Word just in the world loves Dutch trance



Dovnload 481.35 Kb.
Pagina7/14
Datum22.07.2016
Grootte481.35 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   14

2. Data en methode

In dit tweede hoofdstuk van deze thesis wordt toegelicht van welke onderzoeksmethode gebruik is gemaakt voor de uitvoering van het onderzoek, hoe de onderzoeksdata zijn verkregen en waarom deze methode van onderzoek het meest geschikt is geacht voor deze thesis. Ook zal kort het verband met de centrale vraagstelling en de theorie uit het voorgaande hoofdstuk aangehaald worden. Het belangrijkste onderdeel van dit hoofdstuk is echter de beschrijving van de uitvoering van het onderzoek. Er volgt een uitleg over de concrete uitvoering van het onderzoek, en tevens wordt toegelicht welke keuzes hierbij zijn gemaakt.



2.1 Kenmerken Nederlandse popmuziek met internationaal succes

Het onderzoek naar de representatie van Nederlandse popmuziek in het buitenland is een beschrijvend onderzoek, en bevat zowel kwantitatieve als kwalitatieve aspecten. Het onderzoek bestaat uit twee gedeelten. Het eerste gedeelte van het onderzoek is gericht op het in kaart brengen van de Nederlandse popmuziek met internationaal succes in de jaren 2006, 2007 en 2008. Dit gedeelte van het onderzoek draagt bij aan de beschrijving van het feitelijke transnationale culturele verkeer op het gebied van de popmuziek en draagt daarmee informatie aan van belang bij het bepalen van de positie van de Nederlandse popmuziek in het wereldcultuurstelsel.



Onderzoeksmethode


Om de Nederlandse popmuziek met internationaal succes in 2006, 2007 en 2008 in kaart te brengen is gebruik gemaakt van descriptieve statistiek. Er is gekozen voor deze vorm van kwantitatief onderzoek, omdat met behulp van descriptieve statistiek onderzoeksgegevens overzichtelijk geordend en gepresenteerd kunnen worden in frequentietabellen en grafieken.

Onderzoeksdata


Voor de analyse is gebruik gemaakt van een combinatie van verschillende data. In eerste instantie is er gebruik gemaakt van data uit drie onderzoeksrapporten van onderzoeksbureau Perfect & More, Exportwaarde van de Nederlandse populaire muziek 2005 en 2006, Exportwaarde van de Nederlandse populaire muziek 2007 en Exportwaarde van de Nederlandse populaire muziek 2008 (Perfect & More 2008, 2009, 2010). Dit zijn de meest recente resultaten van een onderzoek dat vanaf 2005 is uitgevoerd in opdracht van Buma Cultuur. In 2005 is het onderzoek uitgevoerd door TNO. In 2006 heeft het onderzoek geen vervolg gekregen. Vanaf 2007 is het onderzoek jaarlijks uitgevoerd door Perfect & More. Het onderzoek richt zich op het in kaart brengen van de exportwaarde van de Nederlandse popmuziek.

In de onderzoeksrapporten van Perfect & More (Perfect & More 2008, 2009, 2010) is te vinden welke Nederlandse popartiesten- en groepen de meest opvallende individuele activiteiten en successen hebben geboekt op het gebied van muziekexport in de jaren 2006, 2007 en 2008 (Appendix I). De waarde van de muziekexport is in deze onderzoeksrapporten gebaseerd op alle vormen van exploitatie van de Nederlandse populaire muziek op de buitenlandse markt: rechten (auteursrechten, naburige rechten, inkomsten van royalties), goederen (geluidsdragers, merchandise, bladmuziek) en muziekdiensten (optredens en sponsoring). In totaal komen er 58 Nederlandse popartiesten en -groepen naar voren. In het eerste gedeelte van dit onderzoek zijn, met uitzondering van één artiest, al deze popartiesten en -groepen opgenomen als onderzoekseenheden. Er zijn geen gegevens gevonden voor singer/songwriter-, producerstalent Giorgio Tuinfort. Besloten is daarom om deze act niet verder op te nemen in het onderzoek.

In de onderzoeksrapporten van Perfect & More (Perfect & More 2008, 2009, 2010) is tevens een uitsplitsing van de Nederlandse popartiesten en -groepen met de meest opvallende individuele activiteiten en successen naar muziekexportmarkt te vinden. Perfect & More heeft de wereldmarkt geclusterd in vijf exportmarkten: de Engelstalige markt (de Verenigde Staten, Canada, Groot-Brittannië, Ierland en Australië), de Continentale Europese markt, de Latijns Amerikaanse markt, de Aziatische markt en de Afrikaanse markt. De uitsplitsing van de Nederlandse popartiesten en -groepen met de meest opvallende individuele activiteiten en successen naar muziekexportmarkt is eveneens opgenomen in het eerste gedeelte van dit onderzoek, om de locatie van de exportsuccessen te duiden.



Variabelen


Voor de 57 Nederlandse popartiesten en -groepen met de meest opvallende individuele activiteiten en successen in het buitenland in 2006, 2007 en 2008 is een aantal belangrijke kenmerken in kaart gebracht met betrekking tot de muziek, de artiest(en), de carrière en de locatie van het succes. Aan de hand van deze karakteristieken kan een beeld geschetst worden van de Nederlandse popmuziek waar men in het buitenland mee in aanraking is geweest. Het is in de eerste plaats van belang om dit beeld mee te nemen bij de analyse van de representatie van de Nederlandse popmuziek in het buitenland. In de tweede plaats kan aan de hand van dit beeld een eerste aanzet worden gedaan tot het schetsen van een nationale Nederlandse muziek identiteit, voorzover deze bestaat. De kenmerken zijn in het onderzoek opgenomen als variabelen.
Genre en taal

De kenmerken met betrekking tot muziek zijn het muziek genre en de taal van de songteksten. Om de verdeling van deze beide kenmerken voor de popartiesten en -groepen in kaart te brengen is gebruik gemaakt van frequentieanalyse. Om het muzikale genre te bepalen is er in eerste instantie gebruik gemaakt van het onderscheid in genres, zoals dit door Buma Cultuur gehanteerd wordt bij de classificatie van populaire muziek. Buma Cultuur onderscheidt een zevental hoofdcategorieën, te weten pop/rock, dance, populair klassiek, levenslied/feest/schlager, HaFaBra (harmonie, fanfare, brassband), various/jazz/crossover/world en RTV (radio en televisie). Binnen deze hoofdcategorieën zijn verschillende subgenres te onderscheiden, vooral binnen de categorie pop/rock.

Om een meer gedetailleerd beeld te krijgen is er in tweede instantie naar subgenres gekeken. Hiervoor is gebruik gemaakt van genreclassificatie op de eigen website en eigen pagina's op de sociale netwerksites MySpace en Facebook van de popartiesten en -groepen. In enkele uitzonderlijke gevallen waarbij geen genreclassificatie gegeven werd op de eerdergenoemde sites is gebruik gemaakt van de genreclassificatie op de website van muziekaanbevelingsservice Last.fm. Om de taal van de songteksten te bepalen is er gekeken naar de taal van de titels van de nummers op de tot nu toe uitgebrachte singles, ep's, cd's en/of lp's van de popartiesten en -groepen. Er is hierbij onderscheid gemaakt tussen de Nederlandse taal, de Engelse taal en overige talen.
Sekse

Het kenmerk dat betrekking heeft op de artiest(en) is de sekse van de artiest(en). De verdeling van de artiesten en groepen naar sekse is in kaart gebracht met behulp van een fequentieanalyse. Bij de soloartiesten is logischerwijs gekeken naar de sekse van de artiest. Bij de groepen is gekeken naar de sekse van de verschillende groepsleden. De sekse van de artiest(en) kan hierdoor de waarden 'één of meerdere mannen', 'één of meerdere vrouwen' en 'gemengd' aannemen. Binnen deze laatst genoemde waarde is er daarnaast onderscheid gemaakt tussen popgroepen die 'gewoon' gemengd zijn en popgroepen met een vrouwelijke zangeres als boegbeeld, de zogenaamde female-fronted acts. De sekse van de artiesten is afgeleid uit de biografie en foto's van de popartiesten en -groepen op de eigen websites en eigen pagina's op de sociale netwerksites MySpace en Facebook.




Debuutjaar

Het kenmerk dat betrekking heeft op de carrière van de popartiesten- en groepen is in dit onderzoek het debuutjaar. Het debuutjaar geeft een indicatie van op welk punt in de carrière de artiesten en groepen zich in de periode van het internationaal succes in de jaren 2006, 2007 en 2008 bevonden. Als debuutjaar wordt het jaar waarin de artiest of groep zijn debuut, in de vorm van een eerste single, ep, cd of lp, heeft uitgebracht gerekend. Deze datagegevens zijn verkregen via de eigen website, eigen pagina's op de sociale netwerksites MySpace en Facebook en via de online muziekencyclopedie op de website van Muziek Centrum Nederland, het sectorinstituut voor de professionele Nederlandse muziekwereld. De verdeling van het debuutjaar van de artiesten en groepen is in kaart gebracht door middel van een explore opdracht.


Locatie

De locatie van de exportsuccessen van de Nederlandse popartiesten- en groepen met de meest opvallende individuele activiteiten en successen is geanalyseerd met behulp van frequentieanalyse. Met locatie wordt geduid op de muziekexportmarkt, dit kan de Engelstalige, de Continentale Europese, de Latijns Amerikaanse, de Aziatische en/of de Afrikaanse markt zijn. Ten slotte is er gebruik gemaakt van kruistabellen om in kaart te brengen welk genre popmuziek succes heeft gehad op welke locatie, en op welke locatie popartiesten en -groepen die (ook) in het Nederlands zingen succes hebben gehad. Bij de eerste is gebruik gemaakt van het genre onderscheid in de zeven hoofdcategorieën.





1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   14


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina