Wildernis Oefening



Dovnload 104.09 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte104.09 Kb.
Wildernis Oefening



Instruction NASA-task

You belong to a group of eight astronauts. You started to visit the mother ship on the sunny side of the moon. Due to technical problems your capsule must land 100 km from the mother ship. During the landing parts of the equipment are destroyed. You can only survive if you succeed in reaching the mother ship by foot through the rocky and hot area. In order to cross the distance, you may only take with you the most necessary things. Down below you see a list of 15 objects that are saved during the crash. Your task is to decide for every object how important it is that the crew takes this object with them on their march to he mother ship. Put the objects in a ranking by giving the most important one the number 1, the second important one the number 2, etc. until you give the least important one the number 15.

1 matchbox

1 box of concentrated tinned food

20 meter of nylon rope

30 square meter parachute silk

1 portable heater

2 pistols, 7.65 mm

1 box of milk powder

2 oxygen tanks of 50 l each

1 map of the moon surface

1 self inflating rubber boat with CO2 bottles

1 magnetic compass

20 l. water

1 box of rockets

1 first aid kit with injection needles



1 FM-transmitter/receiver. It works on solar-cells


Verschillen functioneringsgesprek en beoordelingsgesprek
Hieronder zijn de accentverschillen tussen een functioneringsgesprek en een beoordeling weergegeven. In praktijk zullen deze verschillen niet altijd zo uitgesproken zijn.



Functioneringsgesprek


Beoordeling

  • Informatie verkrijgen over de kwaliteit van het functioneren




  • Oordeel geven over prestaties, geleverd werk

  • Wederzijdse verwachtingen t.a.v. functioneren, samenwerking, werkgedrag




  • Functie-uitoefening tegenover functie-eisen

  • Gericht op overeenstemming, optimalisering van de functievervulling



  • Een beoordeling is gericht op het formeel vastleggen van een oordeel

  • Positief beïnvloeden van de werksituatie m.b.v. begeleiding en ontwikkeling




  • Toekennen van een positieve resp. negatieve beloning

  • Begin van of vervolg op een ontwikkeling




  • Afsluitend karakter

  • Informeel karakter; er is geen bezwarenprocedure




  • Formeel van aard; er is een bezwarenprocedure

  • Gelijkwaardige gesprekspartners ondanks het functionele verschil in positie en verantwoordelijkheid




  • Hiërarchische verhouding; beoordeelde is ondergeschikt aan de beoordelaar

  • Gezamenlijke beeldvorming




  • Afgewogen oordeel




  • Eenzijdig gesprek

  • Medewerker heeft actieve rol




  • Medewerker heeft passieve rol


Feedbackregels


Feedback geven



  • Zowel positief als negatief




  • Begin met positief




  • Wees concreet , geef feedback op gedrag (wat hoorde u, wat zag u)




  • Geef voorbeelden




  • Geef aan welk effect het gedrag op u heeft




  • Geef suggesties hoe het anders kan







  • Geef een ander de ruimte om te reageren


Feedback krijgen


  • Vraag om verheldering of voorbeelden




  • Ga niet in discussie




  • Geef geen feedback terug




  • Vraag bij eenzijdige feedback expliciet om positieve of negatieve feedback




  • Bedank voor de feedback



Opdracht Functioneringsgesprek


  1. Bereid een functioneringsgesprek voor

  2. Welke onderwerpen zou je vooral willen bespreken?
    (denk aan voortgang onderzoek, begeleiding, werkomstandigheden, zie ook hand-outs)

  3. Waar zou je graag feedback op willen hebben van je begeleider?

  4. Waar zou je graag feedback op willen geven?
    (Raadpleeg de hand-out voor het geven en krijgen van feedback)

  5. Kun je aangeven wat voor een soort begeleiding je graag zou willen?
    (zie ook de hand-out voor de verwachtingen van de begeleider)

  6. Is er iets dat je lastig vindt om te bespreken? Weet je waarom?

  7. Hoe ga je dit (desondanks) proberen te verwoorden?

  8. Waarmee wil je hier oefenen?



Gespreksonderwerpen voor een functioneringsgesprek
Deze lijst geeft mogelijke gespreksonderwerpen voor een functioneringsgesprek aan. Uiteraard kunnen ook andere onderwerpen besproken worden.
werk

• het soort werk

• de omvang van het werk

• de aantrekkelijkheid van het werk

• de variatie in het werk

• het helpen van collega’s

• het overnemen van werk van collega’s

• overwerk

• de informatievoorziening
werkuitvoering

• de organisatie van het werk

• de werkverdeling

• de kwaliteit van het te realiseren werk

• de hoeveelheid werk

• het werktempo

• het werken met geautomatiseerde systemen
werksfeer

• de sfeer in het algemeen

• de sfeer in de groep

• de relatie met bepaalde collega’s

• relatie met leidinggevende

• belangrijke sfeerbepalende gebeurtenissen

• nevenactiviteiten
werkomstandigheden

• verlichting

• lucht/vocht/warmte

• geluid

ruimte

• opbergruimte

• apparatuur

• voorzieningen


overig

• behoefte aan parttime/fulltime werk

• behoefte aan afbouw/uitbreiding werk

• bijzondere omstandigheden (thuis/werk)

• (voortgang) studie/opleiding

• eventuele (studie/promotie) belangstelling


Competence definitions for PHd


Analytical ability

Understands a situation by dividing it into small parts or establishing the consequences. This means that various parts or aspects are compared with each other and that there is understanding of the cause-effect or if-then relationships of the facts.




Self confidence

Adopts own standpoints and undertakes actions based on own convictions. Acts calmly and confidently and continues to give this impression, even when faced by opposition or emotions of others.



Communication

Communicates ideas and information clearly and correctly, taking into account discussion partners, audience and readers, so that the message is received and understood.




Drive

Maintains long-term focus on achieving a set goal, also in the face of adverse circumstances and/or personal opposition.



Extra competence definitions for researchers


Conceptual ability

Sees similarities between situations which do not seem to be clearly related and discovers key factors in complicated situations. Creates thinking frameworks or models and formulates multiple concepts, hypotheses or ideas based on complex information.





Presentation

Presents facts, ideas and evaluations in a systematic, coherent and stimulating way.



Opdracht verwachtingen begeleider
Beschrijf hoe je favoriete begeleiding er uit ziet. Maak gebruik van de handout ‘Verwachtingen begeleider’

Maak een prioritering: wat zou je je begeleider vooral willen vertellen/vragen?

Vind je dat lastig, en zo ja, waarom?

Hoe ga je het (desondanks) verwoorden?

Wat zou je hier graag alvast oefenen?

Verwachtingen begeleider
Beschrijf hoe je favoriete begeleiding er uit ziet. Maak gebruik van de volgende vragen:
De begeleiding


  • Hoe frequent, hoe lang

  • Hoe zakelijk/informeel

  • Op welk moment (van de dag)

  • Hoe vaak in het proces (steeds minder)

  • Zijn er periodes van afwezigheid (dit is meer een feit waar je rekening mee moet houden)

  • Hoe zelfstandig wil je opereren

  • Wat voor een commentaar wil je hebben

Schriftelijk/mondeling

Positief/negatief



  • Wat voor een soort begeleiding/begeleider zoek je

Inhoud/proces/sociaal

  • Welke rol zie je voor je begeleider Motivator/coach/vaderfiguur/inspirator/deskundige/docent/pedagoog/….

  • Wat zijn de sterke en zwakke punten van je begeleider

  • Wat zijn jouw sterke en zwakke punten voor een begeleider

  • Wat voor een soort promovendus ben jij voor je begeleider


Onderhandelingsspel





  1. Na het startsein kunt u de envelop openen die aan uw team is uitgereikt door de trainer.

  2. Uw team heeft als opdracht de vijf onderstaande objecten te produceren, waarbij u alleen gebruik mag maken van de materialen die door de trainer zijn uitgedeeld. De envelop zelf mag u niet gebruiken.
    De materialen van uw team verschillen van die van de andere teams, maar de opdracht is voor alle teams hetzelfde. Na de start van het spel kunt u te allen tijde onderhandelen met de andere teams om hun materialen te gebruiken. U mag echter geen gebruik maken van zaken (zoals pennen e.d.) die de trainer niet aan uw team of een van de andere teams heeft verstrekt.

  3. Het spel heeft de vorm van een wedstrijd: het team dat de opdracht het eerst heeft voltooid is de winnaar.

  4. Begin niet met het spel totdat de trainer het startsein heeft gegeven.



Opdracht: produceer de volgende zaken:



  1. Een kartonnen ketting bestaande uit vier schakels die ieder een verschillende kleur moeten hebben.



  2. Een rechthoek van 10 x 8 centimeter bestaande uit twee kleuren.



  3. Een driehoek van wit karton, met een basis van 8 centimeter en een hoogte van 8 centimeter.



  4. Een koker van geel karton, 13 centimeter lang, met twee dichte uiteinden van verschillende kleuren.



  5. Vier vierkanten van 2,5 x 2,5 centimeter, met potlood getekend op een vierkante kaart van rood karton, 15 x 15 centimeter.



N.B. De gegeven afmetingen moeten exact worden aangehouden en mogen niet worden geschat.

Conflicthantering Opdracht

Lees de beschrijving van de vier stijlen van conflicthantering.




  1. Welke (twee) van de genoemde stijlen beschrijft het beste jouw reacties in conflictsituaties?




  1. Kun je voorbeeld geven van een conflictsituatie en jouw eigen reactie daarop?




  1. Wat zijn de voor- en nadelen van de door jou beschreven stijl?

In welke situatie(s) is de genoemde stijl goed bruikbaar?

Onderhandelen Uitgangspunten

Resultaat en relatie


Mensen verschillen van elkaar in wat zij willen bereiken en zij onderhandelen om deze ver­schillen te overbruggen. Dit gebeurt zowel in het zakenleven als bij de overheid, in het gezin, de gezelligheidsvereniging, de vriendenkring etc. Iedereen onderhandelt tenminste één keer per dag over iets.

Het dilemma lijkt altijd: zacht of hard te onderhandelen. De harde onderhandelaar wil winnen, maakt van de onderhandeling een competitie, krijgt op zijn harde acties vaak even harde reacties en belandt met zijn tegenstrever in een impasse. Wan­neer hij echter inhoudelijk wint, verliest hij soms een relatie. De zachte onderhandelaar vermijdt een persoonlijk conflict, hij doet concessies om de relatie te sparen, maar voelt zich na afloop onvoldaan over het bereikte resultaat.



1. Wanneer kun je onderhandelen?

  • Als beide partijen iets willen bereken

  • Als beide partijen iets uit te ruilen hebben

Onderhandelen is ruilhandel



2. Vier uitgangspunten

  • Succes is belangrijker dan winnen. Streef naar win/win situaties

Het gaat er niet om dat de ene partij wint en de andere verliest. Het gaat er om om gezamenlijk en creatief alle mogelijkheden te verkennen en die oplossing te vinden voor een ogenschijnlijke tegenstelling die beide partijen succes oplevert.

Zowel inhoudelijk, als relationeel kan winst behaald worden bij dit type van onderhandelen.




  • Wees inventief

Scheid het zoeken naar mogelijke oplossingen (inventief zijn) van het oordelen over die oplossingen (kritisch zijn). Bijvoorbeeld door middel van brainstorming (zonder de andere partij of met de andere partij).


  • Richt je op belangen, niet op standpunten

Belangen bepalen het probleem.

Niet de standpunten, maar behoeften, wensen, zorgen en angsten zijn de echte motieven van menselijk gedrag. Om verstandige oplossingen te verkrijgen moet je dus belangen verzoenen en niet de standpunten.




  • Maak onderscheid tussen de mens en de zaak

De relatie en de zaak raken veelal in elkaar verstrengeld.

Een veel voorkomende fout is om ten behoeve van de relatie onbevredigende concessies te doen of omdat de relatie toch al niet veel voorstelt, zich extra hard op te stellen. Wees hard over de zaak, maar blijf vriendelijk tegen je onderhandelpartner.



3. Fasen in de onderhandeling


1. Voorbereiding

Wat wil ik precies. Wat zijn mijn belangen?

Wat zou de ander willen?

Bedenk een grote variëteit aan oplossingen
2. Verkenning

Leg uit wat jij wil

Probeer er achter te komen wat de ander wil

Stel veel vragen

Probeer de belangen achter de standpunten te vinden
3. Voorstellen doen

De voorstellen met de als---dan techniek


4. Zaken doen

Je geeft aan wat je wilt ruilen als aan je voorwaarden wordt voldaan

Je komt met een tegenbod als het aanbod niet acceptabel is
5. Conclusie

Je maakt duidelijke afspraken en vat die samen

Je zet iets op de mail of op papier ter bevestiging

Casus Extra Onderzoek
AIO

Je wordt door je hoogleraar gevraagd om een extra onderzoekje te doen. Dit onderzoek heeft niet direct te maken met je eigen onderzoek, maar kan wel interessant zijn. Het biedt misschien de mogelijkheid om in een gerenommeerd tijdschrift te publiceren en kan misschien wat extra geld opleveren.

Het zal wel een probleem voor je zijn om de tijd te vinden om het onderzoek te doen.

Je hebt het naast je eigen onderzoek in deze periode ook juist druk met allerlei onderwijsverplichtingen. Bovendien lijkt de lang gewenste vakantie ook dit jaar weer in het nauw te komen.



Casus Extra Onderzoek
Hoogleraar

Je bent hoogleraar van een onderzoeksgroep en hebt het verzoek gekregen om een onderzoek uit te voeren voor een ministerie dat daar ook iets voor wil betalen. De eis is wel dat het onderzoek binnen zes maanden is afgerond. Zelf heb je absoluut geen tijd om het onderzoek te doen. Ook is de toegezegde betaling van het ministerie onvoldoende om daar iemand voor aan te trekken. Toch wil je graag dat het onderzoek gedaan wordt omdat het goed is voor de onderzoeksgroep om zich op het onderzoeksterrein te gaan profileren en je graag het contact met het ministerie wil warmhouden en verder wil uitbouwen.

Over drie maanden is er een internationaal congres in Australië waar je graag naar toe wilt en je zou de (voorlopige) onderzoeksresultaten kunnen gebruiken voor een paper en presentatie.

Je vraagt een van je Aio’s of die het onderzoek wil uitvoeren. Het is een interessant onderzoek en het geeft de Aio de kans zich meer buiten het strak afgebakende promotieonderwerp te begeven. Eventueel zou de Aio dan wat langer over de promotie kunnen doen.



Onderhandelen Opdracht


  • Bepaal je eigen belangen

  • Bepaal het hoogst hoogst haalbare

  • Bepaal het laagst acceptabele

  • Bedenk wat de ander zijn/haar belangen zijn

  • Bedenk zo veel mogelijk verschillende alternatieven (wees creatief) om tot een win-win situatie te komen


Kernkwaliteiten Opdracht

Individueel:

Zoek eerst individueel voor de belangrijkste mensen uit je werkveld één combinatie kwaliteit-valkuil.

Gebruik hierbij samen één kernkwadrantenspel.



  • Wat valt je op?

  • Welk gedrag roept bij jou irritatie of aversie op?

  • En bij welk gedrag voel je je op je gemak?

  • Wat is het effect op samenwerking?

Maak vervolgens één compleet kernkwadrant. Start daarbij vanuit een allergie ten opzichte van iemand uit je werkveld. Werk vervolgens rechtsom via je eigen kwaliteit en valkuil naar je uitdaging.



In tweetallen:

Bespreek het resultaat en bedenk welke acties je kunt ondernemen als de samenwerking met een van je begeleiders je niet bevalt.


Je hebt hiervoor 45 minuten.


Blanco Voorbeeldkwadrant

Teveel van het goede

valkuil


+ -

Positief Positief

tegenover- tegenover-

gestelde gestelde


- +


allergie




Teveel van het goede

Evaluatie Cursus Succesvol Promoveren en Persoonlijke Effectiviteit

Deel 2

Dag 1
1. Wat vond je van het onderdeel ‘Besluitvorming’?
Zeer goed Goed Voldoende Onvoldoende Slecht
……………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………



2. Wat vond je van het onderdeel functioneringsgesprekken?
Zeer goed Goed Voldoende Onvoldoende Slecht
……………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………

3. Wat vond je van ‘Debateren’?
Zeer goed Goed Voldoende Onvoldoende Slecht
……………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………


Dag 2
4. Wat vond je van het onderdeel ‘Onderhandelen’?
Zeer goed Goed Voldoende Onvoldoende Slecht
……………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………

5. Wat vond je van het onderdeel ‘Kernkwaliteiten en Samenwerking’?




Zeer goed Goed Voldoende Onvoldoende Slecht
……………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………



6. Waren er onderdelen die je overbodig vond in dit tweede deel van de cursus?

0 Nee


0 Ja

……………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………


7. Zijn er onderdelen die je gemist hebt in dit tweede deel van de cursus?
0 Nee

0 Ja


……………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………



8. Kan je een schoolcijfer geven voor het tweede deel van deze cursus?

…..


9. Heb je nog opmerkingen over de cursus?

……………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………



……………………………………………………………………………………………………………



Hertz, trainingen voor wetenschappers












De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina