Word just in the world loves Dutch trance



Dovnload 481.35 Kb.
Pagina6/14
Datum22.07.2016
Grootte481.35 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   14

1.5 Beeldvorming Nederlandse popmuziek

Heilbron en De Swaan besteden in hun beschouwing van de positionering van Nederland binnen het wereldcultuurstelsel slechts in zeer geringe mate aandacht aan het beeld dat er internationaal van de Nederlandse cultuur heerst. De Swaan (1991:12) stelt enkel dat de Nederlandse traditie maar heel weinig elementen heeft opgeleverd die zijn opgenomen in de symbolentaal van de wereldburgerlijke cultuur: de tulp, de klomp, de molen en de Nachtwacht. Aan de muziek van de massacultuur, die is ontstaan door de culturele globalisering, heeft Nederland volgens hem niet kunnen bijdragen. De Swaan wijdt dit aan de armoede van de Nederlandse volkstradities (1991: 12).

Om de positie van Nederland in het wereldcultuurstelsel, in dit geval op het gebied van popmuziek, beter te begrijpen is de beschouwing van De Swaan te beperkt. Het is van belang om niet enkel te kijken naar het feitelijke transnationale culturele verkeer, ook het beeld dat er van de Nederlandse popmuziek in het buitenland bestaat verdient nadere beschouwing. Analyse van de beeldvorming over Nederlandse popmuziek in het buitenland biedt inzicht in de mate waarin Nederlandse popmuziek culturele, maatschappelijke en economische waarden uitdraagt. In de eerste plaats omdat beeldvorming een rol van betekenis speelt in de reputatievorming en de internationale positionering van de cultuur van een land. Representatie in de internationale media is hierbij van grote betekenis. In de tweede plaats is het de moeite waard het beeld dat er van de Nederlandse popmuziek in het buitenland bestaat nader te bestuderen, omdat muziek onafscheidelijk samenhangt met nationale identiteit (Mitchell, 1996). De Nederlandse popmuziek zal dus, zij het bewust, zij het onbewust, de Nederlandse identiteit in het buitenland uitdragen. Het onderzoek in deze thesis naar de representatie van Nederlandse popmuziek in het buitenland zal de bestaande theorieën over de plaats die Nederland inneemt binnen het wereldpopmuziekstelsel verdiepen, doordat er verder wordt gekeken dan de invloed van de Nederlandse economie, politiek en taal alleen. Het maakt sterktes en zwaktes van Nederland inzichtelijk op een ander niveau.

Beeldvorming


Beeldvorming is een voorstelling, het is een mentaal proces (Smelik et al. 1999). Smelik geeft aan dat het gangbare idee is dat beeldvorming de werkelijkheid weerspiegelt, maar dat dit niet juist is, beeldvorming geeft de werkelijkheid vorm. Beeldvorming is 'een cultureel proces waarbij individuen en/of sociale groeperingen op basis van contacten en relaties met 'omgevingsobjecten', de 'werkelijkheid', waarbinnen deze objecten zich bevinden, interpreteren, en dit 'beeld' vervolgens aan de werkelijkheid toetsen', stellen Servaes en Tonnaer (1992: 49). Beeldvorming is overal. Het constitueert ons leven en de samenleving, en het bepaald onze visie op, en consituteert daarmee ook, de werkelijkheid.

Beeldvorming is een complex proces. De complexiteit zit hem ten eerste in het reproducerende karakter. Beeldvorming weerspiegelt de heersende normen en waarden binnen een samenleving, maar geeft deze tegelijkertijd opnieuw vorm (Smelik et al. 1999). Beeldvorming is in de tweede plaats een complex proces, omdat niet iedereen dezelfde betekenissen aan beelden en teksten ontleent. Zowel de maker, het product zelf, en de ontvanger kennen verschillende betekenissen toe aan een beeld of tekst (Smelik et al. 1999; Van Zoonen, 2004). Beeldvorming vindt dan ook lang niet altijd bewust plaats. Beeldvorming is nooit volkomen objectief, het is gekleurd door persoonlijke voorkeur, gedachten en ervaringen.



Mediarepresentatie


De media spelen in de huidige maatschappij een belangrijke rol, en dragen in grote mate bij aan het proces van beeldvorming. Van Zoonen (2004) bespreekt drie functies van de media om een visie te geven op de rol van de media in de maatschappij: de rituele, de culturele en de burgerschapsfunctie. Zij stelt dat de media bestaande gevoelens van gemeenschappelijkheid en collectiviteit versterken, nieuwe gemeenschappen construeren, en op symbolische wijze mensen en groepen toelaten en tegelijkertijd uitsluiten van dergelijke verbanden (Van Zoonen, 2004: 3). De rituele functie van de media ligt volgens Van Zoonen ten grondslag aan hun culturele betekenis, en zorgt er in feite voor dat alle soorten media en media-inhoud van belang zijn voor hedendaagse invullingen van burgerschap en voor de hedendaagse individuele en collectieve ervaring deel uit te maken van een gemeenschap of een samenleving (2004: 11). Ook Wester duidt op de belangrijke functies die media zouden hebben, hij stelt dat de media zorgen voor integratie en cohesie in de samenleving (Wester, 2006: 13).

De media kunnen met hun inhoud denkwijzen of gedachtegangen van lezer, luisteraar of kijker beïnvloeden. Bourdieu (1980) spreekt in dit verband over de productie van geloof, hij doelt daarmee op de symbolische productie van kunst, en de complexe netwerken van personen en instanties die hierin een rol spelen. Deskundigen, maar ook journalisten en recensenten, maken deel uit van de symbolische productie, zij spelen een centrale rol in de classificatie van kunst. Door de manier van selectie en evaluatie bevestigen zij, wijzigen zij of wijzen zij de manier waarop cultuurproducenten hun producten op de markt zetten af. Dit geeft richting en vorm aan de perceptie en waardering van andere actoren in het culturele veld (Janssen et al. 2008).

Van Zoonen geeft aan dat de media actieve deelnemers zijn in de constructie van verschillende werkelijkheden (2004: 13). Journalisten kunnen gezien worden als gatekeepers (Becker, 1982). Zij bepalen, zij het bewust of onbewust, welke informatie de kijker, luisteraar of lezer toekomt. Bij het uitzenden van een boodschap selecteren zij bepaalde visies en laten andere visies weg, zij voorzien booschappen van nieuwe betekenissen. De Boer en Brennecke (2003) spreken in dit verband over het begrip framing, een multidimensioneel concept dat betrekking heeft op de productie, de inhoud en de effecten van mediaboodschappen. De keuze die de journalist maakt bij de productie van de media-inhoud bepaalt het frame, de inkadering van het onderwerp, en de aspecten die benadrukt worden. Zij stellen dat de ontvangers van de boodschap deze frames overnemen, en het betreffende onderwerp ook op die manier gaan definiëren en interpreteren (De Boer en Brennecke, 2003: 207).

Stappers et al. (1997) stellen echter dat de media veel invloed hebben op diegenen die over het betreffende onderwerp nog geen kennis hebben of zich ten opzichte van dit onderwerp nog geen houding hebben gegeven. Doordat de informatie nieuw en onbekend is nemen deze personen de door de media gepresenteerde informatie over het algemeen aan als waarheid. Personen die al wel enige kennis hebben over het betreffende onderwerp zijn kritischer ten aanzien van de informatie die door de media geschetst wordt.

De Boer en Brennecke (2003) wijzen op het feit dat de perceptie van de publieke opinie een rol kan spelen bij de eigen meningsvorming. Mediateksten kunnen onder andere gezien worden als een afspiegeling van de betaande normen en waarden in de maatschappij (McQuail in Van Zoonen, 2004: 77), het zijn eenvoudig toegankelijke bronnen van informatie over bijvoorbeeld een nationale of lokale cultuur. Van Zoonen (2004: 11) stelt dat wereldbeelden, identiteiten en culturele betekenissen vorm krijgen en worden verbeeld in media-inhoud.

Muziek en nationale identiteit


Bij het bestuderen van het beeld dat er van Nederlandse popmuziek in het buitenland bestaat, is het niet geheel onbelangrijk om in ogenschouw te nemen welk beeld er daadwerkelijk uitgedragen wordt, of welk beeld men denkt uit te dragen. Het gaat hierbij niet alleen om esthetiek, maar ook om nationale identiteit. Mitchell (1996) stelt dat muziek onafscheidelijk samenhangt met nationale en etnische identiteit. Dit sluit aan bij Slobin, die aangeeft: 'Music is at the heart of the individual, group and national identity, from the personal to the political' (in Mitchell, 1996: 29-30). Ook Street beargumenteert dat plaats muzikanten en hun publiek vaak voorziet van een bron van identiteit (in Mitchell, 1996). Deze theorieën die duiden op het bestaan van samenhang tussen muziek en nationale identiteit leiden tot de verwachting dat bij Nederlandse popartiesten en -groepen met internationaal succes de Nederlandse nationaliteit wordt aangestipt in buitenlandse media.

Volgens Biddle en Knights (2007) is identificatie met of in muziek tegelijkertijd individueel en collectief. Zij stellen dat esthetische ervaringen niet compleet los kunnen worden gezien van posities van collectieve identiteit, waaronder die van nationale identiteit. Het is echter niet zo dat muziek simpelweg een nationale identiteit reflecteert of opbouwt (Biddle and Knights, 2007). Nationale identiteit is van belang in zowel de productie als de consumptie van muziek. Nationale identiteit omvat meerdere identificaties die ontstaan vanuit een veelheid aan sociale contexten en onderwerpen. De term 'nationale identiteit en muziek' kan begrepen worden als een algemeen proces waardoor individuen en groepen associaties tussen enerzijds muzikale fenomenen specifiek en anderzijds bredere sociaal-culturele formaties die geassocieerd worden met nationale cultuur en/of de natiestaat opmerken, erkennen en benoemen. Nationale identiteit en muziek kunnen volgens Biddle en Knights (2007) dan ook beschouwd worden als een sociaal geconstrueerd veld van betekenis.

Bij de constructie en reconstructie van nationale identiteiten kan muziek zowel op materiële als op symbolische manier betrokken zijn. Natiestaten zien muziek graag als cultureel symbool en/of nationaal product. Ook globale markten hebben belang bij het bestendigen en commodificeren van muzikale verschillen op nationaal niveau (Biddle and Knights, 2007). Voorwaarden voor muziekproductie worden op nationaal niveau uitgezet. Om stimulerende voorwaarden voor de muziekproductie te bieden is volgens Robinson et al. (1991) een aantal macrofactoren van belang. In de eerste plaats zijn dit sterke endogene muziektradities, verrijkt, maar niet overweldigd door culturele uitwisseling, die de basis kunnen vormen van originele populaire muziek. In de tweede plaats gaat het om verschillende vormen van wedijverende endogene populaire muziektradities die op creatieve wijze gecombineerd kunnen worden. In de derde plaats gaat het om een competitieve en energieke opnameindustrie. In de laatste plaats gaat het om een algemene populatie met genoeg vrije tijd om zowel populaire muziek te creëren als te gebruiken.

Muziek speelt daarnaast een belangrijke rol in de transformatie van samenlevingen (Biddle en Knights, 2007). Het reflecteert niet alleen bestaande sociale realiteiten, als je goed luistert kunnen veranderingen in de maatschappij hoorbaar zijn alvorens ze zichtbaar zijn. De relatie tussen popmuziek en plaats biedt een manier de sociale wereld die we aan het verliezen zijn te leren begrijpen en tevens de sleutel tot degene die wordt gebouwd. Angsten die worden geuit in popmuziek geven licht aan de belangrijke aspecten van culturele en politieke conflicten die in de toekomst liggen (Biddle and Knights, 2007), hierin kan een bepaald aspect van nationale identiteit verbeeld worden. Ook Van Zoonen (2004) geeft aan dat popmuziek altijd een belangrijk middel is geweest om claims op burgerschap te leggen of om dominante vormen van burgerschap te bekritiseren (Van Zoonen, 2004). Zo bezien is het goed mogelijk dat de Nederlandse popmuziek belangrijke ontwikkelingen in de Nederlandse maatschappij op internationaal niveau aan de kaak stelt, en daarmee een nationale identiteit uitdraagt.



Te verwachten valt dat muziek leidt tot lokale associaties, en dat Nederlandse popartiesten en -groepen met internationaal succes en de muziek die zij maken met Nederland worden geassocieerd. Shuker benoemt drie onderling gerelateerde factoren als indicatoren waaraan een nationale muziek identiteit afgelezen kan worden. Ten eerste wijst hij op lokale associaties die voortkomen uit een band of artiest zijn naam of inhoud van de songtekst. Ten tweede wijst hij op het bewijs van een lokaal accent in de uitspraak van de woorden van een liedje. Tot slot noemt hij lokale muziekstijlen of idiomen (in Mitchell, 1996). De inhoud van de songtekst vormt de meest interessante indicator van nationale identiteit in muziek, aangezien daaruit sociale en culturele contexten het best zijn af te lezen. Dit leidt tot de verwachting dat bij de Nederlandse rockartiesten en -groepen en hun muziek in grotere mate wordt verwezen naar nationaliteit, dan bij de Nederlandse dance artiesten en hun muziek, omdat bij de laatste veel minder gebruik wordt gemaakt van teksten in de muziek. Ook leidt dit tot de verwachting dat de Nederlandse rockartiesten en -groepen meer met Nederland geassocieerd worden dan de Nederlandse dance artiesten.

Zelfbeeld Nederlandse popmuziek


Het zelfbeeld dat Nederland van haar popmuziek heeft komt naar voren in het beleid dat de Nederlandse overheid op het gebied van popmuziek voert, zoals in de vorige paragraaf is geschetst. Hier bovenop stellen staatssecretaris van Economische Zaken Nicolaï en staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Van der Laan (Ministerie van OCW, 2006) dat Nederland zich door de eeuwen heen gekenmerkt heeft door het vermogen nieuwe mensen en ideeën op te nemen zonder de onderlinge verschillen te ontkennen. Zij geven aan dat nu dit vermogen onder druk lijkt te staan, cultuur een bijdrage kan leveren aan behoud en herstel van onze open maatschappij. Cultuur geeft Nederland mogelijkheden om zich te profileren en te positioneren als een vooruitstrevend, vernieuwend en open land, een profilering die de positie van Nederland in het buitenland kan versterken. Deze culturele profilering beïnvloedt volgens beide staatssecretarissen de dialoog en de bredere politieke, sociale en economische betrekkingen met andere landen. De regering streeft derhalve naar een versterkt internationaal cultureel profiel en naar een grotere kennis van en waardering voor Nederland in het buitenland (Ministerie van OCW, 2006). Uit deze opinie kan geconcludeerd worden dat de staatssecretarissen graag zouden zien dat de Nederlandse cultuur vooruitstrevendheid, vernieuwing en openheid tentoonstelt. Popmuziek staat bekend als een kunstvorm die continu aan verandering onderhevig is, en zou daarom bij uitstek geschikt zijn voor het uitdragen van dergelijke waarden.

Beeld buiten de eigen landsgrenzen


Bureau Driessen heeft onderzoek verricht naar de omvang en receptie van de internationale positie van de Nederlandse podiumkunsten, onderverdeeld in de disciplines dans, theater, muziek en multidisciplinair. De receptie van de Nederlandse podiumkunsten in het buitenland wordt door Esselink en Driessen (2008) beschreven als bijzonder positief, dit geldt voor zowel het publiek, als de programmeurs, als de critici. België, Duitsland, de Verenigde Staten, Frankrijk en Groot-Brittannië zijn de belangrijkste landen waar de Nederlandse producties plaatsvinden. Groot nadeel van dit onderzoek is echter dat juist de popmuziek als podiumkunst buiten beschouwing is gelaten. Nicolaï en Van der Laan (Ministerie van OCW, 2006) geven aan dat in het buitenland nog vaak het vernieuwende karakter van de kunstbeoefening in Nederland wordt geroemd.

In de beperkt aanwezige literatuur over de beeldvorming over Nederlandse popmuziek uit het verleden, komt de Nederlandse popmuziek niet al te best naar voren. Het beeld dat er geschetst wordt heeft voornamelijk betrekking op het esthetische aspect van de popmuziek, in mindere mate wordt er aandacht besteed aan het aspect van de nationale identiteit. Robinson et al. (1991: 141) geven aan dat Nederland een samenhangend uniek en eigen geluid mist. In Groot-Brittannië is men ervan overtuigd dat de Britse popmuziek de beste ter wereld is (Mitchell, 1996). Popmuziek uit andere landen wordt weggelachen, vooral die van de Europese buren. Deze popmuziek, waaronder ook de Nederlandse, wordt nagenoeg genegeerd, en beschouwd als vreemd, gedateerd en afgeleid van en onderhevig aan verderfelijke 'Europop' invloeden. Mitchell haalt hierbij enkele uitspraken van andere auteurs aan: 'Rock music has never been taken seriously on the continent as it is in Britain and America' (Morley, 1990, in Mitchell, 1996: 20). Europese pop wordt gezien als 'simpelweg oppervlakkig', 'een mechanische reactie op Anglo-Amerikaanse modellen', 'het geluid van mensen die niet veel hebben om over na te denken, omdat ze alles hebben wat ze willen, en het ze niets uitmaakt'. Morley maakt hierbij weinig onderscheid tussen verschillende Europese landen en culturen. Mueller verkondigt een soortgelijke mening: 'while the people of continental Europe are probably the most avid, even fanatical consumers of rock 'n' roll and its attendant culture in the world, their attempts to participate in it, to exert any influence over it, have been distinguished mainly by their haplessness. Indeed, when numbering the great European rock groups, an inability to count beyond nought has scarcely been a disadvantage. When you think Euro-rock, you think mistimed gestures, badly copied poses, lyrics that would make a cat laugh, and white socks' (Mueller in Mitchell, 1996: 21).

Deze denkbeelden uit het verleden getuigen niet van een positieve representatie van de Nederlandse popmuziek, niet op het gebied van esthetiek, noch op het gebied van nationale identiteit. Het beeld dat hier geschetst wordt vertoont een duidelijke discrepantie met wat de huidige Nederlandse overheid voor ogen staat uit te dragen met haar cultuur in het buitenland. Het heersen van een dergelijke negatieve reputatie ten aanzien van de Nederlandse popmuziek beïnvloedt de export van de popmuziek in negatieve zin, het verkleint de kans op het uitdragen van een positieve nationale identiteit nog sterker. Biddle and Knights (2007) stellen dat de natie als een probleem kan worden gezien, iets dat overwonnen, ontkend, vergeten of geheeld moet worden. In de beperkt voorhanden literatuur over het heersende beeld over de Nederlandse popmuziek, lijkt dit voor Nederland ook in enige mate het geval. Echter, de laatste jaren lijkt het beeld dat er in het buitenland over de Nederlandse popmuziek bestaat enigszins aan verandering onderhevig te zijn, in de positieve zin (Berends, 2010; Perfect & More, 2008, 2009, 2010).
Tegen de achtergrond van dit theoretisch kader kan er onderzocht worden wat de karakteristieken zijn van de Nederlandse popmuziek met internationaal succes en in hoeverre en hoe de in het buitenland succesvolle Nederlandse popmuziek als Nederlands gerepresenteerd wordt in Britse en Duitse muziektijdschriften. In het volgende hoofdstuk zal eerst de methode van onderzoek worden uitgezet, hierin wordt toegelicht van welke onderzoeksmethode gebruik is gemaakt bij het uitvoeren van het onderzoek.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   14


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina