oorlog al bezig in het fragment?


_______________________________________________________________________
3 Als je weet dat infans in het Latijn ‘klein kind’ betekent, wat betekent ‘infantiel’ dan?
_______________________________________________________________________
4 Wat had Agamemnon voor zichzelf als geschenk gekozen, nadat hij een bepaald dorp had veroverd?
_______________________________________________________________________
5 Met welke ziekte vermoordt Apollon de Grieken?
_______________________________________________________________________
6 Wordt Chyseis uiteindelijk teruggegeven? Onderstreep wat juist is.

 Ja, maar Agamemnon neemt meteen een nieuw meisje.

 Ja, maar Agamemnon wil een nieuw meisje.

 Neen, Agamemnon blijft koppig.


7 Achilleus is een goed personage. Waaraan merk je dat? Onderstreep wat juist is.

 Hij verslaat Agamemnon in de strijd.

 Hij helpt Kalchas door hem te redden van de dood in een gevecht.

 Hij redt het meisje.



 Hij komt op voor zijn medestrijders en zet Agamemnon op zijn plaats.
8 Denk je dat Achilleus met zijn vrienden uiteindelijk een nieuw eergeschenk zal stelen voor Agamemnon? Leg uit.
_______________________________________________________________________




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina