Wiskundige initiatie



Dovnload 77.09 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte77.09 Kb.
Wiskundige initiatie




Kwik-doelen

Doelen uit Ontwikkelingsplan

Leerplandoelen Vrij Onderwijs




3-jarigen







1

Beheerst wiskundige begrippen (veel, dik, een keer …).

DenO 68 Inzichten verwerven over getallen.

→ In eenvoudige wisselende situaties rekenhandelingen (aantal, hoeveelheid en rangorde) uitvoeren en verwoorden door de juiste begrippen te gebruiken, bv. bij meten.



WIS DO 9.b Wiskundige begrippen en termen begrijpen en correct gebruiken.

2

Zet bij elke kabouter (…) een beker (1-1-relatie).

DenO 68 Inzichten verwerven over getallen.

→ Hoeveelheden ordenen door gebruik te maken van de één-één-verbinding (evenveel, meer, minder ...).

→ Een één-één-verbinding leggen tussen voorwerpen tot 5.


WIS G 4 Een één-één-verbinding leggen tussen voorwerpen en de rij telwoorden (synchroon tellen).

3

Legt soortgelijk speelgoed bij elkaar.

DenO 61 Kennis en ervaringen structureren.

→ Met hulp voorwerpen sorteren op basis van één opvallend kenmerk (bv. de kleur) of twee eenvoudige kenmerken combineren (bv. kleur en aantal tot drie).

Sorteren, rekening houdend met één minder opvallend gemeenschappelijk kenmerk (bv. dezelfde functie of vorm).


WO DO 0.14.5 Dat houdt in dat ze kunnen groeperen volgens gemeenschappelijke kenmerken of eigenschappen.

4

Ordent tot drie voorwerpen met duidelijk verschil.

DenO 61 Kennis en ervaringen structureren.

→ (Met hulp) vier of vijf voorwerpen met duidelijke verschillen rangschikken in een reeks volgens één opvallend kenmerk (bv. kleur, grootte, lengte, dikte, hoogte ...).



WO DO 0.11 Kinderen kunnen kwalitatief en kwantitatief vergelijken.

WO DO 0.14.2 Dat houdt in dat ze kunnen ordenen op basis van minstens één criterium.




5

Kan vooruit tellen tot 3 (telrij als aftelrijm of vers).

DenO 68 Inzichten verwerven over getallen.

→ Voorwerpen tellen tot 5 (à 6) en daarna zeggen hoeveel voorwerpen er geteld zijn.



WIS G 3 De telrij opzeggen (akoestisch tellen):

WIS G 3.a Tot 5.





6

Beheerst hoeveelheden 1, 2 en veel.

DenO 68 Inzichten verwerven over getallen.

→ Hoeveelheden op het zicht vergelijken en met woorden benoemen (veel, weinig ...).



-

7

Kan rekenhandelingen uitvoeren (bijdoen, afdoen …).

DenO 68 Inzichten verwerven over getallen.

→ In eenvoudige wisselende situaties rekenhandelingen (aantal, hoeveelheid en rangorde) uitvoeren en verwoorden door de juiste begrippen te gebruiken, bv. bij meten.



WIS B 1 In eenvoudige situaties rekenhandelingen uitvoeren en ze verwoorden en daarbij gebruikmaken van de begrippen: evenveel maken, bijdoen, wegdoen, samentellen, vermeerderen, verminderen, aantal keer iets nemen, verdelen, de helft nemen, het dubbele nemen …

8

Vindt passende kleren / deken voor pop (grootte).

DenO 69 Inzichten verwerven over meten.

→ Grootte op het zicht vergelijken.




WIS MR 1 Twee dingen kwalitatief vergelijken volgens kleurschakering, geluidssterkte, levensduur, hardheid, lengte, gewicht, oppervlakte, inhoud en volume, tijdsduur, temperatuur, snelheid ... en de vergelijking verwoorden met termen als: donkerder, luider, langer, groter, kleiner, even ver, lichter, even groot, later, kortst, kouder, even vlug ...

9

Legt korte staafjes naast een lange (tot even lang maken).

DenO 69 Inzichten verwerven over meten.

→Dingen kwalitatief vergelijken; dingen gelijk maken of ongelijk maken; ervaringen opdoen met het meten van lengte, dikte, breedte, hoogte, gewicht, inhoud, volume, oppervlakte, geldwaarde, temperatuur, tijdsduur, snelheid ...

→ Kennismaken met begrippen als groot (even groot, groter dan, het grootst, de grootste), klein, dik, dun, smal, breed, lang, kort, hoog, laag, licht, donker, stil, luid, dichtbij, ver, licht, zwaar, weinig, veel, goedkoop, duur, warm, koud, later, traag, snel ...


WIS MR 4 Dingen gelijk maken of ongelijk maken op basis van een kwalitatieve vergelijking (bv. iets langer maken, twee pakjes van verschillend gewicht even zwaar maken).

10

Onderscheidt voorwerpen die rollen / niet rollen.

DenO 64 Inzichten verwerven over natuur en techniek (fysische kennis).
ZinO 53 Actief exploreren met de zintuigen.

→ De eigenschappen van voorwerpen vergelijken.



WIS MR 5 Dingen sorteren op basis van een kwalitatieve vergelijking volgens één of twee gemeenschappelijke kenmerken.




Kwik-doelen

Doelen uit Ontwikkelingsplan

Leerplandoelen Vrij Onderwijs




4-jarigen







11

Beheerst relatiebegrippen (meer, dikker, even vol …).

DenO 69 Inzichten verwerven over meten.

→ Dingen kwalitatief vergelijken; dingen gelijk maken of ongelijk maken;

ervaringen opdoen met het meten van lengte, dikte, breedte, hoogte, gewicht, inhoud, volume, oppervlakte, geldwaarde, temperatuur, tijdsduur, snelheid ...

→ Kennismaken met begrippen als groot (even groot, groter dan, het grootst, de grootste), klein, dik, dun, smal, breed, lang, kort, hoog, laag, licht, donker, stil, luid, dichtbij, ver, licht, zwaar, weinig, veel, goedkoop, duur, warm, koud, later, traag, snel ...




WIS MR 1 Twee dingen kwalitatief vergelijken volgens kleurschakering, geluidssterkte, levensduur, hardheid, lengte, gewicht, oppervlakte, inhoud en volume, tijdsduur, temperatuur, snelheid ... en de vergelijking verwoorden met termen als: donkerder, luider, langer, groter, kleiner, even ver, lichter, even groot, later, kortst, kouder, even vlug ...



12

Gebruikt concreet de één-één-relatie voor (niet) evenveel.

DenO 68 Inzichten verwerven over getallen.

→ Hoeveelheden ordenen door gebruik te maken van de één-één-verbinding (evenveel, meer, minder ...).



WIS G 4 Een één-één-verbinding leggen tussen voorwerpen en de rij telwoorden (synchroon tellen).

13

Classificeert blokken … naar één kenmerk (dik, hoekig).

DenO 61 Kennis en ervaringen structureren.

→ Met hulp voorwerpen sorteren op basis van één opvallend kenmerk (bv. de kleur) of twee eenvoudige kenmerken combineren (bv. kleur en aantal tot 3).

→ Sorteren, rekening houdend met één minder opvallend gemeenschappelijk kenmerk (bv. dezelfde functie of vorm).


WIS MR 5 Dingen sorteren op basis van een kwalitatieve vergelijking volgens één of twee gemeenschappelijke kenmerken.

14

Ordent tot vier voorwerpen, bv. van licht naar zwaar.

DenO 61 Kennis en ervaringen structureren.

→ (Met hulp) vier of vijf voorwerpen met duidelijke verschillen rangschikken in een reeks volgens één opvallend kenmerk (bv. kleur, grootte, lengte, dikte, hoogte ...).



WIS MR 6 Dingen rangschikken op basis van een kwalitatieve vergelijking (bv. voorwerpen rangschikken van zwaar naar licht).

15

Weet dat drie dingen ver of dicht bij elkaar, evenveel … zijn.

DenO 68 Inzichten verwerven over getallen.

→ Ervaren dat hoeveelheden gelijk blijven, ook al worden ze anders geordend.



WIS G 8 Een hoeveelheid vormen en begrijpen dat ze niet afhangt van de plaats en de ordening in tijd en ruimte (bv. vier blokjes op een rij is evenveel als vier gestapelde blokjes), noch van bepaalde eigenschappen van de dingen (bv. vier blokjes is hetzelfde aantal als vier potloden) en dat verwoorden.

16

Zegt de telrij op tot 6.

DenO 68 Inzichten verwerven over getallen.

→ Tellen tot 10 en meer, een klein aantal voorwerpen (tot 5) herkennen zonder te tellen, enkele cijfers herkennen en ze koppelen aan het aantal.

→ Voorwerpen tellen tot 5 (à 6) en daarna zeggen hoeveel voorwerpen er geteld zijn.


WIS G 3 De telrij opzeggen (akoestisch tellen):

WIS G 3.a Tot 5.

WIS G 3.b Tot 10.


17

Telt achteruit vanaf 4.

-

-

18

Telt synchroon tot 5 met aanraken.

DenO 68 Inzichten verwerven over getallen.

→ Hoeveelheden (en getallen) vergelijken, voorwerpen schikken door een één-één-verbinding te leggen; synchroon tellen (de telrij zeggen en tegelijk aanwijzen) en resultatief tellen (tellen en zeggen hoeveel het is); ervaren dat getallen naar hoeveelheden verwijzen; inzien dat hoeveelheden behouden blijven ook al verandert de soort, de vorm of de grootte van de voorwerpen;

hoeveelheden ordenen, rangtelwoorden gebruiken; getallen representeren, betekenis geven aan hoeveelheden en cijfers in verschillende realistische situaties ...

→ Kennismaken met begrippen als veel, weinig, evenveel, niet evenveel, te veel, te weinig, over, te kort, meer, minder, meest, minst, meer dan, minder dan, is gelijk aan, is niet gelijk aan, evenveel maken, bijdoen, wegdoen, vermeerderen, verminderen, aantal keer iets nemen, de helft nemen; naast, voor, na, tussen, eerste, middelste, laatste, vorige, volgende, voorlaatste, juist voor, juist na ...



WIS G 4 Een één-één-verbinding leggen tussen voorwerpen en de rij telwoorden (synchroon tellen).

WIS G 4.a Tot 5.




19

Kan na het tellen zeggen hoeveel er zijn (tot 4).

DenO 68 Inzichten verwerven over getallen.

→ Voorwerpen tellen tot 5 (à 6) en daarna zeggen hoeveel voorwerpen er geteld zijn.



OD WIS GE 1.2 De kleuters kunnen met aanwijzing vijf dingen correct (simultaan) tellen en daarna zeggen hoeveel dingen er geteld zijn (resultatief).

20

Past het begrip ‘verdelen / tweemaal nemen’ toe.

DenO 68 Inzichten verwerven over getallen.

→ Met hulp van de leidster iets verdelen onder enkele kinderen.

→ In eenvoudige wisselende situaties rekenhandelingen (aantal, hoeveelheid en rangorde) uitvoeren en verwoorden door de juiste begrippen te gebruiken, bv. bij meten.


WIS B 1 In eenvoudige situaties rekenhandelingen uitvoeren en ze verwoorden en daarbij gebruikmaken van de begrippen: evenveel maken, bijdoen, wegdoen, samentellen, vermeerderen, verminderen, aantal keer iets nemen, verdelen, de helft nemen, het dubbele nemen …

21

Kan bepalen met balans wat het zwaarst / het lichtst is.

DenO 69 Inzichten verwerven over meten.

→ Dingen vergelijken zonder een maateenheid te gebruiken, de dingen meten met natuurlijke maateenheden en zelfgemaakte meetinstrumenten.



WIS MR 10 De gemeten dingen sorteren en rangschikken na een meting met natuurlijke maateenheden.
WO DO 0.11.3 Dat houdt in dat ze lengte, oppervlakte, volume, massa ... kunnen meten met voor hen bekende hulpmiddelen.

22

Heeft inzicht: scheppen met kleine beker duurt langer.

-

WIS MR 12 Ervaren en inzien dat hoe groter de maateenheid is, hoe kleiner het maatgetal is en omgekeerd (bv. hoe groter de stappen, hoe minder stappen te zetten om een afstand af te passen).

23

Classificeert voorwerpen met ronde en hoekige vorm.

DenO 61 Kennis en ervaringen structureren.

→ Sorteren, rekening houdend met één minder opvallend gemeenschappelijk kenmerk (bv. dezelfde functie of vorm).




WO DO 0.11 Kinderen kunnen kwalitatief en kwantitatief vergelijken.

WO DO 0.11.2 Dat houdt in dat ze gelijkenissen en verschillen kunnen vaststellen van objecten of producten op gebied van:

WO DO 0.11.2.1 Kleur, smaak, geluid, geur, vorm, voelen ...





Kwik-doelen

Doelen uit Ontwikkelingsplan

Leerplandoelen Vrij Onderwijs




5-jarigen







24

Beheerst wiskundige begrippen (halfvol, voorlaatste …).

-

WIS G 2 Een rangorde aangeven als begin en telrichting afgesproken zijn:

WIS G 2.a Met de woorden:

WIS G 2.a.2 Eerste, middelste, laatste, vorige, volgende, voorlaatste, juist voor, juist na …


25

Vergelijkt grote hoeveelheden met één-één-relatie.

DenO 68 Inzichten verwerven over getallen.

→ Hoeveelheden ordenen door gebruik te maken van de één-één-verbinding (evenveel, meer, minder ...).



WIS G 4 Een één-één-verbinding leggen tussen voorwerpen en de rij telwoorden (synchroon tellen).

26

Classificeert naar twee kenmerken.

DenO 61 Kennis en ervaringen structureren.

→ Sorteren, rekening houdend met twee of drie gemeenschappelijke kenmerken of met één kenmerk dat ontbreekt.




WIS MR 5 Dingen sorteren op basis van een kwalitatieve vergelijking volgens één of twee gemeenschappelijke kenmerken.

27

Classificeert naar twee kenmerken, met één negatie (bv. niet rond).

DenO 61 Kennis en ervaringen structureren.

→ Sorteren, rekening houdend met twee of drie gemeenschappelijke kenmerken of met één kenmerk dat ontbreekt.



-

28

Kent systemen om kleine verschillen te vergelijken.

DenO 61 Kennis en ervaringen structureren.

→ Zelf ontdekken welke dingen bij elkaar passen, hoe er gesorteerd kan worden.

→ Verschillende manieren ontdekken om materialen te sorteren en de gevormde groepjes verder door te sorteren.


WIS MR 2 Zelf strategieën ontdekken om dingen kwalitatief te vergelijken (bv. de inhoud van twee ongelijke glazen vergelijken door de inhoud over te gieten in twee gelijke glazen).
WO DO 0.14.1 Dat houdt in dat ze kunnen ordenen naar zelfgevonden criteria.

29

Serieert tot zes voorwerpen met kleine verschillen.

DenO 61 Kennis en ervaringen structureren.

→ Seriëren op basis van moeilijkere kenmerken (bv. op basis van kleinere verschillen, naar aantal, in de tijd ...) en meerdere kenmerken (bv. aantal en kleur).



WIS MR 6 Dingen rangschikken op basis van een kwalitatieve vergelijking (bv. voorwerpen rangschikken van zwaar naar licht).

30

Verwoordt dat een hoeveelheid dezelfde blijft ongeacht plaats, vorm, richting.

DenO 68 Inzichten verwerven over getallen.

→ Ervaren dat hoeveelheden gelijk blijven, ook al worden ze anders geordend.



WIS G 8 Een hoeveelheid vormen en begrijpen dat ze niet afhangt van de plaats en de ordening in tijd en ruimte (bv. vier blokjes op een rij is evenveel als vier gestapelde blokjes), noch van bepaalde eigenschappen van de dingen (bv. vier blokjes is hetzelfde aantal als vier potloden) en dat verwoorden.

31

Zegt de telrij op tot 10.

DenO 68 Inzichten verwerven over getallen.

→ Tellen tot 10 en meer, een klein aantal voorwerpen (tot 5) herkennen zonder te tellen, enkele cijfers herkennen en ze koppelen aan het aantal.



WIS G 3 De telrij opzeggen (akoestisch tellen):

WIS G 3.b Tot 10.



32

Telt achteruit vanaf 6.

-

-

33

Telt met wisselend beginpunt (2 tot 5; 4 tot 1; …).

-

-

34

Telt hoeveelheden tot 6 zonder aanwijzen.

-

-

35

Telt tot 10 met aanwijzen (niet aanraken).

DenO 68 Inzichten verwerven over getallen.

→ Hoeveelheden (en getallen) vergelijken, voorwerpen schikken door een één-één-verbinding te leggen; synchroon tellen (de telrij zeggen en tegelijk aanwijzen) en resultatief tellen (tellen en zeggen hoeveel het is); ervaren dat getallen naar hoeveelheden verwijzen; inzien dat hoeveelheden behouden blijven ook al verandert de soort, de vorm of de grootte van de voorwerpen;

hoeveelheden ordenen, rangtelwoorden gebruiken; getallen representeren, betekenis geven aan hoeveelheden en cijfers in verschillende realistische situaties ...

→ Kennismaken met begrippen als veel, weinig, evenveel, niet evenveel, te veel, te weinig, over, te kort, meer, minder, meest, minst, meer dan, minder dan, is gelijk aan, is niet gelijk aan, evenveel maken, bijdoen, wegdoen, vermeerderen, verminderen, aantal keer iets nemen, de helft nemen; naast, voor, na, tussen, eerste, middelste, laatste, vorige, volgende, voorlaatste, juist voor, juist na ...

→ Tellen tot 10 en meer, een klein aantal voorwerpen (tot 5) herkennen zonder te tellen, enkele cijfers herkennen en ze koppelen aan het aantal.


WIS G 4 Een één-één-verbinding leggen tussen voorwerpen en de rij telwoorden (synchroon tellen).

WIS G 4.b Tot 10.



36

Kan resultatief tellen (1, 2, 3, 4, 5; er zijn er vijf).

DenO 68 Inzichten verwerven over getallen.

→ Voorwerpen tellen tot 5 (à 6) en daarna zeggen hoeveel voorwerpen er geteld zijn.



WIS G 5 Tellen tot 10 om een aantal te bepalen (resultatief tellen).

37

Associeert cijfersymbolen met hoeveelheden (tot 5).

DenO 68 Inzichten verwerven over getallen.

→ Tellen tot 10 en meer, een klein aantal voorwerpen (tot 5) herkennen zonder te tellen, enkele cijfers herkennen en ze koppelen aan het aantal.



-

38

Herkent getalbeelden tot 5.

TaaO 74 Visuele boodschappen interpreteren en er gepast op reageren.

→ De betekenis van pictogrammen (in de ruimste zin: beeldrijke voorstellingen waaraan een bepaalde betekenis is verbonden zoals afbeeldingen, symbolen, verkeerstekens, visuele boodschappen, woordbetekenissen, getalbeelden, foto's ...) en de functie ervan begrijpen en er gepast op reageren.



WIS G 7 Hoeveelheden tot 5 onmiddellijk herkennen zonder te tellen.

39

Beheerst rangtelwoorden tot 5 (vijfde).

DenO 68 Inzichten verwerven over getallen.

→ Met rangtelwoorden een rangorde kunnen aanduiden (bv. tot vijfde).



WIS G 2 Een rangorde aangeven als begin en telrichting afgesproken zijn:

WIS G 2.b Met rangtelwoorden.



40

Voert vermeerderen, verminderen, drie keer, verdelen uit.

DenO 68 Inzichten verwerven over getallen.

→ In eenvoudige wisselende situaties rekenhandelingen (aantal, hoeveelheid en rangorde) uitvoeren en verwoorden door de juiste begrippen te gebruiken, bv. bij meten.



WIS B 1 In eenvoudige situaties rekenhandelingen uitvoeren en ze verwoorden en daarbij gebruikmaken van de begrippen: evenveel maken, bijdoen, wegdoen, samentellen, vermeerderen, verminderen, aantal keer iets nemen, verdelen, de helft nemen, het dubbele nemen …

41

Voert opdrachten uit i.v.m. ‘rekenhandelingen’.

DenO 68 Inzichten verwerven over getallen.

→ In eenvoudige wisselende situaties rekenhandelingen (aantal, hoeveelheid en rangorde) uitvoeren en verwoorden door de juiste begrippen te gebruiken, bv. bij meten.



WIS B 1 In eenvoudige situaties rekenhandelingen uitvoeren en ze verwoorden en daarbij gebruikmaken van de begrippen: evenveel maken, bijdoen, wegdoen, samentellen, vermeerderen, verminderen, aantal keer iets nemen, verdelen, de helft nemen, het dubbele nemen …

42

Kiest passende maateenheid om te meten (beker, afstappen, touwtje).

DenO 69 Inzichten verwerven over meten.

→ Vergelijken met een tussenmaat (een touw, een sjaal, de handen ...).

→ Dingen vergelijken zonder een maateenheid te gebruiken, de dingen meten met natuurlijke maateenheden en zelfgemaakte meetinstrumenten.


WIS MR 7 Beseffen dat de grootte van dingen bepaald kan worden met behulp van natuurlijke maateenheden voor lengte (bv. met handspan, voet), oppervlakte (bv. met schriften, blaadjes, ruitvormige maateenheden), inhoud (bv. een inhoud met kopjes, lepels of flessen, een volume met lucifersdoosjes of blokken), gewicht (bv. met kastanjes), tijdsduur (bv. tijdsduur om een taak uit te voeren), hoekgrootte (bv. met een driehoekig stukje smeerkaas).

43

Past toe: hoe groter de maateenheid, hoe minder je moet meten (bij vullen, bedekken …).

-

WIS MR 12 Ervaren en inzien dat hoe groter de maateenheid is, hoe kleiner het maatgetal is en omgekeerd (bv. hoe groter de stappen, hoe minder stappen te zetten om een afstand af te passen).

44

Onderscheidt en benoemt cirkel, driehoek, rechthoek, vierkant.

DenO 66 Inzichten verwerven over de ruimte.

→ Geometrische vormen verkennen.




WIS MK 23 Cirkels herkennen en benoemen.

WIS MK 14 Meetkundige vormen onderzoeken en globaal herkennen door zich te bewegen in de ruimte, te kijken naar en te handelen (bv. beleggen, puzzelen, vouwen, knippen, tekenen, rubriceren) met voorwerpen uit de omgeving (bv. natuur, huizen, wegen, gebruiksvoorwerpen, kunstproducten) en met vlakke figuren en daarbij termen gebruiken als rond, driehoekig, vierhoekig ...




45

Geeft aan vanuit welke gezichtshoek een figuur is weergegeven.

DenO 66 Inzichten verwerven over de ruimte.

→ Weten dat dingen er vanuit een ander gezichtspunt anders uitzien.



WIS MK 6 Verkennen en verwoorden wat men ziet vanuit andere gezichtspunten.

46

Duidt op een tekening figuren aan die veraf of dichtbij staan (perspectief).

DenO 66 Inzichten verwerven over de ruimte.

→ Weten dat dingen er vanuit een ander gezichtspunt anders uitzien.



→ Experimenteren met de ruimte in schematische of tweedimensionale situaties.

MUZO BE 10.2 De begrippen dichtbij, dichter bij, verder weg, veraf, naast, rechter- en linkerkant illustreren.

: content -> assets
assets -> Leesvragen bij het dagboekfragment van Ali B
assets -> Technische vragen en antwoorden opiniërend ab 7 juli 2010
assets -> Onderwerp : Marap 2011 -1 Bijeenkomst : ab 11-1 op 21-6 te Klaaswaal Korte toelichting
assets -> Verwacht: prachtseries op Acht Vanaf 18 mei kunnen de liefhebbers van het betere entertainment terecht bij Acht. Het eerste commerciële kwaliteitskanaal van Vlaanderen brengt voltijds must-see tv, met als pijlers humor, fictie
assets -> D activiteiten Scholing Werkervaring Diensten ac-wespp gooi en Vechtstreek Informatie voor klanten
assets -> Aanmeldingsformulier voor beschermd wonen of ambulante woonbegeleiding
assets -> T Hof deeltijdbehandeling voor ouderen met psychiatrische en/ of psychosociale problemen
assets -> De Beeck Inzichtgevende deeltijdbehandeling voor ouderen met psychiatrische problemen
assets -> Voortgezet onderwijs en Middelbaar Beroepsonderwijs Oktober 2011




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina