9. Waterverontreiniging 3 Inleiding 3



Dovnload 203.39 Kb.
Pagina6/10
Datum27.08.2016
Grootte203.39 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

13.2. Kostprijsvergelijking


Van deze 2 biologische technieken wordt een algemene kostenvergelijking gemaakt. Beide maken gebruik van hetzelfde materialenpakket buiten het vulmateriaal meegerekend. Het materialen pakket omvat pompen, aanvoer- en afvoerbuizen, folie,….
De velden zijn berekend voor een hoeveelheid water dat verbruikt wordt door 4 personen op een dag. Dit houdt in dat beide technieken gemiddeld 480 liter per dag aan kunnen.
Voor het koko-biobed bedraagt de kostprijs 3336€ en voor het rietveld is dit 4241€. Dit maakt een verschil van 905€.
De investering in het vulmateriaal van het kokbed kan ben terug gebruiken bij het composteren. Men heeft hier dus een gedeeltelijke terugwinning van deze investering. Bij het rietveld is dit helemaal anders. Daar moet men de vulling uithalen. Deze vulling kan men niet terug gebruiken, tenzij deze grondig gereinigd wordt en zeer moeilijk gaat.

14. Fysico-chemische zuivering


Deze zuiveringstechniek(en) zijn meer voor grote industriële bedrijven die dagelijks middelmatige tot grote hoeveelheden afvalwater produceren.

Via de website www.emis.vito.be kan men aan de hand van enkele parameters kijken welke zuiveringstechniek het beste past in het bedrijf. Er is het volgend resultaat bekomen voor het bedrijf Roosen Borgh:


Fyciso-chemische zuivering

  • Debiet of samenstellingsbuffering

    • Bufferbekken

  • Coagulatie

    • Coagulatie

    • Electrocoagulatie

  • Precipitatie

  • Verwijderen flotteerbare/bezinkbare stoffen

    • Bezinken

          • Bezinkingsbekken

          • Lamellenbezinker

          • Hydrocycloon

    • Flottatie

  • Filtratie

    • Zandfiltratie

    • Microfiltratie

    • Ultrafiltratie

  • Selectieve verwijdering van ionen

    • Pelletkristallisatie/korrelreactor

    • Electrodialyse



14.1. Bufferbekken


Het doel hiervan is het verkrijgen van een constant debiet en mogelijk een constante kwaliteit. Dit is vereist om de verdere zuiveringsprocessen zo optimaal mogelijk te laten verlopen. Bufferen kan in-line of of-line gebeuren. Bij in-line bufferen stroomt het afvalwater door de buffertank. Bij off-line bufferen stroomt het afvalwater alleen boven een bepaalde stroomsnelheid in de buffertank.
Biologische behandeling van het afvalwater wordt verbeterd, omdat hydraulische piekbelastingen kunnen worden vermeden. Dit heeft een positieve invloed op de biologische processen en de nabezinking en daardoor verbetert de effluentkwaliteit.

14.2. Chemische coagulatie/flocculatie


Het doel van coagulatie is het destabiliseren van een stabiele oplossing van opgeloste en onopgeloste deeltjes in water, zodat een begin gemaakt kan worden om deze onopgeloste en opgeloste delen uit de oplossing te halen. Coaguleren vindt plaats door het toevoegen van een coagulant, bijvoorbeeld FeCl3 of laag moleculaire polymeren. Een coagulant is een stof met een sterke positieve lading. De gestabiliseerde deeltjes in het water zijn in het bezit van een ladingsdubbellaag. Om een negatief geladen deeltje circuleren bv. een aantal positief geladen andere deeltjes die weer omgeven zijn door een diffuse laag van negatief geladen deeltjes. Door deze verdeling van lading stoten de deeltjes elkaar af en blijven zij in oplossing. Door het inbrengen van sterk geladen deeltjes (coagulant) wordt deze ladingsdubbellaag sterk verstoord en worden gestabilliseerde deeltjes gedestabilliseerd.
Coagulant wordt toegevoegd in een volledige gemengde tank, met korte verblijftijd (enkele minuten) en hoge turbulentie. Flocculanten worden toegevoegd in een volledige gemengde tank bij lagere verblijftijd en lage turbulentie ( om de vlokken niet kapot te maken).
Voor- en nadelen

Door coagulatie/flocculatie kunnen vele stoffen door middel van flotatie en/of bezinking worden verwijderd uit afvalwater, wat zonder het toevoegen van deze stoffen niet mogelijk zou zijn geweest. Het gaat hier om licht zwevende stoffen, colloïden en een deel van opgeloste stoffen.

Een belangrijk nadeel van het gebruik van coagulanten en flocculanten is het oplopen van de operationele kosten. In sommige situaties zijn aanzienlijke hoeveelheden coagulant en flocculant nodig om het uitvlokken voldoende op gang te brengen. Zeker bij afvalwaterstromen met grote debieten kunnen deze kosten aanzienlijk oplopen. Bij flocculatie is een juiste dosering van belang voor de goede werking van het proces.

Ook een nadeel is de reststof: gecoaguleerde en/of geflocculeerde vervuiling die in een vervolgstap verwerkt dient te worden.



14.3. Precipitatie


Het doel hiervan is het neerslaan van opgeloste stoffen in het afvalwater door middel van het toevoegen van een reagens dat een onoplosbare verbinding vormt met de af te scheiden stof. Positieve ionen zoals (zware) metalen maar ook negatieve ionen zoals enkele fosfaten en sulfaten kunnen door precipitatie verwijderd worden. Het neerslaan gebeurt in het algemeen in een 1 op 1 molverhouding, dit wil zeggen dat 1 molecuul opgeloste stof met 1 molecuul reagens een onoplosbaar neerslag vormt.

Andere voorbeelden zijn het ontharden van water met kalkmelk, het defosfateren van afvalwater door middel van ijzerchloride onder vorming van natriumsulfide.


Het is een relatief eenvoudige en goed werkende techniek. Voor een aantal stoffen die met andere technieken moeilijk te verwijderen zijn, kunnen door middel van precipitatie toch goede resultaten behaald worden. Een ander voordeel van deze techniek is dat heel specifiek bepaalde componenten kunnen worden verwijderd, terwijl andere stoffen juist niet verwijderd worden; de selectiviteit kan dus zeer hoog zijn.

14.4. Verwijderen floteerbare/bezinkbare stoffen

14.4.1. Bezinken

14.4.1.1. Bezinkingsbekken


Een bezinkingsbekken staat in voor het verwijderen van zoveel mogelijk onopgeloste deeltjes in het afvalwater. Als de dichtheid van de deeltjes groter is dan die van water, bewegen zij zich onder invloed van de zwaartekracht naar de bodem (sedimentatie). Bezinking vindt plaats in bezinkingsbekkens waardoor het afvalwater langzaam stroomt. Op de bodem van het bekken is bij grotere bassins vaak een slibschraper gemonteerd om het bezonken slib af te voeren. De snelheid van de helling varieert per type bezinker. Hoe steiler hoe beter de afvoer naar het midden.
Een bezinkingsbekken is een zeer eenvoudige en relatief goedkope installatie. Een bezinkingsbekken vergt relatief veel ruimte.
Vaak kan 60 – 70% van de zwevende stof verwijderd worden, afhankelijk van de bezinkingstijd en de aard van de zwevende stof.

14.4.1.2. Lamellenbezinker


Een lamellenbezinker is een bijzondere, plaatsbesparende bezinker. Het principe is gebaseerd op laminaire stromingscondities. Het eigenlijke scheidingsmechanisme bestaat uit een bezinker met een platenpakket binnenin en een verzamelsysteem voor bezonken slib op de bodem. Een lamellenbezinker wordt ook wel een plaatbezinker genoemd.
Dit type van bezinker heeft weinig toezicht en onderhoud nodig. Scheiding door middel van zwaartekracht is vaak de meest kosteneffectieve methode voor het afscheiden van drijvende en/of zwevende vervuiling uit een vloeistof.

14.4.2. flotatie


De flotatie is meer geschikt voor het verwijderen van oliën en vetten. Maar het kan ook gebruikt worden voor het verwijderen van zwevende stoffen in afvalwater. De kosten voor deze installatie zijn in principe veel te hoog voor enkel het verwijderen van zwevende stoffen.

Het principe wordt ook wel luchtflotatie genoemd. Er worden kleine luchtbelletjes onderaan de tank ingeblazen. Hierdoor krijgen de deeltjes een specifiek drijfvermogen. Vaak wordt er ook gebruik gemaakt van coagulatiemiddelen of flocculatiemiddelen om het effect te versterken. Zodoende worden kleinere deeltjes omgevormd tot grotere deeltjes, die beter kunnen floteren.


Als laatste stap bevat de flotatie-unit vaak een schraper die de drijflaag afschraapt aan de bovenzijde.





1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina