Zwarte vragen voor iedereen



Dovnload 34.38 Kb.
Datum22.08.2016
Grootte34.38 Kb.
Zwarte vragen voor iedereen.

rode vragen voor de groep zelf die het opzoekwerk gedaan heeft.




  1. Wat is ATM en wat is het verband met ISDN en geef het basisprincipe waarom spreekt men in dat verband over een compromis tussen data en spraak?



  1. Bespreek het ATM referentiemodel met korte uitleg over de verschillende lagen

ATM referentiemodel:

De figuur hierboven toont het ATM referentiemodel voor B-ISDN als een kubus.

Hierin worden drie verschillende applicatiefuncties (planes) onderscheiden:
De control plane:
dient voor het beheer van verbindingen en wat daarbij komt kijken (signalering, opzetten VC, …).

De user plane:
wordt gebruikt voor het eigenlijke gegevenstransport van de verschillende applicaties.

De management plane:
zorgt voor het beheer van de resources (foutenrapportering) en de coördinatie tussen de lagen.

Een connectie wordt dus eerst opgezet in control plane, vooraleer data worden uitgewisseld in user plane.

Deze drie planes maken gebruik van de drie onderliggende lagen van het ATM protocol.

ATM Adaptation Layer (AAL):

Deze laag voorziet bruikbare diensten voor diverse toepassingen

en schermt deze toepassingen tezelfdertijd af van de bijzonderheden van het celtransport.

Vandaar dat deze laag bestaat uit een Convergence Sublayer (CS) die afhankelijk is van een specifieke dienst,

en een Segmentation and reAssembly Sublayer (SAR) die de verschillende soorten verkeer verpakt in (of herassembleert uit) cellen.
ATM Layer (ATM):

Alle te transporteren verkeer is reeds verdeeld in cellen in de AAL, waarna de ATM laag verantwoordelijk is voor transmissie,

multiplexing en switching van deze cellen.

Deze laag is echter zelf niet in staat om autonoom een route te bepalen,

maar mapt voor iedere binnenkomende cel het VCI/VPI paar uit de header naar één of meerdere (in het geval van punt-multipunt verbindingen) uitgaande VCI/VPI paren, op basis van beschikbare tabelwaarden.

De ATM laag moet zich niets aantrekken van de inhoud (payload) van de cellen, en is ook onafhankelijk van de fysieke laag.

De ATM laag houdt zich niet bezig met het opsporen van verloren of verkeerd toegevoegde cellen of het garanderen van een constante cell delay variation (jitter), omdat niet alle toepassingen dit vereisen. Wel is deze laag verantwoordelijk voor de controle van de netwerk resources op fouten van apparatuur en performantie degradatie.

Physical Layer:

Deze laag heeft te maken met het fysieke medium waarover het celtransport moet gebeuren.

Op dit vlak zijn er geen strikte voorschriften.

Cellen kunnen als dusdanig verzonden worden over vezel, of verpakt worden in de payload van een ander systeem (FDDI, SDH, …).

ATM is dus onafhankelijk van het gebruikte transportmedium. Hiervoor zorgt de onderste Physical Medium Dependent (PMD) sublaag.

De Transmission Convergence (TC) sublaag zorgt voor het afstemmen van de snelheid op het onderliggende transportsysteem, het afbakenen van de cellen en het genereren van het HEC veld in de header.




  1. Bespreek de celstructuur voor ATM.

Cell structuur:




Cell structuur:

Hardwarematig schakelen tegen zeer grote snelheid vereist kleine cellen van vaste grootte.

Die vaste omvang is bepaaldop 53 bytes, waarvan de header vijf bytes in beslag neemt, wat resulteert in een relatief hoge cell overhead.

Door de vaste cellengte is een expliciete afbakening van gegevens, zoals bij datalink frames, niet nodig.

Bemerk dat enkel de header van een cel wordt gecontroleerd op fouten.

Optische vezel is een zodanig betrouwbaar medium, dat een volledige controle van de inhoud van een cel in de switchen als overtollige ballast wordt ervaren.

Loopt er toch iets fout, dan wordt de correctie overgelaten aan de hogere lagen.

Voor het controleren van de header wordt het Forward Error Control principe toegepast,

zodat een switch zelf de gedetecteerde fouten kan corrigeren, en geen hertransmissie moet vragen.

Afkortingen:

GFC Generic Flow Control
wordt door de lokale switch waarop een gebruiker is aangesloten gebruikt om toegang van cellen tot het netwerk te regelen.

VPI/VCI Virtual Path Identifier / Virtual Channel Identification

dienen voor de identificatie van de virtuele verbinding waartoe deze cel behoort


PTI Payload Type Indicator
geeft aan welk soort informatie in de cel vervat zit,

of die cel een grote vertraging heeft ondergaan

en of deze cel al dan niet de eerste is van een groter geheel.

CLP Cell Loss Priority

geeft een aanduiding van de prioriteit;

cellen met een lage prioriteit worden in geval van conflict eerst weggelaten.
HEX Header Error Checksum
is een controlegetal van 8 bits om de correctheid van de vier vorige bytes te controleren.



  1. Geef een overzicht van de verschillende AAL.



AAL-0 NULL AAL

AAL is the simplest and least useful of the AAL service classes is AAL-0.

This class of service provides a direct interface into the ATM layer by users.

It has been included in the standard to permit equipment designers to disregard the AAL in its entirety.

While some had envisioned AAL-0 to useful in supporting control and service messaging, it lacks the guaranteed delivery mechanisms that are critical to many network control functions.

For proprietary systems this can be useful. For systems that must operate in open environments, with equipment from multiple vendors, this "feature" should probably be avoided.

It doesn't provide much in the way of an aid to interoperability.
AAL-1 Supports Class A Constant Bit Rate Traffic

In support of synchronous networking, AAL-1 provides a constant rate bit-stream between the two ends of an ATM connection.

The data stream is locked to a fixed timing reference.

While providing steady rate transfer is a relatively simple matter over a single synchronous interface, the asynchronous nature of ATM provides a significant challenge.

Variations in a network's ability to deliver ATM traffic can result in significant jitter that impedes orderly reassembly of the synchronous traffic stream. Figure 3 shows the format of the AAL-1

SAR-PDU, that is sent over a single ATM cell.

AAL-1 PDU fields include the Sequence Number that consists of a three-bit repeating sequence number, and a "CS-indication" bit,

a 4-bit Sequence Number Protection (SNP) field that protects against sequence number errors,

and a 47-octet payload. Typically, this payload field is intended to be filled, however, it can be partially used based on prenegotiated operation.
Some of the most interesting aspects of AAL-1 are involved in clock recovery.

Send too much information and data must be dropped. Send too little (too slow), and information must be padded.

Two general approaches to resolving these issues have been proposed, Synchronous Residual Time Stamp where the clocks on both ends of a network connection are synchronized,

and Adaptive Clock, in which the receiver adjusts the speed of its clock on the basis of the amount of information available in its receive buffers.


AAL-2 Variable Rate Synchronous Service

AAL-2 is based on the assumption that some forms of isochronous information can be represented in a multiple data rate format.

For example, the rate of some video compression techniques can vary on the basis of the complexity and rate of change of moving images.

While this portion of the standard has been highlighted, it is absent from the published standards.


AAL-3/4 End-To-End Data Transport

Based on the SMDS standard, AAL-3/4 provides data transport services for both connection and connectionless data.

These services correspond to Class C and Class D data. Unlike AAL-0 and AAL-1, AAL-3/4 includes a range of service options.

Information is transferred in either message or streaming mode. Optional delivery assurance techniques include discarding faulty SDUs, end-to-end data recovery, and delivery of all SDUs regardless of their integrity.

Assured transmission through retransmission is discussed in the standards, but is not fully specified.

Non-assured transmission is supported in the standard, with options to deliver or discard faulty SDUs.

Typically, it is most useful to discard faulty SDUs.

Delivery of unreliable information is typically something to avoid.

Several logical AAL connections can be multiplexed over a single ATM Virtual Circuit (VC).

Finally, AAL-3/4 provides a capability to support multipoint delivery of information from a single source.

To support this set of services, the AAL-3/4 architecture is considerably more involved than the other AAL protocols.

Active processing is performed by both the CPCS and SAR layers to provide additional functions.

Processing steps include receipt of the User data frame to AAL, CPCS formatting of the AAL-PDU for transmission to the destination,

followed by forwarding of the CPCS-PDU to the SAR layer for segmentation into a set of 44-byte PDUs for transmission (with 3 octets of SAR control information) over the ATM layer.

On receipt of the ATM PDU, the opposite process ensues, with the SAR reassembling the stream of SAR-PDUs into a single CPCS-PDU,

and delivering the received CPCS-PDU to the CPCS for final processing and delivery of information to the user. A summary of these processes follows.

The AAL-3/4 CPCS is responsible for managing the integrity of AAL-3/4 information.

It additionally pads the information data-block size to an even multiple of 4 octets, simplifying protocol processing by CPUs such as the Motorola 680x0 series that are popular in telecommunications systems.

Figure 4 shows the format of the CPCS-PDU. The fields of the PDU and their use are:

CPI - Common Part Indicator:

Acts as a protocol identifier that defines how the remaining fields of the PDU are to be processed.

At this point, it is largely a placeholder to support future changes to the protocol, the CPI is specified to be always zero by ITU-T I.363.

Btag - Beginning Tag.

This value is used to determine whether or not the CPCS-PDU has been properly delivered.

When the CPCS-PDU is constructed, the same value is entered into both the Btag and Etag fields.

If a reassembled CPCS-PDU is received with these values being different, the PDU is assumed to have been corrupted.

The tag value is incremented (with a wrap at all ones) as each PDU is constructed.

BASize - Buffer Allocation Size Indication. Tells the receiver the amount of buffer space to allocate to process the PDU.

This value is equal-to or greater than the PDU size.

Pad - Ensures that the PDU is a multiple of 4 octets in length. This simplifies processing of the PDU in 32-bit chunks.

AL - Alignment Field.

This is unused pad space with the sole purpose of padding the trailer to 4-octets

Etag - End Tag.

Matches the beginning tag. Used for data integrity verification

Length - Field Length.

Specifies theactual length of the CPCS-PDU (in octets when CPI=0). As the SAR is responsible for framing the data, this is provided to support additional error checking.




Figure 4 - AAL-3/4 CPCS PDU Format

The Segmentation and Reassembly Sublayer manages the fragmentation and reassembly of the AAL-3/4 CPCS-PDUs into payload information that can be carried by the ATM cells.

The format of the SAR-PDU is shown in Figure 5. The SAR-PDU fields and there application are as follows:

ST - Segment Type (2-bits) defines where the segment belongs in the SAR-SDU (essentially the CPCS-PDU).

Possible values include: (10) beginning of the message, (00) continuation of the message, (01) end of the message, and (11) single segment message.

SN - Sequence Number (4-bits). Used to ensure the in-order delivery of segments.

MID - Multiplexing Identification Field. (10-bits) Provides compatibility with SMDS,

this field carries multiplex channel identification, allowing for the transmission of multiple channels of information over a single ATM VC.

Payload - (44-octets) the segment of the CPCS-PDU information to be transferred within this cell.

LI - length Indication. (6 bits) Identifies the amount of information in the payload portion of the cell.

Only the last cell in a transmission should have less than 44 octets of information.

Therefore, this value will be 44 for all segments with the exception of the end-of-message segment, in which case it is an even multiple of 4 between 4 and 44 (remember the CPCS padding).

CRC - cyclic redundancy check (10-bits). Calculated over the complete SAR-PDU with the exception of the CRC field.




  1. ATM is asynchroon maar toch synchroon leg uit.




  1. Bij ATM komen we de termen UNI, NNI , PNNI en B-ICI tegen leg uit.

INTERFACES:
User to network interface (UNI)
Dient voor de koppeling tussen het systeem van de gebruiker en een ATM switch.
De specificatie definieert procedures voor het opzetten en beheren van verbindingen.

Network node interface (NNI)
Dit is de interface voor de interconnectie van switchen.
Wanneer deze switchen privaat zijn, spreekt men over Private NNI (P-NNI).
Broadband intercarrier interface (B-ICI)
Dient voor de verbinding tussen twee publieke ATM netwerken.


  1. In de presentatie wordt vermeld dat multicasting niet evident is voor ATM verklaar dit en geef een aantal methodes waarmee dit aangepast kan worden.

ATM werkt normaal met point to point verbindingen. Om toch multicasting te gebruiken heb je verschillende methoden:

Dus lid A moet data verzenden naar B,C en D. Je kan dit bekomen door gewoon de data 3x door te sturen: 1 x naar B, 1 x naar C en 1 x naar D.

Dit is met andere woorden: point to multipoint. Dit is wel niet rendabel voor het netwerk: pakt veel bandbreedte in.

Je hebt ook ip multicast:


IP-Multicast is de aangewezen techniek voor hoge kwaliteit streaming van audio en video en voor live videotoepassingen. Het ‘Unicast’-principe, dat nu nog veelvuldig wordt toegepast, mist de efficiëntie om tegemoet te komen aan de stijgende vraag naar ‘streaming’. Met Unicast wordt het audio- of videobestand immers telkens opnieuw in zijn geheel doorgestuurd naar elke aanvrager, wat voor een enorme belasting op netwerkverbindingen en servers zorgt. IP-Multicast daarentegen, zorgt ervoor dat de audio- of videostroom in één keer van de media aanbieder naar meerdere gebruikers kan worden gestuurd. Dit biedt een enorm voordeel op het vlak van schaalbaarheid. Het netwerk wordt tevens veel minder belast en men kan een belangrijke kostenbesparing doorvoeren doordat er minder dient geïnvesteerd te worden in hardware.

Voorwaarde is wel dat het netwerkpad van de medialeverancier tot de eindgebruiker volledig wordt ingesteld op IP-Multicast. Dit betekent dat alle aangesloten instellingen, indien ze gebruik wensen te maken van deze techniek, hun eigen netwerk moeten instellen op multicast.








  1. Bespreek leaky bucket , token bucket en dual leaky bucket principe.

Leaky bucket:

Leaky bucket principe: Te vergelijken met een emmer die een gat in de bodem heeft, langswaar het water wegdruppelt met een constant ritme, ongeacht de hoeveelheid water in de emmer Giet men echter te veel water in de emmer, zodat hij overloopt dan is het gemorste water verloren…

Token bucket:

Een token bucket is een mechanisme om het gebruik van een lijn te reguleren. De token bucket bevat een hoeveelheid tokens (een vergunning om een bepaalde hoeveelheid bytes te versturen). Zolang er tokens in de bucket zijn mag op maximale snelheid verstuurd worden, en worden de tokens opgebruikt. Op regelmatige tijdstippen worden de tokens bijgevuld. Bij een lege bucket wordt de datasnelheid bepaald door de snelheid van het bijvullen.


Dual leaky bucket:

Werkt volgens hetzelfde principe als de leacky bucket maar er wordt gewoon gebruik gemaakt van 2 emmers.




  1. Hoe gebeurt celsynchronisatie bij ATM




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina