Wij bevinden ons daarbij hier in een heel bijzonder gezelschap. Hier, net binnen de Haagse grachtengordel. En we bevinden ons daar in het komende jaar al 330 jaar lang



Dovnload 22.77 Kb.
Datum28.08.2016
Grootte22.77 Kb.
Het is mijn gewoonte, laat ik die nog maar even met de kwalificatie goed voorzien, om u jaarlijks bij de opening van ons academisch jaar toe te spreken en u niet alleen op te peppen, voor zover nodig, zus of zo te doen, maar u ook te informeren over al hetgeen beleidsmatig en bestuurlijk rond ons instituut speelt. Het gedeelte met het stichtelijke woord weet u zo langzamerhand wel, dus dat zal ik u verder besparen. Dat kan ik u helaas niet over de beleidsmatige zaken die ons als kunstonderwijs aangaan en bij voortduring – ik meldde het vorig jaar ook uitvoerig- bedreigen. Maar toch eerst een enkel woord over Jos Rutten, voor zover u niet allemaal bekend, een bijzonder gewaardeerde docent grafisch ontwerpen die eind juli overleed. Het kenmerkte hem dat hij nog maar kort daarvoor, al aan het eind van bijna twee jaar diverse pogingen via verschillende chemokuren, ondanks zijn slopende ziekte, aan een intensieve en lange dag gesprekken deelnam, juist met de wat problematische eindexamenstudenten. Een inspirerende, betrokken en gemotiveerde docent, veeleisend en veelgevend naar de studenten, een van onze kerndocenten. We, en dat geldt voor mij persoonlijk zeker ook, zullen hem bijzonder missen.

Bij alles en aan alles wat ik hierna aan de orde stel over beleid, gebouw en faciliteiten, mag u vooraf laten gaan dat wat wij bovenal nastreven bij de nu al weer snel komende accreditatie is de erkenning van het gegeven dat wij excellente studenten opleiden met inzet van excellente docenten. De kwaliteit van ons docentencorps, gesteund door de overige medewerkers, is ons belangrijkste kapitaal. En met tal van nieuwe docenten, en u weet dat ik daarbij bewust streef naar een hoogwaardige artistieke verscheidenheid, zetten wij nu meer docenten in dan ooit eerder in onze lange historie, juist om voortdurend excellentie bij onze studenten aan te kunnen jagen.

Wij bevinden ons daarbij hier in een heel bijzonder gezelschap. Hier, net binnen de Haagse grachtengordel. En we bevinden ons daar in het komende jaar al 330 jaar lang. Al 330 jaar, van Grote Markt (daar waar we nu onze studenten kunnen zoeken wanneer we, wat natuurlijk nooit gebeurt, onze studiebelasting te laag hebben ingeschat of begroot), via de Prinsegracht (waar leveranciers en nieuwe bezoekers ons nog altijd ten onrechte zoeken, want wat is nu een lettergreep; in grote delen van het land helemaal niets), naar de Prinsessegracht. Dus altijd binnen die Haagse grachtengordel; zoals wel vaker vergeet ik de Tarwekamp nu even. Bijna 330 jaar in het toch nooit echt vertrouwde gezelschap van ’s lands bestuur en de politieke elite. Inmiddels bijna letterlijk ingesloten tussen “ons” ministerie, dat vanuit grote hoogte ver op ons neerkijkt, en de burelen van de dames en heren politici die aan het Bleijenburg op ons schoolbord kunnen kijken, ook al letterlijk (in alle betekenissen van dat woord). Bijna 330 jaar voelen we de adem van de politieke elite in ons nek hijgen, vermoedelijk lang met de geur van cognac en sigaren. Tot voor kort!

Tot voor kort! Maar het lijkt al zo lang geleden. Toen de elite nog de macht vertegenwoordigde, dus niet perse binnen de Amsterdamse grachtengordel gelokaliseerd, de intelligentsia en de kunsten. Toen het lezen van een boek nog niet verdacht was en kunst nog mocht, ja zelfs, en dat was ook wel wat benauwend, kunst moest. Nu echter, nu de politiek de versterkte klankkast is van de nationale onderbuik, zou ik u en onszelf toewensen dat wij zo over het hoofd werden gezien als burgers al sinds jaar en dag denken dat de politiek dat hen deed. Maar helaas. Ik gaf al eerder aan, onder andere bij de opening van het vorig academisch jaar, dat bijna Tweede Kamerbreed wordt veronderstelt dat er teveel en te slecht kunstonderwijs is. Een opvatting die men niet altijd uit eigen duim heeft gezogen, ik mag dat zo badinerend zeggen want tot op heden weet echt bijna geen enkel Kamerlid dat de aantallen van het kunstonderwijs maar voor zo’n 10% betrekking hebben op de door hen veronderstelde tsunami van afstuderende beeldende kunstenaars, maar mijn inziens uit de duimen van veel van onze collega-kunstenaars en ontwerpers, die dat in menig interview of ingezonden artikel, bij tal openingen en recepties van achter de borrel en over de daken uitschreeuwen. Het was dan ook onvermijdelijk dat ook wij bij de ons opgedragen taak om gezamenlijk (dus al het kunstonderwijs) een sectornota te formuleren op de een of andere manier moesten bewegen. En probeer maar eens gezamenlijk, met alle kalkoenen voor het kerstdiner, het menu vast te stellen. Dat die kwaliteit in de breedte (dus blijkbaar bij alle kunstopleidingen) en dat zeker in vergelijking met het overige hoger onderwijs, door de accreditatie-autoriteit, de NVAO, bijzonder hoog gevonden wordt, was al eerder tegen dovemans oren vastgesteld. Vermoedelijk zijn we zelf wel in staat verschillen te signaleren. En het zal, ook vanwege de samenhang met het totale culturele aanbod, de bevolkingsomvang en de eigen kritische massa, geen toeval zijn wanneer bij de randstadinstellingen vaak, niet perse altijd, internationaal te positioneren kwaliteit kan worden gesignaleerd. Maar zulks constateren heeft alles van een welgerichte worp met het Australische erfgoed, genaamd boemerang: wanneer puntje bij paaltje komt vallen de grenzen van de verfoeide grachtengordel samen met de buitengrenzen van de Randstad en ligt het beloofde land in Limburg.

Zoals ik bij eerdere gelegenheden aangaf ben ik van mening dat ons land echt wel met minder kunstonderwijs toe kan. Zeker wanneer aan de brede HBO-onderwijsfabrieken wordt verboden nog langer hun misleidende pseudo-kunstonderwijs aan te bieden, en zeker niet verder uit te breiden. En dan is het mogelijk beter om sommige conservatoria en kunstacademies maar helemaal te sluiten, en je vooral te richten op de betere, completere en actuelere, waarbij dus zeker de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Maar het is niet snel te verwachten dat dat de uitkomst van een politieke afweging anno 2011-2012 zou zijn.

Vandaar dat u kort voor de zomer kon lezen dat er een sectornota is vastgesteld door de gezamenlijke instellingen in het kunstonderwijs, met alle instellingen, zowel die onderdeel uitmaken van bredere hogescholen, zoals Minerva in Groningen, de Willem de Kooning, of St. Joost in Breda, als de specifieke, monokuo’s, waaronder wij dus, of de Rietveld en Codarts en de HKU. Daarin staan diverse, binnen korte tijd nader uit te werken, voornemens gericht op kwaliteitsverbetering onder de titel ‘Focus op Toptalent’. Profilering, profilering, en verdere aanscherping van profilering is in het hoger onderwijs in het algemeen, maar in extreme mate doorbedacht voor het kunstonderwijs, blijkbaar het allerbelangrijkst. Wij worden met name genoemd, zoals al eerder in het advies van de commissie Dijkgraaff, als een hogeschool (conservatorium en academie) gericht op het onderzoeksprofiel, maar ook als de plaats waar, met de School voor Jong Talent, de nationale topopleiding in de voortrajecten functioneert. Naast verder mooie voornemens op deze terreinen en het gebied van de lectoren en internationale werving, betere doorverwijzing en betere beroepsvoorbereiding, afstemming met de creatieve industrie viel uiteraard de collectieve bereidheid tot reductie van de studentenaantallen autonome beeldende kunst en klassieke muziek en jazz op. Over dit alles zal elke hogeschool afzonderlijk een instellingsplan en nadere afspraken met het ministerie moeten maken, maar iedereen heeft zich gebonden zo’n reductie te realiseren. Wij dus ook: 20% minder studenten beeldende kunst autonoom en 12% minder studenten muziek als zijnde het gevolg van 20% minder bij klassiek en jazz.

U bent door ons al eerder geïnformeerd over de bedoelde intensieve samenwerking met Codarts Rotterdam, een samenwerking die mogelijk ook bestuurlijk ver kan gaan. Dat kan leiden tot een goed samenhangend geheel op het gebied van de dansopleidingen, de educatie en de muziek. Om u daarover maar direct verder te informeren, de gemeentes Rotterdam en Den Haag lijken dat idee te willen adopteren en, nu zij er nog niet helemaal uit zijn hoever de grootstedelijke culturele infrastructuur van beide steden helemaal samen te voegen zijn, dat voor het kunstonderwijs (hun beleidsterrein helemaal niet) te bepleiten. Dus blijkbaar ook ineens voor de Willem de Kooning en ons. Dat zal zo’n vaart overigens niet kunnen lopen, niet alleen omdat de gemeentes daar helemaal niet over gaan, en niet alleen omdat er in toenemende mate inhoudelijke verschillen tussen onze academies te signaleren zijn, maar ik zie de Willem de Kooning nog niet zo snel uit de Hogeschool Rotterdam stappen en onszelf nooit en te nimmer in een HBO-brede hogeschool.

Terug naar de sectornota. Die 20% minder beeldende kunst autonoom betreft bij ons een stevig en belangrijk deel van ons instituut: beeldende kunst voltijd, beeldende kunst deeltijd en ArtScience. Dat is overigens een deel van onze academie waarin we in de jaren daarvoor al vrijwillig zelf al enige tientallen procenten hadden ingeleverd. Dat vooral door een forse krimp bij BK-deeltijd, ook door is daar meer specifiek te richten op mensen met een reëel beroepsperspectief. We zullen nu dus verdere plannen moeten ontwikkelen die toch echt ook tot besparing van de uitgaven moet leiden, omdat we die besparing dan moeten inzetten om budgettair neutraal ambitieus onze onderzoeksgerichtheid en de voortrajecten te versterken en bovenal, en we hebben daaraan vooral prioriteit gegeven, meer erkende masterplaatsen realiseren. Ook daarvoor zullen we dus verdere plannen moeten ontwikkelen.

Maar of en in hoeverre we deze eigen voornemens ook mogen uitwerken is nu afhankelijk van de politiek. De staatssecretaris zit ergens daarboven in zijn Hoftoren te broeden op zijn reactie en mogelijk zijn oekazes voor verdere reductie of voor keuzes voor profielen die beperkingen van opleidingen, zoals ik u die vorig jaar schetste, kunnen inhouden. En bovendien dreigt vervolgens en daarnaast de Tweede Kamer die, anders dan bij de discussie over de bezuinigingen in de kunst, ook binnen de oppositie fanatieke bezuinigers op het kunstonderwijs kent.

Ook zonder deze dreiging worden wij nu al, op dit moment financieel benadeeld door het nu daadwerkelijk ingevoerde nieuwe bekostigingssysteem. Ik heb u dat in de afgelopen jaren al aangekondigd en uitgelegd en we kunnen nu merken dat wij als academie, met tientallen procenten aan studenten die al voorafgaand aan hun toelating hier ander hoger onderwijs hebben gevolgd,bijna een half miljoen euro minder per jaar aan bekostiging ontvangen. We gaan overigens nog naar aanleiding van de officiële beschikking, pas een dezer dagen ontvangen, naar de rechter. We vinden namelijk dat de minister in strijd handelt met de bedoelingen van zijn eigen wet, die zouden immers zijn dat de overheid de financiele ondersteuning geeft, de verantwoordelijk neemt voor één bacheloropleiding en één masteropleiding per student, en dat de student verder zelf de financiële verantwoordelijkheid moet dragen. Maar nu legt de minister de financiële verantwoordelijkheid bij een daarvoor niet de financien hebbende onderwijsinstelling wanneer die student meer dan drie of vier jaar hogeronderwijs heeft genoten. De nieuwe langstudeerdersregeling, die volgend jaar in werking gaat, maakt het nog absurder. De overrheid laat de studenten dan wel extra betalen, maar niet aan de instelling die de kosten draagt voor die langstudeerder, maar pikt die gelden zelf in, terwijl zij geen uitgaven meer heeft aan die student. Genoeg redenen dus voor ons om als hogeschool de gang naar de rechter te maken.

Ik gaf u vorig jaar ook aan niet te willen kiezen voor stilzitten of de adem inhouden, geen defensieve strategie of pas op de plaats. Wij waren en zijn bezig met een meerjarig programma van actualisatie en kwaliteitsverbetering, binnen al onze opleidingen en binnen de academie als geheel, met permanent te verbeteren beroepsvoorbereiding en een sterker accent op theorie en onderzoek. Zo is er het afgelopen jaar hard gewerkt aan herziening en actualisatie van de volledige curricula van Interieurarchitectuur en Meubelontwerpen en dat van Grafisch Ontwerpen om, met behoud van de bestaande kwaliteiten, de programma’s nog nadrukkelijker en veelzijdiger te richten op het ontwikkelen van het eigen talent en de eigen creativiteit van de, dus elke afzonderlijke, student.

Want in dat spanningsveld functioneren we voortdurend, als een academie die bewust kiest voor, zelfs relatief intensieve, onderwijsprogramma’s en inhoud, maar voorop wil stellen en nationaal en internationaal in de kopgroep wil lopen met het opleiden van studenten tot kunstenaars en ontwerpers tot zelfstandige en zelfbewuste beeldend kunstenaars en ontwerpers, die door hun gedrevenheid en hun experimentele instelling een eigenzinnige inbreng hebben in hun discipline en de maatschappij. Het ondersteunen en verder ontwikkelen van de eigen creativiteit en het eigen talent van al onze studenten en van elke student afzonderlijk moet dus eigenlijk voorop staan, en onze onderwijsprogramma's moeten die ondersteunen of zich door die studenten opzij laten duwen. We herzien onze curricula dus niet omdat er geen goede resultaten zouden zijn, integendeel zelfs, maar om actiever en beter van meet af aan ruimte aan diverse talenten te geven en bovendien omdat we een meer adequate voorbereiding op de grote veranderingen in de diverse beroepspraktijken willen realiseren.

Onderzoek door en in de kunst speelt een steeds grotere rol binnen ons instituut, zoals in toenemende mate blijkt in onze bachelor-opleidingen, onze inmiddels uitgebreide lectoraten, in de masters van ArtScience, waarbij ook de nieuw ontwikkelende variant Master Artistic Research in het afgelopen studiejaar de eerste lichting succesvol afstudeerde, in de nieuwe Master Interieur Architectuur, genaamd ‘Inside’, die hier nu dit jaar daadwerkelijk van start gaat, onder andere in combinatie met het lectoraat van Jan Jongert, ‘Flows’, maar ook met ons eigen promotietraject PhDArts, waarin enkele maanden terug de eerste beeldende promotie plaatsvond door een alumnus van Type and Media. En we hoeven ons door de politieke borrelpraat ook niet helemaal van de wijs te laten brengen dat het huidige kunstonderwijs geen relatie zou hebben met de actualiteit, de nieuwe media en de creatieve bedrijfssector, want met ons Augmented Reality Lab en het nieuwe lectoraat van Yolande Kolstee gericht op innovatieve visualisatietechnieken spelen wij ook daarin wel degelijk een actieve rol.

Al blijf ik bepleiten dat wij die rol verder ontwikkelen binnen al onze studierichtingen, geen enkele uitgezonderd, moeten we stimuleren dat alle media, van de meest traditionele tot de allernieuwste, actief worden beproefd, ingezet en zo mogelijk crossmediaal verder ontwikkeld worden. We hebben er als academie de afgelopen anderhalf jaar heel fors op ingezet, en in beginsel in alle werkplaatsen, flink geinvesteerd: bij fotografie, bij multimedia, maar ook bij hout, metaal, beeldhouwen, textiel en kunststof. Als het stof is neergedaald, of beter als de afzuigapparatuur nu eindelijk eens in staat is zulks te voorkomen, dan ziet u, met mij, een academie die optimaal is toegerust om in de volle breedte van de beeldende kunsten een actieve, stimulerende en innovatieve 21e eeuwse rol te spelen.



Over stof gesproken..... Ik vrees toch, zelfs bij werkende afzuigapparatuur, dat ik u dat, ook het komende studiejaar, moeilijk kan onthouden. We breiden immers ook ons aantal vierkante meters voor ons onderwijs fors uit. De voormalige winkelruimte van Carl Denig hebben we aangekocht en wordt nu ook binnendoor bereikbaar gemaakt door een daarvoor noodzakelijke tribunebouw in het auditorium. In die ruimte kan ook de nieuwe master Interior Architecture, Inside, aan de slag, al hoewel die eigenlijk in het daarvoor aangekochte pand aan de andere kant van ons pleintje aan het Bleijenburg zal moeten komen. Wat mij betreft wordt die ruimte in de toekomst voor de masterstudenten ook beschikbaar buiten onze openingstijden, zoals ik dat dan ook voor de studenten Type and Media hoop te kunnen realiseren. De monumentale achtergevel aan het Bleijenburg, voor u allen als behorend bij de zo verfoeide culturele elite natuurlijk gesneden koek, is een in 1873-1874 op de door de Venetiaanse renaissance geïnspireerde eclectistische bouwstijl opgetrokken gevel, uit witte Luxemburgsche steen. Niks mis mee dus, want een erkend monument, ook al omdat het de eerste Hogere Burgerschool in Den Haag was, ware het niet dat we nu al enkele jaren om verpletterend effect van de wet op de zwaartekracht adequaat op te vangen van een valschutting hebben moeten voorzien. De Luxemburgsche steen heeft de houdbaarheidsdatum van de Benelux niet kunnen overschrijden en zal binnenkort geheel verwijderd en vervolgens weer geheel opgebouwd moeten worden. Als zoiets gebeurt als kunstproject, zoals het afbreken van een schip aan de ene kust om het na vervoer over land aan de andere kust weer op te bouwen, blijkt dat in de media het sprekende bewijs van entarterte kunst, maar bij zo’n oude gevel heet zoiets 'monumentenzorg' . En daar doen de overheden gelukkig nog aan, zodat we naast een stevige financiële steun van de rijksoverheid nu, sinds de vorige week, ook een financiële toezegging van de gemeente binnen hebben. We kunnen en gaan nu dus snel aan de slag. Het zou mooi zijn wanneer de straks fraai gerestaureerde gevel het uitzicht wordt van een klein, maar levendig terras bij ons dan actiever als tweede in- en uitgang functionerende pleintje aan het Bleijenburg. Maar daarvoor heb ik helaas nog geen exploitant weten te vinden. Even een echt zijspoor, maar wees gerust, ik rond bijna af, deze locatie, ook met dat aardige voorpleintje in zo’n achterafstraatje, was al gevorm door een in 1660 gebouwd groot huis (vanaf 1690 functionerend als het Haagse hoofdkwartier van de VOC, dus van de ‘goede’ mentaliteit voorzien……toch?!) aan zo’n achterafstraat (een overigens in die tijd gedempte gracht) inspireerde toen al tot een spottekst in een spotliedje: “in Holland is niet eene stad. Met sulken schoonen achtergat.”

Stof kunt u ook verwachten, en vermoedelijk ook nog wel wat meer vormen van overlast, nu wij daadwerkelijk gaan beginnen met een extra etage boven de vleugels van Interieurarchitectuur en Meubelontwerpen. De vergunnigen zijn bijna binnen en de aanbesteding is recent bijna afgerond. We willen nu beginnen en het moet volgend jaar om deze tijd allemaal achter de rug zijn, met als resultaat een 1.000 m2 extra onderwijsruimte in een ruime, transparante opzet. En dat naast de beide, al genoemde, uitbreidingen aan het Bleijenburg, met bij elkaar ook zo’n 800 m2. Geloof me, dat is wel meer dan een enkel tandje erbij. Dus niet alleen qua intentie, en niet alleen omdat we de dynamiek en kwaliteit daarvoor hebben, maar ook facilitair zijn we zo in staat het brede spectrum van de beeldende kunsten, met ook de vele toegepaste vormen, met de zich in een groeiende beeldcultuur ontwikkelende nieuwe media, maar ook met een gedegen voortgang van de opleidingen die we al hebben. Wat mij betreft inclusief Industrieel Ontwerpen; we waren daar ooit de eerste mee in Nederland, toen met namen als onder andere Gispen en Rietveld, en we vieren dus dit jaar het zestig jarig bestaan van Industrial Design aan de KABK. Dat brede palet aan beeldende opleidingen is ook nodig om onze studenten niet monodisciplinair of vakidioot op te leiden, maar voortdurend multidisciplinariteit en crossdisciplinariteit te stimuleren. Toch nog even een stichtelijk slot, en nu een stevige borrel en een heel goed jaar!



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina