Zwitserland. De Alpen



Dovnload 16.49 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte16.49 Kb.

Zwitserland.



De Alpen.

  • De Alpen rijzen langzaam op uit het Mittelland.

  • Naarmate men verder naar het zuiden gaat, worden de bergen hoger tot een reeks van besneeuwde toppen de indruk geeft dat de wereld daarachter misschien wel ophoudt.

  • Aan het Mittelland grenzen de Alpes Vaudoises, het Berner Oberland en het Vierwoudstedenmeer.




  • De Alpes Vaudoises, onderdeel van de eigenlijke Vooralpen die zich uitstrekken tot het Meer van Thun, lopen ook uit naar het Meer van Genève.

  • Ze vormen een klein tamelijk onbekend maar fraai berggebied.

  • De hoogste toppen in het zuiden zijn de Dent de Morcles (2969 m), Grand Muveran (3056 m) en de Diablerets (3210 m) met zijn gletsjer, in het westen zijn het toppen van zo'n 2000 m zoals de Rochers de Naye boven Montreux die het beeld bepalen.

  • Zo dicht tegen het Rhônedal en het Meer van Genève gelegen heeft het al eeuwenlang een functie als kuur  en sportgebied voor deze 's zomers zo warme streken, terwijl er 's winters veel wordt geskied.

  • Leysin, aan het eind van een doodlopende weg, is dan ook zo'n verrassende plaats boordevol hotels en accommodatie waar de toerist soms een stevige toeslag voor gezonde lucht betaalt in de vorm van Kurtax.

  • Kleine meertjes liggen verspreid in de bergen; bij het Lac de Retaud op de Col du Pillon biedt de Diableretsgletsjer een schitterend beeld.

  • Het grote Lac de I'Hongrin is aangewezen als stuwmeer, al worden protesten hiertegen steeds heviger.

  • Het gebied is af en toet in gebruik als militair oefenterrein.

  • In het hele gebied liggen diepe kalkkloven met steile, soms zelfs loodrechte wanden.




  • Het Berner Oberland, ten oosten van de Alpes Vaudoises, is een bekend gebied voor liefhebbers van bergen en bergsport.

  • Het strekt zich uit van de Alpes Vaudoises via de Thuner en Brienzer See naar de Sustenpas en wordt in de rug gedekt door de hoge Berner Alpen.

  • Twee belangrijke rivieren stromen erdoor, de Aare en de Simme.

  • De Aare, afkomstig van het gebied rond de Grimselpas, stroomt door de Aareschlucht bij Meiringen naar de Brienzer See en de Thuner See, twee door de Aaregletsjer uitgeslepen prachtig brede meren.

  • Na de sluizen bij Thun gaat hij weer als rivier verder richting Bern.

  • De wildstromende Simme, bij Zweisimmen in het westen samengesteld uit twee kleinere 'Simme beken,'stroomt uit in de Thuner See en draagt zo bij aan de Aare.




  • In het zuiden wordt het Berner Oberland begrensd door de besneeuwde toppen en hoge pieken van de Finsteraarhorn (4274 ml, Eiger (3970 m), Mönch (4099 m), Jungfrau (4158 m) en de toppen van de Breithorn, Balmhorn, Wildstrubel en Wildhorn die de 4000 m net niet halen.

  • Deze reeks van toppen maakt ook dat men lange tijd slechts te voet kon oversteken van het Berner Oberland naar het erachter gelegen Wallis.

  • Nu kan dat met de auto bovenover via de Grimselpass en onderdoor met de autotrein via de Lötschbergtunnel die frequent rijdt. Berner Oberland is een veelzijdig berggebied.

  • De meren van Thun en Brienz doen fjordachtig aan met hun stille water met hier en daar een schip of zeilboot.

  • De hellingen erlangs zijn bebost of in gebruik als wei  of hooiland.

  • Slechts kleine stukjes zoals de Niesen bij Spiez zijn geschikt voor wijnbouw.

  • Fraaie dalen naar het zuiden lopen dood op machtige bergen met hun gletsjers, aan het einde van het dal ligt meestal een redelijk grote plaats zoals Kandersteg, Grindelwald of Adelboden, met volop accommodatie en voorzieningen of een bergplaats in ontwikkeling zoals in het Diemtigtal.

  • Van zijdalletjes komen bergbeken die zich bij de hoofdstroom van het dal voegen.

  • Een heel bijzondere ervaring is het Lauterbrunnental waar gigantische watervallen uit hangende zijdalen zich in het honderden meters diepere hoofddal van de Weisse Lütschine storten.

  • Zicht op het beroemde trio Eiger, Mönch en Jungfrau krijgt men vanuit het autovrije Mürren, maar óók als men over de Hohe Matte in Interlaken naar het zuiden kijkt.

  • Interlaken, gebouwd op een puinwaaier die de twee meren van elkaar scheidt, wordt in het noorden begrensd door een nogal ongenaakbaar massief waar geen wegen doorheen lopen, alleen wandelwegen.

  • Twaalf tot vijftienhonderd meter steekt het gebergte boven Interlaken uit, de hoogste toppen zijn de Niederhorn (1950 ml, Burgfeldstand (2063 m) en Gemmenalphorn (2061 m) die bij helder weer voortreffelijk zicht geven op de Alpen.

  • Ook in dit massief zijn veel steile hellingen bebost.




  • Via de Brünigpas leiden een weg en een spoorlijn naar het Vierwoudstedenmeer.

  • Het hooggelegen dal na de Brünigpas is ruim, groen en heeft twee meren, de Lungern See en de Sarner See, mooie meren waarop in bescheiden mate aan waterrecreatie wordt gedaan.

  • Langs de Alpnacher See, eigenlijk een tak van het Vierwoudenstedenmeer, komt men onder de Pilatus (2110 m) door, verreweg de bekendste bergtop in dit gebied bij het Vierwoudstedenmeer.

  • Luzern is de belangrijkste plaats aan de Vierwaldstätter See, die drie uitlopers heeft: de Luzerner See bij Luzern, de Küssnachter See bij Küssnacht en de Urner See tussen Altdorf en Brunnen.

  • Aan de oostzijde van de Urner See loopt de Axenstrasse kort boven het meer, op de westelijke oever ligt de Rütliwiese, bakermat van de Zwitserse staat.

  • De Reuss, afkomstig van het gebergtemassief bij Andermatt stroomt bij Altdorf in de Urner See en verlaat het Vierwoudstedenmeer weer als rivier bij Luzern.

  • Ook het Vierwoudstedenmeer heeft zijn ontstaan en vorm te danken aan de eroderende werking van het gletsjerijs; een levendige indruk hiervan krijgt men in de Gletschergarten in Luzern, die ter plaatse werd blootgelegd en nu als museum fungeert.

  • De meren worden omgeven door steden, dorpen, havenplaatsjes met boomgaarden, weiden en akkers en veelal stevig beboste hellingen met overal beekjes en stroompjes die water aan de meren toevoegen.

  • Tussen de Küssnachter See en de Zuger See ligt de Rigi Kulm (1797 m), beroemd om zijn uitzichtpunt voor zonsopgangen.

  • Twee indrukwekkende dalen leiden vanaf het Vierwoudstedenmeer naar het zuiden, het Engelbergtal bij Stans dat doodloopt op de Titlis (3239 m) bij Engelberg, en het Reusstal tussen Altdorf en Andermatt.

  • Hoe verder men dit dal in komt, hoe ruiger de bergwereld wordt, de toppen hoger, ongenaakbaarder, overal gletsjers.

  • Bij Wassen voegt de weg van het Berner Oberland via de Sustenpas zich bij dit dal.

  • Kort voor Andermatt slingert de weg zich door de Schöllenenschlucht van de Reuss, eens een onneembare barrière.

  • Andermatt ligt daarachter vrij eenzaam in een dalkom op een driesprong: naar het oosten de Oberalppas, naar het zuiden de St. Gotthardpas en naar het westen de Furkapas die langs de Rhônegletsjer naar Wallis leidt.








Samengesteld door: BusTic.nl






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina