Zelfstandige stage



Dovnload 26.73 Kb.
Datum14.08.2016
Grootte26.73 Kb.

Betreft: Aanvraag zelfstandige stage derdejaarsstudent

Professionele bachelor in het onderwijs: Leraar kleuter

Geachte directie

Geachte stagecoördinator


De laatstejaarsstudenten van de lerarenopleiding van UC Leuven- groep Lerarenopleiding campus Comenius, doen hun eindexamens in januari en kunnen daardoor het hele tweede semester ten volle benutten voor het opdoen van praktijkervaring tijdens het zgn. ‘praktijksemester’. Het doel van het praktijksemester is de studenten zo dicht mogelijk bij de beroepspraktijk te betrekken in al zijn aspecten en al zijn vormen.
Daarom bieden we onze studenten tijdens dit praktijksemester de mogelijkheid om op zelfstandige basis praktijkervaring op te doen in een binnen- of buitenlandse onderwijsinstelling naar keuze. We zijn ervan overtuigd dat studenten in het derde jaar voldoende voorbereid zijn om deze taak tot een goed einde te brengen.
Het praktijksemester start onmiddellijk na de januari-examens en omvat 14 weken waarbinnen de studenten zelfstandig een stagepakket samenstellen. Dit stagepakket kan bestaan uit zelfstandige stages, reguliere stages en keuzestages (buiten het reguliere onderwijs).
Met dit schrijven wil ik u vragen of uw school als stageschool wil optreden voor een zelfstandige stage van onze studenten.
Artikel 20 van het decreet van 13 juli 2001 betreffende het lerarenambt maakt het derdejaarsstudenten mogelijk om een zelfstandige stageopdracht uit te voeren. Een zelfstandige stage omvat minimum 6 en maximum 9 effectief gepresteerde en op elkaar aansluitende weken en kan op elk moment in het semester beginnen.
Tijdens deze stage neemt de student in een stageschool zelfstandig de taken van één of twee leerkrachten over. De leerkrachten worden dan (deels) vrijgesteld van hun lesopdracht en kunnen tijdens deze periode andere taken binnen de school op zich nemen. De student wordt tijdens deze stage voltijds ingeschakeld in de stageschool. Zijn takenpakket moet welomschreven worden.
Meer informatie over de regeling van deze stage en over de afspraken die in dit verband zijn gemaakt met onze studenten, vindt u in het document in bijlage.
Bijgevoegd vindt u een stageovereenkomst. Mag ik u – indien u bereid bent de betrokken student als stagiair te aanvaarden – vragen om dit formulier via de student aan ons terug te bezorgen?

Ik dank u van harte voor uw interesse en voor het vertrouwen in onze studenten. De studenten worden goed voorbereid op deze stage. Ik hoop oprecht dat ze zich opstellen als waardige ‘gasten’ van uw school en ‘ambassadeurs’ van onze hogeschool. Mag ik u vragen onmiddellijk contact met mij op te nemen, indien dat niet het geval zou zijn?


Met vriendelijke groeten,


Helene Stragier
Stagecoördinator Bachelor in het Onderwijs,
Kleuteronderwijs

helene.stragier@ucll.be

016/37 55 09



UC Leuven-Limburg

Groep lerarenopleiding



Campus Comenius
Tiensevest 60
3000 Leuven



REGELING ZELFSTANDIGE STAGE
Artikel 20 van het decreet van 13 juli 2001 betreffende het lerarenambt maakt het mogelijk om als derdejaarsstudent een zelfstandige stageopdracht uit te voeren. Een zelfstandige stage omvat minimum 6 en maximum 9 effectief gepresteerde en op elkaar aansluitende weken en kan op elk moment in het praktijksemester beginnen. Tijdens deze stage neemt de student in een stageschool zelfstandig en voltijds de taken van een leerkracht over.

Een zelfstandige binnenlandse stage geeft de student de mogelijkheid gedurende een langere periode op zelfstandige basis kennis te maken met het volledige takenpakket van de leraar.

Deze stages vinden plaats op aanvraag van de stagescholen/instanties (zie artikel 20 van het decreet van 13 juli 2001 betreffende het lerarenambt). Voor een overzicht van de aanvragen neemt de student contact op met de stagecoördinatoren.

Om aan een zelfstandige stage deel te nemen moet de student bewezen hebben over de nodige didactische kwaliteiten en mogelijkheden tot zelfstandig klashouden te beschikken. Concreet betekent dit dat de student geslaagd moet zijn (minstens 10 op 20 gehaald moet hebben) voor het opleidingsonderdeel ‘stage’ tijdens het vorige academiejaar. De stagecommissie geeft tevens een individueel advies per student.

De student draait voltijds mee in de stageschool en neemt zelfstandig een klas/klassen voor zijn rekening. De invulling van de andere taken die tijdens de zelfstandige binnenlandse stage moeten worden volbracht, worden bepaald in samenspraak tussen de aanvragende stageschool en de betrokken stagecommissie.

Hij neemt ofwel een voltijdse job over van één leerkracht of hij neemt opdrachten van maximum twee leerkrachten deeltijds over zodat hij aan een voltijdse opdracht komt. Leerkrachten in de school kunnen dan volledig of gedeeltelijk vrijgesteld worden om aan andere opdrachten te werken binnen de school.

De student functioneert volledig zelfstandig tijdens de stageperiode. Dit wil zeggen dat er niet steeds een stagementor aanwezig zal zijn in het klaslokaal. De stagementor observeert wel af en toe de lessen van de student en houdt wekelijks één bespreking met de student over het verloop van de stage.

Indien stagebegeleiders van de hogeschool dat wensen, kunnen zij een bezoek brengen aan de student tijdens diens zelfstandige binnenlandse stage. Zij maken daartoe vooraf een afspraak met de student en de stagementor(en).

Enkele voorbeelden van mogelijke opdrachten:

  • Een éénklassige school of een mengklas kan een student gedurende een aantal weken vragen om als volwaardige leerkracht de verantwoordelijkheid op te nemen voor een deel van de klasgroep.

  • In een school heeft de directie tegelijk ook nog een lesopdracht, deze lesopdracht kan overgenomen worden door een student zodat de directie zich gedurende enkele weken kan concentreren op de directiefunctie.

  • Een school voorziet bijscholingssessies voor alle leerkrachten, deze worden in hun klassen door een student vervangen tijdens de bijscholingen (zodat klassen niet moeten samengevoegd worden).

  • Een school bereidt een groot feest voor (bijv. een jubileumviering), hier zouden een aantal leerkrachten intens moeten kunnen doorwerken, hun klas kunnen ze aan een student toevertrouwen.

  • Een school wil de eigen leerkrachten meer tijd gunnen voor zorgverbreding, de student vervangt de verschillende leerkrachten doorheen de week.


De begeleiding van de student vanuit de hogeschool loopt als volgt:

  • De student krijgt een stagebegeleider van de hogeschool toegewezen om zijn zelfstandige stage te begeleiden. De stagebegeleider van de hogeschool kan tijdens de stage op bezoek komen in de stageklas.

  • Een week voor de aanvang van de zelfstandige stage waarschuwt de student zijn stagebegeleider dat zijn stage gaat starten. Hij bezorgt zijn stagebegeleider volgende gegevens: opdrachtomschrijving van de zelfstandige stage, verloop van de stageperiode (begin-, eind-, en vakantiedata), contactgegevens van de mentor, contactgegevens van de stageschool.

  • De student bezorgt ten laatste een week voor de start van zijn ZBis een overzicht van de stageperiode aan zijn stagebegeleider van de hogeschool.

  • De stagebegeleider neemt bij aanvang van de stage even contact op met de mentor om de verwachtingen op elkaar af te stemmen.

  • Het weekrooster mag een uittreksel van het agenda zijn dat de student in de stageschool moet gebruiken. We vragen bij het uitwerken van het weekrooster specifieke aandacht voor differentiatie en koppeling met de klasscreening (op welke kinderen wil je de komende week focussen n.a.v. je observaties van welbevinden, betrokkenheid, competenties in de voorbije week?)

  • De student houdt wekelijks één formeel gesprek met zijn stagementor(en) op de stageschool. Dit gesprek wordt grondig voorbereid aan de hand van het formulier “weekreflectie”. Op vrijdag van elke stageweek stuurt de student zijn weekreflectie (besproken en aangevuld na het gesprek met de mentor) door naar zijn stagebegeleider van de hogeschool samen met het weekrooster van de komende week. Studenten sturen samen met de reflectie en het weekrooster wekelijks ook nog één of meerdere foto’s door van hun klas de voorbije week, zodat de begeleider kan inschatten hoe het weekthema / WO-thema in de klas aanwezig was.

  • Ongeveer rond de 3de stageweek vindt er een tussentijds driehoeksgesprek plaats (formatieve evaluatie). Hierbij zitten stagementor, student en stagebegeleider rond de tafel om de voorbije lesweken te bespreken en actiepunten voor de volgende weken te formuleren. Dit tussentijds gesprek vindt plaats op de stageschool zelf.

  • De uiteindelijke evaluatie gebeurt aan de hand van een afsluitend driehoeksgesprek op het einde van de stage. Student, stagementor en stagebegeleider bespreken samen de stage (summatieve evaluatie). Dit afsluitend driehoeksgesprek vindt plaats op de campus van de hogeschool.

  • Voor de organisatie van beide driehoeksgesprekken neemt de student initiatief om zijn stagementoren en stagebegeleiders samen uit te nodigen. Hij doet dit tijdig (minimum é weken op voorhand).



Toelatingsvoorwaarden:

  • Je moet in je laatste jaar zitten en in de tweede opleidingsfase minstens 11/20 hebben gehaald op je stage.

  • Wie 11 of 12 behaalt voor stage OF 2 kan enkel het pakket kiezen met 6 weken zelfstandige stage en 3 weken reguliere stage hieraan voorafgaand. De stagecommissie geeft tevens een individueel advies.

  • Wie 13/20 of meer haalt voor de stage in OF 2, kan kiezen uit alle pakketten en kan dus 9 weken zelfstandige stage doen.

  • Als n.a.v. de novemberstage de stagecommissie van oordeel is dat de student onvoldoende in staat is om de zelfstandige stage tot een goed einde te brengen, kan de stagecommissie een gemotiveerd en bindend advies geven aan de student. Dit advies kan inhouden dat een bijkomende stageopdracht nodig is, dat de zelfstandige stage ingekort wordt door een voorafgaande verplichte reguliere stage te doen, of dat de zelfstandige stage volledig geannuleerd wordt en omgezet worden in een volledig regulier stagepakket.



Planning 



  • Begin juni: De studenten worden op de hoogte gebracht van hun stageprestaties in OF 2. De student weet dan of hij al dan niet geslaagd is voor het opleidingsonderdeel stage in OF 2. Zij krijgen echter nog geen effectief cijfer op 20, dit wordt meegedeeld op het rapport begin juli, samen met cijfers van de andere opleidingsonderdelen.

  • Eind juni – begin oktober: De studenten laten de stageovereenkomst invullen en overleggen met de stageschool over de duur en de periode van de opeenvolgende weken. Ze vragen naar de concretisering van het opdrachtenpakket (in te vullen op document opdrachtomschrijving Zbis -> zie E-POS).

  • Ten laatste op 23 oktober 2015 geven de studenten het overzicht van hun praktijksemester, de stageovereenkomst + het document met de opdrachtomschrijving (zie E-POS) af aan de stagecoördinator.

  • Begin november: Voorstel praktijksemester wordt bekeken en goedgekeurd door de stagecommissie. Stagecommissie kan ook voorstel praktijksemester wijzigen of aanbevelingen doen. De student past zijn voorstel tot praktijksemester dan aan.

  • Op 30 november 2015 post de student zijn definitieve planning van het praktijksemester. Al de stageovereenkomsten betreffende het praktijksemester dienen dan ook ten laatste ingediend te worden.

Evaluatiegesprek



  • De uiteindelijke evaluatie gebeurt aan de hand van een driehoeksgesprek op het einde van de stage. Student, stagementor en stagebegeleider bespreken samen de stage (summatieve evaluatie).

  • Er wordt een regeling getroffen, waarvan datum en uur dienen gerespecteerd te worden.

  • Er wordt gemiddeld een half uur voorzien.

  • De student vertelt ongeveer 10 minuten over de stage-ervaring, toont de bewijzen, schets zijn evolutie en zorgt ervoor dat het belangrijkste dat hij wil zeggen aan bod kan komen (voorbereiden).

  • De stagebegeleider zal enkele vragen stellen over die zaken die niet duidelijk waren in de stagemap.

  • Op basis van het gesprek vult de stagebegeleider van de hogeschool het evaluatieformulier in. Alle partijen, dus student, klasmentor en stagebegeleider zijn hierbij aanwezig en kunnen opmerkingen, suggesties, aanbevelingen doen die op het evaluatieformulier komen te staan.

  • Na het invullen en het samen overlopen van het evaluatieformulier verlaat de student het lokaal, zodat beide stagebegeleiders nog even alleen kunnen napraten met elkaar. Beide begeleiders komen in dit kort overleg tot een consensus omtrent het oordeel ‘geslaagd of niet geslaagd’.

  • De student verneemt meteen na het overleg tussen beide begeleiders of hij al of niet geslaagd is. Indien hij niet geslaagd is moet dit gemotiveerd worden. Het oordeel ‘geslaagd- niet geslaagd’ geldt enkel voor het onderdeel zelfstandige stage. Het eindcijfer van het opleidingsonderdeel stage wordt pas definitief meegedeeld op het rapport eind juni.

  • Op het eindgesprek van de zelfstandige stage wordt er geen cijfer meegedeeld aan de student.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina