Energie Joske Wie is ?



Dovnload 149.51 Kb.
Datum16.08.2016
Grootte149.51 Kb.


Naam: Klas:



Energie



1.Joske





Wie is ?

Joske is een varkentje, een spaar(zaam) varken.

Joske houdt van een propere en mooie wereld.

Joske houdt niet van verspilling en gaten in de ozonlaag.

Joske houdt van helder water met vissen en salamanders.

Joske houdt niet van stinkende auto’s en schoorstenen.

Joske houdt van vogels en vlinders in de blauwe lucht.


Joske doet er ook wat aan:

Joske sluit de deuren acter zich.

draait steeds de kraan goed dicht.

is zuinig met de verwarming.

doet bij het verlaten van het lokaal de ramen en gordijnen toe.

en doet ook het licht uit.


Joske is ook een afkorting




JO

S

K

E














2.Denken aan energie

2.1.Een hoofd vol energie


Schrijf op wat je al over energie weet.

Doe dat met behulp van de volgende vragen.


Waarvoor gebruik je zèlf energie?
Waar wordt energie nog meer voor gebruikt?
Welke soorten energie ken je? (Wat voor soorten energie kunnen we gebruiken?)

Waar komt de energie vandaan?
Waarvoor wordt bij je thuis de meeste energie gebruikt?
Heeft het gebruik van energie ook nadelen?




2.2.Kunnen we zonder?


EEN NIEUWE DAG ...

  1. “..... op de A15 een file van 7 km, op de ..” Martijn schrikt wakker van de wekkerradio en kijkt suf hoe laat het is. Zo vroeg nog? Waarom.. O ja, vandaag kan HET! Hij kan het uit-knopje niet vinden, dus trekt hij de stekker eruit.

Martijn springt uit bed, snel naar de w.c. want hij moet nodig. Jammer, bezet. Even wachten dus. Hij zoekt ondertussen een gezellige radiozender om mee te kunnen

zingen. De w.c. wordt doorgetrokken en zijn vader komt binnen. Vader mompelt “goeiemorgen”, pakt de kan van het koffiezetapparaat en schenkt een kop koffie in. Dan loopt hij naar de kamer om op de TV het nieuws van half 8 te zien.

Martijn gaat naar de w.c. en loopt daarna terug naar boven. “Mam, zit jij al in de douche”, roept hij als hij de lamp in de badkamer ziet branden. “Nee, ik ben op zolder de was in de droger aan het stoppen”. ”Kan ik douchen? ”, vraagt Martijn. “Jazeker. Doe daarna je handdoek meteen in de wasmachine. Die moet toch nog draaien.”


  1. Martijn zet de douchekraan helemaal open en geniet van het warme water. Dat is pas wakker worden. Dan herinnert hij zich dat hij moet opschieten wil hij vandaag DE DAG hebben. Hij draait snel de kraan dicht. Wat een stoom, even de afzuiging aan. Zo, hij is klaar.

Nu snel aankleden. Martijn zoekt in zijn kast maar vindt niks naar zijn zin. “Mam, waar is mijn nieuwe spijkerbroek?” “Daar moet ik de zoom nog inleggen, maar ik heb nu geen zin om achter de naaimachine te kruipen. Trek even een andere aan, Martijn.”

“En mijn blauwe blouse?” Moeder wil hem zo wel even strijken. Laat maar, denkt Martijn en grijpt zijn joggingpak. We hebben toch gym vandaag. Hoe laat is het nu? O ja, zonder stroom doet de wekker het niet.




  1. Martijn loopt naar beneden. Als hij de keuken inkomt vraagt zijn moeder: “Martijn, wil jij de verwarming even wat hoger zetten. Ik heb het koud”. Ze draait het gas onder de ketel uit en giet het theewater op. Martijn zet de thermostaat op 22°C en ziet op de klok *07.54*. “Opschieten”, denkt hij. Hij pakt melk uit de koelkast, schenkt een beker vol en zet die in de magnetron om even op te warmen. Dan propt hij een boterham in z'n mond en spoelt die weg met wat slokken melk.

Als hij het tijdsignaal van 8 uur op de radio hoort, rent hij naar boven om zijn tanden te poetsen. Om snel klaar te zijn, gebruikt Martijn even de elektrische tandenborstel van zijn moeder. In de haast beneden te komen, vergeet hij het licht uit te doen en ook het afzuigsysteem staat nog steeds aan. Beneden schiet hij in zijn jas en grijpt zijn rugtas.

“Iets te eten en drinken pak ik wel uit de automaat! Doei!”, roept hij naar boven en loopt naar buiten.




  1. “Bah, het regent”. Martijn rent naar de schuur. “Vandaag moet het lukken als ik snel doorfiets”. Als hij de lamp aandoet in de schuur, ziet hij zijn fiets helemaal achter de grasmaaier staan. Die hebben zijn vader en hij gisteren nagekeken, want er zat iets los in de motor. Martijn loopt terug naar binnen. Hij ziet zijn vader in de keuken net de kruimels opzuigen. Hem hoeft hij het niet te vragen, die gaat zo naar zijn werk met de bus. “Mam”, roept hij en loopt naar boven. Zijn moeder is net klaar met haar haar föhnen. “Mam, wil jij me even met de auto naar school brengen, alsjeblieft?”

“Waarom?”, vraagt zijn moeder. “Nou, het regent zo en het is al heel laat.”, zegt Martijn met een smekend gezicht. Zijn moeder zucht :”Vooruit dan maar.”


  1. Martijn merkt dat het snel gaat, zelfs de verkeerslichten staan allemaal op groen. Als ze bij school aankomen is er niemand te zien. “Zijn we zo vroeg?” , vraagt moeder. “Geeft niks, mam. Bedankt hoor en tot vanmiddag”. Martijn springt uit de auto en rent het schoolplein over. De deur staat open en de verlichting brandt volop in school.



DENK AAN ENERGIE

Werk in groepjes aan de volgende opdrachten:



  1. Ieder leest voor zichzelf het verhaal.

Onderstreep de woorden die met energie te maken hebben.

Vergelijk dit met je groepje (buurman/buurvrouw)



  1. Het verhaal bestaat uit een aantal genummerde stukjes.

Schrijf nu samen van één zo'n stukje op hoe dat zal lopen als er géén energie zou zijn.

  1. Bespreek met de klas de vraag: "Kunnen we zonder energie?"






2.3.Energiegebruik


Energie gebruik je voor verschillende dingen: om iets te verwarmen, om iets te verlichten, te vervoeren enz.

Hieronder vind je een lijst van apparaten uit het verhaal 'een nieuwe dag' .

Kruis voor elk apparaat aan waar de energie die je er in stopt voor gebruikt wordt.

Let op: soms kun je meerdere kruisjes zetten!





Apparaat

Wat wordt er gemaakt?

Beweging

Warmte

Licht

Geluid

Wekker-radio













Koffiezet













Radio













Lamp













Droger













Wasmachine













Douche













Afzuigsysteem













Naaimachine













Strijkijzer













Verwarming













Gasfornuis













Klok













Koelkast













Magnetron













Elektrische tandenborstel













Automaat













Elektrische grasmaaier













Motor













Haardroger













Stofzuiger













Auto













Verkeerslichten













Computer

















3.Soorten energiebronnen

3.1.Wat is eigenlijk energie?

Volgens het woordenboek betekent energie: ………………………………………………………………







3.2.Energiebronnen.


Noteer bij elk “toestel” welke energiebronnen er kunnen gebruikt worden.


Auto




Tv




Ons lichaam




Fietslicht




Verwarming op school




Kachel thuis



Ken je nog andere energiebronnen?

………………………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………………………

We kunnen deze energiebronnen verdelen in drie grote groepen:


  1. ……………………………………………………………………………………………….

bv. ……………………………………………………………………………………………………………………

  1. ……………………………………………………………………………………………….

  2. ……………………………………………………………………………………………….

bv. ……………………………………………………………………………………………………………………

3.3.Fossiele brandstoffen








Geef de voor- en nadelen van fossiele brandstoffen:

Voordelen:

Nadelen:




3.4.Elektriciteit


Elektriciteit wordt opgewekt in een …………………………………………………………………………….

Die kunnen we vergelijken met een grote ………………………………………………., zoals op je

fiets. Als je je licht van je fiets wil laten branden, moet je trappen:


  • Je wiel draait rond.

  • Je wiel doet ook de dynamo draaien.

  • Je fietslicht brandt.

Om je fietslicht te laten branden, zorgen ……………………………………….. voor de energie.
Ook in de elektriciteitscentrale moet men de dynamo laten draaien. Dit kan

gebeuren op verschillende manieren:



  1. door

-

-


  1. door

-

  1. door

-
Op de volgende pagina’s vind je meer uitleg over de verschillende manieren waarop je elektriciteit kan maken.
Enkele opdrachten:

  1. Zorg dat je in je eigen woorden kan uitleggen hoe een elektriciteitscentrale werkt.

  2. Kernenergie:

    1. Geef de voor- en nadelen.

    2. Waar in ons land vinden we kerncentrales?

  3. Windkracht:

    1. Geef de voor- en nadelen.

    2. Wat is de beste plaats voor windparken?

  4. Waterkracht:

    1. Geef de nadelen.

    2. Waar vinden we vooral waterkrachtcentrales?

Noteer de antwoorden netjes op een apart blad. Geef je antwoorden hetzelfde nummer als de vragen.



3.4.1.Energie door stoom













3.4.2.Energie door wind













3.4.3.Energie door water










4.Het broeikaseffect

4.1.Help, er komt rook uit het stopcontact


  • Geef de tekeningen een nummer van 1 tot 6.

  • Schrijf onder de tekeningen hoe de elektriciteit bij ons geraakt.

  • Teken een rookpluim waar er luchtvervuiling wordt veroorzaakt.



1.

2.


3.

4.


5.

6.


Ook bij andere energiebronnen wordt er luchtvervuiling veroorzaakt.

Teken ook hier de rookpluimen op de plaatsen waar we de lucht vervuilen.





4.2.Het broeikaseffect


Lees de tekst en onderstreep de belangrijkste woorden.

De laatste jaren wordt er steeds meer gesproken over het broeikaseffect als één van de gevolgen van ons hoge energieverbruik.



  1. Zonnestralen komen op aarde en brengen naast licht ook warmte. Een groot deel van de warmte verdwijnt weer in de ruimte. Een klein deel wordt (door onzichtbare gassen) vastgehouden in de dampkring. De belangrijkste gassen die de warmte kunnen vasthouden zijn kooldioxide (= CO2) , methaan en CFK’s. Als er teveel van deze ‘broeikas’-gassen in de dampkring zitten, blijft er meer warmte in de dampkring hangen. Het wordt dus warmer. Dit noemen we het 'broeikaseffect'.

  2. Kooldioxide ontstaat o.a. bij het verbranden van fossiele brandstoffen (steenkool, olie en gas) in de elektriciteitscentrales en in huis (verwarming) . Methaan wordt o.a. geproduceerd bij intensieve veehouderijen, bij rijstproductie en het zit in uitlaatgassen van industrieën. CFK’s zitten in drijfgassen van spuitbussen, in koelgassen van koelkasten en ook in piepschuim.

  3. Wanneer we minder energie verbruiken en zoeken naar andere, schone energievormen komt er veel minder kooldioxide in de lucht. In plaats van CFK’s zijn andere, milieuvriendelijke gassen te gebruiken.

  4. “Een wollen jas in de zomer die steeds dikker en dikker wordt en die je niet kunt uittrekken”. Zo ongeveer kun je het broeikaseffect vertalen voor de aarde. Het wordt steeds warmer op aarde. Als de gemiddelde temperatuur van de aarde stijgt, geeft dit gevolgen voor de klimaten: minder strenge winters, warmere zomers, andere seizoenen, langdurige droogten en extremere regenval. Maar ook: stijging van de zeespiegel omdat door de warmte het water in de zeeën uitzet en het ijs van de poolkappen en gletsjers zal smelten.


Vragen:

  1. Welke tekening past bij het broeikaseffect, A of B?




  1. Welke broeikasgassen worden in de tekst genoemd?



  1. Trek een lijn tussen de broeikasgassen en de plaats waar ze geproduceerd worden.




Koolstofdioxide 0
Methaan 0
CFK's 0

0 Intensieve veehouderij en industrie


0 Spuitbussen, koelkasten en piepschuim
0 Elektriciteitscentrales, verwarming




  1. Kruis aan wat de mogelijke gevolgen zijn van het broeikaseffect.

    • de aarde wordt warmer

    • het weer verandert

    • de zeespiegel stijgt




  1. Hoe kunnen we het broeikaseffect verminderen?




  1. Leg zelf aan de hand van een tekening uit hoe het broeikaseffect in zijn werk gaat.


5.Schone energie

5.1.Zonne-energie

5.1.1.Tekst


De zon is een onuitputtelijke bron van energie. Zonne-energie omgezet in warmte is de meest bekende energievorm. Minder bekend is dat er zelfs in België voldoende zon is om te voorzien in de totale Belgische energiebehoefte.

Zonnewarmte wordt passief en actief gebruikt. Met passief gebruik van zonne-energie bedoelen we bijvoorbeeld serres, waarbij de zon gebruikt wordt als warmtebron zonder tussenkomst van speciale voorzieningen. Dit bespaart in de winter energie op een relatief eenvoudige en goedkope manier. Onder actief gebruik van zonne-energie verstaan we: het installeren van speciale voorzieningen om zonlicht om te zetten in warmte. Actief gebruik wordt onder meer toegepast in de landbouw, zwembaden en woningen.


Zonne-energie lijkt de beste bron van energie voor de wereld.

Het heeft vele voordelen: het is gratis, vervuilt niet, en is zeer veilig. Met al deze voordelen lijkt het raar dat er zo extreem weinig zonne-energiecentrales zijn op de wereld.


Er zijn twee factoren die de reden zijn van het feit dat zonne-energie niet de hele wereld van energie voorziet: kosten en betrouwbaarheid.

Zonne-energiecentrales gemaakt van zonnecellen zijn extreem duur om te bouwen. Duizenden vierkante meters zijn nodig om genoeg energie op te wekken voor zelfs maar een klein dorpje. Een grote stad heeft simpelweg niet genoeg plaats voor een zonne-energiecentrale, laat staan genoeg geld.

De tweede reden is onbetrouwbaarheid van de centrales. Als er een paar bewolkte dagen zijn is er geen elektriciteit voor de stad. Dit is geen optie voor veel dorpen en steden. Vandaag de dag hebben we 24 uur per dag, 7 dagen per week energie nodig, en niet alleen op zonnige dagen.

Ondanks de vele nadelen van zonne-energie blijft de toekomst ervan zonnig als we efficiëntere cellen ontwikkelen, en beter manieren om ze te gebruiken.



5.1.2.Vragen


  • Hoe wordt de zon opgevangen?

  • Wat is het verschil tussen actief en passief gebruik van zonne-energie.? Geef enkele voorbeelden.

  • Geef enkele voordelen van zonne-energie.

  • Geef enkele nadelen van zonne-energie.


5.2.Windenergie

5.2.1.Tekst


Windenergie is een van de meest eenvoudige en meest benutte natuurlijke energiebronnen ter wereld. Windenergie wordt al eeuwen gebruikt om boten over de oceaan te verplaatsen, om rijst van zijn steel los te maken, en meer recentelijk om kleine dorpjes van energie te voorzien. Wind is een moderne vorm van energie die veel aantrekkingskracht uitoefent, omdat het een kracht is die altijd en gratis verkrijgbaar is. Het lijkt erop of wind graag voor ons wil werken.
Het waait niet overal even hard op aarde. Boven open zee of uitgestrekte vlakten waait het harder dan boven stad of bos. Obstakels zoals bomen, huizen of gebouwen remmen de wind af, maar dit effect is minder merkbaar op grotere hoogte. Nederland blijkt bijzonder geschikt om energie in de vorm van elektriciteit op te wekken met windturbines.
Er zijn twee redenen waarom windenergie niet veel meer gebruikt wordt als nu het geval is. De eerste reden is dat de energiecentrales niet betrouwbaar genoeg zijn voor de moderne samenleving. Als er een paar dagen zouden zijn met zwakke wind zou een hele stad zonder stroom kunnen komen te zitten. De tweede reden dat windenergie niet zo populair is betreft het feit dat windenergiecentrales erg luidruchtig zijn. Het geluid van de draaiende turbines en de stroom opwekkende dynamo's geeft teveel overlast om het vlakbij een dorp of stad te zetten. Ondanks dat dit een economische en veilige manier is om stroom op te wekken zijn er veel onderdelen die nog om verbetering vragen! De zoektocht naar andere methoden moet voortgezet worden!

5.2.2.Vragen


  • Waarom kan je niet overal windenergie gebruiken?

  • Met welke machines wordt windenergie opgewekt?

  • Geef enkele voordelen van windenergie.

  • Geef enkele nadelen van windenergie.




5.3.Waterkrachtenergie

5.3.1.Tekst


Bijna overal ter wereld halen mensen energie uit stromend water. Deze veelbelovende vorm van energieopwekking is de laatste jaren steeds populairder geworden in veel ontwikkelings- en industrielanden. Dit is het gevolg van een aantal redenen. Waterkrachtenergie is schoon, veilig en het vermindert de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, wat het milieu ten goede komt. Waterkrachtenergie heeft een veelbelovende toekomst als bron van energie in de moderne samenleving.
De kracht van stromend en vallend water kan met behulp van een waterturbine in een draaiende beweging worden omgezet. Door de as van de turbine te koppelen aan een generator wordt elektriciteit opgewekt. De werking van deze generator is te vergelijken met een fietsdynamo.
Grootschalige waterkracht
In bergachtig gebied valt water relatief snel naar beneden door het grote verval. Waterkrachtcentrales die gebruik maken van de grote valsnelheid van het water werken met ‘impuls’-turbines. Om verzekerd te zijn van voldoende aanvoer van water, ook in tijden van weinig neerslag of weinig smeltwater, legt men stuwmeren aan. Bij de bijbehorende stuwdam ontstaat dan een groot verval.

Kleinschalige waterkracht
In Nederland zijn er gebieden waar waterkracht-energie niet zozeer te halen is uit een hoogteverschil of snelheid van het water, maar uit de enorme watermassa die in kort tijdsbestek passeert.
Ondanks dat het opwekken van elektriciteit met waterkrachtcentrales veel voordelen met zich meebrengt, zijn er twee nadelen aan de methode. Het eerste nadeel is de grote investeringen die nodig zijn om een energiecentrale van dit type te bouwen. Het tweede nadeel van hydro-elektrische centrales is dat de dam, die essentieel is voor de centrale, veel verspreidingsgebieden van dieren en planten vernietigd. Een dam moet een enorme hoeveelheid water tegenhouden en laat hiermee bossen, woestijnen dorpen en al het andere in de buurt overstromen. Waterkrachtenergie heeft vele voordelen die wel opwegen tegen de nadelen, maar er moeten steeds weer verbeteringen nodig. De zoektocht naar andere methoden moet voortgezet worden!

5.3.2.Vragen


  • Waarmee kan je de werking van een waterkrachtcentrale vergelijken?

  • Wat is het verschil van grootschalige waterkracht en kleinschalige waterkracht?

  • Geef enkele voordelen van waterkracht.

  • Geef enkele nadelen van waterkracht.

6.Watt is zuinig?

6.1.Goed voorstel?





6.2.Huistaak


Los de volgende vragen op. Vraag eventueel hulp aan je ouders.


  1. Ga jij spaarzaam om met elektriciteit?

  1. steeds

  2. meestal

  3. soms

  4. nooit




  1. Hoeveel spaarlampen hebben jullie in huis?

  1. meer dan 4

  2. 2 tot 4

  3. 1

  4. geen




  1. Laat je het stand-by lampje van de TV aan als je hem niet gebruikt?

  1. nooit

  2. soms

  3. dikwijls

  4. altijd




  1. Is de zolder of het dak van jullie huis geïsoleerd?

  1. volledig

  2. gedeeltelijk

  3. bijna niet

  4. niet




  1. Hoe vaak neem je een douche in plaats van een ligbad?

  1. steeds

  2. meestal

  3. soms

  4. nooit




  1. Gebruik jij een brooddoos?

  1. altijd

  2. meestal

  3. soms

  4. nooit




  1. Welke verpakking kies jij voor je drankje op de speelplaats?

  1. glas

  2. recyclage

  3. brik

  4. aluminium




  1. Hoe vaak koop je wegwerpproducten? (batterij, aansteker, …)

  1. altijd

  2. meestal

  3. soms

  4. nooit




  1. Gebruik je een beker bij het tanden poetsen?

  1. altijd

  2. meestal

  3. soms

  4. nooit




  1. Sorteer jij afval zoals het hoort?

  1. altijd

  2. meestal

  3. soms

  4. nooit

Tel je score op:



  1. ………… x 10 punten = ………… punten

  2. ………… x 8 punten = ………… punten

  3. ………… x 6 punten = ………… punten

  4. ………… x 4 punten = ………… punten


TOTAAL = ………………… punten
OPLOSSING:

0 – 40 punten: ENERGIEMONSTER

Je moet dringend wat aan je energieverbruik doen.
40 – 60 punten: TWIJFELGEVAL

Je doet al iets, maar het zou anders kunnen.


60 – 80 punten: MEEGAAND TYPE

Je springt al behoorlijk zuinig met energie om. Je kunt wel nog nieuwe tips gebruiken.


80 – 100 punten: GROENE JONGEN

Je leeft al heel energiebewust. Praat erover met anderen en help mee aan de uitbouw van dit project!



6.3.Verstandig energieverbruik begint hier!


Kijk een hele week goed rond op school en geef een antwoord op de volgende vragen.


  1. Waar blijven lampen vaak onnodig branden?



  1. Welke apparaten staan lang aan of in stand-by?



  1. Waar kunnen we overschakelen op spaarlampen of TL-verlichting?



  1. Is een schone energie op school mogelijk? Leg uit waarom?


7.Cijfers op de teller

7.1.WATT?


Elektrische apparaten gebruiken elektrische energie (stroom). Hoeveel energie een apparaat elk uur gebruikt wordt aangegeven met de eenheid WATT(uur).

Op de elektriciteitsmeter thuis en op school staat kWh. Dat betekent kilo-Watt-uur (=1000Wattuur, de 'h' is van 'hour'= uur in 't engels).

Hoeveel WATT een elektrisch apparaat gebruikt staat er meestal op. Als je ook weet hoelang je het apparaat gebruikt, kun je het energiegebruik berekenen.
Bekijk het voorbeeld:


Apparaat

Hoeveel Watt?

Hoe lang?

Hoeveel energie gebruik je?

Lamp

Elektrische kachel


Stofzuiger

40 Watt

2000 Watt


1000 Watt

1 uur

2 uur
½ uur



40 Watt x 1 uur = 40 Wh

2000 Watt x 2 uur = 4000 Wh

= 4 kWh

1000 Watt x ½ uur = 500 Wh


Bereken nu zelf:




Apparaat

Hoeveel Watt?

Hoe lang?

Hoeveel energie gebruik je?

Lamp


Spaarlamp

Video


CD-speler

40 Watt


9 Watt

100 Watt


60 Watt

2 uur


5 uur

30 min.


15 min.

40 Watt x 2 uur = …………… Wh

………………………………………………………

………………………………………………………

………………………………………………………







7.1.1.Je eigen verbruik


Ook jij gebruikt elke dag elektriciteit. Je gaat nu uitrekenen hoeveel energie jij nodig hebt om bepaalde toestellen te gebruiken.

Dat is natuurlijk niet elke dag hetzelfde. Je moet schatten hoelang je een apparaat gemiddeld per dag gebruikt.

Niet alle toestellen zijn ingevuld Zoek thuis op hoeveel energie ze gebruiken.


Apparaat

Hoeveel Watt?

Hoe lang?

Hoeveel energie gebruik je?

Lamp op je kamer

TV

Stereo


Computer

Video


Verwarming

Koelkast


Diepvriezer

Microgolf



60 Watt


………… Watt

35 Watt


………… Watt

100 Watt


100 Watt

600 Watt


………… Watt

………… Watt



…………………


…………………

…………………


…………………

…………………


…………………

…………………


…………………

…………………


………………………………………………………

………………………………………………………

………………………………………………………

………………………………………………………

………………………………………………………

………………………………………………………

………………………………………………………

………………………………………………………

………………………………………………………



Totaal

………………………………………………………





  • Waar wordt het elektriciteitsverbruik thuis gemeten?



  • Hoeveel bedraagt de meterstand?

datum:

stand:


7.1.2.Op school?


  • Waar wordt het elektriciteitsverbruik op school gemeten?



  • Hoeveel bedraagt de meterstand?

datum:

stand:


7.2.Vraagstukken


Schrijf de oplossingen van deze vraagstukken op een apart blad. Gebruik hiervoor telkens de volgende methode:

Ik reken:

Hieronder schrijf je de volledige berekening om tot je resultaat te komen.



Ik antwoord:

Hieronder volgt het antwoord in een zin!!



7.2.1.Vraagstuk 1


  1. Je laat een lamp van 100 W 10 uur branden. Hoeveel heeft ze verbruikt?




  1. Een halogeenspot van 250 W brandt 20 uur. Hoeveel kWh heeft die dan verbruikt?



7.2.2.Vraagstuk 2


  1. Frans heeft in huis 18 lampen van 40W hangen. Elke lamp brandt gemiddeld 4 uur per dag. Hoeveel kWh verbruiken deze lampen per dag?




  1. Hoeveel verbruikt Frans op een jaar met deze lampen?




  1. Frans moet per kWh € 0,125 betalen. Wat kost het verbruik van zijn lampen hem op 1 jaar tijd?




  1. Stel dat Frans niet jaarlijks, maar maandelijks een elektriciteitsrekening krijgt. Wat is de gemiddelde prijs voor het verbruik van zijn lampen per maand?



7.2.3.Vraagstuk 3


  1. De koelkast van Lieve verbruikt 30 Wh. Hoeveel kWh verbruikt deze koelkast per jaar?




  1. Lieve betaalt € 0,125 per kWh elektriciteitsverbruik. Wat kost deze koelkast aan energieverbruik op 1 jaar tijd?




  1. Stel dat Lieve elke maand een gedeelte van haar elektriciteitsfactuur betaalt, Hoeveel kost de koelkast har dan gemiddeld per maand?



7.2.4.Vraagstuk 4


  1. Steven verbruikt dagelijks 5,12 kWh aan elektriciteit. Hoeveel verbruikt hij dan per jaar?




  1. Het tarief voor elektriciteit bedraagt € 0,125 per kWh. Hoeveel moet hij per jaar betalen voor zijn elektriciteitsrekening?




  1. Hoeveel betaalt hij gemiddeld per maand, met maandelijkse afbetalingen?

7.3.De factuur




Zoek de volgende gegevens op:

Naam van de klant:

Klantnummer:

Voor welke periode is deze factuur?

Hoeveel moet hij betalen?

Hoeveel kWh heeft hij in totaal verbruikt?

Voor welk bedrag krijgt hij gratis elektriciteit?

Wat betekent tweevoudig uurtarief?





Zoek de volgende gegevens op:

Is dit ook een elektriciteitsfactuur?

Hoeveel moet de klant betalen?

Hoeveel heeft hij verbruikt?

Krijgt hij korting op deze factuur?

Extra

Stel dat Jan Deckers zijn factuur niet in zijn geheel wil betalen, maar elke maand een stukje.

Hoeveel zou hij maandelijks moeten betalen voor gas en elektriciteit samen?
Berekening:

Antwoord:

Wat kan Jan beter s avonds doen om zijn dagverbruik te doen dalen?

Hoeveel kWh aan elektriciteit verbruikt Jan gemiddeld per maand?

Berekening:

Antwoord:

Hoeveel kWh aan gas verbruikt Jan gemiddeld per maand?

Berekening:

Antwoord:

8.En jij?


Neem het vragenlijstje door en onderzoek waar het thuis fout loopt.
Waar blijven lampen vaak onnodig branden?
Welke apparaten staan lang in stand-by?
Waar kun je overschakelen op TL-lampen of spaarlampen?
Welke apparaten verbruiken voortdurend stroom?

Is een zonneboiler thuis mogelijk?


Wat doen jullie thuis om energie te besparen?




9.Voorbereiding toets


Zorg ervoor dat je op de volgende vragen een antwoord kent:

  1. Wat is de betekenis van de afkorting JOSKE?

  2. Welke 3 soorten energiebronnen bestaan er?

  3. Noem 3 fossiele brandstoffen.

  4. Wat zijn de voor- en nadelen van fossielen brandstoffen?

  5. Hoe werkt een elektriciteitscentrale?

  6. Op welke 3 manieren kan men elektriciteit produceren?

  7. Geef de voor- en nadelen van kernenergie.

  8. Geef de voor- en nadelen van windenergie.

  9. Geef de nadelen van waterkrachtcentrales.

  10. Leg het broeikaseffect uit aan de hand van een tekening.

  11. Hoe kunnen we het broeikaseffect verminderen?

  12. Geef 3 vormen van schone energie.

  13. Geef de voor- en nadelen van zonne-energie.

  14. Geef de voor- en nadelen van windenergie.

  15. Geef de voor- en nadelen van waterkrachtenergie.

  16. Wat betekent kWh?

Verder kan je …



  1. enkele vraagstukken oplossen in verband met energieverbruik.

  2. gegevens van een energiefactuur aflezen.











De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina