Zo vader, zo zoon?



Dovnload 53.1 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte53.1 Kb.

Zo vader, zo zoon?


6e jaargang nr. 6
Redactie:

A. Heijboer (voorzitter)

J. Hoekman

A.P.A. Overbeeke (eindredactie)

D. Rosbergen

C.M. Simons – De Putter

M. Smits

W. Veldhoen

J.W.M. van Weelden
Redactioneel

De appel valt niet ver van de boom, is een bekend spreekwoord. Er wordt bedoeld dat de kinderen vaak het voorbeeld van de ouders navolgen. Je kunt bijvoorbeeld denken aan een vader of moeder die het niet zo nauw nemen met het naar de kerk gaan. Je ziet dan vervolgens dat de kinderen later helemaal niet meer naar de kerk gaan. Andersom kan het ook zijn dat kinderen waarvan de ouders een kind van de Heere zijn, ook in de weg van de Heere wandelen. Nog weer anders is het in deze Treffer. We lezen van een goddeloze koning Jerobeam en van zijn Godvrezende zoon Abia. Abia stierf jong, maar wel als een jongere die de Heere liefhad. Waar herken jij je in?


Bladzijde 3

Ken jij Jerobeam?

Deze Treffer gaat over Jerobeam. Maar, wie was hij ook alweer?

Een koning, toch? Dat klopt.

Maar over Jerobeam is nog veel meer te zeggen. Wat weet jij van hem?

Hier komen een paar vragen.
1. Jerobeam is een knecht van koning Salomo geweest waar / niet waar

2. Jerobeam is koning van het tienstammenrijk waar / niet waar

3. Jerobeam dient de Heere waar / niet waar

4. De Heere heeft Jerobeam het koningschap gegeven waar / niet waar

5. Jerobeam maakt afgodsbeelden waar / niet waar

6. Jerobeams kinderen dienen God niet. waar / niet waar


“En de man Jerobeam was een dapper held. Toen Salomo deze jongeling zag, dat hij arbeidzaam was, zo stelde hij hem over al de last van het huis van Jozef.”

(1 Koningen 11 : 28)


Zo begint de geschiedenis van Jerobeam. Hij valt op bij koning Salomo door het vele werk dat hij doet in dienst van de koning. Wat een mooie plek om je werk te doen. Salomo is heel tevreden over Jerobeams werk. Daarom geeft hij hem een belangrijke ‘baan’ aan het hof. Salomo maakt hem opzichter over de herendiensten (soort belastingen) van de stammen van Efraïm en Manasse.
Het is belangrijk om ons werk, op school of bijbaantje, goed te doen. Dat vraagt de Heere van ons. Vallen wij net als Jerobeam ook op door onze ijver?
En, wat nog veel belangrijker is: Jerobeam werkt voor koning Salomo, hij staat in dienst van de koning. Kan de grote Koning van hemel en aarde aan ons zien dat we ons leven in Zijn dienst willen stellen?

Bladzijde 4

Jerobeam door God geroepen

Jerobeam loopt over de weg vanuit Jeruzalem. In de verte ziet hij iemand aankomen. Als hij dichterbij komt ziet Jerobeam dat het Ahia is, de profeet. Ahia heeft een nieuwe mantel aan. Verbaasd staat Jerobeam toe te kijken als Ahia die uittrekt en aan stukken begint te scheuren. In twaalf stukken legt Ahia zijn mantel op de weg. De profeet zegt tegen Jerobeam:


“Neem u tien stukken; want alzo zegt de Heere, de God Israëls: Zie, Ik zal het koninkrijk van de hand van Salomo scheuren, en u tien stammen geven.”

(1 Koningen 11 : 31)


Jerobeam begrijpt wat Ahia met zijn in stukken gescheurde mantel laat zien. Israël telt twaalf stammen. Over tien stammen zou hij, Jerobeam, koning zijn. Twee stammen zouden voor de zoon van Salomo blijven. De profeet vertelt dat dit pas zal gebeuren als Salomo gestorven is.

In opdracht van de Heere zegt Ahia er nóg wat bij. Als Jerobeam doet wat de Heere gebiedt en Zijn geboden houdt dan zal de Heere met hem zijn. Wat een troost. Jerobeam hoeft het niet alleen te doen. De Heere wil met hem zijn. Die God van toen is Dezelfde. Zijn woorden gelden ook nu nog!


In plaats van op Gods tijd te wachten probeert Jerobeam om door een opstand koning te worden. Salomo wil hem doden. Jerobeam vlucht naar Egypte, totdat Salomo sterft.

Na Salomo’s dood wordt zijn zoon Rehabeam koning. Op dit moment heeft Jerobeam gewacht. Hij komt terug uit Egypte. Er komt opstand onder het volk als Rehabeam aankondigt dat er nog meer belasting moet worden betaald. De mensen willen hem niet als koning. Ze maken Jerobeam koning over Israël. Alleen de stammen van Juda en Benjamin volgen Rehabeam.


Vragen

  1. Waarom wordt het rijk uiteen gescheurd? (Lees 1 Koningen 11 vers 33).

  2. Waarom zal dit pas gebeuren als Salomo gestorven is? (vers 34)

  3. Wat is de straf op het niet houden van het tweede gebod?

  4. Is het oneerlijk dat jij gestraft kunt worden voor de zonden van je ouders? Lees ook Ezechiël 18 vers 19 - 20 en 27 - 28.



Foto Jeruzalem

Bladzijde 5

Jerobeam van God afgedwaald

Het Loofhuttenfeest nadert. Het volk zal optrekken naar Jeruzalem om in de tempel te offeren. Zeven dagen zullen ze in een hut van takken en bladeren wonen en feest vieren. Als Jerobeam daaraan denkt wordt hij bang. Bang? Ja, hoor maar wat hij zegt:


“Zo dit volk opgaan zal om offeranden te doen in het huis des HEEREN te Jeruzalem, zo zal het hart dezes volks tot hun heer, tot Rehabeam, den koning van Juda, wederkeren; ja, ze zullen mij doden, en tot Rehabeam, den koning van Juda, wederkeren.” (1 Koningen 12 : 27)
Jerobeam ziet het al voor zich. Hij moet iets doen om te zorgen dat ze niet naar Jeruzalem gaan om feest te vieren. Jerobeam roept zijn raadgevers erbij. Er komt een plan op tafel.

Op twee plaatsen, strategisch gekozen, zullen heiligdommen gebouwd worden. Dan in het noorden en Bethel in het zuiden. De koning laat het volk weten:


Het is ulieden te veel om op te gaan naar Jeruzalem; zie uw goden, o Israël, die u uit Egypteland opgebracht hebben.”

( 1 Koningen 12 : 28 eind )


Veel mensen luisteren naar de oproep van hun koning. Ze hoeven niet de verre reis naar Jeruzalem te maken om God te aanbidden. Op de vijftiende van de achtste maand zullen ze het Loofhuttenfeest vieren. De koning is er ook. Hijzelf brengt op het altaar van Bethel het eerste offer.

Vragen





  1. Het Loofhuttenfeest werd gevierd in de zevende maand. Waarom stelt Jerobeam een andere datum in? (Zie 1 Koningen 12 : 32 en 33).

  2. Hoe kunnen wij God ‘dienen’ op een zelf gekozen, verkeerde manier?

  3. Jerobeam probeert het ‘koning-zijn’ in eigen hand te houden. Hoe doet hij dat?

  4. Ken je voorbeelden uit de Bijbel waarin ook geprobeerd wordt de situatie in eigen hand te houden? Lees bijvoorbeeld in Genesis 12 : 12 en 13, Genesis 16 : 2, Genesis 26 : 7 en Genesis 27

Kader


Gouden kalf:

De beelden waren bedoeld als dragers van God, Die onzichtbaar op hen troonde, zoals op de ark in de tempel. Maar al snel werden dragers en God verenigd en werd het kalf zelf als god vereerd.

Einde kader

Foto van touw

Bladzijde 6 en 7

Jerobeam door God gewaarschuwd

Zie je daar de koning staan bij het altaar? Hij heeft zijn mooiste koningskleed aangetrokken. De priesters hebben hem geholpen het kalf te slachten. Nu steekt Jerobeam het altaar aan. De rook stijgt op boven het gouden kalf uit. De mensen juichen. Maar het geroep verstomt. Wie staat daar opeens onder aan de trappen van het altaar? Een man in een ruw harige mantel. Een profeet. Hij roept tot het altaar. “Altaar, altaar. Eens zal een zoon van David komen, Josia heet hij, die zal de beenderen van de nieuwe priesters op u verbranden.”


De koning is woedend. Jerobeam strekt zijn arm uit en wijst de profeet boos aan.

“Grijpt hem,” schreeuwt hij zijn knechten toe. Maar dan grijpt God in. De Heere Zelf redt Zijn knecht uit de handen van Jerobeam. Jerobeams uitgestrekte hand verdort. Hij kan zijn arm niet terugtrekken. Achter de geschrokken koning kraakt het. Het altaar scheurt in twee stukken. De as van het half verbrande offer wordt uitgestort op de tempelvloer. Vertwijfeld roept de koning uit: “Bidt tot uw God, dat Hij mijn hand weer gezond maakt.” De profeet doet het. De Heere verhoort zijn gebed. Zo goed is God voor ongehoorzame mensen!


Foto van biddende handen

Vragen


Lees 2 Koningen 23 : 14 en 15

  1. Wat is er later met het altaar dat Jerobeam bouwde gebeurd?

  2. Hoe wordt Jerobeam hier genoemd?

  3. Waarom wordt hij zo genoemd?

Dit is de eerste waarschuwing die Jerobeam kreeg. Verandert hij nu? Wil hij met Gods hulp doen wat de Heere van hem vraagt?

In 1 Koningen 13: 33 staat:

‘Na deze geschiedenis keerde Jerobeam niet van zijn bozen weg;’

Eén keer waarschuwen en dan is het genoeg. Zo gaat dat toch vaak, op school en thuis. Bij de Heere niet. Hij waarschuwt Jerobeam nog eens.


In het paleis van Jerobeam is het stil. Geen vrolijke feesten met gasten en muziek. De koning kijkt somber, de koningin huilt, de knechten durven niet te spreken. Zachtjes lopen de dokters één van de kamers in en weer uit. Ze schudden hun hoofd en gaan weg. In die kamer ligt, heel stil op een bed, de kroonprins. Abia, Jerobeams oudste zoon, is ernstig ziek. Zo ziek, dat dokters hem niet meer kunnen helpen. Jerobeam roept zijn vrouw erbij. Hij stuurt haar naar Ahia, de profeet die hem vertelde dat hij koning zou worden. Ze moet zich verkleden, zodat ze niet herkenbaar is als koningin. Met wat geschenken gaat ze op weg. Jerobeam hoopt dat de profeet zijn kind nog zal kunnen redden. Ahia is haast blind. Maar de Heere vertelt hem:
Zie, Jerobeams huisvrouw komt, om een zaak van u te vragen, aangaande haar zoon, want hij is krank.”

(1 Koningen 14 : 5)


De Heere zegt ook precies wat hij moet zeggen. Het is hard wat Jerobeams vrouw te horen krijgt. Omdat Jerobeam de afgoden dient, kwaad gedaan heeft, meer dan anderen die voor hem geweest zijn, zal de Heere het hele huis van Jerobeam uitroeien. Degene die in de stad sterven zullen door de honden worden opgegeten. Zij die in het veld sterven zullen door de vogels worden opgegeten. Voor hen geen graf. De kroonprins zal sterven zodra Jerobeams vrouw thuis komt. Wat erg! Ja, maar er staat nog iets bij. Die zieke jongen die zal sterven als zijn moeder thuis komt, zal wél begraven worden.
Foto: aasgier
En gans Israël zal hem beklagen, en hem begraven; want deze alleen van Jerobeam zal in het graf komen, omdat in hem wat goeds voor den HEERE, den God Israëls, in het huis van Jerobeam gevonden is.”

(1 Koningen 14 : 13)


Kroonprins Abia wil niets van de kalverdienst weten. Hij dient de Heere alleen. Wat een wonder. Abia is opgevoed door goddeloze ouders. Opgegroeid in een omgeving waar geen rekening wordt gehouden met God. En toch… hij kent de Heere. Dat is Gods werk. Hij roept Zijn kinderen overal vandaan. Ook uit een omgeving waarvan wij misschien denken: kan daar een kind van God wonen? Gelukkige Abia. Zijn dood betekent Eeuwig Leven!
Het einde van Jerobeam is anders dan dat van zijn zoon. De koning die Israël zondigen deed wordt gestraft voor zijn afschuwelijke zonden:

  • Verslagen door het leger van het twee-stammenrijk.

  • Belangrijke steden worden hem afgenomen.

Het laatste wat we van hem lezen is dit:

“En Jerobeam behield geen kracht meer in de dagen van Abia; maar de Heere sloeg hem, dat hij stierf.”

(2 Kronieken 13 : 20)


Vragen

  1. De Heere waarschuwde Jerobeam twee keer.
    a. Hoe kan de Heere ons waarschuwen?
    b. Heeft Hij jou ook wel eens gewaarschuwd?

  2. De Heere roept ons niet alleen door te waarschuwen. Noem een paar andere manieren waarop de Heere jou roept.



Evt. opgestoken vinger (maar dan apenhaar weghalen...)

Bladzijde 8 en 9

Het werk van God

Kun je de foto van de jongen en het meisje pratend midden op de pagina zetten. Pagina 8 en 9 horen bij elkaar.


Kroonprins Abia viel op aan het hof van koning Jerobeam. Met de feesten die gehouden werden deed hij niet mee. Als er geofferd werd in Bethel of Dan, en de mensen blij in feestelijke rijen optrokken, bleef hij thuis. In deze god-loze omgeving was de Heere in het hart van Abia komen wonen. Wat een wonder van Gods genade.
Vragen

  1. Ken je nog meer kinderen of jongeren uit de Bijbel die God al vroeg dienden?

  2. Ken je voorbeelden uit de Bijbel van mensen die God dienden in een zelfde goddeloze omgeving als Abia?

  3. Abia had een waar geloof. Wat is volgens jou ‘geloof’?

Kader


Erica, 17 jaar:

“Ik was net vijftien toen ik Richard leerde kennen. We kregen verkering en hij vertelde me dat hij ‘van de kerk’ was. Later vroeg hij of ik mee ging naar de JeV. Dat heb ik gedaan. Van Richards moeder kreeg ik voor mijn zestiende verjaardag een Bijbel. Richard nam me ook mee naar catechisatie. Mijn ouders vonden het maar niks en wilden er niets van weten. Ik mocht er ook niet over praten. Ze wilden dat ik Richard en het geloof aan de kant zette. Op zondag ging ik mee naar de kerk. Ik vond het allemaal erg moeilijk te begrijpen, maar ik herinner me nog goed dat een dominee aan het eind van een preek zei: “Kinderen, jeugd, al heb je misschien weinig van de preek begrepen, onthoudt dit: Zoek eerst het koninkrijk van God.” Thuis mag ik er nog steeds niet over praten en Richard komt ook nooit bij ons thuis. Toch wil ik hem en zijn geloof niet opgeven. Ik hoop dat de Heere mij wil gebruiken zodat ook mijn ouders Hem leren kennen.”

Einde kader
Drie jongeren reageren op het verhaal van Erica.
Machteld: Het lijkt me erg moeilijk als je thuis niet over het geloof kunt praten.
Christiaan: Ik praat toch nooit over de kerk of over het geloof met mijn ouders.
Bertine: Het moet wel moeilijk zijn om tegen je ouders in te gaan, ik weet niet of ik dat zou kunnen.
Kun je de namen van de jongeren een kleurtje geven?
Vragen:


  1. Machteld zou het moeilijk vinden als ze thuis niet over het geloof zou kunnen praten. Zou jij dat ook moeilijk vinden?

  2. Christiaan praat nooit met zijn ouders over kerk en geloof. Doe jij dat wel? Waarom wel of waarom niet?

  3. Bertine lijkt het moeilijk om, zoals Erica doet, tegen je ouders in te gaan. Zou jij net als Erica toch naar de kerk blijven gaan?

Wij vallen soms ook op in deze wereld. Denk alleen maar aan onze kleding, schoolkeuze, kerkgang en dergelijke. We maken, als het goed is, andere keuzes dan onze niet-gelovige buurman. De meeste van ons worden opgevoed met de Bijbel en mogen opgroeien in een omgeving waar wel over God wordt gesproken. Ook dat is Gods genade.
Vragen:

  1. Noem een aantal personen uit de Bijbel die wel godsdienstig werden opgevoed.

  2. Wat is volgens jou een ‘godsdienstige opvoeding’?

Kader


Jan-Pieter, 15 jaar:

“Ik lees elke avond uit mijn Bijbel met een dagboekje erbij. Dat krijgen we allemaal op nieuwjaarsmorgen, elk jaar een ander deel uit een serie ofzo. Zaterdag na het avondeten sluiten we de week af. Mijn vader leest dan een stukje uit de Bijbel en bidt dan met ons. Hij dankt voor de afgelopen week en vraagt een zegen voor de nieuwe week. Na de kerkdienst, tijdens het koffiedrinken, praten we na over de preek. Mijn moeder leest dan voor mijn broertje en zusje iets uit de kinderbijbel of een platenboekje. Ik vind het fijn dat we dat doen.

Soms neem ik op zondag uit de kerk wel eens een vriend mee. In het begin vonden ze het wel moeilijk om mee te praten. Maar nu zijn ze het ook gewend.”

Einde kader


Op het verhaal van Jan-Pieter reageren de drie jongeren nog een keer.
Machteld: Mooi dat ze als gezin de week besluiten en beginnen.
Christiaan: Praten over de preek hoeft voor mij niet. Het is vaak toch veel te moeilijk.
Bertine: Ik zou graag bij mijn ouders ook wat meer zien van hun geloof.
Vragen

  1. Machteld vindt het mooi dat in het gezin van Pieter-Jan de week wordt begonnen en geeindigd. Vind jij dat ook belangrijk? Waarom?

  2. De preek is veel te moeilijk om erover na te praten, vindt Christiaan. Ben jij het daar mee eens?

  3. Bertine wil graag bij haar ouders wat meer zien van hun geloof. Aan welke dingen merk jij dat je ouders in God geloven en naar Zijn wet willen leven? Vind je dat positief of negatief? Waarom?



Bladzijde 10 en 11

Bijbelstudie
Kinderen die de Heere vrezen, Hem dienen en liefhebben met hun hele hart, over zulke kinderen en jongeren gaat het in deze Bijbelstudie. Er zijn genoeg voorbeelden te vinden in de Bijbel. Er zijn er nu, in onze tijd, ook nog. Hoor jij daar ook al bij?

Samuël


Lees mee in het eerste boek van Samuël:


  1. Hoe jong is Samuël als hij door zijn moeder naar de tempel wordt gebracht? (1 Samuël 1:24)

  2. Wat doet de jonge Samuël als hij daar is? (1 Samuël 1:28)

  3. De zonen van Eli, die ook priesters zijn, dienen God niet. Wat wordt er van hen gezegd in 1 Samuël 2 vanaf vers 12?

  4. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt een aantal keren gezegd dat Samuël de Heere wel diende. In zo’n omgeving moet dat niet gemakkelijk zijn geweest. Hoe kan het dat Samuël de Heere toch blijft dienen?

  5. Vind jij het moeilijk om de Heere te dienen in een omgeving die van God niets wil weten? Waarom?

  6. Van Eli weten we dat hij zijn zonen te weinig / niet waarschuwde. Waarschuwen jouw ouders je wel eens? Kun je een voorbeeld noemen waarvoor ze je waarschuwen?



Daniël





  1. Daniël en zijn vrienden zijn weggevoerd uit hun eigen land naar Babel. Wat lezen we in Daniël 1 vers 8 over hem?

  2. Waarom weigert Daniël dit eten?

  3. Wat is Gods antwoord hierop? (vers 9)

  4. Hoe laat God dat zien? (vers 17 en vers 20)

  5. Weiger jij ook wel eens iets omdat het tegen Gods gebod ingaat? Noem eens een voorbeeld.

  6. De drie vrienden van Daniël weigeren te knielen voor het beeld. Ze kennen de straf die daarop zal volgen. De vurige oven! Zou jij durven weigeren?



Johannes de Doper





  1. Wat wordt in Lukas 1:15 van Johannes gezegd?

  2. Waarom zou het kind ‘opspringen in haar buik’?(lees vers 41 en 44)

  3. Merkt de omgeving dat er iets bijzonders is met dit kind? (vers 65 en 66).

  4. Wat betekent ‘de hand des Heeren was met hem’?

  5. Ken jij mensen over wie je denkt ‘de Heere is met hen’? Hoe merk je dat?

  6. Heb je wel eens gemerkt dat de Heere met jou was? Bijvoorbeeld als je ziek was of een ongeluk meemaakte?

We hebben in de bijbelstudie even stil gestaan bij drie jongeren die de Heere mochten dienen in hun jonge leven. Wat een genade van God, dat Hij jonge mensen wil trekken tot Zijn dienst! Maar niets op deze aarde is volmaakt, deze Godvrezende kinderen ook niet. Daarom nóg een voorbeeld, het Voorbeeld. Hij diende God op een volmaakte manier.



De Heere Jezus





  1. In Lukas 2:40 wordt gezegd: ‘de genade Gods was over Hem’. Wat betekent dat?

  2. Wat vraagt het vijfde gebod van ons?

  3. Lees nu vers 48 en 49. Moet de Heere Jezus zich niet aan dat gebod houden?

  4. Wat betekent de uitspraak van Petrus ‘we moeten God meer gehoorzaam zijn dan de mensen’? (Handelingen 5 : 29)

  5. Heb jij ook wel eens zo’n situatie meegemaakt?

Er is over de jeugd van de Heere Jezus nog veel meer te zeggen. Lukas probeert het in het tweede hoofdstuk vers 52 probeert het samen te vatten:


“En Jezus nam toe in wijsheid, en in grootte, en in genade bij God en de mensen.”

Zowel pagina 10 als 11 foto van jongere. Kijk maar wat goed uit komt.



Bladzijde 12
Puzzel
Schrijf de antwoorden van de vragen op in de hokjes hieronder. Van boven naar beneden lees je dan de naam van een bijbelboek. Vul deze naam in onder de puzzel en zoek de tekst op in de Bijbel.


  1. Over deze koning gaat het in deze Treffer.

  2. Jerobeam was knecht bij hem.

  3. Het land waar Jerobeam heen vluchtte.

  4. Over dit aantal stammen werd Jerobeam koning.

  5. In deze plaats maakte hij een afgodsbeeld.

  6. Een ……. sprak tot het altaar.

  7. Jerobeams …… zoon werd ernstig ziek.

  8. Hij was nog maar 3 jaar toen hij in de tempel werd gebracht.



Jerobea m


S a lomo

Egyp t e

t ien

Bet h el

Prof e et

o u dste

s amuel
Oplossing: Wat staat er in 6 : 33?

Lied: zoek eerst het koninkrijk op de achtergrond?




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina