Een veiligheidszorgsysteem voor onderwijsinstellingen ing. Guy Linten, preventieadviseur, Gemeenschapsonderwijs



Dovnload 476.76 Kb.
Pagina1/10
Datum24.08.2016
Grootte476.76 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

Een veiligheidszorgsysteem voor onderwijsinstellingen



ing. Guy Linten, preventieadviseur, Gemeenschapsonderwijs.

Inhoudsopgave
Brief aan de auteur

Woord vooraf 1

Inleiding 2
Deel I Veiligheidszorgsysteem 5


  1. Welzijnsbeleid 6

  2. Uitwerking 13

  3. Risico-inventarisatie 34

  4. Programmatie 36

  5. Uitvoering 37

  6. Evaluatie 39

Deel II Toepassingsgebieden 42

  1. Aankoopbeleid 44

  2. Ongevallen en incidenten 54

  3. Chemische, carcinogene, biologische en fysische agentia 63

  4. Collectieve en persoonlijke beschermingsmiddelen 65

  5. Veiligheids- en gezondheids signalering 68

  6. Gezondheidstoezicht 71

  7. Psycho-sociale belasting 76

  8. Onthaal, informatie, vorming en instructies 78

  9. Coördinatie op de arbeidsplaats 87

  10. Noodprocedures 89

  11. Ergonomie 110

  12. Leefmilieu 117

  13. Aansprakelijkheid en ver zekering 121

  14. Speciale activiteiten 136

  15. Geweld op school 141

  16. Instanties 143

  17. Lijst van geraadpleegde werken 151

Deel III Documenten 153
Brief aan de auteur

Met meer dan gewone belangstelling heb ik kennis genomen van uw werk: ‘Een veiligheidszorgsysteem voor onderwijsinstellingen’ in het kader van de aanvullende vorming voor preventie-adviseurs.

De behandelde materie behoort tot de meest complexe waarmee de onderwijswereld te maken heeft maar er werd tot voor kort weinig aandacht aan besteed. Naast het feit dat het een zeer ingewikkelde wetgeving betreft is het vooral de toepassing ervan die problemen meebrengt.
U bent er in geslaagd in dit labyrint van situaties die met veiligheid te maken hebben een systematiek in te brengen die voor de schoolverantwoordelijken een onschatbare hulp betekent. Reeds hiervoor alleen verdient u alle mogelijke felicitaties.
Er is echter meer want, behalve systematiek, is uw werk ook zeer duidelijk en concreet geschreven waardoor iedereen die het gebruikt een ‘veilig’ gevoel krijgt en alle twijfel in deze ingewikkelde materie doet verdwijnen.
Ik hoop dat dit werk de basis zal leveren voor een vademecum die iedere schoolverantwoordelijke naast zich heeft staan binnen handbereik. Ik ben er in ieder geval zeker van dat het moeilijke probleem van veiligheid de meest eenvoudige oplossing krijgt.
Nogmaals hartelijk gefeliciteerd

René Laumen

algemeen inspecteur-generaal
Woord vooraf

Preventie is gericht op het bevorderen van veiligheid, gezondheid en welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, alsmede op het terugdringen van ongevallen. Preventie is in een school van toepassing op het personeel en op leerlingen die een studierichting volgen waarvan het opleidingsprogramma een vorm van arbeid voorziet. Preventie in een onderwijsinstelling is in direct belang van de school zelf, maar heeft ook een maatschappelijke dimensie.


Dit praktijkhandboek is geschreven voor directies en preventieadviseurs in onderwijsinstellingen en biedt de mogelijkheid voor het opzetten, uitvoeren en evalueren van een welzijnsbeleid, binnen het kader van de reglementering die voor het onderwijs van toepassing is. Het welzijnsbeleid moet een onderdeel uitmaken van het algemeen schoolbeleid. Het is de verantwoordelijkheid van de directie van de school om hieraan de nodige aandacht te besteden ten opzichte van andere beleidspunten.
Dit handboek heeft als doel een hulpmiddel te zijn bij het opstellen van een actieplan om de arbeidsveiligheid in de school te verbeteren en effectief een welzijnsbeleid te voeren. Met behulp van dit handboek kunnen de risico’s die aanwezig zijn in de school geïnventariseerd en beoordeeld worden.
Tenslotte zou ik een woord van dank willen richten aan al de personen die hebben geholpen met het tot stand komen van dit werk en in het bijzonder de heer E. Goubert, de heer R. Spruyt en mevr. G.Cnapelinckx.
Noot: Voor een exacte weergave van de aangehaalde reglementering wordt verwezen naar de originele besluiten en wetteksten.

Inleiding

De publikatie van de welzijnswet en zijn uitvoeringsbesluiten houden een aantal fundamentele wijzigingen in voor het onderwijs.
Om een duidelijk inzicht te krijgen in deze materie is dit handboek opgesplitst in drie delen.

Deel I is een uiteenzetting over een veiligheidszorgsysteem dat kan toegepast worden in elke onderwijsinstelling gekoppeld aan de reglementaire bepalingen terzake (arab, codex, welzijnswet en zijn uitvoeringsbesluiten). Een apart hoofdstuk is gewijd aan de implementatie van de welzijnswet in de structuren van het Gemeenschapsonderwijs, gelet op het bijzonder decreet betreffende het Gemeenschapsonderwijs van 14 juli 1998 - BS 30.09.98, met een concreet voorstel betreffende de structuur van de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk.

Deel II behandelt de toepassingsgebieden van de welzijnswet waarvoor preventiemaatregelen dienen getroffen te worden. Ook worden in dit deel een aantal onderwerpen aangehaald die niet rechtstreeks voortvloeien uit de welzijnwet zoals onder andere het hoofdstuk over de schoolverzekeringen of de organisatie van speciale activiteiten.

Deel III geeft de documenten weer die een onmisbaar hulpmiddel zijn bij het opzetten, uitvoeren en evalueren van een veiligheidzorgsysteem.

Naar aanleiding van de publikatie van de welzijnswet werd een vgv-enquête georganiseerd in de scholen van het gemeenschapsonderwijs.


Enkel opmerkelijke gegevens betreffende deze enquête:


  • 19 % van de deelnemende instellingen hebben geen preventiedienst;

  • 53 % van de preventieadviseurs hebben geen vorming genoten;

  • 86 % van de preventieadviseurs beschikken niet over prestatie-uren;

  • 94 % van de leden van het basisoverlegcomité hebben geen passende vorming genoten op het vlak van preventie;

  • 84 % van de leden van de hiërarchische lijn hebben geen passende vorming genoten op het vlak van preventie;

  • 56 % van de deelnemende instellingen hebben geen jaaractieplan;

  • 43 % van de deelnemende instellingen lichten de werknemers niet in over de aanwezige risico’s op hun arbeidsplaats;

  • 80 % van de deelnemende instellingen beschikken niet over een onthaalbrochure waarin aandacht wordt besteed aan preventie;

  • 2 % van de deelnemende instellingen is niet aangesloten bij een arbeidsgeneeskundige dienst;

  • 8 % van de deelnemende instellingen beschikken niet over een evacuatieplan;

  • 58 % van de deelnemende instellingen beschikken niet over een veiligheidsregister;

  • 1 % van de deelnemende instellingen maken melding dat in hun instelling risico-inventarisatie en risico-analyse aan bod komen.

De aangehaalde problemen die in verband met het uitoefenen van de taak van preventieadviseur gesignaleerd werden in de vgv-enquête zijn van uiteenlopende aard en kunnen worden opgedeeld in volgende probleemgebieden, in dalende orde, met daarnaast het percentage dat suggesties heeft om de werking van de preventiedienst te optimaliseren:




  1. Gebrek aan tijd (47 % / 34 %);

  2. Gebrek aan opleiding en informatie (16% / 18%);

  3. Gebrek aan geld (15% / 11%);

  4. Gebrek aan mensen en kandidaten (14% / 23%);

  5. Te ingewikkelde regelgeving, onvoldoende concreet en niet aangepaste scholen (5% / 8%)

  6. Gebrek aan erkenning en waardering voor preventie (2% / 2%);

  7. Onbezoldigde taakverzwaring voor ‘vrijwilligers’ met zeer grote verantwoordelijkheden (1% / 3%).

Door een uitgebouwde preventiestructuur in het Gemeenschapsonderwijs te voorzien, zoals beschreven wordt in hoofdstuk 2.6.1, zal het mogelijk zijn om een drievoudig doel te bereiken, namelijk:



  1. een oplossing bieden aan de in de vgv-enquête aangehaalde problemen;

  2. voldoen aan de reglementaire bepalingen waardoor repressief optreden van bevoegde instanties zoals Technische Arbeidsinspectie wordt vermeden;

  3. toepassing van een eenvormig beleid over de verschillende onderwijsinstellingen heen, waardoor het mogelijk wordt aan gestelde problemen een uniforme oplossing te bieden.

In dit handboek vindt u dan ook praktijkgerichte informatie en doelgerichte controlelijsten waarmee u een preventiesysteem in uw onderwijsinstelling kunt integreren. Het is een leidraad om op een praktische en een planmatige manier verbeteringen aan te brengen ter bevordering van veiliger arbeidsomstandigheden.


Deel I

Veiligheidszorgsysteem




  1. Welzijnsbeleid 6

1.1 Reglementering en toepassingsgebied 6

1.2 Doel van het welzijnsbeleid 7

1.3 Preventiebeginselen 9

1.4 Preventiesysteem 10



2. Uitwerking 13

2.1 Preventiebeleidsverklaring 13

2.2 Globaal preventieplan 14

2.3 Jaaractieplan 14

2.4 Maandverslag 17

2.5 Jaarverslag 18

2.6 Structuur interne dienst 18

2.7 Opdrachten interne dienst 24

2.8 Taken preventieadviseur 27

2.9 Opdrachten en taken externe dienst 29

2.10 Hiërarchische lijn 30

3. Risico-inventarisatie 33

4. Programmatie 35

5. Uitvoering 36

6. Evaluatie 38

6.1 Evalueren en verbeteren 38

6.2 Auditsystemen 39

6.3 Inspectie-index 39


1. Welzijnsbeleid

1.1 Reglementering en toepassingsgebied
De reglementaire bepalingen inzake veiligheid en gezondheid die van toepassing zijn op alle ondernemingen is terug te vinden in het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (A.R.A.B.). Omwille van talloze kritieken op het arab werd besloten om het te herstructureren tot een ‘Codex over het welzijn op het werk’. De bepalingen van het arab zullen geleidelijk in de codex worden ingevoegd en geschrapt in het arab.
Om een bredere wettelijke basis te verlenen aan de bestaande reglementering werd een wet gestemd, die gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad van 18 september 1996, namelijk de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, de welzijnswet.
Hieraan gekoppeld verschenen in het Belgisch Staatsblad van 31 maart 1998 nog een aantal uitvoeringsbesluiten, namelijk:


  • Het Koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, hierna het KB welzijnsbeleid genoemd;

  • Het Koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de Interne Dienst voor preventie en bescherming op het Werk, hierna het KB interne dienst genoemd;

  • betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk, hierna het KB externe dienst genoemd.

De welzijnswet is toepasselijk op de werkgevers en de werknemers. Een aantal categorieën personen worden gelijkgesteld met werknemers en werkgevers.


Zo vallen de leerkrachten, als personen die anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst arbeid verrichten onder het gezag van een ander persoon, volledig onder het toepassingsgebied van de wet. Leerkrachten worden meestal tewerkgesteld in toepassing van een specifiek statuut dat het verrichten van arbeid onder gezag impliceert.
Ook het administratief, technisch en vakpersoneel valt onder het toepassingsgebied van de wet, daar zij ofwel een statuut als ambtenaar hebben, ofwel verbonden zijn met een arbeidsovereenkomst.
Belangrijk voor het onderwijs is dat nu ook leerlingen en studenten, die een studierichting volgen waarvan het opleidingsprogramma voorziet in een vorm van arbeid, gelijkgesteld worden met werknemers. Het gaat hier om activiteiten binnen de onderwijsinstelling die van praktische aard zijn, vooral in het technisch en beroepsonderwijs
Leerlingen en studenten worden opgeleid om later een bepaald beroep uit te oefenen in een bedrijf. Dit impliceert dat een goede preventie vertrekt vanaf de integratie van veiligheid en gezondheid in het onderwijs wat een element voor kwalitatief onderwijs is.

1.2 Doel van het welzijnsbeleid
Het doel van het welzijnsbeleid voor de werknemers is het vrijwaren van de fysische integriteit, het voorkomen van arbeidsongevallen en beroepsziekten tengevolge van blootstelling aan risico’s en hinder, inherent aan de uitgeoefende activiteiten.
Voor de werkgever betekent dit echter het vrijwaren van schade aan machines, installaties, infrastructuur en het voorkomen van calamiteiten waarvoor hij aansprakelijk kan worden gesteld.

Veiligheid heeft haar economisch aspect. Het volstaat erop te wijzen dat de totale kosten van de arbeidsongevallen in ons land per jaar in de miljarden bedraagt. Gesteld wordt dat arbeidsongevallen jaarlijks tussen 2,6 en 4 procent van het bruto nationaal product kosten. Voor België betekent dit voor het jaar 1995, indirecte kosten meegerekend, 120 miljard BF.


Hetgeen vooral dient onderlijnd te worden is het feit dat de ongevallenbestrijding in de eerste plaats een menselijk-sociaal probleem is. Het komt er grotendeels op aan de gewetensplicht uit humanitair oogpunt te bekijken om de menselijke gevoeligheid te dwingen tot bescherming van de medemens. Niemand is ongevoelig voor menselijk pijn en verdriet, evenmin als voor het moreel lijden, tengevolge van een blijvende verminking.
Opvoedkundig is het nodig bij de leerlingen een veiligheidsbewustzijn te vormen welke kan aangeleerd worden met het ‘waarom’ dat gevaarlijke handelwijzen moeten vermeden worden. Het is dus noodzakelijk een veiligheidsonderricht in te schakelen in het onderwijs. Onderwijzend personeel moet een voorbeeldfunctie vervullen bij het gebruik van beschermingsmiddelen en apparatuur om de attitude van de leerlingen in gunstige zin te beïnvloeden.
Een scholengemeenschap is opgebouwd uit vier groepen die een geheel vormen, namelijk de leerlingen, de ouders, het personeel en de inrichtende macht. De leerlingen hebben recht op een veilig en gezonde leefmilieu. De ouders moeten erop kunnen rekenen dat hun kinderen, die zij toevertrouwen aan de school, een opleiding ontvangen in gezonde en veilige omstandigheden. Het personeel moet zijn opdrachten kunnen uitvoeren onder veilige en gezonde omstandigheden Tot slot heeft de inrichtende macht de plicht de reglementen van het A.R.A.B.-Codex en de welzijnswet na te leven.
Juridisch (zie ook hoofdstuk ‘aansprakelijkheid’) kunnen misdrijven tegen de veiligheidsregelgeving gestraft worden op basis van de welzijnswet (vervanging van de wet van 10 juni 1952). In artikel 82 van deze wet worden onder andere straffen voorzien voor de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden voor het niet oprichten van een Dienst of het verhinderen van de werking ervan (geldboete van maximum 100.000 fr.).
We kunnen stellen dat de rol van de schoolleiding en het belang van de schoolorganisatie bij het verwezenlijken van een aangepaste veilige en gezonde schoolomgeving ongemeen groot is. Naast didactische overwegingen zijn er juridische argumenten om de noodzaak van een aanpak van veiligheid en gezondheid in de onderwijsinstelling niet over het hoofd te zien. Voor wat betreft de burgerlijke aansprakelijkheid is het belangrijk dat de inrichtende macht een behoorlijke verzekering afsluit (zie ook hoofdstuk ‘schoolverzekeringen’).

1.3 Preventiebeginselen (art.5 welzijnswet)
De werkgever moet de nodige maatregelen treffen ter bevordering van het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.
Daartoe past hij de volgende algemene preventiebeginselen toe:


  1. risico’s voorkomen;

  2. de evaluatie van risico’s die niet kunnen worden voorkomen;

  3. de bestrijding van de risico’s bij de bron;

  4. de vervanging van wat gevaarlijk is door wat niet gevaarlijk is of minder gevaarlijk is;

  5. voorrang aan maatregelen inzake collectieve bescherming boven maatregelen inzake individuele bescherming;

  6. de aanpassing van het werk aan de mens, met name wat betreft de inrichting van de werkposten, en de keuze van de werkuitrusting en de werk- en produktiemethoden, met name om monotone arbeid en tempogebonden arbeid draaglijker te maken en de gevolgen daarvan voor de gezondheid te beperken;

  7. zo veel mogelijk de risico’s inperken, rekening houdend met de ontwikkelingen van de techniek;

  8. de risico’s op een ernstig letsel inperken door het nemen van materiële maatregelen met voorrang op iedere andere maatregel;

  9. de planning van de preventie en de uitvoering van het beleid met betrekking tot het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk met het oog op een systeembenadering waarin onder andere volgende elementen worden geïntegreerd: techniek, organisatie van het werk, arbeidsomstandigheden, sociale betrekkingen en omgevingsfactoren op het werk;

  10. de werknemers voorlichten over de aard van zijn werkzaamheden, de daaraan verbonden overblijvende risico’s en de maatregelen die erop gericht zijn deze gevaren te voorkomen of te beperken: 1° bij zijn indiensttreding; 2° telkens wanneer dit in verband met de bescherming van het welzijn noodzakelijk is;

  11. het verschaffen van passende instructies aan de werknemers en het vaststellen van begeleidingsmaatregelen voor een redelijke garantie op de naleving van deze instructies.



1.4 Preventiesysteem
Om deze preventiebeginselen toe te passen dient men te beschikken over een dynamisch risicobeheersingssysteem (Codex Tit. I - Hfst. III - afd. II)
Dit dynamisch risicobeheersingssysteem of preventiesysteem heeft tot doel de planning van de preventie en de uitvoering van het beleid met betrekking tot het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk mogelijk te maken.
Dit systeem heeft betrekking op volgende domeinen, het principe van multidisciplinariteit:


  1. arbeidsveiligheid;

  2. gezondheid;

  3. psychosociale belasting;

  4. ergonomie;

  5. arbeidshygiëne;

  6. verfraaiing van de arbeidsplaatsen;

  7. leefmilieu.

De organisatie van een preventiesysteem ten behoeve van het welzijn op het werk kan weergegeven worden in de volgende stappen, welke een cyclus vormen:


  1. Uitwerking;

  2. Inventarisatie;

  3. Programmatie;

  4. Uitvoering;

  5. Evaluatie


A. Uitwerking en organisatie van het welzijnsbeleid en van de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het werk.
In de praktijk zal de uitwerking van het welzijnsbeleid bestaan uit:

  • het opstellen van een intentieverklaring.

  • het bepalen van concrete meetbare doelstellingen.

  • het bepalen van de middelen om deze doelstellingen te realiseren (doelstellingen: o.a. reduceren van het aantal ongevallen, veiligheidsvisie bijbrengen aan de leerlingen,...).

  • planning op termijn.

  • bekendheid in alle afdelingen van de school.

Het bereiken van de doelstellingen is slechts mogelijk wanneer:



  • een gemotiveerde directie tot een gedegen coördinatie en besluitvorming komt.

  • er een integratie bestaat tussen planning en budgettering.

  • inschakelen van deskundigen voor advisering en uitvoering.

  • samenwerking met het basisoverlegcomité en de tussen de afdelingen.

Een basis voor een preventiesysteem wordt gevormd door voorgeschreven procedures waarin het kader wordt beschreven waarbinnen een organisatie zich minimaal moet bewegen rekening houdend met eigen regelgeving en met regelgeving opgelegd door de wetgeving.


B. Opmaken van een risico-inventarisatie alsmede het bepalen van de knelpunten aanwezig in een school.
Hier wordt het welzijnsbeleid omgezet in concrete punten die getoetst werden aan de normering terzake en deze punten zullen als dusdanig verder uitgewerkt moeten worden.
C. Programmatie van het beleid met bepaling van de prioriteiten en het opstellen van een actieplan.
Men zal bij de prioriteitsbepaling rekening moeten houden met de aard van de risico’s met als doelstelling een vermindering van de risico’s en zijn aantallen.
Het daaruit voortvloeiend actieplan moet voldoende concreet zijn en er dient rekening gehouden te worden met de uitvoerbaarheid, de wensen van de belanghebbende personen en met de kostprijs van het geheel.
De toe te passen methodes en de opdrachten, verplichtingen en middelen van alle betrokken personen dienen vastgelegd te worden.
D. Uitvoering van het beleid en het nemen van maatregelen met een controle op de uitvoering.
De verantwoordelijkheid van alle betrokken personen zal bepaald moeten worden.
E. Evaluatie en verbeteren van het beleid.
De criteria om het beleid te evalueren dienen vastgelegd te worden.

Het opstellen van een jaarverslag en het toetsen aan het gevoerde beleid.

Na de evaluatie en het aanbrengen van verbeteringen zit men terug vooraan in de cyclus.

2. Uitwerking

Het welzijnsbeleid dient deel uit te maken van het algemeen schoolbeleid. Om dit te realiseren moet men de taken en verantwoordelijkheden die het welzijnsbeleid met zich meebrengt opnemen in de bestaande structuur van het schoolbeleid.
Een eerste stap in het welzijnsbeleid is de organisatie. Dit betekent dat de belangrijkste zaken in voorgeschreven procedures, beleidsdocumenten, dienen vastgelegd te worden.
Hierna volgt een uitleg van de beleidsdocumenten en in deel III kunt u voorbeelden vinden van deze documenten.

2.1 Preventiebeleidsverklaring
De eerste stap in het preventiesysteem is het formuleren van duidelijke doelstellingen op preventiegebied. Wat betekenen de arbeidsomstandigheden eigenlijk voor de school? Het formuleren van deze doelstellingen zet iedereen aan om dezelfde doelstellingen na te streven.
In deze beleidsverklaring spreekt de inrichtende macht en de directie van de school zich uit dat zij een doelgericht welzijnsbeleid wil voeren.
De beleidsverklaring heeft een algemeen karakter en is bedoeld om de visie over een lange termijn weer te geven. Het is een geschreven beleidsverklaring die zichtbaar opgehangen wordt. De verantwoordelijkheden zijn toegewezen en hierover wordt rekenschap gevraagd in beoordelingsgesprekken met leidinggevenden.
Een voorbeeld van een preventiebeleidsverklaring vindt u in document 1.
2.2 Globaal preventieplan (Codex Tit. I - Hfst. III - art.10)
In dit preventieplan worden de te ontwikkelen en toe te passen preventieactiviteiten weergegeven voor een termijn van vijf jaar.
Dit plan wordt voor advies voorgelegd aan het basisoverlegcomité en omvat:


  1. de resultaten van de identificatie van de gevaren en het vaststellen, nader bepalen en evalueren van de risico’s;

  2. de vast te stellen preventiemaatregelen;

  3. de te bereiken doelstellingen;

  4. de activiteiten die moeten worden verricht en de opdrachten die moeten worden uitgevoerd om deze doelstellingen te bereiken;

  5. de organisatorische, materiële en financiële middelen die moeten worden aangewend;

  6. de opdrachten, verplichtingen en middelen van alle betrokken personen;

  7. de wijze waarop het globaal preventieplan wordt aangepast aan gewijzigde omstandigheden;

  8. de criteria voor de evaluatie van het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.

Een voorbeeld van een globaal preventieplan vindt u in document 2.





  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina