Woord vooraf Schoolgids 2015-2016



Dovnload 296.8 Kb.
Pagina5/16
Datum22.07.2016
Grootte296.8 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   16

Activiteiten specifiek voor de kleuterbouw


De kleuterbouw is een plek waar kleuters nog kleuter mogen zijn! Spelen staat hierbij centraal. Door middel van spel doet het kind sociale vaardigheden op, leert het omgaan met andere kinderen in verschillende situaties en leert zichzelf beter kennen. Elk kind ontwikkelt zich hierbij op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. De kinderen bepalen voor een gedeelte zelf waar ze mee spelen, met wie en hoe lang. Daarbij leren de kinderen een aantal regels waar ze zich aan moeten houden.

In de kleuterbouw werken we veel met thema’s en projecten. We zoeken samen met de kinderen naar onderwerpen, die aansluiten bij de belevingswereld van kleuters. Aan elk thema verbinden we zinvolle activiteiten, die kinderen uitdagen tot creatief bezig zijn.

In elke groep zijn daarvoor diverse werk en speelplekken gecreëerd, zoals de knutseltafel, de verftafel, de tekentafel, de bouwhoek, de zandtafel en de luisterhoek. In elk lokaal is een “huis” gebouwd met twee verdiepingen, dat uitnodigt tot allerlei vormen van spel en werk.

Er zijn computers, voorzien van koptelefoons, voor de kleuterbouw. We gebruiken programma’s waarbij kinderen luisteren naar verhalen en liedjes waarbij ze allerlei spelletjes kunnen doen.


Kringen


De kring neemt in alle bouwen een belangrijke plaats in bij ons onderwijs, iedere groep heeft een vaste kringmat. Hierop zitten de kinderen, op hun eigen kussen, in een kring. De boven- en middenbouwkinderen zitten op banken i.p.v. kussens. Iedereen kan elkaar zien en horen. De kring wordt op uiteenlopende manieren gebruikt.





  • Ochtendkringen.

Hier ontmoeten de kinderen elkaar aan het begin van de dag. Kinderen vertellen over hun belevenissen van de vorige dag, luisteren naar de verhalen van anderen. Ze laten iets zien wat ze van thuis hebben meegebracht. Een jarige wordt in het zonnetje gezet. Een of twee kinderen verzorgen de dagopening. De leerkracht maakt afspraken voor het komende werkmoment.



  • Boekenkringen.

Kinderen vertellen over boeken die ze gelezen hebben (boekbespreking). Eigen teksten worden voorgelezen en besproken. De leerkracht leest voor uit een voorleesboek.



  • Gesprekskringen.

Tijdens deze kring wordt meestal gesproken over gevoelens en gedrag. Vaak gebeurt dit aan de hand van een verhaal of gebeurtenissen tijdens werk of spel. Kinderen vinden het erg leuk deze gebeurtenissen na te spelen en zijn nieuwsgierig naar de reacties van andere kinderen.

Spelenderwijs leren ze op deze manier steeds meer mogelijkheden kennen om op anderen te reageren. Ook leren kinderen hierdoor meningen te vormen.




  • Themakringen.

In deze kring staat een bepaald onderwerp centraal. Soms is dat een onderwerp dat door de leerkracht is gekozen, soms ook is het een onderwerp dat uit een kring ontstaan is of op dat moment in het nieuws is.


Zelfstandig werken

Verantwoordelijkheid dragen voor je werk, elkaar en je omgeving, keuzes maken en je werk plannen moet je leren. Op school werken wij met verschillende methodes. Tijdens het werkmoment in alle groepen, zijn de kinderen zelfstandig aan het werk. Er wordt gewerkt volgens het GIP-model (Groeps- en Individueel gerichte Pedagogiek), waarbij de leerkracht via een vast duidelijk programma de kinderen controleert en (individuele) instructie kan geven. De kinderen kunnen elkaar helpen en bij sommige opdrachten wordt er samengewerkt.

Het werken volgens het GIP-model, ontwikkelt door het Seminarie voor Orthopedagogiek aan de RU in Utrecht, geeft ons mogelijkheden om ons handelen in de klas, zowel gericht op het individuele kind als op de hele groep, nog effectiever te laten zijn. Het GIP-model is een proces dat het team doorloopt, waarbij al de facetten van het klassengebeuren gezamenlijk goed tegen het licht gehouden worden en opnieuw (op elkaar) afgestemd. Klassenorganisatie, de wijze van instructie, de doorlopende lijnen en de zorg voor een veilig klimaat, gericht op het sociaal welbevinden van de kinderen zijn hier onderdeel van.

Vanaf de kleuterbouw zijn we bezig met zelfstandigheid, daarbij staat in eerste instantie de zelfredzaamheid voorop. Zoals het uitvoeren van kleine taken, zelf spelen en werken. Vanaf kerst wordt er in groep twee gewerkt met een weekplan. Door bekende pictogrammen en kleuren, krijgt een kind meer greep op de week en het plannen van opdrachten. Vanaf groep drie werken de kinderen eerst met dagtaken deze worden geleidelijk uitgebreid naar weektaken. Hierbij wordt rekening gehouden met de mogelijkheden van het kind wat betreft tempo, niveau en werkaanpak. Het werk wordt door de leerkracht opgegeven, daarnaast zijn er nog opdrachten waaruit de kinderen zelf kunnen kiezen. Uiteindelijk moeten de kinderen in de bovenbouw geleerd hebben om zelf hun weektaak te plannen.




Rekenen


In de kleuterbouw maken de kinderen kennis met de verschillende aspecten van rekenen en wiskunde. Ze leren omgaan met ruimte, lengte, tijd en het begrip ‘hoeveelheid’ d.m.v. werkjes, spel en kringen. Vanaf de onderbouw wordt de leerstof gevolgd zoals die in de nieuwe versie van de methode ‘Wereld in getallen’ staat aangegeven. We hanteren de volgende werkvormen: gesprek, instructie, zelfstandig werken en individuele hulp. In de midden- en bovenbouw werken we een aantal keer per week met instructie in jaargroepen.




Taal


Het taalonderwijs is een heel belangrijk onderdeel van het onderwijsprogramma. Taal is een instrument dat kinderen dagelijks nodig hebben om te communiceren, de wereld te ordenen en te verkennen. De Haanstraschool wil dat kinderen actief, creatief en expressief met taal kunnen omgaan.

In de kleuterbouw staat de spreektaal centraal. In de verschillende kringen komen gesprek, verhaal, voorlezen, liedjes, rijmen, veelvuldig aan bod. Wij maken daarbij gebruik van de methode “Kinderklanken”. Deze methode gaat op een speelse manier op de ontluikende geletterdheid in. In elke klas is een taalhoek, waarbij wij vooral de nadruk leggen op de ontwikkeling van de voorwaarden die later nodig zijn om te leren lezen.

In de onderbouw beginnen we in groep 3 met het aanvankelijk lezen. We werken met de methode ‘Veilig Leren Lezen nieuw’ . Deze methode biedt veel mogelijkheden tot differentiatie.

Vanaf groep 4 wordt gewerkt met de taal- en spellingsmethode ‘Taaljournaal ’. Deze methode gaat uit van instructies per stamgroep of leerjaar, waarna de stof zelfstandig verwerkt wordt op eigen niveau. Vanaf 2012 hebben wij gekozen om de taallijnen gefaseerd te vernieuwen. We gebruiken daarvoor onderdelen van de nieuwe ‘Taaljournaal’ alsmede een eigen invulling op het gebied van ‘teksten schrijven’. Voor de spellingslijn werken we vanaf het schooljaar 2013-2014 met ‘op maat’.

Voor begrijpend lezen gebruiken wij vanaf groep 4 de methode ‘Nieuwsbegrip’.

Voor schrijven hebben we de schrijfmethode ‘Pennenstreken’. Vanaf het schooljaar 2010-2011 schrijven kinderen in groep 3 met vulpotloden en vanaf groep 4 met vulpennen.

In groep 3 wordt gewerkt aan de verfijning van de motorische bewegingen bij de kinderen. Het aanvankelijk schrijven start op groot formaat. Na de kerst wordt begonnen met het echte schrijfonderwijs in de boekjes uit de methode. Voor kinderen bij wie het schrijven moeilijker op gang komt, wordt langer met (ver)groot materiaal gewerkt.






1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   16


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina