Ww planning leerjaar 2011-2012



Dovnload 91.51 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte91.51 Kb.


WW Planning leerjaar 2011-2012

VWO

Kennismaken met elkaar. Beginnen met: “Verwachtingen”.


LEERLING – GEZEL - MEESTER

Begrippenlijsten



  • Hoofdstuk 1 Over wat echt belangrijk is

  • Tussendoor schriftelijke overhoring begrippenlijst

  • Onverwachte schriftcontrole voor cijfer

  • Afsluiten met een proefwerk.




  • Hoofdstuk 2 Over wat wel en niet deugd

  • Tussendoor schriftelijke overhoring begrippenlijst

  • Onverwachte schriftcontrole voor cijfer

  • Afsluiten met een proefwerk




  • Hoofdstuk 6 Jodendom, christendom, islam

  • Tussendoor schriftelijke overhoring begrippenlijst

  • Onverwachte schriftcontrole voor cijfer

  • Excursie godshuizen

  • Werkboekje van de excursie inleveren voor cijfer van enkele onderdelen

  • Afsluiten met een proefwerk




  • Hoofdstuk 3 Hoofdwaarden in onze maatschappij

  • Tussendoor schriftelijke overhoring begrippenlijst

  • Onverwachte schriftcontrole voor cijfer

  • Afsluiten met een proefwerk




`LEERLING – GEZEL - MEESTER` is leidraad in de feedback op je werk en werkhouding in de klas. Je gebruikt het om jezelf te beoordelen en om klasgenoten te beoordelen.

Na elke reflectie schrijf je in het kort op wat jijzelf of een ander over jou gezegd heeft. Dan schrijf je op wat je moet doen om een klein stapje vooruit te zetten.


Verwachtingen


  • Ik zal proberen op tijd in de klas te zijn. Maar soms komen er belangrijke zaken tussen waardoor je toch even op mij moet wachten.

  • Je mag me na de les altijd even vragen naar uitleg over een cijfer. Tijdens de les geef ik algemene feedback over gemaakt werk. Meestal niet persoonlijk want daar gaat te veel tijd in zitten.

  • De gewone schoolregels zijn ook in mijn les van toepassing. (kauwgom, jassen, petten, op tijd zijn)

  • Ik wil je helpen inzien dat je al heel veel kan maar dat je ook nog veel vaardigheden moet leren. Moet ontwikkelen. Ze zullen je helpen bij het bereiken van goede resultaten.

  • Die vaardigheden zeggen niets over jou als persoon. Ze zijn niet aangeboren. Je moet ze gewoon leren. Inoefenen. Dat kost tijd en inspanning. Enkele van die vaardigheden zijn:

    • Boeken meenemen, huiswerk maken èn bij je hebben, afspraken nakomen, deadlines, begrippenlijst beheersen zijn belangrijke randvoorwaarden voor een goede les. Ik zal hier dan ook heel streng op toezien. Wanneer je een deadline niet haalt gaat er per schooldag een punt van je cijfer af. Tenzij ik iets anders met je afspreek. Stel dus niet uit.

    • Als je naar de tandarts of ortho moet, zorg je dat je werk toch ingeleverd wordt bij mij. (klasgenoot of email)

  • Eventueel schaf je een brede envelopmap A4 of een elastomap A4 aan waar je al je L&M spullen bij elkaar in opbergt. Dit is niet verplicht maar wel handig

  • Op onregelmatige momenten neem ik de werkboeken me naar huis en geef ik een schriftcijfer op gemaakte opdrachten. Van te voren geef ik niet aan welke opdracht(en) ik dan becijfer. Zorg daarom dat je altijd al je huiswerk in orde hebt en dat je onduidelijkheden navraagt en goed oplet bij de bespreking van huiswerk. Je kunt dan op dit onderdeel makkelijk een hoog cijfer halen.

Het is belangrijk dat je altijd je werkschrift bij je hebt want als het er niet is kan ik je alleen maar een 1 geven voor niet ingeleverd werk. Het bij je hebben van spullen is voor sommige leerlingen moeilijk maar wanneer je een paar keer een 1 krijgt voor een schriftcijfer, zul je er alerter op zijn om altijd al je spullen bij je te hebben.

Hierover ga ik niet in discussie. Het is nu afgesproken en geldt voor het hele jaar. Tot op de laatste dag.



  • Maak een woordenlijst van moeilijke woorden of begrippen. Hierna vind je de woorden die bij het hoofdstuk horen met de uitleg die bij de methode hoort. Wanneer je de uitleg niet snapt probeer je eerst om er zelf op een andere manier achter te komen. (opzoeken, ouders vragen) Dan pas kun je het in de klas vragen.

  • Zorg dat zowel je voornaam als achternaam en je klas duidelijk vermeld wordt bij het inleveren van je werk bij een proefwerk, SO of je werkschrift. Als ik het niet kan vinden kost je dat een punt aftrek. Accuratesse is een belangrijke vaardigheid. En het kost mij vaak erg veel tijd en rompslomp om achter je naam te komen.

Hoofdstuk 1

Communiceren

Het uitwisselen van informatie, deelnemen aan communicatie.



d.1, p.18, 19; d.2, p.81
Filosoferen

Nadenken over levensvragen, over wat mensen echt belangrijk vinden.



d.1, p.7
Filosofie

In Nederland kennen we voor het begrip filosofie ook wel het begrip wijsbegeerte. Kun je vertalen als houden van wijsheid. Het nadenken over alles wat bestaat, over levensvragen.



d.1, 10-17; d.2, p.9
Gewone vragen

Vragen waarop je een duidelijk antwoord kunt geven. Vragen over ‘gewone’ dingen, alledaagse vragen. Het gaat hier om feiten.



d.1, p.8
Goede Vrijdag

Het christelijke paasfeest wordt voorafgegaan door Goede Vrijdag, de dag waarop het lijden en de kruisdood van Jezus worden herdacht.



d.1, p.89
Jij-standpunt

Wanneer je je probeert in te leven in het standpunt van de ander. Je probeert door de bril van de ander te kijken.



d.1, p.19
Levensbeschouwing

Als we over levensbeschouwing spreken hebben we het over levensvragen en de antwoorden op die levensvragen.



d.1, p.7, 9; d.2, p.25
Levensbeschouwing gemeenschappelijk

Bij een gemeenschappelijke levensvragen en antwoorden van een groep. (Bijvoorbeeld christendom, islam, humanisme).



d.1, p.10
Levensbeschouwing individueel

Bij een individuele levensbeschouwing gaat het om jouw levensvragen en antwoorden op levensvragen.



d.1, p.9, 10
Levensvragen

Vragen waar het gaat om meningen over wat belangrijk in het leven is, het zijn ‘mening-vragen’. Omdat het bij levensvragen om meningen gaat, is niet zomaar één antwoord het juiste. Mensen verschillen immers van mening over wat belangrijk is in het leven.



d.1, p.9; d.2, p.59, 63
Waardigheid

Het waardig-zijn, eigenschap of toestand waarmee eerbied verdiend of gewekt wordt.



d.2, p.19, 45
Wijsbegeerte

Een ander woord voor filosofie is wijsbegeerte, wat ‘houden van wijsheid’ betekent. Het nadenken over alles wat bestaat, over levensvragen.



d.1, p.10-17

Hoofdstuk 2


Argumenteren

Redenen geven voor je standpunt.



d.1, p.36, 37
Dapperheid

Een deugd die in het midden van lafheid en waaghalzerij ligt. Bij dapperheid gaat het om drie dingen; het behoort tot je karakter, het gaat om het overwinnen van angsten voor gevaren en het dient een goede zaak.



d.1, p.31
Deugd

Een deugd is een positieve eigenschap waar een bepaald persoon over beschikt. Deugd heeft dus met karakter te maken. Belangrijke deugden zijn bijvoorbeeld dapperheid, vrijgevigheid, wijsheid en rechtvaardigheid. Volgens Aristoteles moest een deugd in het midden van twee uitersten liggen.



d.1, p.30, 31
Eerlijkheid

Het eerlijk-zijn, eerlijkheid is een deugd. Het is een grondregel voor goed menselijk samenleven.



d.1, p.25
Ethiek

Het systematisch nadenken over goed en kwaad, over normen en waarden. Het is een onderdeel van de filosofie.



d.1, p.25; d.2, p.53
Gelijkwaardigheid

Het gelijk zijn in waarde. Alle mensen zijn van gelijke waarde. Niet vast te stellen als feit, maar iets waar je naar kunt streven.



d.1, p.23, 44: d.2, p.14, 90
Gulden regel

Een regel die je in allerlei culturen tegen komt. Het gaat erom dat je anderen zo behandelt als je zelf ook graag behandeld wordt. Je zet hierbij drie stappen; je redeneert eerst vanuit jezelf, vervolgens van jezelf naar de ander en uiteindelijk gaat het om een oproep om iets te doen om te handelen.



d.1, p.26, 27
Normen

Het zijn regels waar je je aan te houden hebt, hoe je moet gedragen, wat je wel en niet mag doen (gedragsregels). Door normen worden waarden in praktijk gebracht.



d.1, p.22
Standpunt

De manier waarop je tegen iets aankijkt.



d.1, p.19
Waarden

Dingen en gedragingen die mensen belangrijk vinden. Mensen hebben niet allemaal dezelfde waarden.



d.1, p.23; d.2, p.7

Hoofdstuk 3



Democratie

Één van de vier hoofdwaarden. Dit woord komt uit het Grieks en betekent letterlijk ‘volks-regering’. In een democratisch land heeft het volk de macht.



d.1, p.39, 45, 46; d.2, p.9, 18, 19
Gelijkheid

Één van de vier hoofdwaarden. Het gelijk zijn in waarde. Alle mensen zijn van gelijke waarde. Niet vast te stellen als feit, maar iets waar je naar kunt streven.



d.1, p.39, 44, 45; d.2, p.9, 14
Gelijkwaardigheid

Het gelijk zijn in waarde. Alle mensen zijn van gelijke waarde. Niet vast te stellen als feit, maar iets waar je naar kunt streven.



d.1, p.23, 44: d.2, p.14, 90
Hoofdwaarden

Het gaat om de vier waarden die door bijna iedereen in onze westerse samenleving belangrijk worden gevonden. De vier hoofdwaarden zijn vrijheid, gelijkheid, democratie en tolerantie.



d.1, p.39; d.2, p. 21
Logica

Logica of redeneerkunst is de wetenschap die zich bezighoudt met de formele regels van het denken. Logica is een onderdeel van de filosofie.



d.1, p.48, 49
Onverschilligheid

Onverschillig zijn betekent dat je niet geïnteresseerd bent. Je hebt dan geen belangstelling voor wat er met anderen gebeurt. Dit is dus iets anders dan tolerant zijn, want iemand die tolerant is zal protesteren als een hoofdwaarde wordt bedreigd.



d.1, p.47
Redeneren

Een gedachte of een mening over iets ontwikkelen.



d.1, p.48, 49
Tolerantie

Één van de vier hoofdwaarden. Een ander woord voor tolerantie is verdraagzaamheid. De hoofdwaarde tolerantie houdt dan ook in dat je verdraagzaam bent. Je bent verdraagzaam tegenover mensen die anders zijn dan jezelf of dan de groep waartoe je behoort. Het kan hier gaan om cultuur, seksuele geaardheid of om religieuze achtergrond.



d.1, p.39, 47; d.2, p.9
Verantwoorden

Goede redenen kunnen geven voor je gedrag, kunnen aangeven dat je je vrijheid op de juiste manier hebt gebruikt.



d.1, p.43

Verdraagzaamheid

Een ander woord voor verdraagzaamheid is tolerantie. Tolerantie is één van de vier hoofdwaarden.



d.1, p.39, 47
Vrijheid

Één van de vier hoofdwaarden. Vrijheid betekent dat niet anderen kunnen zeggen wat jij moet denken of doen, maar dat je zélf beslist over wat je met je leven moet doen. Aan vrijheid zitten twee kanten: je bent vrij van onderdrukking en je bent vrij tot het maken van keuzes.



d.1, p.39-43, 60, 61; d.2, p.8

Hoofdstuk 4



Atman

Term binnen het hindoeïsme: een goddelijke vonk, het echte ‘ik’ van de mens.



d.1, p.59
Brahman

Binnen het hindoeïsme: het goddelijke, de goddelijke bron waaruit al het leven is ontstaan.



d.1, p.59; d.2, p.106
Karma

Binnen het hindoeïsme en boeddhisme. Er is slecht en goed karma. Het geheel van goede en slechte daden en gedachten tijdens het leven op aarde, dat iemands volgende leven bepaalt.



d.1, p.59, d.2, p.101
Mensbeeld gemeenschappelijk

Een gemeenschappelijk mensbeeld gaat over het mensbeeld van een groep mensen. Voorbeelden zijn het mensbeeld van christenen, van moslims, van humanisten, van jongeren, van Amerikanen.



d.1, 55-60
Mensbeeld persoonlijk

Een persoonlijk mensbeeld is het mensbeeld van één persoon.



d.1, p.53-55
Moksha

Binnen het hindoeïsme. Verlichting of verlossing (bevrijding) uit de kringloop van leven en dood. Zie ook: nirwana.



d.1, p.59; d.2, p.107

Reïncarnatie

Het weer geboren worden (‘in het vlees’).

Binnen het hindoeïsme en boeddhisme. De eeuwige kringloop van leven en sterven. 

d.1, p.59; d.2, p.100
Vrijheid

Één van de vier hoofdwaarden. Vrijheid betekent dat niet anderen kunnen zeggen wat jij moet denken of doen, maar dat je zélf beslist over wat je met je leven moet doen. Aan vrijheid zitten twee kanten: je bent vrij van onderdrukking en je bent vrij tot het maken van keuzes.



d.1, p.39-43, 60, 61; d.2, p.8

Hoofdstuk 5

Zelf verzamelen

Hoofdstuk 6

Abrahamitische religies

Het Jodendom, het christendom en de islam. Alle drie deze godsdiensten gaan terug op de figuur van Abraham.



d.1, p.77
Aja

De Koran is verdeeld in hoofdstukken (soera’s) en deze zijn weer onderverdeeld in verzen, de aja’s.



d.1, p.92
Allah

Zo noemen moslims God. Allah komt van al-ilaah, wat ‘de god’ betekent.



d.1, p.90

Atheïst

Iemand die het bestaan van (de ware, een persoonlijke) God ontkent.



d.1, p.86; d.2, p.10, 77, 79

Bar Mitswa

Een belangrijk joods ritueel voor de jongen. Het vindt plaats op dertienjarige leeftijd: de joodse jongen wordt dan voor de joodse wet volwassen.



d.1, p.82
Bat Mitswa

Een belangrijk joods ritueel voor een meisje. Een joods meisje wordt op haar twaalfde volwassen en dat kan gevierd worden met de Bat-mitswa.



d.1, p.82
Biecht

De katholieken kennen de biecht als sacrament. Het is een spijtbetuiging voor de gemaakte fouten, om zo Gods vergiffenis te krijgen. Een priester spreekt bepaalde woorden (een 'formule') uit, waarmee hij namens God vergiffenis schenkt.



d.1, p.89
Bijbel

Het belangrijkste boek van de christenen is de Bijbel. Het woord ‘Bijbel’ komt van het Griekse ‘biblia’ dat boeken betekent: niet ‘boek’ maar ‘boeken’, meervoud dus. Dit meervoud geeft beter aan wat de Bijbel eigenlijk is: twee verzamelingen boeken waarvan de eerste het Oude Testament wordt genoemd, de tweede het Nieuwe Testament. Het Oude Testament komt bijna helemaal overeen met de joodse TeNaCH. De tweede verzameling, het Nieuwe Testament, gaat over Jezus en over de ervaringen van de eerste volgelingen van Jezus.



d.1, p.89
Chazzan

Tijdens de dienst in de synagoge (het joodse gebedshuis) is er een voorganger of voorzanger.



d.1, p.82
Drie-eenheid

Dat is de christelijke opvatting dat de ene God bestaat uit drie personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Uitdrukkelijk zegt het christendom dat er slechts één God is, maar tegelijk kun je zeggen dat je God vanuit drie aspecten van het goddelijke kunt bekijken.



d.1, p.88
Eucharistie

Zo noemen de katholieken het avondmaal. Hier wordt de laatste maaltijd herdacht die Jezus met zijn leerlingen gebruikte.



d.1, p. 89
Exodus

In dit boek uit de Bijbel of de Tora staat de tocht of uittocht uit Egypte beschreven.



d.1, 78
Hadj

De islam kent vijf zuilen, vijf plichten waaraan een moslim moet voldoen. De vijfde zuil is hadj, de bedevaart naar Mekka. Deze bedevaart is verplicht voor alle gezonde volwassen moslims die de reis kunnen betalen.



d.1, p.94
Heiden

(Binnen de christelijke kerkgemeenschappen) iemand die niet in de ware God gelooft (en niet gedoopt is). Bij moslims: kafir (ongelovige) en bij joden: goj (niet-jood).



d.1, p.85
Hemelvaart

Christelijke feestdag. Veertig dagen na Pasen viert men de hemelvaart van Jezus.



d.1, p.89
Holocaust

De jodenvervolging door de nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog in Hitler-Duitsland.



d.1, p.79
Imam

Een islamitisch gebedsvoorganger. Hij staat aan het hoofd van de moskee en heeft daar vaak ook de functie van raadsman en godsdienstleraar.



d.1, p.95
Inquisitie

Rooms-katholieke rechtbanken die afvalligen door middel van terechtwijzingen en straffen dwongen hun geloof af te zweren of te vertrekken.



d.1, p.79
Jahwe

Een belangrijke naam voor God binnen het Jodendom.



d.1, p.80
Jom Kippoer

De grote verzoendag of Jom Kippoer is een dag van vasten en reiniging, aan het begin van het nieuwe jaar.



d.1, p.82
Joods nieuwjaar

Belangrijke feestdag dat in september of oktober valt.



d.1, p.82
Ka’ba

Islamitisch heiligdom in de stad Mekka.



d.1, p.91
Kalief

Een politieke leider binnen de islam die gezien kan worden als een opvolger van de profeet Mohammed.



d.1, p.90
Katholiek

Aanhanger van de rooms-katholieke godsdienst. De rooms-katholieke kerk wordt ook wel aangeduid als de ‘kerk van Rome’ (de paus in Rome is de geestelijk leider van de rooms-katholieken).



d.1, p.87
Kerstfeest

Een heel belangrijk feest voor christenen is het Kerstfeest. Dan wordt de geboorte van Christus gevierd. Met de komst van Christus, komt God op aarde om de mensen te redden; je zou kunnen zeggen dat het startsein gegeven werd om te gaan werken aan een nieuwe wereld.



d.1, p.89
Koran

Het belangrijkste boek van de islam is de Koran. Voor moslims is dit het boek waarin Allah zich kenbaar maakt aan Mohammed. De Koran is verdeeld in 114 soera’s (hoofdstukken). De soera’s zijn weer onderverdeeld in aja’s (verzen). De soera’s zijn in een volgorde van lang naar kort gebundeld: de langste staat vooraan en de kortste achteraan.



d.1, p.92
Messias

Een boodschapper van God. ‘Messias’ betekent ‘gezalfde’. Deze titel symboliseert een directe band met God.



d.1, p.81
Moskee

De moskee is het islamitische gebedshuis. Het is niet alleen een plek om te bidden maar ook een ontmoetingsplaats voor moslims. Daarnaast wordt in de moskee godsdienstonderwijs gegeven.



d.1, p.95
Nieuwe Testament

De tweede verzameling boeken van de Bijbel. Het Nieuwe Testament, gaat over Jezus en over de ervaringen van de eerste volgelingen van Jezus.



d.1, p.89
Offerfeest

Het offerfeest wordt ook wel ‘het grote feest’ genoemd. Het feest wordt gevierd op de tiende dag van de twaalfde maand, de hadj-maand. Met dit feest herdenken moslims dat Abraham zijn zoon aan God wilde offeren toen God hem dat vroeg.



d.1, p.94, 95
Oude Testament

Het Oude Testament vormt het eerste gedeelte van de bijbel, het belangrijkste boek van de christenen. Het Oude Testament komt bijna helemaal overeen met de joodse TeNaCH. De tweede verzameling, het Nieuwe Testament, gaat over Jezus en over de ervaringen van de eerste volgelingen van Jezus.



d.1, p.81, 89
Paasfeest

Tijdens het Paasfeest herdenken christenen dat Jezus is opgestaan uit de dood. Dit is een buitengewoon belangrijk feest omdat het symbool staat voor de overwinning op de dood.



d.1, p.89
Pesach

Pesach, het paasfeest. Men viert dan de ‘geboorte’ van het joodse volk. Dan wordt het verhaal over de uittocht uit Egypte gelezen. Pesach is tevens het lentefeest.



d.1, p.82

Pinksteren

Het Pinksterfeest is een christelijk feest. Het is de viering van het moment waarop Jezus’ volgelingen voor het eerst de aanwezigheid van Gods Heilige Geest voelden.



d.1, p.89
Protestant

Lid van een van de christelijke kerkgenootschappen die ten gevolge van de kerkhervorming in de zestiende eeuw (zie reformatie) zijn ontstaan.



d.1, p.87
Rabbi

De leermeester aan het hoofd van een synagoge. Een ander woord is rabbijn.



d.1, p.82

Rabbijn

De leermeester aan het hoofd van een synagoge. Een ander woord is rabbi.



d.1, p.82
Rijk Gods

Joden geloven dat God uiteindelijk zal zorgen voor het Rijk Gods: een volmaakt land, totaal anders dan welk gewoon land op aarde ook. De komst van het Rijk Gods zou worden voorafgegaan door een boodschapper van God, een Messias.



d.1, p.81
Ritueel

Een ritueel is een gebruik dat volgens een vast patroon en op een bepaald moment wordt uitgevoerd. We kennen gewone, dagelijkse rituelen zoals wassen, aankleden, ontbijten en tanden poetsen. Er bestaan ook niet-alledaagse rituelen; die kunnen zowel religieus als niet-religieus zijn. Niet-religieuze rituelen vinden bijvoorbeeld plaats bij examens en bij sportwedstrijden; religeieuze rituelen zijn bijvoorbeeld de doop of besnijdenis.



d.1, p.82
Rustdag

De rustdag voor de christenen is de zondag, een dag aan God gewijd op grond van hetzelfde gebod als bij de joden.



d.1, p.89
Sabbat

De joodse rustdag. Die dag denkt men aan de schepping van hemel en aarde door God. De sabbat begint bij zonsondergang op vrijdagavond en eindigt bij zonsondergang op zaterdagavond.



d.1, p.82
Sacramenten

Belangrijke gebruiken of rituelen worden door christenen sacramenten genoemd. Bij een sacrament ervaren christenen dat er een verbinding tussen God en mens tot stand komt. Protestanten erkennen twee van zulke sacramenten: doop en avondmaal. Met de doop wordt de opname in de christelijke kerk bevestigd. Met het avondmaal (of de eucharistie zoals katholieken zeggen), wordt de laatste maaltijd herdacht die Jezus met zijn leerlingen gebruikte. De katholieken kennen verder nog: het vormsel bij het volwassen worden, de biecht, de ziekenzalving, priesterwijding en het huwelijk. Protestanten kennen de belijdenis (bij het volwassen worden), maar beschouwen dit niet als sacrament.



d.1, p.89
Salaat

De tweede zuil van de vijf zuilen in de islam is de salaat. De vijf dagelijkse gebeden op vaste gebedstijden van een moslim.



d.1, p.94

Saum

De islam kent vijf zuilen, vijf plichten waaraan iedere moslim moet voldoen. De vierde zuil is het vasten, saum.



d.1, p.94
Sharia

In de sharia staat hoe de moslim moet omgaan met God en met andere mensen: moslims en niet-moslims. De sharia bevat richtlijnen die betrekking hebben op het dagelijks leven zoals het dragen van de juiste kleding, het eten van vlees en het gebruik van drank.



d.1, p.93
Sjahada

De eerste zuil van de vijf zuilen in de islam is de sjahada. Dit is de geloofsbelijdenis: ‘Er is geen god dan God, en Mohammed is Zijn profeet’.



d.1, p.94
Sji’ieten

Één van beide belangrijkste hoofdstromingen binnen de islam. Sji’ieten zijn volgelingen van Ali.



d.1, p.90

Soekot

Het loofhuttenfeest of Soekot. Dit herdenkt de tocht van het joodse volk door de woestijn naar het beloofde land.



d.1, p.82
Soenna

Naast de Koran is ook de soenna belangrijk voor moslims. Soenna betekent gewoonte of traditie. In de soenna staat beschreven hoe Mohammed en de eerste moslims leefden. De soenna is als een aanvulling of uitleg van de Koran te zien. Een voorbeeld. De Koran verbiedt alleen wijn (S 5:90), terwijl je in de soenna kunt lezen dat het om elke vorm van alcohol gaat.  De soenna is belangrijk omdat een overtuigde moslim net zo probeert te leven als Mohammed en de eerste moslims.



d.1, p.93
Soennieten

Één van beide belangrijkste hoofdstromingen binnen de islam. Soennieten zijn volgelingen van Moe’awija. De meerderheid van de moslims is soennitisch.



d.1, p.90
Soera

Een hoofdstuk in de Koran.



d.1, p.92
Subha

Moslims kennen een ‘gebedskrans’: een bidsnoer met 100 kralen, de subha genaamd. 99 kralen staan voor de 99 namen voor God en de 100e grotere sluitkraal staat voor een 100e onbekende naam voor God. Dat verwijst naar het idee dat God nooit volledig gekend kan worden.



d.1, p.93
Suikerfeest

Belangrijk islamitisch feest. Tijdens dit feest worden zoete lekkernijen gegeten. Het feest vormt de afsluiting van de negende maand van het islamitisch jaar: Ramadan. d.1, p.94, 95



Synagoge

Het joodse gebedshuis. Ook wel sjoel geheten, vanwege de functie van leerhuis.



d.1, p.82
Talmoed

‘Talmoed’ betekent letterlijk ‘studie’ of ‘onderricht’.  De Talmoed is een toelichting op en uitleg van de Tenach.



d.1, p.81
Tenach

Het heilige boek van de joden, want het wordt beschouwd als het woord van God. Het bestaat uit drie bundels boeken: Tora, Newi’iem en Chetoewiem.

Het woord Tenach (TeNaCH) is gevormd uit de beginletters van drie bundels boeken: Tora (de wet, de eerste vijf boeken), Newi’iem (21 boeken van de profeten) en Chetoewiem (13 boeken met de overige geschriften). De boeken van de Tenach komen overeen met de boeken van het Oude Testament.

d.1, p.81
Tora

Tora betekent onderwijzing of leer. De Tora bestaat uit vijf boeken van Mozes: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium. Het zijn de vijf belangrijkste boeken van joden.



d.1, p.78; d.2, p.10
Vagevuur

Plaats van lijden (metaforisch voorgesteld als 'reinigend' vuur), waar de zielen van de gelovigen door tijdelijk lijden hun straffen uitboeten en tot algehele onthechting worden gebracht.



d.1, p.87
Vijf zuilen

De vijf plichten die een moslim in zijn leven heeft. De ‘grondslagen’ van de islam. De vijf zuilen zijn: sjahada, salaat, zakaat, saum, hadj.



d.1, p.94
Vormsel

De katholieken kennen het vormsel, hierbij wordt iemand als lidmaat bevestigd.



d.1, p.89
Zakaat

De armenbelasting, ofwel de zakaat, is de derde zuil van de vijf zuilen in de islam. Op deze wijze helpen moslims elkaar en wordt echte armoede voorkomen.



d.1, p.94
Ziekenzalving

De katholieken kennen de ziekenzalving of heilig oliesel als sacrament.



d.1, p.89
Zintuigen

Zien, horen, proeven, ruiken en voelen.



d.1, p.68, 69





WW Planning leerjaar 1 2011-2012











De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina