Zondag door het jaar, Augustinuskerk (Joh 6, 41-51) b ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald



Dovnload 7.76 Kb.
Datum18.08.2016
Grootte7.76 Kb.
9 augustus 2015, 19e zondag door het jaar, Augustinuskerk (Joh 6, 41-51) B
Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald, zegt Jesus. Maar zijn stadgenoten zeggen: Is dat niet Jesus, de zoon van Jozef? Kennen wij zijn vader en moeder niet?

Broeders en zusters, het evangelie van deze zondag heeft in de Kerk van Rome al heel oude papieren. Vanouds werd het gelezen op de quatertemper woensdag na Pinksteren. Quatertemperdagen geven de wisseling der seizoenen aan. Met de vroegere liturgie vergeleken, heeft de huidige veel minder aandacht voor de seizoenen. Het gebruik om op speciale dagen de jaargetijden te vieren, kwam oorspronkelijk uit de synagoge. Het had de bedoeling het volk te doordringen van de weldaden des Heren: ieder jaargetijde weer andere. De eerste christenen namen in de liturgie deze dankdagen over.

Dat de vier seizoenen in de huidige liturgie niet zo’n grote rol meer spelen, is spijtig. Misschien zeggen sommige theologen dat de rol van het natuurgebeuren, de steeds terugkerende cyclus van lente, zomer, herfst en winter zich niet zo gemakkelijk laat combineren met de cyclus van de grote heilsfeiten die de Kerk ieder jaar opnieuw viert: de aankondiging en de geboorte van Jesus; het lijden, sterven en verrijzen van de Heer; zijn hemelvaart en de zending van de Heilige Geest. Vergeleken met Jesus’ komst in deze wereld en zijn heengaan naar de Vader, lijkt de wisseling der seizoenen veel minder indringend. Toch is het haast de omgekeerde wereld, als de komst van Jesus onze aandacht voor de natuur tot zwijgen zou brengen.

Overigens zijn er mensen genoeg die geen relatie zien tussen de zomer-oogst en het Brood uit de hemel. Dat is precies de discussie die ook zijn tijdgenoten met Jesus voeren. Jesus zegt: Ik ben het Brood dat uit de hemel is neergedaald. En zijn tijdgenoten zeggen: Maar dat is toch Jesus, de zoon van Jozef? Kennen wij zijn vader en zijn moeder niet? Niet alleen toen, tijdens Jesus’ leven op aarde; ook in onze tijd bestaat het gevaar dat de beleving van de onzichtbare heilsgeheimen niet in staat is een brug te slaan naar het zichtbare natuurgebeuren, naar de schepping zoals die zich voor ieders ogen voltrekt. Als er alleen maar een verlossing zou bestaan en geen schepping, dan keren we de wereld om. Die omgekeerde wereld cultiveert een kloof tussen het natuurlijke en het bovennatuurlijke. De wereld van God wordt dan totaal gescheiden van de wereld van de mens. Het is juist aan die totale scheiding tussen Gods wereld en de mensenwereld waar Jesus’ komst een einde wil maken. Heel Jesus’ handelen en spreken gaan in tegen de scheiding tussen de wereld van God en die van de mens. Bidt Hij immers niet in het Onzevader: Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel?

Als wij belijden dat God de schepper is van hemel en aarde, dan is in die belijdenis onze mensenwereld tevens de wereld van God. Hij heeft haar geschapen, Hij houdt haar in stand, en tegen alle kwaadaardige tegenstand in, voert Hij haar naar haar voltooiing. Door het geloof voorgelicht, door het belijden ervan gesterkt, mogen we daarom dankbaar zijn, zowel voor het graan op de akker als voor het Brood uit de hemel. Ook daar wijst Jesus op, als Hij ons laat bidden: Geef ons heden ons dagelijks brood.

Wanneer je alles maar heel gewoon vindt, wanneer je alleen wilt begrijpen wat je ziet, en het onzichtbare wegwuift alsof het niet zou bestaan, dán heb je een probleem. Wanneer je de wereld om je heen zo vanzelfsprekend vindt, dat er volgens jou geen diepere dimensies meer kunnen bestaan, ja, zelfs niet mógen bestaan; dimensies die ons geopenbaard worden in de rijkdom van de werkelijkheid; wanneer je alles maar gewoon vindt, dan leef je in een grijze wereld waar alle hondjes Fikkie heten, waar alle mussen grauw zijn, en alle kansen verkeken.

Maar je hebt evenzeer een probleem, wanneer je meent over twee brillen te moeten beschikken: een voor de zondag en een voor door de week. Want dan verlies je uit het oog dat er samenhang is tussen hemel en aarde. Wij hoeven de geheimen van die twee werelden niet te ontrafelen, maar het is de opdracht van ons geloof de samenhang tussen die twee te blijven erkennen. Die samenhang manifesteert zich het duidelijkst wanneer wij de ogen van ons geloof wijd open houden. Het oog van het geloof is een alomvattend vitaal zintuig, waarmee je enerzijds scherp ziet en oog hebt voor het onzichtbare, en anderzijds in alle eerbied het geheim ervan blijft koesteren en eerbiedigen.

In de ogen van het geloof is de zoon van Jozef en Maria, ondanks het feit dat sommigen zijn ouders nog gekend hebben, tevens Degene die Gods Naam onder ons tegenwoordig stelt door ons te voeden met zijn dagelijks Brood. Gelovige mensen staren zich nu eenmaal niet blind op het gewone, maar geven hun ogen goed de kost. Zij voeden hun geloof met het Brood uit de hemel.



Zo leidt juist het geloof tot grote vrijmoedigheid: om namelijk bij de oogst zowel te denken aan het gewone brood dat van graan gebakken wordt; dus te denken aan het voedsel dat uit de aarde komt. Maar ook te denken aan de hemel waar alle goeds vandaan komt. In ons geloof kunnen wij bidden: Geef ons heden ons dagelijks brood. Want hoe noest wij ook zelf arbeiden om de oogst binnen te halen, van ons geloof weten we dat datzelfde dagelijkse brood in feite uit de hemel neerdaalt.

Wij gaan zo dadelijk ons geloof belijden, ons geloof in Jesus de Heer, door het uit te zingen en door deel te nemen aan de Heilige Communie, het Lichaam van de Verrezen Heer. Hij is het Levende Brood dat uit de hemel is neergedaald. Amen.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina