Wij zijn toch vriendinnen?



Dovnload 301.86 Kb.
Pagina1/5
Datum21.08.2016
Grootte301.86 Kb.
  1   2   3   4   5


Wij zijn toch vriendinnen?

Een onderzoek naar emotie en moraal in de Nederlandse dramaserie Gooische Vrouwen



Bernadette Out (307080)

307080bo@student.eur.nl

Master Media & Journalistiek

Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen

Erasmus Universiteit Rotterdam

Begeleidster: Dr. T. Krijnen

Tweede lezer: Drs. A.L. Peeters

Augustus 2008

Voorwoord
Beste lezer,
Met gepaste trots presenteer ik mijn onderzoeksrapport dat na zes maanden eindelijk zijn definitieve vorm heeft bereikt. Het was een weg met vallen en opstaan. Omdat het een vrij exploratief onderzoek betrof moest ik de route zelf nog uitstippelen. Dit was niet altijd even gemakkelijk, maar aan de andere kant bood het mij de kans om die weg in te slaan die ik zelf wilde. Door stap voor stap te werk te gaan is de eindstreep uiteindelijk gehaald en dat geeft veel voldoening. Op mijn route ben ik bijzonder goed bijgestaan door mijn begeleidster Tonny Krijnen. Aan haar dan ook een woord van dank voor al haar opbouwende kritiek. Verder wil ik graag mijn tweede lezer, de heer Allerd Peeters bedanken en mijn vriend Theo Kort die gedurende de onderzoeksperiode veel geduld met mij had.
Tot slot rest mij u nog veel plezier te wensen met het lezen van dit verslag.
Bernadette Out

Ouderkerk aan de Amstel, augustus 2008.



Inhoudsopgave


Implied Implied 21


Samenvatting
Dit onderzoeksrapport doet verslag van de vervlechting van emotie en moraal in de Nederlandse dramaserie ‘Gooische Vrouwen’. De hoofdvraag die aan dit onderzoek ten grondslag ligt luidt: Hoe verhouden morele kwesties zich met de vertoonde emoties in de Nederlandse dramaserie Gooische Vrouwen? Aangezien er in de wetenschap nog nauwelijks onderzoek is gedaan naar de verhouding tussen emotie en moraal kan dit onderzoek een waardevolle bijdrage voor de wetenschap betekenen. Ook op maatschappelijk vlak kan het onderzoek bijdragen aan de morele verbeelding van televisiekijkers.
De hoofdvraag is opgesplitst in een tweetal deelvragen. Bij de eerste deelvraag wordt er stilgestaan bij de morele kwesties die zich voordoen in de serie. Welke morele kwesties bevat de serie? Hoe komen deze tot uiting en wat voor rol hebben de personages bij de morele kwesties? Bij de tweede deelvraag wordt er gekeken naar de emoties die worden geuit per morele kwestie. Wie uit deze emoties bijvoorbeeld? Gebeurt dit via het beeld of via de gesproken tekst en wat is de intensiteit van de emoties?
Het onderzoek is een vrij explorerend onderzoek en daarmee ook kwalitatief van aard. Er is één compleet seizoen van de dramaserie onderzocht. Dit betekent dat er negen afleveringen zijn bekeken die samen goed waren voor 6,5 uur televisie. Van alle afleveringen zijn uitgebreide transcripten gemaakt die aan een nadere analyse zijn onderworpen. De focus lag echter niet alleen op het narratief, maar tevens op het beeld. Deze duale benadering zorgde ervoor dat er zo een compleet mogelijke analyse werd uitgevoerd op het onderzoeksmateriaal.
In totaal zijn er acht morele kwesties gevonden in Gooische Vrouwen, die ondersteund worden door zestien verschillende verhaallijnen. Deze acht morele kwesties zijn een verdere nuancering op de drie overkoepelende morele thema’s ‘liefde’, ‘vriendschap’ en ‘goede omgangsvormen’. Onder dit laatste thema vallen zeven van de zestien verhaallijnen en hiermee lijkt dit thema dan ook de kern van de serie te zijn.
Wat verder opviel was dat de personages op verschillende manieren meerdere keren betrokken waren bij één morele kwestie, bijvoorbeeld als aanstichter én als slachtoffer. Deze rolwisselingen van de personages blijken inherent te zijn aan dramaseries. Het gevolg hiervan is dat de morele kwesties heel divers aan bod komen. Morele dilemma’s worden van verschillende kanten bekeken en dragen dus verschillende oplossingen aan. Dit stimuleert de morele verbeelding van de televisiekijker en daarom draagt de serie bij aan de morele volwassenheid van de kijker.
Bij het bestuderen van de emoties is gebleken dat emoties die door slachtoffers van morele kwesties geuit worden heftiger zijn dan emoties die door de aanstichters geuit worden. De emoties zijn heftiger en intenser zodra de belangen van het ene personage flink geschaad worden door een ander personage. Hoe minder deze belangen worden geschaad, des te lager is de intensiteit van de geuite emoties. Daarnaast blijkt dat de intensiteit van de emoties zeer gevarieerd is en dat er een grote mate van overeenstemming is in de getoonde emoties die onder één morele kwestie vallen. Als de acht morele kwesties echter verder worden onderverdeeld bij de drie overkoepelende morele thema’s ‘liefde’, ‘vriendschap’ en ‘goede omgangsvormen’, dan blijkt deze overeenstemming minder groot te zijn. Het lijkt er op dat hoe genuanceerder een thema is, hoe meer overeenstemming er te zien is in de geuite emoties. En omgekeerd geldt dat hoe breder een thema is, hoe minder overeenstemming er is waar te nemen in de geuite emoties. Tot slot kan worden opgemerkt dat emoties vaker via de gesproken tekst dan via het beeld naar voren komen, maar dat het beeld bijna altijd een ondersteunende functie heeft.
Al met al lijkt er een sterk verband te bestaan tussen de acht morele kwesties die gevonden werden in dit onderzoek en de daarbij geuite emoties. Eén bepaalde morele kwestie wordt in verschillende verhaallijnen namelijk altijd gekenmerkt door dezelfde emoties. Of dit voor andere dramaseries ook het geval is, kan een interessant onderwerp voor een vervolgstudie zijn.
Trefwoorden onderzoek: media productie, kwalitatief onderzoek, televisie, dramaserie, emotie en moraal.

Abstract
This research reports about the coalescence of emotion and moral in the Dutch drama series ‘Gooische Vrouwen’. The basic question of this report is: In what way are moral matters in proportion whit the emotions shown in the Dutch drama series Gooische Vrouwen? As in science hardly any research has been done so far in what way moral matters are in proportion whit the emotions shown, this could be a valuable asset for science. Also at social level this could add to the moral broadening of the people who watch television.
The main question is divided into two sub-questions. The first sub-question is about the moral-matters that occur in the series. Which moral matters contains the series?

How are these shown and what kind of role do the characters have in these matters? The second sub-question is about the emotions that are shown together with these moral matters. Who expresses them for example? Are they expressed via pictures or via spoken language and what is the intensity of the emotions?


The research is a rather explorative one and thus also qualitative. One complete season of the series has been researched. This means nine episodes, together 6,5 hours of television. Transcripts of all episodes have been made and were analysed. The focus was not only on the narrative but also on the pictures. This dual approach implied that an analysis as good as possible was done on the research material.
Overall eight moral matters were found in the series, supported by sixteen different story-lines. These eight moral matters are a further specification of the three main moral topics ‘love’, ‘friendship’ and ‘civil conduct’. This last topic contains seven out of the sixteen story-lines and thus seems to be the core of the series.
Also striking was that the characters were involved in different ways more times with one moral matter, for example as initiator and as victim. This change of role of the characters seems inherent to drama series. As a consequence moral matters are exposed in various ways. Moral dilemmas are approached from different sides and thus deliver different solutions. This stimulates the moral imagination of the television watcher and in this way it adds to the moral adolescence of the watcher.
While studying the emotions it proves to be that emotions shown by victims are more intense than these shown by initiators. The emotions are more intense as soon as the interests of a character are more damaged by another character. The lower these interests are damaged, the lower the intensity of the emotions showed will be. Besides that it proves to be that the intensity of the emotions is very diverse and that there is a large degree of agreement in the emotions showed under one moral matter. However, if the eight moral matters are further subdivided by the three main moral topics ‘love’, ‘friendship’ and ‘civil conduct’, this agreement proves to be less bigger. So it seems to be that the more nuanced a theme will be, the bigger the agreement in the emotions showed will be and reversed. Finally can be said, emotions come forward more via the spoken language instead of via pictures. However, the pictures have almost always a supporting function.
Taking all the above in consideration, it seems to be that there is a strong link between the eight moral matters which were found in this research and thereby the expressed emotions. One certain moral matter is always characterised in several story-lines by the same emotions. Whether this is for other drama series also the case, can be an interesting subject for further study.
Keywords research: media production, qualitative research, television, drama series, emotion and morality.

1. Inleiding
1.1 Aanleiding

De aanleiding voor dit onderzoek is de maatschappelijke en wetenschappelijke discussie over de veronderstelde invloed van de inhoud van televisie. Er wordt namelijk veel geschreven en gesproken over controversiële programma’s zoals Idols, Big Brother, Undercover Lover, De Gouden Kooi en Temptation Island. Volgens communicatiewetenschapster Krijnen is er zelfs een bepaalde term die aan al deze programma’s kan worden gekoppeld, namelijk ‘afzeiktelevisie’ (Ronde, 2007). Deze term refereert aan het veronderstelde leedvermaak dat de kijker zou beleven naar aanleiding van de soms harde, botte en onverschillige manier waarop de emoties van de deelnemers bij dit soort spelshows ter zijde worden geschoven. In oktober 2007 kwam in het nieuws dat het omstreden commentaar ‘geef dat kind een nekschot’ van het Idols-jurylid Gordon toch werd uitgezonden. De reactie van programmadirecteur Erland Galjaard luidde dat het volgens hem niet duidelijk werd tegen wie Gordon deze omstreden uitspraak doet. Bovendien is een scherpe en kritische jurybeoordeling nou eenmaal onderdeel van de formule van Idols, zo stelde hij (Mediacourant, 2007).


Jeroen Dijsselbloem, Tweede Kamerlid PvdA, keurt dit soort ‘afzeiktelevisie’ duidelijk af. In het programma ‘Soeterbeeck’ vertelde hij: ‘mensen worden onder druk van kijkcijfers en commercie steeds verder over hun fysieke, emotionele en ethische grenzen heengetrokken. Ze worden verleid dingen te doen en te accepteren die ze in het normale leven nooit zouden doen of accepteren. Ik verzet me tegen de trend dat morele grenzen elk tv-seizoen steeds een beetje worden verschoven’ (Katholiek Nederland, 2007).
Hoewel Dijselbloem het natuurlijk vooral over de al eerder genoemde ‘spelshows’ en ‘reality shows’ heeft, is het ook interessant om de inhoud van andere televisiegenres te onderzoeken. Zo is communicatiewetenschapster dr. T. Krijnen, tevens begeleidster van deze master thesis, bijvoorbeeld sterk geïnteresseerd in de inhoud van Nederlands drama. Hoe zit het hier met bijvoorbeeld morele kwesties en wat voor emoties komen hier bij aan bod? Dit zal verder worden besproken in de volgende paragraaf.
1.2 Introductie onderwerp

Uit het maatschappelijk debat blijkt dat men het er algemeen over eens is dat programma’s die onder de noemer ‘afzeiktelevisie’ vallen moreel verwerpelijk zijn (Ronde, 2007). Dit betekent dat politici en journalisten de situaties die zich voordoen in deze televisieprogramma’s in principe afkeuren omdat het onze ethische grenzen (wat goed en niet goed is) overschrijdt. Toch worden dit soort programma’s goed bekeken en lijkt de aantrekkelijkheid hiervan juist in de emotionele beleving te liggen. Oftewel, leedvermaak scoort. Het lijkt er dan ook op dat wanneer er sprake is van moraal in televisieprogramma's, of juist de afwezigheid ervan, er ook altijd sprake is van emotie en vice versa. Toch is de verhouding tussen deze twee begrippen nog weinig onderzocht en daarmee onduidelijk. De vraag die aan dit onderzoek ten grondslag ligt concentreert zich dan ook op deze vervlechting van moraal en emotie in een Nederlandse dramaserie, omdat er binnen het televisiegenre drama nog weinig onderzoek naar gedaan is. Er is gekozen voor seizoen drie van de dramaserie ‘Gooische Vrouwen’, dat in het najaar van 2007 is uitgezonden door RTL4. In de dramaserie staat het leven van vier vriendinnen uit het Gooi centraal. Ondanks dure auto’s, prachtige villa’s en dikke bankrekeningen heeft hun dagelijks bestaan weinig weg van een sprookje. Ontrouw, leugens, geheimen en verdriet zijn aan de orde van de dag en zorgen ervoor dat de relaties van de vier vriendinnen steeds meer onder druk komen te staan. De Gooische Vrouwen delen lief en leed met elkaar en de serie lijkt dan ook de perfecte dramaserie om de vervlechting tussen emotie en moraal aan een nader onderzoek te onderwerpen.


1.3 Onderzoeksvragen

Om het onderzoek naar de vervlechting tussen emotie en moraal gestructureerd aan te pakken worden er een aantal onderzoeksvragen opgesteld. Deze onderzoeksvragen worden opgesplitst in een hoofdvraag en enkele deelvragen. Het doel van de deelvragen is om stapsgewijs een antwoord te kunnen formuleren op de hoofdvraag. De deelvragen zullen in hoofdstuk vier, waar het empirisch onderzoek centraal staat, beantwoord worden en de hoofdvraag komt aan bod in hoofdstuk vijf.

De hoofdvraag die aan dit onderzoek ten grondslag ligt concentreert zich zoals gezegd op de vervlechting van emotie en moraal in de Nederlandse dramaserie ‘Gooische Vrouwen’. De hoofdvraag luidt dan ook:
Hoe verhouden morele kwesties zich met de vertoonde emoties in de Nederlandse dramaserie ‘Gooische Vrouwen’?
Deze hoofdvraag wordt opgedeeld in de volgende deelvragen:


  1. Welke morele kwesties doen zich voor in de serie en hoe komen deze aan bod?

  2. Welke emoties doen zich voor bij elke morele kwestie en hoe worden deze geuit?

Bij deelvraag één staan de morele kwesties centraal. Hiermee worden situaties bedoeld waarin sprake is van moraal. Moraal wil zeggen: de opvatting over de manier waarop iemand zou moeten leven, denken en handelen omdat dit over het algemeen als ‘goed’ wordt beschouwd. Wat er precies onder moraal wordt verstaan zal verder aan bod komen in hoofdstuk twee, paragraaf zeven. Deelvraag één behandelt ten slotte niet alleen een morele kwestie op zich, maar ook hoe deze aan bod komt. Te denken valt dan aan de hoeveelheid verhaallijnen en de soorten verhaallijnen waarin een morele kwestie zich afspeelt.


Bij deelvraag twee staan de emoties centraal en de manier waarop deze geuit worden. Hierbij wordt bijvoorbeeld een onderscheid gemaakt tussen emoties die met woorden en emoties die met beelden worden geuit. Ook de intensiteit van de emotie is van belang. Kan bijvoorbeeld worden aangenomen dat bij de ene morele kwestie de emoties heftiger zijn dan bij de andere of niet? Tot slot kan er bij deze vraag ook een uitspraak gedaan worden over wie welke emoties vertoont. Is dit bijvoorbeeld het slachtoffer, de aanstichter of een toeschouwer van een morele kwestie?
Als alle resultaten van deelvraag één en twee in kaart zijn gebracht dan is het bespreken van het verband tussen de begrippen emotie en moraal een logisch vervolg. Alle feitelijke gegevens zijn namelijk aan bod gekomen en hierdoor is het mogelijk om te analyseren hoe de twee begrippen precies met elkaar in verband staan. Worden er bij een bepaalde morele kwestie altijd dezelfde emoties getoond en altijd door dezelfde personen? (slachtoffer, aanstichter of toeschouwer) Of is er geen enkel logisch verband tussen deze twee begrippen te ontdekken? De conclusie geeft hier uitsluitsel over. Voor het echter zo ver is wordt er in dit hoofdstuk eerst nog stilgestaan bij de theoretische en maatschappelijke relevantie van dit onderzoek en vervolgens wordt er een verwachting uitgesproken over het antwoord op de hoofdvraag. Dit hoofdstuk zal vervolgens worden afgesloten met een leeswijzer, zodat het voor u als lezer duidelijk wordt hoe dit verslag is opgebouwd. Nu wordt er verder gegaan met de theoretische en maatschappelijke relevantie.
1.4 Theoretische en maatschappelijke relevantie

De theoretische relevantie van dit onderzoek zit hem in het feit dat de verhouding tussen emotie en moraal nog weinig onderzocht is. Om die reden is het voor de wetenschap zeer interessant dat hier onderzoek naar gedaan wordt. Dit onderzoek kan bovendien een waardevolle aanvulling zijn op al bestaand onderzoek naar televisie en moraal, bijvoorbeeld op dat van Tonny Krijnen (2007), genaamd: ‘There Is More(s) in Television. Studying the relationship between television and moral imagination’. In dit onderzoek van Krijnen wordt aangetoond dat de televisie geen oorzaak is van moreel verval, maar dat de televisie juist kan bijdragen aan de ontwikkeling van morele volwassenheid. Hoewel het onderzoek uitgebreid ingaat op de moraal op televisie blijft emotie ook hier achterwege. Krijnen (2007:114) geeft wel aan dat bepaalde resultaten uit haar onderzoek nader verklaard zouden kunnen worden aan de hand van emotietheorieën. Omdat haar onderzoek zich echter concentreert op de ontwikkeling van de morele verbeelding blijft deze nadere verklaring achterwege. Hierdoor lijkt er echt een spreekwoordelijk ‘gat’ in de markt voor dit onderzoek naar moraal én emotie in ‘Gooische Vrouwen’.


De maatschappelijke relevantie van dit onderzoek zit hem in het feit dat de televisie haar kijkers confronteert met morele boodschappen. Het onderzoek van Krijnen (2007) toont bijvoorbeeld aan dat de Nederlandse televisie gemiddeld één morele boodschap per half uur op de kijker afvuurt. En specifiek voor drama geldt 1,9 morele boodschap per uur. Mag je liegen? Hoe moeten we met elkaar omgaan? Wanneer ben je een held? Wanneer is geweld rechtvaardig? Zulke morele vragen worden regelmatig in televisieprogramma’s gesteld. Kijkers herkennen dit soort morele dilemma’s, interpreteren ze, denken erover na en vragen zich af hoe ze zelf zouden reageren als ze voor hetzelfde morele dilemma zouden komen te staan (Ronde, 2007). In een artikel op Kennislink bespreekt Kahliya Ronde (2007) het onderzoek van Krijnen. Hierin staat onder andere dat televisie kan worden vergeleken met een soort laboratorium, een proeftuin waarin allerlei morele standpunten kunnen worden getest zonder dat dit directe consequenties in het echte leven heeft. De televisie stimuleert hiermee dan ook de morele verbeelding (Ronde, 2007). Als iemand naar ‘Gooische Vrouwen’ kijkt kan hij of zij zich bijvoorbeeld beginnen af te vragen hoe een goede vriendschap eruit ziet en of eerlijkheid hierbij voorop staat. Via televisie leer je morele kwesties herkennen, verschillende perspectieven zien en de consequenties van de verschillende perspectieven in te schatten. Televisieprogramma’s stimuleren je ook om je eigen positie tegenover morele dilemma’s te bepalen. En hiermee zet je een belangrijke stap richting morele volwassenheid (Ronde, 2007). Ook volgens Van Zoonen (2002) zijn de media afspiegelingen van gedeelde normen en waarden en de daaruit voortvloeiende morele waarden. Bovendien kan een televisieprogramma als ‘Gooische Vrouwen’ niet alleen die gedeelde moraal versterken, maar ook nieuwe normen en waarden in omloop brengen en ter discussie stellen (Van Zoonen, 2002). Hoewel er hier voornamelijk gesproken is over de moraal op televisie, gaat deze stelling ook op voor emotie. Kijkers kunnen lering trekken uit de manier waarop er in bepaalde situaties met emoties wordt omgegaan. Schiet het iets op als je kwaad wordt en gaat schreeuwen als je man vreemd gaat of is jezelf terugtrekken en wraak nemen de beste oplossing? De serie ‘Gooische Vrouwen’ kan hierin een leidraad zijn. Dit inleidende hoofdstuk wordt nu vervolgd met een verwachting over de uitkomsten van de vervlechting van emotie en moraal in de serie ‘Gooische Vrouwen’.
1.5 Verwachting

Verwacht wordt dat er een sterk verband bestaat tussen emotie en moraal. Bij morele kwesties spelen emoties vaker wel dan niet een rol en deze emoties kunnen hoog oplopen als de morele kwesties expliciet in beeld worden gebracht dan wel worden uitgesproken. Bovendien wordt verwacht dat elke morele kwestie zijn eigen typen emoties heeft en dat deze bovendien in verschillende situaties op dezelfde manier geuit worden. Of deze veronderstellingen juist zijn zal blijken aan het einde van dit onderzoek. Dit hoofdstuk zal nu worden afgesloten met een leeswijzer.


1.6 Leeswijzer

In dit inleidende hoofdstuk heeft u kennis kunnen maken met het onderwerp van dit onderzoek. Hierin zijn onder andere de onderzoeksvragen aan bod gekomen, is er een verwachtingsuitspraak gedaan betreffende de resultaten hiervan en is de relevantie van het onderzoek aangetoond. In het hierop volgende hoofdstuk staat het theoretisch onderzoek centraal. Hierbij wordt allereerst stilgestaan bij de serie ‘Gooische Vrouwen’ zodat er een goed beeld wordt verkregen van het onderzoeksmateriaal. Vervolgens zullen de belangrijkste begrippen uit dit onderzoek uiteen worden gezet. Hier en daar worden deze uiteenzettingen ondersteund door wetenschappelijke theorieën en uitspraken van andere onderzoekers. In hoofdstuk drie wordt vervolgens aandacht geschonken aan de methodische verantwoording. Wat is de manier van onderzoek? Hoe wordt de data verzameld en hoe wordt deze geanalyseerd? Als al deze vragen beantwoord zijn, dan is het in hoofdstuk vier tijd om de resultaten van het empirisch onderzoek te bespreken. Hierin wordt antwoord gegeven op de deelvragen zoals die in paragraaf 1.3 zijn geformuleerd. Tot slot zal in het afsluitende hoofdstuk van dit onderzoek een antwoord worden gegeven op de hoofdvraag. Ook wordt hier met een kritische blik teruggekeken op het eigen onderzoek en worden de beperkingen besproken. Het onderzoek zal daarom ook worden afgesloten met een aantal ideeën voor vervolgonderzoek.



2. Theoretisch kader
2.1 Inleiding

In dit theoretisch kader wordt getracht een helder beeld te scheppen van wetenschappelijk theorieën en denkwijzen die van toepassing zijn op dit onderzoek. Omdat dit onderzoek zich richt op de vervlechting van emotie en moraal in de Nederlandse dramaserie ‘Gooische Vrouwen’ zal er allereerst worden stilgestaan bij deze serie en vervolgens bij het fenomeen drama. Omdat de dramaserie een verhaal vertelt, wordt er vervolgens uitgebreid aandacht besteed aan het narratief. Het narratief is immers de manier waarop een verhaal in elkaar steekt. Het verhaal van ‘Gooische Vrouwen’ wordt naast de gesproken tekst ook verteld aan de hand van het beeld. Daarom zal er kort worden stilgestaan bij de semiotiek, de leer van beelden en tekens. Tot slot worden de kernbegrippen in dit onderzoek, emotie en moraal, uitgebreid gedefinieerd. Het bespreken van de diverse wetenschappelijke theorieën is erop gericht handvatten aan te reiken die bruikbaar zijn bij het empirisch onderzoek, namelijk de analyse van de dramaserie ‘Gooische Vrouwen’.


2.2 Gooische Vrouwen

De vier vriendinnen Cheryl, Anouk, Claire en Willemijn wonen in dezelfde villawijk midden in het Gooi. Hier draait het leven om geld, luxe en aanzien. De aangewezen plekken om hun minnaars te ontmoeten, hun kinderen te showen en hun gesprekken te voeren zijn dan ook de tennisclub, het schoolplein en de brasserie. Zij bewijzen dat het leven niet ophoudt na je veertigste: ze zijn mooi, succesvol en gelukkig. Toch heeft hun dagelijks bestaan echter weinig weg van een sprookje. Ontrouw, leugens, geheimen en verdriet zijn aan de orde van de dag en zorgen ervoor dat de relaties van de vier vriendinnen (en hun partners) steeds onder druk komen te staan. Maar zoals het echte vriendinnen betaamt, staan zij altijd voor elkaar klaar. En of het nu tien uur ’s ochtends of tien uur ’s avonds is, onder het genot van een glas witte wijn komt het altijd weer goed (Van den Eynden & Proper, 2007).





Linda de Mol speelt in Gooische Vrouwen de rol van Cheryl; een uit Amsterdam afkomstige nieuwkomer in het Gooi. Ze is de vrouw van Martin Morero, een succesvolle, charmante maar egocentrische zanger uit een Amsterdamse volkswijk. Cheryl wordt niet direct geaccepteerd in het Gooi en haar volkse afkomst maakt haar zeer verschillend van de ‘andere’ Gooische vrouwen. Haar spontaniteit en slimheid houden haar staande en maken haar uiteindelijke tot een waardevolle vriendin. Cheryl zet, gestimuleerd door haar nieuwe vriendinnen, haar carrière in het Gooi op poten (RTL.nl, 2008). Haar pasgeboren zoon Remy en haar Thaise au pair Tippi Wan zijn twee belangrijke onderwerpen van haar verhaallijn in seizoen drie.


Susan Visser speelt in Gooische Vrouwen de rol van Anouk; een vrijgevochten, in het Gooi bekende kunstenares. Ze is gescheiden van Tom, piloot, een knappe man die in de ogen van vrouwen voor 'de ideale man' kan doorgaan. Anouk hecht veel waarde aan haar vrijheid, maar doet op haar manier haar best dochter Vlinder goed op te voeden. Ze is een aantrekkelijke vrouw en met haar ogenschijnlijke zelfverzekerdheid bezit ze de gave mannen verliefd op haar te laten worden. Hier maakt zij dankbaar gebruik van; ze heeft de ene na de andere scharrel (RTL.nl, 2008). In seizoen drie probeert zij haar gedrag echter te veranderen. Zij wil bewuster gaan leven en een goed voorbeeld voor Vlinder zijn.
Tjitske Reidinga speelt in Gooische Vrouwen de rol van Claire. Zij is een succesvolle advocate en net als Willemijn en Anouk is zij geboren en getogen in het Gooi. Zij heeft een vijftienjarige dochter, Merel. De vader van Merel is door een tragisch ongeval om het leven gekomen. Halverwege seizoen drie loopt haar relatie met haar nieuwe vriend Ernst stuk, van wie zij financieel afhankelijk was. In de tweede helft van seizoen drie keren de problemen rondom haar financiële situatie dan ook regelmatig terug. Claire is een stijlvolle perfectionist maar met haar harde en vaak pragmatische instelling heeft ze het moeilijk om met haar problemen om te gaan (RTL.nl, 2008).
Annet Malherbe speelt in Gooische Vrouwen de rol van Willemijn. Zij is een warme persoonlijkheid en moeder van drie kinderen in de eerste plaats. Willemijn is de eerste die Cheryl welkom heet in het Gooi en haar keuken is de warme ontmoetingsplaats waar de vriendinnen regelmatig hun hart luchten. Willemijn had met Evert Lodewijkx een harmonieus, maar afstandelijk en seksloos huwelijk. Dit huwelijk loopt dan ook op de klippen. Willemijn heeft hier veel moeite mee en haar altijd zo sterke persoonlijkheid laat haar regelmatig in de steek (RTL.nl, 2008). In seizoen drie staat haar zoektocht naar een nieuwe partner centraal. Na heel wat omwegen kruist haar pad toch weer met dat van Evert en dit luidt uiteindelijk tot een tweede huwelijk.
Nu bekend is waar de serie ‘Gooische Vrouwen’ in grote lijnen over gaat en wie de hoofdrolspeelsters hierin zijn, is het tijd om te kijken naar het type serie, namelijk drama. Dit komt aan bod in de volgende paragraaf, waarbij er eerst wordt ingegaan op genres in het algemeen en vervolgens specifiek op het genre drama.
2.3 Het genre drama

De Nederlandse televisieserie Gooische Vrouwen valt onder het genre ‘drama’. Het woord genre is afkomstig uit het Frans en betekent ‘soort’ of ‘stijl’ (Van Zoonen, 2002: 42). Genres bestaan in media en film maar ook in de kunst en de literatuur. Filmgenres zijn bijvoorbeeld thriller, actie en science fiction. Televisiegenres zijn onder meer soap, drama, comedy, nieuws, sport en talkshow. Volgens Hermes en Reesink (2003), die zich specifiek op televisie richten, is een genre niets anders dan een verzameling tv-programma’s die qua vorm en inhoud een groot aantal conventies met elkaar delen. Zo duidt een ernstige blik van een man of vrouw in de camera op ‘nieuws’ en dertig herhalingen van dezelfde scène vanuit een andere camerapositie duidt op ‘sport’. Het feit dat genres in de film- en televisiewereld bestaan, is volgens Van Zoonen (2002) een typisch gevolg van de eisen die de industriële productie van films en tv-programma’s stelt. Er is namelijk een zekere mate van standaardisatie nodig om op massale en snelle wijze te kunnen produceren. Maar aan de andere kant verwacht het publiek wel dat elk tv-programma iets unieks heeft en daardoor weer anders is dan andere programma’s (Van Zoonen, 2002). Het genreconcept brengt deze tegenstellingen bij elkaar. De regels en conventies van een genre vereenvoudigen de productie en maken de gewenste standaardisatie mogelijk, maar binnen de regels van een genre kan er weer zoveel gevarieerd worden, dat ook aan de eis tot verandering en creativiteit tegemoet kan worden gekomen (Van Zoonen, 2002).


Het genre is niet alleen nuttig voor de makers van televisieprogramma’s, maar ook voor de kijkers. Genres fungeren namelijk als een gids in de keuze van programma’s (Van Zoonen, 2002). Als bij de aankondiging van ‘Gooische Vrouwen’ in de gids of krant ‘dramaserie’ vermeld staat, dan weten de mensen die niet van dramaseries houden dat zij hier niet op moeten afstemmen. Daarnaast blijkt dat de herkenning van genreregels een programma voor kijkers leuker maakt en beter te begrijpen (Van Zoonen, 2002). Ook volgens Creeber (2004) speelt het genre voor de kijkers inderdaad een grote rol bij de classificatie, selectie en begrijpelijkheid van televisie programma’s. Bovendien is het genre ook nuttig voor programmadirecteuren omdat zij programma’s van hetzelfde genre na elkaar kunnen programmeren om zodoende een zo groot mogelijk publiek te bereiken (Turner, 2004). Volgens Van Zoonen (2002) gebruiken programmadirecteuren genres dan ook als een instrument om bepaalde groepen kijkers op bepaalde momenten van de dag te binden. Overdag kijkt er namelijk een ander publiek met andere genrevoorkeuren dan ’s avonds. De genreregels die door de programmadirecteuren worden gehanteerd hebben dus een belangrijke invloed op de productie van televisieprogramma’s. Een programmadirecteur kan een producent namelijk een opdracht geven om een programma binnen een bepaald genre te maken dat tegelijkertijd aantrekkelijk moet zijn voor een bepaalde doelgroep. De producent weet dan dat hij zich grotendeels aan de genreregels dient te houden maar ook dat hij elementen moet toevoegen die aantrekkelijk zijn voor de doelgroep. Als het bijvoorbeeld om een dramaserie voor jongeren gaat worden de genreregels van drama gehanteerd (zie volgende vier alinea’s) en is het taalgebruik populair om het voor jongeren aantrekkelijk te houden. Samengevat kunnen genreregels daarom omschreven worden als een verzameling kenmerken van een televisieprogramma die ervoor zorgen dat bepaalde teksten bij elkaar horen en anderen juist niet (Van Zoonen, 2002). Deze kenmerken zijn bijvoorbeeld thematiek, verhaalstructuur, vertelwijze, aanspreekvorm, camerastandpunten en personages. Op een aantal kenmerken zal voor het genre drama nu nader worden ingegaan.
De dramaserie is vaak opgebouwd uit een aantal losse verhalen die eigenlijk geen eindoplossing hebben. Zoals Creeber (2004) beschrijft in zijn boek benadrukt de dramaserie het dilemma op zich in plaats van dat er wordt toegewerkt naar een oplossing en afsluiting van het probleem. In ‘Gooische Vrouwen’ worden sommige problemen wel opgelost en afgesloten en andere weer niet. Zo zijn er in elke aflevering een aantal korte verhaallijnen die worden geïntroduceerd en weer afgesloten. Deze verhaallijnen worden vaak met behulp van een titel en thema aan elkaar verbonden (Creeber, 2004). Zo zijn in seizoen drie van ‘Gooische Vrouwen’ enkele titels ‘De doop’, ‘Charity’ en ‘Het huwelijk’. In de laatstgenoemde aflevering staat bijvoorbeeld het thema liefde centraal, wat niet alleen slaat op de belangrijkste verhaallijn in deze aflevering, namelijk het huwelijk van Willemijn & Evert, maar ook op de liefde tussen Claire & Ernst en tussen Cheryl & Martin. Het thema zorgt er dus voor dat de diverse verhaallijnen aan elkaar worden verbonden.
Naast de korte verhaallijnen zijn er ook een aantal lange verhaallijnen die een aantal afleveringen of zelfs het hele seizoen doorlopen. Seizoen één en twee van ‘Gooische Vrouwen’ laten zien dat deze verhaallijnen aan het einde van elke aflevering ook altijd voor een soort cliffhanger zorgen zodat de kijker wordt geprikkeld om de volgende aflevering ook te bekijken. En bij ‘Gooische Vrouwen’ is er aan het einde van elk seizoen ook altijd een extra spannende cliffhanger waardoor de kijkers het volgende seizoen weer terug zullen keren. De boog blijft als het ware altijd gespannen wat de nieuwsgierigheid van de kijkers moet opwekken. De dramaserie kan ook continu doorlopen, zo zijn er van ‘Gooische Vrouwen’ al drie seizoenen uitgezonden. Maar er zijn echter ook dramaseries die slechts één seizoen lopen waarbij alle verhaallijnen aan het einde van het seizoen tot een oplossing komen.
Vanwege de ingebouwde spanningsboog in de verhaallijnen hebben de karakters in een dramaserie, zeker in een doorlopende dramaserie als ‘Gooische Vrouwen’ de ruimte om te veranderen, zich te evalueren en zich te ontwikkelen (Creeber, 2004). Zo begon ‘Gooische Vrouwen’ in seizoen één met drie gooische vrouwen en één Amsterdamse die verhuisde naar ‘t Gooi, namelijk Cheryl. Gaandeweg de serie loopt heeft Cheryl zich ontwikkeld van een typische Amsterdamse ietwat brutale vrouw tot een nette en bescheiden gooische dame. De persoonlijke ontwikkelingen van de personages staan in dramaseries dan ook altijd centraal. De kijkers krijgen inhoudelijk veel te zien van het wel en wee van één of meerdere hoofdpersonen in het verhaal (Creeber, 2004). Hierdoor kunnen de kijkers zich in één of meerdere karakters inleven zodat zij hun gevoelens kunnen voelen, en zij zich kunnen identificeren met deze karakters. De onderwerpen die aan de orde van de dag zijn, zijn emotionele onderwerpen. Niet voor niets heten het ook dramaseries, waarbij drama staat voor een aangrijpende en/of droevige gebeurtenis.
Als laatste genrekenmerk wordt de vertelwijze besproken. De vertelwijze in dramaseries kan verschillend verlopen. Zo kan het verhaal achteraf verteld worden, kan er sprake zijn van een voorspellende vertelsituatie, van een gelijktijdige vertelling of van een ingelaste vertelling (Dijkerman, 2008). Bij ‘Gooische Vrouwen’ is er sprake van een gelijktijdige vertelling. Het verhaal kent niet een echte verteller maar wordt door de acteurs verteld op het moment dat de gebeurtenissen zich ook daadwerkelijk voordoen. Er is daarbij ook nooit sprake van een flash-back (stap terug in de tijd) of een flash-forward (stap vooruit in de tijd).
Na alle genrekenmerken te hebben besproken die kenmerkend zijn voor het genre ‘drama’ en specifiek voor de dramaserie ‘Gooische Vrouwen’, zal er in de volgende paragraaf verder worden ingegaan op het narratief van ‘Gooische Vrouwen’. Hiermee wordt de verhaalstructuur van de serie nog uitvoeriger beschreven.
2.4 Het narratief van ‘Gooische Vrouwen’

In het begrip narratief bevindt zich het woord ‘narratie’. Dit betekent zoveel als verhalend en/of vertellend. Een narratief is dus eigenlijk een verhaal. En verhalen vertellen ons over dingen die gebeurd zijn of over dingen die aan het gebeuren zijn. Een verhaal is daarom een opeenvolging van gebeurtenissen die betrekking hebben op een bepaalde tijdsperiode (Berger, 1997). Ook Bordwell & Thompson (2001: 60) beschrijven het narratief als een reeks van gebeurtenissen met een oorzaak-gevolg relatie in een bepaalde tijd en plaats. Deze oorzaak-gevolg relatie heeft betrekking op de structuur van verhalen, die vaak een specifieke vorm aanneemt. Globaal kunnen we zeggen dat een verhaal, een narratief, zich laat kenmerken door een begin, een midden en een einde. Het begin is vaak stabiel, vervolgens wordt dit op een bepaalde manier in het midden verstoord, waarna het weer tot een stabiel einde komt (Thwaites, 2002). Ook bij ‘Gooische Vrouwen’ hebben de verhaallijnen deze structuur. De vier vriendinnen leven in goede harmonie hun leven in het Gooi. Door ontrouw, leugens, geheimen en verdriet wordt deze harmonie regelmatig verstoord. De vriendinnen zijn echter altijd bereid om de ruzies onder het genot van een glas witte wijn weer uit te praten. Voor de korte verhaallijnen is deze structuur zichtbaar binnen één aflevering en voor de langere verhaallijnen binnen één seizoen. Daarnaast heeft het narratief vaak een lineaire of een circulaire structuur. Lineair wil zeggen dat gebeurtenis A leidt tot gebeurtenis B, gebeurtenis B tot gebeurtenis C enzovoorts. Bij een circulaire structuur heeft gebeurtenis A een relatie met gebeurtenis B, B met C, C met D en D met A (Berger, 1997:5). De dramaserie ‘Gooische Vrouwen’ kent een lineaire structuur omdat elke gebeurtenis een duidelijk gevolg is van wat daarvoor gebeurde. Omdat Cheryl bijvoorbeeld heeft gelogen tegen Anouk, wordt Anouk boos op Cheryl. En omdat Willemijn is gescheiden van Evert, meldt zij zich aan op een datingsite.


Dagelijks worden mensen geconfronteerd met narratieve stimuli. Veel verhalen die mensen aan elkaar vertellen zijn namelijk in de narratieve vorm. De mens wordt dan ook gezien als ‘een verhalend wezen’ (Gerbner, 1998). Het narratief wordt gebruikt om gebeurtenissen uit te leggen. Niet alleen hebben verhalen van mensen vaak een narratieve vorm, maar ook boeken, films, krantenberichten en televisieprogramma’s. Deze culturele producten vertellen immers ook vaak verhalen. Verhalen die onze culturele omgeving vormen worden volgens Gerbner (1998) op drie manieren verteld. Ten eerste kan er verteld worden hoe iets werkt. Dit wordt gedaan in bijvoorbeeld strips en theaterstukken. Deze belichten onzichtbare relaties en verborgen bewegingen in het leven (Gerbner, 1998:75). Bij ‘Gooische Vrouwen’ kan hierbij gedacht worden aan hoe het leven van een vrouw er uit ziet in het Gooi. Ten tweede kan er een beschrijving worden gegeven van iets. Zoals de manier waarop iets of iemand eruit ziet. Deze worden vaak afgeleid van complete situaties en de invulling van feiten uit verhalen van de eerste optie. Zo dragen welgestelde dames vaak mantelpakjes en doen zij zich tegoed aan luxe diensten en dure cadeaus. De laatste manier om een verhaal te vertellen is om te vertellen wat men zou moeten doen. Binnen deze vorm gaat het om normen en waarden en de keuzes die mensen maken. In enkele gevallen komt hierbij ook de moraal aan bod (Gerbner, 1998). Zo komt er in ‘Gooische Vrouwen’ regelmatig naar voren dat het bedriegen van je partner of je beste vriendin alleen maar voor ellende zorgt en dat dit niet gepast is binnen een (liefdes)relatie. De boodschap hierin naar het publiek is dan ook dat eerlijkheid voor alles gaat.
De verschillende manieren om een verhaal te vertellen, zoals beschreven door Gerbner (1998) komen deels terug in de narratieve theorie. Deze theorie kent zijn oorsprong eind jaren twintig in de Sovjet Unie. Met name de Rus Vladimir Propp leverde een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van deze theorie, die nu door wetenschappers van allerlei verschillende disciplines wordt erkend en gehanteerd. (Kozloff, 1992). Een narratieve benadering richt zich voornamelijk op het beschrijven en analyseren van teksten. Omdat binnen televisie de aspecten van een narratief (een reeks van gebeurtenissen met een oorzaak-gevolg relatie) vaak naar voren komen, kunnen televisieprogramma’s ook gezien worden als tekst. Elk narratief kan worden opgedeeld in twee delen: de story, dat is, “wat gebeurt er met wie”, en de discourse, dat is, “hoe wordt een verhaal verteld” (Kozloff, 1992:69). Voor televisie voegt Kozloff (1992) er echter nog een derde aspect aan toe en dat is schedule. Hierbij gaat het namelijk om de manier waarop de story en de discourse zijn beïnvloed door het programmaschema van de zender. Er zal nu nader op elk aspect worden ingegaan.
De story wordt uitgelegd aan de hand van de verdeling die Propp maakt voor de karakters in een verhaal. Volgens hem zijn alle personages in verhalen terug te brengen naar zeven karakters: held, gemene tegenstander of schurk, schenker, zender, valse held, helper en prinses (Kozloff, 1992:71). Alle personages in elk verhaal kunnen worden onderverdeeld naar deze zeven karakters. In de woorden van Berger (2005), zijn de functies (acties of handelingen) die deze karakters vervullen in het verhaal het meest belangrijke volgens Propp. En dan maakt het hierbij niet uit door wie een bepaalde functie wordt vertolkt maar juist alleen dat hij wordt vertolkt (Berger, 2005). Propp vond in totaal 31 functies waaruit een verhaal kan bestaan, hoewel lang niet altijd alle functies in één verhaal hoeven voor te komen (Berger, 1997). Het gaat te ver om alle 31 functies hier te beschrijven, zeker als bedacht wordt dat Propp hier zelf al tientallen bladzijden voor nodig had (Berger, 1997:24). John Fiske (1994) heeft alle functies echter onderverdeeld in zes fasen en dat zijn achtereenvolgens: voorbereiding, complicatie, transformatie, gevecht, terugtrekken en erkenning.
Tot slot kan bij het aspect story worden opgemerkt dat er altijd een aantal ongeschreven regels zijn binnen een verhaal (de genreregels). Zo wordt de moord in een politieserie altijd opgelost en wordt de verstandhouding tussen personages in een sitcom altijd gestabiliseerd (Kozloff, 1992). Dit wil echter niet zeggen dat alle verhalen al compleet gevormd zijn. Binnen de genreregels hebben de programmamakers nog voldoende ruimte voor een creatieve invulling. Zo kan er bij een dramaserie als ‘Gooische Vrouwen’ van worden uitgegaan dat er iemand wordt bedrogen en dat er vervolgens wraak wordt genomen, maar er is nog niet bekend wie er wordt bedrogen of wat de wraak zal zijn. Zo blijft er voor de kijker altijd wat te raden over.
Het tweede deel van het narratief is de discourse. Binnen de discourse gaat het om de causale relaties die de kijker legt tussen de beelden die op televisie voorbij komen. Kozloff (1992) gaat uit van het volgende schema:




  1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina