Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de Waterschapswet



Dovnload 73.46 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte73.46 Kb.
Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de Waterschapswet
Versie consultatie
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is wijzigingen van uiteenlopende aard aan te brengen in de Gemeentewet en in enkele andere wetten;



Zo is het, dat Wij, de afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:


Artikel I
De Gemeentewet wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 25 wordt, onder vernummering van het tweede tot en met het vierde lid tot derde tot en met vijfde lid, een nieuw tweede lid toegevoegd, dat luidt:
2. De burgemeester verstrekt op verzoek van een wethouder die niet op de vergadering aanwezig was de in het eerste lid bedoelde stukken. Op de stukken wordt van de opgelegde geheimhouding melding gemaakt.
B
Voor de tekst van artikel 32a wordt de aanduiding 1. geplaatst en aan het artikel worden twee leden toegevoegd, die luiden:
2. De raad kan de burgemeester toestaan de ondertekening op te dragen aan de griffier of aan een of meer andere bij de griffie werkzame ambtenaren.
3. De medeondertekening door de griffier is niet van toepassing indien de ondertekening van stukken die van de raad uitgaan ingevolge het tweede lid is opgedragen aan de griffier of een of meer andere bij de griffie werkzame ambtenaren.
C
Artikel 35, tweede lid, komt als volgt te luiden:
2. De burgemeester wordt op zijn verzoek geïnformeerd over het verloop van de collegeonderhandelingen. Hij wordt alsdan in de gelegenheid gesteld zijn opvattingen over voorstellen ten behoeve van het collegeprogramma kenbaar te maken.
D
Artikel 43, tweede lid, komt te luiden:
2. Behoudens het geval dat de wethouder onmiddellijk ontslag neemt, gaat het ontslag in met ingang van de dag, gelegen een maand na de dag waarop hij zijn ontslag heeft genomen of zoveel eerder als zijn opvolger de benoeming heeft aangenomen.
E
Artikel 44 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid vervalt “financiële”.
2. Na het zesde lid wordt een volzin toegevoegd, die luidt:
De inspecteur van de Rijksbelastingdienst verstrekt Onze Minister ten behoeve van de verrekening de benodigde inkomensgegevens.
F
Artikel 61 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het tweede lid wordt een volzin toegevoegd, die luidt:
Voorafgaand aan het overleg met de commissaris stelt de raad het college in de gelegenheid zijn wensen en bedenkingen ten aanzien van deze eisen kenbaar te maken.
2. De tweede volzin van het derde lid wordt vervangen door:
De raad voegt een of meer wethouders als adviseur aan de vertrouwenscommissie toe.
3. Aan het zevende lid wordt een volzin toegevoegd, die luidt:
De inspecteur van de Rijksbelastingdienst verstrekt Onze Minister de benodigde gegevens inzake bestuurlijke boeten als bedoeld in hoofdstuk VIIIA van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en inzake strafbeschikkingen als bedoeld in artikel 76 van de Algemene wet rijksbelastingen, voor zover deze boeten en beschikkingen zijn opgelegd dan wel hadden kunnen worden opgelegd ter zake van feiten die zijn gebleken na de termijn om deze op te leggen.
G
Artikel 61a wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het vierde tot vijfde lid, wordt een nieuw vierde lid ingevoegd, dat luidt:
4. Na het overleg met de commissaris stelt de raad uit zijn midden een vertrouwenscommissie in, belast met de voorbereiding van de aanbeveling inzake de herbenoeming. De raad voegt een of meer wethouders als adviseur aan de vertrouwenscommissie toe.
H
In artikel 61c, eerste lid, wordt “61a, derde lid” vervangen door: 61a, derde en vierde lid.
I
Artikel 61d vervalt.
J
Artikel 65, eerste lid, eerste volzin, komt te luiden:
1. De burgemeester legt ten overstaan van de raad in handen van de commissaris van de Koning de volgende eed (verklaring en belofte) af:
K
Artikel 66 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid vervalt “financiële”.
2. Aan het zesde lid wordt een volzin toegevoegd, die luidt:
De inspecteur van de Rijksbelastingdienst verstrekt Onze Minister ten behoeve van de verrekening de benodigde inkomensgegevens.
L
In artikel 73, eerste lid, onder a, wordt na “benoeming,” ingevoegd: herbenoeming,.
M
In artikel 80 wordt de zinsnede “de artikelen 68 en 69” vervangen door: de artikelen 63, 67, 68 en 69.
N
Artikel 81 wordt vernummerd tot artikel 80a.
O
Na artikel 80a wordt een nieuw artikel 81 ingevoegd, dat luidt:
Artikel 81
De commissaris verricht de werkzaamheden, genoemd in de artikelen 61, 61a, 61b, 65, 69, 72 en 78 volgens een door de regering gegeven ambtsinstructie.
P
In artikel 82 vervalt het vierde lid onder vernummering van het vijfde lid tot vierde lid.
Q
Artikel 84, tweede lid, komt te luiden:
2. Artikel 83, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
R
In artikel 95, tweede lid, vervalt “financiële”.
S
Aan artikel 99 wordt een lid toegevoegd, dat luidt:
3. Het tweede lid is niet van toepassing op voordelen die bij of krachtens de wet zijn toegekend.
T
Aan artikel 147a wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt:
4. De raad neemt geen besluit over een voorstel dan nadat het college in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad te brengen.
U
In artikel 156, tweede lid, onder f, wordt “, 213, eerste lid, en 213a, eerste lid” vervangen door: en 213, eerste lid.
V
In artikel 160 vervalt het derde lid onder vernummering van het vierde lid tot derde lid.

W
Artikel 170, tweede lid, komt als volgt te luiden:

2. De burgemeester bevordert de bestuurlijke integriteit van de gemeente.

X
Artikel 197 wordt als volgt gewijzigd:


1. Het tweede lid vervalt.
2. Het derde lid wordt vernummerd tot tweede lid en in dat lid wordt de zinsnede “De raad legt de in het eerste en tweede lid, alsmede de in artikel 213, derde en vierde lid, bedoelde stukken” vervangen door: De raad legt de in het eerste lid, alsmede de in artikel 213, derde en vierde lid, bedoelde stukken.
Y
Artikel 213a vervalt.
Z
In artikel 214 wordt de zinsnede “bedoeld in de artikelen 212, 213 en 213a” vervangen door: bedoeld in de artikelen 212 en 213.


Artikel II
De Provinciewet wordt als volgt gewijzigd:
A
Onder vernummering van het vierde tot vijfde lid wordt aan artikel 25 een nieuw vierde lid toegevoegd, dat luidt:
4. De commissaris verstrekt op verzoek van een gedeputeerde die niet op de vergadering aanwezig was de in het eerste lid bedoelde stukken. Op de stukken wordt van de opgelegde geheimhouding melding gemaakt.
B
Voor de tekst van artikel 32a wordt de aanduiding 1. geplaatst en aan het artikel worden twee leden toegevoegd, die luiden:
2. Provinciale staten kunnen de commissaris toestaan de ondertekening op te dragen aan de griffier of aan een of meer andere bij de griffie werkzame ambtenaren.
3. De medeondertekening door de griffier is niet van toepassing indien de ondertekening van stukken die van provinciale staten uitgaan ingevolge het tweede lid is opgedragen aan de griffier of een of meer andere bij de griffie werkzame ambtenaren.
C
Artikel 35, tweede lid, komt als volgt te luiden:
2. De commissaris van de Koning wordt op zijn verzoek geïnformeerd over het verloop van de collegeonderhandelingen. Hij wordt alsdan in de gelegenheid gesteld zijn opvattingen over voorstellen ten behoeve van het collegeprogramma kenbaar te maken.
D
Artikel 42, tweede lid, komt te luiden:
2. Behoudens het geval dat de gedeputeerde onmiddellijk ontslag neemt, gaat het ontslag in met ingang van de dag, gelegen een maand na de dag waarop hij zijn ontslag heeft genomen of zoveel eerder als zijn opvolger de benoeming heeft aangenomen.
E
Artikel 43 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid vervalt “financiële”.
2. Het derde lid vervalt onder vernummering van het vierde tot en met negende lid tot derde tot en met achtste lid.
3. Aan het zesde lid (nieuw) wordt een volzin toegevoegd, die luidt:
De inspecteur van de Rijksbelastingdienst verstrekt Onze Minister ten behoeve van de verrekening de benodigde inkomensgegevens.
F
Artikel 61 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het tweede lid wordt een volzin toegevoegd, die luidt:
Voorafgaand aan het overleg met Onze Minister stellen provinciale staten gedeputeerde staten in de gelegenheid hun wensen en bedenkingen ten aanzien van deze eisen kenbaar te maken.
2. De tweede volzin van het derde lid wordt vervangen door:
Provinciale staten voegen een of meer gedeputeerden als adviseur aan de vertrouwenscommissie toe.
3. Aan het zevende lid wordt een volzin toegevoegd, die luidt:
De inspecteur van de Rijksbelastingdienst verstrekt Onze Minister de benodigde gegevens inzake bestuurlijke boeten als bedoeld in hoofdstuk VIIIA van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en inzake strafbeschikkingen als bedoeld in artikel 76 van de Algemene wet rijksbelastingen, voor zover deze boeten en beschikkingen zijn opgelegd dan wel hadden kunnen worden opgelegd ter zake van feiten die zijn gebleken na de termijn om deze op te leggen.

G
Artikel 61a wordt als volgt gewijzigd:


1. Onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid, wordt een nieuw vierde lid ingevoegd, dat luidt:
4. Na het overleg met Onze Minister stellen provinciale staten uit hun midden een vertrouwenscommissie in, belast met de voorbereiding van de aanbeveling inzake de herbenoeming. Provinciale staten voegen een of meer gedeputeerden als adviseur aan de vertrouwenscommissie toe.
H
In artikel 61c, eerste lid, wordt de zinsnede “61a, derde lid” vervangen door: 61a, derde en vierde lid.
I
Artikel 64, eerste lid, eerste volzin, komt te luiden:
De commissaris legt in handen van de Koning de volgende eed (verklaring en belofte) af:
J

Artikel 65 wordt als volgt gewijzigd:


1. In het tweede lid vervalt “financiële”.
2. Het derde lid vervalt onder vernummering van het vierde tot en met achtste lid tot derde tot en met zevende lid.
3. Aan het zesde lid (nieuw) wordt een volzin toegevoegd, die luidt:
De inspecteur van de Rijksbelastingdienst verstrekt Onze Minister ten behoeve van de verrekening de benodigde inkomensgegevens.
K
In artikel 72, eerste lid, onder a, wordt na “benoeming,” ingevoegd: herbenoeming,.
L
In artikel 78 wordt “de artikelen 67 en 68” vervangen door: de artikelen 63, 66, 67 en 68.

M
In artikel 80 vervalt het vierde lid onder vernummering van het vijfde lid tot vierde lid.


N
Artikel 82, tweede lid, komt te luiden:
2. Artikel 81, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
O
In artikel 93, tweede lid, vervalt “financiële”.
P
Aan artikel 96 wordt een lid toegevoegd, dat luidt:
3. Het tweede lid is niet van toepassing op voordelen die bij of krachtens de wet zijn toegekend.
Q
In artikel 143, eerste lid, vervalt de tweede volzin.
R
Aan artikel 143a wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt:
4. Provinciale staten nemen geen besluit over een voorstel dan nadat gedeputeerde staten in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van de staten te brengen.
S
In artikel 152, tweede lid, onder e wordt “, 217, eerste lid, en 217a, eerste lid” vervangen door: en 217, eerste lid.
T
In artikel 158 vervalt het derde lid onder vernummering van het vierde lid tot derde lid.

U
Artikel 175, tweede lid, komt als volgt te luiden:

2. De commissaris bevordert de bestuurlijke integriteit van de provincie.

V
Artikel 182 wordt als volgt gewijzigd:


1. In het eerste lid worden de onderdelen c, d en e geletterd d, e en f en wordt een nieuw onderdeel c toegevoegd, dat luidt:
c. het adviseren en bemiddelen bij verstoorde bestuurlijke verhoudingen in een gemeente en wanneer de bestuurlijke integriteit van een gemeente in het geding is.

2. Het vijfde lid komt te luiden als volgt:


5. De artikelen 79 en 179 zijn niet van toepassing. De commissaris brengt jaarlijks vertrouwelijk verslag uit aan Onze Minister over de werkzaamheden die hij ter uitvoering van de ambtsinstructie heeft verricht.
W
Artikel 201 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid vervalt.
2. Het derde lid wordt vernummerd tot tweede lid en in dat lid wordt de zinsnede “Provinciale staten leggen de in het eerste en tweede lid, alsmede de in artikel 217, derde en vierde lid, bedoelde stukken” vervangen door: Provinciale staten leggen de in het eerste lid, alsmede de in artikel 217, derde en vierde lid, bedoelde stukken.
X
Artikel 217a vervalt.
Y
In artikel 218 wordt de zinsnede “bedoeld in de artikelen 216, 217 en 217a” vervangen door: bedoeld in de artikelen 216 en 217.

Artikel III

De Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt als volgt gewijzigd:


A
Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt na “de Wet openbaarheid van bestuur BES” een komma ingevoegd.
2. Onder vernummering van het tweede tot en met het vierde tot derde tot en met vijfde lid, wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, dat luidt:
2. De gezaghebber verstrekt op verzoek van een eilandgedeputeerde die niet op de vergadering aanwezig was de in het eerste lid bedoelde stukken. Op de stukken wordt van de opgelegde geheimhouding melding gemaakt.
B
Voor de tekst van artikel 34 wordt de aanduiding 1. geplaatst en aan het artikel worden twee leden toegevoegd, die luiden:
2. De eilandsraad kan de gezaghebber toestaan de ondertekening op te dragen aan de eilandgriffier of aan een of meer andere bij de griffie werkzame ambtenaren.
3. De medeondertekening door de eilandgriffier is niet van toepassing indien de ondertekening van stukken die van de eilandsraad uitgaan ingevolge het tweede lid is opgedragen aan de eilandgriffier of een of meer andere bij de griffie werkzame ambtenaren.
C
Artikel 37, tweede lid, komt als volgt te luiden:
2. De gezaghebber wordt op zijn verzoek geïnformeerd over het verloop van de collegeonderhandelingen. Hij wordt alsdan in de gelegenheid gesteld zijn opvattingen over voorstellen ten behoeve van het collegeprogramma kenbaar te maken
D
Artikel 55, tweede lid, komt te luiden:
2. Behoudens het geval dat de eilandgedeputeerde onmiddellijk ontslag neemt, gaat het ontslag in met ingang van de dag, gelegen een maand na de dag waarop hij zijn ontslag heeft genomen of zoveel eerder als zijn opvolger de benoeming heeft aangenomen.
E
Artikel 56 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid, vervalt “financiële”.
2. Na het zevende lid wordt een lid toegevoegd, dat luidt:
8. De inspecteur van de Belastingdienst Caribisch Nederland verstrekt Onze Minister ten behoeve van de verrekening de benodigde inkomensgegevens.
F
In artikel 73 wordt onder vernummering van het zevende lid tot achtste lid een lid ingevoegd, dat luidt:
7. De inspecteur van de Belastingdienst Caribisch Nederland verstrekt Onze Minister de benodigde gegevens inzake bestuurlijke boeten als bedoeld in Hoofdstuk VIII, Titel 4, van de Belastingwet BES voor zover deze boeten zijn opgelegd dan wel hadden kunnen worden opgelegd ter zake van feiten die zijn gebleken na de termijn om deze op te leggen.
G
Artikel 77, eerste lid, eerste volzin komt te luiden:
1. De gezaghebber legt ten overstaan van de eilandsraad in handen van de Rijksvertegenwoordiger de volgende eed (verklaring en belofte) af:
H
Artikel 78 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid vervalt “financiële”.


2. Na het zevende lid wordt een lid toegevoegd, dat luidt:
8. De inspecteur van de Belastingdienst Caribisch Nederland verstrekt Onze Minister ten behoeve van de verrekening de benodigde inkomensgegevens.
I
In artikel 87, eerste lid, onder a, wordt na “benoeming,” ingevoegd: herbenoeming,.
J
De artikelen 90 en 91 worden vervangen door een artikel, dat luidt:
Artikel 90
1. Bij verhindering of ontstentenis van de gezaghebber wordt zijn ambt waargenomen door een door de Rijksvertegenwoordiger aangewezen waarnemend gezaghebber. De Rijksvertegenwoordiger kan voorts in de waarneming voorzien, indien hij dit in het belang van het openbaar lichaam nodig oordeelt.

2. Alvorens tot de aanwijzing van een waarnemend gezaghebber over te gaan hoort de Rijksvertegenwoordiger de eilandsraad, tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten.

3. Hij die door de Rijksvertegenwoordiger met de waarneming van het ambt van gezaghebber is belast, legt in handen van de Rijksvertegenwoordiger een overeenkomstig artikel 77 luidende eed (verklaring en belofte) af.
K
In artikel 93 wordt de zinsnede «de artikelen 80 tot en met 82» vervangen door: de artikelen 75 en 79 tot en met 82.
L
In artikel 117 vervalt het vierde lid onder vernummering van het vijfde lid tot het vierde lid.
M
In artikel 118 vervalt het derde lid onder vernummering van het vierde lid en vijfde lid.
N
In artikel 120, tweede lid, vervalt “financiële”.
O
Aan artikel 123 wordt een lid toegevoegd, dat luidt:
3. Het tweede lid is niet van toepassing op voordelen die bij of krachtens de wet zijn toegekend.
P
Aan artikel 150 wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt:
4. De eilandsraad neemt geen besluit over een voorstel dan nadat het bestuurscollege in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad te brengen.
Q
In artikel 172 wordt onder vernummering van het tweede lid tot derde lid een nieuw tweede lid ingevoegd, dat luidt:

2. De gezaghebber bevordert de bestuurlijke integriteit van het openbaar lichaam.

R
Aan artikel 188 wordt een lid toegevoegd, dat luidt:
4. De inspecteur van de Rijksbelastingdienst verstrekt Onze Minister gegevens inzake bestuurlijke boeten als bedoeld in hoofdstuk VIIIA van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en inzake strafbeschikkingen als bedoeld in artikel 76 van de Algemene wet rijksbelastingen, voor zover deze boeten en beschikkingen zijn opgelegd dan wel hadden kunnen worden opgelegd ter zake van feiten die zijn gebleken na de termijn om deze op te leggen.
S
Artikel 193 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid vervalt “financiële”.
2. Het derde lid vervalt onder vernummering van het vierde tot en met achtste lid tot het derde tot en met zevende lid.
3. Na het zevende lid wordt een lid toegevoegd, dat luidt:
8. De inspecteur van de Rijksbelastingdienst verstrekt Onze Minister ten behoeve van de verrekening de benodigde inkomensgegevens.
T
In artikel 200, derde lid, wordt «de artikelen 188, tweede en derde lid» vervangen door: de artikelen 188, tweede, derde en vierde lid.

Artikel IV
De Waterschapswet wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 32a komt te luiden:
Artikel 32a
1. De leden van het algemeen bestuur die geen lid zijn van het dagelijks bestuur ontvangen een bij verordening van het algemeen bestuur vast te stellen vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten.

2. Het algemeen bestuur kan bij verordening regels stellen over de tegemoetkoming in of vergoeding van bijzondere kosten en over andere voorzieningen die verband houden met de vervulling van het lidmaatschap van het algemeen bestuur.

3. Buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend, ontvangen de leden van het algemeen bestuur als zodanig geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van het waterschap. Voordelen ten laste van het waterschap, anders dan in de vorm van vergoedingen en tegemoetkomingen, genieten zij slechts voor zover het algemeen bestuur dit bij verordening bepaalt en voor zover dit bij of krachtens de wet wordt bepaald. De verordening behoeft de goedkeuring van gedeputeerde staten.

4. De verordeningen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden vastgesteld overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties doet de voordracht voor deze algemene maatregel van bestuur.


B
Artikel 44 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. De leden van het dagelijks bestuur genieten ten laste van het waterschap een bezoldiging en een tegemoetkoming in de kosten van de uitoefening van hun werkzaamheden volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld betreffende tegemoetkoming in of vergoeding van bijzondere kosten en andere voorzieningen die verband houden met het ambt van lid van het dagelijks bestuur. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties doet de voordracht voor deze algemene maatregel van bestuur.
2. Aan het vijfde lid wordt een volzin toegevoegd, die luidt:
De inspecteur van de Rijksbelastingdienst verstrekt Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten behoeve van de verrekening de benodigde inkomensgegevens.
C
In artikel 48 wordt aan het zesde lid een volzin toegevoegd, die luidt:
De inspecteur van de Rijksbelastingdienst verstrekt Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten behoeve van de verrekening de benodigde inkomensgegevens.
D
Artikel 49 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, aanhef en onder a, komt te luiden:

1. Voor zover dit niet bij de wet is geschied, worden voor de voorzitter op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels gesteld betreffende:

a. benoeming, herbenoeming, schorsing, tijdelijk niet uitoefenen van zijn functie en ontslag;.
2. In het tweede lid vervalt “financiële”.
E
Onder vernummering van het tweede en derde lid tot het derde en vierde lid, wordt in artikel 94 een tweede lid ingevoegd, dat luidt:
2. De voorzitter bevordert de bestuurlijke integriteit van het waterschap.
F
Artikel 109a vervalt.
G
In artikel 109b wordt de zinsnede «de artikelen 108, 109 en 109a» vervangen door: de artikelen 108 en 109.

Artikel V
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.



De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina