Dakloze jongeren in de regio Zwolle Agenda voor verbetering van de ketenaanpak



Dovnload 100.19 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte100.19 Kb.







Dakloze jongeren in de regio Zwolle
Agenda voor verbetering van de ketenaanpak













ambitie


Ontwikkeling

Maatschappelijke Ontwikkeling


Stadskantoor

Lübeckplein 2

Postbus 10007

8000 GA Zwolle

Telefoon (038) 498 20 71

d.flierman@zwolle.nl


www.zwolle.nl














Inleiding 3

Dakloze jongeren: analyse van de doelgroep 4

Aantal dakloze jongeren 4

Aard van de problematiek 7

De opgave: knelpunten in de ketenaanpak 9

Agenda komende periode 10

Opvang en huisvesting 11

Centraal punt voor instroom, informatie, advies en nazorg 12

Activering 13

Verbeteren persoonsgerichte aanpak en ketensamenwerking 14

Referenties 15

Bijlage 1 Definitie zwerfjongeren 17

Bijlage 2 De ketenaanpak voor dakloze jongeren in Zwolle 18

Eerste opvang 18

Woonprojecten en verblijfsvoorzieningen 18

Persoonsgerichte aanpak 19

Sluitende ketensamenwerking 20



Inleiding

Jongeren zonder vast woon- of verblijfsplaats worden zwerfjongeren genoemd. De jongeren zelf hebben een hekel aan dit woord, ze worden liever dakloos genoemd. Voor ons reden om vanaf nu te spreken en te schrijven over dakloze jongeren, al zullen we af en toe niet ontkomen aan gebruik van de term zwerfjongeren, gezien het landelijke gebruik van deze omschrijving.

Belangrijk uitgangspunt voor de aanpak van de problematiek dakloze jongeren is de integrale aanpak, de ketenaanpak. Deze behoeft verbetering. Het belang van dakloze jongeren staat hierbij voorop. Het gaat om het versterken van de eigen kracht van de jongeren en hun netwerk, om participatie en talentontwikkeling en om aansluiting bij het normale leven.
In 2010 is een integrale aanpak voor dakloze jongeren in Zwolle uitgewerkt. In september van dat jaar heeft de raad met het vaststellen van de eerste evaluatie van het Stedelijk Kompas Zwolle het college opdracht gegeven om aanvullende maatregelen te nemen om de problematiek van dakloze jongeren aan te pakken. Hiertoe is een amendement aangenomen en is de volgende doelstelling toegevoegd aan het Stedelijk Kompas: ‘In 2014 is het aantal dakloze jongeren in de regio Zwolle teruggebracht met 50% ten opzichte van 2008’. In december 2010 heeft de raad ingestemd met het voorstel om de problematiek van dakloze jongeren integraal aan te pakken. Deze integrale aanpak is gebaseerd op twee pijlers:


  • Vroegtijdig herkennen van signalen die duiden op mogelijk zwerfgedrag en hierop ingrijpen (preventie) en betere aansluiting van jeugdzorg op reguliere zorg.

  • Het bieden van adequate opvang en dagbesteding voor dakloze jongeren, inclusief begeleiding.

In 2010 en 2011 is vooral gewerkt aan de tweede pijler: het regelen van dagopvang (BYou) en het realiseren van woonplekken voor dakloze jongeren (Fast Forward). De eerste pijler heeft concreet vorm gekregen in de pilot ‘Go On’, dat tot doel heeft de aansluiting met jeugdzorg te organiseren. In 2013 heeft Zwolle deelgenomen aan het Ondersteuningsprogramma Zwerfjongeren 1 Stap Vooruit1 en is een stap gezet in de verbetering van de samenhang tussen de verschillende onderdelen van de ketenaanpak voor dakloze jongeren. Partners en gemeente werken samen aan de uitwerking hiervan, en met succes. Door de gezamenlijke inspanning van betrokken partners is een alternatief ontstaan voor opvang van jongeren jonger dan 23 jaar tussen de volwassenen daklozen. Een illustratie dat de verbeteringen in de keten gerealiseerd worden. In bijlage 3 treft u een overzicht aan van de verschillende voorzieningen waaruit de keten voor dakloze jongeren bestaat.

In juni 2013 is bij de evaluatie van het Stedelijk Kompas door ons College aangegeven dat de doelstelling voor het beperken van het aantal dakloze jongeren niet realistisch is gebleken. Door de ingezette aanpak komen er juist meer jongeren in beeld die in een traject bezig zijn hun leven weer op de rit te krijgen. Voor de raad was dit aanleiding om in september 2013 een rondetafelgesprek te houden met een aantal dakloze jongeren en betrokken organisaties om een beter beeld te krijgen in de oorzaken van het niet behalen van de doelstelling en mogelijk suggesties aangereikt te krijgen hoe dit wel zou kunnen lukken. Eén van de belangrijkste knelpunten bleek het gebrek aan woonruimte bij Fast Forward. Er is toegezegd in januari 2014 een notitie aan de raad te zenden waarin de aanpak zou worden omschreven met daarin ook de maatregelen die genomen zijn en worden om de aanpak verbeter te verbeteren.
Totstandkoming notitie

Voor de totstandkoming van deze notitie is gebruik gemaakt van de uitkomsten van het ondersteuningsprogramma Zwerfjongeren2.De gesprekken en bijeenkomsten met een aantal jongeren en ketenpartners hebben geleid tot gezamenlijk benoemde verbeterpunten in de aanpak die gezamenlijk verder worden uitgewerkt en besproken en zijn opgenomen in deze notitie. De notitie is besproken met betrokken ketenpartners en op basis daarvan aangescherpt.


Leeswijzer

Om een beeld te schetsten van dakloze jongeren in de regio Zwolle wordt in hoofdstuk 2 het aantal dakloze jongeren in kaart gebracht en worden een aantal achtergrondkenmerken (sekse, leeftijd, gemeente van herkomst) weergegeven en wordt inzicht gegeven in de aard van hun problematiek. De opgave wordt beschreven in hoofdstuk 3 en in hoofdstuk 4 werken we de agenda voor de komende periode uit.

Dakloze jongeren: analyse van de doelgroep


Om een beeld te krijgen hoeveel dakloze jongeren er in de regio Zwolle zijn wordt overzicht gegeven van het aantal dakloze jongeren die in 2008 tot en met 2013 gemeld zijn bij de Centrale Toegang (GGD IJsselland). Van de gemelde jongeren in 2013 beschrijven we een aantal achtergrond kenmerken zoals leeftijd, gemeente van herkomst en geven we aan of de jongere dakloos was bij melding of dat er sprake was van risico op dakloosheid. Om inzicht te krijgen in de problematiek van de aangemelde jongeren maken we gebruik van de cliëntprofielen die Snoek, Van der Poel en Mheen (2008) hebben opgesteld.

Aantal dakloze jongeren


Om het aantal dakloze jongeren in beeld te brengen wordt landelijk de volgende definitie gebruikt: Zwerfjongeren zijn feitelijke en residentieel daklozen onder de 23 jaar met meervoudige problemen (zie ook bijlage 1). In Zwolle wordt een bredere leeftijdsgroep (15 toten met 25 jarigen) geregistreerd3.

In 2013 zijn 83 jongeren van 15 t/m 25 jaar gemeld bij de Centrale Toegang regio IJsselland. Van deze jongeren is meer dan de helft (44) dakloos bij aanmelding. Bij 39 jongeren is er sprake van risico op dakloosheid. Jongeren die nog een dak boven hun hoofd hebben bij aanmelding kunnen heel snel dakloos raken. Omgekeerd komt het ook voor dat jongeren die dakloos zijn bij aanmelding snel weer onderdak hebben (illegale onderhuur, bij lotgenoten, vrienden, familie en dergelijke) en dat ook weer verliezen (zie tabel 1 voor een overzicht). Het is een dynamische, vluchtige groep, die snel wisselt van samenstelling en aantal, waardoor nooit precies kan worden aangegeven hoeveel dakloze jongeren er zijn.


Tabel 1. Aantal meldingen en trajecten op basis van dakloosheid bij aanmelding (Bron: GGD IJsselland).

Melding

Totaal

Dakloos bij aanmelding

Percentage

2012

92

28

30%

2013

83

44

53%

2013 18-25 jr

76

41

54%

2013 15-17jr

07

03

43%

Van de totale groep jongeren die zijn aangemeld behoren 7 tot de doelgroep van ’Go On’4. Dit zijn jongeren met een verleden in de geïndiceerde Jeugdzorg die binnenkort 18 worden. Indien het vermoeden bestaat dat ze op hun 18e jaar niet vrijwillig reguliere hulpverlening accepteren en ze het zelfstandig niet zullen redden, kunnen deze jongeren worden aangemeld bij Team Zwerfjongeren. Dit team legt vast (preventief) contact met de jongere om, wanneer nodig gemakkelijker begeleiding te kunnen starten. Bij deze jongeren is iets minder dan de helft dakloos bij het moment van aanmelding (zie tabel 1).


Soort melding

De registratie bevat verschillende soorten meldingen. Meldingen kunnen betrekking hebben op (het starten van) een traject, het monitoren van jongeren om te voorkomen dat zij uit beeld raken, informatie en adviesvragen. Soms worden jongeren gemeld die worden toegeleid naar reguliere hulpverlening of zijn jongeren al in zorg. Van de 83 meldingen in 2013 zijn 30 jongeren in traject, 10 jongeren worden gemonitord om risico op uitval te voorkomen of om een oogje in het zeil te houden.


Leeftijd en sekse

Van de jongeren die in 2013 zijn geregistreerd is driekwart man. Van alle gemelde jongeren zijn er in totaal 62 jonger dan 23 jaar en 21 zijn tussen de 23 en 25 jaar. Dat betekent dat 75% van alle gemelde jongeren onder landelijke definitie tot 23 jaar vallen. Wanneer we de leeftijdsverdeling van de meldingen uit Zwolle vergelijken met die van de regio zien we dat 80% van de jongeren boven de 23 jaar uit Zwolle komt.


Figuur 1. Verdeling naar leeftijd N = 83 (Bron GGD IJsselland)


Gemeente van herkomst

Van in 2013 de gemelde jongeren komen er 54 uit Zwolle en 28 uit de regio: Hardenberg 8; Steenwijkerland 5; Kampen 4; Ommen 3; Dalfsen 3, Zwartewaterland 2 en Hattem 1. Een jongere komt van buiten de regio. Van de jongeren die in 2013 bij aanmelding dakloos zijn komen er 29 (71%) uit Zwolle. De overige gemelde jongeren

komen uit Hardenberg (5, 12%), Kampen (4 10%), 1 jongere komt uit Ommen en 1 uit Steenwijkerland.
Ontwikkeling aantal meldingen jongeren 2008 - 2013

Om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van het aantal meldingen wordt in figuur 2 een overzicht gegeven van het aantal gemelde jongeren tussen 15 tot 25 jaar van 2008 tot en met 2013.


Figuur 2. Overzicht aantal gemelde jongeren (15-25 jaar) in 2008 tot en met 2013. N= 83.

Bron: Centrale Toegang GGD IJsselland
Er is een redelijke fluctuatie in het aantal meldingen. In 2012 neemt het aantal meldingen met 25% ten opzichte van 2011. In 2013 vlakt deze stijging af (zie figuur 3). De vrij scherpe stijging van het aantal meldingen in 2012 kan worden verklaard uit de toename van het aantal meldingen uit de regiogemeenten (40 in 2012 ten opzichte van 10 in 2011). Daarnaast worden met ingang van 2012 zorgwekkende zorgmijders5 jonger dan 25 jaar geregistreerd bij Team Zwerfjongeren. Voorheen werden zij geregistreerd bij Team Via. Een deel van de toename kan verklaard worden door de start van het project ‘Go On’ dat in 2012 is gestart. Hierdoor worden jongeren met een verleden in de geïndiceerde jeugdzorg, die 18 jaar worden en van wie het vermoeden bestaat dat zij op hun 18 jaar geen vrijwillige hulpverlening accepteren en het zelfstandig niet zullen redden, preventief gemeld bij Team Zwerfjongeren en daarmee opgenomen in de registratie.

Figuur 3. Aantal gemelde jongeren (15-25 jaar) in Zwolle en regiogemeenten in 2010 t/m 2013. N=83

Bron: Centrale Toegang GGD IJsselland.
Ook landelijk stijgt het aantal daklozen. Volgens het CBS (2013) waren het er in 2009 17.000. Drie jaar later is dat aantal gestegen tot ruim 27.000. De grootste groei komt voor rekening van alleenstaande mannen tussen de 30 en 50 jaar. Verder is vooral de toename in de groep jongeren tussen 18 en 22 jaar opvallend. Dat zou kunnen komen door de hoge werkloosheid onder jongeren, de aanscherping van de bijstand (4 weken wachttijd) en doordat onder meer het aantal bedden in de geestelijke gezondheidszorg daalt en er dus mogelijk meer mensen met problemen op zichzelf moeten gaan wonen6.

Aard van de problematiek


Om inzicht te krijgen in de aard van de problematiek van dakloze jongeren wordt gebruik gemaakt van de cliëntprofielen voor dakloze jongeren7. Op basis van de aansluiting bij het normale even (wonen, werken, relaties en identiteit) en op problematiek zijn drie cliëntprofielen8 ontwikkeld (zie ook bijlage 2):

  • De perspectiefvolle groep heeft een hoge aansluiting bij de leefgebieden wonen, werken, relaties en identiteit. Het zijn jongeren die met concrete en gericht hulpverlening relatief snel en efficiënt kunnen worden geholpen.

  • De mulitprobleem en vallen en opstaan groep. Deze jongeren kenmerken zich door een matige aansluiting bij de leefgebieden wonen, werken, relaties en identiteit. Het zijn jongeren die steeds weer een hulpverleningstraject ingaan, vervolgens afhaken en zo weer op straat belanden; zij hebben weinig basis en er is sprake van complexe, langdurige multiproblematiek.

  • De zorggroep kenmerkt zich door een zeer slechte aansluiting bij de leefgebieden wonen, werken, relaties en identiteit. Het zijn jongeren waar thuisloosheid samengaat met ernstige problematiek: psychiatrisch en/of verslaving en gewelddadig gedrag.


Perspectiefvolle groep

Van de jongeren met het profiel perspectiefvol (Snoek et al., 2008) is 86% afkomstig uit Zwolle. Het zijn jongeren die over het algemeen goed gefunctioneerd hebben op school en in het gezin, totdat er een bepaalde crisissituatie is ontstaan. De problemen ontstaan vaak in de pubertijd en hebben betrekking op uithuwelijking, trauma’s, zelf weggelopen, prostitutie, zwangerschap of stressvolle thuissituatie door nieuwe partner van een van de ouders (zie ook bijlage 2).


Tabel 2. Indeling op basis van profiel .N= 81 (Bron: GGD IJsselland).

Profiel

Zwolle

Regio

Totaal

Perspectiefvolle groep

12

02

14

Vallen en opstaangroep

41

17

58

Zorggroep

02

08

09

Totaal

55

26

81


Multiprobleem en vallen en opstaangroep

Van de jongeren met het profiel multiprobleem en vallen en opstaan groep (Snoek, et al., 2008) is 70% afkomstig uit Zwolle. Het zijn geïnstitutionaliseerde internaatsjongeren en uitvallers uit de jeugdhulpverlening. Het is een problematische groep die negatief staat tegenover hulpverlening. De jongeren hebben bijna geen netwerk en er is sprake van veel problematiek op verschillende gebieden. Het niet hebben van een zinvolle dagbesteding en gebruik van softdrugs staan leerbaarheid en activiteit vaak in de weg. Het kunnen harde kernjongeren zijn, maar ook verstandelijke gehandicapte jongeren behoren tot deze groep. Het zijn jongeren met een ernstige achterstand in hun verstandelijke ontwikkeling of een verstandelijke beperking in combinatie met beperkte sociale redzaamheid, waardoor de jongeren zich niet kunnen handhaven. Ook verslavingsproblematiek komt veel voor onder deze groep. Ten slotte vallen ook met ernstige problemen rondom seksualiteit en zwangerschap vallen onder deze doelgroep, denk aan prostitutie, slachtoffers loverboys, ernstig seksueel misbruik.


Zorggroep

Opvallend is dat 77% van de jongeren die behoren zorggroep (Snoek, et al., 2008)

afkomstig is uit de regiogemeenten. De verklaring hiervoor is dat er in deze gemeenten minder op deze doelgroep toegesneden ondersteuning is.

Kenmerkend voor deze jongeren is dat de dakloosheid samengaat met ernstige problematiek. Een deel van deze jongeren is ernstig verslaafd aan harddrugs, die door contra-indicaties overal buiten vallen. De problematiek betreft onder meer ADHD, autisme, borderline, gevaar voor zichzelf en anderen en concentratiestoornissen. Een knelpunt is dat psychische diagnoses moeilijk vast te stellen zijn bij jongeren in de puberteit. Ook jongeren met een dubbele diagnose behoren tot deze groep. Het kan gaan om jongeren die ernstig gewelddadig zijn, eventueel in combinatie met een verstandelijke beperking of veelvuldige justitiecontacten. Door hun ernstig gewelddadig gedrag kunnen zij niet terecht in de reguliere jeugdhulpverlening.




De opgave: knelpunten in de ketenaanpak


Met ketenpartners en een aantal jongeren is gesproken over de opvang, persoonsgerichte aanpak en samenwerking in de keten voor dakloze jongeren met als doel de integrale aanpak door te ontwikkelingen en te verstevigen. Met behulp van hun kennis en ervaringen zijn de volgende knelpunten in beeld gebracht:


  • Jongeren opvangen tussen volwassen daklozen

Jongeren opvangen in de opvang voor volwassenen is niet goed – zeker niet als dat ook nog eens een paar maanden duurt.

  • Onvoldoende woningen beschikbaar

Er zijn onvoldoende woningen beschikbaar om (snelle) doorstroom te realiseren,

waardoor De Herberg en Take Off vol blijven. De woningcorporaties werken goed mee



in Zwolle, maar het aanbod is kleiner dan de vraag.

  • Alternatief voor startpunt hulp en ondersteuning en voor activering

Tot eind 2013 exploiteerde stichting BYou een inloophuis. De nadruk lag op dagbesteding.. Naar verloop van tijd bleek dat de functie als startpunt voor jongeren die de weg niet weten te vinden naar hulpverleners onvoldoende uit de verf kwam. In de gesprekken met dakloze jongeren hebben de jongeren aangegeven juist daaraan behoefte te hebben. In de tweede helft van 2013 heeft stichting BYou de aanzetten gegeven om daaraan beter tegemoet te kunnen komen. Echter in december 2013 heeft het bestuur van BYou geconcludeerd dat de gesubsidieerde activiteiten binnen de door ons gestelde voorwaarden niet duurzaam met voldoende kwaliteit en continuïteit konden worden aangeboden9.Hierdoor moet er een alternatief ontwikkeld worden voor een startpunt naar hulp en ondersteuning en voor dagactivering.

  • Casusregie

De regie op de uitvoering van de hulpverlening (casusregie) ligt in handen van de toegewezen regievoerder, bijvoorbeeld een medewerker van een zorgaanbieder. De regievoerder stelt op basis van een intake samen met de jongere een trajectplan vast waarin per leefgebied doelstellingen zijn geformuleerd. Centraal hierin staat de eigen kracht van de cliënt. De regievoerders van de betrokken instellingen nemen wekelijks deel aan het trajecttoewijzingsoverleg met de Centrale Toegang, waarin de voortgang wordt gemonitord. Vooral voor jongeren is het belangrijk dat er binnen een week na aankomst in een opvangvoorziening al stappen gezet worden om het leven van de jongere meer op de rit te krijgen. Belangrijk is om de rol van casusregie steviger en meer onafhankelijk neer te zetten en dit meer in te vullen als een persoonlijke begeleider van de jongere en hierin meer continuïteit te bieden (die de jongere langere tijd begeleid, los van de plek waar hij/zij even verblijft).

  • Samenwerking tussen ketenpartners

De samenwerking tussen de ketenpartners is de laatste maanden sterk verbeterd. Het blijft belangrijk om deze samenwerking inhoudelijk krachtig te blijven regisseren, zowel door de Centrale Toegang (CT) (operationele regie) en door de gemeente (beleidsregie).

  • Aansluiting jeugdzorg

Onderzoek in Zwolle liet zien dat 50% van de dakloze jongeren in Zwolle een verleden heeft in de jeugdzorg. Daarom hebben Bureau Jeugdzorg Overijssel, Trias en de GGD binnen het project ‘Go On’ afspraken gemaakt over: (a) tijdige inschatting van het risico op uitval bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar; (b) mogelijkheden om hulp voort te zetten10 en ‘warm over te dragen’ naar het Team Zwerfjongeren van de GGD. Van belang is dat de gemaakte afspraken goed in de uitvoering in volle omvang effectief worden. . Inzet van verlengde jeugdzorg tot 23 jaar is geen onderdeel van de afspraken, maar kan bijdragen aan voorkoming van dakloosheid. In het kader van de decentralisaties (Jeugdwet en Wmo) is het mogelijk hier meer maatwerk te kunnen bieden.

  • Versnellen van het traject

Het is ongewenst om jongeren tussen volwassen daklozen op te vangen. Soms is het alternatief echter slechter of is er helemaal geen alternatief. Het is dan belangrijk om deze periode zo kort mogelijk te laten duren. Door snelheid boven volledigheid te zetten en desnoods kleine positieve stappen te zetten kan worden voorkomen dat de ontwikkeling van deze jongeren wordt geschaad en de jongere zich niet geholpen voelt en afhaakt. Er is preventieve winst te halen in het versnellen van processen bij die jongeren waarbij dat mogelijk is.

Agenda komende periode


Op basis van de in hoofdstuk 3 genoemde knelpunten wordt een agenda opgesteld voor de inzet in de komende periode. Deze agenda bestaat uit:

  • Opvang en huisvesting

  • Centraal punt: instroom, informatie en advies en nazorg

  • Activering

  • Verbeteren persoonsgericht aanpak en ketensamenwerking

De verbetering van de aanpak is gericht op het versterken van de eigen kracht van deze jongeren en hun netwerk. Het gaat om participatie en talentontwikkeling, zoveel als mogelijk aansluiten bij het normale leven van wonen, werk en scholing, relaties en identiteit.

Bij de invulling van de bovengenoemde agenda wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden om de keten van opvang, zorg en ondersteuning voor dakloze jongeren te verbeteren zoals deze in het Ondersteuningsprogramma 1 Stap Vooruit met ketenpartners en jongeren zijn genoemd11.

Opvang en huisvesting


In dit agendapunt worden de ontwikkelingen beschreven rond het realiseren van een Logeerhuis voor jongeren en huisvesting voor Fast Forward. Ook beschrijven we de inzet voor de komende periode.
Opvang voor jongeren

Al langere tijd wordt de opvang van jongeren tussen volwassen daklozen als ongewenst beschouwd12. Belangrijke inzet in de verbetering van de ketenaanpak voor dakloze jongeren is het min mogelijk gebruik maken van de bestaande nachtopvangvoorzieningen voor jongeren onder 23 jaar. Jongeren zijn immers makkelijk te beïnvloeden. Het argument wat gebruikt wordt om jongeren samen met volwassen op te vangen, het zou ze in gedrag beïnvloeden en rustiger maken, is ook het argument om dit niet te doen: de onvolwassenheid van de hersenen van de jongeren. Deze onvolwassenheid bepaalt niet alleen het soms lastige gedrag van jongeren, maar ook dat ze zeer gevoelig zijn voor invloeden van buiten, zowel positief als negatief13.


Op dit moment (januari 2014) verblijven er 4 jongeren tot en 25 jaar in De Herberg. Daarnaast zijn 8 jongeren geplaatst in de ambulante crisisopvang van het Leger des Heils. In december 2013 is LIMOR gestart met een pilot van 1 jaar voor de opvang van dakloze jongeren in een Logeerhuis in plaats van verblijf in De Herberg en in voorbereiding op instroom naar Fast Forward en Take Off. Er zijn 6 plaatsen beschikbaar waar jongeren kunnen verblijven voor een periode variërend van enkele dagen tot een jaar. De (ambulante) begeleiding wordt gerealiseerd uit beschikbare budgetten (AWBZ en Wmo) waardoor aanvullende financiering niet nodig is. Extra begeleiding wordt door LIMOR geleverd met ondersteuning van vrijwilligers bijvoorbeeld op gebied van schuldhulpverlening, maatjes voor activiteiten, huiswerkbegeleiding. Dagactivering vindt buiten het Logeerhuis plaats (zie ook agendapunt activering).

Samen met partners wordt ingezet op uitstroom naar Take Off en Fast Forward van het Leger des Heils, begeleid wonen via het RIBW of via LIMOR, wonen op kamers met ambulante begeleiding van bijvoorbeeld LIMOR, RIBW of uitstroom naar familie. Naar verwachting stabiliseert de situatie van jongeren sneller, doordat problemen vanuit het Logeerhuis al worden opgepakt. Naar verwachting stromen jongeren hierdoor duurzamer uit (minder terugval). Het is een kwalitatief beter aanbod omdat het leven in een Logeerhuis minder hospitaliserend is.



Inzet komende periode:

Wanneer we uitgaan van de gegevens uit 2013, waarbij gemiddeld tussen de 5 en de 10 jongeren bij de Herberg verbleven, kan het Logeerhuis, met in totaal zes plekken, grotendeels in de behoefte voorzien. We monitoren de komende periode hoeveel jongeren, naast de bestaande crisisopvang van het Leger des Heils en het Logeerhuis, opgevangen (moeten) worden in De Herberg. Op deze manier krijgen we beter in beeld wat de behoefte aan opvang van jongeren is. Binnenkort worden hierover concrete afspraken gemaakt met betrokken maatschappelijke partners.


Huisvesting Fast Forward

Door jongeren bij de intake al te vragen of woonruimte in een regiogemeente in plaats van in Zwolle tot de mogelijkheden behoort wordt de druk op de woningmarkt wat gespreid. Het realiseren van (snelle) doorstroom en het verdere verminderen van de noodzaak om jongeren op te vangen tussen volwassenen is in sterke mate afhankelijk van het realiseren van voldoende capaciteit aan woonruimte voor jongeren. Door zo snel als mogelijk in te zetten op begeleid wonen (Fast Forward en Take Off) wordt een groot beroep gedaan op de zeer krappe Zwolse sociale woningmarkt.

De volledige capaciteit van Take Off wordt benut. In januari 2014 zijn 14 jongeren geplaatst in Zwolle (4 woningen met totaal 8 jongeren) en in Hardenberg ( 2 woningen met 4 jongeren). Het behouden van deze capaciteit is een belangrijk aandachtspunt.

De capaciteit van Fast Forward tot op heden niet gerealiseerd, er verblijven 4 jongeren in 2 woningen. Het realiseren van voldoende huisvesting is daarmee één van de belangrijkste agendapunten voor de komende periode.


Inzet komende periode:

Er zijn een aantal geschikte locaties gevonden voor Fast Forward:



  • Er is 1 woning14 aangeboden voor de huisvesting van 2 of 3 jongeren, waarvoor een communicatietraject wordt voorbereid.

  • Het Leger des Heils heeft een voorlopige koopovereenkomst getekend voor drie geschakelde woningen aan de Ten Busschekamp (10-14) voor de huisvesting van 12 jongeren. Na een positief advies van de Werkgroep Huisvesting bijzondere doelgroepen is eind 2013 gestart met een communicatietraject met omwonenden en andere belanghebbenden.

  • Het college van de gemeente Kampen heeft ingestemd met de verhuur van 11 wooneenheden voor Fast Forward in Kampen. Binnenkort start het communicatietraject met omwonenden.

Gezien het aantal jongeren wat in deze locaties gehuisvest wordt, voorziet het Leger des Heils in 24-uurs begeleiding. Bij een goede uitkomst van beide trajecten zijn er voldoende huisvestingsmogelijkheden om de afgesproken 36 trajecten van Fast Forward in 2014 te realiseren. Ook worden mogelijke alternatieven in beeld gebracht.

De vraag naar (extra) woonruimte voor dakloze jongeren wordt meegenomen in de bestaande overleggen met woningcorporaties en is opgenomen in prestatieafspraken. Ook is het onderdeel van de inzet op het beperken van instroom en bevorderen van de uitstroom waarover de raad in december 2013 is geïnformeerd.


Centraal punt voor instroom, informatie, advies en nazorg


Het organiseren van één punt voor instroom, informatie, advies en nazorg voor dakloze jongeren is niet alleen de uitdrukkelijke wens van jongeren zelf, maar kan ook bijdragen aan het realiseren van het voorkomen van opvang, het verkorten van opvang en het voorkomen van uitval.

Bij het verbeteren van de instroom gaat het niet zozeer om het vinden van de jongeren. De meeste zijn wel bekend bij hulpverleners, leerplicht of andere instanties/instellingen. Het gaat er vooral om dat de verschillende partijen goed georganiseerd samenwerken, ook ‘aan de voorkant’ en minder ‘los’ dan nu – zodat de jongeren niet tussen de wal en het schip raken. Bovendien moeten er, mede door de komst van het Logeerhuis, nieuwe afspraken gemaakt worden over de instroom van jongeren.


In een tweetal bijeenkomsten met ketenpartners is functie van een centraal punt nader verkend. Deze plek moet herkenbaar, zichtbaar en vindbaar zijn (folder met kaart en website). Betrokken partners zijn het erover eens dat het een fysieke locatie moet zijn. Aansluiten bij een neutrale centrale plek waar jongeren toch al komen met een kantoorfunctie voor Team Zwerfjongeren, voorkomt stigmatisering.

In dit centrale punt houden Team Zwerfjongeren en andere partners spreekuur voor de jongeren die (nog) niet of niet meer in traject zijn, zodat jongeren terecht kunnen met vragen, voor informatie en advies.

Jongeren kunnen er terecht om praktische zaken te regelen, ze kunnen er bellen en internetten. Het centraal punt heeft bij uitstek een inloopfunctie, maar is geen huiskamer. Dit geeft namelijk het risico op hangen en groepsvorming. Jongeren laten zich beïnvloeden door de groep waar ze onderdeel van uitmaken. Jongeren durven meer risico’s te nemen in het bijzijn van hun vrienden15.

Op het centraal punt worden jongeren bevraagd op wat ze zelf willen (motivatie), Het eerste gesprek is verkennend (triage) waarbij direct gecheckt wordt op regiobinding en screening van hoofdproblemen plaatsvindt. Er wordt een inschatting gemaakt of ‘versnellen’ of ‘verdiepen’ het meest passende traject is. Indien nodig wordt toegeleid naar een slaapplek, inzet van een vaste begeleiding en wordt gestart met hulp en ondersteuning en het regelen van een inkomen.


Inzet komende periode:

  • De komende periode wordt het centraal punt samen met betrokken ketenpartners uitgewerkt en worden geschikte locaties in beeld gebracht. Samen met betrokken jongeren worden de meest geschikte locaties bepaald.

  • Scholen en leerplicht worden nadrukkelijker dan nu betrokken.

  • Met betrokken partners worden afspraken gemaakt over instroom van dakloze jongeren totdat het centraal punt is gerealiseerd.



Activering


Centraal in de verbetering van de ketenaanpak voor dakloze jongeren staat participatie, versterken van eigen kracht en talentontwikkeling. Zoveel als mogelijk aansluiten bij het normale leven van wonen, werk en scholing, relaties en identiteit. Meer dan voorheen dient te worden ingezet op activerende dagbesteding gericht op het zo snel mogelijk verbinding maken met de samenleving. Daar vindt immers aansluiting plaats met scholen, reboundvoorzieningen, werkgevers, vrijwilligersorganisaties, maatschappelijke partners, werktoeleidingprojecten enzovoort. Verbinden en aansluiten bij de samenleving centrale waarden voor activering zoals vormgegeven door Zwolle Actief. Het ligt voor de hand om aansluiting te zoeken bij Zwolle Actief, waarvan ook dakloze jongeren tot de doelgroep behoren. Een aantal zaken zijn hierbij van belang.

Er dient aansluiting gezocht te worden bij de reguliere inloopvoorzieningen die voor jongeren in Zwolle en regio beschikbaar zijn. Gezien de leeftijd van de jongeren is, het zo mogelijk behalen van een startkwalificatie om hun positie op de arbeidsmarkt te versterken van groot belang. Een vroege oriëntatie op (terugkeer naar) onderwijs hoort hierbij. Daarnaast zijn andere voorzieningen, organisaties en partijen betrokken bij jongeren. Om een maatwerktraject te realiseren wat voldoet aan de wensen en mogelijkheden van de individuele jongere dient activering van dakloze jongeren hierbij aan te sluiten. Dit vraagt een activeringscoach met kennis van de voorzieningen en mogelijkheden voor jongeren op het gebied van scholing, werk, werktoeleiding en andere vormen van activering. Activering is als een van de leefgebieden integraal onderdeel van het trajectplan van de betrokken jongere.


Inzet komende periode:

In samenwerking met betrokken partijen wordt de komende periode de activering van dakloze jongeren nader uitgewerkt. Dit betreft zowel het bepalen van één’ (of meerdere) reguliere inlooppunt(en), het verkennen van aansluiting en samenwerking met andere partijen waaronder onderwijs en het 1.000-banenplan.



Verbeteren persoonsgerichte aanpak en ketensamenwerking


Het verbeteren van persoonsgerichte aanpak en ketensamenwerking heeft als doel het voorkomen en verkorten van opvang en het voorkomen van uitval.
Preventie

In de transitie jeugdzorg per 1 januari 2015 is de aansluiting 18-/18+ een belangrijk thema. Voor jongeren met geïndiceerde jeugdzorg van wie het vermoeden bestaat dat zij zich vanaf hun 18e jaar niet zelfstandig kunnen redden kan met inzet van verlengde jeugdzorg tot 23 jaar16 dakloosheid mogelijk voorkomen worden. Het betekent dat jeugdhulp de jongere vasthoudt na zijn 18e totdat deze zover is dat hij/zij zelfstandig kan leven/wonen. Aandachtpunt is dat jongeren niet meer in jeugdhulptaal- en regels geholpen willen worden.

Daarnaast moeten scholen meer betrokken worden bij de aanpak van de problematiek van dakloze jongeren. Dit kan door het geven van voorlichting, beter signaleren door schoolmaatschappelijk werkers en de inzet van leerplicht. Ook door de vertrektraining17 aan te bieden aan een bredere groep jongeren.
Versnellen, verkorten opvang en voorkomen uitval

Het is belangrijk om dakloze jongeren zo snel als mogelijk in hun eigen kracht te zetten (traject ‘versnellen’). Jongeren die nu nog gebruik maken van de opvang kunnen wellicht op een andere manier onderdak krijgen (familie, buren, gastgezin, direct in een groepswoning). Het voorstel om snel oplossingen te realiseren voor praktische knelpunten, die niet of niet snel genoeg vanuit bestaande middelen gerealiseerd kunnen worden, sluit hierop aan. Immers door het betalen van huur (maximaal 2 maanden) en borg voor een kamer, kan een zwerfjongere zelf op actief op zoek gaan naar passende woonruimte.

Door sneller dan nu het geval is te starten met het opstellen van een persoonlijk trajectplan kan de duur van het verblijf in de nachtopvang verkort worden (sneller doorstroom realiseren). Goede persoonlijke begeleiding (en aandacht) vermindert de kans op agressie en daarmee ook het aantal schorsingen en uitzettingen en voorkomt uitval.
Eén jongere (en diens netwerk) – Eén Plan – Eén Begeleider

De inzet is om samenwerking in de keten verbeteren en minder vrijblijvend te maken. Een gezamenlijk gehanteerde methodiek voor de opvang en begeleiding van dakloze jongeren draagt daaraan bij. Daarnaast neemt altijd een één begeleider het voortouw, staat de jongere bij (en diens netwerk) bij in zijn/ haar tocht door de keten en is de centrale ‘spin in het web’. Waar mogelijk wordt hulp en ondersteuning geregeld via algemene voorzieningen als het maatschappelijk werk en sociale wijkteams (geldt vooral binnen het traject ‘versnellen’). Jongeren die jongeren helpen (‘maatje’), door jongeren als ervaringsdeskundigen in te zetten voor jongeren die nog in de problemen zitten. Een andere mogelijkheid is om dakloze jongeren en studenten te koppelen, waarbij de laatsten ook als goed voorbeeld dienen.


Inzet komende periode:

Samen met de ketenpartners voeren we voor dakloze jongeren een aanpak in met als uitgangspunt dat bij het merendeel van deze jongeren binnen één week na aankomst in een opvangvoorziening er al stappen worden gezet om het leven van deze jongeren weer meer op de rit te krijgen. Er wordt ingezet op het maken van een integraal (overkoepelend) plan per jongere, wat telkens actueel wordt gehouden. Dit is aansluiting op de hulp en ondersteuning die geboden wordt vanuit de sociale wijkteams.

De mogelijkheden voor van inzet van verlengde jeugdzorg tot 23 jaar voor jongeren die afkomstig zijn uit de geïndiceerde jeugdzorg wordt verkend binnen de transitie jeugdzorg.


Referenties


Brummelhuis, K. & Drouven, L. (2011). Handreiking voor tel- en profielonderzoek zwerfjongeren. Opties voor uitvoering en participatie van zwerfjongeren. Enschede: HHM onderzoek en advies.
Coumans, M. & Beuningen, J. van. (2013). Daklozen persoonskenmerken.

www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/bevolking/publicaties/.../archief/‎


Crone, E. (2009). Het Puberende Brein, over de ontwikkeling van de hersenen in de unieke periode van de adolescentie. Amsterdam: Bert Bakker.
Gemeente Zwolle (2014). Informatienota voor de raad. Beëindiging activiteiten voor zwerfjongeren door stichting BYou.
Gemeente Zwolle (2013) Rapportage Stedelijk Kompas Zwolle.
Gemeente Zwolle (2011). Beslisnota voor de raad. Invulling aanpak problematiek zwerfjongeren.
Gemeente Zwolle (2010). Aanpak problematiek van zwerfjongeren. Beslisnota voor de raad. OW1011-430.
GGD Nederland (2005). Definitie zorgwekkende zorgmijders.
GGD IJsselland (2014). Zwerfjongeren 2013.
Haarman, M.. Ottens, R., & Berg, L. van der (2013). Zorg voor zwerfjongeren. Methodiekbeschrijving Team Zwerfjongeren. Zwolle: GGD IJsselland.
Huisjes, G., Bloem, I. & Wolf, A. de (2013). Plan Logeerhuis voor zwerfjongeren.
Huisjes, G. (2013). Aanbesteding en subsidieaanvraag dagactivering maatschappelijke

opvang 2013 – 2016. LIMOR.
Lindhout, S. (2013) Crisis: aantal daklozen in drie tijd met tienduizend gestegen. Volkskrant.
Sleegers, J. (2013). Aanpak zwerfjongeren gemeente Zwolle. Advies vanuit het ondersteuningsprogramma Zwerfjongeren van VWS.
Snoek, A., Poel, A. van der, & Mheen, D. van de (2008). Ontwikkeling van toetsing van cliëntprofielen ter bevordering van doorstroom in de maatschappelijke opvang. Rotterdam: IVO.
Swaab, D. (2010). Wij zijn ons brein, Amsterdam: uitgeverij Contact.
http://www.1stapvooruit.nl
http://www.zorgwelzijn.nl/Oudernzorg/Nieuws/2013/12/-1435344VV/ Aantal daklozen in de opvang stijgt.

Bijlage 1 Definitie zwerfjongeren

De landelijke definitie luidt:

‘Zwerfjongeren zijn feitelijke en residentieel daklozen onder de 23 jaar met meervoudige problemen’.
Feitelijk daklozen zijn personen die niet beschikken over een eigen woonruimte en voor

een slaapplek gedurende de nacht ten minste een nacht (in de maand) zijn

aangewezen op:


  • Buiten slapen, of wel overnachten in de openlucht en in overdekte openbare ruimten, zoals portieken, fietsenstallingen, stations, winkelcentra of een auto;

  • Binnen slapen in passantenverblijven van de maatschappelijke opvang, inclusief eendaagse noodopvang.

  • Binnen slapen bij vrienden, kennissen of familie zonder uitzicht op een stabiele slaapplek.

Residentieel daklozen zijn personen die zijn ingeschreven bij instellingen voor maatschappelijke opvang niet zijnde vrouwenopvang. Kinderen die met hun ouder(s) meekomen vallen niet onder de definitie. Ingeschreven staan bij begeleid wonen of een foyer de jeunesse wordt ook uitgesloten, ook wanneer deze is ondergebracht bij een instelling voor maatschappelijke opvang.

Jongeren die in een vorm van begeleid wonen of begeleid zelfstandig wonen of jongeren in een reguliere verblijfsinstelling (24 uurs) zoals RIBW of GGZ of VG of kliniek (Verslavingszorg of psychiatrie of dubbeldiagnose) of jeugdzorg, worden niet beschouwd als residentieel dakloos.
Van meervoudige problemen is sprake wanneer er sprake is van een vermoeden van meervoudige problematiek.





Bijlage 2 De ketenaanpak voor dakloze jongeren in Zwolle




Eerste opvang


Voor de eerste opvang van dakloze jongeren bestaan in Zwolle drie voorzieningen. De nachtopvang van De Herberg , de algemene crisisopvang van het Leger des Heils in woningen met ambulante begeleiding en in het Logeerhuis van LIMOR wat eveneens bestaat uit woningen met ambulante begeleiding.
De Herberg

Eerste opvang wordt geboden door De Herberg, de nachtopvang18 voor daklozen. . Er zijn in totaal 61 plaatsen maatschappelijke opvang beschikbaar. In 2013 verbleven er tussen de 5 en 10 jongeren in De Herberg. De gemiddeld verblijfsduur ligt tussen drie en vier maanden bij de Herberg met een variatie van enkele dagen tot een jaar.


Algemene crisisopvang

Daarnaast biedt het Leger des Heils eerste opvang in de algemene crisisopvang. Deze bestaat uit 35 ambulante plekken, voor de helft bezet door gezinnen en voor de andere helft door individuele hulpvragers. Er verbleven in 2013 gemiddeld 8 jongeren onder de 25 jaar in deze crisisopvang.


Logeerhuis LIMOR

Eind december 2013 is LIMOR gestart met de opvang van dakloze jongeren in een Logeerhuis om hiermee een alternatief te bieden voor het verblijf van jongeren in De Herberg tussen volwassen daklozen. Er zijn 6 plaatsen beschikbaar. De (ambulante) begeleiding van de jongeren wordt geboden binnen de beschikbare budgetten (zowel AWBZ als Wmo) waardoor aanvullende financiering niet nodig is. Gezien het aantal jongeren dat voor realisatie van het Logeerhuis verblijft is de verwachting dat het Logeerhuis grotendeels in de behoefte aan opvang voor jongeren in de regio Zwolle kan voldoen.


Vanuit de eerste opvang wordt ingezet op uitstroom naar verschillende voorzieningen voor begeleid wonen, verblijfsvoorzieningen, maar ook naar familie, vrienden of op kamers met begeleiding.

Woonprojecten en verblijfsvoorzieningen


Op basis van hun problematiek stromen jongeren uit de eerste opvang naar vervolgvoorzieningen. Voor dakloze jongeren zijn er specifieke woonvoorzieningen gerealiseerd. Zo mogelijk vindt er direct instroom in deze voorzieningen in. Ook vindt instroom plaats vanuit de opvang.
Fast Forward Leger des Heils

In 2011 is het woonproject Fast Forward in samenwerking tussen BYou, SWZ, RIBW en Trias jeugdhulp ontwikkeld. Dit project is in juni 2013 ondergebracht bij het Leger des Heils. Fast Forward biedt momenteel (januari 2013) plaats aan 4 jongeren. Fast Forward is bedoeld voor de groep jongeren met enkelvoudige problemen die binnen een jaar naar zelfstandig wonen begeleid kunnen worden, de zogeheten perspectiefvolle groep.


Take Off Leger des Heils

Het Leger des Heils biedt met Take Off plaats aan 14 jongeren. In Zwolle zijn 4 woningen met in totaal 8 jongeren en in Hardenberg 2 woningen met totaal 4 jongeren. Zij krijgen een woning en begeleiding voor maximaal 2 jaar.

Take Off richt zich op jongeren met meervoudige problemen (de multi-probleem en vallen en opstaangroep) en heeft een begeleidingsduur van maximaal 2 jaar.
Verblijfsvoorzieningen

Voor jongeren met psychiatrische problemen en/of verslavingen, de zogeheten zorggroep zijn er meerdere verblijfsvoorzieningen. De RIBW en LIMOR hebben een lange wachtlijst, maar bij instellingen die werken op basis van persoonsgebonden budgetten (PGB’s), zoals Pivot, is vaak snel plaats (zowel 24-uurs zorg als begeleid wonen).



Persoonsgerichte aanpak


De Centrale Toegang

De Centrale Toegang (CT) voor alle daklozen, waaronder dakloze jongeren, is ondergebracht bij de GGD IJsselland. De taken van de CT zijn registratie van daklozen via meldpunt CT, regie op screening en toeleiding van cliënten naar passende zorg en trajectbewaking (bewaken van voortgang afzonderlijke trajecten, signaleren van structurele knelpunten bij instellingen en preventie van terugval).

De meldende instelling doet zelf de intake en de CT wijst vervolgens de regiehouder toe. Het toewijzen van de regiehouder aan een casus/cliënt door de CT, gebeurt op basis van de meest dominante problemen van een cliënt. Dus, als er sprake is van verslavingsproblematiek, dan zal de regie in het algemeen naar Tactus gaan; staat een psychische problematiek voorop, dan gaat de regie bijv. naar het ACT-team van Dimence. Het toewijzen van een traject vindt bij dakloze jongeren vaker plaats naar een instelling gespecialiseerd in jongerenkwesties. Er is geen integraal (overkoepelend) plan per jongere.
Elke instelling meldt elke nieuwe cliënt bij de CT en rapporteert elke drie maanden over de voortgang van trajecten. Voor feitelijk daklozen die niet in opvang verblijven is de CT afhankelijk van meldingen van familie, vrienden of kennissen. Voor dakloze jongeren melden ook de scholen, instellingen voor jeugdzorg, welzijnswerk etc.

Om effectiever haar taak te kunnen uitvoeren is de werkwijze van de CT in 2013 aangescherpt, enerzijds in de afspraken met de samenwerkingspartners en de onderlinge verantwoordelijkheden en anderzijds het wekelijks toewijzingsoverleg. De aangescherpte werkwijze is vastgelegd in een convenant met de ketenpartners.


Team Zwerfjongeren

Team Zwerfjongeren is een samenwerking tussen Bureau Jeugdzorg Overijssel en GGD IJsselland. Het team, van twee medewerkers, is gericht op het leggen en onderhouden van contact met dakloze jongeren tussen 15 en 25 jaar. Dat zijn veelal de jongeren die van de ene plek naar de andere plek ‘hoppen’, dan weer eens bij een familielid slapen, vervolgens bij (vage) vrienden, waarna weer ergens anders. Het team begeleid de jongeren bij praktische zaken en leidt de jongeren toe naar de hulp die zij nodig hebben (ook letterlijk meegaan).

Het Team Zwerfjongeren werkt volgens de Presentie-methode. Ze begeleiden een jongere meestal zes maanden tot een jaar (met een enkele uitzondering van twee jaar).

De trajectbegeleiding is gericht op het opbouwen van een stabiel contact met de jongere, het toeleiden naar reguliere hulp en het organiseren van de juist hulp, zorg en dienstverlening. Het traject wordt afgesloten wanneer de situatie van de jongere is gestabiliseerd en er voldoende netwerk om de jongere is opgebouwd19

In de tussentijd verblijft een jongeren “overal en nergens” en is het vooral van belang om contact te houden en de jongere te motiveren om aan zijn/haar problemen te (blijven) werken (toeleiden naar hulp).

Sluitende ketensamenwerking


Om een integrale aanpak voor dakloze jongeren te realiseren is samenwerking van groot belang. Er zijn veel verschillende partijen betrokken bij de aanpak met eigen rollen, taken en verantwoordelijkheden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de verschillende uitvoeringspartners zoals maatschappelijke opvang, verslavingszorg, maar ook corporaties, GGD, gemeenten (centrum en regio, bestuurlijk en ambtelijk). Er moet niet alleen binnen de keten worden samengewerkt, maar ook tussen de verschillende ketens. Om de ketensamenwerking optimaal te laten werken is het beleggen van taken en verantwoordelijkheden belangrijk en zijn inspanningen nodig op niveau van het bestuur en beleid, van de keten en de uitvoering. We sluiten hiervoor aan bij de structuur van het Stedelijk Kompas. Hieronder worden voor de verschillende niveau’s de rollen en verantwoordelijkheden gedefinieerd.


  1. Regie op uitvoerend niveau:

De regie op de uitvoering ligt in handen van de toegewezen regievoerder, bijvoorbeeld een medewerker van een zorgaanbieder. De regievoerder stelt op basis van een intake samen met de cliënt een trajectplan vast waarin per leefgebied doelstellingen zijn geformuleerd. Centraal hierin staat de eigen kracht van de cliënt. De regievoerders van de betrokken instellingen nemen wekelijks deel aan het trajecttoewijzingsoverleg met de Centrale Toegang. De gemeente Zwolle is hierin vertegenwoordigd door de coördinator nazorg en een medewerker van sociale zaken.
De ketenregie voor volwassen daklozen en voor dakloze jongeren is belegd bij de Centrale Toegang (CT) van de GGD. De voornaamste taak is het bevorderen van de professionalisering (competenties en methodieken), het denken in termen van functies en de partners houden aan de gezamenlijk aangegane verplichtingen.


  1. Ketenregie

Deze regie is belegd bij de GGD/Centrale Toegang. De voornaamste taak is het bevorderen van de professionalisering (competenties en methodieken), het denken in termen van functies en de partners houden aan de gezamenlijk aangegane verplichtingen. Een belangrijke opgave is het realiseren van een schakel tussen beleid en uitvoering.
Zwerftafel

In 2010 is de Zwerftafel opgericht, een overleg tussen diverse partijen waarbij de problematiek van dakloze jongeren op casusniveau kan worden besproken en waarbij afspraken worden gemaakt over de verdere aanpak van de problematiek. De zwerftafel wordt geleid door de CT. Partijen zijn tevreden over het functioneren van de zwerftafel.




  1. Bestuurlijke en beleidsregie

Op basis van wettelijke verantwoordelijkheden en politieke keuzes voeren gemeenten bestuurlijke en beleidsregie. Op verschillende niveaus moeten partijen bij elkaar gebracht worden en moeten afspraken worden gemaakt. Er moet afstemming plaatsvinden tussen de verschillende beleidsterreinen en partijen moeten geactiveerd en gemotiveerd worden om een sluitende zorgketen te realiseren. Hierbij hoort ook dat gemeenten ervoor zorgen dat voldaan wordt aan randvoorwaarden die nodig zijn voor een goede ketensamenwerking. De bestuurlijke en beleidsregie is een taak en verantwoordelijkheid van centrumgemeente Zwolle.

1 Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) ondersteunt de 43 centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang in de aanpak om dakloze jongeren weer op weg te helpen en perspectief te bieden voor de toekomst. Tot eind 2013 is onder de noemer ‘een stap vooruit’ is een, hiervoor speciaal ontwikkeld programma, uitgevoerd. Website: http://1stapvooruit.nl .

2 Sleegers, J. (2013). Aanpak zwerfjongeren gemeente Zwolle. Advies van het ondersteuningsprogramma Zwerfjongeren van VWS.

3 Registratie is op basis van meldingen van Team Zwerfjongeren en Centrale Toegang van de GGD IJsselland. In onderstaande cijfers zijn ook informatie- en adviesvragen en jongeren die na enige tijd weer vertrekken uit Zwolle opgenomen.

4 Go On is een samenwerkingsproject van Bureau Jeugdzorg Overijssel, Trias en de GGD IJsselland.

5 Zorgwekkende zorgmijders zijn mensen die in verschillende mate sociaal kwetsbaar zijn, nauwelijks deelnemen aan het maatschappelijke leven en vaak een gebrekkige of geen huisvesting hebben. Het is een groep die, een voor de hulpverlening vaak onzichtbaar, marginaal bestaan leidt of juist zichtbaar is vanwege het veroorzaken van overlast. De groep heeft volgens derden outreachende hulpverlening nodig gezien hun overwegend meervoudige, complexe, ernstige en langdurige (psychische en/of verslavings-) problematiek, maar de groep stelt hiervoor zelf geen hulpvraag. De reguliere zorg heeft geen adequaat hullpaanbod, als gevolg hiervan ontstaat een vicieuze cirkel waarin de gezondheidstoestand van de groep steeds verslechterd.

6 http://www.zorgwelzijn.nl/Oudernzorg/Nieuws/2013/12/-1435344VV/

7 Snoek, A., Poel, A. van der, & Mheen, D. van de (2008). Ontwikkeling van toetsing van cliëntprofielen ter bevordering van doorstroom in de maatschappelijke opvang. Rotterdam: IVO.

8 Team Zwerfjongeren GGD IJsselland.

9 Informatienota voor de raad Beëindiging activiteiten voor zwerfjongeren door stichting BYou’ .

10 In het voorstel gaat het vooral over ‘warme overdracht’ bij 18 jaar. De wettelijke mogelijkheid om verlengde jeugdzorg te bieden tot 23 jaar als de jongere dat wil wordt niet genoemd.

11 Sleegers (2013). Aanpak zwerfjongeren gemeente Zwolle. Een advies vanuit het ondersteuningsprogramma Zwerfjongeren van VWS

12 Aanpak problematiek van zwerfjongeren. Beslisnota voor de raad. OW1011-430.

13 ‘Bij het verlaten van het eigen nest hoort het zoeken naar nieuwe ervaringen, het nemen van grote risico’s zonder enige angst, en impulsief gedrag. Pubers denken alleen aan gevolgen op korte termijn en zijn tijdens risicovolle keuzes ongevoelig voor straf. Dit komt door een onrijpe prefrontale cortex. Hierdoor is ook een verhoogde kans op misbruik van verslavende middelen die op het onrijpe puberbrein permanente schade

kunnen aanrichten”. Bron: Dick Swaab (2010). Wij zijn ons brein. Amsterdam: Uitgeverij Contact. P.117-118.




14 Dit is 1 van de 2 door de corporaties toegezegde woningen.

15 Dit komt omdat er tijdens de ontwikkeling van de hersenen in het midden van de adolescentieperiode een grotere gevoeligheid om te zwichten onder druk van de omgeving ontstaat. In: Eveline Crone (2009). Het Puberende Brein, over de ontwikkeling van de hersenen in de unieke periode van de adolescentie. Amsterdam: Bert Bakker.

16 De leeftijdsgrenzen die instellingen hanteren verschillen, de een hanteert 23 jaar als bovengrens, de ander 25 jaar en weer een ander 27 jaar. Wellicht dat een heldere leeftijdsgrens in de keten zaken eenvoudiger maakt.

17 De VertrekTraining is een vorm van intensief ambulante hulp voor jongeren, die gericht is op competentievergroting en de opbouw van een sociaal-ondersteunend netwerk. De hulpvorm is in eerste instantie ontwikkeld ten behoeve van jongeren uit residentiële instellingen van 15 jaar en ouder met risico op uitval en aansluitende thuisloosheid.


18 Behalve nachtopvang biedt De Herberg ook 14 plaatsen sociaal pension (AWBZ).

19 Haarman, M., Ottens, R., & Berg, L. van der (2013). Zorg voor zwerfjongeren. Methodiekbeschrijving Team Zwerfjongeren. GGD IJsselland.

Opdrachtgever Henk Proce

Opdrachtnemer Diny Flierman

Versie 03

Datum 20 januari 2014








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina