Word just in the world loves Dutch trance



Dovnload 481.35 Kb.
Pagina4/14
Datum22.07.2016
Grootte481.35 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   14

1.3 Internationaal succes

Succes is een concept dat meerdere dimensies omvat en op verschillende manieren gedefinieerd wordt. Bij de definitie van internationaal succes wordt er niet gekeken naar esthetisch succes, maar naar succes aan de hand van de reputatie van een artiest in de lijn van Howard Becker (1982). De waarde van een reputatie kan volgens Becker vertaald worden in financiële waarde en dat maakt reputatie de basis van economisch succes. De reputatie van een artiest is dus in zekere zin bepalend voor het inkomen van de artiest en daarmee van belangrijke invloed op het verloop van zijn of haar carrière. Internationaal succes betreft in deze thesis objectief carrièresucces, te observeren prestaties op carrièregebied, zowel kritisch als commerciëel. Onder kritisch succes wordt in deze thesis waardering verstaan, de positieve perceptie van een artiest en zijn muziek in buitenland. Tot commerciëel succes worden de verkoop van geluidsdragers en downloads en live optredens gerekend. Ook noteringen in hitparades en onderscheidingen met awards worden beschouwd als commerciëel succes. Subjectief carrièresucces, het gevoel van tevredenheid dat een individu heeft over zijn of haar prestaties op carrièregebied, wordt buiten beschouwing gelaten (Zwaan et al. 2009).



In het verleden behaalde exportsuccessen


Voorbeelden uit het verleden laten zien dat er wel degelijk sprake is geweest van internationale aandacht voor de Nederlandse popmuziek, maar dat de bereidheid op treden in het buitenland en de receptie van deze optredens bepalend zijn geweest voor de mate van het buitenlandse carrièresucces van de betreffende acts. Om succes te kunnen bereiken in het buitenland is het voor een Nederlandse act een vereiste om in het buitenland op te treden (Berends, 2010; Perfect and More, 2010; Van der Plas, 2003).
De jaren vijftig: Eddy Christiani en de 'indorock'

Al in de jaren vijftig boekten de eerste Nederlandse popartiesten en -groepen succes in het buitenland. De eerste was Eddy Christiani. Christiani behaalde in 1958 met zijn laatste grote succes ‘Sucu Sucu’ de tweeëntachtigste positie in de Amerikaanse Top 100 (Van der Plas, 2003). Eind jaren vijftig behaalde de indorockband The Tielman Brothers grote successen, in onder andere Duitsland, België, Frankrijk, Oostenrijk en Italië. In dezelfde periode brak The Blue Diamonds internationaal door met de hit 'Ramona' in België, Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Spanje, Frankrijk, Mexico, Thailand, Japan, Indonesië en de Verenigde Staten. De 'indobands' grepen, bij gebrek aan toekomstperspectief in de Nederlandse maatschappij, iedere kans aan die hen in staat stelde van hun hobby hun beroep te maken. Tientallen bands speelden in Duitse danshallen en nachtclubs om daar een inkomen veilig te stellen (Meijers, 2003). Ook was er in de jaren vijftig een enkel succes voor Nederlandstalige muziek. Willy Alberti scoorde in 1959 een hit in Amerika met ‘Marina’.


De jaren zestig: de 'nederbiet'

In de jaren zestig kende de Nederlandse popmuziek maar weinig internationale successen. Er was internationale aandacht voor de band The Motions. De band kreeg goede reacties uit de Verenigde Staten op hun single ‘Freedom’, ging op tournee in de Verenigde Staten, maar slaagde er niet in voet aan de grond te krijgen (Van der Plas, 2003).


De jaren zeventig: 'palingpop', blues, 'nederpop', rock en disco

In de jaren zeventig kende de Nederlandse popmuziek beduidend meer internationale successen. The Cats uit Volendam beleefde met zijn palingpop een internationale doorbraak in 1971. Het nummer ‘One Way Wind’ behaalde de top tien in de meeste Europese landen. Ook de blues van Johnny Kendall & The Heralds en de Rob Hoeke Rhythm & Blues Group kregen internationale aandacht, de laatste was vooral in Zweden populair (Van der Plas, 2003).

Naast de palingpop en de blues was er de zogenaamde ‘nederpop’ die zich in de jaren zeventig met succes over de wereld verspreidde. Shocking Blue scoorde internationaal met ‘Venus’. Het nummer was niet alleen in Nederland, maar in nagenoeg alle Europese landen en in Amerika, waar het zelfs de nummer 1 positie behaalde, een hit. In Amerika zakte de belangstelling voor de band na het eerste nummer, in andere landen bleef de band nog wel populair. Shocking Blue trad over de hele wereld op. Ook 'Little Green Bag' van de George Baker Selection en 'Ma Belle Amie' van Tee-Set waren goed voor internationaal succes. De George Baker Selection kwam echter niet tot een Amerikaanse tour en de tour van Tee-Set liep uit op een deceptie (Van der Plas, 2003). In 1975 was er wederom internationaal succes voor de George Baker Selection. Het nummer ‘Paloma Blanca’ groeide uit tot een wereldhit en behaalde de eerste plaats in België, West-Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Denemarken, Polen, Turkije, Zuid-Afrika, Australië en Nieuw-Zeeland. In de Verenigde Staten kwam het nummer tot de zesentwintigste plaats.

De symfonische rockbands Ekseption, Earth & Fire, Focus en Kayak wisten ook alle vier succes buiten de Nederlandse grenzen te bereiken. Ekseption genoot grote populariteit in Scandinavië, Focus scoorde een hit in zowel Engeland als de Verenigde Staten en Earth & Fire had successen in onder andere Duitsland en Japan, in 1979 was het nummer ‘Weekend’ van de laatste band overal in Europa in de top 10 te vinden. (Van der Plas, 2003). De rockband Golden Earring had grote internationale ambities en toerde door de Verenigde Staten, onder andere als voorprogramma van de Engelse rockband The Who. Het nummer ‘Radar Love’ was in 1974 niet alleen een hit in Nederland, het behaalde ook de top 10 in Engeland en eindigde op nummer 13 in de Amerikaanse Billboard Hot 100 (Van der Plas, 2003). Nederlandse rockheld Herman Brood scoorde internationaal succes met het nummer ‘Saturday Night’. Zijn korte tournee in de Verenigde Staten werd gevolgd door studiosessies die rampzalig verliepen en het einde van de internationale carrière van Brood betekenden (Van der Plas, 2003).

In het discogenre was het in de jaren zeventig Mai Tai die internationaal succes bereikte, de Engelse top 10. Ook Stars On 45 en Time Bandits hadden in dit genre succes buiten Nederland (Van der Plas, 2003). Daarnaast was er in de jaren zeventig ook een enkel succes voor de Nederlandstalige muziek. 't Kleine Café Aan De Haven' van Pierre Kartner werd in 1975 in talloze landen vertaald en ook ‘Het Smurfenlied’ behaalde in tientallen landen de eerste plaats.
De jaren tachtig: rock, hiphop, Candy Dulfer en de eerste DJs

De eerste Nederlandse videoclip bij het nummer ‘In The Dutch Mountains’ leverde The Nits in de jaren tachtig een hit op in heel Europa, de Verenigde Staten, Canada en Rusland, met uitgebreide tournees en media-aandacht tot gevolg. De Golden Earring had moeite om het eerder behaalde internationale succes te consolideren. De band had succesvolle tours in de Verenigde Staten, maar de platenverkoop bleef achter. De band besloot nog één plaat op te nemen en een afscheidstournee te doen. Deze ‘laatste' plaat leverde het nummer 'Twilight Zone' op, met bijbehorende videoclip, opgenomen door Dick Maas. Het nummer werd niet alleen een nummer 1 hit in Nederland, het bereikte ook de Amerikaanse Top 10 en deed de band besluiten door te gaan. Daarnaast was er in de jaren tachtig internationaal succes voor ‘Rock Me Amadeus’ van Bolland & Bolland, 'Sausolito Summernight' van Diesel en 'Burning Heart' van Vandenberg (Van der Plas, 2003). DJ Ben Liebrand belandde in 1982 als eerste Nederlandse DJ in de Amerikaanse dance charts en veroverde daarmee een succesvolle carrière als mixer. Peter Slaghuis scoorde als zanger van Videokids een internationale hit en werd daarna door vele internationale artiesten ingeschakeld als remixer (Van der Plas, 2003).

Saxofoniste Candy Dulfer toerde op haar veertiende uitgebreid door Nederland en omringende landen met haar eigen band Funky Stuff. Een samenwerking met Prince deed haar carrière goed en Candy leverde gastbijdragen aan onder andere internationale sterren als Van Morrison, Pink Floyd, Maceo Parker en Aretha Franklin. In 1989 volgde voor Candy Dulfer het eerste ‘eigen’ succes toen het nummer ‘Lily Was Here’, dat zij samen met gitarist Dave Stewart opnam een nummer 1 hit werd. Van haar album Saxuality werden wereldwijd meer dan een miljoen exemplaren verkocht, het behaalde de gouden status in onder andere Engeland en de Verenigde Staten, en in de Verenigde Staten werden Candy Dulfer en haar gitarist Ulco Bed zelfs genomineerd voor een Grammy, de hoogste onderscheiding in de Amerikaanse muziekindustrie (Van der Plas, 2003).

Ook de Nederlandse formatie Urban Dance Squad oogste, met zijn crossover tussen rock en hiphop, zowel in Nederland als in het buitenland enthousiaste reacties na het uitbrengen van het album 'Mental Floss For The Globe' in 1989. De Urban Dance Squad toerde succesvol door de Verenigde Staten en de doorbraak naar een miljoenenpubliek leek vlakbij. Zover kwam het echter nooit, in Europa bleef de band succesvol, maar in de Verenigde Staten lukte het niet (Van der Plas, 2003).


De jaren negentig: 'eurohouse', trance, André Rieu en muziek voor de nichemarkt

In de jaren negentig beleefde 2Unlimited, een Nederlandse act geproduceerd door Belgen, ongekende internationale successen na de doorbraak met het nummer ‘No Limit’, dat in vijfendertig landen de nummer 1 positie bereikte. De in 1997 opgerichte productie The Vengaboys was een ongeëvenaard succes en scoorde hits over de hele wereld. In 1997 was Tom Holkenborg met zijn band Junkie XL zeer succesvol in Nederland. Solo hield Junkie XL zich meer bezig met dance en richtte hij zich op dans- en audiovisuele producties, die voor hem internationaal succes betekenden. Een remix van het Elvis nummer 'A Little Less Conversation' voor een reclamespot van Nike rond het WK van 2002 werd een grote hit, het behaalde de nummer 1 positie in vierentwintig landen, waaronder de Verenigde Staten (Van der Plas, 2003).

Aan het einde van de jaren negentig werd de eurohouse ingehaald door de trance. Ferry Corsten was de eerste succesvolle DJ binnen dit genre. In Nederland scoorde hij niet eens grote hits, in het buitenland wel. In Engeland werd Ferry Corsten uitgeroepen tot de beste producer van het jaar. Ook DJ Tiësto was in deze periode in opkomst. Hij scoorde meerdere hits, toerde met internationale artiesten als Moby en David Bowie en werd in 2002 als eerste niet-Engelsman door de lezers van het internationale vaktijdschrift DJ Magazine gekozen tot meest populaire DJ van het jaar (Van der Plas, 2003).

Van der Plas (2003) geeft aan dat de enige Nederlandse act die door kan gaan als megaster orkestleider André Rieu is. Gezien de grootte van de Nederlandse markt is voor het overgrote deel van de Nederlandse acts de status van megaster onbereikbaar, er zijn vele miljoenen euro's nodig om een artiest op dit niveau te lanceren. Naast Rieu is echt internationaal succes alleen weggelegd voor een incidentele uitschieter of voor acts die opereren in een nichemarkt. Een nichemarkt is een markt met een specifieke doelgroep, zoals bijvoorbeeld de dance of de alternatieve gitaarrock (Berends, 2010; Van der Plas, 2003). Bettie Serveert was bijvoorbeeld succesvol in Amerika. De band toerde er en verkocht een paar honderdduizend exemplaren van het eerste album (Van der Plas, 2003). Een aantal eigenzinnige geesten die opereerden via een independent platenlabel zijn opmerkelijk ver gekomen, internationale aandacht was er voor Solex en De Kift. De grootste nichemarkt binnen de muziek is echter die van de metal, binnen dit genre was er internationaal succes voor Gorefest, The Gathering, Within Temptation, Ayreon en Dreadlock Pussy. Halverwege de jaren negentig beleefde de punk een comeback, De Heideroosjes deden het niet alleen goed in Nederland, maar ook op de buitenlandse festivals (Van der Plas, 2003).

Eind jaren negentig kwam er verandering in de popmuziek als mannenaangelegenheid. In Nederland was dé vrouwelijke artiest Anouk (Van der Plas, 2003). Haar eerste single 'Together Alone' sloeg in 1997 in als een bom en het nummer 'Nobody's Wife' werd een hit in verschillende Europese landen. Ook in Amerika was er aandacht voor Anouk, helaas flopte haar plaat daar (Van der Plas, 2003).

Recente exportsuccessen


Uit onderzoeksrapporten van TNO en Perfect and More (2008, 2009, 2010) komt naar voren dat het de laatste jaren goed gaat met de export van de Nederlandse muziek. Nederland doet met haar muziekexport niet onder voor andere Europese landen, en op het gebied van de dance behoort Nederland zelfs tot de top. De export stijgt ieder jaar meer ten opzichte van het jaar ervoor. In 2006 steeg de Nederlandse muziekexport met 10% in vergelijking tot 2005 en met 13,6% ten opzicht van 2004. In 2006 voegde de Nederlandse muziekexport naar schatting € 35,9 miljoen1 toe aan de Nederlandse economie, een bedrag afkomstig van de opbrengsten van de exploitatie van Nederlandse muziek in het buitenland na aftrek van gemaakte kosten, maar inclusief salarissen, winst en belasting (Perfect and More, 2008). In 2007 kende de export van de Nederlandse populaire muziek een nog grotere stijging, in vergelijking tot 2006 steeg de export dat jaar met 21%. In dat jaar voegde de Nederlandse muziekexport naar schatting € 43,5 miljoen2 toe aan de Nederlandse economie (Perfect & More, 2009). De meest recente gegevens over de export van de Nederlandse popmuziek waren op het moment van onderzoek van het jaar 2008 en laten zien dat de waarde die de Nederlandse muziekexport in dat jaar heeft toegevoegd aan de Nederlandse economie naar schatting € 50,2 miljoen3 bedroeg en wederom is gestegen (Perfect and More, 2010).

De meest opvallende individuele activiteiten en successen in het buitenland werden in de jaren 2006, 2007 en 2008 geboekt door After Forever, Alain Clark, Alamo Race Track, Andre Rieu, Antillectual, The Apers, Asrai, Armin van Buuren, Aux Raus, Ayreon, Backfire, Bambix, Bazzheads, Born From Pain, C-Mon & Kypski, Candy Dulfer, Cor Fijneman, Darkraver, Delain, Epica, The Ex, Fedde LeGrand, Ferry Corsten, 4 Strings, Frans Bauer, The Gathering, Giorgio Tuinfort, Green Lizard, Hans Theesink, Heideroosjes, Jan Akkerman, Jan Smit, Jaya The Cat, Johan Gielen, Joris Voorn, Kraak & Smaak, Laidback Luke, Marcel Woods, Marco V, Menno de Jong, The Nits, No Turning Back, Peter Pan Speedrock, Pete Philly & Perquisite, Racoon, Richard Durand, Sander Kleinenberg, Sander Kleinenberg, Sander van Doorn, Saskia Laroo, Suicidal Birds, Textures, Tiësto, Van Katoen, Voicst, Within Temptation, Wouter Hamel, Zuco 103 en zZz (Perfect & More, 2008, 2009, 2010) (Appendix I).

In vergelijking met eerdere jaren is er sprake van een totale stijging van de waarde van de Nederlandse muziekexport. Binnen de verschillende segmenten is er een verschuiving waar te nemen in het voordeel van optredens en in het nadeel van opnamen en rechten, als direct gevolg van digitalisering van de muziekindustrie. Optredens in het buitenland vormen een steeds belangrijkere bron van inkomsten voor popmuzikanten. Voor Nederland zijn, op het gebied van inkomsten, de belangrijkste exportlanden achtereenvolgens Duitsland (22%) en België (17%), gevolgd door Frankrijk en Groot-Brittannië (beiden 10%). De inkomsten komen voort uit de verkoop van geluidsdragers en downloads, gages en rechten op composities die live worden uitgevoerd tijdens optredens, en de verkoop van merchandise in de betreffende landen (Perfect and More, 2010).

De dancemuziek neemt een groot aandeel van de export van de Nederlandse popmuziek voor haar rekening. In 2006 was ongeveer 37% van de inkomsten voor rekening van de dancemuziek, in 2007 was dit 36% en in 2008 ruim een derde (Perfect and More, 2008; 2009; 2010). Nederland is in dit genre al meerdere jaren een van de belangrijkste spelers. Dit blijkt ook uit de resultaten van de DJ Mag Top 100, waarin jaarlijks de belangrijkste DJ ter wereld verkozen wordt. In deze verkiezing nemen de Nederlandse DJs al meerdere jaren een belangrijke plaats in (DJ Mag, 2010). In 2005 stond DJ Tiësto op nummer 2, Armin van Buuren op 3 en Ferry Corsten op 5. In 2006 stonden Armin van Buuren, Tiësto en Ferry Corsten achtereenvolgens op nummer 2, 3 en 6 (Perfect and More, 2008). In 2007 waren dit in dezelfde volgorde nummer 1, 2 en 8 (Perfect and More, 2009) en in 2008 nummer 1, 2 en 6 (Perfect and More, 2010).

Ook in de pop/rockscene beginnen de gevestigde Nederlandse bands beter te scoren in het buitenland (Perfect and More, 2010) zien. Als verklaring voor het verschil tussen de categorieën duidt Perfect & More (2010) op het feit dat dance vooral verkoopt met optredens en de andere popgenres meer fysiek en download-matig. Een toerende band maakt veel meer kosten dan een toerende DJ. Door bands wordt minder snel terugverdient, daarom zijn er vaak jaren van investering nodig voorafgaand aan buitenlands succes (Perfect & More, 2010). Daarnaast is muziekverkoop voor DJs van minder groot belang voor het verkrijgen van optredens, waar de pop- en rockacts hun internationale tour vaak koppelen aan hun meest recente album, ter ondersteuning en exploitatie van het product.

Zowel de in het verleden als de meer recent behaalde exportsuccessen wijzen erop dat het voor Nederland incidentele uitschieters zijn en acts die opereren in een nichemarkt, die op het gebied van popmuziek internationaal succes boeken (Berends, 2010; Perfect and More, 2010; Van der Plas, 2003). Dit leidt tot de verwachting dat uit het onderzoek naar de karakteristieken van de Nederlandse popmuziek met internationaal succes in 2006, 2007 en 2008 naar voren zal komen dat het voornamelijk dance en rockartiesten en -groepen zijn die, naast een klein aantal incidentele uitschieters, internationaal succes hebben geoogst. Daarbij wordt op basis van materiële verspreidingsvorm en taalafhankelijkheid verwacht dat het internationale succes van de Nederlandse dance meer internationaal verspreid is dan het internationale succes van de Nederlandse rock.





1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   14


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina