Zeldzame magnifieke plaatjes



Dovnload 62.64 Kb.
Datum18.08.2016
Grootte62.64 Kb.
Zeldzame magnifieke plaatjes.
Foto’s Bill King


Half oktober had ik het genoegen om met een groep fervente papegaaien enthousiastelingen een bezoek te brengen aan Bolivia, mijn doel was om indrukken uit de eerste hand te krijgen van twee zeer bedreigde papegaaien: de Roodoor ara Ara rubrogenys en de Blauwkeel ara Ara glaucogularis. Er is weinig geschreven over de Roodoor ara in PsittaScene, een soort die overwegend bedreigd is en leeft aan de voet van de Andes in Centraal Bolivia. Er was mij gezegd dat deze vogels prachtig waren in hun vlucht, maar ze hadden me niet voorbereid op de waarlijk magnifieke kleurenplaatjes die we bijna iedere keer ondervonden als we deze vogels zagen. We verbleven drie dagen in hun omgeving in de bergen, terwijl we ze over de valleien zagen vliegen, van de rivier zagen drinken en eten van de bomen en korenvelden. Omdat we verscheidene erg begaafde fotografen op onze trip bij ons hadden, dacht ik dat een collectie van foto’s een betere indruk aan de lezers zou geven van de trip. Geniet!

Boven: Na de Roodoor ara’s twee middagen te hebben gevolgd, vonden we dat ze zich grotendeels ophielden in één boom nabij een korenveld. – hij had erg fijne bladeren en takken, die indrukwekkend heen en weer zwiepten in de wind, waardoor een foto met tele zoals deze erg moeilijk was.

Rechts: Eén van de vele kudden koeien, schapen en geiten die we tegenkwamen in de habitat van de Roodoor ara – meestal gedreven door honden, oudere mannen of kinderen. Zoals geiten en schapen, is vee de reden voor veel verandering van de habitat in deze valleien, die er voor zorgt dat de papegaaien zich tegoed doen aan de oogst zoals pinda’s en graan voor voedsel.

Links: Een troep schapen die door de Mizque River wordt gedreven door een vrolijke heer. De schapen en de geiten die het gebied afgrazen is één van de vele achtergrond bedreigingen voor de papegaaien in het gebied, hun aanwezigheid verhinderd het spruiten van de vele soorten bomen waarvan de papegaaien afhankelijk zijn als belangrijke bron, zoals voedsel, rustplaats en in sommige gevallen nestplaatsen.

Rechts: Laat op onze derde namiddag ontdekten we een groep vogels op de grond in een groot omgeploegd stuk land. Het bleek dat ze zochten naar en aten van resten van de graanoogst, of ze aten van de maïskolven op de grond of ze vlogen naar een nabijgelegen boom, om daar het graan te eten.

Rechts: Na een nachtelijke vlucht vanuit Miami en een rit van zes uur door de heuvels aan de voet van de Andes, daalden we langs een steile winderige en stoffige vuile weg af in de Mizque Valley, onze bedoeling was om het resterende licht te gebruiken om de schuilplaats te checken en de algehele omgeving en misschien als we geluk hadden een paar vogels te zien. Buiten dat we onderweg een paar overvliegende conures zagen, waren deze vogels – een groep van meer dan 20 Roodoor ara’s – de eerste papegaaien die we zagen. Het bleek een uiterst indrukwekkend introductie tot de soort te zijn, omdat ze ronddartelden in straffe namiddagbries, roepend en spelend, waarna ze zich verzamelden en wegvlogen de vallei in en uit het zicht.

Onder: De Roodoor ara leeft slechts in drie belangrijke riviervalleien in Centraal Bolivia, waar steile droge ravijnranden afdalen naar de weelderige valleien zoals de Mizque River vallei die hier getoond wordt. Jammer genoeg is veel van hun leefgebied veranderd om gewassen te telen en weideland voor geiten en vee.

Rechts: Als onderdeel van onze voortdurende series vogelfiguren, heeft de stad Santa Cruz een collectie van deze prachtig gevormde en geschilderde vogels. Er zijn verschillende soorten zoals deze toekan, verschillende watervogels en een Blauwgele ara.

Tot slot: Op onze tweede namiddag in de Mizque, zochten we de vallei af naar de vogels en vonden ze aan een eind van de vallei. Ze zaten voornamelijk op een kale boom op de top van een richel, de sterke wind die het ze gemakkelijk maakte om op de wieken te gaan en rond te zweven op de opwaartse lucht in een indrukwekkende vertoning van groen en oranje.




Herintroductie van in gevangenschap gekweekte Goudkapparkieten in Bahia (pag. 4/5)
Door Pedro Lima, vertaald in het Engels door Toa Kyle


De Goudkapparkiet Aratinga auricapilla wordt beschouwd als kwetsbaar door IUCN/Birdlife International en staat op Appendix II van CITES. Omdat er weinig bekend is over deze soort in het wild, is er dringend behoefte aan kennis van de geografische verspreiding, populatiedichtheid en bedreigingen voor zijn overleven. In de noordoostelijke Braziliaanse staat van Bahia leeft de A.a auricapilla, een ondersoort die endemisch in de staat, verspreidt langs de gehele kust. Troepen in het zuidelijke gebied van deze ondersoort lijken kleiner te zijn dan degene die in het noorden worden gevonden (zuiden: max. 8 stuks t.o.v. noorden: 30 stuks).

Dit verschil is kan te wijten zijn aan de aanwezigheid van grote kokosplantages Coco nucifera die het landschap van de noordelijke kust domineren. Oude of dode palmen zorgen voor ideale nestplaatsen voor veel vogelsoorten.

Spechten zoals de Lineated Specht Dryocopus lineatus, Pampasspecht Colaptes campestris en de Groenpoot Specht Colaptes melanochlorus maken nestholtes in de stammen van palmen, die als ze worden verlaten door deze soort worden gebruikt door de Tropische Schreeuwuil Otus choliba, Braziliaanse dwerguil Glaucidium brasilianum, Amerikaanse torenvalk, Oranjevleugel amazone Amazona amazonica en het belangrijkste door de bedreigde Goudkapparkieten.

Sinds 1997 is de natuurbeschermingsafdeling van CETREL, een milieutaxatie agentschap gevestigd in Camaçari, Bahia verantwoordelijk voor de zorg en herintroductie van in beslag genomen vogels van illegale vogelhandel. In 1997 ontvingen de auteurs 10 Goudkapparkieten, 8 volwassenen en twee jongen, van IBAMA, de milieubeschermingafdeling van de Braziliaanse regering. De volwassen vogels waren vermoedelijk allemaal geroofde kuikens uit het nest in het wild, terwijl de jonge vogels waren geboren in gevangenschap. Na een quarantaine periode werden de vogels geringd en herintroduceert in het CETREL reservaat, een 700ha groot mozaïek van cerrado (droog, savannebos), restinga (struiken en grassoorten op zanderige grond, zure bodem) en secondaire groei van Atlantische kust regenwoud. Er zijn meer dan 290 soorten vogels geteld in het reservaat, waaronder mogelijke vijanden van de Goudkapparkiet, Slechtvalk Falco peregrinus en de Witstaartbuizerd Buteo albicaudatus.

Om het acceptatieproces in de natuurlijke omgeving te bevorderen, werden er platforms en voedselplateaus in het gebied verspreid, waar fruit en zaden van regionale soorten werden aangeboden. Hoewel troepen in het gebied nog steeds bij de voedselplateaus komen, zijn geringde vogels wel 5 km van hun herintroductieplaats gezien. Gewoonlijk een zaadvijand van inheemse soorten, blijkt dat de Goudparkiet waarschijnlijk verspreiders zijn van de Dendê palmvruchten Elaeis guyanesis door ze in hun bek naar vergelegen plaatsen te dragen waar het vlezige vruchtvlees wordt gegeten en hele zaden worden verspreid. Hoewel de Dendê palm (ook bekend als de Afrikaanse oliepalm) een exotische soort is, zijn hun vruchten een belangrijke bron voor andere fruitetende soorten van noordoost Brazilië.

Om de reproductiebiologie van de Goudkapparkiet te bestuderen maakten we kunstmatige nesten van PVC buis met een diameter van tussen de 14-20cm en een lengte van 50-70cm. De nesten werden aan de buitenkant geverfd in de kleuren groen of bruin. Totnogtoe hebben we nog geen voorkeur voor nesten vastgesteld op basis van de grootte of kleur, omdat alle modellen regelmatig zijn gebruikt door verschillende troepen vogels. Goudkapparkieten die de kunstmatige nesten hebben benut leggen tussen de 2-4 witte eieren, die ca. 5,6g wegen. Het gewicht van de schaal bestaat uit 6% van het totale gewicht van het ei. Eieren werden rond de 22 dagen bebroed, waarna de kuikens uitkwamen en zo’n 45 dagen in het nest bleven tot ze uitvlogen. Kuikens waren als ze uitkwamen bedekt met een rozeachtige huid en witte dons. Na enige tijd kregen de bek en poten een zwarte kleur.

Met de groei van de herintroduceerde populatie zagen we een formatie van wel zes troepen die varieerden tussen de 5-16 vogels. Deze troepen bestonden uit kuikens die waren uitgevlogen van nesten van voorgaande jaren, die blijkbaar helpen bij huidige nestpogingen. Bij meerdere gelegenheden gingen wel groepjes van 10 vogels tegelijk het nest in, dit gedrag werd heel vaak gezien aan het begin van het seizoen. Er is meer research nodig om het bestaan van dit uniek gedrag te verifiëren, als het waar is, plaatst het de Goudkapparkiet naast de Goudparkiet Guaruba guarouba, een andere neotropische papegaaiachtige, waarvan wordt aangenomen dat hij dit onbaatzuchtige grootbrengen van jongen uitoefent.

We schatten dat de huidige populatie van de Goudkapparkiet in de gebieden van het CETREL reservaat nu staat op zo’n 60 vogels. Deze snelle toename kan te wijten zijn aan het feit dat de herintroduceerde populatie twee keer per jaar broedt, in juli en december. Hoe dan ook dat hetzelfde ouderpaar in een bepaald jaar twee keer broedt is nog onbekend. Het is aannemelijk dat de huidige populatie van de Goudkapparkieten directe afstammelingen zijn van de herintroduceerde vogels, er werden nauwelijks inheemse Goudkapparkieten waargenomen in het gebied vóór de vrijlating in 1997. Omdat deze populatie alsmaar groeit en zijn foerageergebied uitbreidt, zullen ze waarschijnlijk zich vermengen met de subpopulaties van de Goudkapparkiet, zodoende de genetische integriteit van de nakweek van de herintroduceerde vogels vermeerderen. Educatieprogramma’s naar de bevolking toe, die door CETREL zijn opgezet, zijn in de omliggende gemeenschappen al in gebruik om er zeker van te zijn dat vogels die weggaan bij de bestaande populatie niet ergens in kooitjes belanden. De herintroductie van in gevangenschap grootgebrachte papegaaien is nog steeds een waagstuk wiens gevarieerde historie meer mislukkingen dan succesverhalen lijkt te bevatten. Van in gevangenschap gekweekte vogels worden gedacht dat ze ‘gedragsafwijkingen’ bezitten die hun kansen tot overleven in het wild verzwakken. Hoewel de tijd zal leren of de vogels in ons project op lange termijn zullen overleven, is het toch bemoedigend te zien dat de populatie ieder jaar groeit, ondanks de afwezigheid van wilde vogels om als ‘leermeester’ te dienen. Misschien speelt bij bepaalde vogelsoorten instinct een grotere rol tot overleven dan voorheen werd gedacht. We hopen dat ons werk met het herstel, de herintroductie en de studie van de broedbiologie van de Goudkapparkieten belangrijke informatie heeft opgeleverd voor toekomstige bescherming van andere papegaaiensoorten over de hele wereld.



Grote Soldaten ara: vlaggenschip van Costa Rica (pag. 6/7)

Door Olivier Chassot en Guiselle Monge Arias




De laatste acht jaar hebben we een veelzijdig beschermingsproject uitgevoerd, op wetenschappelijke basis, waarbij gebruik is gemaakt van de bedreigde Grote soldaten ara Ara ambigua als middelpunt van een campagne om een uniek Atlantisch laaglandbos i Costa Rica te behouden.

Het laagland regenwoud ecosysteem onderscheidt zich door een hoge dichtheid van Almendro Dipteryx panamensis en biedt leefgebied aan de Grote Soldaten ara en andere bedreigde soorten. De ara’s zijn afhankelijk van de enorme Almendrobomen voor hun nesten en als hoofdvoedsel. In Costa Rica zijn het Almendrobos, en daardoor de ara, tegenwoordig beperkt tot de noordoostelijke hoek, tussen San Juan River (de grens tussen Costa Rica en Nicaragua) en La Selva Biological Station.

De Almendroboom is het belangrijkste hardhout voor vloeren, vrachtwagenonderstellen en ander gespecialiseerd gebruik. Als gevolg hiervan, als de soort schaarser wordt, is de prijs voor het hout dramatisch gestegen. Jammer genoeg is het modelsysteem van beschermde gebieden waaronder Torteguero National Park het enige voorbeeld van dit Atlantisch bos. Dat park bestaat voornamelijk uit moerasbos en heeft heel weinig hooglandgebieden die nodig zijn voor de Almendro; geen nesten van Grote soldaten ara’s in het park. Door gebrek aan officiële bescherming, is Atlantisch vochtig laaglandbos als habitat in Costa Rica aan het verdwijnen. Als direct gevolg hiervan is de Grote soldaten ara bedreigd vanwege verlies van habitat en wordt tegenwoordig internationaal gezien als een bedreigde soort. (Hij staat op CITES Lijst I).

Het oorspronkelijke broedgebied in Costa Rica is met 90%in omvang teruggelopen, hoofdzakelijk door de ongecontroleerde houtkap en landzuivering voor vee en bananen van landen. Er zijn nog andere bedreigingen voor de ara’s waaronder hun verkoop als huisdier (kuikens worden lokaal verkocht tussen de $150 tot $300) en de jacht t.b.v. sport en veren.

Het broedgebied van de Grote Soldaten ara is beperkt tot bijna alleen Centraal Amerikaanse Almendrobossen in Honduras, Nicaragua, Costa Rica, Panama en aangrenzende gebieden in Colombia en één geïsoleerd gebeid nabij Guayaquil, Ecuador. Onze radiotelemetriestudies hebben geopenbaard dat broedparen van deze ara’s grote, elkaar niet overlappende leefgebieden gebruiken. Na het broedseizoen trekken ze weg uit de laaglanden naar een hoger gelegen bossen in het boven land van het berggebied naar het westen van Costa Rica, evenals naar drogere bossen naar het noorden van Nicaragua.

Projectdoelen


We hebben de Grote soldaten ara als ‘richtsoort’ genomen om prioriteiten voor beschermingsacties in het gebied te identificeren en publiceren. Ons doel is om een beschermd kerngebied van natuurlijk bos te vestigen dat is verbonden met omliggende ecosystemen zoals nodig is om een gezonde populatie ara’s in stand te houden. Het beschermen van habitat die de Grote Soldaten ara nodig heeft, zal ook resulteren in de bescherming van een gezonde populatie Almendrobomen en andere biodiversiteit die uniek is in het gebied.

We hebben studie uitgevoerd m.b.v. radio-telemetrie en hebben technieken voor het vangen en van radiozenders voorzien van volwassen ara’s ontwikkeld om daarna hun bewegingen door het moeilijke laagland regenwoudhabitat te volgen. We hebben een database van de broedecologie (uitzoeken van nestplaatsen, nestsucces, gebruik van habitat, overlap tussen broedparen), het overleven van uitvliegers in hun eerste jaar, foerageergedrag waaronder dieet, gebruik van habitat buiten het broedseizoenen overleven van volwassenen.

We hebben een regionaal bewustwordingsprogramma opgezet voor het opbouwen van lokale trots voor de ara. Dit heeft het bewustzijn, voor de toestand van de ara en zijn habitat onder schoolkinderen en het publiek in het algemeen, verhoogd. Een Nationaal Grote Soldaten Ara Commissie is in 1996 gevormd als gevolg op onze ontdekking en publicatie dat de ara en de Almendroboom uit Costa Rica werden weggevaagd. Deze organisatie bestaat uit 13 regerings- en niet-regeringsorganisaties met het algemene doel de ara te beschermen en verantwoord beheer van zijn habitat. Eén van de eerste dingen van de commissie was een legaal decreet uitvaardigen die de onttrekking van de Almendro beperkt, hoewel zelfs onder dit decreet, is het oogsten van deze soort niet verantwoord. We vechten nu samen met het Ministerie van Milieu om het oogsten van de Almendro te verbieden.

Belangrijkheid van habitat


Onze pogingen om aandacht te vragen voor dit gebied heeft kortgeleden een extra betekenis gekregen, omdat het laatste broedhabitat voor de soorten in Costa Rica (geschat op minder dan 10% van zijn oorspronkelijk gebied) ligt in een kritische verbindingsplaats van het Mesoamarican Biological Corridor. Het overgebleven broedgebied van de ara´s ligt tussen het Indio-Maíz Biological reservaat en het grote beschermingscomplex in Costa Rica waaronder La Selva, Braulio Carillo National Park en andere kleinere, met elkaar verbonden, parken, zoals Volcán Poás Poáas en Juan Castro Blanco National Parks. Op lokale schaal hangt de toekomst van La Selva, een klein (ca. 1500ha) laagland biologisch veldstation, af van het behoud van de biologische verbinding met het veel grotere Indio-Maíz reservaat. Op regionale schaal zorgt het gebied voor een ecologische link tussen hoogland en laagland ecosystemen voor de soorten die per seizoen migreren tussen deze gebieden. Op landelijke schaal is dit gebied de laatste verbinding tussen Nicaragua en Costa Rica van de Mesoamerican Biological Corridor.

In 2001 werd het Executive Committee of The San Juan-La Selva Biological Corridor gevormd. Het bestaat uit 15 organisaties, waaronder het Tropical Science Center en de Wildlife Conservation Society; zij zijn nu verantwoordelijk voor uitvoering van de Corridor (246.608ha) en zijn verbonden met Maquenque National Park (30.359ha).

De beschermingsdoelen van deze inspanningen zijn voor een groot deel gebaseerd op bevindingen van biologisch onderzoek naar gebruik van habitat door de Grote Soldaten ara.

De grootte en locatie van het voorgestelde Maquenque National Park en de omliggende biologische corridor zijn gebaseerd op wetenschappelijke gegevens. De corridor zal belangrijke habitats verbinden. Het scheppen van een nieuw nationaal park in de noordelijke zone van Costa Rica zou ook de lokale economie verbreden, waarbij mogelijkheden worden geschapen in een laageconomisch gebied, dat tegenwoordig steunt op beperkte mogelijkheden van boscultuur en landbouwactiviteiten. Deze schilderachtige rivieren van dit gebied, rijke biologische bronnen en dorpsgastvrijheid zijn allemaal attracties die zullen bijdragen aan ecotoerisme op kleine schaal. Het Maquenque National Park zou tevens de populatie Grote Soldaten ara van Nicaragua beschermen, die genetische banden onderhoudt met de populatie van Costa Rica.

We bouwden een samenwerking op met Fundación del Río, een Nicaraguaanse NGO die in het zuidoosten van Nicaragua opereert, langs de San Juan rivierbeddingen en de bufferzone van het Indio-Maíz Biological reservaat. Deze samenwerking lanceerde in 2002 een gezamenlijke campagne getiteld `De Grote soldaten ara, Trots van de San Juan River Basin´, waaronder educatief materiaal zoals folders en kalenders. Drie workshops en veldtrips werden georganiseerd in de bufferzone van het Indio-Maíz Biological reservaat in Nicaragua. Ze bereikten het Ministerie van Milieu en Natural Resources (MARENA), leden van de nationale garde langs de San Juan River, lokale leiders, jonge mensen, scholen, NGO´s, lokale regeringen en onderzoekers. Er werd in januari 2002 een campagne gelanceerd om nesten van de ara´s te rapporteren.

Omdat de bevolking van Costa Rica en Nicaragua in toenemende mate het inheemse charisma zoals de Grote soldaten ara erkennen, zal het programma veel resultaat opleveren, op het gebied van biologische bescherming en de groter wordende toewijding van de Costa Ricaanse bevolking om hun buitengewone rijke natuurlijk erfenis te behouden.



Corridor begrip en indeling


Om de habitat veilig te stellen naar een effectieve biologische corridor, stellen we voor een dryaden beoordeling van publiekelijk en privé landerijen binnen het corridorgebied: een beschermd kerngebied (Maquenque National Park); een serie van kerncorridors, of voorkeur gebieden, die kunnen dienen als een stapsteen voor soorten die afhankelijk zijn van relatief grote blokkades voor de doelmatigheid van de corridor; en de oorspronkelijke vorm van de corridor, die kerngebieden zouden omringen.

Deze indeling is ontworpen om het volledige aantal inheemse soorten te beschermen en verbindende basisfuncties van de corridor te vervullen, onderwijl vergelijkbaar verantwoord bosgebruik en voordelen van milieudiensten te maximaliseren.


Ara festival in mei

Vanwege deze uitstekende samenwerking, besloten we het jaarlijkse kleinschalige Festival te veranderen in het Eerste Bilaterale Ara Festival in Boca San Carlos, op de oevers van de rivier San Juan aan de grens met Nicaragua. Er waren 26 organisaties bij betrokken. Het Great Green Macaw Research en Conservation Project haalde samen met United Nations Development Program (UNDP), de Mesoamerican Biological Corridor en privé donors $8.000 op om het evenement te financieren.

Deze som geld stelde ons in staat om 125 Costa Ricanen en 125 Nicaraguanen naar het evenement te brengen en hun gratis vervoer, voedsel en onderdak te geven. Ondanks het regenachtige weer en de glibberige modderige wegen, bezochten meer dan 500 mensen het evenement, de meeste kwamen uit de omliggende gemeenten. De burgemeester van San Carlos (Costa Rica) en de burgemeester van El Castillo (Nicaragua) opende het evenement tezamen, waarbij ze symbolisch de ´Almendro van vriendschap´ plantten. Ander activiteiten omvatten een beach-volleybal toernooi, een tekenwedstrijd voor lokale scholen, volksdansen, kunstexpositie, muziekgroepen en spelers uit beide landen die, ara´s en Almendro´s uitbeeldden. Het middelpunt van het Festival was de jaarlijkse presentatie van prijzen voor de nestbewakers, met 18 lokale boeren die een prijs kregen.

Door de aanhoudendheid door de jaren heen en een doorlopend bewustzijnscampagne in Costa Rica gericht op de Grote soldaten ara en beschermingsactiviteiten verklaarde de nieuwgekozen Minister van Milieu, Carlos Manuel Rodriguez, de vestiging van Maquenque National Park één van de belangrijkste wensen van het land. Hij stemde in met de politieke back-up door ons initiatief om zijn doel te bereiken, een nieuwe manier van denken in tegenstelling tot de laatste uitspraak van Minister Elizabeth Odio. We hebben nu alle medewerking die we nodig hebben aan onze kant en we willen de komende jaren gebruiken om al wat mogelijk is te doen om Maquenque National Park te vestigen, met hulp van de World Parrot Trust en andere organisaties.





Vliegen of niet vliegen – dat is de vraag? (Pag. 8/9)
Door Steve Martin

Proloog


Het is weer gebeurd, iemand stuurde me een e-mail met de vraag hoe zijn/haar papegaai buiten te leren vliegen. Als ik een muntje had…. u begrijpt me wel. Mijn standaard antwoordt op deze vraag is meestal een kort, professioneel omzichtig briefje samengevat in een biologieles, waarin de basisdetails worden uitgelegd van de kunst van het vliegen.

Mijn correcte antwoord bevat geen vragen die ik eigenlijk zou willen stellen zoals, waarom in hemelsnaam wil je je papegaai buiten laten vliegen en hem blootstellen aan alle gevaren, waar een verzorger een vogel tegen zou moeten beschermen? En, heb je je papegaai gevraagd of hij gedwongen wil worden tot deze riskante, grote onbekendheid? De vogel heeft zijn hele leven binnen doorgebracht, beschermd tegen gevaren van de snelweg, vijver, honden, elektriciteitsdraden en ontelbaar meer risico’s die de naïeve papegaai te wachten staan. ‘Mijn vogel is heel graag buiten’ is het refrein dat ik al te vaak heb gehoord van goedbedoelende eigenaren, die vaak het fladderen van hun half in paniek rakende papegaai met geknipte vleugels, die zich stevig aan hun vuist vastgrijpt die veilig over hun poten heen ligt, verkeerd uitleggen. ‘Hij vindt het heerlijk met zijn vleugels te oefenen als we naar buiten gaan. Als ik zijn vleugels laat groeien, kan hij ervaren hoe heerlijk vliegen is’. Dit tafereel heeft zich al ontelbare malen afgespeeld en zal jammer genoeg nog ontelbare malen afgespeeld worden.



Introductie


Een van de meest brandende vragen op de vragenlijst tegenwoordig is of een papegaaienbezitter wel of niet de vleugels van zijn vogel moet knippen. De een zegt: ‘het is je verantwoording als papegaaienbezitter om de vleugels van je papegaai te knippen om het te beschermen tegen verwondingen en hem de vrijheid van het buiten zijn te laten ervaren zonder bang te zijn dat het wegvliegt.’ De ander zegt: ‘het is een wrede en ongewone straf, inderdaad het is mishandeling om een papegaai zijn vleugels te knippen. Hoe kun je de vogel zijn recht op vrijheid ontnemen?’ Het is verbazingwekkend voor mij dat de twee kampen zover van elkaar af staan. Ik denk als de twee kanten zo onvermurwbaar zijn over tegenovergestelde standpunten, liggen de antwoorden meestal er tussenin. Dus neem ik deze gelegenheid te baat om standpunten te delen en dit betwistbare onderwerp te onderzoeken.

Knippen of niet knippen


Het wel of niet knippen van de vleugels van een papegaai hangt af van veel factoren. Ik denk dat het meest belangrijke van deze factoren zou moeten zijn de gezondheid en het welzijn van de vogel. Voor een juiste inschatting van de waarde van het vliegen voor papegaaien moet je beginnen bij zijn natuurlijk achtergrond. Waarom moeten papegaaien vliegen in het wild? Mij lijkt het dat de belangrijkste reden waarom papegaaien in het wild vliegen is om hun broedplaatsen te vinden en te vestigen, voedsel te vinden en te krijgen, veilige rustplaatsen te bereiken en, heel belangrijk, ze vliegen om aan hun vijanden te ontsnappen. Ik weet zeker dat er andere redenen zijn waarom papegaaien vliegen, maar deze zijn het meest belangrijk. Sommige mensen zullen zeggen dat papegaaien vliegen voor hun plezier. Dat kan waar zijn, maar laten we dat voor straks bewaren.

Kunnen we de redenen die ik hierboven noemde accepteren als de voornaamste reden dat papegaaien in het wild vliegen? Zo ja, kunnen we dan ook accepteren dat deze redenen niet belangrijk zijn in gevangenschap? Papegaaien hebben eten, water, territorium, veilige rustplaats en geen vijanden in hun gevangenschap. Dus, is vliegen belangrijk voor gezelschapspapegaaien? Sommige mensen denken dat vliegen belangrijk is omdat het helpt de vogels fysiek meer fit en gezond te houden. Ikzelf denk dat dit waar kan zijn. Maar ik vermoed als iemand zou onderzoeken welke papegaai in de geschiedenis het langst heeft geleefd, dat ze zullen ontdekken dat die vogels geknipte vleugels hadden. Een paar andere mensen denken dat het belangrijk is voor een papegaai om te vliegen omdat het leuk is, verrijkend en net zo natuurlijk als lopen voor mensen. Dit kan ook waar zijn.



Laten we gaan vliegen


O.K, waarom, laten we aannemen dat je hebt besloten dat je papegaai kan vliegen. De volgende stap is te ontdekken of hij de kunst van het vliegen meester is. Het feit dat je vogel vleugels heeft, wil niet zeggen dat hij een bekwaam vlieger is. Veel papegaaienbezitters hebben de vleugels van hun papegaai laten groeien om tot de teleurstellende ontdekking te komen dat hij zijn nieuwe vleugelkracht niet gebruikte. Papegaaien, zoals de meeste vogels, ontwikkelen hun vleugelslag in de eerste paar maanden van hun leven. De natuur geeft motivatie aan een jonge papegaai om zichzelf uit de nestholte te laten vallen en zijn vleugels voor het eerst uit te proberen. Zoals een kind leert fietsen, zal een papegaai veel fouten maken voordat het zijn vaardigheden ontwikkeld die nodig zijn om een meester van het luchtruim te worden. Een gezelschapspapegaai waar zijn vleugels van zijn geknipt voordat hij heeft leren vliegen, zal deze erg belangrijke periode in zijn leven missen en misschien nooit goed kunnen vliegen. Als de eigenaar de vleugels laat groeien, kan hetzelfde zijn als iemand voor het eerst in zijn leven op een fiets zetten en hem een helling af laten racen.

Technieken


De afgelopen 26 jaar heb ik veel papegaaien buiten in shows die we maken laten vliegen. Bij de training die ik deze vogels geef voordat ze ooit buiten mogen vliegen komt veel meer kijken dan de meeste mensen denken. We voeden onze papegaaien op in groepjes, of paren, in grote kooien waar ze van stok tot stok kunnen vliegen (meestal zo’n 2m uit elkaar). We hebben eveneens drie grote rennen (tot wel 15m lang) waar we twee tot drie trainingssessies per dag houden….. elke dag. Het neemt twee maanden intensieve training in beslag voordat ik het vertrouwd vind een papegaai buiten te laten vliegen. Plus dat ik een uitgebreide staf van professionele dierentrainers heb, die een hele belangrijke rol in het opvoeden van deze vogels hebben. Ze hebben een uitstekende kennis van ‘Operant Conditioning’ en ‘Positive Reinforcement’ trainingstechnieken, en ze hebben inzichten en vaardigheden ontwikkeld die simpelweg niet nodig zijn als je met papegaaien werkt die geknipte vleugels hebben. Er is nog een ding om te overwegen, wat ik hier heb genoemd is maar een fractie van ons trainingsproces. Ik denk dat minder dan dit de vogels in gevaar zou brengen.

De menselijke factor


Mijn taak is niet alleen het trainen van vrij vliegende vogels, ik train ook mensen. Ik heb meer dan 500 professionele trainers geleerd om veel soorten vogels in vrijevluchtprogramma’s te laten vliegen. Ik heb ook ontelbare workshops en lezingen aan huisdiereigenaren gegeven. Deze ervaringen hebben me geleerd dat de meest belangrijke factor in vrij vliegen (of zelfs bezitten) van papegaaien ’menselijk’ is. ‘De menselijke factor weegt vaak zwaarder dan de dierlijke factor als ik vrij vliegende vogels zie. Niet alle mensen zijn hetzelfde geschapen. Sommige mensen hebben een talent om vogels te begrijpen; een gave die hen in staat stelt aan te voelen wat in een vogel omgaat. Toch zijn er anderen die hier zover vanaf staan zelfs het meest elementaire begrip van hoe een vogel functioneert, dat naar mijn mening zouden ze geen vogels mogen bezitten. Dit zijn meestal de mensen die vogels kopen uit eigen belang. Iemand wilde dat ik hem leerde zijn vogel te trainen om kunstjes te doen, zodat hij ‘meer vrouwen kon oppikken aan het strand’. Jammer genoeg kan iedereen een papegaai hebben.

Het hebben van een vogel is als autorijden…iedereen kan het doen. Maar een vrij vliegende papegaai buiten is als rijden met een Daytona 500. Het zou beperkt moeten zijn tot de meest ervaren en getalenteerde mensen die de juiste uitrusting hebben. Bij het vrij vliegen met papegaaien buiten, moet de uitrusting beginnen met een gedegen kennis van gedragswijzigingstechnieken die gebaseerd zijn op een positieve inslag en een vogel die een overtuigende en geschikte vlieger is.

Vogels vrij buiten laten vliegen is iets wat ik ten sterkste afraad. Vogels binnen vrij laten vliegen is iets wat ik graag overlaat aan de individuele papegaaienbezitter. Maar ik wil de volgende overdenkingen aanbieden. Veel papegaaien genieten ervan hun natuurlijke vliegkunsten te gebruiken. Deze vogels zijn diegene die de geschikte en overtuigende vliegvaardigheden hebben, diegene die de hoek om kunnen manoeuvreren, die midden in de lucht van richting kunnen veranderen en gecontroleerde landingen maken elke keer als ze vliegen. Van deze met vliegen vertrouwd zijnde vogels kun je verwachten dat ze zich niet bezeren in tegenstelling tot vogels met minder vliegvaardigheden, maar ze zijn niet immuun voor ongelukken. Zelfs de beste vliegers zijn verdronken in het toilet, gecrasht tegen niet beschermde ruiten, gewond geraakt omdat ze op een hete kachel landde, of door open deuren naar buiten zijn gevlogen of van hun schouder omdat ze vergaten dat ze er waren. Deze lijst van mogelijkheden is misschien net zo lang, of langer, dan voor papegaaien met geknipte vleugels. B.v. op veel papegaaien met geknipte vleugels wordt jaarlijks gestaan door hun verzorgers, iets wat nauwelijks voorkomt bij papegaaien die goed kunnen vliegen. Zelfs papegaaien met geknipte vleugels zijn weggevlogen als ze mee naar buiten werden genomen. Het knippen van de vleugels van de papegaai garandeert niet dat het niet kan (weg)vliegen. Plus een papegaai met geknipte vleugels buiten is kwetsbaar voor ongelukken met auto’s, honden, katten, water, etc.

Samenvatting


De discussie over het wel of niet knippen van vleugels van papegaaien zal waarschijnlijk doorgaan zolang als er mensen zijn die papegaaien houden als huisdier. Er zijn gefundeerde punten van overweging aan beide kanten van het argument. Mijn hoop is dat mensen de gezondheid en het welzijn van de vogels willen overwegen, plus hun persoonlijke mogelijkheden en leefsituatie als ze deze belangrijke beslissing nemen.

Ik zal mensen blijven waarschuwen voor het gevaar van vrij vliegende papegaaien en zal vermijden d.m.v. mijn boeken, lezingen of video’s iedereen aan te moedigen om een papegaai buiten vrij te laten vliegen. Voor mij is dit de enige ethische positie die ik kan innemen. Als ik het in een boek, lezing of video over vrij vliegen heb, zou dat gelijk staan met het geven instructies over sky diving zonder ondersteuning van persoonlijke aandacht. Ik zou moeten veronderstellen dat de persoon het boek zou lezen en het goed genoeg begrijpen om succesvol te zijn. Als er iets misging, zou ik me verantwoordelijk moeten voelen. Ik geloof dat de meeste papegaaienbezitters serieuze mensen zijn die alleen het beste voor hun vogel willen. Soms betekent dit hem de ruimte te geven en soms betekent dit het knippen van de vleugels. Als de vogels ons maar eens konden vertellen wat ze wilden…..





De handel in wilde papegaaien: stop het! (pag. 12/15)
Door Rosemary Low


In Europa zijn we nog niet beschaafd of bezorgd genoeg om het voorbeeld van de USA uit 1993 te volgen toen de Wild Bird Conservation Act in werking trad. Het verbood de import van alle wildvang papegaaien behalve in zeldzame omstandigheden. Ik zou de belangrijkheid van de Wet onderschrijven en de noodzaak een zelfde wet in te stellen in Europa en elders. Tegenwoordig zijn er in Engeland dubbele standaards. In de meeste gevallen is het vangen van inheemse vogels illegaal, zo ook het weghalen van eieren of zelfs het verstoren van hun nest en kan eindigen in een veroordeling. Toch importeren we duizenden wildvang vogels uit andere landen. De World Parrot Trust houdt een campagne voor een verbod op de import van wildvang papegaaien naar de Europese Unie. Er is een petitie getekend door meer dan 16.000 mensen in 83 landen. We vragen je deze petitie te tekenen als je dat nog niet gedaan hebt en tenminste drie andere personen om het ook te doen.

De handel in wildvang papegaaien is zo wreed, verspillend en onnodig. De argumenten in het belang van verdere handel, die vaak in Europa worden gehoord, zijn allemaal ongeldig en gebaseerd op onbegrip.

Ze houden het volgend in:

´Bloedverversing´ is nodig: fout


Veel kwekers beweren dat ´bloedverversing´noodzakelijk is om de zeldzamere soorten in de avicultuur in stand te houden. Ik beweer dat de afgelopen tijd laat zien dat enorme aantallen van bepaalde soorten niet hebben geleid dat ze in stand bleven, simpelweg omdat ze niet ´commercieel´zijn. Een voorbeeld hiervan is die van de Vuurvleugel parkiet Brotogeris pyrrhopterus uit west Ecuador en uiterst noordelijk Peru. Hij werd tijdens de 80-jaren heel erg uitgebuit voordat hij in zijn beperkte verspreidingsgebied in overvloed voorkwam. Toen van 1983 tot 1988 tenminste 60.00 vogels werden geëxporteerd. De meeste hiervan waren uit het nest gehaald en met de hand grootgebracht. Ze waren erg populair in de USA als huisdier. Ondanks de export van tienduizenden vogels, is het nu een zeldzame vogel in de avicultuur met waarschijnlijk minder dan tien kwekers in de USA. Afgelopen jaar deed ik uitgebreid navraag en adverteerde in verschillende papegaaientijdschriften in de UK, maar ik niet in staat één vogel te traceren, Als een soort zich niet kan vestigen in de avicultuur als er 60.000 werden geëxporteerd gedurende een periode van vijf jaar, is het argument, dat de handel in wildvang vogels moet doorgaan vanwege onverwante vogels voor de kweek, niet erg overtuigend. De totale populatie van de Vuurvleugel parkiet, die nu op de lijst van bedreigd staat, wordt geschat op slechts zo´n 15.000 vogels – één kwart van het aantal geëxporteerde vogels in die periode van vijf jaar. In dit geval had handel een blijvende terugslag op deze aantallen en mede door ontbossing is er nu geen mogelijkheid tot overleven.

Vangst steunt lokale gemeenschappen: fout


Sommige kopers van wildvang vogels beweren te geloven dat ze financieel bijdragen aan lokale gemeenschappen. In feite brengt de vangst van papegaaien een klein geldbedrag op voor de vangers of iemand anders in het land van oorsprong die het geld nodig heeft. In Mexico bestudeerd Katherine Renton de Finschi amazone Amazona finschi waar de handel in inheems amazones hoogst ongewenst is. Zie haar artikel in het volgende februarinummer van PsittaScene, waar ze de mythe begraaft dat de arme mensen profiteren van de vangst van papegaaien.

De meeste winst op handel in papegaaien gaat naar reeds rijke tussenpersonen in de importerende landen.



Kweek draagt bij aan bescherming: fout


Sommige kwekers beweren dat door het kweken van zeldzame papegaaien, die nog steeds uit het wild worden geïmporteerd, vaak illegaal, ze bijdragen aan hun bescherming. In de UK was er een ongelukkige zaak van een kweker die wildvang Lear´s ara Anodorhynchus leari kocht, een kritisch bedreigde soort met als resultaat dat hij werd veroordeeld. Hij beweerde dat zijn enige doel was de bescherming van de soort. Eén papegaaienweekblad ontving heel veel brieven voor steun aan hem, met de opinie dat zijn veroordeling hardvochtig en onrechtvaardig was. Ze waren blijkbaar niet in staat te begrijpen dat zijn actie en de acties van anderen die zulke vogels kopen, de reden zijn dat de soort kritisch bedreigd is.

Een belangrijke reden waarom privé-kwekers niet kunnen deelnemen aan broedprogramma´s voor bedreigde soorten is het gezondheidsrisico. In de laatste tientallen jaren hebben virale ziekten wereldwijd een erg serieuze invloed op papegaaiencollecties gehad. Deze ziekten zijn het resultaat van massa export van wildvang papegaaien, waar vogels in ongezonde en overbevolkte omstandigheden worden gehouden. Wilde papegaaien kunnen met deze virussen een eeuwigheid hebben geleefd maar in tijden van stress komen ze aan het licht. Ook als vogels uit verschillende continenten dezelfde bovengenoemde locaties worden gehouden, lopen ze tegen virussen aan waar ze geen weerstand tegen hebben, met fatale gevolgen. Ik verwijs naar de uitbraken van PBFD, maagdilatatie, Pacheco en anderen. Velen hiervan zweven aan het oppervlak in volières van kwekers, hoe goed de omstandigheden ook zijn. De veel voorkomen van ziekten in collecties waar verscheidene papegaaiensoorten worden gehouden, betekent dat vrijlating van vogels gekweekt in gevangenschap een onacceptabel risico voor de wilde populatie betekent. Hierom moeten broed- en vrijlatingprogramma´s in situ zijn, zoals die van de Echoparkiet Psittacula eques op Mauritius en de Porto Ricaans amazone Amazona vittata op Porto Rico.

Zulke kwekers beweren ook dat het belangrijk is om een voorraad in gevangenschap te hebben van de zeldzamer soorten om de wilde habitats te bevoorraden als een soort uitgestorven raakt. Het feit dat handopfok vogels meestal slechte kandidaten zijn voor vrijlating is een andere reden waarom privé-kwekers niet graag meewerken aan de bescherming van bedreigde papegaaien. Hoewel er veel in gevangenschap worden gekweekt, worden de meeste niet door de ouders grootgebracht, om de productie te verhogen (en inkomsten).

Paren kunnen opnieuw broeden: fout


Sommige mensen voorstanders van voortzetting van de handel beweren dat als het jong van een paar wordt weggehaald uit het nest, het paar opnieuw zal broeden. Verzamelde gegevens tussen 1979 en 1999 van onderzoekers die ecologische- of gedragsstudies leidden bij neotropische papegaaien toonden aan dat overal de vangstcijfers 30% was (Wright and Toft, 2001) . Als een nest mislukte, was opnieuw broeden in hetzelfde jaar uiterst zeldzaam bij paren (verscheidene soorten): slechts 1% van de paren broedde opnieuw.
Andere redenen om de handel in wildvang papegaaien uit te bannen zijn als volgt:

Wreedheid


Vangstmethoden zijn onmenselijk. Diegenen die twijfelen moeten kijken naar e video ´Where the wild Greys are´van de World Parrot Trust. Het toont de verbijsterende behandeling en ruw omgaan met Grijze roodstaarten die worden gevangen in netten in de Kongo, waaronder veel volwassen vogels. Dit is het ergste en meest verspillende soort handel, omdat veel volwassen papegaaien zullen sterven van de stress na dagen, weken of maanden van intense angst. Het vangen van volwassen vogels zou niet moeten worden toegestaan, omdat:

A velen kunnen nooit in leven in gevangenschap accepteren. Ze zijn geen geschikte huisdieren en zijn al snel ongewenst.

B de broespopulatie wordt gedecimeerd en

C vangst berooft sommige gekoppelde vogels van hun partners met mogelijk gevolg dat kuikens in het nest sterven van honger.

De handel in kuikens die uit het nest worden geroofd is net zo wreed. Eén dealer in het Argentijnse Chaco verklaarde dat het gemiddelde aantal jonge Blauwvoorhoofd amazones Amazona aestiva die zijn handen passeerden in één jaar 7.000 stuks was en dat in 1973 het 13.500 kuikens voerde. Er konden er 300 in een uur gevoed worden. Een schandalig stukje film, dat vele malen op televisie werd vertoond, toont kuikens van deze soort die gevoerd en overvoerd worden. Diegene die overvoerd werden gingen dood, waarschijnlijk direct, en werden terzijde geworpen.

Vangst elimineert populaties


Handel alleen, of handel samen met habitatvernietiging (zoals bij de Spix´s ara Cyanopsitta spixii) kan en heeft geleid tot uitsterven. Een aantal papegaaiensoorten die vroeger gewoon voor ons waren, hebben te lijden gehad van catastrofale teruggang vanwege stropen. In Venezuela b.v. is de meest geliefde papegaaiensoort de Geelvoorhoofd amazone Amazona ochrocephala vanwege zijn spraakvermogen. Desenne en Strahl 1991 dachten dat hij ´de status van bedreiging binnen Venezuela zou bereiken vanwege de hoge aantallen van deze soort die werden gevangen voor nationale en internationale handel´.

De Kleine Geelkuifkaketoe Cacatua sulphurea sulphurea is één van de 15 kritisch bedreigde papegaaien ter wereld – enkel en alleen door overbejaging voor de dierenhandel. De aantallen gevangen papegaaien zijn talrijk. Een studie in eind 1990 over de internationale handel in papegaaien die op de lijst van CITES stonden ontdekte die tussen 1991 en 1996 1,2 miljoen papegaaien waren geëxporteerd, die hoofdzakelijk uit de neotropische landen kwamen. Van deze cijfers denkt men dat het een grove onderschatting is van de actuele aantallen vogels die uit het wild worden gehaald omdat ze sterfte vóór export niet meetellen, wat geschat wordt op 60% van alle vogels die worden gevangen of uit het nest worden gehaald.



Cijfers van internationale handel tellen niet voor de aanzienlijke illegale handel en de gelijkwaardige serieuze binnenlandse handel. Als deze factoren in overweging worden genomen, werd het aantal kuikens dat uit het nest wordt gehaald in het wild in de neotropen van 1982 tot 1986 geschat op 400.000 tot 800.00 per jaar.

Vernietiging van nestplaatsen


Gebrek aan nestplaatsen is verminderd de populatie in veel gebieden, vaak als gevolg van selectief kappen van de grotere bomen. Maar onderzoekers in het Argentijnse Chaco, die de invloed van handel in de Blauwvoorhoofd amazone bestudeerde, schatten dat zo’n 100.000 nestbomen tussen 1981en 1989 door stropers werden vernietigd of beschadigd wanneer ze de kuikens uit het nest stalen (Bucher et al, 1992).

CITES


De Convention on Trade in Endangered Species (CITES) heeft wel wat invloed gehad – maar niet genoeg – op controle op export. Dit is het enige wereldwijde verdrag opgezet om de bedreigde fauna en flora te beschermen tegen excessieve handel. Wat betreft wildvang vogels zal op een soort de graad van bedreiging worden opgelegd, verdeeld over drie Appendixen. Op Appendix I staan de soorten die met uitsterven bedreigd worden, waarbij de handel een catastrofaal effect zou hebben. Op Appendix II staan soorten die bedreigd kunnen worden als de export niet effectief geregeld wordt. Handel in deze soorten is toegestaan als het verantwoord is en de specimen legaal zijn verkregen. Tevens op Appendix II staan de nakweek - maar niet die van de eerste generatie – van soorten die op Appendix I staan. De overeenkomst werd getekend in maart 1973. Op 6 juni 1981 werden bijna alle leden van de papegaaienfamilie, behalve diegene die op Appendix I staan, op appendix II geplaatst. Terwijl ik dit schrijf, zijn er 136 ondertekenaars van CITES. Helaas zijn sommige landen die handel drijven in enorme aantallen wildvang vogels geen ondertekenaars van het verdrag. Papegaaien op Appendix II worden nog steeds gevangen en geëxporteerd, hoewel er geen onderzoek naar de meeste soorten is gedaan en niet bekend is of de handel verantwoord is. Jaarlijkse aantallen zoals die vastgesteld zijn door Guyana en Argentinië, waren blijkbaar niet gebaseerd op onderzoek en zouden de verantwoorde niveaus kunnen hebben overschreden, of nog steeds doen.

Exporterende landen


In de afgelopen tientallen jaren, is er verandering opgetreden in de belangrijkste exportlanden van neotropische papegaaien. Brazilië heeft in 1967 de export van zijn fauna verboden, Costa Rica en Venezuela deden hetzelfde in 1970 en Colombia in 1973. Begin jaren 70 waren de grootste exporteurs Mexico, Colombia, Peru en Paraguay. Begin jaren 80 hadden Belize, Ecuador, Mexico en Colombia de export in wildvang vogels stilgelegd en belangrijkste exporteurs waren Argentinië, Bolivia, Guyana, Honduras en Peru. In 1984 verbood Bolivia de export in wildlife en Argentinië was jarenlang de enige grote exporteur van neotropische papegaaien. Guatemala verbood in 1986 de export en Honduras in 1990. In de 90-jaren kwamen de meeste papegaaien Europa binnen vanuit Guyana en Nicaragua. Er moet bij gezegd worden dat de meest van deze landen een grote interne handel in wildvang vogels in stand hielden en de illegale export en smokkel van veel soorten doorging als voorheen. Veel papegaaien komen illegaal over de grens.

Bedenk dat twee Mexicaanse soorten op deze lijst voorkomen. Eén van hen is de inheemse Finschi amazone Amazona finschi, onderwerp van een beschermingsprogramma. Na een verbod op export van bijna 20 jaar van zijn fauna, heeft Mexico de wetgeving veranderd. Dit wordt sterk betwist door milieubeschermers.



Soorten met een hoge sterfte


Sommige soorten worden geëxporteerd ondanks het feit dat hun overleven bijna nihil is. Het is bekend dat de Langstaart Edelparkiet Psittacula longicauda maar zelden, op zijn minst, meer dan een paar maanden overleeft in gevangenschap. Broedsuccessen zijn er maar weinig en op lange termijn geen stand houden. In het jaar 2000 werden er 648 stuks vanuit Maleisië geëxporteerd. Het is onwaarschijnlijk dat er nu nog in leven zijn. Velen overleven niet eens de reis, deels omdat ze slecht verpakt worden om verzendkosten te sparen.

Een andere soort uit Maleisië met een uiterst laag overlevingspercentage is de Blauwstuit papegaai Psittinus cyanurus. Hij wordt aangemerkt als bijna bedreigd (dichtbij de kwalificatie kwetsbaar, wat betekent dat hij een groot risico loopt om uit te sterven in de nabije toekomst). Overleven is ook laag voor her Blauwkroontje hangparkiet Loriculus galgulus uit Maleisië, hoewel een klein aantal vogels in gevangenschap worden gebroed. Het is duidelijk dat de exporthandel uitsluitend gericht is op winst maken met totaal geen consideratie voor de betrokken vogels. Omdat dit niemand zal verbazen, zou de handel in soorten met een uitermate hoog sterftecijfer moeten worden verboden.

Helaas is het te verwachten dat het nog vele jaren zal duren (indien ooit) voordat ethiek enige rol in de exporthandel zal spelen.

Handel in Indonesië


In juli van dit jaar gaf de Indonesische organisatie KSBK (Animal Conservation for Life) een rapport uit over de papegaaienhandel in Indonesië. In de provincie Noord Malakka b.v. worden jaarlijks 15.000 papegaaien gevangen. Er is geen limiet aan aantallen van sommige soorten (zoals de Witkuifkaketoe Cacatua alba) die kunnen worden gevangen. Zelfs in het geval van soorten die nul exportquota hebben, geeft de lokale commissie (SBKSDA) veel vergunningen uit. De vogels worden naar Jakarta en Bali gestuurd. Op Java worden veel van deze papegaaien op markten verkocht.

Het Nationale Leger van Indonesië (TNI) is betrokken bij deze handel. Soldaten die van hun dienstplicht terugkomen brengen honderden papegaaien mee op oorlogsschepen. Soorten waaronder Molukse lori Lorius garrulus, Violetnek lori Eos squamata en Witkuifkaketoes.

Van januari tot maart 2002 deed KSBK, m.b.v. de RSPCA, onderzoek naar de papegaaienhandel op vijf makten op Java. De meest verhandelde soort was de Zwartkap lori Lorius lory. Er werd ook stevig gehandeld in andere lorisoorten, Eos lories, Edelpapegaaien Eclectus roratus, Groenvleugel koningsparkieten Alisterus chloropterus en Tanygnathus soorten. Dealers in Jakarta en Bali verschepen naar Pakistan, Katar, Taiwan, Italië en Spanje.

De meeste van deze vogels worden abusievelijk gemeld als gekweekt in gevangenschap. Van de gevangen soorten zijn 47% bij wet ‘beschermd’. De handel heeft geresulteerd in de verdwijning van de lokale Kleine Geelkuifkaketoe en de Molukken kaketoes Cacatua moluccensis, Diadeem lori Eos histrio, Vrouwen lori Lorius domicella en Molukse lori Lorius garrulus.

Ons lid Stewart Metz, M.D. heeft de “Stop Smuggling of Indonesian Birds” petitie opgestart voor President Megawatti Soekarno Putri. Je wordt dringend verzocht deze petitie te tekenen eventueel on-line:

www.PetitionOnline.com/cockatoo/petition.html

Dat de Wild Bird Conservation Act (WBCA) effect had in het terugbrengen van nestroof in Zuid Amerika was de zien bij tien soorten die direct vergelijkbaar waren: de vangstcijfers waren 48% voordat de Wet in werking trad in 1992 en 20% nadat het een Wet werd.

Onderzoek heeft uitgewezen dat soorten van de neotropen verdwenen. Het zal verder teruglopen als de Europese Economische Unie (EEU) zich hierbij zou aansluiten. De EEU staat te boek als importland van meer dan 75% illegale papegaaien in de drie jaar volgend op het in werking treden van de WBCA.

Maar er zijn nog steeds veel landen, vooral het Midden Oosten, dat grote aantallen wildvang papegaaien

importeert. Het lijkt waarschijnlijk dat mettertijd de meeste landen de import van wildvang papegaaien niet zal toestaan. Maar tegen de tijd dat dat gebeurt zullen zóveel papegaaien zijn verdwenen dat de exporthandel niet meer levensvatbaar zal zijn. Het heeft al onomkeerbare schade toegebracht aan veel papegaaienpopulaties en onberekenbaar lijden voor miljoenen papegaaien.

Referenties


Zie PsittaScene

Dankzegging


Zie PsittaScene

Aantekening voor uitgevers

van tijdschriften


Gebruik dit artikel a.u.b. Dat mag zonder toestemming maar vermeld: dit artikel verscheen voor het eerst in PsittaScene, november 2002, het tijdschrift van de World Parrot Trust.

EXPORTCIJFERS


Zie PsittaScene

Vertalingen Ria Vonk












De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina