Zedelijk : Middelnederlandse vertaling van het Latijnse …



Dovnload 178.64 Kb.
Pagina1/3
Datum20.08.2016
Grootte178.64 Kb.
  1   2   3
ETHIEK
Etymologie
ZEDELIJK : Middelnederlandse vertaling van het Latijnse …
MORALIS : door Cicero gevormd ter vertaling van het Griekse …
ÊTHIKOS : gewone verblijfplaats voor dieren
gewoonte (zeden,mores), geheel van gedragsvormen en –regels die het samenwonen mogelijk maken
karakter of gezindheid : een door herhaling van dezelfde gedragsvormen verworven innerlijke dispositie tot een bepaald soort gedrag

Betekenisverschil op vlak van substantieven
MORAAL(ethos,zeden):

Verwijst naar een objectief beschrijfbaar systeem van gedragsregulering; De heersende zeden en gebruiken.

>Onbereflecteerd en bovenpersoonlijk (ook als individu ze als eigen norm beleeft)

>Deviatie wordt sociaal gesanctioneerd

>Weerslag in instituties
MORALITEIT:

>Hoger reflexief niveau : zelf een bekwaamheid ontwikkelen om morele maatstaven aan te leggen en evaluatief te gebruiken. (persoonlijk geweten)

>schuldcultuur ipv schaamtecultuur—Kant

>autonoom ipv heteronoom gedrag—piaget

>POSTCONVENTIONELE ZEDELIJKHEID—Kohlberg
>Geen moraliteit zonder moraal, want slecht binnen de ordening van een gemeenschap wordt het individu aan de willekeur ontheven, kan het ontsnappen aan de louter onmiddellijke gratificatie van de behoeften en kan het zin voor normativiteit ontwikkelen (ontw. Über-Ich)

Anderzijds gebeurt de progressie van moraliteit veelal daar waar de heersende normen in vraag worden gesteld (socr.)


ETHIEK (moraalfilosofie, moraalwetenschap)

Wetenschappelijke reflectie over ethische problemen door onderzoek
>Descriptieve ethiek

Moraalwetenschap >onderzoek van factische verbanden tussen morele verschijnselen

>Normatieve ethiek

Moraalfilosofie >legitimatie van de normen

Algemene (fundamentele:onderzoekt kernaspecten van onze morele ervaring)

Bijzondere (toegepaste ethiek) (biomedische, sexuele, welzijnszorg, euthanasie…)

Micro-ethiek >vragen uit P2P relaties

Macro-ethiek>structurele relaties, evaluatie van de kwaliteit van de sociale structuur

Metha-ethiek

Demarcatie van het morele veld
Handelingreden gebeuren—oorzaak
Kant, universaliteit is eis van de rede.

Ethiek> reden die de louter particuliere positie transcendeert, die een minimaal intersubjectief of universeel standpunt inneemt. =>niet elk vrij handelen.


=>impliceert niet dat het ethische leven per se een rationalistische argumentatie of een filosofische theorie vereist ook een gevoelen kan een universeel gehalte hebben.

Bvb MEDELIJDEN

Veronderstelt drie assumpties

*lijden van de ander is ernstig

*niet eigen schuld

*ongeluk


  • het identificatieproces tilt me boven mijn subjectiviteit

Regel : normatief voorschrift met universeel gehalte

Constitutieve regels > definitorische regels, logisch vervat in een structuurdefinitie =>voorwaardelijk

Regulatieve regels >prescripties voor gedragsvormen die los van deze prescripties kunnen bestaan

>instrumentele regels-technische regels als middel dat men moet aanwenden om een bepaald doel te bereiken =>voorwaardelijk

Kant : “ Het zedelijke is een appèl dat zich onvoorwaardelijk aan ons opdringt.”


  • ons handelen wordt door aanspraken ter verantwoording geroepen die niet gelden vanuit een doelstelling buiten dat handelen, maar in zichzelf, omwille van de kwaliteit van dat handelen zelf.

Waarde : dynamische relatie tussen menselijke intentionaliteit en wereld(dat wat het dynamische van de mens vervult)

Intrinsieke waarden : zelfontplooiingwaarden; doen een spanningstoestand ontstaan naar de realisatie ervan.
Instrumentele waarden : deficiëntiewaarden; Behoefte is een spanningstoestand, wat de behoefte vervuld is geen waarde op zich, wel in hoeverre ze bevredigt; ze verdwijnt met de behoefte
=>Zedelijke houding is niet primair gericht op Wert, maar op Würde.

Würde drukt uit dat de mens niet louter van de orde der behoeftebevrediging is


Waardigheid kent geen prijs en ook iemand zonder waarde of sociale betekenis moet in zijn waardigheid worden erkend.

Cursus 2005

Prof. Paul Moyaert
INDEX p.
Demarcatie van het morele veld middels het Utilitarisme

H1. Het Mensbeeld en de Ethiek van het utilitarisme



  1. Presentatie en definitie van het UT. 3

  2. drie criteria 4

  3. kritische bespreking 6

3.1 Kritiek op het mensbegrip van UT

3.1.1 de abstracte bepaling van geluk/genot en verkeerde beschrijving van menselijke interesses

3.1.2 kritiek van de morele consequenties

a)slavernij

b)straffen

c)onderscheid act -en regelutilitarisme



  1. Het utilitarisme en het onderscheid tussen een smalle en een brede 11 moraal.

H2. Deugden en de volwaardige uitdrukking van de menselijke natuur 13

  1. De natuur als betrouwbare gids voor goed en kwaad 14

  2. Deugdenleer van Aristoteles 19

  3. De morele wet als natuurwet, Aquino 24

  4. Het incestverbod en de grenzen van een natuurlijke fundering van basale morele reacties 28

  5. Teloorgang van de natuur als norm voor goed en kwaad 31

    1. De vereniging van natuurlijke finaliteit tot biologische finaliteit

    2. Het christelijke creationisme en de teloorgang van het universum van Aristoteles

    3. De lust aan het kwade : de vrije wil van Augustinus en de wanorde van de menselijke natuur bij Freud 33

H3. De waardigheid van de mens 36

  1. Kant en de menselijke waardigheid.

    1. cultuurhistorische context

    2. uitgangspunt: de morele ervaring

    3. Eerste stap: de goede wil

    4. Tweede stap: wanneer is de wil zedelijk goed?

    5. Derde stap: de Categorische imperatief

    6. Vierde stap: antwoord via her-formuleringe van de CI

    7. Kant en de menselijke eindigheid

  2. De grenzen van een rationele rechtvaardiging van het respect voor de mens.dierenrechten?

    1. Is de morele meerwaarde van de mens rationeel gerechtvaardigd?

    2. Morele intuïties begrijpen vanuit het taboe

H4. Levinas en het gelaat van de ander



  1. Kern van de morele ervaring bij Levinas: vanuit het contrast met het presocratische ideaal van fierheid en vanuit gemis van een fenomenologische motivering bij Kant.

  2. de herkenbare kern van de morele ervaring ‘het gelaat van de ander’.

  3. de onwillekeurige zelfbetrokkenheid

  4. terugkeer van het il ya

  5. dubbele verhouding tot exterioriteit

  6. transcendentie als zelfoverschrijding zonder zelfverlies

  7. het gelaat van de ander: transcendentie in de vorm

  8. Verdere toelichting.

  9. Slotbeschouwingen: het gelaat en de oneindigheid

H5. Het gewicht van het geweten. Ethiek in het licht van het geweten.



    1. Jenseits der Lust

    2. overwaardering en de stem van het geweten

    3. de spanning binnen het geweten zelf

    4. het archaïsche superego is niet het geweten van het personalisme

    5. de misrekening van de verlichting

    6. besluit




  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina