Collectieve Arbeidsovereenkomst sca hygiene products hoogezand b. V



Dovnload 235.11 Kb.
Pagina1/5
Datum22.07.2016
Grootte235.11 Kb.
  1   2   3   4   5
cao SCA Hoogezand

Collectieve Arbeidsovereenkomst


SCA HYGIENE PRODUCTS HOOGEZAND B.V.

als partij ter ene zijde

en

FNV Bondgenoten te Utrecht

CNV Vakmensen te Utrecht
elk als partij ter andere zijde,

Looptijd: 1 januari 2014 tot en met 31 december 2015



© 2014 Cao-partijen en AWVN

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook en evenmin worden opgeslagen in een databank met als doel een terugzoekmogelijkheid te verschaffen aan derden, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van partijen bij deze cao alsmede van AWVN te Den Haag.

ARTIKEL 1 - DEFINITIES
In deze cao wordt verstaan onder:
a. werkgever:

SCA Hygiene Products Hoogezand B.V.;


b. vakvereniging:

FNV Bondgenoten en/of CNV Vakmensen;


c. werknemer:

iedere in dienst van de werkgever zijnde mannelijke en vrouwelijke persoon van wie de op basis van functieclassificatie gewaardeerde functie is ingedeeld in één van de functiegroepen zoals vermeld in Bijlage I bij deze cao;


d. arbeidsgehandicapte werknemer:

De werknemer die een recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de ZW, WAO, WIA of Wajong of van wie op grond van een medisch-arbeidskundige beoordeling is vastgesteld dat hij in verband met ziekte of gebrek een belemmering heeft bij het verkrijgen of verrichten van arbeid.


e. maand:

een kalendermaand;


f. schaalsalaris:

het bij elke functiegroep, leeftijd en aantal functiejaren behorende salaris, zoals vermeld in Bijlage II bij deze cao;


g. maandsalaris:

het schaalsalaris;


h. maandinkomen:

het maandsalaris + eventuele ploegentoeslag + eventuele persoonlijke toeslagen;


i. ondernemingsraad (OR):

de ondernemingsraad (OR) als bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden;


j. dienstrooster:

een door de werkgever en de OR vastgestelde werktijdregeling, die de tijden van opkomen en afgaan en eventuele onderbrekingen van de werktijd aangeeft, zoals bedoeld in artikel 8 lid 4 onder b;



ARTIKEL 2 - ALGEMENE VERPLICHTINGEN VAN DE WERKNEMER
1. De werknemer verbindt zich de verplichtingen die voor hem uit deze cao
voortvloeien naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid na te komen.
2. De werknemer is gehouden alle hem door of namens de werkgever

opgedragen werkzaamheden, voor zover deze redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd, zo goed mogelijk uit te voeren en daarbij alle verstrekte aanwijzingen en voorschriften in acht te nemen.




  1. De werknemer zal zich voor wat betreft zijn werk- en rusttijd houden aan het

voor hem geldende dienstrooster.



  1. De werknemer is voor de handhaving van de Core Values van SCA gehouden tot naleving van de aanwijzingen en voorschriften die door of namens de werkgever worden gegeven.

5. De werknemer is gehouden zich te gedragen naar de binnen de onderneming geldende nadere regels ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, zoals vastgelegd in het procedure- en regelingenboek.


6. De werknemer is gehouden tot geheimhouding ten aanzien van alles wat

hem tengevolge van zijn dienstbetrekking bekend wordt, zoals omtrent de inrichting van het bedrijf, de grondstoffen, de bewerking daarvan en de producten.




  1. De werknemer is gehouden bij de arbeid de nodige voorzichtigheid en

zorgvuldigheid in acht te nemen ter vermijding van gevaren voor de veiligheid of gezondheid van hemzelf of van anderen dan wel met het oog op het welzijn in verband met de arbeid, een en ander zoals een goed werknemer betaamt.

Met inachtneming van het bepaalde in de Arbo-wet dient de werknemer de ter zake gegeven aanwijzingen en voorschriften na te leven, de ter beschikking gestelde veiligheidsmiddelen daadwerkelijk te gebruiken en volgens de geldende voorschriften mee te werken aan medische begeleiding en deel te nemen aan preventief medisch onderzoek (PMO).


8. De werknemer die van plan is een verbintenis jegens de overheid aan te gaan heeft daarvoor de schriftelijke toestemming nodig van de werkgever.
9. De werknemer is gehouden een individuele arbeidsovereenkomst te tekenen
waarbij deze cao van toepassing wordt verklaard.
10. In geval de werkgever in verband met de arbeidsongeschiktheid van de werknemer tegen één of meer derden een vordering tot schadevergoe­ding kan doen gelden, zal de werknemer daaraan zijn medewerking verlenen.
11. Zonder uitdrukkelijke toestemming van de werkgever is het de werknemer niet toegestaan enige betaalde arbeid voor derden te verrichten of als zelfstandige een nevenbedrijf te voeren. Indien de werknemer bij aanvang van de arbeidsovereenkomst nevenwerkzaamheden verricht, is hij verplicht hiervan de werkgever schriftelijk mededeling te doen. Het verrichten van arbeid voor derden of werkzaamheden anderszins, kan door de werkgever bij schriftelijke kennisgeving verboden worden, indien deze werkzaamheden naar het oordeel van de werkgever schadelijk zijn voor de juiste uitoefening van de functie van de werknemer. De werknemer die arbeidsongeschikt wordt tengevolge van het verrichten van de hier bedoelde nevenwerkzaamheden en hiervoor geen toestemming heeft, verliest elke aanspraak op de in artikel 19 en 19A geregelde aanvullingen op de wettelijke uitkeringen in geval van arbeidsongeschiktheid.

ARTIKEL 3 - ALGEMENE VERPLICHTINGEN VAN DE WERKGEVER



  1. De werkgever verplicht zich deze cao naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid te zullen nakomen.

2. De werkgever verbindt zich geen werknemers in dienst te nemen of

te houden op voorwaarden die in strijd zijn met het in deze cao of het in het procedure- en regelingenboek bepaalde.
3. De werkgever zal met iedere werknemer schriftelijk een individuele

arbeidsovereenkomst aangaan, waarin verwezen wordt naar deze cao en het geldende procedure- en regelingenboek.


4. Vakbondswerk in de onderneming

  1. De werkgever geeft elk van de vakverenigingen faciliteiten voor

het werk van de vakverenigingen in de onderneming, voor zover door dit werk de voortgang van de werkzaamheden niet wordt geschaad en de bestaande overlegstructuren binnen de onderneming niet worden doorkruist.


  1. De vakverenigingen zullen de werkgever schriftelijk mededelen wie van de leden uit het personeel een bestuursfunctie vervullen in de bedrijfsledengroep.

c. In beginsel worden vergaderingen van de in b bedoelde bestuursleden buiten werktijd gehouden.

Bestuursleden die in verband met hun dienstrooster de vergaderingen niet kunnen bijwonen, kunnen zo nodig vrijaf krijgen indien zij deze vergaderingen behoren bij te wonen.


  1. De in b bedoelde bestuursleden kunnen in de door werkgever vast te stellen bedrijfsruimte met de leden van de vakvereniging individuele contacten hebben.




  1. Door de in b bedoelde bestuursleden zal in redelijke mate gebruik gemaakt worden van de mogelijkheid vrijaf te krijgen voor de in c en d bedoelde activiteiten. Daarbij zal een maximum van 1 werkuur per jaar per lid van de vakverenigingen, voor zover op deze leden de cao van toepassing is, niet worden overschreden. De vakvereni­gingen informeren de werkgever over het aantal leden dat zij in de onderneming hebben.

f. De in b bedoelde bestuursleden zullen over voorgenomen afwezigheid of


werkonderbreking, teneinde de daarvoor vereiste toestemming te
verkrijgen, tenminste 2 dagen tevoren met de daartoe aangewezen
bedrijfsfunctionaris overleggen. In dringende gevallen kan van deze regel
worden afgeweken. Hun afwezigheid of werkonderbreking wordt op een
door de werkgever vastgestelde wijze geregistreerd.
g. Indien dat voor een behoorlijke communicatie tussen de bestuursleden als
bedoeld in b en de leden van de vakverenigingen nodig is, kan van door
de werkgever aan te wijzen publicatieborden gebruik gemaakt worden.

Wanneer de inhoud van deze bekendmaking verder gaat dan het vermelden van tijd, plaats en onderwerp van te houden vergade­ringen, is voor de publicatie overeenstemming met de werkgever nodig over de feitelijke inhoud.


h. Werknemers, tevens kaderlid van een vakvereniging die als zodanig

aan de werkgever zijn bekend gemaakt, zullen uit dien hoofde geen nadelige gevolgen ondervinden bij het functioneren binnen het bedrijf.


i. De vakverenigingen zullen zich in voorkomende gevallen mede kunnen

laten vertegenwoordigen door leden (één lid per vakvereniging) werkzaam in de onderneming.


5. Regeling werkgeversbijdrage

De werkgever verklaart zich bereid tot het verstrekken van een bijdrage

overeenkomstig de tussen AWVN, FNV Bondgenoten en CNV Vakmensen gesloten overeenkomst met betrekking tot de bijdrageregeling aan de vakverenigingen.


6. Vakbondscontributie

In 2014 zal de werkgever aan de werknemer die lid is van de vakvereniging desgewenst de mogelijkheid bieden om binnen de grenzen van de fiscale wetgeving, en zolang als deze fiscale mogelijkheid in stand blijft, de contributie voor het lidmaatschap van de vakvereniging uit het bruto maandinkomen van de maand december te betalen.


7. Reiskosten

De werkgever is tevens bereid om op verzoek van de werknemer mee te werken aan het benutten van de eventueel aanwezige fiscale ruimte in de reiskosten, voor zolang deze fiscale mogelijkheid bestaat en uiteraard binnen de grenzen van de fiscale wetgeving. Indien de werknemer voor deze mogelijkheid kiest, wordt met hem een aanvulling op de arbeidsovereenkomst overeengekomen, waarin de afwijking van de salarisbepalingen van deze cao en overige afspraken worden vastgelegd.


8. Uitzendkrachten

De werkgever zal uitsluitend uitzendkrachten te werk stellen die in dienst zijn van een uitzendbureau dat beschikt over een NEN-certificering en is ingeschreven in het register van de Stichting Normering Arbeid.

Met ingang van 1 januari 2014 zal de werkgever voor nieuwe uitzendkrachten niet meer de ABU-cao hanteren voor de eerste 26 weken. Vanaf dat moment wordt de handelwijze die van toepassing was vóór de afspraak met de OR weer in acht genomen.

ARTIKEL 4 - ALGEMENE VERPLICHTINGEN VAN DE VAKVERENIGINGEN
1. De vakverenigingen verplichten zich deze cao naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid te zullen nakomen.
2. De vakverenigingen verplichten zich te zullen bevorderen dat hun leden

een individuele arbeidsovereenkomst tekenen op grondslag van deze cao en het geldende procedure- en regelingenboek.



ARTIKEL 5 - KWALITEIT VAN DE ARBEID
1. Algemeen

De kwaliteit van de arbeid wordt in belangrijke mate bepaald door inspanningen van zowel de werkgever als de werknemer. Zij zijn er dan ook gezamenlijk verantwoordelijk voor. De vakverenigingen hebben de verantwoordelijkheid te bevorderen dat hun leden dit artikel juist toepassen. De kwaliteit van de arbeid kent aspecten van veiligheid, gezondheid en welzijn. Onverminderd de verantwoordelijkheid en taken van de OR en andere (wettelijke) organen ter zake geldt voor werkgever en werknemer het hierna bepaalde.


2. Veiligheid

De werkgever zal alle maatregelen nemen die nodig zijn voor de veiligheid in zijn onderneming. Ter bevordering van deze veiligheid en mede ter uitvoering van de wettelijke voorschriften ter zake zal de werkgever in samenwerking met de OR regelingen opstellen, die opgenomen worden in het procedure- en regelingenboek.
3. Milieu

a. De werkgever zal alle milieuhygiënische aspecten, verbonden aan het

productieproces, aan de orde stellen in de OR en de maatregelen, die dienaangaande genomen dienen te worden, zullen zo mogelijk in overleg met de OR worden uitgevoerd.
b. De hierboven aangegeven inspanning laat onverlet de verantwoordelijkheid van iedere werknemer ten aanzien van de op zijn werkplek betrekking hebbende milieuzaken.
4. Welzijn

Ongewenste intimiteiten zijn verboden en behoren niet voor te komen.


De werkgever zal in overleg met de OR een voor alle betrokkenen aanvaardbare vertrouwenspersoon aanwijzen, waar de werknemer met eventuele klachten terecht kan, en die zo nodig de werkgever stappen kan doen ondernemen die leiden tot het oplossen van onaanvaardbare situaties.

Klachten worden vertrouwelijk behandeld en de werknemer die een klacht indient zal daardoor niet in zijn belangen worden geschaad.


5. Scholing en vorming

a. Inzicht in het werk van hemzelf en in zekere mate ook van zijn omgeving,


hebben een positieve invloed op de kwaliteit van de arbeid en het welzijn
van de werknemer.
b. Kennis en inzicht zijn mede bepalend voor de mate waarin de werknemer

in staat is zijn verantwoordelijkheden ter zake van de kwaliteit van de arbeid te nemen. In de opleidingsprogramma’s zal hieraan derhalve de nodige aandacht worden besteed.


c. Door de werkgever is een scholings- en opleidingsregeling getroffen voor

de werknemer. De rechten en verplichtingen hieraan verbonden zijn opgenomen in het Opleidings-/Studiekostenreglement.



ARTIKEL 6 - WERKGELEGENHEID
1. a. Indien de continuïteit en de daarmee samenhangende

werkgelegenheid in de onderneming hierdoor niet in gevaar gebracht worden, zullen tijdens de looptijd van de cao geen gedwongen collectieve ontslagen plaatsvinden voor werknemers die op het moment van het afsluiten van de cao in dienst zijn, respectievelijk tijdens de looptijd van de cao zullen worden aangenomen.

In dit geval zal werkgever hiertoe niet besluiten dan na diepgaand en indringend overleg met de vakverenigingen en de OR.
b. Indien er vacatures ontstaan door onder meer natuurlijk verloop, zal

de werkgever deze vacatures opvullen en daarbij eerst eigen personeel in de gelegenheid stellen naar deze vacatures te solliciteren.

Vacatures zijn arbeidsplaatsen die opgevuld moeten worden om een doelmatige bedrijfsvoering te garanderen.

De werkgever zal de OR en de vakverenigingen tijdig en ten minste eenmaal per jaar informeren over functies die zullen of zijn vervallen.

c. Onder 'ingeleende flexkracht’ wordt in dit verband verstaan de

natuurlijke persoon, die anders dan ter uitvoering van, respectievelijk in het kader van een door de werkgever met een derde gesloten aannemingsovereenkomst, werkzaamheden verricht in de onderneming van de werkgever met wie hij geen dienstverband is aangegaan.




  1. Voorgenomen investeringen die een aanmerkelijke invloed hebben

op het aantal arbeidsplaatsen, zullen kenbaar worden gemaakt aan de OR en aan de vakverenigingen.
3. a. In het kader van de verplichtingen die voortvloeien uit

respectievelijk de SER-fusiegedragsregels 2000 en de Wet op de

ondernemingsraden dient de werkgever die overweegt

- een fusie aan te gaan;

- een bedrijf of bedrijfsonderdeel te sluiten en/of de personeelsbezetting ingrijpend te herzien en/of te reorganiseren

bij het nemen van zijn beslissing de sociale gevolgen te betrekken.


Daarbij zal de werkgever tijdig de vakverenigingen, de OR en de betrokken werknemers inlichten omtrent de overwogen maatregelen. Aansluitend hierop zal de werkgever de maatregelen en de eventueel daaruit voor de betrokken werknemers voortvloeiende sociale gevolgen bespreken met de vakverenigingen en met de OR.


b. Mededelingen van de werkgever over het voorgaande worden schriftelijk
aan de vakverenigingen gedaan.
4. De werkgever zal alvorens een definitieve opdracht te verstrekken aan een

extern organisatiebureau, dan wel aan een met een zelfde opdracht in te stellen of gestelde interne commissie, om een onderzoek in te stellen betreffende de organisatie van de onderneming, de OR in de gelegenheid stellen aan hem advies uit te brengen over de opzet en de probleemstelling.

De procedure over de uitvoering van het onderzoek alsmede van de tussentijdse voortgang, mede tot uitdrukking gebracht door tussentijdse verslagen, zullen een punt van overleg met vakverenigingen en OR zijn. Over genoemde adviesaanvraag alsmede over de inhoud van het advies zal werkgever de vakverenigingen inlichten.
5. Sociaal beleid


  1. De werkgever zal de OR periodiek inlichten en raadplegen over de gehele gang van zaken in de onderneming in het algemeen, en meer in het bijzonder over het gevoerde personeelsbeleid.

Bij de gegevens zullen onder andere mede worden betrokken:

- de personeelsbezetting en de mutaties daarin;

- ingeleende flexkrachten;

- programma’s met betrekking tot opleiding, werkoverleg en promotie;

- aanstelling, ontslag en de mate van verzuim;

- beoordelingssystemen en overwerk.




  1. Indien het sociaal jaarverslag met de OR wordt besproken, wordt dit ten minste 14 dagen voor de bespreking ter visie van het personeel gelegd dan wel op aanvraag van een personeelslid ter beschikking gesteld.

6. Gehandicapte werknemers

De werkgever zal bij de aanstelling en tewerkstelling waar mogelijk gelijke kansen bieden aan arbeidsgehandicapten en niet-arbeidsgehandicapten.


: media -> files
files -> Stepping Stones 1 vmbo kgt Stonesvertalingen Vierde editie Noordhoff Uitgevers, Groningen auteurs eindredactie
files -> Stepping Stones 2 vmbo b/lwoo Stonesvertalingen Vierde editie Noordhoff Uitgevers, Groningen auteurs eindredactie
files -> Stepping Stones 4 vmbo k Stonesvertalingen Vierde editie Noordhoff Uitgevers, Groningen Auteurs Eindredactie
files -> AI0121, Gerechtshof 's-Gravenhage, bk-02/01565
files -> Persbericht cirk! 2014 Editie om van te snoepen Op vrijdag 22, zaterdag 23 en zondag 24 augustus palmen de artiesten van Cirk! opnieuw de binnenstad in. Tijdens deze zesde editie feest Rechteroever voor het eerst mee
files -> Hoe meer kleur hoe beter, maar het moet wel passen
files -> Mba in één dag Het boek Het nieuwe boek van Ben Tiggelaar
files -> Stepping Stones 2 vmbo kgt Stonesvertalingen Vierde editie Noordhoff Uitgevers, Groningen auteurs eindredactie
files -> Stepping Stones 2 vmbo bk Stonesvertalingen Vierde editie Noordhoff Uitgevers, Groningen auteurs eindredactie
files -> Stepping Stones 3 vmbo b Stonesvertalingen Vierde editie Noordhoff Uitgevers, Groningen auteurs eindredactie


  1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina