9. Waterverontreiniging 3 Inleiding 3


Wateranalyses 16.1 Monstername en bewaring



Dovnload 203.39 Kb.
Pagina9/10
Datum27.08.2016
Grootte203.39 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

16. Wateranalyses

16.1 Monstername en bewaring

De basis voor elke waardevolle en betrouwbare analyse is een goed uitgevoerde monstername. De bemonstering dient steeds met de grootste zorg te gebeuren en bijzondere aandacht moet besteed worden aan het type recipiënt, de reinigingswijze en de vulligswijze, de eventuele toevoegingen van bewaarmiddelen,…


Voor een ideale monstername zijn goed gereinigde en van alle detergenten ontdane recipiënten onontbeerlijk. Deze recipiënten dienen meermaals gespoeld met het te nemen monsterwater vooraleer het gewenste staal genomen wordt.
De monsterflessen worden onmiddellijk afgesloten, alsook voorzien van een etiket met hierop, plaats, datum, tijd, weersomstandigheden en eventuele andere omgevingsfactoren.

Voor alle monsters dient indien mogelijk de temperatuur alsook de pH gecontroleerd te worden op de plaats van de monstername.

Alle monsters ook deze waaraan een bewaarmiddel is toegevoegd, worden zo vlug mogelijk na de monstername en tot de uitvoering van de analyse bewaard in een koelkast bij ± 4°C.
Volgende tabel geeft aan welk recipiënt, de hoeveelheid van het monster en eventueel welk bewaarmiddel genomen moet worden voor de verschillende analyses.


Parameter

Recipiënt

Hoeveelheid

Bewaarmiddel

pH

Zwevende stof

Koude permanganaat

BOD


Hardheid

Chloride


Polyethyleen



3 liter


Geen


COD

Glas

50 ml

pH 2; door dr H2SO4

Opgeloste O2

Glas

250ml

(*)

Ammoniumstikstof

Nitraten


Nitrieten

Orthofosfaten


Glas

50 ml

1 ml chloroform



Kjeldalstikstof

Totale fosfor



Glas

50 ml

1 ml chloroform

Tabel 6: monstername afvalwater, hoeveelheid en soort recipiënt
(*) voor O2 ter plaatse wordt 1ml MnSO4 oplossing, 2ml Winklerreagens en 2ml zwavelzuur toegevoegd.
Staalvoorbereiding:

Vooraleer de analyse uit te voeren, is er vaak een voorbereiding van het staal noodzakelijk. Enkele voorbereidende stappen kunnen zijn:



  • filtratie of centrifugatie: de zwevende deeltjes kunnen storen bij spectroscopie

  • verdunnen

  • neutraliseren

  • onteiwitten

  • ontkleuren

  • ontgassen

  • ……


Mogelijke foutenbronnen:

  • Staalname en bewaring

  • contaminatie door gebruikte apparaat, recipiënten, reagentia,….

  • Absorptieverliezen

  • Chemische referenties

  • Onjuiste ijking

  • Onjuiste evaluatie

  • ….

16.2. Voorbehandelingsprocedures

16.2.1. Inleiding


De procedures worden ingedeeld in functie van :

  • de aard van de parameter

  • het type water

Voor er overgegaan wordt tot het nemen van een watermonster moet men rekening houden met bepaalde vragen:



  • Welke parameter is relevant voor het gebruik van het water?

  • Welke monsternameplaats is relevant voor die parameter?

  • Is het staal representatief voor het geheel?

  • Is een éénmalige staalname voldoende om een oordeel te vellen omtrent de waterkwaliteit?


Bemonsteringsstrategie voor verschillende watertypen:

In dit punt worden de verschillende methoden uitgelegd omtrent het nemen van een waterstaal bij de verschillende soorten waters.

Voor: - stromende water

- meren en vijvers

- zeewater

- bronnen en putten

- drinkwater

- afvalwater

Van al deze verschillende soorten waters worden er slechts 2 besproken, namelijk de bronnen en putten en het afvalwater. Deze zijn het meeste van toepassing op het soort water dat geanalyseerd moet worden. Het water moet, alvorens geloosd te worden, opgeslagen in een grote opslagbunker. De rest is hier niet van belang.

16.2.1.1. Bronnen en putten


De monstername kan op diepte gebeuren. Men kan ook het water oppompen, maar dan moet men denken aan de zuurstofinbreng die een invloed gaat hebben bij de bepaling van zuurstof. Maar men kan ook bij de uitstroming water nemen. Hier moet men er dan weer op letten dat er geen contaminatie plaatsvindt.

Het beste neemt men dus water op een bepaalde diepte. Maar in de praktijk is dit niet altijd mogelijk.



16.2.1.2. Afvalwater


Prikmonsters (éénmalig) zijn alleen representatief wanneer de samenstelling weinig verandert. Dit komt slecht zelden voor.

Voor de meeste bedrijven en afvallozingen heeft men te maken met pieklozingen en dient de bemonstering continu te zijn en proportioneel met het debiet. Er is dus staalname en gelijktijdig meting van het debiet indien mogelijk.



16.3. Bepaling van de bezinkbare stof


Principe:

Deze methode beschrijft een conventionele methode voor de volumetrische bepaling van de bezinkbare stoffen.

Het water wordt met rust gelaten in een Imhoffkegel. Na een bepaalde tijd meet men het volume aan bezonken stoffen. De resultaten worden uitgedrukt in ml bezonken stoffen per liter water. De aangenomen bezinkingsduur dient eveneens vermeld te worden.
Werkwijze:

Ruw afvalwater wordt gegoten doorheen een zeef met een maaswijdte van 2 mm. Breng het water op een temperatuur tussen de 15°C en de 25°C.

Homogeniseer het water en vul hiermee de Imhoffkegel tot de merkstreep van 1000ml.
Houd de kegel in loodrechte stand in rust, beschut tegen thermische variaties en sterke belichting.

Lees het volume, bereikt door het bezinksel, af na 5, 10, 15, 20 en 30 minuten.

Lees na 45 minuten nogmaals af en beweeg vervolgens, ten einde de aan de wand klevende deeltjes los te maken, de kegel 3 tot 4 maal beurtelings naar rechts en links om zijn as.
Voer nieuwe aflezingen uit na 1 uur en na 1.30u. Voer na 1.45u. met de kegel dezelfde draaibeweging uit. Lees na 2u opnieuw af. Een sedimentatiecurve kan worden opgesteld.

De concentratie bezinkbare stoffen wordt bepaald na een sedimentatietijd van 2 uur en wordt uitgedrukt in ml/l.



Tijd (minuten)

Aantal bezinkbare stof (ml/l)

5




10




15




20




30




45




60




90




120





Resultaten:



1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina