Zedelijk : Middelnederlandse vertaling van het Latijnse …



Dovnload 178.64 Kb.
Pagina2/3
Datum20.08.2016
Grootte178.64 Kb.
1   2   3

H1. UTILITARISME de calculus van het algemeen welzijn




Wat?


°calculus kan enkel het nuttig effect van handelingen in overweging nemen

  • UT= gekenmerkt door inhoudelijke bepaling van de effecten

Alle andere overwegingen (intentie,respect,…) zijn respectabel, maar irrelevant zolang ze geen effect hebben naar de reële bevordering van concrete goedheid
°goed is wat goed is voor iets anders  handeling beoordelen vanuit de effecten.

beoordeling in functie van drie criteria, herleidbaar tot HOOGSTE GOED (het goed dat niet meer omwille van iets anders wordt nagestreefd en dus in absolute en onvoorwaardelijke zin goed is.)

>dient het handelen de belangen van het soortbehoud, de s/leving?

>staat het ten dienste van het zelfbehoud?

>komt het ten goede aan de geluksbeleving of het welzijn v/d mens?
°aandacht voor het beoogde effect is nog geen UT, nièt juist om tov UT een theorie te poneren volgens welke een handeling een intrinsieke waarde heeft
°meest populaire en meest verspreide THEORETISCHE RECONSTRUCTIE van de morele ervaring omwille van twee redenen :


  1. principes bevorderen humanitaristische actie

  2. principes sluiten goed aan bij de principes van de democratische verzorgingsstaat :

>Het hedonistisch beginsel impliceert dat het beleid geen taak heeft in het beoordelen van morele levenspatronen, De enig mogelijke onderscheiding van verlangens is Kwantitatief. (geen inhoudelijk ondsch) –realisatie van zoveelmogelijk wensen van zoveel mogelijk mensen—“Quantity of pleasure being equal, pushpin is as good as poetry”

>De economistische berekening sluit aan bij welvaartsbeleid waar de eerste vraag is hoeveel mensen hun lot zal verbeteren of verslechteren wanneer bepaalde maatregelen worden genomen. De kwantitatieve calculus gaat er van uit dat lust en onlust meetbare entiteiten zijn (parameters die bentham vermeldt : intensiteit, duur, zekerheid, zuiverheid, werkingsradius, snelheid, kostprijs…..)

>Het universalistisch principe respecteert de dem ocratische inspraakgedachte : “everybody to count for one, nobody to count for more than one”; “the greatest happiness for the greatest number.” Mijn geluk telt niet meer dan het geluk van anderen (geen persoonsgebonden ethiek)
°menselijk welzijn is allesbepalend (pleasure, happiness,well-fare, satisfaction)
°je bent niet verantwoordelijk voor het geluk van anderen, maar ge kunt wel evt. hinderpalen wegnemen
°je mag anderen niet schaden


  • combinatie van onverschilligheid en altruïsme

 ethiek wordt een kwestie van levensonderhoud (hoe verschillend ook, alle mensen hebben Basisbehoeften)


Historisch :
°Begin vroeg-kapitalistische England > atomisering van het individu >deze ethiek werkt perfect in een pluriforme samenleveing.

  • UT is ook een symptoom van het wegvallen van het cement (traditionele banden) van de samenleving : ‘wat hebben mensen gemeen als ze niets meer met elkaar kunnen delen?’

°ethiek naar het model van economische/instrumentele rationaliteit (middel-doel) (economische efficientie)(toegepaste ethiek)


°Het rationaliteitsideaal uit de Moderne Tijd vergeet het grondinzicht van Aristoteles volgens dewelke men niet aan alle domeinen van het leven dezelfde rationaliteiteisen mag stellen.
°UT is een spiegel van onze tijdsgeest volgens welke lichamelijke fitheid voorgesteld wordt als hoogste goed. (probleem dat wie dit ontkent onmiddellijk geconfronteerd wordt met de vraag ‘ wilt ge dan liever pijn? ‘

Kritische bespreking

Belangrijk onderscheid tussen antropologische en moraalfilosofische luik van’t UT.



Descriptieve vraag : UT is geen hedonisme, probeert te overtuigen door een beroep te doen op de volgende in zijn ogen evidente observatie. Is het niet zo dat ieder van ons onlust wil vermijden en lust nastreeft? =>verkeerde beschrijving van menselijke interesses of menselijke natuur

Normatieve vraag : is concrete uitwerking van UT moreel aanvaardbaar?
Zelfde onderscheid tussen empirische ethiek (descriptieve?) en normatieve ethiek.

Er bestaat een misplaatste afkeer om ethiek in de natuur van de mens te funderen.


Het probleem met een naturalistische ethiek à la UT is niet dat ze naturalistisch is, maar wel dat ze werkt met een verkeerde analyse van de menselijke natuur, of existentie ( cf. arist. , aquino)
Problemen : (Kritiek op mensbegrip van UT.)

°kwantitatieve bepaling van geluk die tegelijkertijd louter subjectief issom van alle individuele preferenties, alle evenwaardig =>voor de individueel handelende persoon wordt het UT handelingscriterium volstrekt inhoudsloos (smalle ethiek) >geluksbepaling van UT is amorf. Wat eraan ontbreekt is dat mensen niet enkel belang hechten aan het subjectieve welbehagen, maar ook aan datgene waarin of waardoor men zijn geluk vindt. verkeerd mensbeeld als oorzaak (mensbeeld met als hoogste goed de bevrediging van noden… )


°middelenschaarste=> beleid moet keuzes maken over welke preferenties prioritair te vervullen
°conceptie van geluk als subjectief gevoelen van bevrediging, ( °abstracte bepaling van geluk/genot en verkeerde beschrijving van menselijke interesses.)

omdat :


  1. op deze manier het leven herleidt wordt tot een optelsom van zoveel mogelijk positieve ervaringen. Gelukkig leven is veeleer een totaalontwerp, een zelfwordingsproces, waarin men kan gelukken of mislukken en binnen welke groei zelfs pijn en/of lijden zinvol kunnen zijn. Geluk lijkt te maken te hebben met “een vervuld leven” en niet op de eerste plaats met het hectisch zoeken naar nieuwe ervaringen en het panisch trachten te vermijden van lijden.

  2. Het geluksgevoelen zelf lijkt ook niet primair te bestaan in het gevoelen van bevrediging. Deze bevrediging komt erbij, als een soort subjectieve bekroning wanneer we in een of andere activiteit (objectief) zijn gelukt, maar geluk refereert op de eerste plaats naar die gerealiseerde activiteit : “Genot is eerder een vervolmaking die er nog bijkomt, zoals zich bij de bloei der jaren nog schoonheid voegt” (arist., nicomachische ethiek X, 1174b37) (ook : Nozick’s gedachtenexperiment van de pleasure machine )

>De mens kent hogere doeleinden, doeleinden die in staat zijn lust en onlust te trotseren. (nozick’s xp, adoptiekind, pil, verlangen naar respect/erkenning, Burms en De Dijn).

>Plato argumenteert dat Waarheid voor de mens een hogere waarde heeft of kan hebben dan de voor- of nadelen die ermee verbonden zijn.

> Hume : mensen zijn uit op geluk, but only in a particular manner, en dat houdt in dat hij daarin geïnteresseerd is in overeenstemming met zijn menselijke natuur.

°Wanneer iets maar goed is in functie van maximatie van algemeen nut dreigt elke atrociteit goedgepraat te kunnen worden. (sheriff-probleem(zondebok)—raskolnikow) slavernij/straffen


° UT heeft geen oog voor het eigene van waardering en beschouwt het helpen als het enige wat echt waardevol is.

Kritiek van morele consequenties


UT, consequentialistische rechtvaardiging van morele gedragsregels kan moreel ontsporen en immorele gevolgen hebben, bvb. :
Slavernij

UT is niet in staat slavernij in alle omstandigheden te verbieden, het kan zijn eigen universele aanspraken niet waarmaken. Het is nl. altijd denkbaar dat een persoon als slaaf behandelen het algemeen nut ten goede komt.

UT zal aan waarheid altijd een functioneel belang toeschrijven.

Straffen
In de retributionistische theorie van de gerechtvaardigde straf staat de dader centraal

De Utilitatristische Theorie stelt de samenleving centraal. Voor de maximatie van het maatschappelijk nut (nutswaarde) moet de straf opgevat worden als pedagogie en preventie (het veiligheidsgevoel van burgers vergroten) probleem : het kan nuttig zijn een onschuldige te straffen

Daarom verkiest het moderne rechtsbestel gewoonlijk een combinatie van beide perspectieven met toegevoegd expressivistisch perspectief volgens dewelke in straf de waardigheid van het slachtoffer tot uiting moet komen. Straf als ‘lieu de mémoire’.

>alles wat we doen heeft effecten die gunstig of ongunstig zijn, maar dat betekent niet dat de morele zin van wat we doen bestaat in het realiseren van die effecten.

ACT -en Regelutilitarisme

Oudere utilitarisme > meestal een vorm van actutilitarisme : Enkel de gevolgen van de gestelde handeling worden berekend. (immorele handelingen van sheriff of raskolnikow zouden UT verantwoord zijn vanwege het gunstige gevolg.)


Hedendaags regelutilitarisme > betrekking van het nut van regels in de berekening.

Sommige regels hebben een grote nuttigheidsfunctie, een van dergelijke regel afwijkende daad stellen vanwege haar occasioneel nutseffect tast de regel zelf aan, wat op lange termijn een onnutseffect impliceert.

Belangrijk om twee redenen :

Laat toe bepaalde dimensies van oze moraliteit te rechtvaardigen die op’t eerste zicht niet utilitaristisch legitimeerbaar zijn
De gedachte dat morele regels maatschappelijk nuttig kunnen zijn is ook moreel interessant. (Mensenrechten dienen niet om loosers af te schermen tegen de eisen van de vooruitgang, maar zijn zelf een element van vooruitgang.
Negatief utilitarisme (Popper, the open society and its enemies)

Gaat uit van het falsificatiecriterium > assymetrie tussen falsificatie en verificatie >op analoge wijze assymetrie tussen geluk en lijden om drie redenen :



De graad van zekerheid : we weten duidelijker wat we moeten doen om lijden weg te nemen dan om geluk te bevorderen
De graad van plicht : minimaliseren van lijden verplicht veel directer dan maximaliseren van geluk
Het niet-complementair karakter : de pijn van de ene kan niet goedgemaakt worden door het geluk van de ander
Primaire ethische norm >> Kleinste graad van leed tegenover allen, en bij onvermijdbaar leed, een faire verdeling ervan.

Toch geldt het respect voor de persoon niet absoluut. Moraal blijft gereduceerd tot functionaliteit, en vraag blijft of men hiermee wel de echte kern van onze intuïtieve idee van moraliteit heeft gerecupereerd.


Smalle –en brede ethiek
Premoderne ethiek  maximalistische ethiek, thick morality

>aanduiding van volkomen leven (eudamonia, perfectio)

>ethiek van het goede leven, van het human flourishing

>normeert niet zozeer wat we moeten doen of laten, maar vooral HOE we moeten zijn. (cf.deugdenethiek, arist.)



  • “niet meer mogelijk in een pluralistische moderne maatschappij. Deze deelt geen opvattingen meer van het goede leven, maar bestaat uit zeer diverse Morele gemeenschappen

  • Ethiek die er toe dient een vreedzame coexistentie tussen dezen mogelijk te maken, door klimaat van wederzijds respect voor individuele keuzes.

  • Minimalistische ethiek, thin morality (onderscheid sinds Strawson)

Natuurwet van aquino >verwezenlijken menselijke essentie

Grotius en Hobbes> natuur van de mens = tegelijk sociaal en egoïstisch-competitief (“ungesellige Geselligkeit”, Kant)

samenhang van sociale moraal en een strikt individualistisch autonomie-ideaal


Ehtiek> niet meer inhoudelijk over idealen van menselijkheid, maar moet procedurele regels van conflictregulering opstellen handelt niet over realisatie van een moreel menswaardig leven, maar over de Mogelijkheidsvoorwaarden daartoe (onderscheid tussen recht en moraal vervaagt)

( morele leven is meer dan dat, te vinden in de privé-sfeer van vrij gekozen Morele gemeenschappen.( liberale ethiek


kritiek

( verschraling van ethiek tot conflictregulering, fundamentele vraag wordt aan publieke discussie onttrokken

(ideologisering (‘ideologie’: als algemeen belang voorstellen wat heimelijk het belang van een bepaalde groep dient). Als ik stel dat de publieke ruimte moet toelaten aan iedereen vrij zijn eigen levensconceptie te kiezen en te realiseren, heb ik reeds heimelijk voor één particuliere conceptie gekozen, deze die de autonome keuze als ideaal stelt.
H2. DEUGDEN EN DE VOLWAARDIGE UITDRUKKING VAN DE MENSELIJKE NATUUR

Mensbeeld UT = versmalling deugdenethiek en metafysica


Moderne voorstanderss van deugdenethiek ( Nussbaum, MacIntyre.
Klassiekers, Thomas van Aquino, Aristoteles en empiristen Hume, Smith
Notie deugd hangt zeer sterk samen met het mensbeeld dat we in de loop der eeuwen kwijt zijn geraakt. Deugd = uitdrukking van Perfectie(>innerlijke mogelijkheden zijn op een perfecte natuur tot ontwikkeling gekomen)
“Natuur streeft naar haar eigen voltooiing > moeilijk te begrijpen in onze cultuur.
1.De natuur als betrouwbare gids voor goed en kwaad.
Natuur drukt telos uit

Natuur in Formele zin : Principe van bepaaldheid, Wezensdefinitie van iets.

Natuur in Materiële/Substantiële zin : Wat ontstaat en vergaat, dat soort werkelijkheid dat gegroeid is.

“Natuur”, normgevend voor ethiek is combinatie

(ethische vraag : “mogelijkheid van het onttrekken der normen aan de subjectiviteit door ze in de natuurlijke voorgegevenheid (telos) te plaatsen

>voor moderniteit onmogelijk want : natuur is louter facticiteit, moreel indifferent)

discontinuiteit tussen cultuur en natuur (gemaakt vs gegroeid) is mede verantwoordelijk voor de teloorgang van de idee dat de natuur norm is voor het moreel goede leven
Het Wezen (natuurlijke (eind-)bestemmeing), essentie.

>Moet groeien en kan ontwikkelen => wordingsproces (ondsch.act-potentie)

>Realisatie der mogelijkheden conform het wezen

>Natuur in zin van wezen (teleologische duiding , geeft de richting aan van een te volgen weg, ontwikkeling die hiervan afwijkt is tegennatuurlijk

>Metafysica staat in teken van worden en ontwikkelen, klemtoon op continuiteit, “wat de mens wordt hangt samen met zijn wezen en zijn wezen is wat hem van hem van andere levende organismen onderscheidt. Wat de mens van dieren onderscheidt : mogelijkheden die zich op hun beurt uiten in activiteiten.

(Zich als mens realiseren : activiteiten die het wezen van de mens bepalen en uitdrukken ontwikkelen.

(verschillende graden van perfectie (realisatie van het wezen op een meer of minder volkomen manier)( nastrevenswaardig ideaal nodig(oefenen

Door te handelen brengt de mens zijn mogelijkheden in act (potentie-act)

Nodig : een goede omgeving om zich optimaal te ontplooien, de juiste voorbeelden

Arist&thom> innerlijke gerichtheid van de natuur op zelfontplooiing (telos)



  • andere visie op genot : geen kwestie van vervulling van een gemis(bevrediging), maar een perfecte of door niets gehinderde ontwikkeling van activiteiten die bij het wezen passen. Genieten is, door niets gehinderd, doen wat men doet.

  • Genot is hier verbonden met de idee van Harmonie, afwezigheid van conflict

  • De harmonie van een voorgegeven wereldorde om normen aan de subjectieve willekeur te onttrekken. Deze orde is de schepping Gods in het middeleeuwschristelijk perspectief.

Zijnden hebben een eigen wezen en een eigen plaats of bestemming.

Lust en onlust zijn richtingwijzers voor goed en slecht


>Goed en slecht in morele zin vallen niet samen met lust en onlust

>lust als gids : lust geeft te kennen dat een activiteit zich ontplooit in overeenstemming met het wezen, lust is niet onbetrouwbaar en niet iets waartegen men moet strijden (cf. Kant) (ongehinderd kunnen doen wat je doet, in iets kunnen opgaan; zonder afleiding: arist.) genot als volmaakte activiteit die zich ongehinderd kan realiseren

>Graag doen wat je doet kan teken van morele perfectie zijn, is niet moreel indifferent (cf. Kant(vb PLICHT als vriend (maar 1waardevol moreel motief, plichtsbesef(motief is niet uitwendig, maar zegt iets over de volkomenheid waarmee men iets doet) morele perfectie: juiste dingen doen met de juiste motieven en daar vreugde in vinden.

Freud: mens omarmt het goede

>Goede = voorwerp van spontane liefde=levensbevestigend, doet deugd.

Slechte = voorwerp van haat, doet pijn, vernietigt onze natuur.

>Waarom wij moeilijkheden hebben met het goede en het lustvolle direct op elkaar te betrekken : wij vatten lust op als een dierlijke uiting van onze natuur, terwijl in de antropologie en metafysica van Aristoteles en TvAq met natuur wordt bedoeld wat gevormd wordt door opvoeding en cultuur. (Tweede Natuur)

Redelijkheid : zin voor de juiste proportie.

>wat maakt dat het leven (handelingen) juist is?

=>vereiste dat men zich afstemt op het eigene van de dingen en op de plaats die ze innemen in het universum, hun onderlinge verhoudingen en hun natuurlijke bestemming in het universum => juiste verhoudingen tussen de dingen, in uzelf en tussen uzelf en anderen.(niet zomaar af te lezen)

(het zijn is doortrokken van een ordening, LOGOS.(dingen hebben een bepaalde plaats in het geheel)(rede, als zin voor de juiste verhouding)((relatief belang))

Geordend universum (kosmos) X Chaos

(Microkosmos, macrokosmos)

in metafysica is die ordening zelf een Natuurlijk gegeven, in primitieve culturen schepping van de goden als strijd tegen wanorde.

>Juiste ordening staat centraal > mens moet zin voor normativiteit (juiste verhouding) ontwikkelen en respecteren=> moreel handelen te maken met redelijkheid en inzicht.

( appropriate, gepastheid (wat past bij je wezen als mens).(kernaspect van het juiste leven)(juiste belang aan de juiste dingen op het juiste moment)

=>Cultiveren van de levenswijze

Gepastheid valt niet in abstracto uit te leggen, belangrijke term als contrapunt voor de redelijkjheid van UT.( heeft het niet over gepast handelen maar over aanpassen en toepassen (cf. econ. Middel-doel rationaliteit, toegepaste ethiek als oplossing van technische problemen)(econ.arist=huishouding: eigen verlangens/interesses op de juiste manier cultiveren

(teveel belang=fout, buiten proportie

(meer dan enkel levensonderhoud(plezier aan beleven

(leren genieten door opvoeding, genot cultiveren)

UT( vraag naar efficiente manier om doel, bevrediging te bereiken ( waarde wordt beoordeeld vanuit het resultaat >< eten, drinken, seks zijn meer dan behoeftebevrediging, bevrediging en gezondheid zijn niet het hoogste doel! (Primo die activiteiten doen zoals het een mens past, met manieren overeenkomstig het wezen. Secundo er valt meer lust aan te beleven dan enkel bevrediging, ethiek als cultuur van het juiste genieten. Tertio ge moet van eten, drinken, sex leren genieten, maar steeds met respect voor de juiste verhouding (nietteveel, maar ook nietteweinig belang aan hechten(gepastheid heeft dus niet de objectiviteit, neutraliteit en de transparantie van UT

2.Deugdenleer van Aristoteles.
Deugd = een houding die ons in staat stelt ons handelingen voor te nemen, en die het midden houdt in relatie tot ons, een midden zoals dat bepaald is door een overleg [de rede] en wel zoals een verstandig mens het zou bepalen.(nicomacheia BII)

Van tongeren: “ een houding die met keuze te maken heeft: die voortkomt uit gemaakte keuzes en die disponeert tot het maken van de juiste keuze. De juistheid betekent dat ze steeds meer het midden weet te vinden. Midden is altijd relatief, maar wordt bepaald door een maat die we zien in de verstandige.



Deugd als dispositie

Deugd( een kwaliteit van een persoon, van diens karakter (geen actgecentreerde ethiek, maar een persoongecentreerde ethiek)

( een HOUDING, gesteldheid, hexis, habitus (blijvende dispositie, verworven en dus gevormd: door opvoeding, juiste beslissingen, juiste handelingen.

Karakter is tweede natuur


( geen synoniem met potentialiteit (dunamis) Deugd is actualisatie, voltooiing, de actieve houding, attitude, gesteldheid ((is zelfbeheersing een deugd?))

Arist: zelfbeheersing is geen morele perfectie, het houdt het midden tussen zinnelijke neigingen, geen grens kennen en teveel. In sommige omstandigheden is het een niet onverdienstelijke kwaliteit van handelingen. In pijnlijke omstandigheden standhouden, geen verraad plegen=> wel kwaliteit, maar niet als algemene karaktertrek. Zelfbeheersing lijkt op wanorde, niet spontaan naar het juiste gaan, slechte ordening van de verlangens.


Karakter bevat ook de motieven, de gevoelens, de verlangens waarmee en van waaruit handelingen gesteld worden.

Het juiste Midden

Te mijden extremen, juiste maat is afhankelijk van omstandigheden, norm=KWALITATIEF BEPAALD, zoals de deugdzame/verstandige het zou bepalen

( wenden tot en identificeren met de moreel voorbeeldige (inzicht niet uit onszelf cf. belang van morele opvoeding bij Freud en de ontwikkelingspsychologie—eigen identiteit ontlenen via identificatie aan anderen.)>> deugd komt niet voor bij Freud>> mensbeeld: strijd van tegenstrijdige verlangens, in alle daden zal altijd iets van het conflict blijven meespelen>>Moreel geweten staat centraal, wat ons niet gerust laat, mens is per definitie ontevreden, het had altijd beter gekund, Ueber-ich. Arist. kent notie ‘geweten’ niet >>morele onrust is niet te kennen.>>notie van maat staat centraal. X-dom/islam hebben de zin voor de juiste maat ondermijnd door invoer van LIEFDE als hoogste goed/deugd. “de juiste maat van de liefde is een liefde zonder maat.”>>Nietsche: X-dom is barbaars omdat: mateloosheid in het hart van de ethiek tot norm verheven.
Kringredenering want: Welke persoon? Dus we moeten al weet hebben van het goede, waarom die andere dan nog nodig? (Arist.: hermeneutische cirkel is het wezen van de ethiek: vanuit de onwetendheid die nooit volledig is, denkt men na door zich te wenden tot anderen. (ubuntu?)

(voorweten, impliciet weten, aanvoelen nodig; en toch is de andere meer dan de explicitatie van wat sluimerend in ons aanwezig was.( dit verklaart de grote actuele toenadering tussen aristoteles en een hermeneutisch geïnspireerde ethiek

( praktische moeilijkheid met betrouwbaarheid van voorbeeld door geveinsde onwetendheid en spanning tussen een veelheid van richtinggevende voorbeelden.


De verstandige mens als voorbeeldig mens

Houding die het deugdzame leven kenmerkt is een praktisch weten, eerder den theoretische kennis, een weten te , combinatie cognitief inzicht en praktische kennis

Karakterdeugd is in wezen een houding waarin verlangens en emoties een gepaste vorm verworven hebben. Niet mogelijk zonder cognitieve, intellectuele deugd.

Twee soorten intellectuele deugden (kennis): wetenschappelijke kennis & het praktische weten , phronèsis, prudentia (noodzakelijk)

(toelichting vanuit Oordeelsvrmogen> heeft niet de objectiviteit van wetenschappelijke kennis, maar impliceert niet dat het louter subjectief en willekeurig is. De grote tussenruimte tussen wetensch.objectiviteit en subjectief oordelen is de tussenruimte van het esthetische en morele oordeel waarin algemene criteria steeds opnieuw geherformuleerd moeten worden in functie van de te beoordelen gegevens.

Enkel wie een geoefend oordeelsvermogen en dus van binnenuit vertrouwd is met het praktische domein is goed in staat iets te beoordelen. Op vlak van het oordeel is een absolute graad van logische coherentie, helderheid en explicietheid van de criteria niet noodzakelijk vereist.



Deugd is geen middelmatigheid

Deugd is een excellentie; Lof als bevestiging van uitzonderlijke morele kwaliteiten.

Lijst van deugden ter illustratie (3vbn):

Moed: roekeloze overmoed en lafheid.

Vrijgevigheid: verkwistende spillzucht en gierigheid.

Schroom: bedeesde verlegenheid en schaamteloosheid.

3.De morele wet als natuurwet. Thomas van Aquino (1224-1274)

Natuurlijke zedenwet

(poging om de kloof tussen het christelijke gedachtengoed en het universum van aristoteles te dichten. OPMERKELIJK omdat: Arist. Zelf geen goddelijke transcendentie nodig heeft voor ethiek; vroeg christelijke filosofen waren neo-platonici omdat bij plato de goddelijk-religieuze inpiratie een cruciale rol speelt. REDEN voor keuze Arist. : wereld zoals die geschapen is is goed, goedheid is verloren gegaan door Mens.(verderf van de natuur)>>zonde heeft niet alles verduisterd.


(wet in politeieke zin : dictaat van de rede voor het algemeen goed, uitgevaardigd door diegene die de zorg heeft voor de gemeenschap

  • ganse wereldorde = gemeenschap (universitas) bestuurd door God.

  • Lex aeterna (eeuwige wet) : ordening van de goddelijke rede zelf (uitdrukking van de ordening inherent aan de goddelijke rede.

  • Het telos wordt gedragen door de goddelijke voorzienigheid

  • Het geschapene participeert aan die eeuwige wet door een innerlijke gerichtheid op zijn einddoel (is krachtens participatie afgestemd op zijn einddoel zoals door de goddelijke rede bepaald)

  • Niet-redelijke schepselen( instinctieve beweging naar doel

  • Redelijke schepsel= imago dei => participeert actief aan de wetgevende rede van God en kan dus voor zichzelf rationele wetten opleggen=> dit is de natuurlijke zedenwet, lex naturalis ( de principes die de mens kan inzien omdat ze rationeel zijn.

  • De mens participeert aan de rede gods niet enkel omdat hij de zedenwet passief als gods wet kan erkennen, maar ook omdat hij die wet creatief kan navoltrekken ( “ sibi ipsi et aliis providens”).



Grondprincipes/inhoud vd natuurwet
(Bonum est faciendum et malum vit bandum—het goede moet gedaan worden en het kwade vermeden.(formeel principe) Vergeleken met het eerste principe van de theoretische rede, het niet-contradictiebeginsel>>is zelf evident, niet te bewijzen, evenmin te ontkennen. Eerste beginsel van de praktische rede is ook zelf-evident, deze wil handelingen reguleren, maar zonder vervulling van een doelgerichtheid is geen handelen mogelijk (algemene gerichtheid van het handelen op het goede.)
(concretere invulling vanuit specifieke gerichtheden op specifieke goederen, naturales inclinationes, natuurlijke neigingen van de menselijke natuur, gericht op wat goed is voor hun vervulling ( mens = gericht op zelfbehoud, dierlijk wezen op soortbehoud, redelijk wezen op gemeenschapsvorming en kennis( goederen die van nature goed zijn, waarop de menselijke natuur gericht is : leven, vruchtbaarheid, waarheid, gemeenschap. Zelf-evidente goederen! (niet enkel denkschema van christelijke denkers)=>bij probleemsituaties( TDE
(realisatie ervan via Morele Precepten via argumentatie op basis van logica en empirische kennis.

>Primaire morele precepten> deze zonder dewelke de realisatie van bovengenoemde doeleinden onmogelijk is. Bvb. Respect voor’t leven vereist verbod op doden en plicht tot levensonderhoud.

>Secundaire zijn die zonder welke de realisatie ervan bemoeilijkt wordt bvb monogamie, omdat het niet gebaseerd is op respect voor de partner, maar op de plicht tot opvoeding die wordt bemoeilijkt buiten het klassieke gezinspatroon. Eigendomsrecht omdat eigendom geboden is wanneer het de universele beschikbaarheid van de goederen der aarde vergemakkelijkt.

(de deugd van de prudentia zal in concrete handelingssituaties moeten beslissen



TDE theorie van het dubbele effect.

Afwijkingen van de primaire voorschriften van de natuurwet zijn intrinsiek schandelijk en moreel verwerpelijk, kunnen nooit geduld worden.> wat te doen bij conflict tussen basale waarden?>> type-andwoord: een aantasting van een fundamentele waarde is onaanvaardbaar voor zover een aantasting van die waarde in de intentie van de handeling is vervat. Ze is toelaatbaar op voorwaarde dat ze hoogstens als niet- geïntendeerde nevenwerking met de daad verbonden is.


4 voorwaarden tot morele toelaatbaarheid der aantasting.

  1. Handeling zelf moet moreel acceptabel zijn

  2. Goede gevolg moet direct geïntendeerd zijn (kwade gevolg, hoewel voorzien, ongewild.)*

  3. Goede gevolg moet onmiddellijk zijn, mag niet tot stand komen middels het slechte gevolg(want dan wil ik dit laatste als noodzakelijk middel.)

  4. Er moet een geproportioneerde reden zijn om de niet-geintendeerde nevenwerking, die kwaad is en blijft, toe te laten. Afwezigheid van alternatief, commensurabiliteit.

(Op basis hiervan, doorslaggevend verschil gemaakt in de katholieke moraaltheologie tussen militaire acties, medische abortus, euthanasie.

(militaire terreuracties : vijand verdrijven door demoralisatie via terreuracties op burgerbevolking in tegenstelling tot militaire doelwitten treffen die ongewild ook de burgerbevolking treffen. “collateral damage”

(Medische abortus (om het leven van de moeder te redden) werd vroeger onderscheideen naar gelang de levensbedreiging gevolg was van een ziekte of van de zwangerschap zelf. Vroeger beschouwde men de voorwaarden van de TDE in het eerste geval gerealiseert, maar niet in het tweede.

(Onderscheid actieve-passieve euthanasie, handeling vs nalaten van therapeuthische hardnekkigheid.>>actieve- onderscheiden in directe en indirecte>indirecte= middels pijnverzachtende middelen. )



Probleem, vooral met voorwaarde #2*, vershil tussen intentie en voorzien.

(volgens UT is er geen verschil, volgens TDE een conceptueel verschil, de daadstructuur is verschillend.

( bij intentie van het kwade gevolg zou de oorspronkelijke handeling uitblijven indien het kwade gevolg niet zou optreden. Het kwade gevolg voorzien> in elk geval de oorspronkelijke handeling stellen.

Is het conceptueel verschil ethisch relevant? Volgens UT niet.

Voorstanders> verantwoordelijk van de handeling is beperkt tot de direct geintendeerde effecten> morele verantwoordelijkheid krijgt juridische trekken.

Tegenstanders> Verantwoordelijkheid reikt verder dan de handeling op zich, contextualistische gedachte>verantwoordelijkheid over de ganse context.>sowieso moreel verantwoordelijk voor de aantasting van een goed. Ik kan echter het ontisch kwaad op mij nemen wanneer ik voldoende morele grond heb om deze aantasting toe te laten, dan is mijn willen er van ipso facto indirect en is het ontisch kwaad geen moreel ,kwaad( alle nadruk op de vierde voorwaarde(proportionalisme (in katholieke moraaltheologie vertegenwoordigd) kiezen voor ‘the lesser evil’



  • TDE lijkt meest rigoristisch (strengheid in de toepassing van regels) maar suggereert dat het indirecte kwaad minder kwaad is dan het direct geintendeerde.>>evt. laxisme tov. Indirect killing ( hier is de verantwoordelijkheidsethiek rigoristischer, ’t stimuleert de gevoeligheid voor indirect kwaad :” voedt de mens die van de honger sterft, want als je hem niet voedt dan doodt je hem.” (gaudium et spes, 1965) (tu ne tueras pas= tu feras tout pour que l’autre vive. Levinas)

« Ik ben verantwoordelijk voor alles en voor iedereen » starets Zosima

(zo breed dat het leeg wordt, afweging van handelingen dreigt arbitrair te worden, en het UT sherriff-probleem dreigt op te doemen(TDE terecht : soms geen enkele afwijking is toegestaan, maar wat onaantastbaar is moet in moderne termen niet primair als een aantal fundamentele goederen omschreven worden, maar als de sacraliteit van de menselijke persoon. (cf. mensenrechten)
.Het incestverbod en de grenzen van een natuurlijke fundering van basale morele reacties.
Natuurwetsdenken : tegennatuurlijke handelingen tasten de eigen finaliteit van een wezen aan.

(richting 1: de natuur is uit zichzelf enkel op het goede gericht

(richting2: handelingen beoordelen door effect op de natuur.( onderscheid maken tussen ratio essendi en ratio cognoscendi
NWD moet aangevuld worden door een hermeneutiek:

( vb. incest( er is een tijd geweest dat men vrede nam met de verwijzing naar suggestieve verbanden. Het aanvoelen van tegennatuurlijkheid. Indien nodig werd dit aanvoelen verankerd door een verwijzing naar een door god geschapen natuurlijke ordening. ( Subjectief aanvoelen(walging) is weerspiegeling van de natuurlijke ordening. Het goede is in de natuur, het zijn, verankerd, heeft een fundamentum in re.

(moderne tijd, geen genoegen met suggestieve uitleg. Bedoeling om serieus fundament aan de natuurwet te geven. Een natuur zonder enig sacraal aura dat er iets onaantastbaars van maakt.( empirisch onderzoek naar de fundering van morele waarden. (vervelende ontdekkingen:


  1. continuum tussen dier en mens => er zijn hogere diersoorten die kennelijk niet vies zijn van incestueuze verhoudingen

  2. misschien kan men die schadelijke gevolgen wel neutraliseren

  3. Als incest tegennatuurlijk, waarom dan zo uitdrukkelijk verboden?

( fascinatie voor dergelijke schanddaad )

  1. ruimere betekenis door Freud : incest als uitdrukking van de natuurlijke band tussen moeder en kind, roept aseksuele tederheid op ipv walging. “in de mens leeft er geen spontane tendens om het eerste liefdesobject te verlaten, het diepste verlangen van de mens is incesteus, moeder kind relatie.“

(ontstaan van menselijke cultuur vanuit breuk met de natuurlijke neigingen. Het hart van die breuk wordt gevormd door een taboe. De moeder wordt uit het seksuele verkeer afgezonderd, hoewel men een samenleving zou kunnen bedenken waarin dat combineerbaar zou zijn. Nochtans is het incesttaboe (verbod op huwelijk moeder-kind) een universeel cultureel gegeven. Incesttaboe is volgens Freud niet de natuurlijke weerspiegeling van natuurlijke neigingen en de weerzin die men op latere leeftijd ontwikkeld is niet de spontane expressie van een natuurlijke afkeer, maar het gevolg van het taboe.

Ontwikkelde idee vanuit freud(bvb.Lacan)(cultuur, in de zin van een menselijke betekeniswereld ontstaat via een negatie van de dierlijke natuur in de mens en het radicaal uitsluiten van mogelijkheden zonder verder liggende motivering.

Op voorwaarde dat de negatie gedacht wordt naar het model van een omvorming, hoeft het geen fatale klap te zijn voor het NWD.
OPMERKING:

Freuds ontstaan cultuur als breuk met de natuur >>terugkeer mystieke en spirituele oorsprong v/d menselijke cultuur>>onverenigbaar met zijn Darwinistisch mensbeeld.

F wil begrijpen hoe het incesttaboe is ontstaan en vanwaar het komt.>>verklaring daarvoor moet toch weer in de natuur van de mens gezocht worden. Hoe komt het dat de menselijke natuur een verbod heeft ingebracht dat tegen de natuurlijke neigingen ingaat ? >> moet met natuurlijke selectie te maken hebben, wat toch weer een terugkeer is naar het NWD, zij het niet in de zin van Thomas. Anderzijds blijft Freud speculeren over een haast mystieke oorsprong van fundamentele Taboes.

Discussie NWD

1.Biologisme?

>naturalistische verleiding> morele rede als passief leesinstument> Goed= het niet afleiden van menselijke vermogens van hun natuurlijke doeleinden. Al te Karikaturaal thomas-beeld van de 19de eeuw :


  1. sibi ipsi et alii providens : de mens als redelijkheid zelf (beeldvGod) >ordening volgen omdat hij kan inzien dat het een redelijke ordenig is.

  2. De rede bezit in het ontwerp van Moraliteit een creatieve rol om in de praktijk ons respect voor die evidente goederen gestalte te geven.

2.A-historiciteit

>claim van NWD : Door juist gebruik van de rede kan de mens inzicht verwerven in een iedereen en alle tijden overspannende Normatieve Orde.>>Hedendaagse menswetenschappen tonen een breed spectrum van mogelijkheden tot normatieve ordening.>> Mensen zijn ook op Moreel vlak Creatief.

Wie teveel concrete regels in de NW stopt, riskeert te verabsoluteren en als Goddelijk-gesanctionneerde waarheid uit te geven wat slechts de positieve regels zijn van een bepaalde Maatschappij. (Ideologisch gebruik van het NWD)

>>historisch gezien veel misbruik van A.phusei -T. Naturaliter, bv. Maatschappelijke hierarchie ‘van nature’ gebruikt om democratische gelijkheidsgedachte af te wijzen. (“van nature heersen de verstandigen over de zwakbegaafden”T. In Pol. 1253a / ”Naturaliter masculinus est melius, et feminina deterius, et masculinus principans, femina autem subjecta”, In Pol. I, a.3)

T’s gedachte van het eigendomsrecht, bedoeld als secundair tav. Het fundamentele gebruiksrecht van de goederen der aarde>> in 19e eeuw tot absoluut bezitsrecht omgebogen. Zelfs het universele gebruiksrecht werd ideologisch misbruikt als legitimatie voor de plundering van de nieuwe wereld.

Ook : Ideologie-kritische rol van de Nat. zedenwet: Natuurwet impliceert dat het positieve recht op zijn rechtmatigheid kan beoordeeld worden.
3.Objectivisme

zie TDE
5.Teloorgang van de natuur als norm voor goed en kwaad


5.1 De verenging van natuurlijke finaliteit tot biologische finaliteit

de reductie van morele objectiviteit tot wetenschappelijke objectiviteit (cf Brede en smalle moraal) mede dor NWD in de hand gewerkt door te weinig aandacht te schenken aan de spanning tussen natuur en cultuur, tussen natuur en geschiedenis.


5.2 Het christelijk creationisme en de teloorgang van het universum van Aristoteles
Bijbel: God heeft orde geschapen in de chaos…door de zaken van elkaar te scheiden. Schepping: Orde scheppen> creatio ex nihilo> orde is niet in de natuur van het zijn verankerd. Px wereldbeeld speelt zich af tegen de achtergrond van een* Manicheïstisch wereldbeeld (licht en geest= goede / lichaam en duisternis=kwade>>onthouding van vlees, wijn, seksualiteit)(onophefbare tegenstellingen)(van meet af Orde>Illustratie. Goddelijke openbaring van de wet.(OT)>>inhoud tiengbn komt overeen met NWD > verliezen doordat ze geopenbaard worden hun spontane evidentie en verschijnen tegen de achtergrond van hun tegendeel( conflict in het hart van de ethiek : statuut tiengbn>verboden >< arist. : ontplooiing van het wezen.

( wat niet kan in NWD : goddelijke volmaaktheid, menselijke eindigheid, ethiek als zaak van repressie en zondigheid, breuk goede en geluk(eudamonia),……(christelijke god als ondermijning van Aristoteles.

Px >natuur kwijt.

In ME px theololgie> ontwikkeling van twee strekkingen rond de vraag hoever de soevereiniteit van god en de opaciteit van de door hem afgekondigde wet lijkt.


Hoe één is God tussen rede en wil ? (spanning in god ) als uitgangspunt


  • Intellectualistische theologie: poging tot minimalisatie kloof met NWD

God wil wat goed is

God stemt zijn wil af op het goede, dat een zekere zelfstandigheid geniet waarnaar ook God zich plooit (Geen Creationisme). Mens kan zelf inzien wat goed is aan het goede.



  • Voluntaristische theologie: verder uitdiepen ervan

Goed is wat God wil

Impliceert dat indien god het had gewild iets anders goed of slecht had geweest.

Verwoording van het besef dat er iets ondoorzichtig is aan de basisintuities in de ethiek. (opaciteit)Ze zijn vanzelfsprekend en toch hebben ze iets ondoorzichtigs, onbegrijpelijks. Maar dit besef impliceert niet dat je ze verandert.

(echte verplichting kan niet uit de feitelijkheid worden afgeleid. Dat volgt enkel uit eenautoriteit die een wet stelt).


(Reformatie: luther, calvijn, zwingli

Discussie hangt samen met de opkomst van het nominalisme (taalopvatting van de wetenschappelijke rationaliteit). Interesse volunt. Bij Lacan&wittg.zieappxtxtfrgmnt.


5.3. De lust aan het kwade : de vrije wil van Augustinus en de wanorde van de menselijke natuur bij Freud.


  1. Lust aan het Kwade >Augustinus (cf.demonische bij KKGd) zonde in Pxdom (ondenkbaar bij Arist. Cf. morele fouten zijn intellectuelefouten) (aanname van een derde autonoom vermogen naast het conatieve en het cognitieve, de WIL . voor Grieken is het niet echt denkbaar van te kunnen kiezen tussen goed en kwaad. (terugkeer manicheïsme)

  2. Lust is niet geinteresseerd in het Goede : even dramatisch voor de natuur als norm voor het goede. (Freud.Plato)(verschil met a) grenzeloosheid van de lust, van de afwezigheid van vorm is de kern. (Lust kan de natuur ten gronde richten en instanties buiten de lust moeten het organisme daartegen beschermen

  3. Freud: Seksuele driften hebben niets gemeen met de naturales incliinationes van Thomas. Driften zijn zonder eigenlijk object en zonder eigenlijk doel. Conflict staat centraal. Uitloper van Augustinus.

  4. Teloorg ang NWD (mens is vormeloos wezen, weznloos,…enz) mede door: NWD claimt : door juist gebruik van de rede kan de mens inzicht verwerven in een NORMATIEVE ORDE die alles en iedereen altijd overspand. De hedendaagse menswetenschappen bieden een breed spectrum van menselijke mogelijkheden tot normatieve ordening.



H3. DE WAARDIGHEID VAN DE MENS

1. Kant (1724-1804) en de menselijke waardigheid

Kritik der reinen vernunft (1781): analyse van grenzen en mogelijkheidsvoorwaaarden van wetenschappelijke kennis.

Grundlegung zur Metaphysik der Sitten (85) /Kritik der praktischen Vernunft (88):

Wezen en mogelijkheidsvoorwaarden van de morele ervaring.

Hisorische context

1776 Decl. of Ind.

Goethe en Herder benoemd in Weimar

1781 JozefII schaft leifeigenschap af.

1786 Dood Fred II de grote van Pruisen

1789 Ten amandements, Déclaration des droits de l’homme et du citoyen.


1.1 cultuurhistorische context

Oudheid: essentialistische wereldbeschouwing: Voorgegeven kosmische Ordening, in het Zijn zelf vervat, waarin mens zijnplaats=> Moraal = harmonie niet door excessen in gevaar brengen.

MEpx: identificatie van deze orde door schepping Gods

Moderne tijd: Natuur is Moreel indifferent; Wereld = chaos, cognitief en moreel.

(door subject zelf worden impressies gestructureerd (associatiemechanismen,hume, verstandelijke Categorieen, Kant)(een natuurwetmatigheid, Chaos in de mens is nog niet opgelost. Hoe wordt deze chaos overwonnen en komen morele betekenissen tot stand?

(In UT blijven we aan de chaotische toevalligheid van de begeerten overgeleverd. UT miskent de waardigheid van de mens En herleidt alle regels tot hypothetische gedragsregels (wanneer het ons goed uitkomt)

( Morele eisen begrijpen als eisen van een rede die echte zelfbepaling is en dus ook tegenover de begeerten autonoom. Hebben een verplichtend karakter, hebben iets onvoorwaardelijks in zich, zijn onaantastbaar en hebben iets absoluuts. Uit het zijn of de natuur kan men geen moeten of een onvoorwaardelijke verplichting aflezen.

Moeilijkheid waar Kant op wijst=> kloof tussen zijn en moeten, tussen beschrijving en normering. Natural fallacy: niet alleen in metafysich opzicht is de natuur niet te vertrouwen, ook in psychologisch opzicht is ze onbetrouwbaar.

De zinnelijke natuur van de mens bevat geen tekenen van goed en slecht, maar is door en door egoistisch. Mens heeft het besef dat zijn innerlijke verlangens gedomineerd worden door een moreel inzicht dat dezen trotseert.(=>manicheisme van Kant : als de zintuiglijke natuur geen betrouwbare gids is, zijn andere vermogens dan wel zoveel betrouwbaarder?) Het moreel goede wordt volstrekt wisselvallig, subjectief, contextgebonden, willekeurig bij kant. De moreel goede mens is niet noodzakelijk gelovig. Autonome Ethiek (tov gdsdnst).

=>wat is dan de objectieve norm voor goed en slecht?

Moraal als articulatie van de structuur van de rationaliteit moet a-priori gelden, het is geen superstructuur van de behoeften: ze hangt niet af van de feitelijkheid van de psychologie (UT). Ze is evenmin de superstructuur van historische variabelen. (itt romantisch nationalisme) Kant beoogt ethiek die onafhankelijk universele normen van verplichting kan funderen in een pluralistische maatschappij.
Methode
Kritik der reinen Vernunft : het FEIT(van de morele ervaring) als uitgangspunt=> mogelijkheidsvoorwaarden van de oordelen daarin te vinden in de a-priori verstandelijke structuren (categorieen) van het subject. Het Feit in de Moraal is een Verplichtingsbewustzijn (het morele bewustzijn). Om de mogelijkheidsvoorwaarden van het morele feit als Faktum der Vernunft te onthullen( teruggaan naar de GRUND van het zedelijke bewustzijn.(grundlegung zur Metaphysik der Sitten. Vertrouwdheid met goed en slecht.
Twee vragen onderscheiden… die van de analyse van het zedelijk bewustzijn en die van de grond van het morele bewustzijn.
Verplichtingsbewustzijn => bereidheid te willen handelen volgens een categorische imperatief.
Logisch noodzakelijke staHHHhHp 1=> De goede wil

( Goede objecten vertegenwoordigen een empirische goedheid, (Wohl) maar geen zedelijke. We moeten uitgaan van de kwaliteit van ons willen, niet van een kwaliteit van de objecten=> Gut ist ein guter Wille “ Es ist überall nichts in der Welt, ja überhaupt auch ausser derselben zu denken möglich, was ohne Einschränkung für gut könnte gehalten werden, als allein ein guter Wille.” (maw.morele waarden resideren in het subject, niet in objecten).

Goed= Kwaliteit van het menselijk HANDELEN=> (UT ( resultaat van dat handelen>< Kant((enkel) intentie, wil is in absolute zin moreel goed (copernikaanse revolutie in de Kantiaanse ethiek. Goed vanuit de wil, niet de natuur.
Logisch noodzakelijke staHHHhHp 2=> De plicht
Goede wil is de wil die handelt aus Plicht, en niet enkel Pflichtmässig, nicht aus Neigung (empirische interesse) sondern aus Pflicht.

Het moreel juiste motief dat aanzet tot handelen-(Achtung für Gesetz, maar niet te rigoristisch..

Je mag wel mit Neigung handelen, maar niet aus Neigung ( grond van een morele waarde van een handeling is plichtsbetrachting, niet de extra aanwezigheid van een spontaan of natuuurlijk gevoelen) het gevoelen van sympathie ist etwas schönes maar maakt ons moreel gehalte niet uit.

Achtung als zeer bijzonder motief dat niet te herleiden is tot de gewone zinnelijke drijfveren.


Logisch noodzakelijke staHHHhHp 3=> De categorische imperatief.
Maximes, gedragsregels kunnen objectief of subjectief zijn. Objectief-> imperatief. Imperatief is hypothetisch ( enkel dwingend onder voorwaarde dat men dat doel wil. Handeling als middel voor een te realiseren doel.

Imperatief is categorisch ( Dringt zich absoluut en onvoorwaardelijk aan elk redelijk wezen op.

Neigung is uitgesloten dus morele regel kan enkel categorische imperatief zijn. Vraag naar de Grund=> hoe zijn categorische imperatieven mogelijk?

(eis van een onvoorwaardelijk moeten)

de structuur van een C-I is vergelijkbaar met een synthetisch a-priori oordeel, ze vertolkt een hogere plicht.

a-priori impliceert het universeel karakter; niet berust op ervaring. Synthetisch: men kan uit het begrip van de handeling niet afleiden dat ze voor alle wezens in categorische zin geldt.


Mogelijkheidsvoorwaarden voor de Categorische Imperatief. Fundering via herformulering.

>universaliteit

>waardigheid

>autonomie


eis tot universaliseerbaarheid


Handle nur nach derjenigen Maxime, durch die du zugleich wollen kannst, dass sie ein allgemeines Gesetz werde.

(eerste formulering van de CI)


De vorm van de regel is niet toegankelijk voor de empirische kennis, maar wel voor de rede dat zijn eigen eisen kan stellen.

Eisen die de rede kan stellen: wet is universaliseerbaar, coherent geformuleerd en bevat geen contradicties


Beoordelingscriterium van handelingen volgens maxime

Regel moet veralgemeend kunnen worden om morele regel te zijn. Sommige regels kunnen niet veralgemeend worden.

Immoreel gedrag= parasitair gedrag, free-rider gedrag

Ethiek beschermen tegen de subjectieve willekeur . Als moraal een zaak van de rede is moet ze een minimale transcendentie bevatten tov de particulariteit van de subjectieve emoties en preferenties.

Als zedelijk persoon, in onze mensheid zijn we allen gelijk.

Kant beschermt ons tegen de mogelijkheid van moreel fanatisme dat vervat is in de bereidheid en de drang meer te doen dan de wet van ons vraagt.


Problemen met univ-beginsel


  1. Ethisch belang van particuliere affectieve verbondenheid te weinig ingezien. Maar stelt terecht dat de PAV zonder enig universaliteitsmoment een fanatisme van het eigene kan uitdrukken dat nog geen ethisch gehalte bezit.(williams). hij onderschat het praktisch oordeelsvermogen. Het ethische is ook assymetrie( derrida “elke vorm van algemeenheid is verdrukkend, ethische houding is erkenning van de differentie. Het is niet conceptueel op te helderen hoe louter anders-zijn reeds een ethisch appel zou inhouden. Tenzij missch.uit relig.persp. En de verhouding ik-andere is steeds bemiddeld door de aanwezigheid van derden

  2. vereenvoudigt de morele ervaring

Waardigheid van de mens

“Handle so dass du die Menschheit, sowohl in deiner Person als in die Person eines jeden anderen, jederzeit zugleich als Zweck, niemals bloss als Mittel brauchst”
De persoon is een redelijk wezen met een zedelijke bestemming, en ik mag deze capaciteit niet onderschikken aan doeleinden van behoeftebevrediging.

De menselijke persoon, menselijke waardigheid als doel op zich.


“zugleich als Zweck” : economische relaties met oog op behoeftebevrediging moet met eerbied gepaard gaan.

Ook kwestie van zelfrespect.

Trouw aan een gegeven woord.

Menschheit( gegeven dat niet reduceerbaar is tot empirische eigenschappen.

(Mensen moeten beschermd worden tegen de uitbuiting van egoistische anderen, maar ook tegen een utilitaire visie die hen reduceert ,of waardoor ze zichzelf reduceren, tot economisch wezen.

Wert>

Würde is egalitaristisch en universalistisch.
Bij Kant werd de socio-economische dimensie buiten de ethische orde gehouden. Dualisme zintuglijkheid-rede



Zintuiglijkheid Rede

Wohl- Weh Gut-böse

Object subject

Inhoud Vorm

Neigung Pflicht

Hypothet. Imp. Categorische imp.

A posteriori a priori

Particulier universeel

Relatief doel doel-op-zich

Heteronomie Autononmie

Waarde Waardigheid

Nut, economie Moraal



Autonomie van de praktische rede (derde formulering).


“Handle so dass dein Wille durch seine Maxime sich selbst als allgemein gesetzgebend betrachten kann.”
(eeste formulering: handelen volgens veralgemeenbare gedagsregels> tweede: redelijke wezens als doel-op-zich(niet in dienst van die algemene wet)(noodzakelijke conclusie dat het redelijk wezen zelf de bron of wetgever moet zijn van de universele wet waaraan het zich onderwerpt.( de morele wet is een heteronomie die tegelijk een uitdrukking is van de menselijke autonomie)
De zedenwet articuleert de immanente eisen van onze redelijkheid
De wet bewaart zijn heteronoom karakter ondanks zijn grond in de autonomie, door de dualiteit tussen de redelijke en de zintuiglijke mens> breuk in de mens(moraal bevat een noodzakelijke hypocrisie : ik wil als moreel subject niet helemaal handelen zoals ik dat vanuit mijn natuurlijkheid spontaan wil.
Autonomie valt niet samen met psychologische Vrijheid. (keuzevrijheid, Willkür). Het impliceert nog een afhankelijkheid, een heteronomie. Ten eerste aan de pure toevalligheid van mjin Psycho-biologische constitutie, ten tweede aan allerlei sociale invloeden (behoeften zijn manipuleerbaar).

Het is een vorm van intelligibele vrijheid( Zelfbepaling (de vrijheid van de redelijke wil om onafhankelijk van de beinvloeding van het andere, zelf bekwaam te zijn om zichelf te bepalen, zijn eigen wetgever te zijn) (verantwoordelijkheid).


Het heeft zin om te geloven omdat god bestaat.

Het heeft zin om verantwoordelijkheid toe te schrijven omdat de mens vrij is.

Drievoudig belang van de autonomie gedachte


  • methodologisch : de Grund is bereikt, antwoord op de mogelijkheidsvoorwaarde van het verplichtingsbewustzijn.

  • Belang vooral in crisissituaties

  • Reflecteert de democratische idee, democratie is mede wetgeving: “aan geen andere wet gehoorzamen dan deze waaraan men zelf zijn instemming gaf.”





1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina