Zondag, 30 december 2012 om 10. 00 uur in de I. K



Dovnload 13.15 Kb.
Datum16.08.2016
Grootte13.15 Kb.
Zondag, 30 december 2012 om 10.00 uur in de I.K.
Nog twee dagen te gaan, voordat 2013 aanbreekt… Eén dag, als je deze niet meer meetelt. Zo in de laatste dagen van dit ‘oude’ jaar overvalt velen een soort van weemoed. Weemoed, die we weg willen duwen, omdat we er niet tegen kunnen. De zwaarte van herinneringen om wat was en niet meer is. En nooit meer terugkomt. Om het soms zo hartverscheurende besef, dat we in ons leven voortdurend afscheid moeten nemen…

Of weemoed, waar we ons juist aan overgeven, omdat de herinneringen ons dierbaar zijn… Omdat weemoed ook iets zoets kan hebben…

Zo’n soort weemoed voelden de Joden ook, toen ze, eindelijk, vanuit Babel, terugkeerden naar hun eigen land. De ballingschap… eindelijk voorbij! Nu zou het allemaal anders worden.

Ze hadden verhalen gehoord over hoe het daar was in het door God beloofde land. Ze hadden zich voorstellingen gemaakt, hadden een ideaal voor ogen: ‘Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap, dat zal een droom zijn.’ Hoop en vertrouwen werden sterker dan de weemoed… Nu zou het gebeuren…


Maar als ze dan aankomen, valt het allemaal bitter tegen. Het is één grote chaos. Huizen liggen in puin. Van steden, plaatsen van veiligheid is weinig meer over. De akkers liggen er verwaarloosd bij. Probeer dan maar eens te blijven vertrouwen. De teruggekeerde ballingen weten niet wat ze moeten doen.
En wij, weten wij, wat we moeten doen? Bij het horen van zoveel verdriet, narigheid, ellende? Ik noem een paar voorbeelden uit het nieuws van de laatste dagen: een 23-jarige Indiase studente werd vorige week geslagen en verkracht in een stadsbus in New Delhi. Ze is overgebracht naar een ziekenhuis in Singapore en onderging meerdere operaties. Gisteravond hoorde ik op het journaal dat ze overleden is.

In het noorden van India pleegde een 17-jarig slachtoffer van een groepsverkrachting zelfmoord, omdat politiemensen haar onder druk gezet hadden daarover te zwijgen.

In ons land is het niet veel beter. Denk maar aan die scheidsrechter, die na geslagen en getrapt te zijn de volgende dag aan zijn verwondingen overleed. Natuurlijk… er gebeuren ook veel goede, veel mooie, veel hoopgevende dingen. Vooral in het klein.

Gisteren las ik in de krant, dat journalisten over díe dingen wat meer moeten schrijven. Maar dat schijnt niet te verkopen…


Hoe denken wij aan het jaar dat zo goed als achter ons ligt? Waar hoopten wij op? En wat is daarvan terecht gekomen? Hoe gaat het verder?

Jesaja profeteert: ‘De Geest van de Heer rust op mij…’ En hij geeft een vreugdevolle, blijde boodschap door. Wat er in de harten van de mensen leeft aan pijn, verdriet zal verdwijnen. Want natuurlijk ziet Jesaja de mensen treuren op de puinhopen, de ruïnes van Jeruzalem. Maar het kán anders en het zál anders worden. Blijf hopen, vertrouwen, verwachten…


Ondanks tegenslagen, die er in het leven zijn, leven ook wij nog vanuit hoop en verwachting ‘Hoop doet leven’, zeggen we. En ‘waar leven is, is hoop…’ Hoop koesteren, verwachtingen hebben, dat is altijd ergens héén leven. Niet alleen maar wat voortsukkelen onder het motto van ‘We zullen er maar het beste van hopen’. Nee, hoop, verwachtingen hebben, heeft altijd iets van vooruitleven op een toekomst.

Van verwachting en hoop wordt wel gezegd: Het is in het mensenleven en in de mensengeschiedenis zoiets als een plant, die tegen alle verdrukking in groeit. Of die juist ín de verdrukking groeit en daaruit opbloeit.


Simeon_en_Anna'>Simeon en Anna… ‘God hoort’, en ‘God is genadig’, betekenen hun namen

Vol verwachting bleven hopen en geloven, ondanks de Romeinse overheersing, dat God naar zijn volk zou omzien. Simeon bleef hopen, dat hij, voordat hij zou sterven, de Messias in zijn armen mocht houden.


Veertig dagen na Jezus’ geboorte trokken Jozef en Maria met hun eerstgeborene naar Jeruzalem om hem in de tempel aan God op te dragen. En kijk, daar staan die twee oude mensen, Simeon en Anna, om Jezus te verwelkomen.

En als hij het kind in zijn armen houdt dan móet er bij hem een loflied uit:

Nu laat U, Heer, uw dienstknecht in vrede heengaan, zoals U hebt beloofd.

want met eigen ogen heb ik de redding gezien…’
De ouverture van zijn evangelie heeft Lucas prachtig gecomponeerd in een drieluik. Een man en een vrouw in het middendeel. Een man en een vrouw in het linkerpaneel en een man en een vrouw in het rechterpaneel. Jozef en Maria met het kind in het midden. Links van hen zien Elisabeth en Zacharias uit naar zijn komst. Rechts van hen blikken Simeon en Anna er dankbaar op terug. En steeds klinkt de lofzang er door heen: Maria zingt het Magnificat, Zacharias het Benedictus, engelen zingen het Gloria in excelcis en nu, aan het slot, zijn we weer in de tempel, de plaats waar de ouverture ook begon. Daar hoorden we ook Simeon een loflied zingen. en Anna blijft niet achter.

Ook van Jezus horen we later, dat hij dagelijks in de tempel aanwezig was, en dat de mensen daar kwamen om naar hem te luisteren. Met nadruk wil ik er nogmaals op wijzen, dat het nooit de bedoeling van Jezus is geweest om met de tempel te breken… Hij heeft nooit en te nimmer en kerk gesticht, zoals wel eens gesuggereerd wordt.


Talloze malen heeft Rembrandt dit tafereel getekend en geschilderd. En toen hij was gestorven vond men op zijn atelier aan de Rozengracht zijn laatste schilderij, onvoltooid: het was voor de zoveelste maal, dat het verhaal van Lucas hem had geïnspireerd: Simeon, de bijna blinde oude man op de drempel van de dood, die in zijn bevende handen het kind draagt.

Als je dat schilderij zou zien, dan zou zien, dat Simeon als het ware over het kind heenkijkt met zijn bijna blinde ogen. De toekomst in…


De theoloog Noordmans, schreef eens een meditatie, waaraan hij de titel ‘Een open leven’ meegaf. Daarin zegt hij o.a.: ‘Voor wie leeft vanuit het geloof is het leven als het beklimmen van een berg. De horizon wordt steeds wijder, het gaat steeds meer open, je krijgt een steeds dieper zicht. Voor wie gelooft wordt gaandeweg het leven de doodskist niet getimmerd, maar steeds verder afgebroken.’

Een mooi beeld… Geloven als het beklimmen van een berg, een langzame weg naar boven. Wie als Simeon bovenaan is gekomen kan ver zien.

Het doet denken aan Mozes, die aan het eind van zijn leven op een berg wordt gevoerd van waaruit hij in de verte het beloofde land ziet liggen. Beide, Simeon en Mozes, zien over de grens van hun eigen leven heen. Toekomstgericht…
Een kort verhaaltje als toelichting… Toen rabbi Mose vijf jaar oud was, brandde

zijn ouderlijk huis af. Niemand kwam om, gelukkig. Maar zijn moeder was ontroostbaar. Ze huilde, ze schreeuwde en was met geen mogelijkheid tot bedaren te brengen. ‘Waarom toch huilt u zo?’ vroeg Mose. Waarop zijn moeder antwoordde: ‘Omdat we een stamboom hadden, die terugging op rabbi Jochanan, de sandalenmaker, een van de grootste meesters van de Talmoed, de Joodse Schriftuitleg. Die hele stamboom is nu verbrand.’ Daarop zei de jonge Mose: ‘Maar u hebt míj toch? Ik kan toch aan het begin staan van een nieuwe stamboom?’


Morgenavond staan we aan het begin van een nieuw jaar… hebben wij zoveel geloof, dat wij, vertrouwend op God, die drempel overgaan? We staan er niet alleen voor: ‘De Geest van de Heer was op Jezus’. De Geest van de Heer is ook op ons allen.

AMEN



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina